• No results found

Verslag KNNV kamp Ettenheim 2018 Zwartewoud

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2024

Share "Verslag KNNV kamp Ettenheim 2018 Zwartewoud"

Copied!
68
0
0

Bezig met laden.... (Bekijk nu de volledige tekst)

Hele tekst

In dit verslag zijn zoveel mogelijk foto's weergegeven die Rick heeft gemaakt van de orchideeën die hij per reis heeft waargenomen. De komst van de Bijeneters vond ik heel bijzonder, ruim dertig vliegende en rustende vogels die zelfs met het blote oog duidelijk te zien waren. Het landschap rond Ettenheim is het beste te zien vanaf de Heubergturm.

In het westen ligt de Boven-Rijnvlakte, die als een langgerekte, brede geul van noord naar zuid het landschap doorsnijdt. De Boven-Rijnvlakte wordt in het westen begrensd door de hoge, nu gedeeltelijk met sneeuw bedekte heuvels van de Vogezen. Er zijn steden en dorpen op de overgang van de Boven-Rijnvlakte naar de lage heuvels van het voorgebergte: in het noorden zie je de torenflats van Lahr en dichter bij de huizen van Ettenheim met de kenmerkende kerk in het midden.

De groep was te klein voor een plaats op één van de terrassen verderop, waarbij we in een kring hadden. Echter een oude bungalowtent, meegebracht door één van de deelnemers, heeft uitstekend dienst gedaan als convo.

De route voerde ons door rustige wandelpaden en diep verzonken wegen vol met hoge bomen in volle bloei (waaronder Robinia) waarin een zacht gezoem van insecten klonk. De steile wanden van de verzonken straten zaten vol gaten gemaakt door insecten, zoals solitaire bijen, die er hun eieren in legden. De bijeneter vangt bijen tijdens de vlucht en is slechts door enkelen van ons gezien.

Later bleek dat Rick dit ook gezien had en terloops meldde dat dit een latrine van de das is. Waarschijnlijk is het een prent van de rups van de ligusterpijlstaart (niet opgenomen in insectenlijst). Een paar meter verder vond Rick een ingang van een dassenburcht en krassporen van de dassenpoten tegen de wand van de holle weg.

Het resultaat is een levendige vangst met veel watervlooien en cyclopen, die hij later met behulp van een microscoop nader gaat onderzoeken, in de hoop dat hij ook andere microfauna kan waarnemen. Daarna was het terug naar het kamp waar iedere deelnemer terug kon kijken op een geslaagde dag.

Het was prachtig weer en de dijkhelling stond vol bloemen, de blijdschap en het enthousiasme van de KNNV-ers kende geen grenzen. Rick hield het tempo er goed in, we vorderden met 0,6 km per uur en iedereen liep te genieten, want er was voor een ieder genoeg te zien. Tegen het einde van de middag mochten we van onze excursieleider precies 5 minuten een drinkpauze houden.

Na de pauze werd het tempo iets versneld en liepen we warm en een beetje moe terug naar de auto’s. Het was een volmaakte dag vol natuurschoon, gezelligheid en vriendschap, tja als er meer KNNV-ers waren in de wereld zou de mensheid gelukkiger zijn.

Geld voor de natuurbeheerplannen van “Europa” komt overigens als subsidie ​​voor achterstandsgebieden, zo lees ik op de achterkant van een bordje op de terugweg. Het tweede deel van de wandeling ging door het deel van het beekdal waarin geen vijvers waren geopend.

Daarna kwamen we bij het begin van de holle weg en het looptempo daalde aanzienlijk. In de annex van dit verslag leest u meer over het gebied rond Ettenheim in een door Thomas ter beschikking gestelde uitgave van de Nabu (met permissie). Dat zijn stenen die in de Löss zijn gevormd door een proces van oplossen en vervolgens neerslaan van kalk, waardoor een min of meer gelaagde structuur ontstaat.

Binnenin de steen is de laag kalksteen niet zichtbaar (eigenlijk zijn er maar twee lagen zichtbaar), maar aan de buitenkant kun je de laag wel duidelijk zien. Zelfs een half uurtje schoonmaakazijn, met als doel de eventuele laagstructuur beter zichtbaar te maken, geeft geen verbetering in het zaagoppervlak. Het verrassende aan de azijnbehandeling is dat gasbellen (CO2) alleen op het buitenoppervlak en in de scheuren van de steen worden gevormd.

Daar besluit Gijsbert terug te gaan naar de camping om zijn verrekijker te halen. Jacques en Tieke rijden door naar de volgende parkeerplaats, terwijl Suze, Piet en Rick met de auto naar de volgende parkeerplaats rijden waar iedereen elkaar weer zal ontmoeten.

Het pad zag er steil, glibberig en ontoegankelijk uit, maar Gijsbert was op alles voorbereid: met zijn snoeischaar ging hij voorop en baande zich een weg door de jungle. Ondertussen droogde het op en kon de regenkleding weer uit, ineens waren we weer een groene natuurgroep. De mist trok op uit het dal en ons pad leidde tussen de weilanden naar beneden en we liepen, op aanwijzing van Rinus, zonder problemen terug naar de parkeerplaats.

De insecten kwamen naar buiten, een duizendpoot wilde gaan wandelen maar toen hij ons zag rende hij weg. In deze tien jaar breidde de landbouw in de regio zich uit en werd er meer maïs geplant.

HobI-Pfade sind ein spannendes Phänomen in den Lössgebieten des Vorgebirges und entlang des Swartwal. Dabei handelt es sich um alte Pfade, die durch menschliche Nutzung, oft über Jahrhunderte hinweg, langsam im Löss versunken sind. Voraussetzung für die Entstehung einer Schlucht ist ein erodierbarer Untergrund. In unserer Region handelt es sich um Löss.

Solche Lössablagerungen sind derzeit im nördlichen Himalaya zu beobachten, wo diese Prozesse heute in der Wüste Gobi stattfinden. Manchmal findet man in der lockeren Masse die leuchtend weißen Gehäuse kleiner Schnecken, besonders häufig in den jüngsten, oberen Schichten der Würm-Eiszeit. Bis zur Mitte des letzten Jahrhunderts waren Pferdekutschen das übliche Fortbewegungsmittel auf unbefestigten Feldwegen.

In den meisten Fällen konnten sich die Wege bei längerer Nutzung im Laufe der Jahrhunderte jedoch nur mehr als 10 Millionen Mal in den Untergrund fressen. Neben der landwirtschaftlichen Nutzung kam auch der Bergbau in die Region: Die Kelten nutzten nachweislich die Erzvorkommen am Kahlenberg/Rötelberg (SCHULTE-FISCHEDICK 1998J). Das Erz vom Kahlenberg wurde in der Folge im Frühmittelalter in größerem Umfang in der Gegend verhüttet Ost). Alter (GASSMANN2005J.

Angesichts dieser Maßnahmen und der derzeit genutzten Erzvorkommen am Kahlenberg ist es durchaus denkbar, dass bereits in der römischen oder sogar vorrömischen Eisenzeit mit der Vertiefung der Straße begonnen wurde. Römische Spuren in der Rheinebene sind durchschnittlich 1,5 m tief (AssKAMP, KOKABJ, . W,lliL in LD Fundberichte Band 12: Das römische Brandgrab bei Altdorf). Am Rand bzw. im Bereich am Fuße des Hügels liegt der Horizont der römischen Ruinen bereits 1 m unter der Sohle des heutigen Bachbettes bei Altdorf und damit über 2,5 m tief.

Wenn Sie sich am Grund einer tiefen Schlucht befinden, können Sie sich leicht vorstellen, dass solche Orte der ideale Hinterhalt für Z11-Überfälle sind. Der abgetragene Boden wurde überwiegend als alluvialer Löss in den Tälern und der Rheinebene abgelagert. In größerem Maße im Zusammenhang mit dem Maisanbau, der in den letzten Jahren auch die Voralpen erobert hat.

Hier in der „Altwickgasse“ steht der immergrüne Dornenschildfarn (Polystichurn aculcatum) auf der „Roten Liste“. Es kommt sehr selten vor, dass eine Klamm von einer Sanierung profitiert, wie etwa im Beispiel an der Manenkapelle in Kippenheim. In der heutigen Landschaft ist es sehr sinnvoll, eine Einbahnstraßennutzung zum Erhalt der Klammen einzurichten.

Gesetz zum Schutz der Natur, zur Landschaftspflege und zur Erholung in der freien Natur (Landesnaturschutzgesetz – LNatSchG) des Landes Baden-Württemberg, Abschnitt Natur- und Landschaftsschutz, besonders geschützte Biotope.

Referenties

GERELATEERDE DOCUMENTEN

De Scholenprijs overall ging naar de school met de hoogste somscore van in totaal zes deelnemers: de beste twee uit de onderbouw, de beste twee uit klas 4 en de beste twee uit klas

Het gebruikte middel moest Kerol zijn geweest, er mag echter worden aangenomen dat dit m et een andere stof verontreinigd was omdat Kerol nooit een zo grote

“Door tijdens de leergemeenschap met de betrokkenen partijen in gesprek te gaan, hebben de deelnemers volgens mij een goed beeld gekregen van de verschillende perspectieven..

Chiro meisjes: één lid was ziek net voor kamp en hheft dus een deel vh kamp moeten missen.. Voor de rest

Het gaat op dit moment om de pensioenen van in totaal ca 10.400 Nederlandse verzekerden (bron: DNB). Dit is minder dan 0,1 procent van het totaal aantal deelnemers aan

In 2018 Zijn reeds deelnemers bijdragen ontvangen voor de minicursus Tuinvogels herkennen, die gehouden wordt in januari 2019.. Deelname aan een minicursus is exclusief lidmaatschap

Excursie 2 - GR vanaf Conca, Gite d’Etape, op 220 meter, naar Bocca d’Usciolu, op 520 meter, en weer terug, 14 deelnemers, excursieleider Tineke D., verslag Tineke D., 12 auto-kms

Op 12 oktober bezocht de Mossenwerkgroep de begraafplaats en het duingebied van Egmond aan Zee. Het was een mooie, zonnig dag, zoals we er dit jaar veel hebben gehad en we vonden veel