Operatief verwijderen van lymfeklieren in het kleine bekken. Pelviene lymfeklierdissectie

Hele tekst

(1)

Operatief verwijderen van lymfeklieren in het kleine bekken

Pelviene lymfeklierdissectie

(2)

Inhoudsopgave

Waarom moeten de lymfeklieren verwijderd worden? ... 3

Waarom robotchirurgie? ... 3

Voorbereiding operatie ... 4

Wat neemt u mee voor de operatie? ... 4

Opname verpleegafdeling B44 ... 5

De operatiedag ... 5

Operatie ... 5

Kort na de operatie ... 6

Uitslag weefselonderzoek ... 7

Mogelijke risico’s en complicaties ... 7

Wat u thuis kunt verwachten? ... 7

Werkhervatting ... 8

Contact opnemen ... 8

Poliklinische controle ... 8

Oncologiecommissie ... 8

Bericht van verhindering ... 8

Extra informatie ... 9

Adres en telefoonnummer ... 10

(3)

Tijdens uw bezoek aan de polikliniek heeft uw behandelend uroloog met u gesproken over de noodzaak om bij u lymfeklieren uit het kleine bekken te verwijderen door middel van een robot operatie.

In deze folder kunt u thuis alles nog eens rustig doorlezen. We hebben geprobeerd voor u alle belangrijke informatie zo goed mogelijk op een rijtje te zetten. Het is niet de bedoeling dat deze folder de persoonlijke gesprekken met uw (assistent) uroloog vervangt.

Bij problemen of vragen, ook naar aanleiding van deze folder, kunt u altijd bij hem/haar terecht of een afspraak maken bij een van de verpleegkundigen.

Waarom moeten de lymfeklieren verwijderd worden?

Het verwijderen van lymfeklieren (lymfeklierdissectie) wordt alleen gedaan omdat er een kwaadaardige prostaattumor is en het nog onduidelijk is of er uitzaaiingen in de lymfeklieren zitten. Om te bepalen welke behandeling voor u het beste is, is het belangrijk om te weten of er uitzaaiingen aanwezig zijn in de lymfeklieren rondom de prostaat. Deze operatie maakt geen deel uit van de behandeling zelf. De verwijderde lymfeklieren worden opgestuurd naar het laboratorium en door de patholoog onderzocht. De uitslag kunt u binnen 2 weken verwachten. De uitslag van dit lymfeklieronderzoek bepaalt dus de verdere behandeling.

Lymfeklieren:

1. in de hals

2. langs de luchtpijp 3. in de oksels 4. bij de longen 5. in de buikholte 6. in de bekkenstreek 7. in de liezen

(4)

 Het gevolg is dat het bloedverlies meestal zeer beperkt is en dat belangrijke structuren, zoals bijvoorbeeld zenuwen en bloedvaten, vaak gespaard kunnen worden.

 De operatie gebeurt via kleine gaatjes in plaats van door een grote snee. Hierdoor heeft de patiënt vaak minder narcose en pijnstillers nodig. Meestal gaat het herstel snel en is het ziekenhuisverblijf ongeveer 2 dagen.

 Thuis zal ook het herstel vlot zijn: werkhervatting 2 tot 3 weken na een robot-geassisteerde operatie is geen uitzondering!

 Tot slot is er een cosmetisch aspect: de wondjes en dus de littekens zijn veel kleiner.

Voorbereiding operatie

De operatie vindt plaats onder volledige narcose (algehele anesthesie). Lees hier meer over in de CWZ folder ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’. Voor de operatie en de anesthesie zijn vaak een aantal voorbereidingen nodig. Dit wordt ook wel ‘preoperatieve voorbereiding’

genoemd. Daarom bezoekt u het spreekuur van de anesthesioloog en heeft u daarna een afspraak voor een verpleegkundig intakegesprek.

Tijdens het verpleegkundig intakegesprek geeft de verpleegkundige u aanvullende informatie over de opname en operatie. Zij doet het ‘opnamegesprek’ en plant in overleg met u de operatiedatum en de controle-afspraak na de operatie. U wordt voor deze ingreep vaak 2 dagen opgenomen. Dat is mede afhankelijk van het directe herstel van de operatie. In de folder ‘Opname in het CWZ’ leest u algemene informatie over de opname.

Meldt aan uw behandelend arts als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt of onder controle bent van de trombosedienst. Voor de ingreep worden eventueel bloedverdunnende medicijnen (bijvoorbeeld Sintrom, Marcoumar, acetylsalicylzuur) gestopt. Uw behandelend arts vertelt u hoe lang u van tevoren moet stoppen met het innemen en wanneer u weer kan beginnen met de medicijnen. Als u bekend bent bij de trombosedienst, neem dan uw

doseerkaart altijd mee naar het ziekenhuis.

Wat neemt u mee voor de operatie?

 Uw centrale registratiekaart. Heeft u geen centrale registratiekaart of kloppen de gegevens niet meer? Ga dan langs bij de registratie bij de hoofdingang. U heeft hiervoor het bewijs van inschrijving van uw zorgverzekering en een officieel identificatiebewijs nodig.

 Actueel medicijnenoverzicht. Deze kunt u opvragen bij uw apotheek.

 Een geldig legitimatiebewijs.

 Nachtkleding, badjas, ondergoed, toiletartikelen, slippers of pantoffels.

Neem geen waardevolle bezittingen mee, zoals sieraden en waardevolle papieren.

Het ziekenhuis is niet verantwoordelijk voor vermissing of diefstal van uw persoonlijke bezittingen.

(5)

Opname verpleegafdeling B44

Als u op de dag van de operatie wordt opgenomen, blijft u nuchter volgens de afspraken met de anesthesioloog en de verpleegkundige. En u bent eventueel gestopt met

(bloedverdunnende) geneesmiddelen. Voor meer informatie zie folder ‘Verdoving

(anesthesie) bij volwassenen’. U meldt zich op het afgesproken tijdstip op de verpleegafdeling urologie (B44). U start met antibiotica om de kans op een infectie te verkleinen.

De operatiedag

Voor de operatie krijgt u de voorbereidende medicijnen voor de anesthesie (premedicatie).

Wanneer u een gebitsprothese en/of contactlenzen draagt, moet u deze uitdoen. Ook mag u tijdens de operatie geen sieraden of piercings dragen. Tijdens de operatie draagt u een operatiejasje en 2 polsbandjes met uw naam en geboortedatum. Een verpleegkundige rijdt u met uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatieafdeling. Daar krijgt u een infuus.

U gaat daarna naar de operatiekamer.

Operatie

 De ingreep vindt plaats in de operatiekamer. Daar schuift van het bed over op de operatietafel. Voordat de anesthesioloog u de narcosemiddelen via het infuus toedient, wordt eerst de bewakingsapparatuur aangesloten.

 Voor de operatie wordt door het hele operatieteam het ’time out’ moment genomen. Dit is moment waarop het hele operatieteam stil staat bij uw operatie. Onder andere uw naam, geboortedatum, welke operatie, welke vorm van verdoving en de operatiebenodigdheden worden gecontroleerd. Er worden u vragen gesteld die u misschien al eerder beantwoord heeft, bijvoorbeeld: wie bent u, wat is uw geboortedatum, welke operatie krijgt u en aan welk lichaamsdeel u wordt geopereerd. Dit wordt gedaan om uw veiligheid te waarborgen.

 De anesthesioloog geeft de verdovingsmiddelen via het infuus.

 De uroloog maakt eerst een sneetje (incisie) in uw buik.

 Via dat eerste sneetje gaat een dunne holle buis de buik in. Via de buis wordt de buik gevuld met onschadelijk koolzuurgas (CO2). Hierdoor ontstaat meer werkruimte waardoor het operatiegebied goed te zien is.

 Daarna wordt een aantal (meestal 3 tot 5) buisjes van zo’n 0,5 of 1 cm dik in de buik gebracht. Aan deze buisjes worden de robotarmen vastgemaakt.

(6)

Kort na de operatie

Voordat u naar de afdeling gaat, blijft u nog enige tijd op de uitslaapkamer (verkoeverkamer).

Als u goed wakker bent (na de narcose) gaat u in principe terug naar de verpleegafdeling B44.

Daar controleert de verpleegkundige regelmatig uw bloeddruk, hartritme en urineproductie.

Pijn

Na de operatie krijgt u volgens een vast protocol pijnstillers. Het kan zijn dat u toch pijn blijft houden. U kunt dit aangeven bij de verpleegkundige. Zie hiervoor ook de ‘pijnmeting’ in de folder ‘Verdoving (anesthesie) bij volwassenen’.

Blaaskatheter

Direct na de operatie heeft u een korte tijd een katheter in de blaas. Dit is een slangetje via de plasbuis dat ervoor zorgt dat de urine uit de blaas kan lopen. U hoeft dan niet zelf te plassen.

De katheter kan de blaaswand irriteren en dat kan u het gevoel geven dat u moet plassen en/of kan pijnklachten geven aan de top van de penis (eikel). Dit wordt ‘blaaskramp’

genoemd. Als u deze klacht heeft, moet u dit met uw verpleegkundige bespreken. Zij kan u hiervoor medicijnen geven.

Infuus

U heeft een infuus in uw hand of arm. Omdat u tijdens en vaak ook na de operatie nog bloed verliest, is het belangrijk om dit vochtverlies aan te vullen door middel van het infuus. U mag kort na de operatie weer beginnen met eten en drinken.

Drain

Soms kan er een drain (dun slangetje) in het wondgebied achtergelaten worden. Dit is om het overtollig wondvocht af te voeren. De operateur bekijkt tijdens de operatie of dit nodig is.

De dag na de operatie

 De eerste dag na de operatie helpt de verpleegkundige u bij uw lichamelijke verzorging.

 Het infuus wordt verwijderd.

 Het infuus naaldje blijft nog zitten in afwachting van de bloeduitslagen

 U mag weer bewegen. U wordt gestimuleerd (even) uit bed te komen. Hoe eerder u uit bed kunt, hoe sneller het herstel zal gaan. Door weer vlot uit bed te komen en rond te gaan lopen, voorkomt u trombose en (luchtweg) infecties.

 De katheter wordt verwijderd als u weer voldoende mobiel bent. Dit is meestal de tweede dag na de operatie.

 De wonddrain wordt in overleg met de uroloog verwijderd als deze nauwelijks nog vocht produceert.

 In principe gaat u de dag na de operatie naar huis.

Na de operatie heeft u wondjes in de onderbuik. Deze wondjes bevatten hechtingen.

Deze worden 10 dagen na de operatie verwijderd bij de huisarts of op de polikliniek.

(7)

Uitslag weefselonderzoek

Het verwijderde weefsel wordt na de operatie altijd door de patholoog nagekeken onder de microscoop. De uitslag is ongeveer 2 weken na de ingreep bekend en krijgt u van de uroloog bij de eerstvolgende controle op de polikliniek te horen.

Mogelijke risico’s en complicaties

Bij iedere ingreep is er een risico op complicaties, ook bij deze operatie. Na een robot operatie kunnen er complicaties optreden zoals:

 Een nabloeding.

 Een wondinfectie.

 Kort na de ingreep kunt u door prikkeling van het gebruikte koolzuurgas schouderpijn krijgen of pijn bij sleutelbeenderen. Deze pijn is meestal binnen 24 uur verdwenen.

 Er kan een ophoping ontstaan van lymfevocht in de onderbuik. Soms moet hier dan (opnieuw) een drain worden ingebracht die het teveel aan vocht kan afvoeren. Ook lymfe ophoping in de balzak is mogelijk. Dit verdwijnt weer spontaan.

 Ook kan het bij hoge uitzondering voorkomen dat er een beschadiging ontstaat aan andere organen.

Wat u thuis kunt verwachten?

 Het droog houden van de wondjes bevordert een goede wondgenezing. U kunt dus beter geen afsluitende pleisters op de wondjes gebruiken: deze maken de wondjes vochtig.

 Het is daarom ook niet raadzaam de eerste 2 weken te baden, in de sauna te gaan of te zwemmen.

 U mag wel douchen.

 De eerste dagen thuis moet u het nog rustig aan doen. Pijn en vermoeidheid zijn meestal tekens dat u te veel gedaan heeft.

 In deze periode mag u wel autorijden (afhankelijk van de bepalingen van uw verzekering), niet zwaar tillen, zwaar lichamelijk werk of zwaar huishoudelijk werk verrichten of sporten.

Na 2 tot 6 weken kunt u deze activiteiten weer langzaam opbouwen.

 Gebruik pijnstillers zo lang als nodig is: maximaal 4 keer per dag - om de 6 uur - 2 tabletten paracetamol van 500 mg. U kunt de pijnstillers naar eigen inzicht afbouwen, afhankelijk van

(8)

Werkhervatting

Vraagt u zich af of uw aandoening of behandeling consequenties heeft voor het uitoefenen van uw werk? Overleg dan met uw specialist. Zo wordt duidelijk of u (tijdelijk) beperkingen heeft en zo ja, welke.

De bedrijfsarts begeleidt de terugkeer naar uw werk. Daarom is het belangrijk dat uw bedrijfsarts op de hoogte is van uw aandoening of behandeling. Afspraken over uw werk zullen vaak soepeler verlopen als u de bedrijfsarts al vóór de ingreep informeert. U kunt een gesprek voeren met uw bedrijfsarts op het arbeidsomstandighedenspreekuur van de

arbodienst van het bedrijf of de organisatie waar u werkt. Om uw privacy te beschermen is uw toestemming nodig voor eventueel overleg tussen uw specialist en uw bedrijfsarts.

Contact opnemen

Neem tot de eerste poliklinische controle na ontslag uit het ziekenhuis contact op als:

 u aanhoudende (buik)pijn heeft en niet verdwijnt met gebruik van de voorgeschreven pijnstillers of met 4 keer per dag - om de 6 uur- 2 tabletten paracetamol van 500 mg.

 u koorts heeft boven de 38,5 graden of langer dan 24 uur vanaf 38 graden.

Tijdens kantooruren belt u de polikliniek urologie, telefoonnummer (024) 365 82 55.

Buiten kantooruren belt u met de verpleegafdeling urologie, telefoonnummer (024) 365 78 00.

Poliklinische controle

Na ongeveer 10 tot 14 dagen heeft u op de polikliniek een afspraak voor controle. De uroloog bespreekt met u de uitslag van de onderzochte lymfeklieren. Afhankelijk van de uitslag zal er een aanvullende behandeling worden geadviseerd. Wij raden u aan uw partner of een andere naaste mee te nemen naar deze afspraak.

Oncologiecommissie

De specialisten van CWZ werken nauw samen met de specialisten van het Radboudumc in de oncologiecommissie. In deze commissie worden alle patiënten met prostaatkanker besproken om tot een optimale behandeling te komen.

Bericht van verhindering

Bent u op het afgesproken tijdstip voor poliklinisch onderzoek of opname verhinderd? Bel dan zo snel mogelijk de polikliniek urologie. Er kan dan nog een andere patiënt in uw plaats

komen.

(9)

Extra informatie

Prostaat

De prostaat is een klier die vlak onder de blaasuitgang en om de plasbuis heen ligt.

De prostaat is ongeveer zo groot als een walnoot of kastanje en maakt onderdeel uit van het mannelijk voortplantingssysteem. De prostaat is een klier. De functie van de prostaat is het aanmaken van prostaatvocht voor het vervoeren van zaadcellen.

Prostaatkanker

In de prostaat kan een kwaadaardig gezwel (tumor) ontstaan. Tumorcellen delen zich ongeremd en kunnen uiteindelijk ook buiten de prostaat groeien (uitzaaien).

Deze tumorcellen kunnen zich via de lymfe- of de bloedbaan verspreiden en ergens anders in het lichaam uitgroeien tot nieuwe tumoren. Dit zijn uitzaaiingen. Een ander woord voor uitzaaiingen is metastasen. Meestal beginnen uitzaaiingen in de lymfeklieren die het dichtst bij de prostaat liggen.

Lymfeklieren

Naast je bloedvatenstelsel is er dus nog een tweede stelsel, namelijk het lymfestelsel.

Anders dan het bloedvatenstelsel is het lymfestelsel puur een afvoerend systeem. Het bestaat uit lymfeklieren die onderling in contact staan door middel van lymfebanen. Deze lymfebanen monden uiteindelijk uit in het bloedvatenstelsel. Lymfeklieren liggen verspreid door het hele lichaam. Het lymfestelsel beschermt ons voor zover mogelijk tegen virussen en bacteriën die ons ziek kunnen maken.

(10)

Adres en telefoonnummer

Canisius Wilhelmina Ziekenhuis Weg door Jonkerbos 100 6532 SZ Nijmegen

Polikliniek urologie (B28)

Telefoon (024) 365 82 55 (bereikbaar van 8.30 tot 17.00 uur) Verpleegafdeling urologie (B44)

Telefoon (024) 365 78 00 Website: www.urologie.cwz.nl

Afbeelding

Updating...

Referenties

Updating...

Gerelateerde onderwerpen :