Mcn besloot tot vernieuwing van de kerk met behoud van de toren van Lieven de Key

30  Download (0)

Hele tekst

(1)

De symboliek van de Nieuwe Kerk van

Jacob van

Campen te Haarlem*

I

Pieter Saenredam inv., Willem Akersloot sc., De Sint Annakapel met de toren van Licvcn dc Key (detail uit een plattegrond van de stad Flaarlcm, ets, 16,z x z3,8 cm uit: Ampzing, Be.rcbryvinge ende lof der stad Haerlem, Haarlem i6z8), Haarlem, Gemeentearchief.

Foto: Gemeentearehief - Haarlem.

Inleiding

In 1613 heeft Lieven de Key de huidige toren toegevoegd aan de middeleeuwse Sint Annakapel te Haarlem. Op ccn stadsgezicht van Pieter Saenredam is de toen ontstane situatie goed te zien (afb. i). In 1 6 3 9 diende de kerkeraad een verzoek in bij de burgemeesters om de oude kapel te mogen vergroten. Toch duurde het nog tot januari i6q.5 eer dezen door de vroedschap werden gemachtigd tot inwilliging van dit verzock. Mcn besloot tot vernieuwing van de kerk met behoud van de toren van Lieven de Key. Op 6 september 1645 koos de vroedschap uit vijf inge- zonden modcllen het ontwerp van Jacob van Campen.' Dit ontwerp vertoonde twaalf inwendige zuilen, welk aantal door de vroedschap cchtcr wcrd bcperkt tot acht. Niettemin hceft Pieter Saenredam op enkele van zijn constructietekeningen en schilderijen de kerk overeenkomstig het oorspronkelijke plan mct twaalf zuilen afgcbecld (afb, z). De bouw werd voltooid, zo is af te leiden uit het jaartal op de oostgevel, in 1 649. Het kerkgebouw was toen echter al enige tijd in gebruik; op 3 mei 1648 hield de predikant Clerquius de inwijdingspredicatie.4

De Nieuwc Iicrk te Haarlem heeft tot nu toe weinig aandacht gekregen in de kunstgeschiedschrijving. Ten onrechte, want het ontwerp van Van Campen vcr- toont een combinatie van een aantal bijzondere bouwelementen, zoals de inge- zwenkte steunberen, de middenrisalieten aan oost- en westzijde en de kruisvor- mige plattcgrond, die uitwendig schuil gaat achter de gevels. Bij de stilistische beschouwingen die aan dit ontwerp zijn gewijd werden deze elementen wel opge- merkt maar niet overtuigend vcrklaard.' Een ikonografische benadering daaren- tegen levert wel een goed begrip op van het ontwerp.

(2)

2

Pieter Saenredarn, Intericur van de Nieuwe Kcrk van het westcn naar hct oosten, 1 6j 2., papccl, I laarlem, Frans Hals ;\Iuseum.

Foto: Frans Halsrnuseum - Baar- lem.

3

De Nicuwc Kcrk uit het noordoos- ten gezien.

Fot<>: Rijksdienst voor de Monu- mentenzorg - Zeist.

(3)

4

Juan Bautista Villalpando, Recon- structie van de Tempel van Jeruza- lem met de Tempelberg, (gravure uit: Hieroyywi Pradi et loannis Baptis- tae Villalpandi e Societate Iesu In Eze- cbielem Fxplanaliones [ ... ], vol. z, Rome 15 96-1604), Amsterdam, Universiteitsbibliotheek.

Foto: Ilnivcrsitcitsbibliothcck - Amsterdam.

)

Juan Bautista Villalpando, Recon- structic van het zijaanzicht van dc Tempel van Jeruzalem, (gravure uit: Ilieronymi Pradi el Ioannis Baptis- tae t,'illalpandi e Societate lesu In chielem Explanationes [ ...] , vol. z, Rome 15 96 - 1 604), Amsterdam, Universiteitsbibliotheek.

Foto: Universiteitsbibliotheek - Amsterdam.

(4)

6

Juan l3autista Villalpando, Recon- structic van hct grondplan van de Tempel van Jcruzalcni (gravure uit:

Hieroqymi Pradi et Ioannis Ba?ti.rtae hillalj?a?zdi e .Societute Ie,rii In lem L;xplanatinne.r [ ... ] , vol. 2, Rome

Amsterdam, (Tniversi- teitsbibliothcck.

Foto: Llnivcrsiteitsbibliotheek- Amsterdam.

Ingezwenkte steunberen

Al voor de oorlog heeft J. Zwarts opgemerkt dat de ingezwenkte steunberen van de Portugese Synagoge (167 I - 1675) te Amsterdam zijn ontleend aan de reconstruc- tie van de Tempel van Jeruzalem door de Spaanse jezuÏet Villalpando. In deze reconstructie van I 1 96 wordt de Tcmpelberg omgeven door reusachtige inge- zwenkte contrcforten (tflJ. 4) en ook de Tempel zelf is er mee toegerust (afb. In dc literatuur over de Portugcsc Synagoge wordt de toepassing van deze steunberen verklaard als ccn symbolische verwijzing naar de Tempel van Jeruzalem.' Mcrk- waardig genoeg bleef onopgci-i-ierkt, dat de Grote Synagoge (1 670 - 1 67 1 ), gelegen op een steenworp afstand van de Portugese Synagoge, 66k van dergelijke steunbe- ren is voorzien en dus getuigt van dezelfde symboliek.8 Bovendien bleef onver- meld, dat het Van Campen was dic, ruim dertig jaar voor de bouw van deze synagoge, dergelijkc steunberen al had geyntroduceerd bij de kerken in Rens- woudc en Hooge Zwaluwe, die uit dc periode 1 6 3 9 - 1 641 datercn. In 1645 volgde het ontwerp van dc Nieuwe Kerk te Haarlem. Nadien zijn zulke steunberen bij cen groot aantal kerken en synagogen in de Republiek toegepast.9 Tot dusverre is de symbolische betekenis van de ingezwenkte stcunberen niet onderkend.

Middenrisalieten

De oost- en de westzijde van de kerk kenmerken zich door middenrisalieten die

(5)

7

1"c;tzijdc cic Nieuwe kcrk, Foto: RijksJicnst voor dc mentenzurg Zeist.

8

Oostzijde van de Nieuwe herk.

Foto: Rijksdicnst \'our de i\1unu- mentenzorg - Zeist.

gedeeltc:lijk bovcn hct dak uitsteken en 8). M. D. ()zinga verklaarde de opzet van dezc risalieten uit de wens dc reeds bestaande toren van Lieven de Key in het ontwcrp te incorporeren. Hij schreef: 'Daar [...J een breed, ongebroken west- front der kcrk tegen den toren ccn misstand had opgeleverd, heeft men den oost- west loopenden kruisbeuk hier-cn terwille der symmetric ook aan de andere zijdc - wat doen vooruitspringen en voor dezcn beuk hoogerc gcvcls gesteld. Naar het Westen ontvangt op deze wijze de toren steun, terwijl ten C)osten de Nieuwc kerkstraat op monumentale wijze wordt afgesloten."° Deze vcrklaring geeft geen antwoord op de vraag waarom Van Campen de hoofdingang verlcgde van de west- naar de oostzijde. De toegang aan de westzijde bleef, omdat deze deel uitmaakte van de toren, immcrs behouden. Aan de oostzijde werd ook nog extra nadruk gegeven door de aanleg van een nieuwc straat, die rechtstreeks naar de hoofdin- gang voerde (afb. 9 cn io). Hiertoe moest een deel van de Nieuwc Doelen worden gesloopt." Kennelijk was niet de torcn voor Van Campen de reden tot plaatsing van deze hogcrc gevels, maar het feit dat hij de oostzijde van de Nieuwe Kerk als representatieve voorgevel wilde bchandclen.

Het grondplan

De Nicuwc Kerk is een kruiskerk op een vierkant grondplan (afb. i 1). Hct Gricksc kruis wordt gevormd door twee met houtcn tonnen overwelfde beuken. De hoe- ken hebben lagere cassetten-zoidcringen (atb. 2). Czinga merkte al op dat, hocwel hct hier een kruiskerk betreft, uitwendig de indruk wordt gewekt dat het een zaalkcrk is omdat de gevels van de lagere hoeken dezelfde hoogte hebben als de gevels die de noord-zuidbeuk aan beide zijdcn afsluiten In dit opzicht wijkt hct ontwerp van de Nieuwe Kerk opvallend af van latere kerken in Neder- land met eenzelfde grondplan: de kruisvorm komt daar uitwendig wel tot

Voorbeclden zijn de Oosterkerk te Amsterdam en de kerk van Cudshoorn (afb. 12). I4 De indruk dat de Nieuwe Kerk een zaalgebouw met lengte-as is, wordt

(6)

9 Pieter Wils, Stratenplan rondom de Nieuwe lterk de aanleg van de nieuwe straat (detail uit een plat- tcgrond van dc stad Haarlem, 1648), Haarlem, C;emeentearchicf.

Foto: Gemeentcarehief - Haarlcm.

10 o

Romeyn de Hooghc, Stratcnhlan rondom de Nieuwe Kerk ni de aan- leg van de nieuwe straat (detail uit een plattegrond van dc stad Haar- lcm, 1689), Haarlem, Gemeente- archief.

Foto: Gemeentearchief Haarlem.

bovendien vcrsterkt doordat de oost-westbeuk aan beide zijden iets uitspringt, dc middenrisaliet aan de oostzijde nog een halve meter meer dan die aan westzijde

De verklaring voor dc eigenaardigheden in het ontwerp moet niet uitsluitend gczocht worden in de poging van Van Campen om de toren van Lieven dc Key een plaats te geven in zijn ontwerp. De ingezwenkte stcunberen, de hoge midden- risalicten en het effect van een zaalkerk kunnen ook nog een anderc bedoeling hebben gehad: tezamen roepen deze kenmerken het beeld op van de Tempel van Jeruzalem.

De Tempel van Jeruzalem

In de middclccuwen werd de Tempel van Jeruzalcm voorgesteld als een koepeldra- gende centraalbouw. Deze voorstelling was onjuist: de gegevens over de Tempel in onder andcre de Bijbel en de Talmoed geven cen heel ander beeld. Begrijpelijk is deze voorstelling wel. Al sinds de zevende eeuw staat op de Tcmpelberg in Jeruza- lem de zogenaamde Rotskoepelmoskee, dic inderdaad een koepeldragende cen- traalbouw is. Door dit bouwwcrk is een picturale traditie ontstaan die de Tempel van ?Jeruzalem op deze wijze voorstelt. Tot in de achttiende eeuw zijn hiervan voorbeelden te vinden. Maar al tijdens de Reformatie kregen op de teksten in de Bijbel en dc Talmoed gebaseerde voorstcllingen van de Tempel ook bekendheld. 6 Deze teksten beschrijven cen heiligdom met een lengte-as.

In 1 j 40 werd in Parijs een Latijnse bijbclcditie uitgegeven door Robert Estienne met afbeeldingen van de Tempel van Jeruzalem, gebaseerd op de inzichten van de in 1547 gestc>rven hebraicus FranCois Vatable. 17 Deze prenten kregen grote be- kendheid en werden tot in de zeventiende eeuw vele malen herdrukt, ook door andcre uitgevers (afb. 13 en 1 4). ' Zo zijn de houtsneden met de voorstelling van de

(7)

I I

W. Kuypcr, (rondplan van dc Nicuwc Kcrk (tekening uit:

per, Dutch Archiffcture, Delft 1980).

t z

Kerk te Oudshoorn.

Foto: Rijksdienst voor de i%ioixu- mentenzorg -- Zcist.

Tempel in de Deux-aes bl'jbcl," de voorgangcr van de Statenvertaling van 1 6 3 7, gemaakt naar het voorbeeld van Vatable." Ook in de ccrstc edities van de Staten- bijbel wordt de Tempel nog op deze wijzc afgebeeld,z' maar daarna, in de tweede helft van de zeventiende ceuw, wordt het beeld van de Tempel van Jeruzalem vooral bepaald door de reconstructie van Villalpando uit het einde van de zestiende eeuw en verliest die van Vatable haar populariteit.22

Van Campen en Vatable

Zoals uit de briefwisseling van Constantijn Huygens blijkt, vetnam Van Campen in december 1634, dat de uit Amsterdam afkomstige diplomaat Jacob van Wicque- fort de studie van Villalpando in zijn bezit had. Huygens vrocg vervolgens aan Van Wicquefort het bedoelde werk ten behoeve van Van Campen en zichzelf te leen.

Met is aannemelijk dat Huygens en Van Campcn de reconstructie gezamenlijk hebben bestudeerd.2\ Zou daarbij ook de reconstructie van Vatable ter sprake zijn gekomen? Het is niet onmogelijk, tcmecr nict daar Huygens enkclc jaren later in een brief aan Johan Sluysken, de griffier van het Hof van Gelderland, een bijbel- editic van Esticnnc rocmdc om dc schoonheid van de uitgave en het geleerde commentaar van Vatable.24

Tusscn de reconstructie van de Tempel van Jeruzalem van Vatable en het ontwerp voor de Nieuwe Kerk van Van Campen bestaan frappante overeenkomsten. In de reconstructie van Vatable, evenals in die van Villalpando, heeft de Tempel van Jeruzalem een lengte-as. Dit verklaart de poging van Van C:ampen althans uitwen- dig de indruk te wekken dat deze kerk een zaalkerk is (afb. 2, 6 en Ook in het ontwerp van de oostgevel van de Nieuwe Kerk is overeenkomst te zien met de reconstructic van Vatable.25 De middenrisaliet lijkt op de verhoogde middenpartij van de Tempel. Het gedeelte van de Tempelgevel dat aansluit op het schip versmalt trapsgewijze naar bovcn toc. Dc tcgen dc risaliet van de oostgevel teniet lopende steunberen van de Nieuwe Kerk beogen hetzelfde effect (afb. i en 16). Beide

(8)

13 3

François Vatable, Reconstructie van het uitwcndigc van de Tempel van Salomon (houtsnede uit: Biblia His accesserunt schemata Tabernaculi Mo.caici, eP Temjzli Sulomoni,r, quae praeeunte Francz.cco Vatabio Pa-

rijs 1546), Amstcrdam, Universi- teitsbibliotheek.

Foto: LJniversitcitshihliotheek - Amsterdam.

14

François Vatable, Reeof1struetie van het inwendige van dc Tempel van Salomon (houtsnede uit: Biblia Hi.r acce.c.rerunt .rchenrala Ta/>erfileuli Mosaici, eP 1e;vipli Salomoni.r, quue praeeunte Frlneiseo 1 'crtcrblo r...l, Pa- rijs i 546), Amsterdam, Uniaersi- teitsbibliotheek.

Foto: Universiteitsbibliothcck - Amsterdam.

gevels vallen bovendien op door hun ccnvoud: het hoog opgaande muurwerk is kaal en onversierd. De gevel van dc Nieuwe Kerk heeft als dccoratic slechts een festoen, twee wapenschildcn, hct woord 'ANNO' en het jaartal 1 649 in Romeinse cijfcrs. In plaats van de kroonlijst en de balustrade van de Tcmpel voorzag Van Campen de gevels van dc Nicuwe Kerk van een Dorisch hoofdgestel. In de recon- structie van Vatable lag, evenals in die van Villalpando, dc ingang van de Tempel van Jeruzalem op hct oostcn (afb.6 en 13).z6 Het is te betwijfelen of Van Campen daarom de hoofdingang van de Nieuwe Kerk op het oosten heeft gericht. De toren van de oude Sint-Annakapel staat immers aan de westzijde, zodat de tempelfaçade niet anders dan aan de oostzijde kon worden gerealisccrd.

De rondboogvcnstcrs in combinatie met de ingezwenkte steunberen herinncren aan de rondboognissen en ingezwenkte contrcfortcn van de Tempelberg in de reconstructic van Villalpand<o (afb.4), maar de reconstructie van Vatable heeft rondboogvensters (afb. 14). Deze vijf rondboogvcnsters boven de toegang tot de Tempel zijn door Van Campen in gewijzigde positie in zijn ontwerp overgenomen, namelijk verdeeld over de gehele breedte van dc oostgcvcl, inclusief de middenri- saliet (afb. 1 6). "?

De vraag is waarom Van Campen bij zijn on twerp vooral teruggreep op het voorbccld van Vatable, en slechts in mindere mate op dat van Villalpando. Daar- voor zijn twee redenen te noemen. Ten ccrste hceft de reconstructie van Villal- pando, in overcenstemming met de aanwijzingen in I Kronieken, ccn portaal dat

(9)

1f

FranCois Vatable, Reconstructie van het uitwendige van de Tempel van Salomon (detail uit afheelding 1 3).

16

Houten schaalmodel van de Nieuwe Kerk, Haarlem, Nicuwc Kerk.

Foto: ,J. Rijneke - Haarlem.

hoger is dan het schip (afb. Van Campen heeft dit mogelijk geen wenselijke oplossing gevondcn, omdat hij dan aan dc bcstaandc westtoren nog een oostclijkc torcn had moetcn tocvoegen. Ecn dergelijk hoog portaal was bovcndien duur, hetgeen niet strookte met dc cis van dc vroedschap van ccn zo goedkoop mogelijke oplossing.29 Ten twecde stond de reconstructie van Villalpando in de zeventiende ceuw bloot aan kritiek. Agostino Tornielli mcrkte in 1 6 1 o reeds op, dat Villalpan- do's reconstructie in klassieke stijl feitelijk een anachronisme was.;° Mogelijk declde Van Campen dit bezwaar, en zag hij de Tempel van Jeruzalem lievcr voor- gesteld als een primitief gebouw zoals de Nieuwe Kerk: de steunberen sluiten aan op een Dorisch hoofdgestel maar dragen geen kapitelen. Het muurwerk is kaal en onversierd. Van Villalpando nam Van Campen uitsluitend de ingezwenkte steun- beren over.

Jacob Jehuda Leon

De reconstructie van Villalpando werd in de zeventiende eeuw vooral bekend door een boekje van de rabbijn Jacob Jehuda Leon uit 1642: Afbeeldingbe van den Tempel Salonzonif.i' Dezc beschrijving beleefde een aantal herdrukken en verscheen in verschillende talen. De rabbijn bezat een houten schaalmodel van de tempel dat hij op diverse plaatsen tentoonstelde; zijn inspanningen leverden hem zclfs de bijnaam Templo op! Leon baseerde zijn beschrijving van de tempel voornamelijk op het Talmoedische tractaat Middoth. Bij zijn reconstructie van het uitwcndige van dc Tempel maakte hij gebruik van het voorbeeld van Villalpando." Het schaalmodel is verloren gegaan maar een aantal prenten, waaronder ook enkele die vergezeld gaan van een portret van de rabbijn (afb. 17), geven een indruk van deze reconstructie.\3 In 1674, een jaar voor zijn dood, reisde Jacob Leon met zijn houten tempelmodel naar Engeland. Hij kreeg van Huygens enkele introductiebrieven mee, waaronder een gericht aan Sir Christopher Wren. In deze brief stelde Huygens de rabbijn voor als degene die hem, lang geleden, onderricht had gegeven in de Hebreeuwse letter- kunde.34 Het is dus aannemelij k, dat ook Van Campen, die bevriend was met Huygens, de rabbijn persoonlijk heeft gekend.

(10)

17 7

Portret van Jacob _Jehuda Leon met een afbeelding van de Tempel van Jeruzalem, ca. I65 z, gravure, Lon- den, Asher Mayer verzameling - Mocatta Library.

Foto: A. Oflenberg - Amsterdam.

In de tweede helft van de zeventiende eeuw werd de Tempel van Jeruzalem steeds vaker afgebeeld met ingezwenkte steunberen.35 Het is daarom heel aannemelijk dat de ingezwenkte steunberen van de Nieuwe Kerk te Haarlem door iedereen werden begrcpen als ecn vcrwijzing naar de Tempel van Jeruzalem. Bovendien blijkt uit de Haarlemse burgemeestersresolutien dat het stadsbestuur in juni 1646 aan een jood toestemming hccft verlcend voor het tentoonstellen van een Tempel van Salomo op de Haarlemse kcrmis.'G De Haarlemse bevolking heeft dus een tempelmodel, zcer waarschijnlijk dat van Jacob Leon, op de kermis kunnen bezichtigen toen de Nieuwe Kerk in aanbouw was. Het model van Leon mat vermoedelijk 1,8o x l,Zo

x o,60 Op dit formaat zullen alle details van de verschillende Tempelge- bouwen niet precies te zien zijn geweest, maar de nissen met rondbogen en de karakteristieke contreforten van de Tempelberg moeten toch zijn opgevallen. Aan

(11)

18 8

Festoen met tie zonnebloem op de oostgevcl van de Nieuwe Kerk.

Foto: lJ. Reintjes - Haarlcm.

de Haarlemse burgerij kan het verband tussen dit model en de in aanbouw zijnde kerk niet zijn ontgaan.

De Tempel als zinnebeeld van de kerk

C. A. van Swigchcm hccft gcwezen op bronnen die vermelden, dat de ronde kerk die in 1 j 66 te Antwerpen voor de protestantse eredienst werd opgericht, werd gebouwd naar het voorbeeld van de Tempel van Salomo. De vorm van dit ge- bouw, maar ook die van andere ronde kerken, zou derhalve een symbolische betekenis kunnen hebben.38 Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor de Nieuwe Kerk te Haarlem. Deze symboliek kan als volgt worden verklaard.

In Babylon had de profeet Ezechiel een visioen van de Tempel, zoals die na de Babylonische ballingschap zou worden herbouwd.'' Een gids leidde hem door het gehele tempelcomplex en gaf de exacte afmetingen van de gebouwen op de Tem- pelberg. Al sinds de vroeg-christelijke tijd is dit oudtestamentische visioen alle- gorisch verklaard als een beeld van de christelijke kerk.40 De Statenbijbel stelt in de glossen bij de laatste tien hoofdstukken van Ezechiel dat: `Godt hier seer levendich af-beelt ende voorseyt eene gewisse ende seer volmaeckte herstellinge van sijn huys, stadt, volck, ende lant (dat is, sijne algemeyne kercke in den Nieuwen Testa- mente uyt Joden ende Heydenen) den geestlicken Godtsdienst, mitsgaders de (:hristelicke gemeynschap ende onbegrijpelicke gelucksalichheyt der strijdende, ende principalick der triumpherende kercke, met den overvloet harer geestlicke gaven en zegeninghen, onder haren Hooghe-priester, (:oninck, Vorst, Hooft ende Heere Iesu Christo.'4' De mafl die Ezechiel meevoert naar het land Israel en hem de Tempel toont is (:hristus, die hier niet verschijnt als rechter 'maer lieflick als een bouw-meester'.42

Het commentaar van de Statenbijbel zet bij de beschrijving van de Tempelcultus verder uiteen, dat deze rituele handelingen zijn op te vatten als voorafschaduwin- gen of typen van de nieuwe wet, de komst van (lhristus en de kerk. Het wassen van de dieren voor het brandoffer is een afbeelding van de doop: geestelijke reiniging en zuivering van hen die God willen dienen.43 In het slachten van de dieren en het offer dat daar op volgt wordt de kerkdienst afgebeeld: de gelovigen worden gees- telijk geslacht en aan God geofferd.44 De Tempelsymboliek van de Nieuwe Kerk kan dus volgens de verklaring van de Statenbijbel van het visioen van Ezechiel als volgt worden geformuleerd: de christelijke kerk is de ideeele voortzetting van de Tempel van Jeruzalem, haar eredienst die van de Tempelcultus.

In deze symboliek past ook de betekeni5 van het fest<>en met de zonnebloem op de oostgevel van de Nieuwe Kerk (afb. 18). Leon vermeldt dat boven de toegang tot de Tcmpcl een 'Gouden I,anteern' was aangebracht die 'als de Sonne daer op haer stralen Schoot, diende om de bedienaers des Tempels te waerschouwen dat die nu reedc ghercsen was; op datmen van alsdan den dienst van het daghelijcks Offer soude moghen beginnen'. 45 In protestantse kerken wordt de zonnebloem vanwege haar symbolische betekenis vaker aangetroffen.4(' De zonnebloem is namelijk sym- bool van godsvrucht omdat zij zich altijd richt naar de zon, zoals de ziel zich wendt

(12)

19

Prcckstoel in de Nieuwe Kerk.

Foto: Rijksdicnst voor de Monu- mcntcnzurg -- Zcist.

zo

Pieter Sacnrcdam, Preekstoel in de Nieuwe Kerk in J laarlem, uit het zuiden gezien, pen en aquarel, Rotterdam, Museum Bovmans - Van Bcuningen.

Foto: Museum Boymans - Van Bcuningcn Rotterdam.

tot Christus/ Op de oostgeve) van dc Nieuwe Kerk spoort de zonnebloem aan tot devotic, zoals in de Tempel de spiegeling van de eerste zonnestralen in de gouden lantaarn opriep tot aanvang van de ofFerdienst.

De preekstoel

Ook in de vorm van de preekstocl van de Nieuwe Kerk is een soortgelijk verband met de Tempelcultus te herkennen.

Het ontwerp van de preekstocl, dat aan Van Gampen is toegeschreven,? wijkt opvallend af van het in die tijd gebruikelijke type. Tot dan toe was ccn veelhoekige kuip, al of niet steunend op een voct, gebruikelijk. Deze kuip werd bevestigd aan de muur of een zuil, en meestal voorzien van een ruggeschot en een klankbord.49 In de Nieuwe Kerk staat de preekstoel niet alleen vrij in de ruimte" maar wijkt ook het ontwerp af; de recht opgaande preekstoel heeft een vierkant grondplan en is aan weerszijden met trappen te bereiken (afb. y en zo).f' Het klankbord wordt gedragcn door vicr zuiltjes. Dit type preekstoel heeft op verschillende plaatscn in de Republiek navolging gevonden. 12

V66r de prcekstocl stond aanvankelij k een lager voorlezersgestoelte: op dc schil- derijen en tekeningen die Saenredam van het intcricur maakte is dat duidelijk te zien (afb. 2)." In later tijd is dit gestoelte aan de voorzijde van de preekstoel bevestigd. Bij de restauratie in de jaren dertig van deze eeuw werd de koperen lezenaar verwijderd en de bovcnzijde voorzien van een tafelblad."

Het doophek dat Saenredam op een constructietekening en ccn schilderij heeft afgebeeld, voor zover ik heb kunncn nagaan, nooit in de Nieuwe Kerk aanwezig geweest." Vermoedelijk is het, evenals het oorspronkelijk bedoelde aantal zuilen, op last van de opdrachtgevers niet uitgevoerd. Mogelijk vonden zij een dooptuin in de Nicuwe Kerk niet noodzakelijk, omdat deze alleen werd gebruikt als preek- kerk ; er werd niet gedoopt en getrouwd cn in de eerste jaren werd er ook geen

(13)

:u I ' Juan Bautista Villalpando, Rccon- structic van het reukofferaltaar in de Tempel van Jeruzalem (gravure uit: Hieronymi Pradi et loannif Baptif- tae Villalpandi e Societate le.rzs In chielem Explanationes [...], vol. z,

Rome Amsterdam,

Universiteitsbibliotheek.

Foto: Universiteitsbibliotheek - Amsterdam.

22 z

,Jan Bouchorst inv., Willem Aker- sloot sc., 'Triumph van Damiae- ten', (ets uit: Ampzing, $eSChrya?inge ende lof rler stad Haerletv, Haarlcm T628), I laarlcm, Gemeentcarehief.

Foto: Gcmcentearchief- Haarlem.

(14)

A vondmaal Ilroonluchters, nodig voor de verlichting van de kerk tijdcns de winteravonden, werden pas in maart WS 2 opgehangen!"

Van Campen gaf de preckstocl, liet liturgisch middelpunt van de protestantse crcdienst, een centralc plaats in het kerkinterieur. In hct ontwcrp van de preekstoel lijkt hij zich daarbij opnieuw te hebben laten leiden door de reconstructies van de Tempel van Jeruzalem. Tussen de vorm van dc preekstoel en die van het reuk- offcraltaar in de Tempelreconstructies van Vatable (afb. 14) en vooral die van Villalpando (atb.2i) bestaat overeenkomst. De hoeken van het reukofferaltaar, waarop Villalpando hoornen plaatste, ,8 werden door Van Campen voorzicn van koperen zuiltjes die het klankbord dragen. Van het rijke beeldhouwwerk, waarmee Villalpando het reukorferaltaar voorzag, nam Van Campen alleen de festoenen over. De zijdclen van de trappen aan weerszijden van de preekstoel, die bij het reukofferaltaar ontbreken, vertonen, evenals dc stcunbcren van het kerkgebouw, ccn ingezwenkte lijn. Hoewel dit alleen een kwestie van vormgeving zou kunnen zijn, is het mogelijk ook hierin ecn symbolische verwijzing te

Op vcrschillende hijhelplaatsen wordt gesproken over het reukofferaltaar dat, zowel in het Tabernakel als in de Tempel van Jeruzalem, v66r de Voorhang van het Heilige der Heiligcn stond opgesteld. Er werd dagelijks door dc priesters reukwerk op geofferd.6o In de beschrijving van het reukofferaltaar in het boek 1 ':zechiël, die afwijkt van die in de boeken Exodus, i Koningen en II Kronieken, is sprake van een houtcn in plaats van een gouden altaar en bovendien worden grotere afmetingen opgegeven.?" De glosse in de Statcnbijbcl stelt dat-hiermee aan de profeet een bccld is gegeven van 'de voorbiddinge onses Advocaets, des Heeren (:hristi, die voor sijns Vaders aengesichtc stccts voor ons verschijnt, [...1 mitsga- ders dc gcbcden, die wv in (:hristi naem doen, ende voor Godts aengesichte op-

Het reukorferaltaar, dat opgesteld stond voor de Voorhang, wordt dus uitgelegd als een symbool van Christus die als Verzoener voor zijn vader ver- schijnt. Het reukwcrk moet in dit verband worden uitgelegd als een symbool van de gebeden en dankzeggingen van de gelovigen in Christus' naam.6\ Dc vorm van de preekstocl zou cr dus op kunnen duiden dat onder het Evangelie voor de gelovigen vcrlossing mogelijk is door dc voorspraak van Christus, en dat de voorganger namens de gemeente de gebeden opzendt als reukwerk.

De Tempel door afgoderij bezoedeld

De Haarlemse dominee Samuel Ampzing zette in 1629 de klaagliedercn van Jere- mia op rijm omdat, zo schreef hij in zijn voorwoord, Gods kerk het zwaar te verduren had. Hij vergeleek de verdrukking van de protestantse kerk in Europa met de verwoesting van Jeruzalem door de Babyloniers. De trawanten van de paus hadden Gods Heilige Tempel verontreinigd en Jeruzalem tot stecnhc->pen ge- maakt.? Enkcle jaren later werd in Haarlem een anoniem werkje uitgegeven waar- in dczclfde beeldspraak werd gebruikt: Ee?grortdelijc?e verklaringe Darciels ende loan- rais openbaringen: streckende tot refor?zation der verdestrueerde sladt én tempel clesgheestelijc-

of Gemeenten Gods.')' In deze verhandeling worden de geheurtenissen in hct Oude en Nieuwe testament uitgelegd als prefiguraties van de contemporainc De schrijver betoogt, dat hetgeen dc jodcn naar de letter is geprofe- teerd, door de christenen figuurlijk begrepen moet worden. De profetiecn die golden in die tijd van de Wet, zijn daarom ook geldig voor de evangelische tijd.()7 Zoals God de joodsc gcmeente twee keer heeft opgericht, namelijk voor cn ni de Babylonische ballingschap, zo zal Hij ook de christelijke gemeente twee keer op- richten : voor en na de antichrist. Daarna zal de eeuwigdurcndc gemeente in de hemel Vervolgens wijst de schrijver talloze overeenkomsten aan tus- sen dc bijbelse geschiedenis van het Volk Israels en de gcschiedenis van de chris- tenheid. De belangrijkste overeenkomst is wel dat de christenen, evenals de Isra6-

(15)

lieten destijd, afgoden zijn gaan aanbidden. De lsraelieten kwamen als straf voor hun zonden in Babylon tcrccht waar zij niet konden leven naar hun eigen wetten.

Op enkele vromen na, verviclen allen tot het eten van onreine spijzen. Evenzo werden de christenen als gcvangenen naar Rome gevoerd, de Babylonische gevan- genis waar de christenen hun godsdienst niet meer zuiver konden belijden.69 Zoals koning Cyrus Babel veroverde en de joden opdroeg terug te keren naar Jeruzalem

<_>m de Tempel te herbouwen, zo heroverde Christus voor God het rijk waaruit Hij verstoten was en liet de geestelijke erfgenamen van de oude Israelieten terugkeren naar Jeruzalem om de christelijke kerk te herstellen. Cyrus gaf de gouden en zilveren vaten uit de Tempel van Jeruzalem, die door de Babyloniers waren ge- roofd, terug aan de joden. Christus gaf de artikelen van het geloof en alle goede leringen, die door de Paus waren meegevoerd naar zijn onreine Tempel te Rome, terug tot vcrsiering van de herstelde Tempel van Jeruzalem.7° De teruggekeerde joden ondervonden bij de herbouw van de Tempel tegenwerking van de Samarita- nen. Evenzo ondervonden dc ccrstc christcncn dic dc Tempel herbouwden op het fundament van de apostelen tegenwerking van de Paus. Maar zoals de tempel van Zerubabel uiteindelijk voltooid werd, zo was de voltooiW g van dc Tempel van het nieuwe geestelijke Jeruzalem, opgetrokken uit geestelijke stenen, nu spoedig te verwachten. Op 'het fundament van de eerste Tempel, beschreven door dc Evangc- listen, werd nu de tweede gezuiverde Tempel herbouwd. De onreine Tempel van de Paus, de antichrist, was verwoest.''

De Tempelsymboliek van de Nieuwe Kerk is dus mogelijk te begrijpen als een verwijzing naar de herbouwde Tempel van Jeruzalem. In hct ontwcrp is cen, voor die tijd overigens niet zeldzame, verwijzing te herkennen naar de overwinning op het roomse Babel en de Spaanse tirannie.72 Op de plaats waar dc ccrstc Tempel had gestaan, waar de ware godsdienst moest wijhen voor afgoderij, staat nu de gerefor- meerde, dus gezuiverde, kerk. Deze symboliek sluit gocd aan bij dc woorden van dominee Clerquius, die in zijn inwijdingspredicatie kwam te spreken over het katholieke gebruik kerken op te richten voor ecn heilige: 'Na dic Supcrstiticusc wijse heeft dan ook dese plaetse eertijts de name gekregen van S. Anne kerck door den Pausgezinden hacr ghcgcven. Doch overmits dit teghenwoordighe werck als nu ghebouwt is niet ter eeren van eenigh schepsel, maer van den Schepper selve - soo sal het goedt wcscn dat met den oudcn afghebroken kerck oock haren ouden superstitieuse Name begraven worde, ende dat liever dese plaetse DE N1EUWE I<E R C K mach ghenoemt werden'.7I Hier krijgt het woord `nieuw' dus een diepere betekenis. Niet `materieel vernieuwd', maar vernieuwd in religieuze

Tempel des Vredes

De gereformeerde kerk was, tot 179 5, de door de overheid bevoorrechte kerk. De lagere overheid had, naast andere vormen van bemoeienis met de plaatselijke kerk, zeggenschap over de bouw, de inrichting en dc decoratie van de publieke kerk- ruimte .7 De gereformeerden meenden dat zowel kerk als overheid religieuze taken had te vervullen. Artikel 36 van de Nedcrlandsc gcloofsbelijdenis droeg de over- heid op: `om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valse godsdienst; om het rijk des antichrists te gronde te werpen en het Koninkrijk van Jezus Christus te vorde-

In het ontwerp en de decoratie van de Nieuwe Kerk zijn inderdaad toespe- lingen te herkennen op de rol van de Haarlemsc magistraat als beschermer van de gereformeerde godsdienst.

Gedurende de Tachtigjarige Oorlog en de pcriodc daarna werd in de literatuur en beeldende kunst van de Republiek vaak een verband gelegd tussen de lotgevallen van haar bewoners cn dic van het Volk Israels in het Oude Testamcnt? Zo besloot Vondel zijn toneelstuk Het Pascha qfte De L'erlossiu?e Lrraels uit igg) pten uit i 6 i z met cen 'Verghelijckinghe vande verlossinge der kinderen Israels met de vrijwor-

(16)

dinghe der Vcrecnichde Nederlandtsche Provincien'. 78 En Revius dichttc na dc brandschatting van de Veluwc in I6z9: 'Aan d'ljselstroom, alwaar wij treurig zatcn [...]', analoog aan de tekst van psalm 13 7: 'Acn dc Rivieren van Babel, daer saten wy, oock weenden wv, als wy ghedachten aen Zion'. 79

Dc bouw van de Tempel van Jeruzalem door koning Salome vend plaats tocn in Israel een periodc van rust en vrede aanbrak: de Filistijnen waren voorgoed verdre- ven. In het jaar i645, toen Van Campen zijn model van de Nieuwe Kerk aan de Haarlemse vroedschap toonde, was in de Republiek de vrede in zicht. Al in maart 1 64 waren voorbereidingen voor dc onderhandelingen te Munster begonnen. De ondcrhandelingsdelegatie van de Staten-Generaal arrivecrdc cr in januari 1646.

Aanvankelijk haddcn dc onderhandelingen tot doel te komen tot een bestand, maar al spoedig werd gestreefd naar het sluiten van vrede. De ondertekening van het verdrag door dc dclegaties van de Staten-Generaal en Spanje volgde op 30 januari 1648. De ratificatie en afkondiging vondcn plaats op i en 16 mei daarop-

Maar lccl; in W45 de vrede al zo zeker dat met de bouw van de 'I'empcl begonnen kon worden? Of moet dc verwijzing naar de Tempel van Jeruzalem eerder uitgclegd worden als een verlangen naar vrede? De Hollandse regenten dreven in de jaren veertig de vredesonderhandelingen door, zeer tegen de zin van Fredcrik Hendrik.81 Met is daarom niet onmogelijk dat de Haarlemse regenten, zichzelf beschouwend als vrcdcstichters, in het model van Van Campen een zinspe- ling hcrlcenden op de vredevorst Salomo.

Een vergelijking van de bouwgcschiedenis van het stadhuis van Amsterdam met die van de Nieuwe Kerk in Haarlem levert een intercssante parallel op. Hoewel de plannen voor de bouw van het Amsterdamse stadhuis dateerden van v66r 1648, het jaar waarin de vrede gesloten werd, gold het stadhuis toch als een vredesmonu- ment. Hct lofdicht 'Aan de Vreede, op de grondtbouw van 't Stadhuis' van Reinier Anslo uit 1 649 wijst daarop. Tocn de Vrede van Munster eenmaal was gesloten, hechttcn de burgemeesters hun goedkeuring aan een groter plan voor het stadhuis dan aanvankelijk was bedacht. In i65o besloot het stadsbestuur dat de figuur van de vrcde het tympaan zou bekronen.82 In Haarlem zien we een soortgelijke ontwik- keling. Toen de vrcdc stccds naderbij kwam, werden wijzigingen aangebracht in de oo>rspronkelijke plannen voor de Nieuwe Kerk. Zo kwamen de burgemeesters op 6 juni 1647 tcrug op hun besluit de glazen onbeschilderd te laten en gavcn zij opdracht daarin de wapens van de stadsbcstuurders af te beelden.83 Bovendien besloot de vrocdschap in februari 1648 het plan tot aanleg van een nieuwe straat op de as van dc oostgevel, dat al twcc jaar eerder was ingediend, alsnog goed te keurcn.84

De gewelfschilderingen: De legende van Damiate

Op dc schilderijen en tekeningen die Saenredam van het intcrieur van de Nieuwe Kerk maakte is duidelijk zien, dat de houten gewelven van de Nieuwe Kerk al in de bouwtijd werden gesierd door schilderingen (afb. z en 20).85

Deze schilderingen houden verband met de legende van Damiate, die door Samuel Ampzing in zijn kroniek Beschr:yz/inge ende lof der stad Haerlem iyz Holland als volgt werd verhaald.? Nadat de keizer in het jaar 1188 had opgeroepen tot ecn kruis- tocht, vertrokken onder aanvoering van dc graaf van Holland ook Haarlemse burgers naar het oosten. In Egypte werd de havenstad Damiate door de vloot van de kruisvaarders belegerd. Tussen de beidc torcns aan de havenmond was door de Turken en Saracenen een ketting gespannen die de toegang verhinderde. Het Haarlemse schip wist echter door tc breken; met een grote zaag, bevestigd aan de kicl, wcrd de ketting gebroken en de stad kon worden ingenomcn. Als dank voor deze daad vermeerderdc de kcizer het Haarlemse stadswapen, dat tot dan toe vier sterren droeg, met een zwaard en het devies 'Vicit Vim Virtus'. Daarbij voegde de

(17)

2.3

Gewelfscliildering in dc oostbeuk van de Nieuwe I?crk: wapen van de stad Haarlem met putti, palrntak- ken, lauwerkrans en kroon.

Poto: J. Rijneke- I laarlem.

'-4

Gcwdfschildcring in de westbeuk van de Nieuwe Iierk: twecdc of zo- t;enaamdc dubbelwapen van de stad I Iaarlem met putti, palmtakkcn en k, roon.

Rijneke - Ylaarlcm.

z5

in de krljising van de Nicuwc de zagcn cn klokken van Damiate.

J. Rijneke - flaarlcm. patriarch van Jerusalem nog een kruis. De Haarlemse burgers die hadden dccige- nomen aan de tocht, keerden ieder huiswaarts met ccn eigen, door de strijd verkre- gen, wapcnschild. Bovendien werden bij thuiskomst twee klokjes in de torcn van de Grote Kerk gehangen, de 'Damiaatjes' geheten, die, wanneer zij werden geluid, herinncrden aan de overwinning bij Damiate. De oudste versie van dit verhaal is die in dc latijnse kroniek geschrevcn tussen 1484 en 1494 door de prior van het Haarlcmse Karmelletenklooster Johannes a Deze legendc, waarvan de historiciteit in dit verband niet van bclang is, werd ook al in de zeventiende ceuw, zo is tc lezcn bij Schrevelius, `bv sommighe voor een fabel ghehouden'. RR

Ampzing nam in zij n kroniek een lofdicht op, getiteld 'Triumph van Damiaeten', waarbij hij aantel:ende dat dit gedicht verwees naar het glas van Jan Bouchorst dat zich in de zaal van de vroedschap op hct Haarlemse stadhuis bevond. g9 Dit uit de vroege zeventiendc eeuw daterende glas is inmiddels verdwenen.'" Bij het gedicht werd een prent van hct bedoelde glas gevoegd (afb. 22). Rondom een voorstelling van het Haarlemsc schip dat de haven van Damiate binnenzeilt, staan trofeecn, dc wapens van de kruisvaarders en van enkcle oude Haarlemse families afgebeeld, en wordt de Haarlemse stedemaagd door palmtakken dragende figuren gelauwerd.

Het is aannemelijk dat de schildcringen in de Nicuwe Kerk zljn gebaseerd op het glas van Bouchorst in hct stadhuis, hetzij direkt, hetzij indirekt via de prent in dc kroniek van Ampzing. In de oostbeuk is het vcrmccrderde stadswapen afgebeeld met palmtakken en dric putti, waarvan een een lauwerkrans vasthoudt. Bij hct wapen is behalve het devies ook, in Romeinse cijfers, het jaartal i 1 8 geschreven (afb. 23). In de wcstbcul; is het tweede of het zogenaamde dubbel stadswapen met de dorre boom afgebeeld, eveneens gcdragcn door putti en gesierd met palmtak- kcn (atb. In de kruising zijn de zegetekens van de strijd bij Damiate geschil- derd : zagen en klokken (at%, Tot slot zijn in de noord- en zuidbeuk de

(18)

z6

C?ewelfschilderin? in de noordbeuk van de Nieuwe Kerk: wapens van de kruisvaarders.

Foto: J. Rijnelie - Haarlem.

27

Cewclfsehildering in de zuidl)cuk van de Nieuwe Kerk: wapens van de kruisvaarders.

Foto: J. Rijneke - Haarlem.

wapenschilden van de Haarlemse kruisvaarders, de wapens van enkele oude Haar- lemse geslachten, het wapen van Holland en het Haarlemse stadswapen gcschil- derd (afb. 26 en 27).93

Dat op de gewelven van de Nieuwc herk wcrd hcrinncrd aan dc lcgendarischc wapenvermeerdering is voor die tijd nict uitzonderlijk. De legende van Damiate wcrd al van dc vroege zestiende eeuw af op gebrandschilderde glazen uitgebeeld.94 Bovendien bestond, zoals bij Hadrianus Junius te lezen is, in deze eeuw bij de Haarlcmsc jcugd de gewoonte op I januari in optocht door de stad te gaan met stokken waarop als kruisvaarder uitgedoste poppen of schepen met zagen aan de kielen waren bevestigd. Deze traditie was in de zeventiende eeuw, zo meldt Amp- zing, al lang in onbruik geraakt.1' Een mogelijke verklaring hiervoor leverde Schrevelius in 1648: de jaarlijkse optocht zou uiteindelijk afgeschaft zijn, 'om superstitie Hoewel deze optocht, die kennelijk in de ogcn van hct stadsbestuur teveel herinnerde aan een rooms-katholieke processie, niet meer werd gehouden, werd toch nog moeite gcdaan om dc hcrinnering aan dcze gebeurtenis uit de Haarlemse geschiedenis levend te houden. In de zeventicnde eeuw werd de legende, niet in de laatstc plaats door dc inspanningcn van het stadsbestuur, zelfs populairder dan ooit tcvorcn.? Het stadsbestuur verstrekte in die periode meer- dere opdrachten tot uitbeelding van de legende. De opvallendste voorbeelden daarvan zijn het nieuwe westvenster in de Grote Kerk,98 de decoratie van de vrocdschapskamcr op het stadhuis'`' en de gewelfschilderingen in de Nieuwe Kerk.

Strijd tegen de Spanjaarden

Zoals bij de gereformeerden gewoon was, koos de overheid bij dc dccoratic van de kerkruimte soms een concreet voorbeeld uit de geschiedenis, dat de gelovigen als spiegel werd voorgehouden. Hct betrof dan geschicdenissen uit de Bijbel, de

(19)

kerkgeschiedenis, maar ook de eigen lotgevallen in de Tachtigjarige Oorlog.'°°

Van Swigchem heeft daarom de voorstelling van de verovering van Damiate op het uit daterende en door de stad Haarlem geschonken glas in dc Sint Jans- kerk van Gouda, als volgt uitgelegd. De strijd van de Haarlemmers tegen de mohammedanen zou in de tweede helft van de zestiende eeuw aktucle bctekenis hebben gehad vanwege de dreiging die toen uitging van de Turken.'°' Dat de uitbeelding van het verhaal van Damiatc een aktuclc bctekenis had is ook door E.

de Bievre verondersteld, al wijst zij op cen andere dreiging als aanleiding. Zij duidt de voorstelling van de verovering van Damiate op het wandtapijt in de vroed- schapskamer als een voorbeeld voor de strijd tussen de katholieke Spanjaarden en de protestantsc Haarlemmers.102 De Bievre heeft haar veronderstelling gebaseerd op de inrichting van de vroedschapskamer, maar ook uit andere zeventiende- ccuwsc bronncn blijkt deze betekenis.

In zijn kroniek besteedde Ampzing uitvoerig aandacht aan het dramatische bcleg van Haarlem door de Spanj aarden in de j aren 15 7 2 - T 7 3 . Hoewel de belcgering werd gevolgd door een inname, prees Ampzing de bevolking toch voor haar vroomheid en moedig verzet: de honger immers en niet het Spaanse zwaard had de bevolking op de knieen gedwongen. [0\ Zijn uitvoeri g e beschri J vin g van het beleg leidde hij in met het lofdicht en het verhaal van Damiate.104 Het bewijs voor de Haarlemse deelname aan de kruistocht was volgens Ampzing het stadswapen en de tekens daarin werden door hem als volgt uitgelegd:

'[...] Hct VELD cn't s wAE R D getuygen

Dat Damiaet voor ons den hals heeft moeten buygen, De S T E R R EN dat ons naem stcyl tot dc sterren gaet,

KR IT)-/ vcrmeld het cynd cn oorsack van dc

Dcze laatste versregel maakt duidelijk dat de religie de inzet was van de verovering van Damiate. Evenzo was dat volgens Ampzing het geval geweest bij hct verzct tcgcn de Spaanse belegeraar: de Haarlemse burgerij zag zich geplaatst tegenover een vijand van de staat en 'des Heren Iierk'. "'" Ook Souterius, in diens uit 1630 daterendc Seer uytmu?tende Nederlandt.rche T?ictorien,'°' gebruikte de verovering van Damiatc als inleiding op een verslag van een belegering van een stad, ditmaal de inneming van 's-Hcrtogenbosch door Frederik Hendrik in De val van Damiatc in dc handen van de kruisvaarders was eenvoudig te verklaren, want: 'Soo wil Godt, de Heydenen vcrdrijvcn, voor den Christenen, wanneer sy yveren over de voortplantinghe ende uytbreydinghe Sijns H.Evangeliums Souterius zowel als Ampzing zag in de gebcurtenissen bij Damiate een parallel met het heden:

in de strijd tegen de vijanden van de kerk was men van Gods bijstand afhanke1ijk. [[0 Zij zagen de verovering van Damiate als een duidelijk prototype van de strijd tegen de Spanjaarden.

De inname van de stad Wezd in 1629 door het leger van de prins, gaf in Haarlem aanleiding tot het opvoeren van een schouwspel. Op de markt stonden twee hou- ten torens opgcsteld waar een schip naartoe werd gedragen alsof het er met volle zeilen op afstevende. Vanuit de torens en het schip werd vuurwerk afgestoken.

Daarmec werd, zo legde Souterius uit, de overwinning vertoond die de vrome Haarlemmers eertijds hadden behaald in Egypte. Daar hadden zij 'een openwegh voor dc vlootc dcr Christenen ghebaent [...] om tot de Stadt Damiaeten te sylen, cnde die te vcrovcren'. "' Het is wel duidelijk dat in het spektakel deze gebeurtenis uit het verleden niet allecn wcrd aangcwezen als prototype van de strijd tegen de Spanjaarden, maar diende als symbool van het heden.

(20)

2.8

Cornelis l3cclt, De Grote Markt en het stadhuis tc Haarlem bij de af- kondiging van de van M un- stcr, dock, Leningrad, Hermitage,

R. J. Kalf I-Iaarlcm,

Bescherming van de ware religie

J. Spaans heeft in de velc opdrachten van hct stadsbestuur een poging van de magistratcn herkend om de confessioneel verschciden burgerij tc stimuleren tot stedctijk patriottisme; het verhaal van Damiatc zou geen houvast hebben geboden voor het verbindcn van Haarlems roem in deze aan een bcpaalde confessie of partij. 112 Uit het voorgaande blijkt cchter hoezeer het Damiate-verhaal verbondcn werd met dc strijd voor het ware gcloof. Bovendicn getuigt het feit dat de ultbeel- ding van de legende behalve in de doelen en het stadhuis, ook wordt aangctoffen in de gercformcerde kerken van de stad, dat het verhaal voor het stadsbestuur en de gereformeerde kerk een spcciale betekenis had. Dit werd treffend gcillustreerd met dc vcrsiering van het stadhuisbordes bij dc plcchtige afkondiging van de Vrede van Munster door de Haarlemse regenten op juni 1 648 . Daarbij werd het grote wandtapijt uit de vroedschapskamer opgchangen aan de balustrade 3 Dcze dec<>ratie stcldc de regenten, die met Gods hulp de Spaanse tiran hadden verdreven, op een lijn met de kruisvaarders van Damiate als beschermers van hct ware geloof. In hct ikonogra11sch programma van de Nicuwc Kerk presenteerde de overheid zich op soortgelijkc wijze. In aansluiting op de wapens van de kruis- vaarders in dc gcwclven" ' prijkten de wapens van dc regcnten in de vensters.'" ?'11 deze wapens behoorden toe aan Haarlemmers die het zwaard hadden opgcnomen tegen dc machten die de kerk bedreigden!

In de kerk was de stedelijke overheid aldus nadrukkelijk present: niet allcen lijfelijk in dc tegenover de preekstoel opgestelde regeringsbank 116 maar ook in de decoratie van dc kerkruimte. In zijn inwijdingspredicatie wees Clerquius op dc beiangrijke positie die de Haarlemse magistraten haddcn als handhavers en bcschermers van de Calvinistische kerk. Hij vergeleek de rol van de overheid cn dic van de kerk in de samenleving met dc twee zuilen in hct voorportaal van de Tempel van Salomo: ` 'Want soo ccn van deze beyden verbroken wordt of wech genomen, terstont sal hct

(21)

gcbouw waggelen [...J cndc alles dreygen een gewissen ondcrganck.' Daarom hadden vrome helden als Mozcs en David 'met alleenlich bcsorgt den welstant van dc Politve, maer oock de bevorderinghe vande ware Rcligic'. C)p dezelfde wijze hadden de Haarlemse magistratcn met de bouw van de Nieuwc Kerk bewezen, zo hicld Clcrquius zijn gehoor voor, vaders van de burgcrij cn voorstanders van de warc christelijke gereformecrde religie te zijn."' Zijn predicatie droeg als titel cen vcrs uit psalm 48: '0 Godt, wy gedencken uwcr wcldadigheyt in 't midden uwes Tempels'. ll8 Deze psalm bezingt de stad _Jeruzalem die, volgens de glosscn in de Statenbijbel, een becld is van de heerlijkhcid cn gelukzaligheid van dc kerk van (:hristus.'" Clerquius wces de regenten aan als degenen die, met Gods hulp, de verkondiging van het ware geloof in dc stad hadden mogelijk gcmaakt."" De I-Iaarlemse burgers hadden daarom reden, evenals David, God tc danken in zijn Tempel: `Ghv Christenen al te samen erkent wel met dancksegginghe den yver endc voorsorghe van uwe Magistraten ter op-bouwinghe van Jerusalem: maer danckt voor al Godt den Hecrc dic haer sulcks heeft in het herte gegheven.""

Slotbeschouwing en conclusie

Dc Nieuwe Kerk te Haarlcm is mogelijk niet dc ccrstc protestantse kerk gewecst waarvan de bouwvorm ovcrccnstemt met de veronderstelde bouwvorm van dc Tcmpcl van ,Jeruzalcm, Kr bestaan immers aanwnjzingcn dat bij de eerste, door de protestanten <>pgerichtc, rondc kcrken in de Nederlanden, de traditi<>nclc uit dc middclceuwen overge)everde voorstelling van dc Tcmpcl van ,Jeruzaleni is nage-

Van Campen voorzag de kerken van Hooge Gwaluwc en Renswoude, beide date- rend uit de periode 1639 - 164 I, van ingezwenkte steunberen, die mogelij k eveneens als verwijzing naar dc Tctnpcl van (eruzaiem begrepen mocten De reden dat hij in zijn ontwerp voor de Haarlemse Nieuwe Kerk dc gchclc bouwvorm een svmbolische betekenis gaf, houdt zeer waarschijnlijh verband met de periode waarin deze kerk werd onrworpen, toen associaties met de bouw van de Tempcl van Jcruzalcm voor de hand lagcn. De ingezwenkte steunbeer, die door Van Campen in de architectuur van dc Republiek werd gcfntroduceerd, wordt ook aangetroffen bij de Grote Synagoge ( 1 670 - 1 67 1 ) en de Portugcse Synagoge ( 1 67 1 - 167)) te Amstcrdam. Er is al vaak op gcwczen dat bij de bouw van de synagogen in de Republick de protestantse kerken model hebben gestaan. Nu blijkt dus dat niet alleen het ontwerp, maar ook de bouwsymboliek van dezc synagogen aan het voorleeld van protestantse kerken werd ontleend.' ?' Deze bouwsymboliek heeft voor de joden natuurlijk niet dezclfdc bctekcnis gehad als voor dc

Waarschijnlijk is de betekenis van de ingezwenkte steunbecr tot in de achttiende eeuw begrcpen. Hiervoor pleiten dc wijzc waarop de Tempel in deze periode werd afgcbccld dn cen veelbetekenende tekst op een gevelstecn van de Kapelkerk te Alkmaar die in 1 707 werd ingcmctscld in een nieuw gebouwde vleugel met inge- zwenktc steunberen:

'Twas Jacob, Vrvburghs' Zoon; died Hoecksteen Veste Aan T'nieuw Gebouw van dees'veroudc hcrck:

Den Hcmcl-Koninck CTeev'het streck ten beste Van Christus Huvs en Geestlvck Tcmpcl

Dc bcstudering van de Nicuwe Kerk heeft duidelijk gcmaakt hoezeer hier de godsdienstige opvattingen van dc gcreformeerden in het ontwerp en de inrichting tot uitdrukking komen. Dit staat wel lijnrecht tegenover wat men vroeger zag als karakteristiek voor deze en anderc protcstantse kerken. Er zou 'niets protestants' in zijn te herkennen maar slechts nabootsing van Italiaanse voorbeelden. Er zou wel stijlbesef uit spreken maar geen religicus bcscf. 'De mooie zcventiende-eeuwse

(22)

Nieuwe Kerk te Haarlcm, de Marekerk te Leiden ciiz. zijn ,geesteskinciercn van dc Renaissance, niet van de Dat deze visie, die haar wortels hecft in dc negentiende de Nieuwe hcrk in Haarlem onrecht doct, hoop il; met dit onderzoek tc hebben aangetoond.

NOTEN

* Dit artikel is een I)cxx-crkitig van mijn doctoraalscriplie (Universiteit van Amsterdam onder hege- leidiny van Cerrit Vermeer).

CA. Swlgchem, J. Brun1 cn p, J. J. van Thicl dank ik voor hun aqnvtilliiigen en verbeteringen.

Frans Tames, Roh Ruurs, ;\nncl van dcn Rik Deinema, A.

Offcnberg en Ni. Thierry dc l3vc D611ciman dank ik voor hun des- kuiadil, ,,c hulp. l3rittha \-an 'I'tiren- Neuman, kostcrcs van de Nieuwe Kerk, bcn ik erkentclijlz voor haar hereidwillige medewcrking.

De in dc noten gebruikte atlwrting GAH staat voor Gemecntc Archief Haarlem.

' Zic voor de 1:)ou,,k,,gescliicdeiiis van de Nieuwc Iicrk:

M. D. Ozinga, 1'rote.rtant.rche hier te landege.rtichl i fg i7g_3. Onder-

naar hun boiim,- eii ontmikkelin ?.c-

?e.rchierlerzi.r, Amsterdam 1929, pp- 59-M-

K. Fremantle, 'Jan Jaiisz. de Vos, Sculptor of Haarl;ni, the Author of some Notable Lost Works', Ond- Ilolland 80 (196j) pp.6j-I i i.

, Dc andere inzcndingen zijn hc- sproken door:

Ozinga, op.cit. (noot i), pp,()o-62.

en Fremantle, o_p.cil. (noot i), pp.8z-87.

; Het is niet duidelijk w61ar< >rri (ic vrocdschap besloot het aantal zui- len te bepcrken. Volgens Ozinga deed zij dit met het oog op de kos- ten, maar het is ook mogelijk dat dit bcsluit is ingegeven door dc wens om voor ecn zo groot moge- lijk deel van de kerkgangers direct zicht op dc preekstoel te verkrijgcn.

Ozinga, (noot I ), p. 64.

G. Schwartz & M. Bok, Pielfr De schilder in .?-?aa tijd, Maarssenj's-Gravenhage ig8g, cat.nrs. 73, 74, 76 en 92.

%o hlijkt uit de aantekeningen van dc vergadering van dc kcrkcraad op j mei 1 648.

De ifia,ijdingsprcdicatie van domi- nee Clerquius werd, tczamcn met een predicatie dic werd l;ehc>uden tcr gelegenheid van de plechtige at- kondiging van (ic V'rcdc van ster op 10 juni 1648, in drul; uitgc- gevcn. De burgemeesters van I Iaar-

Icm beslotcn op r8 augustus 1 <>4X de predikant daarvoor een geldhc- drag te geven. Van deze eerste druk k heh ik geen cxciiipl.-t?ir kunnen vin- den. L it ¡ 6(12 datecrt de twccde druk N-criiiecrderd met ccn derck prcdicatie.

G A i, ."1 rcbie/ rail (le IAer,?eracrd der i?'edorlands Efei-i,oi-i?yde Gerraeente te Haarlem, inx.. fir. to: resoluties 1 64H- tC,S9 (S mei 1648).

G A 11, flaar/em,

inv.nr. t 5: 1>ur?emc:eatcrsresc>lutics 1 647- 1 648 ( 1 8 au?ustus

J. Glcrquius, t_'narz?elis<l.zo L',y't.yestort 7'ei- Irzzz???iryr· narr de '<

K»r& lot flaerlem 1 (;(J2.

, Ozinga, op. cit. I), pp. 6 5 - (,6.

K. Fremantle, The Baroque 7oii,iil),ill u% :=am.rterdanr, Utrecht 1959, p. JO').

P.'1'. Swillens, Jacob C,rrn??,ert.

.S'cl)ilder fJ/ boiiii,,,Iieesl(,r rJ9J-rGf; , Van (;orcutii's Historische Bihbo- >- theck (63 ), .\ssen ig6i, p. r2e).

" In 1929 heeft Zwarts de Tempel- symboliek van de Portugese svna- goge te Amsterdam besproken en gcwezen op de verbandcn tussen het ontwerp van de synagoge en het Tempelmodel van Jacob jc- huda Leon, Enkele jaren later hc<:it Zwarts in het tijdschrift ITistnrirr dc verbandcn tussen dat Tempelmodcl cn dc reconstructie van Villalpandc>

besproken.

.J. Zwarts, I loofdstuk-.k-.err ijit de Ge- scbicrdeni.r dor foden in iiict i een inleiding van I I. T?ruT;mans, Zutphen 1929.

J. Zwarts, 'Oud Hollandse model-

!en van de Tempel van Salomo', Historia. Maandsclirift voorgesclriede- llis err kurrst?cAschiederzis, (4) 1938, I)P.277-z37, 3?7-jto, 38r-38$ e11

pp.84-89.

De tempelreconstructie van Villal- pando maakt dccl uit van cen uit- voerig commentaar op het bock Ezeehiël door dc Jezuïeten Prado en Villalpando, uitgegeven te Rome in de jaren I I 96 - 1 604. De titel Iuidt:

llieron??rrai Pradi et lourzrzi.r Baptistae I'illalpandi e .Societate Iesu In Etecl?ie- lem E.-vplanalioizes et :?lp?crratrr.r I -rbis, ac 'I'lli?ll)li F lierasolt?nritrrai.

C.onrnrentcrrii.r el Inarz?inibu.r Illu.rtratzr.r 1'orrris Vistinctum. (de tempelreconstructic is opgenomen

in hct (\\-cede deeI).

' De hetekenis van de ingczwenkte stcunbcren van dc Porttigese Syna- goge is in dc litcratuur maar sum- niicr besproken, onder andere door

\\'isclii-iitzcr cn Castro, en cen uit- gcbrcidc ikonogratischc interpreta- tic ontbreekt nog, Dc Tempelsym- boliek van dc Amster(lanisc syna- gogen is mogelijk te verhlar-en als een verwijzing naar de vlucht uit

en de bouw van dc Tempel van Salomon: dc joodse vluchtclin- gen uit Oostcuropa en het Iberisch sehiereiland vonden in de Repu- bliek relaticf gunstige omstandighe- den. Bovendien is 'I'cnipelsymbo- liek in synagogcn traditionecl: in de synagogale liturgie wordt de Tem- pelcultus in getransmuteerde vorm teruggevonden.

R. V'ischnitzc:r, The Architectllrf (i the Lnroperzsz ,fynrz?o?ue, Philadclphia t yG4, PP. 92 -97.

D. 11. de C,,istro, Vf der Por- trr?ee.r-l.craelietl.rc%e Gemeertte fe .fiet-elam, ter gelcgenheid van hct 2. 75 -jarig bcstaan dezer svnagoge opnieuw uitgegcvcn en aangevuld door J. Meijer, Amsterdam 1950.

.J. (luti-nann, The

Iconography of Religions Section XXIII (I), edited by Th. P. van Baaren, e.a., Institute c>f Religious lcotiograpliv State Univcrsitv Gro- ningen, Leiden

ri Dat dit nooit eerder is opgemerl;t is mogelijl; vcroorzaakt doordat de steunberen hier schuil gaan achter ccn lick en gedeeltclijk %rcrdwcficfi zijn achter cen in de negentiendc eeuw· toegevoegd portaal aan de oostzijde. Verwarrend is bovendien de verondcrstclling van Van ilgt dat allccn de grote stcunberen aan de oostzijde van de Portugcsc syna- goge, (latcretid uit de achttiende ecuw en gebc>uwd ter ondersteu- ning van ccn nieuw trappchuis, ont-

!cend zoudcn zijn aan het Tempel- model van Jacob Leon. Deze ver- onderstclling wordt ook bij andere schrijvers over dit onderwerp aan- getroffcn, zoals bij i ilzenga en re- cent nog in cie catalogus van een tcntoonstelling in Nice.

r _-lj.rc%eid i,eiii de averd n7ar.reum (Ba- lans der baJlingschap: hijdragen tot de gcschiedenis der Joden in Vc-

(23)

derland Heemstede J. J. F. W. van Agt, 'Synagogen', in:

Catalogus tentoonstelling Mokum en Mediene, De ge.rchiedeni.r van de,jo(len in Nederland, met inleiding van H. v.d.

Waal, Amsterdam (Historisch V1u- seum) 1971, pp.47- 50.

Catalogus tentoonstelling Le Temple. I?epre.rentation.r de l'architec- ture Jacrée, Nice (Musée National Message Biblidue Marc Chagall)

cat.nr. 1 6z p. i j 3.

E. Elzenga, Nederlandre monummtm in beeld. Noord Holland Zuid Holland Zeeland, Baarn 1975, P.2.4. W. Kuy- per, Dutch Arcl)ztecture. A Survey o f Dutch Architecture, Gardens and ?lnglo-Dutcb Architectural Rela- lion.r frozzz z?zJ-r?oo, Delft ig8o, pp, 38-41.

9 Ozinga heeft een lijst gegeven van alle in ons land voorkomende pro- tcstantse kcrkcn met ingezwenkte steunberen. Deze lijst is nict volle- dig. V oor zover ik tot nog toe kon nagaan ontbreken dc kcrk van Koog aan dc Zaan, dc noordgcvcl van de Kapelkerk te Alkmaar, de westgevel van de Grote Kerk te Harderwijk en de voormalige ker- ken van Zaati(iijk (in de negen- tiende eeuw afgcbroken) en Zuili- chem (in wo II verwoest). BOVCIl- dien bleven, omdat de studie van Ozinga zich beperktc tot de protc- stantse kerkbouw, de ii-lgczwcnktc steunberen van de Amslerdamse sy- nagogen onvcrmcld.

Kuyper meldt dat ingezwenkte stcunbercn alleen voorkoryien in de kerkontwerpen van de Nederlandse klassicistische architecten Van Cam- pen, Van 's-Gravensande, Post, Stalpaert, Bouman en Dortsman.

Dit is onjuist. In de zeventiende eeuw hcbbcn ook andcre architcc- ten de ingezwenkte steunbccr in hun kerkontwerpen toegepast.

Daarbij blecf de toepassing niet be- perkt tot de zeventiende eeuw: tot het einde van de aehttiende eeuw zijn voorbccldcn aan tc wijzen. Bo- vendien wordt de ingczwenkte steunbeer al in de zestiende eeuw aangctroffcn in Spanje. Bijvoor- beeld in J uan de Herre ra's ontwerp voor de kathedraal van Valladolid (i j 8 j ). Hcrrcra was dc lecrmecstcr van Villalpando. Taylor en hebben al gewezen op de invJ1>cd van Hcrrcra op Villalpando's rc- construetie van cle Tempel vucl Jc- ruzalem. Het ziet er dus naar uit dat de ingczwcnktc stcunbecr ceri Spaanse vinding is die, via Villal- pando, door Van Campen werd geintroducecrd in de architectuur van de Republiek.

Ozinga, op.cit. (noot 1) p. 54 (2).

W. Kuyper, op. cit. (noot 8), pp. 14- IS, 205 cn 2§

0. Schubert, Geschichte des Barock in

S panien, Geschiclitc dcr ncueren Baukunst (8) von Jacob Burckhardt c.a., Fslingen a.N. 1908, pp.65 5 -C>8.

R. Taylor, 'Arcliitecture,,trld Alagic.

Considerations on the idea of the Escorial', Lssays in the History of Architecture _presented to Rudolf koiver, London 1967,

Kubler, Buildit?g the L'scorial, Princeton

Zie ook noot z 3.

w Ozinga, op.cit. (noot I), pp.65 - 66.

" De aanleg van deze straat en het plein rondom de kerk wordt in de literatuur gcnocmd als cen van de cerste voorbeelden in de Republiek van een stedebouwkundig plan vol- gens de regels van Alberti, PaJJ2idi<>

en Scamozzi. In tegenstelling tot de nieuwe straat, werd de aanleg van het plein nimmcr voltooid naar het untwerp van Van Campen.

M. Eisler, 'Der Annenkirchplatz in Haarlem (Dic Geschichte eines hol- ländischen Marktbildes)', Oud IIo!- land 3 pp.

Swillens, (noot 5), pp. 142- 144, r 54-I 5 S en 1 8 0.

E. Tavernc, In het land van bdoftf: in de nÙue stadt. ldeaal en zverkelijklzeid van de .rtad.ruitifg in de Republiek r j f8o- r68o, Maarssen 1978, pp. 301- 303 en 492-493 (79 cn Xo).

J. J. Terwen, 'I let i\msterdams stadhuisplan van 1643. Analyse van een teruggevonden tekcning', Bulle- tin KNOB, 78 (1979) pp. 109-122.

De gcschiedenis van de i?lieuwe of Sint Joris Doclcn is beschreven door:

G. H. Iiu rtz, Het proi,,eniervbuis te Ilaarlenx, 'Haerlem'-reeks (I), Haar- lem

'? Ozinga, op. cit. (noot I ), pp. 44 en 63.

I; LTitgezonderd de Oostcrkerk tc Rotterdam (IG8yIG8z).

Ozinga, oJJ.Cit. (noot i ), p. 7z.

'4 Kuyper, op. cit. (noot 8), pp. 16 - I 9.

" Dit is Ozinga ontgaan. Het grondplan dat hij geeft bevat dan ook een fout. Het grondplan dat Kuyper geeft is wel juist. Op een door Swillens aan Pieter Saenredam toegeschreven tckcning van her stratenplan rondom de Nieuwe Kerk, datercnd van vóór de bouw van de Nieuwe Iierk, is ook een grondplan van de Nieuwe Kerk op- genomen. I Iier springt de oost- westbeuk aan oostzijde nog verder uit dan in werkelijkheid. De toe- schrijving van deze tekcning aan Saenredam wordt betwiifcld.

Nv'ciJicht is hct een voorbereidende

schets van de situatic tcr plckke van Van Campen zelf?

Ozinga, op.cit. (noot i) p.63 figuur 1 3 .

Kuyper, op. cit. (noot 8), p. 17 figuur 4.

Catalogue raisonne van de )i)erken van 1'ieter?ansZ. ,Saenredanr, uitgegevel1 ter gelegenheid van de tentoonstel- ling Pieter Jansz. Saenredam, I 5 scptemher- I november 196 1, Utrecht (Centraal Museum), cat. nr. 84.

Schwartz & Bok, op. ci't- (noot 3), p.265 cat.nr.84.

De ontwikkeling van het beeld van de Tempel van Jeruzalem is be- schreven door:

W. Herrmann, `Unknown Desigrls for the 'Temple of Jerusalem' by Claude Perrault', L'ssays in the His- tory of Architecture presented to R udolf Wittkolller, London 1 967, pp. 1 4 3 - 15 8,

C. H. Krinsky, 'Representations of the Temple of Jerusalem before I I oo ' , Journal of the Warburg and Courtauld Tnstitutes 33 3 ( 1 9 7 0 ) , p p . 1 - 19.

H. Rosenau, ofthf Temple.

The Image of the Temple of Jeru.ralem in Judaism and Christianity, London

1 g7g.

Bandmann, "I'empel von ,Jeruza-

!em', Lexikon der CI)risllicl)eii Ikono- ,grapbif, herausgegeben von I':. i.

Kirschbaum, vicrtcr Band Alige- meine Ikonographie, Rom usw.

I97z, pp. z j j - -2.60.

17 Herrmann, op. cit. (noot pp. 1 5 1 - 1 5 z en i j j . Roscnau, op. cit. (noot 16), p. I .

Hermann, op. cit. (noot 1 6), pp. I 5 I-I 5 2 eIl I j j .

De bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam bewaart twee exemplaren van ccn bijbeleditie van F.stienne uit I 546 waarin de bespro- ken prenten zijn opgenomen.

Biblia His accesserunt schemata 1 aber- naculi Mosaici, CP Templi Salomonis, quae praeeunte Francisco Tlatablo He- braicarum ltteratum Hegio professore doctis.ri'mo, summa arte CP fide expreJ.ra sunt, Lutetiae ex ofjieina Roberti Ste- phani typographi regii M. D. XL VI.

'9 Tot de invoering van de Staten- vertaling in 1637 was de Deux-aes- hijhcl dc gczaghcbbendc kcrk- cn huisbijbel van de gereformeerden.

De Deux-aesbijbel is na 1637 niet meer gcdrukt. Rond 1657 7 had dc Statenbijbel zijn voorganger op de kansels en in de gezinnen vervan- gen. C.C. dc Bruin, De Statenbijbel en voorgangers, Leiden 1 9 3 7, PP.2.38-2.45,3I6-319'

Afbeelding

Updating...

Referenties

Gerelateerde onderwerpen :