HANDLEIDING BEMIDDELINGSPROCEDURES

Hele tekst

(1)

DV\446191NL.doc

NL NL

Secretariaat bemiddelingsprocedures

HANDLEIDING

BEMIDDELINGSPROCEDURES

Derde uitgave

april 2002

(2)

VOORWOORD

Wij verwelkomen deze derde bijgewerkte uitgave van de Handleiding bemiddelingsprocedures, die door het secretariaat bemiddelingsprocedures is opgesteld. In deze handleiding worden de diverse fasen van de bemiddelingsprocedure duidelijk uiteengezet en wordt de

achtergrondinformatie verstrekt die de leden nodig hebben voor de voorbereiding van hun werkzaamheden in de delegaties van het Europees Parlement die met de Raad onderhandelen.

Aan alle personen die zich bezighouden met de werkzaamheden van het Parlement in zijn hoedanigheid van medewetgever, bevelen wij deze handleiding aan.

Giorgos DIMITRAKOPOULOS Charlotte CEDERSCHIÖLD Renzo IMBENI

Ondervoorzitters, verantwoordelijk voor de bemiddeling

(3)

HANDLEIDING BEMIDDELINGSPROCEDURES

Inhoud:

1. Definities: medebeslissing, bemiddeling en bemiddelingscomité... 4 2. Korte schets van de medebeslissingsprocedure... 5 3. De delegatie van het EP in het bemiddelingscomité ... 6

- Hoe wordt het Comité samengesteld?

- Wanneer wordt het samengesteld?

- Talenregeling in de delegatie

- Waar en wanneer komt de delegatie bijeen?

- Assistentie

4. Onze tegenpartij: met wie onderhandelt de EP-delegatie? ... 8 5. De bemiddelingsprocedure stap voor stap:... 9

- Tweede lezing van het Parlement - Aanwijzing van de delegatie

- Constituerende vergadering van de delegatie - Trialogen

- Vergaderingen van de EP-delegaties - Het bemiddelingscomité

- Na het bemiddelingscomité: derde lezingen

6. Documentatie voor de leden ... 14 7. Diensten van het secretariaat bemiddelingsprocedures ... 14 8. Aanvullende informatie ... 17 Bijlagen:

A. Artikel 251 van het Verdrag B. Gemeenschappelijke Verklaring C. Reglement

D. Rechtsgrondslagen die onder de medebeslissing vallen E. Schematisch overzicht van de medebeslissingsprocedure

(4)

1. DEFINITIES: MEDEBESLISSING, BEMIDDELING EN BEMIDDELINGSCOMITÉ Medebeslissing

De medebeslissingsprocedure is de belangrijkste wetgevingsprocedure van de Europese Unie.

Deze procedure wordt geregeld door artikel 251 van het EG-Verdrag. Overeenkomstig de medebeslissingsprocedure wordt EU-wetgeving gezamenlijk en op voet van gelijkheid met gelijke rechten en plichten aangenomen door de Raad van Ministers, die de regeringen van de lidstaten vertegenwoordigt en het Europees Parlement (EP), dat rechtstreeks is gekozen en de volkeren van de Europese Unie vertegenwoordigt.

De medebeslissingsprocedure

- is momenteel van toepassing op 38 beleidsgebieden of –vormen van de Gemeenschap, die terug te vinden zijn in 31 Verdragsartikelen (zie bijlage D). In de toekomst zal de

medebeslissingsprocedure ook worden toegepast op nog drie Verdragsartikelen, die onder de zogenaamde derde pijler vallen (voor asiel en vluchtelingen is er nog geen datum vastgesteld, terwijl voor visa, maatregelen met betrekking tot illegale immigratie en personencontroles aan de buitengrenzen de datum van 1 mei 2004 geldt);

- wordt over het algemeen toegepast wanneer de Raad met gekwalificeerde meerderheid besluit (met vier uitzonderingen die in bijlage D worden genoemd en waar eenparigheid van stemmen is vereist);

- is de normale procedure voor alle EG-wetgeving, met uitzondering van landbouw, visserij, belastingen, handelspolitiek (met inbegrip van externe handel, overheidssteun,

industriebeleid, mededinging, enz.) en de EMU;

- omvat drie stadia: de eerste lezing, de tweede lezing en de bemiddeling, gevolgd door de derde lezing. De procedure kan in elk stadium worden afgesloten, als de twee takken van het wetgevend gezag tot overeenstemming komen.

Bemiddeling

De bemiddeling, die normaliter wordt gevolgd door de definitieve aanneming van het voorstel (derde lezing), is de laatste fase van de medebeslissingsprocedure. De basisbepalingen staan in artikel 251 (leden 3-7) van het Verdrag. Er volgt steeds een bemiddelingsprocedure als de Raad niet akkoord gaat met alle amendementen die het EP in tweede lezing heeft aangenomen.

Behalve in verdragsartikelen kunnen de basisregels voor de bemiddelingsprocedure worden gevonden in de Gezamenlijke Verklaring van het EP, de Raad en de Commissie tot vaststelling van praktische regelingen voor de medebeslissingsprocedure en de bemiddeling (aangenomen in mei 1999, zie Bijlage B), evenals in het Reglement van het EP (artikelen 81-83, Bijlage C).

Overeenkomstig artikel 82, lid 7 stelt de Conferentie van voorzitters zo nodig verdere procedurele richtlijnen vast voor de werkzaamheden van de delegatie van het EP.

Binnen deze basisbepalingen kan de procedure zelfregulerend worden genoemd. De drie met de bemiddeling belaste ondervoorzitters dragen de algemene verantwoordelijkheid voor de procedure en brengen op gezette tijden verslag uit aan de Conferentie van voorzitters.

(5)

bemiddelingscomité

Het bemiddelingscomité is een interinstitutioneel orgaan bestaande uit vertegenwoordigers van het EP en de Raad. De samenstelling ervan is geregeld in artikel 251, lid 4 van het Verdrag. Er wordt een apart bemiddelingscomité ingesteld voor elk wetgevingsvoorstel waarvoor

bemiddeling nodig is.

Dit comité heeft tot taak overeenstemming over een gemeenschappelijke tekst te bereiken.

Hierbij dient het zich te baseren op het gemeenschappelijk standpunt aan de hand van de amendementen van het EP.

Het bemiddelingscomité omvat twee delegaties: de delegatie van de Raad bestaande uit de leden van de Raad of hun vertegenwoordigers en de EP-delegatie bestaande uit een gelijk aantal EP-leden (15). De Commissie neemt deel aan de debatten met het doel de standpunten van Parlement en Raad nader tot elkaar te brengen.

2. KORTE SCHETS VAN DE MEDEBESLISSINGSPROCEDURE Eerste lezing

De Europese Commissie dient haar wetgevingsvoorstel op hetzelfde tijdstip in bij het EP en de Raad. Het EP behandelt het Commissievoorstel in eerste lezing, waarbij al of niet

amendementen worden ingediend. Als de Raad alle amendementen van het EP overneemt of als het EP geen amendementen indient, kan de Raad het besluit vaststellen.

Indien de Raad het niet geheel eens kan zijn met de wetgevingstekst zoals aangenomen door het EP, stelt de Raad een gemeenschappelijk standpunt vast.

Er is voor het Parlement of voor de Raad geen termijn vastgesteld voor de eerste lezing.

Tweede lezing

Binnen drie maanden na de mededeling van het gemeenschappelijk standpunt van de Raad kan het Parlement het gemeenschappelijk standpunt in tweede lezing hetzij goedkeuren, verwerpen of wijzigen. In geval van goedkeuring wordt het betrokken besluit geacht te zijn aangenomen.

Ingeval het gemeenschappelijk standpunt wordt verworpen, wordt de procedure gestopt.

Als het Parlement het gemeenschappelijk standpunt wijzigt, heeft de Raad drie maanden de tijd om te besluiten alle EP-amendementen al dan niet goed te keuren. Indien de Raad alle

amendementen goedkeurt, wordt het betrokken besluit geacht te zijn aangenomen. Ingeval de Raad niet alle amendementen heeft kunnen goedkeuren, wordt krachtens de

medebeslissingsprocedure het bemiddelingscomité bijeengeroepen.

Bemiddeling

Het bemiddelingscomité moet worden bijeengeroepen binnen zes weken1 nadat de Raad het

1 De verschillende in dit hoofdstuk genoemde perioden van zes weken alsook de periode van drie maanden voor de tweede lezing mogen op initiatief van elk van beide instellingen worden verlengd met respectievelijk twee weken of één maand.

(6)

Parlement er officieel van in kennis heeft gesteld dat hij niet alle amendementen uit zijn tweede lezing heeft kunnen goedkeuren.

De tijd na de tweede lezing door het EP en in het bijzonder de periode tussen de tweede lezing door de Raad en de bijeenroeping van het bemiddelingscomité wordt gebruikt om via informele gesprekken en onderhandelingen tussen de instellingen (trialogen) de bijeenkomsten van het bemiddelingscomité voor te bereiden. De EP-delegatie en de Raad (normaliter COREPER I) geven elk een mandaat mee aan hun vertegenwoordigers en hechten eventueel hun goedkeuring aan het resultaat van deze onderhandelingen.

Wanneer het bemiddelingscomité voor zijn eerste bijeenkomst wordt bijeengeroepen, beschikt het over zes weken om een "gemeenschappelijke tekst" op te stellen. Tussen de bijeenkomsten worden de onderhandelingen vaak in de vorm van trialogen of andere informele vergaderingen tussen vertegenwoordigers van de instellingen voortgezet.

Zodra over de gemeenschappelijke ontwerptekst in het bemiddelingscomité overeenstemming is bereikt, wordt deze tekst vervolgens, opnieuw binnen zes weken, zoals hij ter tafel ligt en zonder mogelijkheid tot amendering door de voorzitters van de delegaties van het EP en de Raad aan het Parlement en de Raad ter goedkeuring voorgelegd.

De gemeenschappelijke ontwerptekst die is aangenomen, wordt ondertekend door de

voorzitters van het Parlement en de Raad. Bij de eerste ondertekening op 23 maart 1994 werd overeengekomen dergelijke wetgevingsteksten "LEX"2 te noemen.

Indien het bemiddelingscomité echter niet tot overeenstemming kan komen of indien het Parlement of de Raad de gemeenschappelijke ontwerptekst niet goedkeurt, wordt het besluit geacht niet te zijn aangenomen.

In dat geval kan de nieuwe medebeslissingsprocedure alleen worden gestart op basis van een nieuw wetgevingsvoorstel van de Commissie.

3. DELEGATIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT IN HET BEMIDDELINGSCOMITÉ

Hoe wordt de delegatie samengesteld?

Voor elke bemiddelingsprocedure, met andere woorden voor elk wetgevingsvoorstel waarvoor bemiddeling nodig is, wordt een aparte EP-delegatie aangewezen.

De basisregels voor de aanwijzing van de delegaties staan in artikel 82 van het Reglement van het Parlement (zie bijlage C).

Bij het begin van elke zittingsperiode of indien er sterke veranderingen optreden in de

algemene samenstelling van het Parlement, bepaalt de Conferentie van voorzitters de politieke samenstelling van de delegatie in overeenstemming met de respectieve grootte van de fracties3.

2 Deze benaming geldt ook voor teksten die in het kader van de medebeslissing in eerste en tweede lezing zijn aangenomen.

3 Momenteel ziet de verdeling er als volgt uit: 6 PPE-DE, 5 PSE, 1 ELDR, 1 Verts/ALE, 1 GUE/NGL en 1 plaats die bij toerbeurt toevalt aan de fracties UEN en EDD.

(7)

De delegatie telt drie ondervoorzitters van het Parlement als vaste leden, van wie er één als voorzitter van de delegatie fungeert. De vaste leden worden meegerekend in de quota van de fracties.

De rapporteur en de voorzitter van de ten principale bevoegde commissie zijn ambtshalve leden van de delegatie.

De resterende tien leden worden door de fracties volgens eigen regels aangewezen. Het

merendeel van de overige leden wordt gekozen uit de ten principale bevoegde commissie of uit de commissies voor advies.

De fracties wijzen ook plaatsvervangers aan, die actief kunnen deelnemen aan de werkzaamheden van de delegatie.

Wanneer wordt de delegatie samengesteld?

Als het Parlement in tweede lezing amendementen op het gemeenschappelijk standpunt heeft aangenomen en indien uit de aanwijzingen die de Commissie in de plenaire vergadering geeft en uit de inofficiële informatie van de Raad kan worden afgeleid dat er bemiddeling nodig zal zijn, verzoekt het Secretariaat bemiddelingsprocedures van het Parlement de fracties de leden van de delegatie aan te wijzen.

Meestal gebeurt dit in de eerste weken na de stemming in tweede lezing. In uitzonderlijke gevallen, als het tijdschema en het belang van het dossier dit vereisen, kan de delegatie eerder worden samengesteld.

De eerste, constituerende vergadering van de delegatie wordt gewoonlijk gehouden tijdens de plenaire vergaderperiode die volgt op de aanneming van de amendementen in tweede lezing, zelfs als de Raad zijn tweede lezing nog niet formeel heeft afgesloten. Teneinde rekening te houden met de wens om het aantal vergaderingen te beperken, kan de constituerende vergadering evenwel op een later tijdstip plaatsvinden, wanneer de eerste aanwijzingen betreffende de reactie van de Raad bekend zijn en er van gedachten moet worden gewisseld over de kern van de zaak. Deze constituerende vergadering kan ook vervangen worden door een brief van de voorzitter van de delegatie aan de aangewezen leden.

Talenregeling voor de delegatie

De delegatie werkt in de talen van de leden van de delegatie. De basisdocumenten die tijdens de bemiddelingsprocedure worden gebruikt (Commissievoorstellen, EP-amendementen uit eerste lezing, gemeenschappelijk standpunt van de Raad, EP-amendementen uit tweede lezing, alsmede het advies van de Commissie), zijn in alle 11 talen beschikbaar.

Vertolking op de vergaderingen, alsook nota's aan de leden, werkdocumenten in vier kolommen die in bemiddelings- en compromisteksten worden gebruikt, die tijdens de

voorbereidende fase ter tafel komen, worden ter beschikking gesteld in de talen van de leden van de delegatie.

Op de bijeenkomsten van het bemiddelingscomité wordt voor vertolking in alle 11 talen gezorgd. Ook de definitieve werkdocumenten of gemeenschappelijke ontwerpteksten worden in alle talen vertaald.

(8)

Waar en wanneer vergadert de delegatie?

De vergaderingen worden normaliter op dinsdag- of woensdag- of donderdagochtend in Straatsburg gehouden. Er wordt, zo mogelijk op donderdag, in Brussel vergaderd als daar een minizitting of een vergadering van de bevoegde commissie plaatsvindt.

Een bemiddelingsdossier kan gemiddeld een vijftal delegatievergaderingen vergen.

Assistentie

De delegatie van het Parlement wordt geassisteerd door het Secretariaat

bemiddelingsprocedures, dat nauw samenwerkt met de secretariaten van de bevoegde commissies en de Juridische Dienst van het Parlement.

Er moet ook nauw worden samengewerkt met de vertaaldiensten, de aan de Juridische Dienst verbonden juristen-vertalers, de Zittingsdienst (DG I), de Dienst vertolking en de Persdienst van het EP (DG III).

De adviseurs van de fracties verlenen eveneens assistentie aan hun leden in de delegatie.

4. ONZE TEGENPARTIJ: MET WIE KRIJGT DE DELEGATIE VAN HET EP TE MAKEN?

De Raad

De delegatie van de Raad bestaat uit de vertegenwoordigers van de lidstaten: normaal

gesproken zijn het de adjunct-permanente vertegenwoordigers (COREPER I) van elk land. Op de bijeenkomsten van het bemiddelingscomité wordt het land dat het voorzitterschap van de Raad waarneemt, vertegenwoordigd door een minister of een staatssecretaris. Deze minister of staatssecretaris deelt het voorzitterschap van het comité met de ondervoorzitter van het

Parlement die de EP-delegatie leidt.

De fungerend voorzitter van de Raad vertegenwoordigt de Raad in alle contacten met het Parlement. In de praktijk zijn de hoofdrolspelers de fungerend voorzitter van COREPER I en de voorzitter van de desbetreffende werkgroep van de Raad.

De delegatie van de Raad wordt bijgestaan door het Secretariaat-generaal en de Juridische Dienst van de Raad. In het Secretariaat-generaal is DG F - Directoraat III

(wetgevingsprocedures met medebeslissing - voorlichtingsbeleid - public relations, beter bekend als "Dorsale") bevoegd voor de coördinatie van de medebeslissings- en

bemiddelingsprocedures.

De Commissie

De vertegenwoordigers van de Commissie worden normaliter verzocht aan alle vergaderingen van de EP-delegatie, alsook aan de vergaderingen van het COREPER deel te nemen. Zij nemen ook deel aan de trialogen en zijn aanwezig op de bijeenkomsten van het bemiddelingscomité.

De met de desbetreffende aangelegenheid belaste Europees commissaris neemt deel aan de formele bijeenkomsten van het bemiddelingscomité en aan de trialoog- en

(9)

delegatievergaderingen die net vóór of in de marge van de bijeenkomsten van het bemiddelingscomité worden gehouden. De Commissie speelt een belangrijke rol bij de bemiddeling, welke verschilt van die welke zij speelt bij de eerste en tweede lezing. De

Commissie neemt aan de werkzaamheden van het bemiddelingscomité deel om de standpunten van de medewetgevers (Raad en Parlement) nader tot elkaar te brengen. Daartoe strekkende initiatieven kunnen ontwerpcompromisteksten omvatten.

Op de voorbereidende trialoogvergaderingen of de andere vergaderingen van de EP-delegatie is de Commissie vertegenwoordigd door het bevoegde DG (de directeur-generaal of diens

vertegenwoordiger), geassisteerd door het Secretariaat-generaal van de Commissie, waaronder haar Unit medebeslissing en haar Juridische Dienst.

5. DE BEMIDDELINGSPROCEDURE STAP VOOR STAP Tweede lezing in het Parlement

In tweede lezing kan het Parlement amendementen op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad aannemen met de absolute meerderheid van zijn leden, met andere woorden 314 stemmen voor elk amendement. De amendementen kunnen worden aangenomen op basis van het verslag van de ten principale bevoegde parlementaire commissie of op basis van amendementen die in de plenaire vergadering worden ingediend.

Gedurende de plenaire vergadering laat de Commissie blijken of zij de amendementen van het EP al dan niet in haar advies (gewijzigd voorstel) kan overnemen.

De uitslag van de stemming wordt medegedeeld aan de Raad, en de Commissie dient advies uit te brengen (gewijzigd voorstel). De Raad beschikt over drie (eventueel verlengd tot vier) maanden om te beslissen of hij alle amendementen van het EP kan overnemen of niet.

Benoeming van de delegatie

Tenzij het waarschijnlijk is dat de Raad kan instemmen met alle amendementen van het EP, begint het Secretariaat bemiddelingsprocedures met de voorbereidingen voor de benoeming van de delegatie van het EP. In de loop van de eerste weken na de stemming in de plenaire vergadering zendt het secretariaat een nota naar de fracties met het verzoek de leden

overeenkomstig het Reglement aan te wijzen en geeft daarbij aan welke commissies bevoegd zijn voor het dossier.

De leden worden benoemd volgens de eigen regels van elke fractie en vervolgens worden de namen medegedeeld aan het Secretariaat bemiddelingsprocedures. De namen moeten door de fractie schriftelijk (brief, fax of e-mail) worden medegedeeld.

Indien een fractie niet al haar leden op hetzelfde tijdstip kan aanwijzen, kan zij in een latere fase van de procedure leden of plaatsvervangers toevoegen. Ook deze wijzigingen moeten schriftelijk door de fractie worden medegedeeld.

De drie ondervoorzitters van het Parlement die vaste, volwaardige leden van elke EP-delegatie zijn, beslissen zelf wie elke delegatie voorzit.

(10)

Constituerende vergadering van de delegatie

Gewoonlijk houdt de EP-delegatie haar constituerende vergadering in Straatsburg gedurende de plenaire vergaderperiode die volgt op de aanneming van de amendementen in tweede lezing.

De vergadering heeft tot doel het standpunt van de delegatie van het Parlement vast te stellen, in het bijzonder wanneer de eerste reacties of het officiële standpunt van de Raad bekend zijn en om het onderhandelingsteam van de EP-delegatie (de EP-ondervoorzitter die de delegatie leidt, de voorzitter van de bevoegde commissie en de rapporteur) een mandaat te geven om in een "trialoog" van start te gaan met informele onderhandelingen met de Raad (zie hieronder).

Op dergelijke vergaderingen vindt er dikwijls een korte gedachtewisseling plaats met vertegenwoordigers van de Commissie. De constituerende vergadering kan ook vervangen worden door een brief van de voorzitter van de delegatie aan de aangewezen leden.

Trialogen

Als de Raad klaar is om zijn standpunt over de amendementen van het EP te kennen te geven, ongeacht of hij zijn tweede lezing al dan niet heeft afgerond, wordt er een informele

vergadering tussen het Parlement, de Raad en de Commissie belegd, een zgn. "trialoog". Er wordt van te voren geen speciaal tijdschema voor deze vergaderingen vastgesteld.

Het EP wordt normaal gesproken vertegenwoordigd door een onderhandelingsteam, bestaande uit de EP-ondervoorzitter die de delegatie leidt, de voorzitter van de bevoegde commissie en de rapporteur, terwijl de Raad wordt vertegenwoordigd door de adjunct-permanente

vertegenwoordiger (de voorzitter van COREPER I) van het land dat het voorzitterschap waarneemt. De Commissie wordt vertegenwoordigd door het desbetreffende DG. Om redenen van efficiency is het aantal personen dat deze vergaderingen bijwoont tot een strikt minimum beperkt (normaliter niet meer dan 10 personen van elke instelling). De voorzitter van de delegatie van het Parlement zorgt er zo nodig voor dat deze limiet in acht wordt genomen.

Alle leden van de delegatie ontvangen echter van te voren informatie over elke trialoog (tijdstip, deelnemers, plaats van bijeenkomst), ook als zij zelf niet zijn uitgenodigd. De trialoogbijeenkomsten worden ook vermeld op de lijst van de dagelijkse vergaderingen in het Parlement alsmede op de Internetsite van het bemiddelingscomité.

Op de eerste trialoogbijeenkomst geeft het voorzitterschap dat de Raad vertegenwoordigt, het standpunt van de Raad over de amendementen van het EP weer, waarbij sommige worden aanvaard, andere worden verworpen en voor nog andere compromisteksten worden voorgesteld. De diverse standpunten worden besproken en er kunnen nog meer

compromisteksten worden opgesteld, die vervolgens door de respectieve delegaties dienen te worden goedgekeurd.

De Commissie wordt vaak verzocht compromisteksten in te dienen, die dan in de respectieve delegaties of op de volgende trialoog besproken worden.

Op de trialogen kan worden gevraagd de meer technische voorbereidingen of het opstellen van teksten te laten verrichten door een werkgroep op politiek niveau (b.v. de rapporteur van het EP samen met de voorzitter van de werkgroep van de Raad) of op ambtenarenniveau. Aangezien er steeds meer vergaderingen moeten worden gehouden en er krachtens het nieuwe Verdrag striktere termijnen zijn ingevoerd, worden er steeds vaker van dit soort informele

vergaderingen gehouden in verscheidene samenstellingen, afhankelijk van de aard van het

(11)

bemiddelingsdossier in kwestie.

De resultaten van de trialoog worden besproken en eventueel goedgekeurd op de vergaderingen van de respectieve delegaties en zonodig worden nog meer trialogen of informele

vergaderingen belegd. Het komt zeer vaak voor dat voor elk bemiddelingsdossier ten minste twee of drie trialoogbijeenkomsten of andere voorbereidende vergaderingen worden gehouden.

Na elke trialoog en vóór de komende delegatievergadering wordt aan de leden medegedeeld dat de trialoog plaatsvond, welke leden deze bijwoonden en of er belangrijke concrete

ontwikkelingen waren. Waar nodig, ontvangen zij ook een herziene versie van het werkdocument in vier kolommen dat in de bemiddeling wordt gebruikt.

Normaliter vindt er een korte trialoogvergadering plaats net voor de bijeenkomst van het bemiddelingscomité en soms zelfs als de bijeenkomst van het bemiddelingscomité wordt geschorst voor onderhandelingen in de trialoog, om wederzijds aanvaardbare compromissen te vinden en misverstanden tussen de delegaties te voorkomen.

Vergaderingen van de EP-delegaties

Na de eerste trialoog of andere informele contacten wordt de EP-delegatie bijeengeroepen door de voorzitter van de delegatie om de resultaten van de onderhandelingen te bespreken. Meestal worden deze vergaderingen tijdens een plenaire vergaderperiode gehouden of voor of na een commissievergadering. Overeenkomstig artikel 82, lid 7 van het Reglement, dat het distinctieve karakter van de bemiddeling erkent (vergeleken met de eerste en tweede lezing in het

Parlement) kunnen de beraadslagingen van de delegaties van het Parlement in de

bemiddelingscomités worden bijgewoond door alle personen die in het Parlement werkzaam zijn, maar niet door het publiek. De fracties, de betreffende diensten van het Parlement en de Europese Commissie worden formeel uitgenodigd de vergaderingen bij te wonen.

De overige leden worden op deze vergadering door het onderhandelingstam van de EP- delegatie in kennis gesteld van de resultaten van de trialoogbijeenkomst en de delegatie ontvangt een schriftelijke versie van het standpunt van de Raad. Compromisteksten die op de trialoog zijn besproken of opgesteld, worden eveneens rondgedeeld.

De vertegenwoordigers van de Commissie kunnen de hun gevraagde compromisteksten of ontwerpverklaringen overleggen en wellicht nadere bijzonderheden verstrekken over de vergadering van het COREPER, waar de Raad de resultaten van de eerste trialoog heeft besproken, of gewoon informatie verstrekken.

Het doel van de vergadering van de delegatie is om in elke fase van de procedure een strategie ten aanzien van het standpunt van de Raad en eventuele compromisteksten uit te stippelen. Er wordt ingestemd met bepaalde amendementen of compromisvoorstellen, zo nodig op

voorwaarde van globale instemming. Als er zaken onopgelost blijven, verzoekt de delegatie het onderhandelingsteam de onderhandelingen met de Raad voort te zetten. De EP-delegatie neemt ook procedurele besluiten, bijvoorbeeld of er een andere trialoogbijeenkomst moet worden belegd, dan wel of het bemiddelingscomité kan worden bijeengeroepen en zo ja, wanneer. Het Secretariaat bemiddelingsprocedures stelt een beknopt verslag op van elke

delegatievergadering.

De delegatievergaderingen worden meestal kort na de trialoogbijeenkomsten belegd of wanneer het verloop van de bemiddelingsprocedure dit vereist. Evenals trialogen gaat een delegatievergadering steeds vooraf aan de bijeenkomst van het bemiddelingscomité en wordt ook belegd als de bijeenkomst van het bemiddelingscomité wordt geschorst voor

(12)

onderhandelingen. Aan het eind van de bemiddelingsprocedure wordt de delegatie formeel verzocht het bereikte akkoord goed te keuren of te verwerpen. De delegatie tracht dit door middel van consensus te doen. Indien er echter een stemming nodig is, is een absolute meerderheid van de leden (8) vereist.

Bemiddelingscomité

Het bemiddelingscomité wordt met instemming van de Voorzitter van het Parlement

bijeengeroepen door de voorzitter van de Raad. Dit comité kan worden bijeengeroepen zodra de standpunten van het Parlement en de Raad zo dicht bij elkaar liggen dat nog hangende kwesties kunnen worden opgelost. In ieder geval moet het comité uiterlijk zes weken,

eventueel verlengd tot acht weken, na de tweede lezing door de Raad worden bijeengeroepen.

De bijeenkomsten van het bemiddelingscomité worden normaliter gehouden in Brussel4, afwisselend in de gebouwen van het Parlement en de Raad. Op het vergaderrooster van het Parlement zijn de van een asterisk voorziene dagen gereserveerd voor deze bijeenkomsten.

Andere vergaderdagen zijn mogelijk indien de twee instellingen het hierover eens worden. De bijeenkomsten van het bemiddelingscomité worden normaliter voorafgegaan door

vergaderingen van de delegaties en een korte trialoog.

De bijeenkomsten van het bemiddelingscomité worden gezamenlijk voorgezeten door de ondervoorzitter van het Parlement die de delegatie van het EP leidt, en door de minister of de staatssecretaris die het fungerend voorzitterschap van de Raad bekleedt. De bijeenkomst wordt geopend onder voorzitterschap van de voorzitter afkomstig van de instelling waar de

vergadering gehouden wordt. De Europese Commissie wordt vertegenwoordigd door de terzake bevoegde commissaris.

Tijdens een bijeenkomst van het bemiddelingscomité kunnen verschillende zaken worden behandeld:

- als "A-punt": wetgevingsvoorstellen waarover de delegaties reeds tijdens de informele onderhandelingen en daaropvolgende delegatievergaderingen tot algemene

overeenstemming zijn gekomen. Ze worden in het bemiddelingscomité formeel zonder debat afgewikkeld.

- het voornaamste discussiepunt is het dossier waarover nog geen algemene

overeenstemming is bereikt, het zogenaamde "B-punt". De delegatie van het EP die aan de bijeenkomst deelneemt, is de delegatie die met het oog op dit specifieke dossier is

samengesteld en er verantwoordelijk voor is.

Bij de behandeling van het dossier wordt gebruik gemaakt van een werkdocument dat gezamenlijk door de bemiddelingssecretariaten van het EP en de Raad is opgesteld en dat bestaat uit twee delen: "Deel A. Amendementen waarover overeenstemming is bereikt, onder voorbehoud van een algeheel akkoord" en "Deel B. Amendementen waarover nog

overeenstemming moet worden bereikt". De discussie wordt normaal gesproken beperkt tot de kwesties waarover nog overeenstemming moet worden bereikt. De Commissie kan worden verzocht om compromisteksten op te stellen (of verklaringen af te leggen), teneinde het bereiken van overeenstemming te vergemakkelijken.

4 In de zeven jaar sinds 1994 is slechts eenmaal een vergadering van het comité in Straatsburg gehouden en twee maal in Luxemburg.

(13)

Wanneer overeenstemming binnen bereik lijkt te zijn, wordt er normaliter in de late namiddag een bijeenkomst van het bemiddelingscomité belegd, die zo nodig meerdere uren kan duren, zelfs tot diep in de nacht.

Indien duidelijk wordt dat er op de eerste bijeenkomst geen overeenstemming zal worden bereikt, kan er binnen de termijn van zes weken (eventueel acht weken) een ongelimiteerd aantal verdere bijeenkomsten worden gehouden om overeenstemming te bereiken. Het record voor de bemiddelingsprocedure staat op vier bijeenkomsten van het bemiddelingscomité (vijfde kaderprogramma voor onderzoek, in 1998).

Na een succesvolle bemiddeling kunnen het Parlement en de Raad een gezamenlijke persconferentie beleggen om het bereikte akkoord mede te delen. De resultaten van de bemiddeling worden ook in een voorlopige versie (onder voorbehoud van juridische en linguïstische revisie) op de Internetsite van het Parlement5 gezet, zo spoedig mogelijk na het einde van de onderhandelingen, zodat het grote publiek alsmede de vertegenwoordigers van de instellingen het resultaat kunnen beoordelen.

Na elke bijeenkomst van het bemiddelingscomité ontvangen de leden van de delegatie een nota waarin de resultaten van het comité worden samengevat.

Na het bemiddelingscomité: derde lezing

Wanneer het bemiddelingscomité overeenstemming heeft bereikt, wordt een gemeenschappelijke ontwerptekst voorbereid op basis van het gemeenschappelijke

werkdocument en de tijdens de vergadering(en) aangebrachte wijzigingen. Deze tekst wordt eerst in één taal opgesteld en vervolgens in de overige tien officiële talen vertaald. De versie van de gemeenschappelijke ontwerptekst in de oorspronkelijke taal wordt aan de delegatieleden toegezonden en op de Internetsite van het Parlement gezet.

Zodra de gemeenschappelijke ontwerptekst door het Secretariaat bemiddelingsprocedures en de juristen-linguïsten van respectievelijk het Parlement en de Raad is afgerond, wordt deze door de twee voorzitters van het bemiddelingscomité samen met een begeleidende brief toegezonden aan de Voorzitter van het Parlement en de fungerend voorzitter van de Raad. Bij deze

begeleidende brief, die tevens dienst doet als notulen van de bemiddelingsprocedure, zijn eventuele verklaringen van de instellingen gevoegd.

Vanaf het moment van ondertekening van de begeleidende brief waarin de gemeenschappelijke ontwerptekst wordt goedgekeurd, hebben de twee instellingen zes weken de tijd (of acht weken bij verlenging) om het besluit goed te keuren, zonder mogelijkheid van amendering.

Tijdens deze periode ontvangen de leden van de EP-delegatie, ter informatie of ter becommentariëring, in hun eigen taal de definitieve versie van de gemeenschappelijke ontwerptekst, samen met een verslag waarin de resultaten van de bemiddelingsprocedure worden vermeld. Het verslag vermeldt de uitslag van de stemming door de delegatie aan het einde van de bemiddelingsprocedure. De definitieve gemeenschappelijke ontwerptekst, het door de rapporteur in opdracht van de voorzitter van de delegatie opgestelde verslag en de begeleidende brief, met inbegrip van eventuele door het bemiddelingscomité goedgekeurde verklaringen van de instellingen worden vervolgens toegezonden aan de Zittingsdienst van het Europees Parlement (DG I). In deze fase worden de verschillende taalversies van de tekst van het akkoord allemaal gepubliceerd op de Internetsite van het Europees Parlement.

5 De link naar de gemeenschappelijke ontwerptekst is: http://www.europarl.eu.int/code/backgrou/default_en.htm.

(14)

De voorzitter van de delegatie of enig ander lid van de delegatie (normaliter de rapporteur) legt een verklaring af over de gemeenschappelijke ontwerptekst. Deze verklaring wordt eventueel gevolgd door een debat. Het Parlement stemt vervolgens over de gemeenschappelijke

ontwerptekst die met met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen moet worden goedgekeurd.

Na aanneming van het besluit door het Parlement en de Raad wordt de definitieve wetgevingstekst, bekend onder de naam LEX, ondertekend door de voorzitters van het Parlement en de Raad en tezamen met de relevante verklaringen gepubliceerd in het Publicatieblad.

Indien het bemiddelingscomité geen overeenstemming heeft kunnen bereiken, legt de

voorzitter van de delegatie ter plenaire vergadering een verklaring af, gevolgd door een debat.

Tot nu toe (sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam) is het nog nooit voorgekomen dat er geen overeenstemming is bereikt.

6. DOCUMENTATIE VOOR DE LEDEN

De leden treffen in hun dossier de volgende standaarddocumenten aan:

- op de eerste vergadering: basisdocumenten die van belang zijn voor de betreffende bemiddelingsprocedure: EP-amendementen uit de eerste lezing, gemeenschappelijk standpunt van de Raad, EP-amendementen uit de tweede lezing en de adviezen van de Commissie, indien beschikbaar. Dit dossier wordt opgesteld in alle 11 talen. Op latere vergaderingen is het op verzoek verkrijgbaar.

- voor elke vergadering stelt het Secretariaat bemiddelingsprocedures een nota op, waarin een samenvatting wordt gegeven van de doelstellingen van de vergadering, de situatie rond de amendementen, de stand van de onderhandelingen met de Raad en de procedurele aspecten. Deze nota wordt opgesteld in de talen van de delegatie en op de vergadering uitgedeeld.

- op de delegatievergadering krijgen de leden een werkdocument met vier kolommen, de zogenaamde "tabellen". In de eerste twee kolommen staan de oorspronkelijke standpunten van de Raad (gemeenschappelijk standpunt) en het Parlement (amendementen uit de tweede lezing). De derde kolom bevat de reactie van de Raad op deze amendementen van het Parlement. Het standpunt van de delegatie van het Parlement in het bemiddelingscomité is opgenomen in de vierde kolom. De laatstgenoemde twee kolommen worden zo nodig tijdens de procedure gewijzigd.

In aanvulling op deze standaarddocumentatie kunnen met instemming van de voorzitter van de delegatie andere relevante documenten onder de leden worden verspreid.

Over het algemeen worden alle nodige informatie en alle documentatie zo mogelijk vooraf en in de originele taal (normaliter Engels of Frans) per e-mail verstrekt aan de delegatieleden, fracties en de betreffende diensten van het EP.

(15)

7. HET SECRETARIAAT BEMIDDELINGSPROCEDURES De taken van het secretariaat zijn:

- het voorbereiden en organiseren van de bijeenkomsten van de delegaties van het Europees Parlement bij bemiddelingsprocedures, en van bijeenkomsten met de Raad (technische vergaderingen, trialogen en het bemiddelingscomité);

- het verlenen van assistentie aan de drie ondervoorzitters (de vaste leden van de bemiddelingsdelegatie), bij het verloop van de bemiddelingsprocedure en bij het voorbereiden van achtergrondnota's voor de delegatie;

- het ondersteunen, in samenwerking met de secretariaten van de commissies, van de voorzitter van de bevoegde commissie en de rapporteur, met name bij het opstellen van compromisteksten en verslagen voor de plenaire vergadering waarin de resultaten van procedure worden uiteengezet;

- het onderhouden en aanknopen van contacten met de voor de bemiddelingsprocedure verantwoordelijke ambtenaren van de Raad en de Commissie;

- het vergemakkelijken van contacten tussen de commissiesecretariaten en andere diensten, in het bijzonder de Juridische Dienst, inzake "horizontale" kwesties die zich voordoen in verband met de medebeslissingsprocedure;

- het verstrekken van recente informatie inzake het verloop van de

medebeslissingsprocedures binnen het Parlement, met name aan het Kabinet van de Voorzitter en van de secretaris-generaal, en in antwoord op vragen van het publiek;

- het samenwerken met de juridisch-linguïstische eenheid van de Juridische Dienst om de juridische verificatie van de teksten tijdens de gehele medebeslissingsprocedure te waarborgen, tot en met de ondertekening door de Voorzitter van het Parlement en de publicatie in het Publicatieblad.

(16)

Het Secretariaat bemiddelingsprocedures maakt deel uit van Directoraat B van het Directoraat- generaal commissies en delegaties, waarvan de heer Ezio PERILLO directeur is. De

samenstelling is als volgt:

Afdelingshoofd/secretaresse Michael SHACKLETON

Brenda JAMES

Brussel:

tel.

42732 42734

kamer

ATR 881 ATR 883

Straatsburg:

tel.

72404 72405

kamer

SDM 149 SDM 149 Administrateurs/secretaresses

José Luis RUFAS QUINTANA Pekka HAKKALA

Klaus BAIER Grace EGAN Leena LUOMA Florence RULLAUD

43956 46273 44873 42347 43638 42706

ATR 885 ATR 889 ATR 811 ATR 887 ATR 887 ATR 813

72268 72085 75697 72085 74614 72545

SDM 147 SDM 148 SDM 148 SDM 148 SDM 147 SDM 101 Assistentie/secretaresses

Maria Angeles MARTINEZ VALLS Chantal LEFORT

Pantelis KARAGOUNIS

42007 43807 43492

ATR 880 ATR 878 ATR 882

72560 77097 72544

SDM 150 SDM 150 SDM 101 Fax Brussel: + 32 2 284 91 77

Fax Straatsburg: + 33 3 88 17 90 75 Directeur/secretaresse

Ezio PERILLO

Conception NAVARRETE RAMIREZ

46336 42962

ATR 872 ATR 876

74387 72554

SDM 138 SMD 139

Fax Brussel: + 32 2 284 69 05 Fax Straatsburg: + 33 3 88 36 92 14

(17)

8. VERDERE INFORMATIE

De volgende informatie is verkrijgbaar bij het Secretariaat bemiddelingsprocedures:

1. Europees Parlement, delegaties in het bemiddelingscomité:

Activiteitenverslag 1 augustus 2000 - 31 juli 2001.

Ingediend door de ondervoorzitters Renzo IMBENI, James PROVAN en Ingo FRIEDRICH.

2. Europees Parlement, Delegaties in het bemiddelingscomité:

Activiteitenverslag 1 mei 1999 - 31 juli 2000.

Ingediend door de ondervoorzitters Renzo IMBENI, James PROVAN en Ingo FRIEDRICH 3. Europees Parlement, Delegaties in het bemiddelingscomité:

Activiteitenverslag 1 november 1993 - 30 april 1999.

Ingediend door de ondervoorzitters Nicole FONTAINE, Renzo IMBENI en Josep VERDE I ALDEA.

4. Europees Parlement, Directoraat-generaal studies, werkdocument:

(Mede-)regeren na Maastricht: de institutionele prestaties van het Europees Parlement 1994-1998. Politieke series 01-99.

5. EP-website van het bemiddelingscomité: : http://www.europarl.eu.int/code/default_en.htm:

- werkzaamheden - bemiddelingscomité

(18)

BIJLAGEN A. Artikel 251 van het EG-Verdrag

1. Wanneer in dit Verdrag voor de aanneming van een besluit naar dit artikel wordt verwezen, is de onderstaande procedure van toepassing.

2. De Commissie dient een voorstel in bij het Europees Parlement en bij de Raad.

Met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, na advies van het Europees Parlement, - kan de Raad, indien hij alle in het advies van het Europees Parlement vervatte

amendementen goedkeurt, het voorgestelde besluit in de aldus geamendeerde versie vaststellen;

- kan de Raad, indien het Europees Parlement geen amendementen voorstelt, het voorgestelde besluit vaststellen;

- stelt de Raad in de andere gevallen een gemeenschappelijk standpunt vast en deelt hij dit mede aan het Europees Parlement. De Raad stelt het Europees Parlement ten volle in kennis van de redenen die hem hebben geleid tot het vaststellen van zijn

gemeenschappelijk standpunt. De Commissie stelt het Europees Parlement ten volle in kennis van haar standpunt.

Indien het Europees Parlement binnen een termijn van drie maanden na deze mededeling:

a) het gemeenschappelijk standpunt goedkeurt of zich niet heeft uitgesproken, wordt het betrokken besluit geacht overeenkomstig het gemeenschappelijk standpunt te zijn aangenomen;

b) het gemeenschappelijk standpunt met volstrekte meerderheid van zijn leden verwerpt, wordt het voorgestelde besluit geacht niet te zijn aangenomen;

c) met volstrekte meerderheid van zijn leden amendementen op het gemeenschappelijk standpunt voorstelt, wordt de geamendeerde tekst toegezonden aan de Raad en aan de Commissie, die advies over deze amendementen uitbrengt.

3. Indien de Raad binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van de amendementen van het Europees Parlement al deze amendementen met gekwalificeerde meerderheid van stemmen goedkeurt, wordt het betrokken besluit geacht te zijn aangenomen in de vorm van het aldus geamendeerde gemeenschappelijk standpunt; de Raad besluit evenwel met eenparigheid van stemmen over de amendementen waarover de Commissie negatief advies heeft uitgebracht. Indien de Raad niet alle amendementen goedkeurt, roept de voorzitter van de Raad, in overeenstemming met de voorzitter van het Europees Parlement, binnen zes weken het bemiddelingscomité bijeen.

4. Het bemiddelingscomité bestaat uit de leden van de Raad of hun vertegenwoordigers en een gelijk aantal vertegenwoordigers van het Europees Parlement en heeft tot taak met een gekwalificeerde meerderheid van de leden van de Raad of hun vertegenwoordigers en met een meerderheid van de vertegenwoordigers van het Europees Parlement overeenstemming te bereiken over een gemeenschappelijke ontwerptekst. De Commissie neemt aan de

(19)

werkzaamheden van het bemiddelingscomité deel en neemt alle nodige initiatieven om de standpunten van het Europees Parlement en de Raad nader tot elkaar te brengen. Bij de vervulling van deze taak bestudeert het bemiddelingscomité het gemeenschappelijk standpunt op basis van de door het Europees Parlement voorgestelde amendementen.

5. Wanneer het bemiddelingscomité binnen een termijn van zes weken nadat het is

bijeengeroepen, een gemeenschappelijke ontwerptekst goedkeurt, beschikken het Europees Parlement en de Raad over een termijn van zes weken na deze goedkeuring om het

betrokken besluit overeenkomstig de gemeenschappelijke ontwerptekst aan te nemen, met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen wat het Europees Parlement betreft, en met gekwalificeerde meerderheid wat de Raad betreft. Wanneer een van de twee instellingen het voorgestelde besluit niet binnen die termijn goedkeurt, wordt het geacht niet te zijn aangenomen.

6. Wanneer het bemiddelingscomité geen gemeenschappelijke ontwerptekst goedkeurt, wordt het voorgestelde besluit geacht niet te zijn aangenomen.

7. De in dit artikel vermelde termijnen van drie maanden en zes weken worden, op initiatief van het Europees Parlement of van de Raad, met ten hoogste één maand, respectievelijk twee weken verlengd.

(20)

B. Gemeenschappelijke verklaring over de wijze van uitvoering van de nieuwe medebeslissingsprocedure (artikel 251 van het EG-Verdrag)

PREAMBULE

Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, hierna "de instellingen" genoemd, stellen vast dat de huidige contacten tussen het voorzitterschap van de Raad, de Commissie en de voorzitters van de bevoegde commissies en/of de rapporteurs van het Parlement, alsmede tussen de medevoorzitters van het bemiddelingscomité hun nut hebben bewezen. De instellingen bevestigen dat deze contacten moeten worden uitgebouwd over de gehele medebeslissingsprocedure. De instellingen verplichten zich ertoe hun werkmethoden te bestuderen opdat de mogelijkheden die de nieuwe medebeslissingsprocedure biedt, op efficiënte wijze worden benut.

De instellingen doen, met inachtneming van hun reglementen van orde, al het nodige ter bevordering van de onderlinge informatieverstrekking over de medebeslissingsprocedure.

I. Eerste lezing

1. De instellingen werken loyaal samen om hun standpunten zo dicht mogelijk tot elkaar te brengen, opdat het besluit zo mogelijk in eerste lezing kan worden vastgesteld.

2. De instellingen zorgen ervoor dat hun respectieve tijdschema's zoveel mogelijk op elkaar zijn afgestemd teneinde de samenhang en de gelijkgerichtheid van de werkzaamheden van de eerste lezing in het Europees Parlement en de Raad te bevorderen. Zij leggen de

contacten die nodig zijn om het verloop van de werkzaamheden te kunnen volgen en de gelijkgerichtheid ervan te kunnen nagaan.

3. De Commissie zorgt voor de bevordering van de contacten en oefent haar initiatiefrecht op constructieve wijze uit, teneinde het nader tot elkaar brengen van de standpunten van het Europees Parlement en de Raad te vergemakkelijken, met inachtneming van het

interinstitutionele evenwicht en de rol die het Verdrag haar toekent.

II. Tweede lezing

1. In zijn toelichting zet de Raad zo duidelijk mogelijk de redenen uiteen die hem tot de vaststelling van zijn gemeenschappelijk standpunt hebben geleid. Bij de tweede lezing houdt het Europees Parlement zoveel mogelijk rekening met deze motivering, alsmede met het advies van de Commissie.

2. Met het oog op een beter begrip van elkaars standpunten en een zo spoedig mogelijke voltooiing van de wetgevingsprocedure kunnen passende contacten worden gelegd.

3. De Commissie zorgt voor de bevordering van de contacten en geeft haar mening te kennen, teneinde het nader tot elkaar brengen van de standpunten van het Europees Parlement en de Raad te vergemakkelijken, met inachtneming van het interinstitutionele evenwicht en de rol die het Verdrag haar toekent.

(21)

III. Bemiddeling

1. Het bemiddelingscomité wordt door de voorzitter van de Raad in overeenstemming met de voorzitter van het Europees Parlement en met inachtneming van de bepalingen van het Verdrag bijeengeroepen.

2. De Commissie neemt aan de werkzaamheden van het bemiddelingscomité deel en neemt alle nodige initiatieven om de standpunten van het Europees Parlement en de Raad nader tot elkaar te brengen. Deze initiatieven kunnen met name bestaan in ontwerpcompromis- teksten op basis van de standpunten van het Europees Parlement en de Raad, met

inachtneming van de rol die het Verdrag aan de Commissie toekent.

3. Het voorzitterschap van het comité wordt door de voorzitter van het Europees Parlement en de voorzitter van de Raad gezamenlijk bekleed.

De vergaderingen van het comité worden beurtelings door de medevoorzitters voorgezeten.

De data waarop het comité vergadert en de agenda worden door de medevoorzitters in onderlinge overeenstemming vastgesteld. De Commissie wordt over de beoogde data geraadpleegd. Het Europees Parlement en de Raad wijzen passende data voor de bemiddelingswerkzaamheden aan en delen deze aan de Commissie mede.

Het Europees Parlement en de Raad houden, met inachtneming van de bepalingen van het Verdrag inzake termijnen, zoveel mogelijk rekening met de eisen van de tijdschema's, met name de onderbrekingen van de werkzaamheden van de instellingen en de verkiezingen van het Europees Parlement; in ieder geval dient de onderbreking van de werkzaamheden zo kort mogelijk te zijn.

Het comité komt beurtelings in de gebouwen van het Europees Parlement en de Raad bijeen.

4. Het comité beschikt over het voorstel van de Commissie, het gemeenschappelijk standpunt van de Raad, de door het Europees Parlement voorgestelde amendementen, het advies van de Commissie over deze amendementen alsmede over een gemeenschappelijk

werkdocument van de delegaties van het Europees Parlement en de Raad. De Commissie dient haar advies in de regel in binnen twee weken na officiële ontvangst van de uitslag van de stemming van het Europees Parlement en uiterlijk aan het begin van de

bemiddelingswerkzaamheden.

5. De medevoorzitters kunnen teksten ter goedkeuring voorleggen aan het comité.

6. De stemverdeling en, in voorkomend geval, de stemverklaringen van iedere delegatie in het bemiddelingscomité worden bekendgemaakt aan het comité.

7. De overeenstemming over de gemeenschappelijke ontwerptekst wordt vastgesteld tijdens een vergadering van het bemiddelingscomité of nadien bij briefwisseling tussen de medevoorzitters. Een afschrift van deze briefwisseling wordt toegezonden aan de Commissie.

8. Wanneer het comité overeenstemming over een gemeenschappelijk ontwerp bereikt, wordt de tekst daarvan, na juridisch-taalkundige bijwerking, ter goedkeuring voorgelegd aan de medevoorzitters.

(22)

9. De medevoorzitters sturen de aldus goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst per gezamenlijk ondertekende brief naar de voorzitters van het Europees Parlement en van de Raad. Bereikt het bemiddelingscomité geen overeenstemming over een

gemeenschappelijke ontwerptekst, dan stellen de medevoorzitters de voorzitters van het Europees Parlement en van de Raad hiervan per gezamenlijk ondertekende brief in kennis.

Deze brieven fungeren als notulen. Een afschrift van deze brieven wordt ter kennisgeving aan de Commissie toegezonden.

10. Het secretariaat van het comité wordt gezamenlijk gevoerd door het secretariaat-generaal van de Raad en het secretariaat-generaal van het Europees Parlement, in samenwerking met het secretariaat-generaal van de Commissie.

IV. Algemene bepalingen

1. Indien het Europees Parlement of de Raad verlenging van de in artikel 251 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap genoemde termijn volstrekt noodzakelijk achten, dan stellen zij de voorzitter van de andere instelling, alsmede de Commissie hiervan in kennis.

2. De teksten worden in nauwe samenwerking en in onderlinge overeenstemming door de juristen-vertalers van het Europees Parlement en de Raad bijgewerkt.

3. Nadat het wetgevingsbesluit via de medebeslissingsprocedure door het Europees Parlement en de Raad is aangenomen, wordt het ter ondertekening voorgelegd aan de voorzitter van het Europees Parlement, aan de voorzitter van de Raad alsmede aan de secretarissen-generaal van beide instellingen.

De aldus medeondertekende tekst wordt toegezonden aan het Bureau voor Officiële Publicaties der Europese Gemeenschappen om zo mogelijk uiterlijk binnen één maand en in ieder geval zo spoedig mogelijk in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen te worden bekendgemaakt.

4. Constateert een van de instellingen een materiële fout in een tekst (of in een van de taalversies), dan stelt zij de overige instellingen hiervan onmiddellijk in kennis. Wanneer deze fout een nog niet aangenomen besluit betreft, stellen de diensten Juristen-Vertalers van het Europees Parlement en de Raad in nauwe samenwerking het vereiste corrigendum op. Wanneer de fout daarentegen een reeds aangenomen of bekendgemaakt besluit betreft, stellen het Europees Parlement en de Raad in onderlinge overeenstemming en volgens hun respectieve procedures een rectificatie op.

(23)

C. Reglement van het Europees Parlement - Artikelen 81-83 Derde lezing - Bemiddeling

Artikel 81 Bijeenroepen van het bemiddelingscomité

Indien de Raad niet akkoord kan gaan met alle amendementen van het Parlement op het

gemeenschappelijk standpunt, kan de Voorzitter, na overleg met de fractievoorzitters en de voorzitter en de rapporteur van de bevoegde commissie, instemmen met een tijd en plaats voor een eerste vergadering van het bemiddelingscomité. De uiterste termijn van zes weken die het bemiddelingscomité heeft om overeenstemming te bereiken over een gemeenschappelijke ontwerptekst, loopt vanaf de datum van de eerste vergadering van het comité.

Artikel 82 Delegatie in het bemiddelingscomité

1. De delegatie van het Parlement in het bemiddelingscomité bestaat uit een even groot aantal leden als de delegatie van de Raad.

2. De politieke samenstelling van de delegatie is in overeenstemming met de verdeling van de leden van het Parlement over de verschillende fracties. De Conferentie van voorzitters stelt het exacte aantal per fractie te delegeren leden vast.

3. De leden van de delegatie worden voor elke afzonderlijke bemiddelingskwestie benoemd door de fracties, bij voorkeur uit de leden van de betrokken commissies, behalve drie leden die als vaste leden van de opeenvolgende delegaties worden benoemd voor een periode van twaalf maanden. De drie vaste leden worden door de fracties uit de ondervoorzitters gekozen en vertegenwoordigen ten minste twee verschillende fracties. De voorzitter en de rapporteur van de bevoegde commissie maken in elk geval deel uit van de delegatie.

4. De in de delegatie vertegenwoordigde fracties benoemen plaatsvervangers.

5. Niet in de delegatie vertegenwoordigde fracties kunnen elk één vertegenwoordiger sturen naar elke interne voorbereidende vergadering van de delegatie.

6. De delegatie wordt voorgezeten door de Voorzitter of door een van de drie vaste leden.

7. De delegatie besluit met meerderheid van haar leden. De beraadslagingen in de delegatie zijn niet openbaar.

De Conferentie van voorzitters stelt verdere procedurele richtlijnen vast voor de werkzaamheden van de delegatie in het bemiddelingscomité.

8. Over de resultaten van de bemiddeling, alsmede over eventueel ingediende amendementen of compromisvoorstellen, wordt door de delegatie tijdig verslag aan het Parlement uitgebracht teneinde het Parlement in staat te stellen overeenkomstig de bepalingen van het EG-Verdrag eventuele verdere procedurele stappen te doen.

Derde lezing - Behandeling ter plenaire vergadering Artikel 83 Gemeenschappelijke ontwerptekst

(24)

1. Indien in het bemiddelingscomité overeenstemming wordt bereikt over een

gemeenschappelijke ontwerptekst, wordt deze kwestie binnen zes weken of, bij verlenging, acht weken na de datum van goedkeuring van deze tekst door het bemiddelingscomité op de agenda van een binnen zes weken te houden plenaire vergadering geplaatst.

2. De voorzitter of een ander daartoe aangewezen lid van de delegatie in het bemiddelingscomité legt een verklaring af over de gemeenschappelijke ontwerptekst. Deze verklaring kan worden gevolgd door een kort debat.

3. Op de gemeenschappelijke ontwerptekst kunnen geen amendementen worden ingediend.

4. De gemeenschappelijke ontwerptekst wordt in zijn geheel in één keer in stemming gebracht. Deze wordt goedgekeurd met de meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

5. Indien in het bemiddelingscomité geen overeenstemming wordt bereikt over de

gemeenschappelijke ontwerptekst, legt de voorzitter of een ander daartoe aangewezen lid van de delegatie in het bemiddelingscomité een verklaring af. Deze verklaring wordt gevolgd door een debat.

(25)

D. Rechtsgrondslagen die krachtens het Verdrag van Amsterdam onder de medebeslissing vallen

Medebeslissing is nu van toepassing op 38 gebieden of soorten communautaire acties, verspreid over 31 verdragsartikelen, te weten:

Artikel 12 verbod van discriminatie op grond van nationaliteit,

Artikel 18 ** burgerschap: recht van burgers om vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven,

Artikel 40 vrij verkeer van werknemers,

Artikel 42 ** vrij verkeer van werknemers: sociale zekerheid voor migrerende werknemers in de Gemeenschap,

Artikel 44 recht van vestiging,

Artikel 46 recht van vestiging: speciale behandeling van vreemdelingen,

Artikel 47, lid 1 starten en uitoefenen van werkzaamheden anders dan in loondienst, opleiding en voorwaarden voor toegang tot werkzaamheden:

wederzijdse erkenning van diploma’s,

Artikel 47, lid 2 ** maatregelen betreffende zelfstandigen: aanpassing nationale wetgeving,

Artikel 55 recht van vestiging: diensten,

Artikel 71, lid 1 vervoer: gemeenschappelijke regels voor internationaal vervoer, voorwaarden waaronder niet-residente vervoerders binnen de lidstaten mogen opereren, maatregelen ter verbetering van de veiligheid bij het vervoer,

Artikel 80, lid 2 zeevaart en luchtvaart,

Artikel 95, lid1 harmonisatie van de interne markt,

Artikel 129 werkgelegenheid: stimuleringsmaatregelen, Artikel 135 douanesamenwerking,

Artikel 137, lid 1 en 2 sociaal beleid: veiligheid en gezondheid van werknemers, arbeidsvoorwaarden, informatie en raadpleging van werknemers, gelijkheid van mannen en vrouwen, maatregelen ten behoeve van samenwerking bij de bestrijding van sociale uitsluiting,

Artikel 141 sociaal beleid: gelijke kansen en gelijke beloning, Artikel 148 Europees Sociaal Fonds: uitvoeringsbesluiten, Artikel 149, lid 4 onderwijs: stimuleringsmaatregelen

Artikel 150 beroepsopleiding: maatregelen die bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen,

Artikel 151, lid 5 ** stimuleringsmaatregelen op het gebied van cultuur,

Artikel 152, lid 4 volksgezondheid: minimum kwaliteits- en veiligheidseisen voor organen en stoffen van menselijke oorsprong, bloed en bloedderivaten, maatregelen op veterinair en fytosanitair gebied gericht op de bescherming van de volksgezondheid,

Artikel 153, lid 4 consumentenbescherming,

Artikel 156 trans-Europese netwerken: invoering, financiering,

Artikel 162 Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (uitvoeringsbesluiten), Artikel 166 kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling, Artikel 172 onderzoek: goedkeuring van programma’s,

Artikel 175, lid 1 en 3 milieu: maatregelen, goedkeuring en uitvoering van programma’s, Artikel 179 ontwikkelingssamenwerking,

Artikel 255 doorzichtigheid: algemene beginselen en beperking van de toegang tot documenten,

(26)

Artikel 280 maatregelen ter bestrijding van fraude, Artikel 285 statistieken,

Artikel 286 bescherming van gegevens: instelling van een onafhankelijk controleorgaan.

** Eenparigheid van stemmen in de Raad

Wanneer het Verdrag van Nice eenmaal is geratificeerd, zal de medebeslissingsprocedure met 5 nieuwe terreinen worden uitgebreid: artikel 13, lid 2 (nieuw): maatregelen tegen vormen van discriminatie; artikel 65: justitiële samenwerking in burgerlijke zaken (met uitzondering van de aspecten in verband met het familierecht); artikel 157, lid 3: specifieke maatregelen ter

ondersteuning van de industrie; artikel 159, alinea 3: specifieke maatregelen buiten de

Structuurfondsen en artikel 191: statuut van de Europese politieke partijen en in het bijzonder de regels inzake hun financiering.

(27)

E. Schematisch overzicht van de medebeslissingsprocedure

Voorstel van de Commissie aan het EP en de Raad

Eerste lezing Parlement:

Geen amendementen van het EP

Eerste lezing Parlement:

amendementen van het EP

Advies van de Commissie over amendementen van het EP

Eerste lezing Raad:

De Raad kan de tekst zonder wijziging goedkeuren

Eerste lezing Raad: de Raad keurt niet alle amendementen goed en stelt een gemeenschappelijk standpunt vast

Eerste lezing Raad: de Raad keurt alle amendementen goed en kan het besluit goedkeuren

Advies van de Commissie over het gemeenschappelijk standpunt Tweede lezing Parlement (termijn 3 + 1 maanden) Parlement hecht zijn goedkeuring

aan het gemeenschappelijk standpunt of neemt geen besluit

Parlement neemt amendeert het gemeenschappelijk standpunt (absolute meerderheid van zijn leden)

Parlement verwerpt het gemeenschappelijk standpunt (absolute meerderheid van zijn leden)

Het besluit wordt geacht te zijn aangenomen

Advies van de Commissie over de amendementen van het EP

Het besluit wordt geacht niet te zijn aangenomen

Tweede lezing Raad (termijn 3 + 1 maanden)

De Raad keurt alle amendementen van het EP goed

De Raad keurt niet alle amendementen van het Parlement goed

Het besluit wordt aangenomen als gewijzigd

Het bemiddelingscomité wordt bijeengeroepen binnen een periode van 6 + 2 weken en heeft nog eens 6 + 2 weken om overeenstemming te bereiken

Geslaagde afronding van de bemiddeling

Niet geslaagde afronding van de bemiddeling

Het EP of de Raad slagen er niet in binnen de periode van 6 + 2 weken hun goedkeuring te hechten aan de gemeenschappelijke ontwerptekst

Goedkeuring van de gemeenschappelijke ontwerptekst door het EP (meerderheid van uitgebrachte stemmen) en de Raad (gekwalificeerde meerderheid) binnen een periode van 6 + 2 weken

Geen besluit

Geen besluit Besluit

Afbeelding

Updating...

Referenties

Updating...

Gerelateerde onderwerpen :