Full text

(1)

':De ver

en

Donderdag 21 juni 1962 - No. 688

Jl. Jl.D. televisieuitzending dinsdag 26 juni

iezingsuitslagen

"""r áe.V.V.D.

* * Kunnen we niet tegen ons verlies? Zijn

* - we alleen maar een mooi-weer-par- tij? Wisten wij ons goede humeur en onze een- heid alleen maar in de 15 jaren van voortdu- rende vooruitgang te bewaren, maar is het nu alles ineens helemaal mis?

Hebben we alle gevoel voor verhoudingen ver- loren?

Kunnen we 'de zaken niet meer in hun juiste proporties zien?

Zijn we als het bekende genre mensen, dat, zolang het hun voor de wind gaat, een allerple- zierigst soort is, maar dat in een naargeestig pessimisme dan wel in een hinderlijk queru- lantisme vervalt, zodra ook hen eens een tegen- slag treft?

Het zijn allemaal vragen, die zich aan ons op- dringen wanneer wij sommiger reacties verne- men op de eerste tegenslag na een onafgebroken reeks van dertien succesvolle na-oorlogse verkie- zingen.

Een tegenslag - een klap zo men wil - wel- ke nochtans volledig onverlet laat de in een ge- leidelijke groei in die jaren behaalde winst.

* *

Wat wij bij de verkiezingen van 1962 heb- ben verloren, is de unieke uitschieter van 1958-1959, maar zelfs bij deze verkiezingen 1962, waarbij letterlijk alles ons tegen zat, is de ge- leidelijke groei van 1946 af, volledig behouden gebleven.

Percentsgewijze en over het gehele land gere- kend voor zover dat bij plaatselijke verkiezingen mogelijk is, betekenen de Staten- en Raadsver- kiezingen een terugval op een punt, liggend op de statistisch uitgedrukt langzaam maar gesta- dig stijgende lijn, welke men in een grafische voorselling van 1946 via 1952/1953 kan trekken.

Het beeld, dat de heer Oud schetste, van de lange en de korte golf, was dan ook geen "vin- ding pour la cause", maar een nuchtere analyse aan de hand van de duidelijke percentages.

Aan de hand van het in ons eerste artikel ge- geven staatje (Vrijheid en Democratie van 7 juni, pag. 1) plaatsen wij het percentage der Raads- verkiezingen van 1946 en dat van de ( ongunsti- ge) raadsverkiezingen van de vorige maand nog even naast elkaar.

We zien dan voor Amsterdam 1946: 5,4 pct- 1962 10,3 pct; Rotterdam 6,6 pct-10,3 pct; Den Haag 10,2 pct.-16 pct.; Utrecht 7,2 pct.-9,2 pct.;

Groningen 8 pct.-14,3 pct.; Arnhem 7 pct.-10,3 pct.

(11)

Dat de heer Oud in een van zijn commentaren heeft gezegd wij hebben de kern behouden, is óók al een door sommigen aangevochten uitla- ting. In werkelijkheid drukte de heer Oud ~ich

hier o.i. wel héél bescheiden uit. Onder die

"kern" moet dan immers worden verstaan: al- les wat in 1946 aan liberale aanhang na de oor- log aanwezig was, plus al hetgeen daar in abso- lute zin, maar ook in percentages uitgedrukt, is bijgekomen.

Dat is geen "goedprate1·ij", geen "struisvo- gelpolitiek" en geen "ten onrechte kalme- rend geluid", zoals de heer Van Route en me- vrouw Endert-Baylé naar aanleiding van de be- schouwing van de heer Dettmeijer in ons num- mer van 1 juni en naar aanleiding van ons arti- kel van 7 juni in hun elders in dit nummer afge- drukte ingezonden artikel geneigd zijn te menen.

Wij aarzelen geen ogenblik te erkennen - zelfs als eersten te stellen - dat een te rooskleurige voorstelling van zaken ongewenst is.

Maar nog ongewenster, zelfs levensgevaarlijk, is bij een verloren verkiezingsjaar zich in pessimis- me te verliezen en het doen voorkomen (zo- als bij sommigen het geval is) of de partij zo on- geveer op de rand van het politieke faillissement staat.

Wij hoorden een enkele pessimist zelfs gewa- gen van "een zinkend schip".

Moet dat nu werkelijk onze reactie zijn na het verlies van een spectaculaire top van 3 jaar geleden, maar met behoud van wat wij samen in zestien jaar hebben opgebouwd?

Is dat niet een grove onbillijkheid en mïsken- ning tegenover de veel meer dan een half mil- joen kiezers, die ons, ook in deze voor ons inci- denteel moeilijke omstandigheden en ondanks de psychologisch weinig animerende uitslag van de Statenverkiezingen, zijn trouw gebleven?

Niet wie in paniek raakt houdt bij een plotse- linge calamiteit de zaken in de hand, maar wie in die omstandigheden zijn kalmte bewaart en zijn positieven bij elkaar houdt.

*

De heer Van Route spant zich tot het uiter- ste in om toch maar aan te tonen, dat zelfs die prachtige Kamerverkiezing van 1959, waarbij het unieke feit zich voordeed, dat een grote of middelgrote partij met 50 pct. op het stemmen- en zeteltal van de vorige verkiezing vooruit ging

(van 13 op 19 zetels in de Tweede Kamer), eigen.

lijk al een achteruitgang was, namelijk vergele- ken bij de Raadsverkiezingen in 1958.

In wezen is dat moeilijk vergelijkbaar en in de dagbladen van die dagen is dat ook niet ge- beurd. De vergelijkingen werden gemaakt met de Tweede-Kamerverkiezingen van 1956 en met de Statenverkiezingen van 1958.

Voor de VVD levert zulk een vergelijking in landelijk totaal dan op: Kamer 1956: 8,77 pct;

Staten 1958: 11,40 pct.; Kamer 1!l59: 12,22 pct.

Tegenover de moeite, welke de heer Van Hou- te en mevrouw Endert zich hebben getroost om toch vooral aan te tonen wat voor somber diep- tepunt deze terugval uit ons hoogtepunt van 1958-1959 betekent, verwijzen wij tot slot voor zover het de VVD betreft naar de vergelijkings- Cijfers, bijeengebracht door een man, die er toch wel door niemand van zal worden verdacht, iets voor de VVD te hebben willen "goedpraten".

Wij bedoelen ir. H. Vos, links-socialistisch po- liticus, een analytisch denker en een man, die een zwak heeft voor becijferingen en statistie- ken, die in "Vrij Nederland" een "Analyse van de Raadsverkiezingen" heeft gegeven.

In de reeks gemeenten, door hem op be•

langwekkende wijze gegroepeerd (men zi•

hiervoor pag. 3) beliep het totale zeteltal voor de VVD bij de verschillende na-oorlogse Raads~

verkiezingen, dus die van 1946-1949-1953- ( 1958) 4 1962, aldus: 52-89-95-(159)-112.

Wij hebben het resultaat van 1958 duidelijk- heidshalve tussen haakjes geplaatst ,en men zie dan de opgaande lijn van 1946 tot en met 1962:

52-89-95-112, waar tussen 95 en 112 dan de uit- schieter ligt van 159 zetels voor 1958.

(Vervolg op pag. 2)

ATTENTIE!! ATTENTIE!!

TELEVISIE-UITZENDING I

Dinsdag, 26 juni a.s., van 20.20-20.30 uur Medewerkend en:

Mevrouw E. H. RINK-VAN DER LINDEN, gemeenteraadslid van Utrecht

Mr. F. KORTHALS ALTES,

secretaris van de afdeling Rotterdam der Partij Presentatie:

J. W. VAN ESVELD

(2)

VRIJHEID EN DEMOCRATIE 21 JUNI 1962 - FAGINA 2

Schimmenspel in huurdebat ALGEMEEN SECRETARIAAT

V.V.D.

Koninginnegraeht 61 's-Gravenhage Telefoon (070) 60 48 03

(3 liinen)

Het zoveelste huurdebat is weer ach- ter de rug en opnieuw is een akelig kle-in stapje gedaan op de lange weg, die moet leiden naar de :z.g. even- wiohtshuren. Die weg is extra lang, doorda·t de meeste fracties in de Tweede Kamer het nogal moeilijlk: hebben om de buurverhogingen - hoe bitter noodzake- lij!k ze ook mogen zijn - aan hun aan- hang te verkopen.

Dat was onder de vorige kabinetten :w en dat is helaas ook het geval onder tle tegenwoordige politieke verhoudingen.

Het was dan ook geen wonder, dat de liberale mr. Schultemaker de huurver- hogingsgesOhiedenis als een naargeestige

zaak typeerde. De fout begint al in de eerste jaren na de bevrijding, doordat men de kwestie van de huren veel te lang heeft laten rusten. Pas in 1951 is men be-

«onnen met horten en stoten de achter-

;tand van de oude huren in te lopen.

En dit 1n een zo tergend traag tempo, dat we zeventien jaar na de bevrijding nog met een onopgelost huurvraagstuk zitten.

Mr. Schuitemaker had gehoopt, dat deze regering nu eindelijk eens de slepende ziekte, die het huurvraagstuk voor onze nationale economie is, had overwonnen.

Die kans is nu wel verkeken. Maar ze is er wel geweest. De geslaagde prijspoli- hek en het gevoerde loonbeleid hadden het mogelijk gemaakt deze kwestie op te lossen als de regering maar bij haar aanvankelijke voornemen was ge- bleven om hieraan de hoogste prioriteit te geven. Maar die prioriteit is wat weg- gezakt. De liberaal betreurde dat, o.a.

omdat de wanverhouding tussen huren en bouwkosten de normale b:mwcapaci- tei t aJremt.

Jammer dat dit soort geluiden b.ui- ten de liberale hoek zo sporadisch

worden gehoord. Diverse politieke groeperingen in de Kamer zouden het liefst de woningnood willen opheffen en een normale situatie op hef ierrein van de woningbouw willen bereiken, ter- wijl de huren kunstmatig laag worden gehouden. Voor menigeen lijkt dit mis- schien een schoon streven, maar de prak- tijk heeft nu wel zo langzamerhand be- wezen. dat we op die manier met Sint Juttemis nog niet van de woningnood af zijn, nog afgezien van onbillijkheden die het te lal).g houden van de huren veroor- zaakt. Zolang het bouwen van woningen voor de verhuur over het algemeen nog

een hoogst onaantrekkelijke zaak blijft als gevolg van een te laag huurpeil, zul- len we met een huisvestingsprobleem blij- ven kampen. Om deze relatie lopen de meesten echter het liefst met een grote boog heen. De KVP heeft in het jongste huurdebat haar steun aan de voorstellen van minister van Aartsen afhankelijk ge- maakt van een ministeriële toezegging, dat hij alles zal doen om de bouwprijzen te drukken. Mr. Van Aartsen heeft dat inderdaad beloofd. Men moet hier echter niet te veel van verwachten.

De minister kan in feite weinig meer doen dan door regulering van de bouw- markt een prijsopdrijvende overspanning voorkomen. Voor de rest hangt het maar heel weinig van de- minister af, wat de bouwpr.ijzen zullen gaan doen. De KVP deed echter, alsof de toezegging van de minister heel wat betekende. Men wist natuurlijk zelf wel beter, maar het is nu eenmaal wel aardig als men zijn kie- zers kan wijsmaken, dat men het een en ander heeft bereikt in een debat over een weinig populaire aangelegenheid.

* *

Eerlijk gezegd vonden we ten aan- zien van de prijzenkwestie de socia- list Bommer heel wat reëler, toen hij opmerkte, dat aan een stijging der bouwprijzen niet te ontlwmen is; dat is nu eenmaal een verschijnsel, dat zich in de hele wereld voordoet.

Het is een gevolg van de aard van het bouwbedrijf, waardoor de produkti- vileitsstijging in deze sector achterblijft bij die in industriële bedrijfstak!ken. Al- dus krijgen we de situatie, dat de bouw- prijzen sterker stijgen dan het algemene prijspeil. Het kan niemand verbazen, dat de P.v.d.A.-fractie meende, dat de hier- door ontstane kloof tussen de hoge kost- prijshuren en een huurniveau dat de so-

·cialisten aanvaardbaar achten, door sub- sidies overbrugd moet worden.

We vinden het een onjuist standpunt, maar het is duidelijk. Dat is een verdien- ste, die we niet kunnen toekennen aan het standpunt van de KVP, die zich bij het optreden van deze regering achter het streven naar subsidievermindering voor de woningbouw heeft gesteld, maar die als het puntje bij paaltje komt, zich verschuilt achter een schimmengevecht tegen de bouwprijzen.

Men kan zeggen, dat ondanks dit het buurverhogingsvoorstel toch de eind- streep heeft gehaald, mede dank zij de steun van de KVP (minus drie leden).

SCHIEDAM NIEUWE HAVEN 5 9-71 • TEL. 6 9 0 9 5*- 6 4 7 7 5*

Dat is waar, maar de houdin.g van de KVP inspireert toch wel tot sombere vermoedens met betrekking tot de ver- dere gang van zaken op huurgebied. Mis- schien dat mr. Sclhuitemaker hieraan _dacht, toen hij in verband met de door de regering geplande derde huurverhoging van tien procent (in 1966) opmerkte: als die ooit komt.

* ..

We spraken zoëven in verhand met de mogelijk!heden van de mindster om althans een poging te doen de bouwprijzen in de hand te houden, over regulering van de bouwmarkt. Een dag na het huurdebat in de Tweede Kamer heeft minister Van Aartsen in de senaat meegedeeld, dat om de woningbouw nor- maal door te kunnen laten gaan de rijks- goedkcuringen in andere sectoren van de bouwnijve1-heid aanzienlijk sterker be- perkt zullen moeten worden.

Dit is vooral een gevolg van het feit, dat de groei van de houwcapaciteit aoh- terblijft bij de verwachtingen. Minister

* UIT DE

EXECUTIEVE

LIBERALE INTERNATIONALE VERGADERDE

De Executieve van de Liberale Inter- nationale heeft, onder voorzitterschap van de heer Malagodi, op zaterdag 16 en zon- dag 17 juni j.l. in Londen vergaderd.

Van de zijde van onze Partij was de algemeen secretaris, de heer D. W. Dett- meijer, ter vergadering aanwezig. Ver- schillende huishoudelijke zaken, verband houdende met de vergadering van de Al- gemene Raad van de Executieve, welke van 11-15 september a. s. in den -Haag zal worden gehouden, werden besproken.

Een drietal resoluties, waarvan de eer- ste betrekking heeft op de politieke in- tegratie van Europa, de tweede op de associatie van Spanje tot de Europese gemeenschappelijke markt en de derde op het wetsontwerp inzake de anti-sabo- tage in Zuid-Afrika, werd aangenomen.

INSTALLATIE BURGEMEESTER VAN BATHMEN

Op zaterdag j.l. heeft onder bijzonder grote belangstelling de installatie plaats- gevonden van de heer P. W. Bazen - tot voor kort gemeentesecretaris van 's-Gra-

Giro 67880

Van Aartsen wist hiervoor een heleboel verklaringen te geven, wals werktijd- verkorting, uitzonderlij-ke weersomstan- digJheden e.d. Allemaal waar natuurlijk, maar één verklaring (de wanverhouding tussen huren en oouwkosten) misten we tooh.

Tijdens dit debat over de be-groting van volkshuisvesting en bouwnoijverheid heeft de socialist Broe·ksz onderscheid ge- maakt tussen de conservatieve p-olitiek, die vooral de christelijk-historischen en liberalen voorstaan (met enige aarzeling ten aanzien van de antirevolutionairen) en de sociale politiek; die de rest van de Kamer en natuurlijk vooral de socialis- ten nastreven. Het sociale zit dan waar- whijnlijk hierin, dat men een politiek wil die als feitelijke camsequentie heeft, dat de woningnood ergerlijk lang wordt ge- rekt.

PARTIJ ie

veland - als burgemeester van Bath- men.

Niet alleen de burgerij van Bathmen was in groten getale opgekomen, doch ook burgemeesters van omliggende ge- meenten waren aanwezig, alsmede de lo- co-burgemeester van 's-Graveland, voor- zitters van diverse verenigingen uit die gemeente en de heer en mevrouw K. H.

Brandt uit 's-Gravenhage.

De heer Brandt bracht de gelukwensen over van de Vereniging van Staten- en Raadsleden van onze partij, waarbij hij in het bijzonder de wens uitsprak, dat de burgerij van Bathmen na verloop van ja- ren over ourgemeester Bazen nog even verheugd zal zijn als thans bij de blijde inkomst in deze gemeente.

1\dvertentle

De liberaal getuigt

in de politiek voor de vrijheid in het per- soonlijk en maatschappelijk leven. In een bedreigde vrije wereld vraagt dit echter ook ons een geestelijke achtergrond. Wel- nu, vele buitenkerkelijke liberalen vin- den dit uitgangspunt, niet alleen in hun politieke partij, maar ook in een daartoe speciaal bedoelde organisatie van geeste- lijk gelijk gezinden.

Ligt hier ook voor u niet een taak?

Inlichtingen HUMANISTISCH VERBOND Oudegracht 152, Utrecht.

(Vervolg van pag. 1)

Ir. Vos schrijft hierbij als toelichting:

"Voor de VVD geldt als voor alle partijen, dat 1946 niet maatgevend was. De "normale"

sterkte ligt in 1949-1953, bij 90 à 95 zetels. Door de uitbreiding der gemeenten zou dat nu 100 à 105 moeten zijn. De uitschieter in 1958 wordt ge- volgd door een bijna even grote teruggang. Dat betekent, dat we ook hier te maken hebben met een vaste kern, waar slechts door toevallige oor- zaken tijdelijke aantrekkingskracht van uitgaat".

uitslag 1958-1959 een "uitschieter". En ook hij schrijft, dat tegenover die uitschieter thans een

"bijna" even grote teruggang heeft gestaan.

"Bijna", dus niet geheel, precies zoals wij be- toogden, toen wij vaststelden dat de VVD is te- ruggevallen op een punt, nog juist liggend op de langzaam stijgende lijn van 1946, via 1952_

Wij zien deze kern echter als een op de lan- gere termijn gezien (de "lange golf" van de heer Oud) geleidelijk groeiende - de meest Vlaarde- volle voor een politieke partij, zulk een geleide- lijke groei - waarbij overigens ook naar onze mening incidentele gebeurtenissen voor verras- sende uitschieters naar boven en naar beneden

(Ouds "korte golf") kunnen zorgen.

Een nuchter woord van iemand, die niet de minste sympathie koestert voor de 'VVD, maar die de zaken stelt zoals ze zijn.

Hij geb1·uikt zelfs dezelfde woordkeus als de heer Oud of als ook wij voortdurend hebben gebezigd in onze pogingen tot reële analysering.

Ook ir_ Vos spreekt van de kennelijke "vaste kern" voor de VVD. Ook hij noemt, als wij, de

*

Er is slechts één verschil op dit punt tussen ir. Vos en ons, maar dat is dan een kwes- tie van geloof in het liberalisme, dat de socialist uiteraard ontbreekt.

Hij, als socialist, ziet voor ons de kern, waar- van hij de basis omstreeks 1949-1953 ziet liggen, als een statisch gegeven en meent, dat slechts door toevallige oorzaken daar nu en dan weer eens wat bovenop kan komen en vervolgens, bij andere omstandigheden, ongeveer datzelfde er weer af zal gaan.

Maar dat is dan ook het levende element in de politiek. Een politiek leven zonder verrassingen, zonder nu en dan eens wisselende winnaars en verliezers, zou maar een saai geval worden.

Bij alle nadelen van het oude districtenstelsel was die grotere kans op verrassingen toch wel een aantrekkelijke zaak, althans voor hen, die voldoende sterke zenuwen hadden en bereid wa- ren, verlies sportief te nemen en zich onmiddel- lijk op te maken om een volgend maal, bij ke- rend getij, weer winnaar te zijn.

(3)

_._,_.c~J:fEID EN DEMOCRATIE

DE VERKIEZINGSUITSLAGEN VOOR DE

v.v.o.

(lil)

••• DP- reacties in de liberale pers op de jongste verkiezingsuitslag hebben er niet wetmg toe biJgedragen, de psycholo- gisch zo ongunstige mening te doen post- vatten, dat de VVD een "al jaren lang verliezende partij is,''

Zo schreef het "Algemeen Handels- blad" in zijn hoofdredactioneel commen-

·taar (de spatiëringen in dit en volgende citaten zijn van ons): "De P.S.P. laat

·Sinds 1958 een gestadige, ononderbroken groei zien, de V.V.D. een even gestadige en even ononderbr()ken achteruitgang".

Maar wat schreef hetzelfde Handels- blad na de Kamerverkie:öing van 1959?

In zijn extra ochtendblad van 13 maart 1959 bracht het in koppen over de gehele breedte van de eerste pagina: "V.V.D.

zet baar overwinningen voort. Met zes ze- tels winst de derde partij in de Kamer"'.

En boven het redactionele commentaar van die 13de maart 1959 plaatste het Han- delsblad de aardig gevonden kop: "V- Day voor V.V.D."

Het begon dit h{)ofdartikel bovendien aldus: "Eclatante overwinning voor de V.V.D. Verpletterende nederlaag voor de communisten. Dit zijn de meest in het oog springende resultaten van deze ver- kiezingsuitslag"'. ·

Verder heette het o.a. nog: "De Volks- partij voor Vrijheid en Democratie komt van 13 zetels in de oude Kamer op het respectabele aantal van 19 in het nieuwe college terug. Een aanmerkelijke- winst, die de stoutste verwachtingen van deze partij heeft overtroffen".

En tenslotte citeren wij nog: "Verge- lijkt men het jongste stembusresultaat met de Kamerverkiezingen van 1956, dan is het opnieuw de VVD, die de sensa- tioneelst.' resultaten heeft geboekt".

* "' *

"Eclatnnte overwinning'' - "De stout- ste verwachtingen overtroffen" .,Op- nieuw de sensationeelste resultaten"

het klinkt allemaal wel a·nders dan de

"gestadige en ononderbroken achteruit- gang sedert 1958", waarmee het thans - onbedoeld, daar twijfelen wij niet aan - de weerstandskracht van zijn liberale le- zers ondermijnt om d-it in belangrijke mate (maar gelukkig niet geheel) weder verloren gaan van de spectaculaire ex- tra-winst van 1959 psychologisch te ver- werken.

Hoe besmettelijk zo'n gedachtenasso- ciatie werkt, blijkt wel uit het feit, dat de "Nieuwe Rotterdamse Courant", die zelf in zijn eerste hoofdartikel na de jongste Raadsverkiezingen nog schreef, dat "de Raadsverkiezingen van 1958 bij- zonder goed (waren) geweest, gelijk de Kamerverkiezingen van 1959", in een hoofdartikel van S juni J.L. nu plotse- ling óók gewaagde van de V.V.D. als "'n partij, welker aanhang de laatste jaren afschuwelijk is geslonken".

Het is nogal wat: "afschuwelijk ge- slonken'' en dan nog wel "in de laatste jaren!"

En het derde liberale dagblad, "Het Vaderland'', vond dit hoofdartikel, dat verder aan de leiding van de partij was gewijd. blijkbaar z.o overtuigend, dat het dit, op de eigen hoofdart.ikelplaats, vrij- wel geheel overnam.

• * •

Wij brengen nog eens in herinnering hetgeen wij in ons eerste artikel over de verkiezingsuitslag en de V.V.D. reeds schreven. Op verschillende tijelstippen in de jaren 1959 en 1960 werden "tussentijd- se" Raadsverkiezingen gehouden, nodig geworden door gemeentelijke grenswijzi- gingen en samenvoegingen.

Het waren slechts plaatselijke verkie- zingen, maar geZiien het optreden inmid- dels van een Kabinet van geheel andere samenstelling en de daardoor vooral in het eerste regeringsjaar opgetreden poli- tieke spanningen, beschouwde de gehele Nederlandse pers deze toch als een nut- tige aanwijzing omtrent de algemene po- litieke barometerstand.

Welnu: zij leverden alle nog procentu- ele winst en in de meeste gevallen ook zetelwinst voor de V.V.D. op en werden in de pers dan ook als .. nieuwe winst", als "gunstige uitslag", e.d. voor de VVD geannonceerd.

Ook dit klopt dus niet met de voort- durende en ononderbroken achteruitgang

sedert 1958 die de redacties van onze libe- rale dagbl~den al die jaren niet hebben ontdekt en nu plotseling wel.

Er ·zijn meer onbegrijpelijke tegen- spraken in de commentaren, die aanto- nen hoezeer men zijn nuchtere kijk dreigt te verliezen.

Na de teleurstellende Slatenverkiezin-

gen van maart van dit jaar (1962 dus) schreef het Handelsblad: "Dat de V.V.D.

een flinke veer heeft moeten laten, mag verbazen en verdrieten, helemaal onver- wacht is het niet. Haar winst bij vorige verkiezingen was voor een deel mede te danken aan wat onbestemde aanhang van ontevredenen van links en van rechts. De- ze aanhang, die de laatste tijd een soort oppositie in de partij vormde, heeft het nu kennelijk "verderop gezocht". Dat men dergelijke, voor een deel a-parle- mentaire, groeperingen nu kwijt is, zal vele oprechte li-beralen alleen maar een gevoel van opluchting geven.

"De V.V.D. is uiterlijk geschonden, maar innerlijk nauwelijks verzwakt uit de verkiezingsslag· te voorschijn gekomen.

Daarin zit voor haar de winst-van giste- ren, die voor haar optreden in de komen- de jaren op den duur wel eens belangrij- ker zou kunnen blijken te zijn dan het getal der stemmen, dat dit maal op haar is uitgebracht", aldus het Handelsblad.

De N.RCrt sprak na -de Statenverkie- zingen zelfs een ... gelukwens uit.

Zij oordeelde: ,,Het verlies van de V.V.D. kan bijzonder instructief zijn voor deze partij. Zij heeft in 1959 blijk- baar een aanhang gehad, die voor. een deel bestond uit mensen, die meer onte·

vreden dan liberaal zijn. De V.V.D. is hen nu kwijt, hetgeen eigenlijk een ge-

lukwens waard is. Missehien kan dit de V.V.D. voor anderen in de toekomst aan- trekkelijker maken··.

• * *

"Opluchting" dus en "gelukwens" in maart 1962. Als wij dat toen zo geschre- ven hadden, zouden wij het verwijt van

"goedpraten" zeker gekregen hebben.

Maar waarom dan ineens die heel andere commentaren twee maanden later, bij vrijwel dezelfde uitslag?

Ieder weet, dat bij de elkaar met een zeer korte tussenruimte opvolgende Sta- ten- en Raadsverkiezingen de eerstge- noemde altijd bepalend zijn ook voor het resultaat van de Raadsverkiezingen. De winnaar van de Statenverkiezingen pleegt bij de daarop volgende Raadsver- kiezingen meestal nog iets meer te win- nen, de verliezer nog iets meer te verlie- zen.

Zo is nu eenmaal de psycholo·gie van de kiezer.

We staan ondertussen voor de feitelij- ke situatie, dat voor het ogenblik de stemming bij onze liberale dagbladen ge- heel is gekeerd. Van de opluchting en de felicitatiestemming is blijkbaar niets meer over.

Het Handelsblad meende in zijn com- mentaar op de jongste verkiezingsuitslag wel te mogen aannemen, dat· "de gebeur- tenissen in de VVD, die samenhangen met "de zaak-Van der Putten, die een

...

: :

f RAADSVERI(IEZINGEN f

: :

I 1946 1962 V.V.D. i

t * * * Ir. H. Vos gaf in "Vrij Nederland" van 9 juni j.l. een analyse van t

t de verkiezingsuitslag voor alle politieke partijen. t t Hij clee.d daarbij geen - vrij onmogelijke - poging te trachten alle ge- t

: + meenten in Nede1·land in deze beschouwing· te betrekken. :

t De samensteller beperkte zich tot die gemeenten, die per 1 januari 1961 t

! meer dan 50.000 inwoners telden. Dat zijn er totaal 34. i

i Voor het onderzoek splitste ir. Vos deze gemeenten in 6 groepen en wel :

t als volgt: t

. t 1. De vier grote gemeenten boven de 200.000 inwoners: Amsterdam, Rot- : t

! terdam, Den Haag· en Utrecht. t

. t 2 Zes steden van 100.000 tot 200.000 inwoners, met een overwegend niet-r.k. : :

t bevolkin2". Dit zijn: Groningen, Enschede, Apeldoorn, Arnhem, Haarlem en :

: : Hilversum. ~ . i

t 3. Negen gemeenten van 50.000 tot 100.000 inwoners, in de noordelijke en :

! en oostelijke provincies: Leeuwarden, Emmen, Almelo, Deventer, Hengelo, i

: Zwolle, Ede, Amersfoort en Zeist.

t 4. Zeven gemeenten van 50.000 tot 100.000 inwoners in Noord- en Zuid- t

. t Holland: Velsen, Zaandam, Delft, Dordrecht, Leiden, Schiedam en Vlaar- : :

: dingen. :

: :

: 5. Vier gemeenten boven 100.000 inwoners met overwegend r.k. bevolking: :

! Nijmegen, Breda, Eindhoven en Tilburg. i

:: 6. Vier gemeenten met 50.000 tot 100.000 inwoners met overwegend r.k be- t ;:

t volking: 's-Hertogenbosch, Heerlen, Maastricht en Venlo. :

t Deze gemeenten telden te zamen op 1 januari 1961 5,1 miljoen inwoners, t

t op een landelijk totaal van 11,5 miljoen, dat is dus 45 %. :

t Bij zijn beschouwing heeft de samensteller zich bij deze vet·kiezing· alleen t

! van zeteltallen bediend. i

t Ir. Vos· erkent, dat daaraan enige bezwaren verbonden zijn, maar de ge- t

t tallen worden zoveel eenvoudiger en overzichtelijker en geven de algemene :

t ontwikkeling ook zó volkomen juist weer, dat hij meende tot deze methode t

t ter wille van de leesbaarheid wel te mogen overgaan. Î

: .

t ZETEJ,TALLEN V.V.D. 1946 194!1 1953 19~;8 1962 :

: 1. Grote steden . . .. . .. . . .. . . .. 10 18 20 34 21 :

t 2. 100.000-200.000 (niet-r.k.) 15 24 26 43 29 t

t 3. 50.000-100.000 (Nrd. en Oost) ... 17 29 28 43 33 :

t 4. 50.000-100.000 (West) ... 9 15 17 30 21 t

i 5. 100.000-200.000 (R.K.) ... 1 3 4 9 6 i

t 6. 50.000-100.000 (R.K) ... 2 t

t Totaal . .. .. .. .. .. .. .. .. 52 89 95 159 112 t

t Daar door de groei der gemeenten het totale zeteltal met ongeveer 7% t

: sedert 1949-1953 is toegenomen en ir. Vos de sterkte van 1949-1953 als de t

i "kern" voor de VVD ziet, zou zij, om haar kern te behouden, in deze ge- Î

t meenten dit jáfèl' in totaal dus 100 à 105 zetels hebben moeten behalen. Ook t

t hier dus weer (afgezien van de uitschieter van 1958) de geleidelijke groei t

i van de VVD, de uitslag van 1962 inbegrepen, geclemo.nstreercl. Î

...

zaak-Visser is geworden", de partij wel stemmen zal hebben gekost.

Anderzijds lijkt het 't blad ~veneens waarschijnlijk, dat de steun van de V.V.D. voor het Nieuw-Guineabeleid van de Regering "niet bij alle liberaal den- kenden even geestdriftig is ontvangen".

Het Handelsblad geeft toe, dat het to- tale percentage stemmen voor de V.V.D.

wel "nog steeds een flink stuk boven het niveau is gebleven dat zij bereikte bij de Kamerverkiezingen van 1956", doch niettemin acht het • terecht - de terug- gang, vergeleken met 1959, aanzienlijk.

Het 2liet thans in dit alles voor de VVD een waarschuwing en een dringende ma- ning tot bezinning gelegen.

Er moet, zo meende ·het Handelsblad, iets zijn Of in het liberaal program, Of in de politieke figuren, die er de expo.

nent van zijn, óf in beide, dat de moder- ne kiezer niet aanspreekt. Het kan ook zijn, dat hij in de V.V.D. iets essentieels mist. Is de V.V.D. in wezen conserva- tief-met-een-liberaal-jasje? Is zij alleen vooruitstrevend met woórden? Heeft zij soms wel eens vergeten, dat het niet vol·

doende is zich tegen het socialisme te verklaren om een waarlijk liberaal te zijn? De V.V.D. heeft voorlopig, zo· be·

sluit het, een jaar de tijd om zich te be- zinnen.

* * *

Met de hoofdredactie van het Handels- blad willen we wel aannemen, dat "de steun van de V.V.D. voor het Nieuw-Gui- neabeleid der Regering" niet bij alle li- beraal denkenden even geestdriftig is ontvangen. Wij willen zelfs verder gaan en aannemen, dat de Nieuw-Guinea-kwes- tie ons stemmen heeft gekost. Het Han- delsblad zal echter wel willen toegeven, dat wanneer de V.V.D. de Regeringspo- litiek op dit zo belangrijke punt was af- gevallen, anderen - en naar onze over- tuiging een veel groter aantal - op hun beurt zich van de V.V.D. hadden afge- keerd.

Dat er "iets zou zijn in het liberaal program dat de moderne kiezer niet aan- spreekt", zoals het Handelsblad als mo- gelijkheid opwerpt, komt ons hoogst on- waarschijnlijk voor, gezien het éclatante succes. dat nauwelijks drie jaar geleden met pi·ecies datzelfde program werd be- haald.

De opmerking-in-vraagvorm of de V.V.D. (misschien) in wezen conserva·

tief met een liberaal jasje is; of zij al- leen vooruitstrevend met woorden is, heeft ons wel enige pijn gedaan.

In een discussie met "Het Vrije Volk"

over de begrippen "conservatief" en

"vooruitstrevend" heeft het Handelsblad zelt destijds (Handelsblad van 24 juli 1959) terecht betoogd: "Het was "pro- gressief" na de oorlog, te rantsoeneren, de whaarste te regelen, kortom te "diri- geren". Gelukkig zijn de omstandighe- den ten gunste veranderd. Wie thans nog wil vasthouden aan een bedisseling door de overheid wanneer dit niet meer door de sociale noodzaak is geboden, remt de dynamische ontwikkeling der maatschap-

pij en der economie. Hij wil vasthouden aan bepaalde gevestigde belangen, die niet meer dienstig zijn aan de vooruit- gang. Hij is dus conservatief."

En het voegde daar aan toe: "Wij kef- fen dit conservatisme thans vooral aan bij de socialisten, de principiële "orde- naars".

Zal iemand ontkennen, dat van de vier "regeringspartijen" van thans de VVD het meest voldoet aan wat het Handelsblad hier als "progressief" aan- ryaf? Is er tussen het Handelsblad en de VVD de laatste jaren ooit enig ver- schil van mening op dit punt geweest?

Gelukkig, zo mogen wij zeggen, nimmer.

In de hum·kwestie, ten aanzien van de kinderbijslag, over de belastingpolitiek, was er geen enkel verschil van inzicht.

Minister Toxopeus' juiste en moedige voorstel ten aanzien van de ambtenaren- salarissen heeft het Handelsblad warm gesteund en verdedigd.

Het Handelsblad en in ongeveer gelijke zin de N.RCrt., had het ook over de po- litieke figuren, die de exponent zijn van de liberale politiek. Daarmede moeten dus de Kamerleden zijn bedoeld.

Het is hier en op dit ogenblik niet de plaats, om op personen in te gaan. Het volgende jaar zijn de Kamerverkiezingen en het zijn andere organen dan ons blad die zijn aangewezen om de samenstelling der kandidatenlijsten voor te bereiden.

Dat is een langdurige procedure. regle- mentair volledig beschreven en de eerste stappen zijn daartoe reeds gezet.

(Vervolg zie pag. U

(4)

VRIJHEID EN DEMOCRATIE

Verkiezingen, ope a

en realiteitszin

(Ingezonden)

De wel zeer matige recente verkiezingsuitslagen voor de VVD hebben al heel wat pennen in beweging gebracht.

Allerlei bladen hebben er beschouwingen aan gewijd en in enkele hoofdartil,elen (o.a. van de NRC) zijn - z~j het in summiere bewoordingen - zelfs wegen aange- geven, die zouden moeten worden betreden om de situatie in het belang van het liberalisme ten gunste te doen keren.

Het is niet onze bedoeling in dit schrijven ons te gaan verdiepen in de vele opmer- kingen, die zijn gemaakt, noch te trachten uitputtend in te gaan op verschillende sug-gesties.

Echter geeft de o.i. alleszins weinig rooskleurige toestand ons wel aanlei- ding met enige opmerkingen te komen, die, naar onze mening, de gevoelens van vele overtuigde liberalen weergeven en in schrille tegenstelling staan met de ten onrechte kalmeTende geluiden. die in ons weekblad van 1 juni en 8 juni op de eerste pagina's tot ons kwamen.

De geluiden, die men hoort, wanneer men als geïnteresseerd liberaal zijn oor te luisteren legt, komen er op neer, dat de "landelijke" politiek ons, om welke redenen dan ook, ernstige schade heeft berokkend.

Wellicht spelen daarbij de kwestie Nieuw-Guinea en de zaak "Van der Put-

ten" een rol, hoewel het niet zonder meer is in te zien, dat deze aangelegen- heden ons meer nadeel zouden hebben moeten geven dan b.v. de andere Rege- ringspartijen. De ongerijmdheid, die daarin schuilt is o.i. niet zo éénvoudig verklaarbaar.

Vrijwel unaniem is echter de mening,

(Vervolg De Bestuursraad heeft de Verkiezings- I'aad reeds samengesteld, waarin exponen- ten van vrijwel alle maatschappelijke stro- mingen uit het liberale milieu zitting heb- ben en uiteindelijk heeft de algemene vergadering het laatste woord.

* • •

Rest de kwestie-Van der Putten, die volgens het inzicht van het Handelsblad een "kwestie-Visser" is geworden en die ook naar onze mening "de partij veel stemmen heeft gekost". Hiermee kunnen wij het met het Handelsblad, nu eens geheel eens zijn.

Tussen de nog zo gunstig uitgevallen tussentijdse Raadsverkiezingen van de ja- ren 1959 en 1960 (de laatste was in no- vember 1960 en bracht voor Schouwen- Duiveland toen nog een stijging van het percentage van 18,5 pct. bij de Kamer- verkiezing van 1959 tot 21,9 pct. in no- vember 1960). en de verkiezingen van maart en mei 1962 ligt slechts anderhalf jaar.

In die anderhalf jaar heeft de VVD haar "uitschieter" van 1958/59 dus groten- deels verspeeld en dat daarbij de kwes- tie-Van der Putten de hoofdoorzaak vormt, lijkt ons voor bestrijding nauwe- lijks vatbaar.

Men heeft de VVD vereenzelvigd met hetgeen bij deze ongelukkige gang van zaken is geschied. Ten onrechte, maar het feit ligt er. Ten onrechte, omdat het juist de VVD-fracties in beide Kamers zijn ge- weest, die het eerst en het meest van haar verontrusting hebben blijk gegeven.

Het was ook de VVD-fractie in de Twee- de Kamer, die bij monde van prof. Oud, het eerst de gedachte van een parlemen- taire enquête heeft geuit, maar het was duidelijk, dat daarvoor in de Kamer op dat ogenblik nog geen meerderheid was te vinden.

Men heeft later ook de indruk gekre- gen, dat er in deze kwestie een grote te- genstelling tussen de Eerste- en de Twee- de Kamerfractie bestond. Ook hier naar onze mening weer ten onrechte. Van een

"diepgaande kloof" kan hier zeker niet

worden gesproken. ·

De Eerste-Kamerft-actie zegde als ge- volg van de loop van het Kamerdebat ter zake van het personeelsbeleid het ver- trouwen in de minister op. In zijn later in de Tweede Kamer door prof. Oud af-

dat de verklaring van mr. Van Riel als voorzitter van de Eerste Kamerfractie, ten aanzien van het beleid van minister Visser op een zeer ongelegen moment ie gekomen, niet juist was gefundeerd en de onzekerheid en twijfel in liberale kringen in ernstige mate heeft vergroot.

De nauwkeurig afgewogen verklaring van prof. Oud in de Tweede Kamer heeft wellicht enigermate _gecorrigeerd wat uit de hand was gelopen, doch de- monstreerde nog eens opnieuw een klaarblijkelijk verschil van inzicht tus- sen Eerste- en Tweede Kamerfractie.

Mede daardoor is de klap voor het li- beralisme in Nederland hard aangeko- men.

Zó hard, dat de onlust- en twijfelge- voelens in het openbaar of in beperkte kring zich ontladen op een Wijze, die het ergste doet vrezen ten aanzien van de eendracht in onze partij.

Een ieder weet, dat men daarbij denkt aan een conservatief liberalisme en een meer progressief getinte richting, ter-

pagina 3)

gelegde verklaring zei deze daar o.a. dat

"de door het ambtenarengerecht aan zijn uitspraak ten grondslag gelegde feiten ook naar onze mening de indruk wekken, dat op kardinale punten fouten zijn be- gaan van zodanige aard, dat ernstige in- breuken werden gemaakt op de eisen van rechtszekerheid en individuele rechtsbe- scherming, die een evenwichtig perso- neelsbeleid behoren te kenmerken". En hij voegde daar aan toe: "Onze opvat- tingen omtrent een dusdanig personeels- beleid doen ons dan ook vooralsnog met grote reserve staan tegenover het beleid, dat hier gevoerd is. Zou het verdere ver- loop van zaken onze aanvankelijke in- druk niet wegnemen, dan zullen wij van dit beleid volstrekt afstand nemen".

* • •

Niettemin is door heel deze onaange- name affaire en door al de ontstane ver- warring der geesten voor de VVD juist in het jaar der verkiezingen een psycho- logische zo ongunstige sfeer van onbe- hagen ontstaan, dat de· gevolgen hiervan niet konden uitblijven.

Wanneer nu de ons bevriende dagbla- den en wanneer ook de heer Van Route en mevrouw Endert in hun ingezonden stuk "Bezinning" en "Beraad" vragen in eigen kring, dan kunnen wij het daar geheel mee eens zijn.

Eventueel gemaakte fouten zullen on- der het oog moeten worden gezien, even- als de vraag, of er vooral ook in deze kwestie, waarvan men kon aanvoelen, dat zij noodlottig kon worden door de ongunstige sfeer, welke zij opriep, wel voldoende overleg is geweest.

In zijn in ons vorige nummer afgedruk- te radiorede heeft ook de heer Oud, in algemener verband , gezegd: "Wij heb- ben ons terdege af te vragen, welke fou- ten wij zelf hebben begaan en hoe wij die fouten hebben te herstellen".

Dat beraad zal plaats vinden en ook wij hopen, dat dit de partij ten goede zal komen.

Vóór alles echter zullen wij de zaken in hun juiste proporties moeten blijven zien en zullen wij de afvalligen zeker ook niet zwaarder n1ogen laten wegen dan de meer dan een half miljoen kie- zers, die wederom, bij beide verkiezingen van dit jaar, hun vertrouwen aan de VVD hebben gegeven.

wijl een enkele afvallige zich uit in de zin van oprichting van een christelijk- liberale groep.

Het lijkt ons de hoogste tijd, dat Hoofdbestuur en Centrales zich ernstig gaan beraden hoe de geschapen situatie het hoofd moet worden geboden en wat moet worden gedaan om de eenheid te behouden en te versterken. Daarbij lijkt het ons van het grootste gewicht dat men spoedig van bestuurszijde kenbaar maakt welke maatregelen men denkt te treffen.

Indien dit niet zou gebeuren bestaat het gevaar, dat het "kwaad" verder om zich heen zal grijpen en de onzekerheid het liberalisme bij de Tweede Kamer- verkiezingen in 1963 in nog ernstiger mate schade zal berokkenen. De wel zeer

1958

gunstige hebben

verkiezingsuitslagen in begrijpelijkerwijze vele juichtonen veroorzaakt, die zich o.a.

uitten in geloof aan een réveil van het liberalisme, dat waarschijnlijk niet hecht gefundeerd was.

Hoe het zij: nuchteren onder ons zul- len vooral het laatste jaar zeker aan een mogelijke terugslag hebben gedacht, die zelfs voor hén in een niet gedachte mate is gekomen.

De juistheid van de lange- en korte- golftheorie in het midden latend, vragen wij ons af of het verstandig is, om in oüs weekblad een voorstelling van za- ken te geven, die o.i. ernstig gebrek aan realiteitszin demonstreert.

In de "Haagse Post" van 9 juni j.l. is een beschouwing van de hand van mr.

Hiltermann opgenomen, die tot de con- clusie leidt, dat de VVD niet in hoofd- zaak zijn kiezers in de z.g. randgroepen hee·ft verloren, doch met name "in het midden en aan de linkervleugel".

Deze zienswijze geeft o.i. het gevoelen van vele goede liberalen weer.

Wij zouden hieraan nog willen toevoe- gen, dat naar onze mening vooral ook veel jongeren de VVD de rug hebben toegekeerd.

Wij zijn daarom geneigd de genoemde artikelen in V. en D. te bestempelen als

"struisvogelpolitiek", waarmede de li- J;>erale zaak niet wordt gediend. Wan- neer men daarbij stenen aandraagt door middel van een onjuiste interpretatie van verkiezingscijfers, zoals in het hoofdartikel van ons weekblad van 7 juni is geschied, dan willen wij niet aannemen, dat dit opzettelijk is gebeurd, maar wel vaststellen, dat men de kriti- sche lezer daarmede. niet kan overtui- gen.

De cijfers

Dii geeft ons aanleiding in het kort op deze cijfers in te gaan.

Volgens V. en D. van 7 juni jl. zou in 6 grote gemeenten het gemiddelde per- centage VVD-stemmen van 1953 (Raads- verkiezingen) tot 1962 (eveneens Raads- verkiezingen) zijn gestegen van 11} tot 11.7 °/o.

Men heeft echter bij de berekening van het gemiddelde geen rekening gehouden met het verschil in inwonertal van deze gemeenten onderling_ Doet men dit wel, dan vindt men voor 1953 een gemiddeld percentage groot 11,8% en voor 1962 een gemiddeld percentage groot 11,7"/o.

Een lichte daling dus ten opzichte v<1n 1953 in plaats van een stijging, zoals V.

en D. beweert. Ook de bewering als zou de terugval van de VVD pas in de laat- ste anderhalf jaar zijn ontstaan is zeer aanvechtbaar.

21 JUNI 1962 - PAGINA 4

tighei

In onderstaande tabel zijn naast elkaar vermeld de percentages VVD stemmen in een 20-tal grote en middelgrote ge- meenten. Hieruit blijkt, dat met uitzonde- ring van Delft en Eindhoven in al deze gemeenten reeds in 1959 een niet te ver- waarlozen teruggang in het percentage VVD-stemmen viel te constateren. Ook in een 60-tal kleinere gemeenten, die wij in onze berekeningen hebben betrokken viel dezelfde tendens waar te nemen. Be- langstellende lezers willen wij deze cij- fers gaarne ter inzage geven.

Vergelijking raadsverkiezingen 1958, Kamerverkiezingen 1959 en Raadsverkie- zingen 1962.

Amsterdam Rotterdam Den Haag Utrecht Groningen Arnhem Amersfoort Apeldoorn Delft Dordrecht Eindhoven Enschede Gouda Haarlem Hengelo Hilversum Leeuwarden Leiden Nijmegen Schiedam

Raad Kamer Raad 1958 1959 1962 19.7°/o 17.2°/o 16.8 14.3 23.7 22.3 12.9 12.5 18.4 18.1 16.2 14.6 16.3 15.4 17.7 15.7 11.4 11.7 14.7 13.4 7.3 8.0 14.5 12.9 14.4 13.1 17.2 14.9 12.5 11.1 22.6 21.0 14.4 12.5 14.4 12.7 7.9 7.8 11.6 9.9

10.3:1j,, 10.3 16.0 9.2 14.3 10.3 11.0 12.3 3.9 10.1 5.4 10.2 10.5 10.2 9.5 14.8 10.3 9.9 4.9 7.4

Tenslotte nog een enkele opmerking.

Het is ons in de loop der jaren herhaal- de malen gebleken dat men in onze krin- gen mank gaat aan vormen van indivi- dualisme en amateurisme, die in deze tijd niet meer acceptabel zijn. Bestuursleden van centrales zijn óf weinig geïnteres- seerd óf slecht geïnformeerd. Het ont- breekt aan een goed en efficient contact tussen Hoofdbestuur en besturen van cen- trales.

In Elsevier van 2 juni j.l. is onder het hoofd ,Parlement en kiezer" een rustige beschouwing opgenomen die o.i. in dit opzicht de spijker op de kop slaat. Onder meer wordt daarin opgemerkt, dat de VVD een partijbureau met een deskundige staf mist, zoals bijv. de P.v.d.A. en de A.R. partij die hebben en dat een partij, die aan de landsregering deelneemt toch wel aan zekere minimumeisen op orga- nisatorisch gebied moet voldoen.

In het midden latend of deze opmerldn- gen voor 100°/o juist zijn, menen wij te kunnen stellen, dat bij vele liberalen soortgelijke opvattingen bestaan. Het komt ons voor, dat hieraan, naast de an- dere door ons genoemde punten door het Hoofdbestuur op korte termijn alle aan- dacht zal moeten worden gewijd, Moge het zo zijn, dat onze geestverwanten daar- van binnen zeer afzienbare tijd de resul- taten zullen bemerken, opdat de twijfel zal verdwijnen en het ve1·b·ouwen in de leiding zal wederkeren.

De tijd snelt voort en dwingt tot krach- tig en doeltreffend handelen!

D. A. VAN ROUTE, Randweg 73 Ir M. C. ENDERT-BAYLé, Courzandseweg 66, Rotterch>m.

Figure

Updating...

References

Related subjects :