Boekverslag Nederlands Saartje Tadema door Thea Beckman

Hele tekst

(1)

Boekverslag Nederlands Saartje Tadema door Thea Beckman

Boekverslag door een scholier 4e klas vmbo

1751 woorden 15 jaar geleden

7,2

28 keer beoordeeld

Auteur Thea Beckman

Genre Geschiedenis, Jeugdboek

Eerste uitgave 1996

Vak Nederlands

A Zakelijke gegevens

Titel van het boek: Saartje Tadema Schrijver: Thea Beckman

Tekenaar / Illustrator: Niet van toepassing Soort Verhaal: Geschiedenis

B Boekbespreking

Probeer uit te leggen wat de titel van het boek met het verhaal te maken heeft?

Zij is de hoofdpersoon van het verhaal. Het verhaal gaat over haar jeugd.

Wie is de hoofdpersoon zijn de hoofdpersonen in het verhaal?

Saartje Tadema

Beschrijf in het kort het uiterlijk het het karakter van de hoofdpersoon:

Saartje Tadema: Saartje is een heel slim meisje, dat van leren houdt en zich druk maakt om haar

toekomst. Saartje leert voor haar zelf zorgen en opkomen in het weeshuis. Ze is in het verhaal tussen de 7 en de 20 jaar oud.

Wie zijn de belangrijkste andere personen in het verhaal?

Dirk Tadema, Jacob Tadema (kobbetje) en Aukje Jortitsma

Wat hebben zij met de hoofdpersoon te maken?

Dirk Tadema: de broer van Saartje. Een bescheiden jongen, maar in het verhaal zie je toch wel dat over de baas over Saartje wil spelen. Hij heeft in dit verhaal de leeftijd van 11 en de

25 jaar.

(2)

Jacob Tadema (kobbetje): Jacob was hoe klein hij in het begin ook was, al vroeg op zijn teentjes getrapt en liet dit ook graag merken. Als het verhaal begint is “Kobbetje” twee en een half jaar oud.

Aukje Jortitsma: een friesche schepenaar. hij is ongeveer 29 jaar oud en als hij in Nederland kwam was hij wel eens te vinden in het Herberg-Op-Het-IJ.

Als hij dan Saartje ziet is het liefde op het eerste gezicht. Hij vraagt haar op het einde van het verhaal ten huwelijk en vertrekken samen naar Zweden.

Wat is het probleem van de hoofdpersoon?

Saartje Tadema is toen ze zeven jaar was wees geworden. En wordt na de begrafenis van haar moeder naar het Burgerweeshuis in Amsterdam gebracht. Om daar verder opgevoed te worden.

Beschrijf de hoofdlijn van het verhaal in 6 stappen:

Beginsituatie: Dirk de oude broer van Saartje gaat naar school en Saartje past op haar zieke moeder en jongere broertje kobbetje (Jacob).

Ontstaan van het probleem: Door het overlijden van hun vader hadden ze het niet zo breed meer. Ook hun moeder werd steeds zieker.

Verslechtering van de situatie: Moeder kwam te overlijden. Toen ze eenmaal begraven was werden Saartje en Dirk onder gebracht in een burgerweeshuis. Kobbetje wordt naar een minnemoe (Pleegmoeder)

gebracht. Ze is erg verdrietig want hij was een soort kind voor Saartje.

Dieptepunt: Ze wil graag leren. Omdat ze zo slim is wordt ze niet zo vriendelijk behandeld door de andere kinderen. Hierdoor heeft ze weinig vrienden. Als dat nog niet alles is heeft ze de pech niet bij haar broertje en broer te zijn.

Verbetering van de situatie: Ze wordt ouder en ook haar broertje. Haar broertje is nu oud genoeg om naar het burgerweeshuis te gaan. Ze komen weer bij elkaar.

Oplossing van het probleem: Ze wil graag weg uit het buurtweeshuis. De enige manier om dit te kunnen is een baan zoeken. Deze vind ze. In een herberg. Deze herberg zal een geluk voor haar zijn. Hier vind ze haar toekomstig man.

Op welke manier begint het verhaal?

Met een inleiding.

Hoe eindigt het verhaal?

Goed met een open einde.

Waar speelt het verhaal zich af?

In het burgerweeshuis en in de Herberg-Op-Het-IJ

Hoeveel tijd verloopt er tussen de verhalen?

1712 tot en met 1732 dus 20 jaar.

Is het een chronologisch of niet-chronologisch verhaal?

Niet-chronologisch.

(3)

Zijn er terugblikken?

Ja

Met wie kijken we mee?

Met de ikpersoon.

Welke bedoeling of boodschap heeft de schrijver volgens jou met dit verhaal?

Dat het leven in een weeshuis niet altijd over rozen gaat.

Welke manieren heeft de schrijver gebruikt?

De hoofdpersoon komt in moeilijke situaties.

De persoon doet omverwachten dingen.

Samenvatting

Saartje Tadema is zeven als ze wees wordt en in het Amsterdamse Burgerweeshuis terecht komt samen met haar broer. Ze heeft ook nog een kleiner broertje maar die zit eerst in een gastgezin tot hij oud genoeg is voor het weeshuis. Tot haar grote vreugde mag ze daar ook naar school. Ze kan al lezen en schrijven want dat heeft ze zichzelf aangeleerd uit de boeken van haar grotere broer. De meester waar ze terecht komt heet meester Jansen en ze kan niet goed met hem opschieten. Hij vindt namelijk dat leren niks voor meisjes is. Ze ontmoet een jongen waar ze goed mee op kan schieten: Pieter. Het enige uitje in de week is op zondag naar de kerk waar ze in de verte haar broer Dirk ziet want die zit ergens anders met het jongensweeshuis. Saartje had weinig vriendinnen omdat ze haar maar een vervelend kind vonden. Ze stelde altijd moeilijke vragen en wist alles altijd beter. Het enige meisje waar ze een beetje mee op kon schieten was Geesje. Een meisje uit het Meisjeshuis dat af en toe kwam oppassen als de kinderen van het kinderhuis buitenspeelden. Zij vond Saartje wel een grappig kind. Saartje was een heel leergraag kind en op een gegeven moment had ze alles al meer dan tien keer gelezen. Maar ze wou meer! Dan komt

Kobbetje, haar kleine broertje, in het weeshuis. Saartje is dol gelukkig maar haar broertje wil niks van haar weten. Hij kent haar niet meer. Saartje kwam erachter dat meester Jansen het geld voor nieuwe boekjes en andere schoolspullen in z’n eigen zak stopt. Regelmatig komen er regentessen op bezoek in de school en dan moest Saartje altijd voor de klas komen om te laten zien wat ze kon. Zo die keer dus ook. Door het slim te spelen wordt er een grondig onderzoek in gesteld naar meester Jansen. Waarin dat van dat geld ook naar boven komt. Meester Jansen wordt ontslagen. Op haar tiende jaar wordt ze vervroegt

overgeplaatst naar het meisjes huis. Daar leerde ze alleen naaien en borduren. Ze vond het verschrikkelijk.

Op een dag komt haar oude buurvrouw op bezoek en neemt een boekje voor haar mee. Ze is door het dolle heen. Tot dat de binnenmoeder het ontdekt en het afpakt. Toen was Saartje pas echt kwaad en heeft flink stennis lopen schoppen. Steeds meer mocht Saartje met Geesje mee naar buiten om een boodschap te doen. Dat vond ze prachtig en dook als ze de kans kreeg een boeken winkel in. Ze was het weeshuis echt zat ze wou naar buiten de wijde wereld in. Dus besloot ze toen ze weer eens buiten het weeshuis was om werk te gaan zoeken. Alleen op die manier kon je weg komen bij het weeshuis. Ze hield heel veel van de haven en besloot Herberg-Op-Het-IJ binnen te lopen en het gewoon te vragen. Ze wordt aangenomen. De volgende week kon ze aan de slag. Het was hard werken maar ze vond het wel heel leuk. Ze ontmoette Auke de Vries een schipper. Ze vindt het een hele leuke man, maar hij is alweer snel vertrokken. Hij laat een

(4)

boek voor haar achter over heksenvervolging. Ze verslindt het maar het maakt haar ook bang of zij geen heks is. Een jaar later komt hij terug. Hij verkondigd dat hij gaat trouwen. Saartje is teleurgesteld. Niet veel later vraagt hij haar ten huwelijk. Ze zegt: ja.

C Mening

Wat vond je van het verhaal?

Droevig, verrassend, interessant, kan echt gebeurt zijn, zet me aan het denken

Vertel in eigen woorden in enkele zinnen wat je van het boek vond?

Ik vond het een heel mooi boek om te lezen. Het geeft een goede indruk van het leven van die jaren. Ook geeft het een mooi beeld van het leven in een weeshuis. Ze laten je voelen wat voor discipline er in het weeshuis heerst.

Twee Vragen:

A. Saartje: Het is misschien raar maar ik zou eigenlijk niet weten waarom. Het spreekt me gewoon aan.

B. Kobbetje: Ik vind het zonde dat hij op zo’n jonge leeftijd en z’n ouders verliest en gescheiden wordt van zijn broer en zus.

D Informatie over de schrijfster

Thea Beckman werd in 1923 in Rotterdam geboren. Over haar jeugd zegt ze zelf: 'Ik

was een meisje, bovendien enig kind. Het was vanzelfsprekend dat ik thuis zou meehelpen in de

huishouding. Studeren was er in die tijd voor een meisje niet bij. Als kind wilde ik nochtans van alles. Het liefst schrijfster worden of ontdekkingsreizigster.' Thea Beckman trouwde in 1945, en heeft drie

(volwassen) kinderen. Sinds 1956 woont zij in Bunnik bij Utrecht. Toen haar kinderen groot waren, besloot Thea Beckman een oude droom in vervulling te laten gaan: ze ging psychologie studeren. In 1981

studeerde zij af in de sociale psychologie. Maar ook geschiedenis boeit haar bijzonder, vooral de Middeleeuwen, waarover volgens haar nogal wat misverstanden bestaan. Zij wordt niet zozeer

gefascineerd door krijgsverrichtingen van ridders en koningen, als wel door het leven van het gewone volk, dat in die tijd weliswaar niet meetelde, maar er zeer nadrukkelijk wàs. Daarnaast heeft Thea Beckman nog een aantal hobby's: veel reizen, veel lezen, piano spelen en katten vertroetelen. Zelf heeft ze vier poezen en één kater. Ze begon al met schrijven in 1947, met verhalen in jeugdtijdschriften en journalistieke stukjes in kranten, maar pas in de jaren zeventig, toen de kinderen haar zorg niet meer nodig hadden, begon ze met het schrijven van boeken. En nu volgen de boeken elkaar snel op: elk werk weer totaal verschillend van het vorige. Veel van haar boeken zijn bekroond met Griffels of door de Nederlandse Kinderjury. Thea Beckman schrijft voor kinderen van alle leeftijden. Zo is De verloren schat een heel spannend verhaal voor de jonge lezers vanaf 6 jaar, terwijl De Stomme van Kampen, voor de oudere jeugd is geschreven, maar ook veel volwassenen zeker zal aanspreken. Niet alleen de geschiedenis boeit Thea Beckman, maar ook de toekomst. Heel wat ideeën over politieke, sociale en economische problemen vind je terug in haar Thule- trilogie die zich in de toekomst afspeelt op het door vrouwen bestuurde eiland Thule. 'Ik ben erg op mijn onafhankelijkheid gesteld, ook in financieel opzicht. Daarom ben ik blij met dit beroep, het stelt me in staat mijn eigen brood te verdienen, in volle vrijheid, en zonder dat

anderen mij vertellen wat ik doen moet. In feite is er niets interessants aan mijn beroep: je zit de hele dag

(5)

moederziel alleen achter de schrijfmachine en dat is alles. En als je niet werkt, dan kijk je, je luistert, bestudeert, neemt op, pluist uit, je bent in alle stilte bezig met je verhaal, een boek. Ook tijdens het boodschappen doen of onder het stofzuigen!' In 1984 werd zij bekroond door de Vereniging van docenten geschiedenis en staatsinrichting in Nederland (VGN): zij kreeg de Huib de Ruyterprijs voor haar historische boeken, omdat zij daarmee een nieuwe impuls aan het geschiedenisonderwijs heeft gegeven.

De boeken van Thea Beckman zijn in vele talen vertaald, waaronder Engels, Spaans (Castiliaans, Catalaans, en Baskisch), Duits, Hongaars, Deens, IJslands, Fries, Japans, Fins en Russisch.

Afbeelding

Updating...

Referenties

Updating...

Gerelateerde onderwerpen :