• No results found

Uitwerkingen Basischemie hoofdstuk 4

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2021

Share "Uitwerkingen Basischemie hoofdstuk 4"

Copied!
7
0
0

Bezig met laden.... (Bekijk nu de volledige tekst)

Hele tekst

(1)

1 uitwerkingen hoofdstuk 4 Basischemie 2018©Vervoort Boeken 85

, 5 4 , 4

g klontjes 21,8

aantal

g 8 , 21 4 , 36 600 , 0 4

, 0,600 36

=

=

=

=

=

=

=

g m m

V c m

L 49 , 4 0 , 36 4 18

, 5 36 , 4

4 = = =

=

= V

V V c m

L 41,7g L

0,300 g 12,5 =

=

=V c m

L 0,16g L :

164g , L 0 0,275

g 045 ,

0 = =

=

= juistesignificantie c

V c m

Uitwerkingen Basischemie hoofdstuk 4

Opgave 4.1 Welke concentratie is bedoeld?

a. Voorbeeld 1: massapercentage (1 m% is 1 gram per 100 gram) Voorbeeld 2: molconcentratie

Voorbeeld 3:massaconcentratie

Voorbeeld 4:volumepercentage (5 vol% is 1 mL per 5 mL) Opgave 4.2 Suiker oplossen

a. 4,5gL

L 1,0

g 4,5 =

=

=V c m

b. 9,0gL

L 1,0

g 9,0 =

=

=V c m

c. 9,0gL

L 0,50

g 4,5 =

=

=V c m

d. 18gL

L 0,50

g 9,0 =

=

=V c m

e. 36gL

L 0,25

g 9,0 =

=

=V c m

f. 54gL

L 0,25

g 13,5 =

=

=V c m

g. De concentratie van b en d zijn hetzelfde omdat de verhouding van massa en volume hetzelfde is.

h. 50 1,0 50g

0 , 1

50= m = =

= m m

V c m

i.

Praktisch: hoeveelheid water aanpassen op 5 klontjes j.

Opgave 4.3 Oefenen

a.

b.

(2)

g 2,76 L 570 , L 0 85g ,

4 =

=

= Vc m

L 45 L 0,0843g

g 8 43 3,

8 0 , 8 0 , 3

0843 , 0 3

, 84

=

=

=

=

=

=

V V V c m

L g L

mg

g 13 , 8 5 , 2 3 0 5 2 , 0 5

, 2

0,250 =3 = =

=

= m m

V c m

L 33,9g L :

33,946g L

0,250 g 8,4865

tie significan juiste

V

c= m = =

500 mL oplossen

250 mL pipet 100 mL

pipet 25 mL

30,45 g

L ,90g 0 0000 6

0,5 g 30,45

1 = = =

L V

c m

g 6,090 m

Opgave 4.3 Oefenen met terugrekenen a.

b.

Opgave 4.4 Oplossing maken in het lab

a.

b. 10% = 0,813

De afgewogen hoeveelheid mag zitten tussen 7,32 en 8,94 g c. 8,4865 g ligt binnen deze grenzen

d.

Opgave 4.6 Verdunnen 1

b. Bij stap 2 wordt verdund.

c.

d.

e. in kolf van 100 mL: m = 6,090 g

m(g) V(mL)

maatkolf 500 mL 30,45 500,00

pipet 100 mL

090 , 6 45 , 500 30

100 = 100,00

1 2 3

(3)

3 uitwerkingen hoofdstuk 4 Basischemie 2018©Vervoort Boeken 498

, 36 2 , 24

86 , 60

2

1 = =

=c vf c

L 2,509g L

0,1000 g 0,2509

1= = =

V c m

7 , 0 16 , 15

0 , 250 pipet

2

maatkolf = =

= V

vf V

L 1506g , 66 0 , 16

509 ,

1 2

2 2

1 = = =

=

f

f v

c c c v c

500 , 00 2 , 100

00 . 250 )

1 (

) 2

( = =

= V pipet maatkolf vf V

g.

h. in reageerbuis: c =24,36 g/L i.

j.

In 100 mL zit 2,5 × zo weinig zout als in 250 mL

Als je 100 mL dan verdund tot 250 mL is de concentratie 5×

Zo klein omdat in hetzelfde volume 5× zo weinig zit.

Opgave 4.7 Verdunnen 2

a.

b.

c.

m(g) V(mL)

maatkolf 250 mL 6,090 250,00

pipet 25 mL

6090 , 0 090 , 00 6 , 250

00 ,

25 = 25,00

(4)

L 695mg 9 , 13 0 , 50 0

, 50

0 , 00 50 , 5

00 , 250

=

=

=

=

=

oud nieuw

oud f

c c c v

maatkolf mL pipet V

pipet V V

maatkolf V

maatkolf mL pipet V

pipet V V

maatkolf V

c v c

c

vf c f

7 36 250 7 7

6 , 70 3 250 70 70

50 7 ) 350

minimaal (

5 70 ) 350

maximaal (

2 1 2

1

=

=

=

=

=

=

=

=

=

=

=

=

=

= Opgave 4.8 Verdunnen 3

a.

b.

Opgave 4.9 Verdunnnen 4

(5)

5 uitwerkingen hoofdstuk 4 Basischemie 2018©Vervoort Boeken m3

1 kg

=920

3 3

3 0,5

460 2

1840 m

1 kg 920

m kg mkg =

=

=

3 3

3

3 10dm

kg 9,2 m

0,01 kg 9,2 m

0,1 kg 92 m

1 kg

920 = = =

=

3 cm3

8,95g cm

28,0 g 250,7

=

=

=V

m

3 3 3

3 3

6

3 m

10 kg 8,95 m of

10 kg ,95 m 8

10 g cm 8,95

28,0 g

250,7

=

=

=

=V

m

3

3 cm

1 g cm 1.000.000

g 1.000.000 m

1000 kg = =

3 3

3

3 cm

1,000 g m

10 kg 000 , m 1

1000 kg = =

0025 3

, 00 1 , 250

63 , 250

63 , 250 324

, 6 00 , 250 ) (

cm g V

m

g g

g zout

water m

zout

vloeistof = =

=

= +

= +

+

g L L

V g c

m= =25,0 0,250 =6,25

L g mL

g mL

g V

c mzout 0,025296 25,30 00

, 250

324 ,

6 = =

=

=

Opgave 4.10 Dichtheid omrekenen Neem over en vul in:

a. 1 m3 bevat 1000 blokjes van 1 dm3.

b. 1 dm3 koper heeft dus een massa van 8,960 kg.

c. 1 dm3 bevat 1000 blokjes van 1 cm3.

d. 1 cm3 koper heeft dus een massa van 0,008960 kg = 8,960 g De dichtheid van

olijfolie is 920 kg/m3. Dat betekent:

Neem over en vul in:

e.

f.

Opgave 4.11 Dichtheid meten a.

b.

c. - d.

Als het aantal significante cijfers hetzelfde moet zijn, dan:

Opgave 4.12 Zoutoplossing

Je moet 250 mL keukenzoutoplossing maken van 25,0 g/L.

a. We nemen een maatkolf van 250 mL b.

c.

d.

(6)

mvoor = 410 g mna = 144 g

m%

64,9 g 100%

410 g

% 266 100

%

g 266 g 144 g 410

=

=

=

=

=

=

voor water

water na

voor water

m m mm

m m m m

g m

tie significan juiste

g

m(KNO ) 11,25 : (KNO ) 11,3 g 11,25 1,50

7,50

% 7,50 g

1,50

% 1 g 0 15

% 100

3

3 = =

=

=

=

=

g 23,3 g 12,0 g 11,3 ) oplossing nieuwe

(KNO3 = + =

m

g 52 1 g 12,0 g 150 ) oplossing nieuwe

( = + =

m

Opgave 4.13 Zoutoplossing

Je lost 25 g keukenzout in 250 g water.

Bereken het massapercentage zout in de oplossing.

% 1 , 9

% : afgerond

m%

9,09 g 100%

275 g

% 25 100

%

TOTAAL

m m m m

m mm

=

=

=

=

Opgave 4.14 Watergehalte brood

Opgave 4.15 Kaliumnitraat

a.

b.

c.

d. 100% 15,3m%

152 3 ,

% 23 ) 100

%= ( 3 = =

TOTAAL

m KNO m mm

(7)

7 uitwerkingen hoofdstuk 4 Basischemie 2018©Vervoort Boeken g

0,1875 g

1,25 m‰ 0,15

0,15 g

0,125 m‰

1

g 1,25 m%

1

=

=

=

=

mg 0,28 187,5

mg 52,5 =

=

=massa per glas massa

cL 2,0 : afgerond

cL 100 1,98

6,6 30 cL 30

% 6 ,

6 = =

= van

V

g 15,8 cm

8 , cm 19 80g , cm 0

80g ,

0 3 = = 3 3=

= mV

m%

27 , 5

% ) 100 8 , 19 280 (

8 ,

% 15 100

% =

= +

=

TOTAAL

m alcohol m

mm Opgave 4.16 Sulfiet

a.

b. sulfiet per glas wijn:

per glas 0,1875 g = 187,5 mg sulfiet

aantal glazen

Opgave 4.17 Lekker bier

Leffe blond bier bevat 6,6 % alcohol.

a. volumepercentage = 6,6 % b.

c. V = 19,8 mL d. V = 19,8 cm3 e.

massa alcohol = 15,8 g

f. Het flesje bevat 300 – 19,8 = 280 mL = 280 g water g.

Afgerond : massapercentage = 5,3 %

h. Massapercentage en volumepercentage zijn verschillend omdat 1 mL alcohol minder weegt dan 1 mL water.

massa (kg) massa sulfiet (mg)

1 0,7

75 75 × 0,7 = 52,5

Referenties

GERELATEERDE DOCUMENTEN

verzadigde vetten hebben een negatief effect Opgave 10.17 Naamgeving van de alkenen a?. But-1-een (tellen vanaf het

Het koolstofatoom heeft zelf 4 elektronen in de buitenste schil ( valentie-elektronen) en heeft met 4 waterstofatomen 8 elektronen gemeenschappelijk.. Daardoor is de schil

Als het molecuul lineair zou zijn, zou het molecuul apolair zijn omdat de twee polaire bindingen elkaar opheffen.. Het vrije elektronenpaar bij het stikstofatoom zorgt

Gebruik indien van toepassing tabel 25 en tabel 99 van BINAS a. 1 atoom zuurstof O-16 heeft

- overzichtelijke weergave van de berekende waardes - massa in = massa uit makkelijk te

Veel studenten krijgen hierdoor een beter inzicht in de opbouw van getallen.. Opgave 1.33 Rekenen

Omschrijf de onregelmatigheden of bijzonderheden en vermeld hoe vaak hier sprake van was.. A Ie stembureauleden die aanwezig zijn na afloop van de telling van de stemmen,

Verbetering van de konkurrentie-positie van onze in- dustrie en landbouw op de buitenlandse markten, mede ter ondersteuning van de huidige en toekomstige werk- gelegenheid voor