Schoolplan 2019-2023

30  Download (0)

Hele tekst

(1)

Schoolplan 2019-2023

(2)

2 Inhoud:

1. De school

Context

Interne / externe analyse

2. Uitgangspunten schoolbestuur

Strategische thema’s

Kwaliteitsbewaking

- Kwaliteitszorg

- Kwaliteitscultuur

- Verantwoording en dialoog

3. Schoolconcept

Missie/visie/vertaalslag kernwaarden

4. Kwaliteitsgebieden

4.1 Onderwijsproces

4.2 Schoolklimaat

4.3 Onderwijsresultaten

4.4 Kwaliteitszorg en ambitie

De School

Ondertekening

Voorzitter CvB Directeur van de school

Voorzitter medezeggenschapsraad

(3)

3 1. De school

Onze school is onderdeel van stichting Accent (Accent Scholengroep Christelijk Onderwijs Achterhoek). Op de website van Accent, www.accentscholengroep.nl, kunt u de

organisatiestructuur bekijken.

Het beleid wordt door de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad getoetst. Op schoolniveau is de schooldirecteur integraal verantwoordelijk. De ouders, vertegenwoordigd door het bestuur van de oudervereniging vormen daarbij zijn klankbord. Daarnaast is de medezeggenschapsraad het wettelijke orgaan dat het beleid van de school toetst.

De Bontebrug is een school voor Jenaplanonderwijs. Leerkrachten heten stamgroepleiders en het team heeft de vernieuwde Jenaplanopleiding in 2018 afgerond. De school kenmerkt zich door een sterk pedagogisch klimaat waarbij we zoveel mogelijk aansluiten bij de kinderen. Kinderen krijgen les in de stamgroep. Basisvakken worden gedifferentieerd aangeboden binnen het niveau van de leerjaren. De zaakvakken en creatieve vakken worden geïntegreerd in de stamgroep aangeboden.

Kinderen uit verschillende stamgroepen werken regelmatig samen. Opbrengsten zijn goed en passend als je bij de kinderen als aansluit, een brede ontwikkeling aanbiedt en kinderen medeverantwoordelijk maakt. We noemen dat “meer dan opbrengstgericht” onderwijs.

Door het Jenaplanconcept zijn we meer een streekschool dan een buurtschap school. We zijn ook een open christelijke school. Iedereen is welkom. Steeds minder ouders kiezen bewust voor

christelijke onderwijs. Veel ouders kiezen voor onze school vanwege het pedagogisch klimaat en de ruimte die we kinderen geven om te ontwikkelen. Het doel is hetzelfde maar dat bereiken we via verschillende wegen.

We zijn trots op de ruimte om onze school, deze nodigt uit om te bewegen en te spelen. Daarnaast hebben we een moestuin en een dierentuin die onderdeel uitmaken van ons onderwijs. We zijn een school waar we leren samenleven en hebben daarbij de ambitie dat we kinderen leren om stevig in hun schoenen te staan en van betekenis te zijn voor de wereld om hen heen.

We geven toekomstgericht onderwijs en sluiten aan bij de ontwikkelingen in de maatschappij. We willen dat kinderen creatief en kritisch leren en denken en met een “growth mindset” zelfstandig, verantwoordelijk en oplossingsgericht in het leven staan.

De thema’s van de meesterstukken, die de stamgroepleiders hebben gemaakt tijdens de Jenaplanopleiding, zijn een belangrijke bijdrage om de bovenstaande ambitie te bereiken. De thema’s zijn:

 Werken met het doelenboek: Kinderen eigenaar laten zijn van de doelen die ze stellen.

 De blok periode: Zelf kiezen aan welk vak je op welk moment werkt.

 ICT: ICT ondersteunend integreren in alle vakken in alle stamgroepen.

 De praatkoffer: Een handige toolkit met veel praktische handvatten voor kindgesprekken.

 Werken in ateliers om vragen d.m.v. onderzoek en experimenten te kunnen beantwoorden.

 Spelend leren is niet alleen voor kleuters

(4)

4 De komende jaren willen we groeien en ontwikkelen op de volgende gebieden.

Communicatie:

 Planning en Organisatie: Intern en Extern

 Gesprekken en Rapportage

 De driehoek: Kind – Stamgroepleider - Ouders

Schoolontwikkeling:

 Invoeren van de meesterstukken en deze inbedden in ons onderwijs.

 Doorontwikkeling van het Sociaal Emotioneel Onderwijs.

 Verbeteren van het aanbod voor meer en hoog begaafde kinderen.

 Opleidingsschool worden

Doorgaande lijn:

 Invoeren van het doelenboek en leerlijnen.

 Doelgericht leren leren.

 Ontwikkelen van schoolbreed thematisch werken.

2. Uitgangspunten schoolbestuur

Strategische thema’s

Het strategisch beleidsplan 2019-2023 “Recht doen aan kinderen!” is opgebouwd rond de vier domeinen van het kwaliteitskwadrant:

1. Onderwijs en identiteit.

2. Innovatie.

3. Personeel.

4. Financiën en beheer.

De gewenste ontwikkelingen en de strategische keuzes worden beschreven binnen de vier domeinen van het kwaliteitskwadrant. Het kwaliteitskwadrant wordt door Accent toegepast bij de beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs op de scholen. Naast deze vier domeinen bepaalt de

besturingsfilosofie van Accent de wijze waarop de gewenste ontwikkelingen dienen te worden uitgevoerd. De besturingsfilosofie wordt gekenmerkt door het consequent toepassen van integraal leiderschap, de menselijke maat, maatwerk en professionalisering. Uitgangspunten voor iedere medewerker zijn: Eigenaarschap, Leren centraal en Leren van en met elkaar.

(5)

5

-Eigenaarschap: de scholen geven vorm aan eigenaarschap van medewerkers door hen professionele ruimte te bieden om daarmee het vakmanschap te versterken. Het eigenaarschap is zichtbaar in het dagelijks werk van de medewerker, doordat hij het onderwijs op maat centraal stelt en voortdurend werkt aan de eigen professionele ontwikkeling.

-Leren van en met elkaar: het samen leren krijgt steeds meer vorm op de scholen. Schoolteams leren samen in Professionele LeerGemeenschappen. Onderwijsassistenten, leerkrachten en specialisten werken zoveel mogelijk samen binnen de groep.

Het vijfgelijke schooldagenmodel biedt elke dag de mogelijkheid voor schoolteams om na schooltijd tot 17.00 uur samen te leren.

-Leren centraal: leren staat centraal op de scholen. Aan kinderen wordt gevraagd wat ze leren en niet wat ze doen. In de lessen stellen de leerkrachten voortdurend de doelen aan de orde “Wat leren we vandaag?”

Naast de demografische krimp in leerlingaantallen vormen het personeelstekort, het passend onderwijs en het bieden van onderwijs gericht op de 21-eeuwse vaardigheden de belangrijkste vraagstukken voor de komende jaren.

De demografische krimp De komende vijf jaren zal de krimp zich waarschijnlijk in verhevigde vorm voortzetten. Een

gemiddelde daling van het leerlingenaantal van ongeveer 4% per jaar wordt verwacht. Reeds vanaf 2012 probeert Accent hierop met het beleid “Optimaal onderwijs in een nieuwe krimprealiteit” een helder antwoord te geven. Dit beleid gaat uit van de kwaliteit van de school als basis voor de instandhouding van de school.

Het personeelstekort Het antwoord op het personeelstekort proberen we in te vullen door een aantrekkelijke werkgever te zijn. De Topclass voor jong professionals en de AccentAcademie zijn hiervan mooie voorbeelden.

Veertien van onze scholen zijn inmiddels goed draaiende opleidingsscholen geworden. Studenten willen graag bij ons leren. Tijdens hun studie kunnen ze al bij ons werken en waar mogelijk voor hun werk “betaald” krijgen. Naast leerkrachten en onderwijsassistenten werken we ook met

leerkrachtondersteuners. Zij worden opgeleid door de AccentAcademie. Tot slot onderzoeken we de mogelijkheden voor zij-instromers en voor onderwijsassistenten om met subsidie de PABO te volgen en leerkracht te worden.

Passend Onderwijs Passend onderwijs wordt geboden op de scholen en de (nieuwe) IKC’s. Onze speciale basisschool nieuwHessen gaat op termijn deel uitmaken van de nieuwe IKC’s. Deze school ontwikkelt zich van een speciale basisschool met een verbrede toelating naar een expertisecentrum dat integratief en in een later stadium inclusief onderwijs mogelijk maakt. Assistenten, leerkrachten en specialisten werken met kinderen binnen de groep. Onderwijs gericht op de 21-eeuwse vaardighedenOnderwijs kinderen voorbereidt op de 21e eeuw wordt stap voor stap ingebed binnen het onderwijs op onze scholen. Kinderen maken gebruik van hun creativiteit, het kritisch denken, het probleemoplossend vermogen en communicatie. Daarbij worden vakgebieden integraal aangeboden en kijken

(6)

6 leerkrachten naar het leren van kinderen tijdens het leren en niet erna. Het traditionele “nakijken”

is passé!

Kwaliteitsbewaking

Kwaliteitszorg De gewenste kwaliteit van de school wordt door het CvB gemonitord met behulp van de

Kwaliteitsmonitor. In de kwaliteitsmonitor leggen de schooldirecteuren van Accent jaarlijks aan de hand van een viertal domeinen verantwoording af over de resultaten en de voortgang van het onderwijs over het afgelopen schooljaar. Tevens worden de verwachtingen voor het komend schooljaar uitgesproken. De volgende vier domeinen worden door de schooldirecteuren verantwoord.

1. Onderwijs en identiteit.

De opbrengsten, het pedagogisch klimaat, de ouderbetrokkenheid, de zorgstructuur, het voldoen aan de wetgeving en de bijdrage van het schoolconcept aan de kwaliteit van het onderwijs.

2. Personeel.

De taakverdeling, de taakbelasting, het evenwicht in werklast, de expertise en de professionalisering.

3. Innovatie.

De aansluiting bij de ontwikkelingen in de samenleving, creatieve ideeën, vernieuwingen, sturing op eigenaarschap.

4. Financiën en beheer.

De begrotingscyclus, het investeringsprogramma, het efficiënt gebruik van de diensten van Accent, het in evenwicht zijn van de financiën (ook in meerjarig kader), de koppeling van financiën aan beleid.

Het CvB bezoekt in het najaar alle AccentScholen. Tijdens dit schoolbezoek wordt met de

schooldirecteur uitgebreid gesproken over de bevindingen in de kwaliteitsmonitor aan de hand van de vier domeinen. Ieder schoolbezoek wordt afgesloten met een beoordeling op de vier, hierboven genoemde, domeinen. De beoordeling bestaat uit een goed, een voldoende of een onvoldoende.

Resultaatafspraken worden geformuleerd. In het voorjaar volgt een vervolg schoolbezoek door het CvB over de onderwijsopbrengsten en over de in het najaar gemaakte resultaatafspraken. De onderwijsopbrengsten zijn inzichtelijk m.b.v. het instrument “De lat omhoog.” De directeur verzorgt een presentatie over de streefdoelen per groep, de eindopbrengsten en de extra ondersteuning die gerealiseerd wordt.

Kwaliteitscultuur Accent biedt de medewerkers jaarlijks een professionaliseringsaanbod aan in de AccentAcademie.

Dit professionaliseringsaanbod wordt jaarlijks vormgegeven op basis van evaluaties,

(7)

7 onderwijsopbrengsten, ideeën en kritische reflecties van medewerkers. Daarnaast worden de analyses van de onderwijsopbrengsten gebruikt bij de samenstelling van het aanbod. Het

professionaliseringsaanbod kent de volgende onderdelen: ondersteuning op maat door Collegiale Intensieve Ondersteuning (CIO), scholingsaanbod voor directeuren, internbegeleiders en ICT- coördinatoren, scholingsaanbod voor schoolteams en individuele medewerkers. Daarnaast is individuele scholing op verzoek mogelijk (maatwerk).

De schooldirecteuren voeren met alle medewerkers in de school gesprekken conform een gesprekkencyclus met behulp van een online instrument. Leerkrachten worden gestimuleerd om zich te registreren in het Lerarenportfolio. Een persoonlijk ontwikkelingsplan wordt opgesteld met de eigen professionele ontwikkeling voor ogen. Schooldirecteuren zijn opgenomen in het

Schoolleidersregister.

Verantwoording en dialoog De leden van de RvT en de directeuren ontvangen vier keer per jaar een bestuursrapportage waarin de ontwikkelingen betreffende de onderwijskwaliteit, de innovaties, het personeelsbeleid en de financiën beschreven zijn. Daarnaast wordt het jaarverslag en de begroting met de RvT, de GMR en de schooldirecteuren besproken. Twee keer per jaar worden de leden van de RvT, de GMR en de schooldirecteuren geïnformeerd over de voortgang van de strategische doelen. De GMR ontvangt het jaarverslag, de begroting, de kwaliteitsmonitor en rapportages die de voorgenomen besluiten beschrijven. Om transparantie te bevorderen ontvangen medewerkers maandelijks een nieuwsbrief en medewerkers en stakeholders drie keer per jaar een "Accentueel." Verder geeft de Accent- website alle benodigde informatie weer.

Er is regelmatig contact met het VO en met de kinderopvangorganisaties (doorgaande leerlijnen), de gemeentebesturen en de Hogeschool Iselinge (leerkrachtentekort en begeleiding jong

professionals). Met onze stakeholders zijn gesprekken gevoerd bij de totstandkoming van het strategisch beleidsplan 2019-2023.

(8)

8 3. Schoolconcept

3.1 Jenaplan.

Onze school is een erkende Jenaplanschool. Er wordt gewerkt vanuit de 20 basisprincipes van het Jenaplanconcept en de Jenaplan Essenties (zie bijlage 1)

In het Jenaplanconcept staan relaties centraal:

· De relatie van het kind met zichzelf

· De relatie van het kind met de ander en het andere

· De relatie van het kind met de wereld

3.2 Visie van De Bontebrug

Ruimte en aandacht voor ieder kind. Met anderen in gesprek gaan en naar elkaar luisteren.

Samenwerken, maar ook je eigen individuele mogelijkheden ontwikkelen. Spelenderwijs je

vaardigheden verbeteren en je opgedane kennis in de praktijk gebruiken. Zo leren kinderen door te doen, en ontwikkelen ze zich in de praktijk, want onze visie is: “De wereld is ons klaslokaal”

3.3 Identiteit van De Bontebrug

De Bontebrug is een Protestants Christelijke school. Dat wil zeggen dat onze normen en waarden gebaseerd zijn op algemeen christelijke grondslagen. Wij willen graag dat kinderen vanuit deze waarden en normen leren hoe met elkaar om te gaan, elkaars verschillen te respecteren en de overeenkomsten te zien. Zo krijgen en geven kinderen elkaar ruimte tot ontplooiing en groei.

Binnen onze school treffen wij een verschillende geloofsovertuigingen aan. Daarom vinden wij het belangrijk dat we samen kennisnemen van alle wereldgodsdiensten en zo ieder kind de kans te geven zijn (religieuze) beleving bespreekbaar te maken.

3.4 Het onderwijs op De Bontebrug

Op De Bontebrug gaan theorie en praktijk hand in hand. Leren uit boeken is nodig, maar je moet ook ervaren wat je met die kennis kunt doen. Als kinderen merken waarom kennis belangrijk is, zijn ze gemotiveerd om kennis op te nemen. Daarom bestaat een schooldag bij ons uit werkblokken:

• ’s morgens technische vaardigheden (‘gewoon’ leren, met accent op de leervakken als taal, rekenen, schrijven);

• ’s middags toepassen (‘wat doe je met die kennis in de praktijk’, met het accent op vakken als wereldoriëntatie, creatieve vorming.)

3.5 Gewoon goed onderwijs

Jenaplan staat voor onderwijs op maat. Niet de leerstof is het uitgangspunt, maar het kind. Op De Bontebrug noemen we dat “meer dan opbrengstgericht” onderwijs. We bieden de leerstof aan op verschillende manieren, aansluitend bij de individuele mogelijkheden van de kinderen. Want ieder kind is anders. We willen dat de kwaliteiten en capaciteiten die een kind in huis heeft, worden

(9)

9 aangesproken en benut. We zoeken met kinderen de volgende stap die nodig is om te leren en hoe dat leren gaat lukken. Leren en toepassen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden

3.6 Missie van De Bontebrug

Modern en meer dan opbrengstgericht onderwijs gebouwd op de pijlers van het Jenaplanonderwijs:

gesprek, werk, spel, viering.

Samen leren en samen leven op Jenaplan basisschool De Bontebrug.

3.7 Vertaalslag van de kernwaarden

1. Betrokkenheid: van medewerkers, ouders en kinderen.

2. Ontwikkeling en kwaliteit: kinderen ontwikkelen hun talenten, medewerkers ontwikkelen hun talenten en competenties om het professioneel handelen te ondersteunen en om door te groeien binnen hun eigen ontwikkeling.

3. Veiligheid: voor kinderen, ouders en medewerkers. Iedereen moet het gevoel voor veiligheid ervaren. Alleen in een veilig klimaat kan groei optimaal zijn.

4. Innovatie en creativiteit: het onderwijs is een nooit eindigend creatief proces van vernieuwing. Wij moedigen het ‘out of the box’ denken aan.

5. Eigenaarschap voor kinderen en leerkrachten.

Onderwijs op maat is toegespitst op de ondersteuningsbehoeften van het individuele kind. Ieder kind is uniek en ieder kind moet leren een volledig functionerend lid van een gemeenschap te zijn.

Kritisch, opkomend voor zichzelf en voor anderen.

Samenwerken op maat heeft ook te maken met de volwassenen om het kind heen; ouders en teamleden werken samen om het onderwijs van de kinderen passend te maken.

De school steekt sterk in op sociale vaardigheden en een goed pedagogisch klimaat. We vinden het belangrijk dat de sfeer prettig is en veilig voelt, voor kinderen, hun ouders en de teamleden. Dit komt met name tot uiting in de dagelijkse omgang met elkaar. In het lesprogramma wordt hier ook tijd aan besteed. Er wordt aandacht gegeven aan het met elkaar leren omgaan, je mening leren geven, voor jezelf durven opkomen en respect hebben voor elkaar.

Gezamenlijk zorgen we dat ieder kind op onze school de aandacht en begeleiding krijgt die het nodig heeft.

(10)

10 4. Kwaliteitsgebieden

4.1 Onderwijsproces

Algemeen aanbod, een doorlopende lijn.

Op onze school wordt gebruik gemaakt van leermethodes die voldoen aan de kerndoelen. Deze methodes worden als bron gebruikt om tot leerdoelen te komen. De stamgroepleiders maken hierbij gebruik van de SLO-doelen ( http://tule.slo.nl ) en het daaraan gerelateerde doelenboek van Jenaplan. De leerdoelen worden zoveel mogelijk integraal aangeboden.

Het leren in de school is gebaseerd op een rijke leeromgeving. Deze rijke leeromgeving bestaat uit een fysieke- en digitale leeromgeving. Een rijke leeromgeving kent meerdere facetten. De school wordt in de eerste plaats optimaal gebruikt. Er kan op meerdere plekken gewerkt worden of instructie worden gegeven. Daarnaast willen we de kinderen duidelijke handvatten meegeven wat betreft de leerstof: ze krijgen passende kennis en basisvaardigheden aangeboden die ze nodig hebben om verder te kunnen leren en te onderzoeken.

Het organiseren van lesgeven door teamleden is belangrijk op De Bontebrug. Vanuit het

eigenaarschap van teamleden wordt er steeds gekeken hoe de organisatie helpend kan zijn voor goed onderwijs. De school kent vier stamgroepen, in elke stamgroep zitten twee leerjaren. Vanuit de stamgroep worden alle activiteiten gepland. Naast de stamgroepleiders zijn er leerkrachten en onderwijsassistenten en soms persoonlijke begeleiders om, waar nodig, te ondersteunen. Met meer handen in de klas is het makkelijk extra aandacht te geven aan individuele kinderen of aan een groep kinderen die extra uitleg nodig heeft. Gezamenlijk wordt het werk gepland, besproken en verdeeld.

Het onderwijs wordt door de leerkracht afgestemd op de onderwijsbehoeften van kinderen. Er wordt hierbij gestreefd naar een ontwikkeling van:

Van Naar

klassikaal groepsdoorbrekend

jaargroep stamgroep

kennisoverdracht betekenisvol actief leren

stamgroepleider gestuurd gedeelde sturing door stamgroepleider en kind vaste leergroep wisselende leergroepen

leerling volgsysteem Portfolio

(11)

11 Stamgroep rood: groep 1/2 onderbouw

De jongsten in de groep werken veelal spelenderwijs aan hun ontwikkeling: taal, rekenen, motoriek en creativiteit komen aan de orde binnen het thema waarover gewerkt wordt. Kinderen van groep 1 en 2 ontwikkelen zich in deze fase vooral door het opdoen van ervaringen, met materialen die uitnodigen tot exploratie: bouw- en constructiemateriaal, wereld-spel materiaal, materiaal voor kleur- en vormwaarneming, materiaal voor hoeveelheidbegrip, materiaal voor analyse- en synthese oefeningen (puzzels, memories e.d.), materiaal voor illusiespel (huishoek, poppenhuis, bouwhoek e.d.) zand-/watertafel, timmertafel en expressiemateriaal.

In de kleutergroep maken de kinderen elke week een tekening. Bij deze tekening worden woorden, zinnen en/of een verhaal geschreven. Deze tekeningen zijn een voorbereiding op het schrijven van een vrije tekst.

Kinderen in leerjaar 1 en 2 krijgen ook al te maken met letters en cijfers. Dit valt onder de categorie voorbereidend lezen en rekenen. Als deze kinderen echt interesse hebben in letters, cijfers, boekjes lezen, kortom in het leren lezen en rekenen, kan ook dit in hun programma opgenomen worden. De stamgroepleider zal dan zorgen voor een uitdagende omgeving om gericht, spelend te leren lezen en rekenen. Het programma loopt zo over in het aanvankelijk lezen en rekenen. De scheiding tussen het programma van groep 2 en 3 wordt op deze manier minimaal gehouden.

Stamgroep geel: groep 3/4 onder/middenbouw

Kinderen in leerjaar 3 gaan in ieder geval aan de slag met het aanvankelijk onderwijs, zoals taal, lezen, schrijven en rekenen. De kinderen leren geschreven lettertekens om te zetten in gesproken woorden en omgekeerd gesproken taal om te zetten in schrifttekens. Met rekenen leren de kinderen uit een boekje werken en leren ze het optellen en aftrekken op papier. Kinderen leren ook de lettervormen te schrijven. De stap van voorbereidend onderwijs naar het aanvankelijke lezen, schrijven en rekenen is soms nog groot. We hebben daarom een start gemaakt met spelend leren in stamgroep geel waardoor het verschil kleiner wordt en er meer leerstijlen aan bod blijven komen.

De komende jaren wordt deze ontwikkeling voortgezet.

In leerjaar 4 wordt voortgeborduurd op de ontwikkeling in leerjaar 3. Er wordt volop getraind met het vlot leren lezen en het begrijpen van teksten. Het schrijven wordt steeds vaker gebruikt als communicatiemiddel en kinderen leren vrije teksten te schrijven.

Het rekenonderwijs breidt zich uit naar het delen en vermenigvuldigen. De kinderen krijgen te maken met de vakken taal, lezen, spelling, schrijven, rekenen, wereldoriëntatie en de creatieve vakken.

In de hele onderbouw wordt gebruik gemaakt van thematisch onderwijs. De jongsten spelen, spreken, werken en vieren over het thematische onderwerp. De oudere kinderen leren werken onderzoeksvragen te stellen. Ze leren informatie te vergaren om tot het beantwoorden van deze

‘wereldvragen’ te komen.

(12)

12 Stamgroep blauw: groep 5/6 midden/bovenbouw

In deze stamgroep is het mogelijk om nog verder te groeien in de ontwikkeling van de onderbouw en te starten met groeien naar de kennis en vaardigheden van de bovenbouw.

Stamgroep groen: groep 7/8 bovenbouw

In de bovenbouw krijgen de kinderen de vakken taal, lezen, spelling, schrijven, rekenen en Engels aangeboden. De verbinding tussen de verschillende vakken wordt steeds opgezocht. Een

taalopdracht kan bijvoorbeeld goed gelinkt worden aan een wereld-oriënterend onderdeel en de kosten en baten van de moestuin worden in beeld gebracht bij rekenen.

Er wordt gebruik gemaakt van verschillende manieren om tot de gestelde doelen te komen, o.a.

ontdekkend- en ontwerpend leren. De 21e eeuwvaardigheden worden volop ingezet: samenwerken, creatief denken, communiceren, kritisch denken, ICT-basisvaardigheden, zelfregulering , probleem oplossen, sociale en culturele vaardigheden, mediawijsheid en informatievaardigheden.

Expressieve activiteiten, zoals tekenen, handvaardigheid en muzikale vorming worden eveneens gebruikt om tot de gestelde doelen te komen. Wij zoeken steeds meer en vaker de verbinding tussen álle genoemde vakken. Het onderwijs wordt op deze manier nog meer betekenisvol.

Extra ondersteuning

De ambitie van De Bontebrug voor het onderwijs kenmerkt zich door de aandacht voor het

individuele kind. We gaan daarbij uit van het concept passend onderwijs. We begeleiden en coachen onze kinderen zoveel mogelijk binnen de sociale context van de stamgroep. Dit is een voorwaarde om kinderen te leren samenwerken waardoor ze tot leren komen. Iedereen hoort erbij.

Ieder kind op De Bontebrug kan in aanmerking komen voor specifieke ondersteuning. Er zijn kinderen die wat meer of andere begeleiding of juist meer ruimte of structuur nodig hebben. Zo nodig wordt ondersteuning en begeleiding op maat georganiseerd. De stamgroepleiders stemmen met elkaar af wanneer, welke ondersteuning nodig is. Deze wordt gegeven door de extra

leerkrachten en onderwijsassistenten die dagelijks aanwezig zijn. Ook met kinderen passen we het

“leren met en van elkaar” toe door groepjes slim in te delen en samenwerken te stimuleren.

De extra ondersteuning die gegeven kan worden op De Bontebrug is beschreven in het Schoolondersteuningsprofiel van de school, opgesteld door het SWV Doetinchem.

(13)

13 Het aanbod in de diverse stamgroepen:

Onderbouw Bovenbouw

Zintuiglijke en lichamelijke ontwikkeling* X * X

Nederlandse taal, spelling, technisch lezen , begrijpend

lezen * X* X*

Schrijven* X* X*

Rekenen en wiskunde* X* X*

Engelse taal X

Wereldoriëntatie X* X*

Geestelijke stromingen X X

Expressie-activiteiten X X

Wetenschap en techniek X

Bevordering sociale redzaamheid, waaronder gedrag in het verkeer

X X

Bevordering van gezond gedrag X X

Schoolveiligheid/ welbevinden van de kinderen X X Bevordering actief burgerschap en sociale integratie,

overdragen kennis over/ kennismaking met de diversiteit van de samenleving

X X

* De vakken taal, lezen, spelling, rekenen/wiskunde en schrijven staan dagelijks ingepland. We houden hierbij rekening met de onderwijsbehoeften van de kinderen qua inzet en onderwijstijd. De andere vakgebieden komen minimaal één keer per week aan de orde.

Lopende dit schoolplan wordt een doorgaande lijn Engels gerealiseerd in alle stamgroepen.

De onderwijstijd

Op De Bontebrug wordt met het 5 gelijke dagen model gewerkt. Alle groepen hebben, alle dagen van de week, gelijke schooltijden van 8.30-14.00 uur. De kinderen krijgen per jaar minimaal 940 uur onderwijstijd aangeboden.

Als de kinderen vanaf groep 1 t/m 8 onderwijs volgen op De Bontebrug, hebben zij de verplichte 7520 uren onderwijstijd gevolgd.

Zicht op de ontwikkeling van een kind

Wij volgen de ontwikkeling van onze kinderen zodat zij een ononderbroken ontwikkeling kunnen doorlopen. Dit doen wij door middel van observaties, kindgesprekken en toetsen. De gegevens hiervan worden in Parnassys vermeld.

Twee keer paar jaar bekijken we de belemmerende- en protectieve factoren van de kinderen. Op grond daarvan formuleren we passende onderwijsbehoeften. Ook deze gegevens staan in Parnassys.

Om de kinderen te kunnen volgen op het gebied van leerprestaties en sociaal-emotionele ontwikkeling worden de volgende middelen gebruikt:

1. De cognitieve vorderingen van de kinderen worden met landelijk genormeerde toetsen gevolgd.

Dit gebeurt met het leerlingvolgsysteem Cito (LOVS). De vakken begrijpend lezen/luisteren, taal, rekenen, technisch lezen en spelling worden hierbij gevolgd en in kaart gebracht.

Kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte worden op eigen niveau getoetst om de vooruitgang te meten.

Voor de kleuters gebruiken we de toetsen van Aernoutse en de Utrechtse Getal Toets zodat

(14)

14 we de ontluikende geletterdheid en gecijferdheid goed in beeld kunnen krijgen en ons handelen daarop kunnen afstemmen.

2. Ook worden er methode gebonden toetsen afgenomen om direct te kijken of de kinderen het geleerde onder de knie hebben. Indien de lesmethode losgelaten wordt i.v.m. de

onderwijskundige ontwikkelingen binnen de school (werken met SLO-doelen), worden er op lesdoelen gebaseerde toetsen, dan wel observaties ingezet.

3. De sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen wordt gevolgd met het Kanjer Volg en Advies Systeem (KanVAS). Dit instrument is onderdeel van De Kanjertraining. De leerkrachten vullen KanVAS vanaf groep 1 in. Vanaf groep 5 vullen ook de kinderen dit volgsysteem in. Vanaf groep 3 wordt ook het sociogram van KanVAS gebruikt. Zo ontstaat er een volledig beeld van het welbevinden.

De resultaten worden geanalyseerd en op grond hiervan worden nieuwe doelen gesteld. Dit gebeurt op kind-, groeps- en schoolniveau. Deze resultaten en doelen worden twee keer per jaar in het hele team besproken.

De gegevens voortkomende uit LVOS van Cito en KanVAS worden gebruikt om:

 te bekijken of elk kind de bij hem of haar passende vorderingen maakt.

 de ontwikkeling van de kinderen door de hele school te bewaken (doorgaande ontwikkelingslijn).

 nog niet ontdekte problemen bij kinderen te signaleren.

 het gegeven onderwijs te evalueren op groeps- en schoolniveau.

 te signaleren of er aanwijzingen zijn dat een kind op sociaal-emotioneel gebied minder goed functioneert.

Wanneer de ontwikkeling van een kind stagneert:

 bespreekt de stamgroepleider dit met de Intern Begeleider. De problematiek wordt geanalyseerd en de onderwijsbehoeften worden verder in kaart gebracht.

 wordt de problematiek besproken met de ouders.

 wordt het kind besproken in het team en samen kijken we wat oplossingen/mogelijkheden zijn binnen de school.

 wordt het kind ingebracht in het zorgteam. Deze zorgteambesprekingen, waarbij de orthopedagoog van OPD (Orthopedagogische Dienst) van Accent aanwezig is, vinden ongeveer 4 keer per schooljaar plaats. De OPD adviseert en kan, zo nodig, onderzoeken uitvoeren door de orthopedagoog, logopedist of fysiotherapeut.

Indien nodig wordt een individueel handelingsplan (IHP) opgesteld om een kind extra te kunnen begeleiden. Ook kan het opstellen van een ontwikkelingsperspectief (OP) in sommige gevallen noodzakelijk zijn. Dit staat beschreven in de 1-zorg-route.

(15)

15 Kinderen met een taalachterstand

Wat betreft het niveau op het gebied van spraak en taal hebben we op De Bontebrug te maken met diversiteit. Onze populatie kinderen bestaat hoofdzakelijk uit autochtone kinderen. Soms zijn dit kinderen die vanuit sociaaleconomische achtergrond een taal- en/of spraak achterstand hebben opgelopen. Onze aanpak zal erop gericht zijn om een goed doordachte onderwijssituatie te creëren in de stamgroepen. Een rijke leeromgeving en thematisch werken zal voor de kinderen met een taalachterstand én voor kinderen met zelfs evt. een voorsprong op het gebied van taal en spraak, goed moeten zijn. In de kleutergroep wordt veel gesproken en voorgelezen. De stamgroepleider ondertitelt de hele dag wat er gedaan wordt en kinderen praten onderling tijdens het spel binnen en buiten. Kinderen met een taalachterstand krijgen daarnaast extra begeleiding van de

stamgroepleider en/of de onderwijsassistente.

De stamgroepleiders maken deze lessituaties in de praktijk. Doordat in de stamgroepen gewerkt wordt met een mix van achtergronden en ontwikkelingsniveaus zal het ‘leren van en met elkaar’

een grote rol spelen in de ontwikkeling van beide groepen.

Soms zijn er specifieke factoren die maken dat kinderen een beperkte taal en/of

spraakwoordenschat hebben. We hebben dan te maken met een medisch- dan wel pedagogisch probleem. Goede pedagogische begeleiding om tot rijke taal te komen is dan op zijn plaats. We hebben het dan bijvoorbeeld over Tos, ASS, of een grote ontwikkelingsachterstand. De aanpak zal erop gericht zijn om, rekening houdend met deze factoren, een passende vorm van taal/spraak aanbod te bieden. De aanzet voor de behandeling wordt gemaakt in het Zorgteamoverleg.

Didactisch handelen

Het didactisch handelen van de stamgroepleiders stelt kinderen in staat tot leren en ontwikkelen.

De stamgroepleiders plannen en structureren hun handelen met behulp van informatie die zij over kinderen hebben. Stamgroepleiders hebben eigenaarschap bij het ontwerpen van hun dagelijkse lessen. Uitgangspunt hierbij is dat het niveau van de activiteiten passend is bij de kinderen. Zo leren de kinderen uit groep 3 en 4 spelenderwijs rekenen. De kerndoelen van het SLO staan hierbij centraal. Deze kerndoelen zijn ook verwoord in het Doelenboek van het Jenaplanonderwijs waarin bijgehouden wordt wat kinderen beheersen en aan welke doelen zij gaan werken.

We werken opbrengstgericht met de kerndoelen. De vertaalslag naar de referentieniveaus moet nog gemaakt worden. We zien de referentieniveaus terug bij de uitwerking van de eindtoets van Cito aan het eind van groep 8.

De voertaal op De Bontebrug is Nederlands. Momenteel zijn er een aantal gezinnen met een migratieachtergrond waarbij er in de thuissituatie hoofdzakelijk Nederlands wordt gesproken. Voor de kinderen uit deze gezinnen geldt dezelfde regel die op alle kinderen van toepassing zijn: kijken wat nodig is en wat kan, kortom Passend Onderwijs.

De ambities voor het onderwijsprogramma van de school.

Modern Jenaplan onderwijs en Passend Onderwijs zijn de overkoepelende termen voor de ambities van De Bontebrug. Waarbij we een professionaliseringslag maken op het gebied van de interne en

(16)

16 externe planning en organisatie.

Het onderwijs verlangt een actieve rol van de kinderen zelf. Het is de bedoeling dat kinderen zelf keuzes maken waar ze aan werken en welke doelen ze willen behalen. In groep 7 en 8 is het eigenaarschap van kinderen het meest zichtbaar. Betrokkenheid en motivatie van kinderen werkt veelal verdiepend in leerprocessen. Het is de bedoeling dat dit ook in de andere groepen gestalte krijgt.

Een rijke leeromgeving is de basis voor leren op school. Dit kan een fysieke of digitale leeromgeving zijn. Onderwijs dat betekenis heeft voor kinderen zorgt voor een grotere betrokkenheid waardoor kinderen gemotiveerder zijn om te leren. Hierdoor krijgt het onderwijs meer diepgang waardoor het echt betekenisvol wordt. Om meer kennis te vergaren wordt ontdekkend- en ontwerpend leren gebruikt. Wereld oriënterende vakken zijn essentieel om de verbinding met de werkelijkheid te maken en om de verdieping in de leervragen van kinderen te creëren.

Creativiteit is belangrijk voor kinderen. Niet alleen tijdens beeldende vorming, creatief denken helpt bij het zoeken naar meerdere antwoorden of mogelijkheden.

ICT wordt geïntegreerd ingezet om een meerwaarde voor het onderwijs te bewerkstelligen. Om onderwijs goed te personaliseren is de inzet van computers zinvol. De komende jaren zal het personaliseren van onderwijs nog een grotere rol gaan spelen. Door het gebruik van het Doelenboek ontstaan er steeds meer persoonlijke leerroutes. Ook wordt er steeds meer gekeken naar leerstijlen van kinderen.

Op de Bontebrug streven wij de volgende ambities na:

 werken met het Doelenboek voor Jenaplanscholen (meesterstuk)

 werken aan eigenaarschap voor kinderen

 werken met het portfolio door kinderen

 personaliseren van het onderwijs voor kinderen inclusief meer- en hoogbegaafdheid (meesterstuk)

 ontdekkend- en ontwerpend leren met o.a. schoolbrede thema’s en het werken met onderzoeksvragen in een rijke leeromgeving (meesterstuk)

 het gebruik van ICT zinvol uitbreiden in de klas (meesterstuk)

 spelend- en betekenisvol leren verder uitbreiden (meesterstuk)

 de vakken lezen, taal, spellen en rekenen staan in dienst van Wereld Oriëntatie

 doorontwikkeling van het Sociaal Emotioneel Onderwijs

 kindgesprekken (meesterstuk)

 kwalitatieve gesprekken en rapportage met de driehoek: Kind – Stamgroepleider – Ouders

 we worden opleidingsschool

(17)

17 De ambities voor het (pedagogisch-)didactisch handelen van de teamleden.

Onze stamgroepleiders en onderwijsassistenten hebben de focus op het geven van passend onderwijs. Zij zijn in staat om lessen te maken en uit te voeren, zodat alle kinderen een goed aanbod op pedagogisch en didactisch vlak krijgen. Deze afstemming is zowel op ondersteuning als op uitdaging gericht. De stamgroepleiders hebben hoge verwachtingen van de kinderen en

concretiseren dat door doelen voor de kinderen te stellen.

De stamgroepleiders stimuleren een brede ontwikkeling bij de kinderen. Bij de instructies en opdrachten gebruiken de stamgroepleiders passende vakdidactische principes en werkvormen.

Goede planning, met goede voorbereiding en werken met duidelijke doelen zorgen voor effectieve onderwijstijd en een efficiënte lesuitvoering. De stamgroepleiders gaan na of de leerstof en opdrachten zijn begrepen en de doelen zijn behaald. Er wordt dagelijks gelijk feedback aan de kinderen gegeven, op het proces en de uitvoering ervan. Met de kinderen wordt besproken wat nodig is om de doelen te behalen.

De teamleden zullen samen moeten leren, ontwikkelen en scholen om het onderwijs compleet aan te kunnen bieden. Eigenaarschap, ingebed in de organisatie, is voor teamleden belangrijk.

Het team is gezamenlijk verantwoordelijk voor het onderwijs en de begeleiding van de kinderen.

Praktisch gezien betekent dit dat niet alleen de stamgroepleider verantwoordelijk is voor de begeleiding en verzorging van het onderwijs aan de stamgroep, maar dat meerdere mensen dit verzorgen.

Stamgroepleiders kunnen hun eigen expertise en kennis optimaal inzetten. Gezamenlijk verantwoordelijk betekent ook dat er met meerdere mensen naar kinderen gekeken wordt. Er ontstaat zo een compleet beeld van kinderen en van de groepen.

De school heeft personeel nodig dat uitgaat van het Jenaplanconcept en staat voor passend onderwijs en inclusiviteit. Het personeel heeft een lerende houding en is nieuwsgierig naar de

‘handleiding’ van individuele kinderen en groepen. Stamgroepleiders spelen in op de ontwikkelingen in de maatschappij. Soms is “out of the box” denken nodig om al onze ambities te kunnen

verwezenlijken.

De handelingen en ontwikkeling van de teamleden worden als volgt omschreven:

 inzet van procesgerichte didaktiek

 werken met verschillende mensen in verschillende functies op de werkvloer

 stamgroepleiders als coach op de werkvloer

 open en heldere communicatie met ouders

 het voeren van kindgesprekken

 teamwork, teamintervisie en kindbesprekingen

 “leren van en met elkaar” door de inzet van collegiale consultatie o.a. met Iris Connect

 coaching van en door teamleden

 scholing op het gebied van (ortho)pedagogiek, (ortho)didaktiek, Sociaal Emotioneel Onderwijs en ICT

(18)

18 Schoolklimaat

Pedagogisch klimaat en veiligheid

De Bontebrug is een Christelijke Jenaplanschool. De grondbeginselen van Jenaplanonderwijs liggen bij uitstek in de pedagogiek, verbonden met goede didaktiek. Het onderwijs baseert zich op de twintig basisprincipes van het Jenaplanonderwijs en de Jenaplan Essenties (zie bijlage 1).

De notitie "Veiligheidsbeleid: een veilige school voor iedere leerling" geeft het veiligheidsbeleid van Accent weer (zie de Accentwebsite onder het kopje Ouders). Accent wil met dit beleid de veiligheid van leerlingen en medewerkers waarborgen. De scholen monitoren één keer per jaar m.b.v. een gestandaardiseerd instrument hoe het gesteld is met de veiligheidsbeleving en het welbevinden van kinderen. Scholen hebben naast de schoolcontactpersoon een veiligheidscoördinator die

functioneert als aanspreekpunt en die het sociale veiligheidstraject bewaakt. Pestincidenten worden waar nodig geregistreerd en geëvalueerd. De vernieuwde meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling biedt ruimte voor professioneel handelen. Directeuren en internbegeleiders hebben hiervoor een training Signs of Safety gevolgd.

KanVAS is het leerlingvolgsysteem om de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen te

monitoren. Twee keer per jaar worden hiervoor vragenlijsten ingevuld door de stamgroepleiders en door de kinderen uit de groepen 5 tot en met 8. De gegevens uit signalering, observatie en

diagnostisering worden met ouders besproken waarna er, indien nodig, acties worden ondernomen.

De veiligheidscoördinator speelt hierbij een duidelijke rol.

De aanpak van pestgedrag is een onderdeel van onze totale pedagogische aanpak, met betrekking tot omgang met elkaar. Wij zijn alert op signalen die kunnen wijzen op pestgedrag. We leren kinderen in een vroeg stadium dit te bespreken met hun stamgroepleider. We volgen het anti- pestprotocol van de Kanjertraining. Preventief maken we gebruik van de Kanjertraining en de principes en de oefeningen van de Rots en Watertraining.

De ambities van de school voor het pedagogisch klimaat en het schoolklimaat

Het pedagogisch klimaat.

De school steekt sterk in op sociale vaardigheden en een goed pedagogisch klimaat. We vinden het van groot belang dat de sfeer prettig is en veilig voelt, voor kinderen, ouders en team. Dit komt natuurlijk in de eerste plaats tot uiting in de dagelijkse omgang met elkaar. In het programma wordt hier ook tijd aan besteed. Er wordt aandacht gegeven aan het met elkaar leren omgaan, je mening leren geven, voor jezelf durven opkomen en respect hebben voor elkaar.

Binnen de school en binnen de stamgroepen gelden regels die altijd hun oorsprong hebben liggen in de grondregel “Je gedraagt je op school en op het schoolplein zó dat een ander daar geen last of hinder van ondervindt”.

(19)

19 Deze regel geldt voor kinderen, team en ouders. Het team heeft hierin een voorbeeldfunctie, in het gebruik van taal en aanspreken, en in hun gedragingen binnen de school. In de stamgroepen zullen afgeleiden van de grondregel en evt. andere regels ontstaan. De kinderen worden daar nadrukkelijk bij betrokken tijdens groepsgesprekken.

Sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen.

We vinden het van groot belang dat kinderen zich veilig en prettig voelen op onze school. De sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen wordt goed gevolgd. We kijken naar de mogelijkheden van kinderen en stimuleren hun ontwikkeling. We nemen elk kind serieus. We benaderen de kinderen op een positieve manier.

Bij eventuele conflicten houden we voor ogen dat alles een leerproces is en buigen we dit naar de kinderen om tot iets positiefs. (growth mindset)

Er worden regelmatig gesprekken met kinderen en/of met groepen kinderen gevoerd. Deze

gesprekken kunnen gezien worden als een preventief middel om de sociaal-emotionele ontwikkeling te sturen en te laten ontwikkelen.

Voor alle kinderen wordt twee keer per jaar het volgsysteem KanVAS ingevuld. De stamgroepleiders zijn gericht op het welbevinden, de autonomie en competentie van de kinderen.

De ambities van de school op het gebied van veiligheid.

Twee keer per jaar wordt er gescreend om de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen in beeld te brengen. De opbrengsten van deze screening wordt bekeken en besproken. Mocht de uitslag negatief uitvallen dan worden er passende maatregelen en/of interventies ingezet.

Bij grensoverschrijdend gedrag van kinderen en ouders hanteren wij het Veiligheidsbeleid van Accent. Bij dergelijk gedrag proberen wij altijd in eerste instantie te sturen naar de-escalatie. Het kan nl. zijn dat door omstandigheden situaties uit de hand lopen. Indien er sprake moet zijn van fysiek ingrijpen door teamleden vanwege een zeer onveilige situatie, worden ouders altijd direct op de hoogte gesteld.

Ook op het gebied van Informatiebeveiliging, Privacy en het Internet protocol volgen wij het Accentbeleid . klik hier

De ambities van de school met het pedagogisch handelen van de stamgroepleider.

De ambities voor het pedagogisch-didactisch handelen van de stamgroepleider staan beschreven in bijlage 1. We verwachten van onze stamgroepleiders dat ze in een voortdurend proces bezig zijn om aan de genoemde ambities te werken.

Deze basisprincipes vormen de grondslag van een school waar passend onderwijs wordt gegeven.

Het verschil kunnen, durven en willen maken voor kinderen is hierbij essentieel.

(20)

20 Onderwijsresultaten

De cognitieve eindresultaten van de kinderen zijn conform de gestelde normen en tenminste op het niveau dat kan worden verwacht gezien onze leerling populatie. We hebben het dan over de vakken taal en rekenen/wiskunde. De streefdoelen worden verdeeld over de jaren die de kinderen op de school doorbrengen. De tussendoelen en hun evaluaties zijn steeds terug te vinden in de

groepsplannen en moeten zichtbaar gemaakt worden in het doelenboek. Steeds wordt gemonitord of kinderen voldoende resultaat laten zien. Tweemaal per jaar wordt er gemonitord of de kinderen voldoende resultaat laten zien. Deze monitoring wordt uitgevoerd door stamgroepleider, IB-er en schoolleider. Er wordt bij deze monitoring ook per kind per vak naar het leerrendement gekeken.

Vanuit Accent wordt 1 keer per jaar een monitoring uitgevoerd op opbrengstgerichte resultaten met het instrument De Lat Omhoog! Hiervoor wordt de komende jaren de bovenschoolse module van Parnassys Ultimview, gebruikt.

Voor kinderen met leermoeilijkheden stellen we in samenspraak met de ouders en orthopedagoog een Ontwikkel Perspectief (OP) op. We geven deze kinderen begeleiding op maat om de voor hen gestelde doelen te bereiken. Ook kinderen die op andere manier gehinderd worden in hun

ontwikkeling, kunnen met een (deel-)OP hun eigen doelen behalen, met een eigen uitstroomprofiel.

Ook deze opbrengsten kunnen zeer succesvol zijn, maar zijn natuurlijk niet te vergelijken met het landelijk gemiddelde.

Resultaten van het onderwijs zijn natuurlijk breder dan de bovenstaande leervakken. De Bontebrug werkt met de Jenaplanessenties (bijlage 1). De opbrengsten daarvan zie je op de lange termijn terug in gedrag en in de samenleving.

Kinderen leren leven met zichzelf, met anderen en met de wereld. We streven daarmee doelen na die niet periodiek duidelijk meetbaar zijn. Het zijn wel doelen die te maken hebben met 21e eeuwvaardigheden, burgerschap en zelfontplooiing.

Kinderen leren:

 Om te gaan met verschillen

 Om samen te werken

 Te spreken in het openbaar, te presenteren

 Creatief denken en doen

 Kritisch kijken en denken

 (Onderzoeks)vragen stellen

 Verantwoordelijkheid nemen

 Keuzes maken

 ICT vaardigheden

 Talenten ontwikkelen en er gebruik van te maken

(21)

21

resultaten van de streefdoelen van de afgelopen 3 jaar, uitgedrukt in procenten voldoende, volgens norm inspectie

Cito jan. 2016-2017 2017-2018 2018-2019

Groep 3 TL 86 % R&W 64 % TL 61 % R&W 77 % TL 36 % R&W 72 % Groep 4 TL 55 % R&W 51 % TL 81 % R&W 57 % TL 57 % R&W 83 % Groep 5 BL 44 % R&W 60 % BL 70 % R&W 54 % BL 63 % R&W 73 % Groep 6 BL 81 % R&W 90 % BL 77 % R&W 89 % BL 66 % R&W 51 % Groep 7 BL 57 % R&W 50 % BL 91 % R&W 84 % BL 76 % R&W 53 % Groep 8 Eindtoets

537,8 Eindtoets

537,5 Eindtoets

541

(TL=technisch lezen, BL=Begrijpend lezen, R&W= Rekenen en Wiskunde) De kinderen met afwijkende leerlijnen en een OP zijn in dit overzicht gewoon opgenomen.

Sociale en maatschappelijke competenties

Burgerschap

Een nieuw vakgebied dat al erg lang door Jenaplanscholen wordt onderwezen.

De school is een samenleving in het klein. Datgene wat voorkomt in de maatschappij, zie je ook terug in en om de school: ruzie, pesten, groepsvorming, samenwerking en inspraak. Op school leren en mogen kinderen voor hun mening uit komen. Ze leren respect te hebben voor mensen die anders zijn of een andere mening hebben. Kinderen leren wat moet en wat mag in de maatschappij.

Kinderen leren op school om mee te denken en mee te beslissen over afspraken die met school te maken hebben.

We vinden het op allerlei manieren terug in onze school:

 Kinderen leren zich te redden in maatschappij, als verkeersdeelnemer en als consument.

 Kinderen leren de hoofdzaken van de Nederlandse en Europese staatsinrichting en de rol van de burger.

 Kinderen leren zich te gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen. Kinderen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen en ze leren respectvol om te gaan met de verschillen in opvattingen tussen mensen.

 Kinderen leren met zorg om te gaan met het milieu.

 In het Schoolparlement en tijdens Klassenvergaderingen. Kinderen leren verschillende rollen kennen en stemmen bij de landelijke verkiezingen voor het Schoolparlement.

Tijdens het spelen, werken, vieren en spreken, de vier pijlers van het Jenaplanconcept.

Vervolgsucces

De bestemming van de kinderen na het verlaten van De Bontebrug is bekend en voldoet ten minste aan de verwachtingen van de school. Er zijn goede contacten met de verschillende scholen voor Voorgezet Onderwijs. Na het verlaten van De Bontebrug worden de vervolgresultaten van de schoolverlaters voor minimaal 3 jaar in het voortgezet onderwijs gemonitord.

Jaarlijks wordt door De Bontebrug gekeken naar het vervolgsucces van de schoolverlaters en of deze aansluit bij de gegeven adviezen. In sommige gevallen wordt contact tussen PO en VO opgenomen voor overleg.

(22)

22 Ambities voor het onderwijsprogramma

Voor alle kinderen streven wij naar het behalen van de referentieniveaus 1F aan het einde van groep 8, uitgezonderd de kinderen met een uitstroomprofiel praktijkonderwijs. Sommige kinderen behalen een hoger streefniveau: 1S voor rekenen/wiskunde en 2F voor taal en lezen. De kinderen met een uitstroomprofiel HAVO/VWO hebben doorgaans dit hogere niveau behaald. Voor de kinderen die uitstromen naar een vorm van VMBO ligt dit niet zo vast, het is afhankelijk van de niveaus en talenten van deze kinderen.

4.4 Kwaliteitszorg en ambitie

Kwaliteitszorg, kwaliteitscultuur, verantwoording en dialoog De Kwaliteitszorg van Accent is beschreven bij hoofdstuk 2.

De notitie "Personeelsbeleid 2019" geeft het personeelsbeleid van Accent weer. In deze notitie wordt de wijze waarop Accent beschikt over gekwalificeerde en gemotiveerde personeelsleden beschreven. Beschreven wordt:

 de arbeidsduur, de werktijden en de werktijdenregeling

 de invulling van de normjaartaak

 het werkverdelingsplan

 de duurzame inzetbaarheid

 de professionalisering

 van startbekwaam naar vakbekwaam

 de jong professional

 de oudere leerkracht

 de werkdrukmiddelen

 het vervangingsbeleid.

Om de onderwijskundige ambities van de school te verwezenlijken biedt de AccentAcademie medewerkers jaarlijks een professionaliseringsaanbod aan (zie hoofdstuk 2 kwaliteitscultuur).

Monitoring.

De school draagt zorg voor de ononderbroken ontwikkeling van kinderen. De school draagt zorg voor de afstemming van het onderwijs op de voortgang in de ontwikkeling van kinderen. De school monitort of beide zaken mogelijk zijn en uitgevoerd worden.

Op De Bontebrug is een stelsel kwaliteitszorg waarmee het voorgaande duurzaam geborgd is. De kwaliteit van het onderwijsproces en de leerprocessen wordt hiermee bevorderd. Binnen dit stelsel hebben de diverse teamleden hun eigen rol. De stamgroepleider, de IB-er en de schoolleider gebruiken hun professionaliteit en eigen rol om de monitoring uit te voeren. Het is een

gezamenlijke inspanning. De zorg voor kwaliteit is cyclisch, systematisch en planmatig en is ook gericht op het vasthouden van gerealiseerde kwaliteit.

(23)

23 Het eigenaarschap van de stamgroepleiders ligt bij het beoordelen van de onderwijsprestaties. De professionaliteit van de stamgroepleider ligt eveneens bij vakinhoud, didaktiek en het pedagogische proces. Zij formuleren de streefdoelen in de groepsplannen, begeleiden de kinderen, geven lessen en evalueren het onderwijs.

De IB-er beheert het zorgsysteem en heeft een sterk coachende rol voor de diverse teamleden. De schoolleider faciliteert, draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs en is verantwoordelijk voor goed opgeleid en vooral passend personeel.

Tijdens de diverse evaluaties presenteert de stamgroepleider de bevindingen van het gegeven onderwijs aan het team, inclusief IB-er en schoolleider. De schoolleider en de IB-er presenteren de bevindingen vanuit het schoolperspectief. Gezamenlijk worden er conclusies getrokken en nieuwe doelen gesteld voor de komende periode. Dit zijn doelen op school en groepsniveau. De individuele doelen worden verder uitgewerkt door de stamgroepleiders en worden zichtbaar in het groepsplan en de weekplanning.

Verbetermaatregelen.

De school, stamgroepleider, IB-er en schoolleider stellen ook vast waar maatregelen ter verbetering nodig zijn. De stappen hiervoor zijn ook omschreven in de 1-zorgroute.

Als uit de opbrengsten van het LOVS, KanVAS, observaties en gesprekken met leerkrachten, ouders of kinderen, blijkt dat er hiaten in de ontwikkeling zitten, worden er passende

verbetermaatregelingen getroffen.

De oorzaken van te lage resultaten worden geanalyseerd en waar nodig worden verbeteringen doelgericht doorgevoerd. Afhankelijk van het probleem wordt een passende oplossing gezocht, zo nodig op maat. Deze interventies zijn gericht op een duidelijk doel en een overzichtelijke termijn.

De interne begeleider en de directeur zullen hierin een prominente ondersteunende rol in spelen.

Mocht de onderwijskwaliteit over een langere termijn niet op orde zijn dan wordt dit door het bestuur gesignaleerd via het instrument De Lat Omhoog en kan de school extra ondersteuning krijgen.

Als blijkt dat individuele resultaten tegenvallen door niet passende doelstellingen worden de verwachtingen bijgesteld en vastgelegd in het groepsplan of door middel van een individueel handelingsplan of een ontwikkelperspectief.

(24)

24 Bijlage format jaarplan AccentScholengroep

Meerjarenplan 2019-2023

Jaar 2019-2020

Ontwikkelaspect Doel Evaluatie

Onderwijsproces:

 Aanbod

 Zicht op ontwikkeling

 Didactisch handelen

Invoeren doelenboek/doelgericht leren

Oriënteren op Portfolio Ontwikkelen van verdere vak integratie in wereldoriëntatie waaronder schoolthema’s Plan verdere ICT integratie

Vast punt op de agenda en Studiedag 29 juni 2020 Teamvergaderingen Teamvergaderingen

Teamvergaderingen

Schoolklimaat:

 Veiligheid

 Pedagogisch handelen

Herijking basislicentie A Kanjertraining

Oriënteren op PARRO Oriënteren op Mediawijsheid

Afronding met certificaat na studiedagen

Communicatieplan Teamvergaderingen

Onderwijsresultaten:

 Analyse van de data

 Sociale en maatschappelijke competenties

 Streefdoelen

Kader : Kind – Stamgroepleider – Ouders (waaronder kind en oudergesprekken)

Verdieping analyse aanvankelijk lezen.

Verscherpte monitoring Spelling en Begrijpen Lezen.

Verdieping omzetting van Analyse naar streefdoelen

Communicatieplan

Cursus en De Lat omhoog

IB en Schoolleider in TV

2 studiedagen

Kwaliteitszorg:

 Cyclisch proces

Kwaliteitscultuur:

 Leren centraal

 Eigenaarschap

 Leren van en met elkaar

Analyse en evaluatie spelend leren in groep 3/4 en 5

Oriëntatie leerlijnen groep 1/2

Aspirant opleidingsschool Opleiding Schoolopleider Mentortraining team

Aanscherpen en verder ontwikkelen van de interne en externe planning en organisatie

Teamvergaderingen/Intervisie

IB en leerkracht (terugkoppeling in team)

Teamvergaderingen Pabo Iselinge Pabo Iselinge

Communicatieplan

(25)

25 Jaar 2020-2021

Ontwikkelaspect Doel Evaluatie

Onderwijsproces:

 Aanbod

 Zicht op ontwikkeling

 Didactisch handelen

Invoeren doelenboek/doelgericht leren

Experimenteren met Portfolio Personaliseren van het aanbod/blokuur

Ateliers met onderzoeksvragen Ontwikkelen van verdere vak integratie in wereldoriëntatie waaronder schoolthema’s Oriëntatie leerlijn Programmeren

Vast punt op de agenda en Studiedag einde schooljaar Teamvergadering

Studiedag

Teamvergadering collegiale consultatie

Teamvergadering

Schoolklimaat:

 Veiligheid

 Pedagogisch handelen

Herijken gesprekken rapportage Invoeren PARRO

Studiedag Trauma en Hechting Leerlijn Mediawijsheid

Communicatieplan Communicatieplan Studiedag

Teamvergadering

Onderwijsresultaten:

 Analyse van de data

 Sociale en maatschappelijke competenties

 Streefdoelen

Evalueren: Kader : Kind – Stamgroepleider – Ouders Analyse resultaten doelenboek Verdieping omzetting van Analyse naar streefdoelen

Studiedag

Studiedag 2 studiedagen

Kwaliteitszorg:

 Cyclisch proces

Kwaliteitscultuur:

 Leren centraal

 Eigenaarschap

 Leren van en met elkaar

Oriëntatie leerlijnen HB Implementeren leerlijnen 1/2 Analyse en evaluatie spelend leren in groep 3/4 en 5/6

Aanscherpen en verder ontwikkelen van de interne en externe planning en organisatie

Teamvergadering en IB

Teamvergaderingen/Intervisie

Communicatieplan

(26)

26 Jaar 2021-2022

Ontwikkelaspect Doel Evaluatie

Onderwijsproces:

 Aanbod

 Zicht op ontwikkeling

 Didactisch handelen

Invoeren

doelenboek/doelgericht leren Invoeren portfolio

Personaliseren van het aanbod/blokuur

Ateliers met onderzoeksvragen Ontwikkelen van verdere vak integratie in wereldoriëntatie waaronder schoolthema’s Experimenteren leerlijn programmeren

Oriënteren Engels groep 1-8

Vast punt op de agenda en Studiedag einde schooljaar Teamvergadering

Teamvergaderingen

Teamvergaderingen Collegiale Consultatie

Studiedag en Teamvergadering

Teamvergadering

Schoolklimaat:

 Veiligheid

 Pedagogisch handelen

Kanjertraining Licentie B

Licentie C in 2023-2024

Evalueren PARRO Implementeren leerlijn Mediawijsheid

Afronding na studiedag Teamvergadering Teamvergaderingen

Onderwijsresultaten:

 Analyse van de data

 Sociale en maatschappelijke competenties

 Streefdoelen

Verdieping omzetting van Analyse naar streefdoelen

2 studiedagen

Kwaliteitszorg:

 Cyclisch proces

Kwaliteitscultuur:

 Leren centraal

 Eigenaarschap

 Leren van en met elkaar

Oriëntatie leerlijn groep 3 t/8 Implementeren leerlijnen HB Analyse en evaluatie spelend leren in groep 3/4, 5/6 en 7

Aanscherpen en verder ontwikkelen van de interne en externe planning en

organisatie

Teamvergaderingen

Teamvergaderingen/Intervisie

Communicatieplan

(27)

27 Jaar 2022-2023

Ontwikkelaspect Doel Evaluatie

Onderwijsproces:

 Aanbod

 Zicht op ontwikkeling

 Didactisch handelen

Invoeren

doelenboek/doelgericht leren Evalueren Portfolio

Personaliseren van het aanbod/blokuur

Ateliers met onderzoeksvragen Ontwikkelen van verdere vak integratie in wereldoriëntatie waaronder schoolthema’s Implementeren leerlijn programmeren

Invoeren Engels 1-8

Vast punt op de agenda en Studiedag einde schooljaar Teamvergadering

Teamvergadering

Teamvergadering Collegiale Consultatie

Teamvergaderingen

Teamvergadering Schoolklimaat:

 Veiligheid

 Pedagogisch handelen

Onderwijsresultaten:

 Analyse van de data

 Sociale en maatschappelijke competenties

 Streefdoelen

Verdieping omzetting van Analyse naar streefdoelen

2 studiedagen

Kwaliteitszorg:

 Cyclisch proces

Kwaliteitscultuur:

 Leren centraal

 Eigenaarschap

 Leren van en met elkaar

Implementeren leerlijnen groep 3 t/m 8

Analyse en evaluatie spelend leren in groep 3/4, 5/6 en 7/8

Aanscherpen en verder ontwikkelen van de interne en externe planning en organisatie

Teamvergaderingen

Teamvergaderingen/Intervisie

Communicatieplan

(28)

28 Bijlage 1: Jenaplan Principes en Jenaplan Essenties

Basisprincipes van het Jenaplan:

Het Jenaplanonderwijs gaat uit van een twintigtal basisprincipes. De uitgangspunten gaan over mensen, de maatschappij en de opvoeding. Deze zijn niet vrijblijvend. Het zijn normen waaraan het leven en werken in school steeds moet worden getoetst. Het zijn streefdoelen en ze spelen een belangrijke rol bij de vormgeving van het dagelijks bezig zijn, maar ook bij het evalueren ervan.

Kortom, in de schoolpraktijk zullen de uitgangspunten omgezet moeten worden in dagelijkse concrete situaties. De centrale begrippen zijn dus mens, samenleving en school. Wat verstaat het Jenaplan hieronder:

Mens

 Elk mens is uniek met zijn eigen waarde en waardigheid, die onvervangbaar zijn.

 Elk mens heeft, ongeacht zijn ras, geslacht, sociaal milieu, religie of levensbeschouwing het recht een eigen identiteit te ontwikkelen, die in ieder geval gekenmerkt wordt door

zelfstandigheid, kritisch bewustzijn, creativiteit en gerichtheid op sociale rechtvaardigheid.

 Elk mens heeft voor het ontwikkelen van een eigen identiteit persoonlijke relaties nodig met de zintuiglijk waarneembare en de niet zintuiglijk ervaarbare werkelijkheid.

 Elk mens wordt steeds als totale persoon erkend en (waar mogelijk) ook zo aangesproken.

 Elk mens wordt als cultuurvernieuwer erkend en (waar mogelijk) ook zo benaderd en aangesproken.

Samenleving

 Mensen moeten werken aan een samenleving die ieders onvervangbare waarde en waardigheid respecteert.

 Mensen moeten werken aan een samenleving die ruimte en stimulansen biedt voor ieders identiteitsontwikkeling.

 Mensen moeten werken aan een samenleving waarin rechtvaardig, vreedzaam en constructief met verschillen en veranderingen wordt omgegaan.

 Mensen moeten werken aan een samenleving die respectvol en zorgvuldig de aarde en de wereldruimte beheert.

 Mensen moeten werken aan een samenleving die de natuurlijke en culturele hulpbronnen in verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties gebruikt.

School

 De school is een relatief autonome coöperatieve organisatie van betrokkenen.

 In de school hebben volwassenen de taak voorgaande uitspraken over mens en samenleving tot (ped)agogisch uitgangspunt voor hun handelen te maken.

 In de school wordt de leerstof zowel ontleend aan de leef- en belevingswereld van de kinderen als aan de cultuurgoederen die in de maatschappij als belangrijke middelen worden beschouwd voor de hier geschetste persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling.

(29)

29

 In de school wordt het onderwijs georganiseerd in pedagogische situaties en met behulp van pedagogische onderwijsmiddelen.

 In de school wordt het onderwijs vormgegeven door een ritmische afwisseling van de basisactiviteiten gesprek, spel, werk en viering.

 In de school vindt heterogene groepering van kinderen plaats.

 In de school wisselen ontwikkelend onderwijs en zelfstandig spelen en leren van kinderen elkaar af.

 In de school nemen ontdekkend-onderzoekend leren en groepswerk een belangrijke plaats in.

 In de school vinden gedrag- en prestatiebeoordeling van een kind zoveel mogelijk plaats vanuit de eigen ontwikkelingsgeschiedenis van een kind en in overleg met dit kind.

 In de school worden veranderingen gezien als een nooit eindigend proces, gestuurd door een consequente wisselwerking tussen doen en denken.

(30)

30 J e n a p l a n E s s e n t i e s

Ondernemen


‘jouw initiatief is welkom’

Plannen


‘durf te dromen’

Samenwerken


‘samen kunnen we meer’


Creëren


’alles is mogelijk’


Presenteren


‘laat zien wie je bent’

Reflecteren


‘wat is jouw wens, waar word jij blij van?’

Verantwoorden


‘hoe vind je het effect van wat je gedaan hebt’

Zorgen voor


‘wij helpen elkaar’

Communiceren


‘jouw mening telt’


Respecteren

‘zijn wie je bent’

De Jenaplan Essenties hebben veel overeenkomsten met de 21-eeuwse vaardigheden. We stellen ons als doel om deze vaardigheden te verbinden met de uitgangspunten van AccentScholengroep: Leren centraal, eigenaarschap en leren met en van elkaar.

ICT speelt daarbij, geïntegreerd in de vakken en als ondersteuning, een steeds grotere rol.

Aandacht voor mediawijsheid is er in alle groepen.

Afbeelding

Updating...

Referenties

Gerelateerde onderwerpen :