COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Hele tekst

(1)

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Brussel, 12.3.2002

COM(2002)110 definitief 2002/0067 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende bescherming tegen subsidiëring en oneerlijke tariefpraktijken bij de levering van luchtdiensten vanuit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap

(ingediend door de Commissie)

C5-0133/02

(2)

TOELICHTING INLEIDING

1. De luchtvaartsector wordt geconfronteerd met een kritieke uitdaging, namelijk de noodzaak te concurreren met luchtvaartmaatschappijen uit derde landen die subsidies ontvangen, terwijl voor de communautaire luchtvaart stringente regels inzake staatssteun gelden.1

2. De recente crisis in sommige delen van de luchtvaartsector was aanleiding voor de overheden van een aantal derde landen om hun luchtvaartmaatschappijen zodanig te gaan subsidiëren dat concurrentievervalsing dreigt.2 Luchtvaartmaatschappijen uit de Gemeenschap hebben informatie verstrekt over de door deze maatschappijen gehanteerde lage ticketprijzen, waarop zij niet kunnen reageren.

3. Bovendien is subsidiëring niet het enige type overheidsbemoeienis dat tot verstoring van de internationale levering van luchtdiensten kan leiden. Ook onder overheidscontrole staande luchtvaartmaatschappijen uit derde landen kunnen dankzij hun status oneerlijk lage prijzen toepassen; het hoeft dus niet altijd om openlijke subsidiëring te gaan. In feite is het zo dat alle subsidies die door buitenlandse overheden worden verleend aan luchtvaartmaatschappijen die zijzelf controleren uiterst moeilijk op te sporen zijn.

4. Sommige derde landen hebben instrumenten ontwikkeld om aan dit soort situaties het hoofd te bieden.3 Ook de Gemeenschap heeft in de zeevaartsector voorzien in corrigerende maatregelen tegen oneerlijke tariefpraktijken.4 Voor de luchtvaartsector is op communautair niveau een dergelijke mogelijkheid echter niet voorhanden. Het enige thans beschikbare middel zijn bilaterale overeenkomsten die vaak, zowel qua toepassingsgebied als oplossingen, het potentieel ontberen om snel een allesomvattende bescherming te bieden tegen subsidiëring en oneerlijke tariefpraktijken.5 Het is namelijk zo dat, ook al had een lidstaat maatregelen kunnen treffen in het kader van door hem gesloten bilaterale overeenkomsten, daardoor de discrepanties in de behandeling van de verschillende communautaire luchtvaartmaatschappijen alleen maar groter zouden zijn geworden.

DE NOODZAAK VAN MAATREGELEN

1 Mededeling van de Commissie van 20 mei 1999 "De Europese luchtvaartsector: van eenheidsmarkt naar uitdagingen op mondiale schaal (COM1999, 182 def.) en de richtsnoeren inzake staatssteun aan de luchtvaartsector van 1994 (PB C 350 van 10.12.1994, blz.5).

2 Mededeling van de Commissie van 10 oktober 2001 over de gevolgen voor de luchtvaart na de aanslagen in de Verenigde Staten (COM (2001) 574 def.).

3 In de Verenigde Staten kan de minister van Vervoer bijvoorbeeld maatregelen treffen tegen "een activiteit van een buitenlandse regering of een andere buitenlandse entiteit, inclusief een buitenlandse luchtvaartmaatschappij" wanneer dit aangemerkt kan worden als een "concurrentievervalsende praktijk tegen een luchtvaartmaatschappij" (U.S.C. Section 41310).

4 Verordening (EEG) nr. 4057/86 van de Raad van 22 december 1986 betreffende oneerlijke tariefpraktijken in het vervoer over zee (PB L 378 van 31.12.1986).

5 Momenteel zijn er in het kader van de Wereldhandelsorganisatie en meer bepaald van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten nog geen regels overeengekomen ter correctie van handelsverstorende effecten van subsidies aan de internationale luchtvaartsector en zijn er binnen de Wereldhandelsorganisatie evenmin regels vastgesteld inzake oneerlijke tariefpraktijken van onder overheidscontrole staande luchtvaartmaatschappijen.

(3)

5. Het voorgestelde instrument beoogt dit probleem aan te pakken. Het zal de Gemeenschap in staat stellen actie te ondernemen tegen oneerlijke concurrentie door luchtvaartmaatschappijen uit derde landen op routes naar en van de Gemeenschap die het gevolg is van door derde landen verleende handelverstorende subsidies. Ook voorziet het in maatregelen tegen oneerlijke tariefpraktijken van luchtvaartmaatschappijen onder overheidscontrole. Onderzoeken zullen worden ingesteld naar aanleiding van klachten vanuit de sector waaruit blijkt dat dergelijke subsidies of oneerlijke tariefpraktijken op bepaalde routes schade veroorzaken. De onderzoeks- en besluitvormingsprocedures zijn hoofdzakelijk gebaseerd op de bestaande praktijk op het gebied van de goederenhandel6 maar bieden voldoende speelruimte om de specifieke problemen van de luchtvaartsector te kunnen aanpakken, met inachtneming van de in Besluit 1999/468/EG van de Raad vastgestelde procedures.

6. Dit voorstel is bedoeld om weer op gelijke voet te komen met een aantal concurrenten door bescherming te bieden tegen oneerlijke tariefpraktijken in het luchtvervoer. Het is echter niet de bedoeling dat het in de plaats komt van luchtvaartovereenkomsten met derde landen in het kader waarvan concurrentievervalsing doeltreffend kan worden aangepakt. In gevallen waarin een juridisch instrument voorhanden is dat een bevredigende reactie mogelijk maakt, heeft dat instrument bijgevolg de bovenhand op de toekomstige verordening, die daaraan ondergeschikt zal zijn.

SAMENVATTING VAN HET VOORSTEL

7. Principe: Het voorstel maakt het mogelijk actie te ondernemen tegen gesubsidieerde dan wel tegen oneerlijke prijzen aangeboden en schadelijke luchtdiensten die worden geleverd door luchtvaartmaatschappijen uit derde landen op bepaalde routes naar en van de Gemeenschap. Het bevat eenvoudige en hanteerbare inhoudelijke en procedurele regels, maar vereist niet dat de EG minder stringente eisen stelt dan de beproefde normen die gelden ten aanzien van goederen.

8. Onder het toepassingsgebied vallende praktijken: In het voorstel wordt de definitie van subsidies gebruikt die is opgenomen in de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen van de Wereldhandelsorganisatie. Er kan worden opgetreden tegen door buitenlandse overheden verleende handelverstorende subsidies, namelijk op specifieke ondernemingen of sectoren gerichte subsidies en exportsubsidies (algemeen beschikbare subsidies, b.v. subsidies die kunnen worden verkregen door alle dienstverleners, met inbegrip van luchtvaartmaatschappijen, worden niet als handelsverstorend aangemerkt). In het voorstel wordt tevens de definitie van "oneerlijke tariefpraktijken" overgenomen, namelijk het aanrekenen van tarieven voor vluchten die lager zijn dan die welke worden toegepast door gevestigde en representatieve luchtvaartmaatschappijen (of, indien de desbetreffende informatie niet beschikbaar is, beneden een standaardtarief dat de som is van de kosten en de winst van andere vergelijkbare luchtvaartmaatschappijen), maar deze definitie geldt hier alleen voor praktijken van onder overheidscontrole staande luchtvaartmaatschappijen.

6 Verordening (EEG) nr. 2026/97 van de Raad van 6 oktober 1997 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn (PB L 288 van 21.10.1997).

(4)

9. Onderzoek: Het voorstel voorziet voor alle gevallen in een onderzoeksprocedure naar het model van de voor de goederenhandel geldende procedure, maar in een vereenvoudigde en minder bindende vorm. Voor een onderzoek zijn de volgende twee elementen bepalend:

– subsidies die door een bepaalde overheid worden verleend aan daarvoor in aanmerking komende buitenlandse luchtvaartmaatschappijen dan wel oneerlijke praktijken door bepaalde buitenlandse luchtvaartmaatschappijen onder overheidscontrole

– bepaalde routes waar onze luchtvaartsector problemen ondervindt.

Het voorstel voorziet ook in een definitie van "soortgelijke luchtdienst", die echter minder restrictief is dan in de goederenhandel. Er is pas sprake van een soortgelijke luchtdienst wanneer de luchtvaartmaatschappijen uit de EG op dezelfde of bijna dezelfde routes opereren als de buitenlandse maatschappijen, maar er gelden geen beperkingen ten aanzien van het type dienst dat wordt geleverd. Het onderzoek bestrijkt ten minste "een belangrijk aandeel" van de door maatschappijen uit de EG geleverde diensten.

10. Toepassingsdrempel: De communautaire bedrijfstak heeft het initiatiefrecht wanneer een naar behoren gemotiveerde klacht wordt ingediend namens die bedrijfstak.

Voorts kan de Commissie ambtshalve optreden indien er voldoende bewijzen voorhanden zijn.

11 In de regeling ingebouwde garanties: Wanneer het initiatief tot maatregelen wordt genomen moet dit openbaar worden gemaakt, buitenlandse luchtvaartmaatschappijen en andere belanghebbende partijen hebben het recht gehoord te worden, en maatregelen worden gepubliceerd in het PB. Er moeten regels inzake gebrek aan medewerking worden vastgesteld op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat de betrokkenen de schijn tegen hebben.

12. Procedure: De lidstaten worden in elk stadium van de procedure geraadpleegd in het kader van een comité krachtens de raadplegingsprocedure, overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999.7 Tevens wordt het "droit de regard" van het Europees Parlement gegarandeerd overeenkomstig artikel 8 van dat besluit.

13. Maatregelen: Maatregelen (rechten, verbintenissen of andere passende maatregelen zoals beperking van landingsrechten) zullen per luchtvaartmaatschappij worden opgelegd. Het recht waarin de maatregel voorziet is maximaal gelijk aan het aan de begunstigde van de subsidie ten goede komende bedrag (of het verschil tussen het tarief dat daadwerkelijk wordt aangerekend door een onder overheidscontrole staande luchtvaartmaatschappij en het "normale tarief") dan wel aan het bedrag dat volstaat om de schade te compenseren, naargelang welk bedrag het kleinst is.

Voorlopige maatregelen hebben een looptijd van zes maanden. Maatregelen kunnen worden herzien wanneer dit gerechtvaardigd is. Zoals in de goederensector is niet geregeld hoe de rechten worden geheven. In de praktijk zullen de instanties van de

7 PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(5)

lidstaten die de luchthavengelden incasseren ook het recht innen. De geïnde rechten zullen aan de begroting van de Gemeenschap worden toegevoegd overeenkomstig de binnen de Europese Unie geldende bepalingen inzake corrigerende en compenserende rechten.

(6)

2002/0067 (COD) Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende bescherming tegen subsidiëring en oneerlijke tariefpraktijken bij de levering van luchtdiensten vanuit landen die geen lid zijn van de Europese

Gemeenschap

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 80, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie8,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité9, Gezien het advies van het Comité van de Regio's10,

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag;

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Er is reden om aan te nemen dat de deelname op concurrerende basis van communautaire luchtvaartmaatschappijen aan de levering van luchtdiensten naar en van de Gemeenschap een nadelige invloed ondervindt van bepaalde oneerlijke praktijken van luchtvaartmaatschappijen uit derde landen die soortgelijke luchtdiensten leveren;

(2) Dergelijke oneerlijke praktijken kunnen het gevolg zijn van een subsidie die wordt verleend door de overheid van een derde land of door bepaalde tariefpraktijken van een luchtvaartmaatschappij uit een derde land die onder overheidscontrole staat;

(3) Binnen de Gemeenschap gelden strenge regels inzake de verlening van overheidssteun aan luchtvaartmaatschappijen, en om te voorkomen dat communautaire luchtvaartmaatschappijen concurrentienadeel ondervinden dient te worden voorzien in een instrument dat bescherming biedt tegen luchtvaartmaatschappijen uit derde landen die worden gesubsidieerd of andere door de overheid verleende voordelen genieten;

8 OJ C […], […], p. […].

9 OJ C

10 OJ C

(7)

(4) De Gemeenschap moet corrigerende maatregelen kunnen nemen tegen oneerlijke praktijken die het gevolg zijn van subsidies die worden verleend door de overheid van een derde land;

(5) De Gemeenschap moet ook kunnen optreden tegen oneerlijke tariefpraktijken wanneer het een luchtvaartmaatschappij betreft die onder de controle van de overheid van een derde land staat;

(6) Bepaald dient te worden wanneer wordt geacht dat er sprake is van subsidiëring en volgens welke beginselen daartegen compenserende maatregelen kunnen worden genomen (in het bijzonder indien de subsidie aan specifieke ondernemingen of sectoren is toegekend of zij afhankelijk is van dienstverlening aan derde landen;

(7) Om het bestaan van een subsidie te kunnen vaststellen is het noodzakelijk aan te tonen dat een overheid een financiële bijdrage heeft verstrekt of dat de overheid afstand doet van inkomsten die haar normaal toekomen of deze niet int, en dat de begunstigde onderneming daarmee een voordeel heeft verkregen;

(8) Bepaald dient te worden wanneer wordt geacht dat er sprake is van oneerlijke tariefpraktijken;

(9) Het is wenselijk duidelijke nadere richtsnoeren vast te stellen ten aanzien van de factoren die van belang kunnen zijn voor de vaststelling of de door luchtvaartmaatschappijen uit derde landen geleverde gesubsidieerde of oneerlijk geprijsde luchtdiensten aanmerkelijke schade hebben veroorzaakt dan wel deze dreigen te veroorzaken; bij het aantonen van het feit dat de schade die de communautaire bedrijfstak heeft geleden is toe te schrijven aan het prijsniveau van die luchtdiensten, dient aandacht te worden geschonken aan de gevolgen van andere factoren, en met name aan de in de Gemeenschap heersende marktomstandigheden;

(10) Het is dienstig de begrippen "communautaire luchtvaartmaatschappij",

"communautaire bedrijfstak", "soortgelijke luchtdienst" en "overheidscontrole" te omschrijven;

(11) Het is noodzakelijk te bepalen wie een klacht mag indienen en welke informatie die klacht dient te bevatten betreffende tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies of oneerlijke tariefpraktijken, schade en het oorzakelijk verband daartussen;

(12) Het is noodzakelijk te bepalen op welke wijze aan de belanghebbende partijen moet worden medegedeeld welke informatie de autoriteiten verlangen; voorts moeten de belanghebbende partijen volop de gelegenheid krijgen alle relevant bewijsmateriaal over te leggen en hun belangen te verdedigen; ook dienen de tijdens het onderzoek in acht te nemen regels en procedures te worden vastgesteld, met name de regels op grond waarvan de belanghebbende partijen zich binnen een bepaalde termijn kenbaar moeten maken, hun standpunt naar voren brengen en inlichtingen verstrekken indien hun standpunt en inlichtingen tijdens het onderzoek in aanmerking dienen te worden genomen; het is noodzakelijk te bepalen dat wanneer belanghebbenden onvoldoende medewerking verlenen, andere informatie kan worden gebruikt om tot vaststellingen te komen en dat dergelijke informatie voor de betrokken belanghebbenden minder gunstig kan zijn dan het geval zou zijn geweest wanneer zij wel medewerking hadden verleend;

(8)

(13) Het is noodzakelijk te bepalen onder welke voorwaarden voorlopige maatregelen kunnen worden opgelegd; dergelijke maatregelen kunnen door de Commissie in ieder geval slechts voor een periode van zes maanden worden opgelegd;

(14) Een onderzoek of procedure dient te worden beëindigd wanneer de noodzaak ontbreekt maatregelen te nemen, bij voorbeeld indien het subsidiebedrag, de mate waarin oneerlijke tariefpraktijken zijn toegepast of de schade te verwaarlozen is; een procedure wordt alleen met duidelijke opgaaf van redenen beëindigd; het in het kader van een maatregel toegepaste recht moet lager zijn dan het bedrag van de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidie of het met de mate van oneerlijke tariefstelling overeenkomende bedrag indien een lager recht toereikend zou zijn om de schade weg te nemen;

(15) Bepaald dient te worden dat in het kader van maatregelen toegepaste rechten niet hoger mogen zijn dan de waarde van de verleende subsidies of niet-commerciële voordelen, al naar gelang het geval;

(16) Bepaald dient te worden dat maatregelen slecht zolang van kracht blijven als nodig is om op te treden tegen de subsidies of oneerlijke tariefpraktijken die schade veroorzaken;

(17) Het is noodzakelijk procedures vast te stellen voor de aanvaarding van verbintenissen die de gevolgen van de subsidies of oneerlijke tariefpraktijken of van de schade compenseren of wegnemen, waardoor de instelling van voorlopige of van definitieve rechten overbodig wordt; het is tevens dienstig te bepalen welke consequenties aan de schending of aan de opzegging van verbintenissen zijn verbonden;

(18) De mogelijkheid dient te worden gecreëerd om, wanneer voldoende wordt aangetoond dat de omstandigheden veranderd zijn, bestaande maatregelen te herzien;

(19) Overeenkomstig artikel 2 van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden moeten maatregelen ter uitvoering van deze verordening worden vastgesteld volgens de in artikel 3 van dat besluit vermelde raadplegingsprocedure,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Beginselen Een corrigerende maatregel kan worden ingesteld om:

(1) elke subsidie te neutraliseren die direct of indirect wordt toegekend aan een luchtvaartmaatschappij uit een derde land, of

(2) de oneerlijke tariefpraktijken te neutraliseren die worden toegepast door onder overheidscontrole staande luchtvaartmaatschappijen uit derde landen

bij de levering van luchtdiensten op bepaalde routes naar en van de Gemeenschap die schade veroorzaken voor de communautaire bedrijfstak.

(9)

Artikel 2 Subsidiëring 1. Van subsidie wordt geacht sprake te zijn indien:

a) de overheid van een derde land een financiële bijdrage levert waarbij

(i) de overheidspraktijk rechtstreekse overdracht van middelen, mogelijke rechtstreekse overdracht van midelen of van passiva inhoudt;

(ii) de overheid afstand doet van inkomsten die haar normaal toekomen of deze niet int;

(iii) de overheid goederen levert of diensten biedt, niet bestaande uit algemene infrastructuur, of goederen of diensten aankoopt;

(iv) de overheid betalingen aan een financieringsmechanisme verricht of aan een particulier lichaam een of meer van de hierboven genoemde soorten functies toevertrouwt of dat lichaam daarmee belast, welke functies zij normaal zelf zou vervullen en de praktijk in werkelijkheid niet afwijkt van praktijken die overheidsinstanties plegen te volgen; en

b) daarbij een voordeel wordt toegekend.

2. Ten aanzien van subsidies kunnen alleen corrigerende maatregelen worden genomen indien die subsidies rechtens of in feite beperkt zijn tot een onderneming of sector of een groep ondernemingen of sectoren die binnen het ressort van de subsidieverlenende autoriteit zijn gevestigd, waarbij dit ook geldt voor subsidies die afhankelijk zijn van uitvoerprestaties.

Artikel 3

Oneerlijke tariefpraktijken

1. Van oneerlijke tariefpraktijken wordt geacht sprake te zijn wanneer onder overheidscontrole staande luchtvaartmaatschappijen uit derde landen die een niet- commercieel voordeel genieten voor een bepaalde luchtdienst van of naar de Gemeenschap voortdurend lagere luchttarieven dan het normale tarief in rekening brengen.

2. Onder “normaal tarief” wordt verstaan:

a) het vergelijkbare tarief dat gedurende ten minste zes maanden in het normale luchtvervoer daadwerkelijk is toegepast voor soortgelijke diensten in het kader van dezelfde of een vergelijkbare luchtdienst door een gevestigde en representatieve luchtvaartmaatschappij die niet onder overheidscontrole staat, of, wanneer dit tarief niet kan worden bepaald,

b) een aangenomen tarief dat wordt bepaald op basis van de kosten van een vergelijkbare luchtvaartmaatschappij vermeerderd met een redelijke wintsmarge.

Deze kosten worden berekend op basis van alle kosten die normaliter worden

(10)

gemaakt bij het leveren van de luchtdienst, zowel vaste als variabele kosten, vermeerderd met een redelijk bedrag voor overheadkosten.

3. Een luchtvaartmaatschappij uit een derde land wordt geacht onder “overheidscontrole”

te staan indien de overheid of een overheidsinstantie op het grondgebied van een derde land meer dan 50% van het vermogen van die maatschappij bezit, of gemachtigd is de meerderheid van de directie daarvan te benoemen dan wel anderszins wettelijk bevoegd is voor de bedrijfsvoering.

Artikel 4 Schadevaststelling

1. Voor de doeleinden van deze verordening wordt verstaan onder:

(a) "schade": aanmerkelijke schade of het risico van aanmerkelijke schade voor de communautaire bedrijfstak;

(b) "communautaire bedrijfstak": alle communautaire luchtvaartmaatschappijen die soortgelijke luchtdiensten leveren of die onder hen waarvan het gezamenlijke aandeel een belangrijk gedeelte van het communautaire aanbod van dergelijke diensten uitmaakt;

(c) "communautaire luchtvaartmaatschappij": een luchtvaartmaatschappij met een geldige exploitatievergunning die door een lidstaat is verleend overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2407/92 van de Raad van 23 juli 1992 betreffende de verlening van exploitatievergunningen aan de luchtvaartmaatschappijen11; (d) “soortgelijke luchtdienst": luchtdiensten die op dezelfde route of routes worden

geleverd als de betrokken luchtdiensten of luchtdiensten die worden geleverd op een route of routes die grote gelijkenis vertonen met de route of routes waarop de betrokken luchtdienst wordt geleverd.

2. De schadevaststelling dient op positief bewijsmateriaal te berusten en houdt een objectief onderzoek in van zowel:

(a) het tariefniveau van de betrokken luchtdiensten en het effect van die luchtdiensten op de door communautaire luchtvaartmaatschappijen gehanteerde tarieven, en

(b) het uit die luchtdiensten voortvloeiende effect op de communautaire bedrijfstak, zoals dit tot uiting komt in de ontwikkeling van een aantal economische indicatoren zoals aantal vluchten, capaciteitsbezetting, reserveringen door passagiers, marktaandeel, winst, kapitaalrendement, investeringen en werkgelegenheid.

Een of meer van deze factoren kunnen op zichzelf niet de doorslag geven.

11 PB L 240 van 24.8.1992, blz. 1

(11)

3. Aan de hand van alle overgelegde bewijsmateriaal als bedoeld in lid 2 moet worden aangetoond dat de betrokken luchtdiensten schade in de zin van deze verordening veroorzaken.

4. Behalve de betrokken luchtdiensten moeten andere factoren waarvan bekend is dat zij de communautaire bedrijfstak schade toebrengen eveneens worden onderzocht om te voorkomen dat de door die factoren veroorzaakte schade aan de betrokken luchtdiensten wordt toegeschreven.

5. Vaststelling van dreiging van aanmerkelijke schade dient op feiten te berusten en niet louter op beweringen, gissingen of vage mogelijkheden. De verandering van omstandigheden waardoor een situatie zou ontstaan waarin de subsidie schade zou veroorzaken, moet voor de nabije toekomst duidelijk zijn te voorzien.

Artikel 5

Inleiding van de procedure

1. Een onderzoek krachtens deze verordening wordt geopend naar aanleiding van een schriftelijke klacht die namens de communautaire bedrijfstak door een persoon of vereniging of op eigen initiatief door de Commissie zelf wordt ingediend, indien er voldoende bewijsmateriaal voorhanden is betreffende het bestaan van tot compenserende maatregelen aanleiding subsidies (en, zo mogelijk, de hoogte ervan) of oneerlijke tariefpraktijken in de zin van deze verordening, de schade en het oorzakelijke verband tussen de beweerde gesubsidieerde luchtdiensten en de beweerde schade.

2. Indien blijkt dat er voldoende bewijsmateriaal is om inleiding van een procedure te rechtvaardigen, gaat de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 12, lid 2, binnen 45 dagen nadat de klacht is ingediend daartoe over en maakt zij dit bekend in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Wanneer het ingediende bewijsmateriaal ontoereikend is, stelt de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 12, lid 2, de klager daarvan binnen 45 dagen na de datum waarop de klacht bij de Commissie werd ingediend in kennis.

3. In het bericht van inleiding van de procedure wordt de opening van een onderzoek aangekondigd en worden de reikwijdte van het onderzoek, de luchtdiensten op de betrokken routes, alsmede de landen waarvan de overheid de beweerde subsidies heeft verleend of de controle heeft over de luchtvaartmaatschappijen die de beweerde oneerlijke tariefpraktijken toepassen, bekendgemaakt; tevens worden in dit bericht de termijnen bekendgemaakt waarbinnen belanghebbenden zich kenbaar kunnen maken, schriftelijk hun standpunt naar voren kunnen brengen en inlichtingen kunnen verstrekken indien hun standpunt tijdens het onderzoek in aanmerking dient te worden genomen. Ook wordt daarin de termijn bekendgemaakt waarbinnen belanghebbenden kunnen verzoeken door de Commissie te worden gehoord.

4. De Commissie stelt de luchtvaartmaatschappijen die de betrokken luchtdiensten leveren, de betrokken overheid en de klagers ervan in kennis dat de procedure werd ingeleid.

5. De Commissie kan te allen tijde voorafgaand aan de inleiding van de procedure en ook daarna de betrokken buitenlandse overheid uitnodigen voor overleg ten einde

(12)

duidelijkheid te verkrijgen over de in lid 2 bedoelde elementen en met wederzijdse instemming tot een oplossing te komen.

Artikel 6 Het onderzoek

1. Na de inleiding van de procedure maakt de Commissie een aanvang met het onderzoek, dat zowel betrekking heeft op de subsidiëring of oneerlijke tariefpraktijken bij door luchtvaartmaatschappijen uit derde landen op bepaalde routes geleverde luchtdiensten, als op de schade.

2. De belanghebbenden die zich binnen de in het bericht van inleiding van de procedure vermelde termijnen kenbaar hebben gemaakt, kunnen worden gehoord indien zij bijtijds een daartoe strekkend schriftelijk verzoek indienen waarin zij aantonen dat zij belanghebbenden zijn voor wie de resultaten van de procedure consequenties kunnen hebben en dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen.

3. Indien belanghebbenden binnen de gestelde termijnen geen toegang geven tot de nodige informatie of deze anderszins niet verstrekken of het onderzoek aanmerkelijk belemmeren, kunnen aan de hand van de beschikbare gegevens voorlopige of definitieve conclusies, in zowel positieve als negatieve zin, worden getrokken. Blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende informatie heeft verstrekt, dan wordt deze buiten beschouwing gelaten en kan van de beschikbare gegevens gebruik worden gemaakt.

Artikel 7

Voorlopige maatregelen

1. Voorlopige maatregelen kunnen worden opgelegd, indien er een voorlopige, positieve vaststelling is geschied dat de betrokken luchtvaartmaatschappijen subsidies ontvangen of oneerlijke tariefpraktijken toepassen en daaruit schade voortvloeit voor de communautaire bedrijfstak en dat het belang van de Gemeenschap vergt dat maatregelen worden genomen om verdere schade te voorkomen.

2. Voorlopige maatregelen kunnen worden getroffen volgens de procedure van artikel 12, lid 2.

3. Voorlopige maatregelen worden voor ten hoogste zes maanden opgelegd.

Artikel 8

Beëindiging zonder maatregelen

1. Wanneer de klacht wordt ingetrokken, kan de procedure door de Commissie worden beëindigd, tenzij die beëindiging niet het belang van de Gemeenschap dient.

(13)

2. Wanneer blijkt dat beschermende maatregelen onnodig zijn wordt de procedure beëindigd volgens de procedure van artikel 12, lid 2. Het besluit om een procedure te beëindigen moet naar behoren worden gemotiveerd.

Artikel 9

Opleggen van definitieve maatregelen

1. Wanneer uit de definitief vastgestelde feiten het bestaan blijkt van subsidies of oneerlijke tariefpraktijken en blijkt dat deze schade veroorzaken en dat het in het belang van de Gemeenschap is maatregelen in de zin van artikel 13 te nemen, wordt een definitieve maatregel opgelegd volgens de procedure van artikel 12, lid 2.

2. Het recht dat wordt toegepast in het kader van de ter compensatie van subsidies opgelegde maatregelen mag niet hoger zijn dan de aan de luchtvaartmaatschappijen uit derde landen verleende subsidies die de begunstigden tot voordeel strekken en zou lager moeten zijn dan het totale bedrag van de subsidies, indien een lager bedrag toereikend zou zijn om de schade voor de communautaire bedrijfstak weg te nemen.

3. Het recht dat wordt toegepast in het kader van de maatregelen die worden opgelegd ter compensatie van oneerlijke tariefpraktijken waarbij een niet-commercieel voordeel wordt genoten mag niet hoger zijn dan het verschil tussen de door de betrokken luchtvaartmaatschappijen uit derde landen gehanteerde tarieven en het overeenkomstig artikel 3 bepaalde normale tarief en zou lager moeten zijn dan dit verschil, indien een lager recht toereikend zou zijn om de schade voor de communautaire bedrijfstak weg te nemen. Het recht dat in het kader van de maatregelen wordt toegepast mag in geen geval hoger zijn dan de waarde van de aan de luchtvaartmaatschappij uit een derde land verleende niet-commerciële voordelen.

4 Een corrigerende maatregel zal op niet-discriminerende basis worden opgelegd, in de vorm van een per geval bepaald passend recht, voor luchtdiensten die worden geleverd door alle luchtvaartmaatschappijen uit derde landen waarvan gebleken is dat zij subsidies genieten of oneerlijke tariefpraktijken toepassen op de desbetreffende routes, behalve luchtdiensten die worden geleverd door luchtvaartmaatschappijen uit derde landen waarvan verbintenissen krachtens deze verordening zijn aanvaard.

5. Een maatregel blijft slechts zolang en in zoverre van kracht als nodig is om op te treden tegen de subsidies of oneerlijke tariefpraktijken die schade veroorzaken.

Artikel 10 Verbintenissen

1. Een onderzoek kan zonder het opleggen van voorlopige of van definitieve maatregelen worden beëindigd na ontvangst van bevredigende verbintenissen op vrijwillige basis op grond waarvan:

(a) de overheid die subsidie of het niet-commerciële voordeel verleent ermee instemt de subsidie of het niet-commerciële voordeel in te trekken of te

(14)

beperken of andere maatregelen te nemen met betrekking tot de gevolgen ervan; of

(b) een luchtvaartmaatschappij uit een derde land zich ertoe verbindt zijn prijzen te herzien of te stoppen met het leveren van luchtdiensten op de betrokken route, mits daarmee de schadelijke gevolgen van de subsidie of het niet-commerciële voordeel worden weggenomen.

2. Verbintenissen worden aanvaard volgens de procedure van artikel 12, lid 2.

3. Wanneer een verbintenis door een partij wordt geschonden of wordt opgezegd, wordt op basis van de bij het onderzoek dat tot de verbintenis heeft geleid, vastgestelde feiten overeenkomstig artikel 9 een definitieve maatregel opgelegd, op voorwaarde dat dit onderzoek met een definitieve vaststelling van subsidiëring werd afgesloten en de betrokken luchtvaartmaatschappij uit een derde land of de overheid die de subsidie verleent, behalve in geval van opzegging van de verbintenis door die luchtvaartmaatschappij uit een derde land of die overheid, de gelegenheid is geboden om opmerkingen te maken.

Artikel 11 Nieuwe onderzoeken

1. De noodzaak tot handhaving van maatregelen in hun oorspronkelijke vorm kan aan een nieuw onderzoek worden onderworpen, hetzij op initiatief van de Commissie, hetzij op verzoek van een lidstaat, hetzij, op voorwaarde dat sedert het opleggen van de definitieve maatregel een redelijke termijn van ten minste één jaar is verstreken, op verzoek van een luchtvaartmaatschappij uit een derde land ten aanzien waarvan maatregelen gelden, dan wel van communautaire luchtvaartmaatschappijen.

2. Een nieuw onderzoek wordt door de Commissie ingesteld volgens de procedure van artikel 12, lid 2. De desbetreffende bepalingen van de artikelen 5 en 6 zijn van toepassing op nieuwe onderzoeken als bedoeld in lid 1. Wanneer nieuwe onderzoeken daartoe aanleiding geven worden maatregelen naar gelang het geval ingetrokken, gewijzigd of gehandhaafd volgens de procedure van artikel 12, lid 2.

Artikel 12 Comité

1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 11 van Verordening 2408/92 ingestelde comité.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is de raadplegingsprocedure van artikel 3 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 7 en artikel 8 van dat besluit.

Artikel 13

Belang van de Gemeenschap

(15)

De vaststelling of in het belang van de Gemeenschap moet worden opgetreden, wordt gebaseerd op een beoordeling van alle onderscheiden belangen als geheel genomen. Bij dit onderzoek wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de noodzaak de handelverstorende gevolgen van schadeveroorzakende subsidiëring of oneerlijke tariefpraktijken weg te nemen en een daadwerkelijke mededinging te herstellen. Maatregelen mogen niet worden toegepast indien de autoriteiten tot de duidelijke gevolgtrekking kunnen komen dat toepassing van deze maatregelen niet in het belang van de Gemeenschap is.

Artikel 14 Algemene bepalingen

1. Voorlopige of definitieve corrigerende maatregelen worden bij verordening opgelegd en door de lidstaten gehandhaafd in de vorm en ter inning van het bedrag als in die verordening vermeld en met inachtneming van de andere daarin vermelde criteria.

Indien andere maatregelen dan rechten worden opgelegd wordt in de verordening nauwkeurig de vorm van de maatregelen omschreven overeenkomstig de bepalingen van de onderhavige verordening.

2. Verordeningen betreffende het opleggen van voorlopige of van definitieve corrigerende maatregelen en verordeningen of besluiten tot aanvaarding van verbintenissen of tot opschorting of beëindiging van onderzoeken of procedures worden in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt.

3. Deze verordening vormt geen beletsel voor de toepassing van eventuele bijzondere regels die zijn opgenomen in tussen de Gemeenschap en derde landen gesloten overeenkomsten.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, […]

Voor het Europees Parlement en de Raad De Voorzitter

[…]

Afbeelding

Updating...

Referenties

Updating...

Gerelateerde onderwerpen :