ARCHEOLOGISCHE EVALUATIE VAN HET BRUSSELSESTEENWEG EN LENTERIK WIJK VERSLAG VAN RESULTATEN BODEMARCHIEF TE VILVOORDE, ABO Archeologische Rapporten 476

Hele tekst

(1)

Rapport opgemaakt door: Gabriella Kaszas

Kontichsesteenweg 38

Mei – Juli 2017

Dossiernr. 21632 (intern) 2017G27 (AOE) VIL3039A en B (extern)

A RCHEOLOGISCHE EVALUATIE VAN HET BODEMARCHIEF TE V ILVOORDE ,

B RUSSELSESTEENWEG EN L ENTERIK WIJK V ERSLAG VAN RESULTATEN

ABO Archeologische Rapporten 476

(2)

C OLOFON

Titel

Archeologische evaluatie van het bodemarchief te Vilvoorde, Brusselsesteenweg en Lenterik wijk

Auteurs

Gabriella Kaszas Opdrachtgever

Aquafin nv Projectnummer

- 21632(intern)

- VIL3039A en B(extern)

- 2017G27(Agentschap Onroerend Erfgoed) Plaats en Datum

Aartselaar, mei – juli 2017 Reeks en nummer

ABO archeologische rapporten 476 ISSN 2406-3940

(3)

R APPORTFICHE

Template

Versies

Versie Datum Status

v0 05/2017 Interne draft

v1 22/06/2017 Externe draft / definitieve versie

v2 04/07/2017 Externe draft / definitieve versie

Projectteam

Functie Naam

Projectleider Anouk Van der Kelen

Business Unit Manager Toon Moeskops

Kwaliteitscontrole Anouk Van der Kelen / Jan Coenaerts

Director Didier Reyns / Patrick Hambach

(4)

I NHOUD

DEEL 2 Verslag van Resultaten ...7

1 Inleiding (beschrijvend gedeelte) ...7

1.1 Thesaurus ...7

1.2 Samenvatting ... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 1.3 Administratieve gegevens ...7

1.4 Doel van het onderzoek ...8

1.5 Aanleiding van het onderzoek ...9

1.6 Afbakening onderzoeksgebied ...9

1.7 Onderzoeksstrategie ... 11

2 Aard van de bedreiging ... 12

2.1 Huidige situatie ... 12

2.2 Toekomstige situatie ... 14

3 Assessmentrapport: landschappelijke analyse ... 22

3.1 Topografische situering ... 22

3.2 Bodemkundige situering ... 28

4 Assessmentrapport: archeologische voorkennis ... 34

4.1 Inventarissen onroerend erfgoed ... 35

4.2 Cartografische bronnen ... 47

4.3 Recente landschapsveranderingen ... 52

5 Besluit (Verslag van resultaten) ... 54

5.1 Interpretatie en datering... 54

5.2 Inschatting potentieel tot kennisvermeerdering ... 54

5.3 Samenvatting voor een gespecialiseerd publiek ... 55

5.4 Samenvatting voor een niet-gespecialiseerd publiek ... 56

6 Kwaliteitscontrole en ondertekening ... 58

7 Bibliografie ... 59

(5)

L IJST VAN FIGUREN

Figuur 1: Ortholuchtfoto (grootschalige winteropnamen, kleur, 2013-2015) met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Geopunt 2017)... 10 Figuur 2: GRB met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars).

(Bron: Geopunt 2017) ... 10 Figuur 3: Kadasterplan met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: CadGIS 2017) ... 11 Figuur 4: Ontwerpplan deel 1 van 5 met links het plan in het vlak en rechts het hoogteverloop van het tracé. (Bron: opdrachtgever 2017) ... 16 Figuur 5: Ontwerpplan deel 2 van 5 met links het plan in het vlak en rechts het hoogteverloop van het tracé. (Bron: opdrachtgever 2017) ... 17 Figuur 6: Ontwerpplan deel 3 van 5 met links het plan in het vlak en rechts het hoogteverloop van het tracé. (Bron: opdrachtgever 2017) ... 18 Figuur 7: Ontwerpplan deel 4 van 5 met links het plan in het vlak en rechts het hoogteverloop van het tracé. (Bron: opdrachtgever 2017) ... 19 Figuur 8: Ontwerpplan deel 5 van 5 met links het plan in het vlak en rechts het hoogteverloop van het tracé. (Bron: opdrachtgever 2017) ... 20 Figuur 13: Tabel met geraadpleegde bronnen voor hoofdstuk 3. ... 22 Figuur 14: Uittreksel van de topografische kaart met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: NGI 2016) ... 23 Figuur 15: Ortholuchtfoto (grootschalige winteropnamen, kleur, 2013-2015) (boven) met hoogteprofiel van het tracé’s (blauw). (Bron: Geopunt 2017) ... 24 Figuur 16: Ortholuchtfoto (grootschalige winteropnamen, kleur, 2013-2015) (boven) met hoogteprofielen voor het terrein voor grondverbetering (paars) van noord naar zuid (midden) en west naar oost (onder). (Bron: Geopunt 2017) ... 25 Figuur 17: DTM (1m) met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars): overzicht (boven) en detail (onder). (Bron: Geopunt 2016) ... 26 Figuur 18: Hillshade (afgeleid van DTM 5m) met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2016) ... 27 Figuur 19: Gedigitaliseerde bodemkaart (1:20.000) met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars) (Bron: Geopunt 2017) ... 28 Figuur 20: Gedigitaliseerde quartairgeologische kaart (1:200.000) met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2017) ... 29 Figuur 21: Quartairgeologische sequentie ter hoogte van het studiegebied: type 3a. (Bron:

Geopunt 2017) ... 30 Figuur 22: Gedigitaliseerde tertairgeologische kaart (1:50.000) met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2017) ... 30 Figuur 23: Bodemerosiekaart op perceelsniveau weergegeven op zwart-wit GRB met

aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2017) ... 32 Figuur 24: Bodemgebruikskaart met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor

grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2017) ... 33 Figuur 25: Tabel met geraadpleegde bronnen voor hoofdstuk 4. ... 34 Figuur 26: Overzichtskaart van de informatie uit de inventarissen onroerend erfgoed. (Bron:

Geoportaal 2017) ... 35

(6)

Figuur 27: GRB met gekend bouwkundig erfgoed (lichtblauw) en aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Inventaris Onroerend Erfgoed 2017)

... 36

Figuur 28: Overzichtstabel bouwkundig erfgoed. ... 38

Figuur 29:Gegroepeerde burgerhuizen (bron: inventaris onroerend erfgoed ID70621) ... 38

Figuur 30: Ensamble van neotraditioneel getinte stadswoningen (bron: inventaris OE ID70622) ... 39

Figuur 31:Paviljoentje van 1683 (bron: inventaris onroerend erfgoed ID70620) ... 39

Figuur 32: Links: Inkomspaviljoen , Rechts: Lendrikkapel (bron: Inventaris OE) ... 40

Figuur 33: Links: Watertoren, Rechts Oranjerie (bron: Inventaris OE) ... 41

Figuur 34: GRB met beschermde stads- of dorpsgezichten (oranje) en aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Inventaris Onroerend Erfgoed 2017) ... 41

Figuur 35: Park Drie Fonteinen (Links: Franse park, rechts:burggrot)(bron IOE2017) ... 42

Figuur 36: Hassenpark (bron: Inventaris OE) ... 42

Figuur 37: Overzichtskaart met CAI-meldingen (groen) binnen een straal van 1km rondom het onderzoeksgebied en aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: CAI 2017) ... 44

Figuur 38: Overzichtstabel CAI. ... 45

Figuur 40: Fricxkaart met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2017) ... 47

Figuur 41: Ferrariskaart met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars): overzichtskaart (boven) en detailkaarten (midden: noord; onder: zuid). (Bron: Geopunt 2017) ... 48

Figuur 42: Atlas der Buurtwegen met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2017) ... 49

Figuur 43: Vandermaelenkaart met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2017) ... 50

Figuur 44: Poppkaart met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2017) ... 51

Figuur 45: Ortholuchtfotomozaïek (kleinschalige zomeropnamen, zwart-wit, 1971) met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2017) ... 52

Figuur 46: Ortholuchtfotomozaïek (kleinschalige zomeropnamen, kleur, 1979-1990) met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2017) ... 52

Figuur 47: Ortholuchtfotomozaïek (grootschalige winteropnamen, kleur 2013-2015) met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2017) ... 53

(7)

DEEL 2 V ERSLAG VAN R ESULTATEN

1 I NLEIDING ( BESCHRIJVEND GEDEELTE )

1.1 T

HESAURUS

Bureauonderzoek, lijntracé, terrein voor grondverbetering, Vilvoorde, vrijgave

1.2 A

DMINISTRATIEVE GEGEVENS

Projectcode Onroerend Erfgoed:

ISSN-nummer 2406-3940

Erkend Archeoloog ABO nv

Erkenningsnummer OE/ERK/Archeoloog/2017/00167 Naam + adres

onderzoeksgebied

Brusselsesteenweg en Lenterik wijk te Vilvoorde

- straat + nr.: Brusselsesteenweg zn Lenterik wijk zn

- postcode: 1800

- fusiegemeente: Vilvoorde

- land: België

Lambert72coördinaten (EPSG:31370)

Tracé:

N: 153 519,95m – 178 913,84m Z: 153 324,18m – 178 331,33m W: 153 287,83m – 178 538,98m O: 153 413,09m – 178 508,97m Terrein voor grondverbetering:

N: 153 162,05m – 178 192,02m Z: 153 156,04m – 178 152,13m W:153 118,31m – 178 164,15m O: 153 212,60m – 178 189,79m Kadaster Openbaar domein (openbare weg).

- Gemeente: Vilvoorde

- Afdeling: 5

- Sectie: C

- Percelen: Het volledige tracé loopt over Openbaar Domein, meer bepaald openbare weg. De tijdelijk terrein voor grondverbetering bevindt zich op ook op openbare weg.

Onderzoekstermijn Mei 2017

(8)

Projectcode Onroerend Erfgoed:

Thesaurus Bureauonderzoek, lijntracé, terrein voor grondverbetering, Vilvoorde, vrijgave.

1.3 D

OEL VAN HET ONDERZOEK

Het doel van de archeologienota is nagaan in hoeverre het archeologisch archief dat potentieel aanwezig is op een terrein is bedreigd door een nakende ingreep in de bodem. Het onderzoek heeft drie objectieven. Ten eerste wordt een inschatting gemaakt van het archeologisch potentieel van de site. Daarnaast wordt nagegaan welke bewaring we kunnen verwachten van deze archeologische resten. Ten derde wordt nagegaan wat de impact van de geplande ingreep in de bodem zal zijn op deze resten.

De gegevens voor deze analyse worden gehaald uit bestaande en ontsloten landschappelijke, bouwkundige en archeologische inventarissen en kaarten, in combinatie met de plannen geleverd door de opdrachtgever. Op basis van de resultaten van dit onderzoek zal een advies worden geformuleerd voor eventueel archeologisch vervolgonderzoek, in situ bewaring of vrijgave van het terrein.

(9)

1.4 A

ANLEIDING VAN HET ONDERZOEK

Deze archeologienota kwam tot stand in opdracht van de initiatiefnemer van de geplande aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel in de Brusselsesteenweg en Lenterik wijk te Vilvoorde. Langsheen het tracé is al riolering aanwezig, de bestaande riolering wordt gemoderniseerd en uitgebreid. De nieuwe situatie zal erin bestaan dat het regenwater wordt afgevoerd via de straatkolken naar een regenwaterbuis, de bestaande gracht, de te herprofileren gracht of een nieuwe gracht. Het afvalwater wordt afgevoerd via een nieuwe rioolbuis. Op het tracé worden de buizen aangelegd via open sleuven.

Tijdens de werken zal ook een terrein voor grondverbetering voorzien worden.

De beoogde opbraak van het wegdek en graafwerken worden beschouwd als een ingreep in de bodem.

Doordat de oppervlakte van de percelen waarop deze ingreep betrekking heeft de 3.000m² overschrijdt en de ingreep in de bodem de 1.000m² overschrijdt moet er, in het kader van het nieuwe Onroerend Erfgoeddecreet, voorafgaand aan een bouwvergunning een archeologienota worden opgemaakt om het archeologisch potentieel te evalueren (art. 5.4.1. Onroerend Erfgoeddecreet).

Gezien het tracé over een openbare weg loopt, is onderzoek met ingreep in de bodem voorlopig niet mogelijk. Het is daarnaast ook maatschappelijk niet gewenst dat de weg minimaal twee keer zou moeten opengebroken worden. Verder heeft de opdrachtgever de desbetreffende percelen nog niet in eigendom, waardoor er nog geen rechten zijn om deze gronden te betreden. Hierbij wordt bijgevolg een archeologienota opgemaakt op basis van bureauonderzoek.

1.5 A

FBAKENING ONDERZOEKSGEBIED

Het onderzoeksgebied bevindt zich op het grondgebied van de gemeente Vilvoorde (provincie Vlaams- Brabant). Het tracé bestaat uit de straten Brusselsesteenweg en Lenterik wijk. Ze laten autoverkeer toe en hebben een algemene noord - zuid oriëntatie voor de Brusselsesteenweg en een algemene noordoost zuidzuidwest en noordwest zuidoost oriëntatie binnen de Lenterik wijk.

De totale lengte van het tracé bedraagt ca 1.200m. Er wordt een pompstation voorzien met een maximale diepte van 6m aan de Lenterik wijk, rond huisnummer 90 op de Brusselsesteenweg. Voor de aanleg van de riolering zal het bestaande wegdek worden opengebroken over een oppervlakte van ca. 5.400m².

Een tijdelijk terrein voor grondverbetering wordt voorzien onder het viaduct op de RO, tussen de pilaren op openbaar domein, ten zuiden van de Brusselsesteenweg en de Lenterik wijk. Van de totale oppervlakte van ca. 3842m² zal tijdens de werken in gebruik genomen worden als opslagplaats voor afgegraven grond en materiaal.

(10)

Figuur 1: Ortholuchtfoto (grootschalige winteropnamen, kleur, 2013-2015) met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Geopunt 2017)

Figuur 2: GRB met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron:

Geopunt 2017)

(11)

Figuur 3: Kadasterplan met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars).

(Bron: CadGIS 2017)

1.6 O

NDERZOEKSSTRATEGIE

Volgende twee stappen worden ondernomen om een archeologisch verwachtingsprofiel op te stellen:

1) Een analyse van de bestaande en ontsloten landschappelijke gegevens plaatst het studiegebied in een breder landschappelijk kader (hfst. 3). Hiertoe werd zowel kaartmateriaal als literaire bronnen geconsulteerd.

2) Een analyse van de bestaande en ontsloten historische en archeologische gegevens geven inzicht in het archeologisch potentieel van het studiegebied (hfst 4). Hierbij werden voornamelijk inventarissen onroerend erfgoed en historische kaarten geraadpleegd.

Het archeologisch verwachtingsprofiel wordt vervolgens geconfronteerd met de aard van de geplande werken ten einde de impact van deze werken te bepalen en een advies te formuleren.

(12)

2 A ARD VAN DE BEDREIGING

2.1 H

UIDIGE SITUATIE

Het studiegebied is momenteel in gebruik als openbare ruimte. Het bestaat deels uit een autoweg met betonverharding met een dikte van 20cm en fundering van een ca 40-tal cm. Onder het wegdek langsheen de tracé bevinden zich reeds rioleringen (RWA en DWA) waarvan de aanlegsleuf ca 2m diep was en een breedte had van 4 m (conservatieve schatting gebaseerd op de sleufdikte van de nieuwe RWA en DWA leidingen met gelijkaardige diameter). Verder komen ook nutsleidingen voor onder de voetpaden op een diepte van 80cm tot ca. 1m à 1,20m en een breedte van 1m (opdrachtgever 2017).

Al deze voorgaande werken hebben een impact gehad op het bodemarchief tot op een diepte van maximaal 2m waardoor archeologische lagen reeds verstoord zijn.

Het terrein voor grondverbetering bevindt zich ten zuiden van de lijntracés, onder het viaduct van RO ter hoogte van de Brusselsesteenweg en bevat een met metalen spijlenhekwerk afgesloten geheel.

Het is gedeeltelijk begroeid. Het terrein bevindt zich op een terrein van AWV, in de buurt van de steunpijlers. Door de fundering van de pijlers en de bouw van de viaduct zelf, is de originele bodem grotendeels verstoord.

Figuur 4: Bouw van viaduct Vilvoorde (bron: Regie der Gebouwen 2017)

Een terreinbezoek vond plaats door de opdrachtgever, die beoogde de toestand van het terrein te controleren. Op het moment van het terreinbezoek was er een grondhoop aanwezig afkomstig van eerder uitgevoerde werken in opdracht van ANB. De toegang tot het terrein wordt genomen op de Brusselsebaan.

(13)

Figuur 5: Terrein voor grondverbetering met de aanduiding van de genomen foto's ( bron: opdrachtgever 2017)

(14)

Figuur 6: Illustratie huidige situatie van het terrein voor grondverbetering ( bron: opdrachtgever 2017)

2.2 T

OEKOMSTIGE SITUATIE

De hier getoonde ontwerpplannen werden aangeleverd door de opdrachtgever en zijn, evenals aanvullende plannen en informatie, als bijlagen meegegeven op groot formaat om zodoende de leesbaarheid ervan te kunnen garanderen.

Het project van de opdrachtgever beoogt het renovatie van de leidingen op de hoogte van de Lenterik wijk en Brusselsesteenweg. Hiervoor wordt het reeds aanwezige gemengde stelsel opgebroken over de hele lengte van de Lenterik wijk en de delen van de Brusselsesteenweg die door de Lenterik wijk ingesloten worden. Een gescheiden verbindingsriolering wordt in de plaats gelegd. De bestaande leidingen werden vervangen en gemoderniseerd. Samenvattend kan gesteld worden dat de meeste riolering aangelegd wordt in de Lenterik wijk. Het betreft op het tracé een nieuw leiding voor afvalwater (DWA) en een voor het hemelwater (RWA).

Hieronder volgt een gedetailleerde beschrijving van het aan te leggen leidingenstelsel.

- Rioleringswerken (DWA en RWA, gravitaire leidingen en persleidingen):

Tijdens de geplande werken zal door de opdrachtgever een nieuw gemengd rioleringsstelsel voorzien worden voor de Lenterik wijk en voor een gedeelte van de Brusselsesteenweg. Langsheen het tracé is al riolering aanwezig. De nieuwe situatie zal erin bestaan dat het regenwater wordt afgevoerd via de straatkolken naar de regenwaterbuis en de afvalwater wordt afgevoerd via een nieuw rioolbuis. Waar de tracé van de Lenterik wijk de Brusselsesteenweg kruist (rond huisnummer 90) komt een pompstation met persleiding. De rioolbuis sluit aan op de riolering in de Brusselsesteenweg waar het ten noorden aansluit aan de bestaande riolering. Voor de rest van het tracé ( tracé op de Lenterikwijk en gedeelte van de Brusselsesteenweg tussen de twee uiteinden van de Lenterik wijk) worden de buizen aangelegd via open sleuven. In een eerste fase zal het huidige wegdek ook worden uitgebroken.

In de Lenterik wijk bestaat de riolering uit twee delen. De zuidelijke gedeelte van het tracé, van huisnummer 50 tot de kruising met de Brusselsesteenweg, betreft gravitaire leidingen. Hier werden

(15)

de bestaande leidingen vervangen door nieuwe RWA ( diameter 400mm) en DWA (diameter 400 en 250mm) leidingen. De aanleg van dezen gebeurd op een maximale diepte van 1.72m (noorden) en 2.25m (zuiden) met de breedte van ca 2m. De noordelijke gedeelte van dit tracé, van huisnummer 46 tot de huisnummer 90 aan de Brusselsesteenweg, betreft ook gravitaire leidingen. De bestaande leidingen werden vervagen door nieuwe RWA en DWA leidingen. De aanleg gebeurt op een maximale diepte van 2.15m (zuiden) en 2.41m (noorden) met een geschatte breedte van ca 2m. De RWA leiding kent een dikte van 400mm langs de tracé, waarbij na huisnummer 2 werden buizen van diameter 500mm en 600mm gebruikt. De DWA leidingen kennen een diameter van 250mm doorheen de grote deel van het tracé. Ten noorden na huisnummer 2 werden buizen van 500mm en 400mm gebruikt.

In de Brusselsesteenweg bestaat de riolering uit een nieuwe RWA en DWA leiding tussen de twee kruisingen met de Lenterik wijk. De aanleg van deze leidingen gebeurt op een maximale diepte van 2.9m (zuiden) en 2.67m ( noorden) met een geschatte breedte van ca 2m. De diameter van de DWA leidingen bedraagt in het zuiden 250 mm en over het resterende gedeelte 400mm. De diameter van de RWA leidingen varieert, overgrote deel van het tracé heeft 600mm. Alleen in het noorden in de laatste 150m kent het een diameter van 700 en 900mmm. Ten noorden aan de kruispunt tussen de Lenterik wijk en de Brusselsesteenweg, rond de huisnummer 90, werd een pompstation geïnstalleerd (zie verder.) , waardoor de variërende diameters in de buising. Op de tracé op de Brusselsesteenweg te noorden van de Lenterik wijk werd de bestaande riolering behouden. Er wordt op de hoogte van de ingang van de stadion aan de Brusselsesteenweg 8m RWA leiding gelegd van een diameter van 900mm.

De maximale diepte bedraagt 1.21 m voor de BOK.

- Terrein voor grondverbetering:

Een tijdelijk terrein voor grondstapeling en –verbetering wordt voorzien onder de Viaduct van Vilvoorde, in de nabijheid van de steunpilaren. Een oppervlakte van 3842 m² zal hiervan in gebruik genomen worden als opslagplaats voor grond en materiaal na het afgraven van de teelaarde. Hoewel het verwijderen van de teelaarde een intrusief proces is voor de bodem zal deze ingreep zich echter beperken tot het verwijderen van een beperkte laag van de teelaarde met een maximale afgraving van 30cm. Hierbij wordt verwacht dat het mogelijke archeologische niveau niet wordt bereikt (cf. 3.2). Om de gebruiksimpact van het toekomstige terrein voor grondverbetering op het bestaande bodemarchief te beperken zullen er dan ook preventieve beschermingsmaatregelen worden genomen. Deze houden in: het voorzien en plaatsen van rijplaten en de bodem wordt bedekt met geotextiel voor de stockage van grond of met stabilisatiezand min. 30cm opgehoogd voor de stockage van de grond. Dit om verstoring van de bodem op deze terreinen te voorkomen.

- Wegeniswerken:

Door de uitbraakwerken moet de volledige rijwegbreedte moet vernieuwd worden. De rijweg heeft een maximale breedte van 6.4 meter. Bij de heraanleg van de wegdek werd op een steenslagfundering van 33 cm in twee lagen de beton aangebracht met een dikte van 11cm. Op de zijkanten van de weg, aan de buitenste 50 cm , werd schraal beton en kantstrook aangebracht met een dikte van 22 cm. .

- Pompstation:

Ter hoogte van de noordelijke kruispunt van de Brusselsesteenweg en de Lenterik wijk, rond de huisnummer 90, wordt een pompstation voorzien. Het zal 5m bij 4m meten en een maximale diepte van 6m bereiken. Voor de bouw van dit pompstation zal een uitgraving nodig zijn die een meter dieper en twee meter breder/langer is dan de eigenlijke afmetingen van de infrastructuur. Op dit pompstation wordt de gravitaire DWA en RWA leidingen van de Lenterik wijk aangesloten.

(16)

Figuur 7: Ontwerpplan deel 1 van 5 met links het plan in het vlak en rechts het hoogteverloop van het tracé. (Bron: opdrachtgever 2017)

(17)

Figuur 8: Ontwerpplan deel 2 van 5 met links het plan in het vlak en rechts het hoogteverloop van het tracé. (Bron: opdrachtgever 2017)

(18)

Figuur 9: Ontwerpplan deel 3 van 5 met links het plan in het vlak en rechts het hoogteverloop van het tracé. (Bron: opdrachtgever 2017)

(19)

Figuur 10: Ontwerpplan deel 4 van 5 met links het plan in het vlak en rechts het hoogteverloop van het tracé. (Bron: opdrachtgever 2017)

(20)

Figuur 11: Ontwerpplan deel 5 van 5 met links het plan in het vlak en rechts het hoogteverloop van het tracé. (Bron: opdrachtgever 2017)

(21)

Figuur 12: Ontwerpplan van terrein voor grondverbetering (bron: opdrachtgever 2017)

(22)

3 A SSESSMENTRAPPORT : LANDSCHAPPELIJKE ANALYSE

Geraadpleegde bronnen hoofdstuk 3 met betrekking tot topografie, bodemkunde en landschap

Toelichting

Topografische kaart Relevant, cf. 3.1.1

Digitaal Hoogtemodel Relevant, cf. 3.1.2

Hillshade Relevant, cf. 3.1.2

Bodemkaart Relevant, cf. 3.2.1

Geomorfologische kaart Niet relevant wegens aard van het tracé (wegenis)

Quartairgeologische kaart Relevant, cf. 3.2.2

Tertiairgeologische kaart Relevant, cf. 3.2.3

Bodemerosiekaart Relevant, cf. 3.2.4

Bodemgebruikskaart Relevant, cf. 3.2.5

Figuur 13: Tabel met geraadpleegde bronnen voor hoofdstuk 3.

3.1 T

OPOGRAFISCHE SITUERING

3.1.1 T

OPOGRAFIE

Het onderzoeksgebied omvat de straten Brusselsesteenweg en Lenterik wijk. Het bevindt zich op het grondgebied van de gemeente Vilvoorde op ca 1.2 kilometer van het centrum. De tracés zijn in een geïndustrialiseerd omgeving gelegen. De zuidelijke grens wordt gevormd door de ring rond Brussel (RO) en het Viaduct van Vilvoorde. Deze straten zijn voorzien van rijstroken voor twee richtingenverkeer.

Langs grote delen van het tracé komt geen bebouwing voor en loopt langs de Willebroekse vaart. Het werd begrenst vanuit het westen door het Domein Drie Fonteinen. Het terrein voor grondverbetering kent eveneens een openbare functie, het is onbebouwd en bevindt zich onder het viaduct van Vilvoorde op de RO.

In de omgeving van het onderzoeksgebied zijn enkele waterlopen aanwezig. De regio behoort hydrografisch gezien tot het stroomgebied van de Zenne. Zo stromen de Zenne en de Willebroekse vaart ten oosten van het tracé. Ten noordoosten van het studiegebied stroomt, dwars ten opzichte van het tracé, de Trawoolbeek, deze beek kruist het tracé echter nergens. De Tangebeek loopt ca 1.000 meter ten noorden van het studiegebied in een zuidwest noordoost richting.

Ten zuiden van het tracé zorgt de RO voor verbinding met de ruimere regio. In de ruime omgeving van het onderzoeksgebied zien we een divers landschapsgebruik waarin tussen de historisch gegroeide dorpskernen de industrie heeft zich gevestigd.

(23)

Figuur 14: Uittreksel van de topografische kaart met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: NGI 2016)

3.1.2 H

OOGTEVERLOOP

Het tracé bevindt zich op vlak terrein. Ondanks de aanwezigheid van waterlopen in de omgeving kent het terrein weinig glooiingen als gevolg van eventuele rivierinsnijdingen.

Het hoogteverloop langsheen het tracé is relatief beperkt. Het hoogst gelegen deel van het onderzoeksgebied, met een TAW van 28m bevindt zich in het westen van het onderzoeksgebied de Lenterik wijk. Het laagste punt valt samen met het meest noordelijke punt van het tracé, dat zich op ca 15m TAW bevindt aan de noordelijke gedeelte van de Brusselsesteenweg. Het hoogteverschil bedraagt dus maximaal ca 13m over het volledige tracé. Ook wat het terrein voor grondverbetering betreft, is het hoogteverschil beperkt. De TAW-waarden schommelen voor het volledige terrein rond 15m TAW. Het hogere gelegen gedeelte bevindt zich in het park van de Drie fonteinen. De vallei van de Zenne en de Willebroekse vaart vertegenwoordigt een relatief vlak gebied. .

(24)

Figuur 15: Ortholuchtfoto (grootschalige winteropnamen, kleur, 2013-2015) (boven) met hoogteprofiel van het tracé’s (blauw). (Bron: Geopunt 2017)

(25)

Figuur 16: Ortholuchtfoto (grootschalige winteropnamen, kleur, 2013-2015) (boven) met hoogteprofielen voor het terrein voor grondverbetering (paars) van noord naar zuid (midden) en west naar oost (onder).

(Bron: Geopunt 2017)

Het reliëf is in de vorm van een Digitaal Hoogtemodel-kaart (DTM, 1m) en Hillshade (DTM, 5m)

(26)

Zenne heeft zich licht ingesneden in het landschap ten oosten van het tracé. Naar het westen toe stijgt het terrein. Het tracé bevindt zich in de lager gelegen vallei.

Figuur 17: DTM (1m) met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars):

overzicht (boven) en detail (onder). (Bron: Geopunt 2016)

(27)

Figuur 18: Hillshade (afgeleid van DTM 5m) met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2016)

(28)

3.2 B

ODEMKUNDIGE SITUERING

3.2.1 B

ODEMKAART

Figuur 19: Gedigitaliseerde bodemkaart (1:20.000) met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars) (Bron: Geopunt 2017)

Het tracé is gelegen in de Vlaamse zandleemstreek. Het tracé doorsnijdt een variatie aan bodems:

Aca(0), OB, OT. Ter hoogte van het tracé in de Brusselsesteenweg zijn OB-bodems weergegeven. Het gaat respectievelijk om vergraven zones en bebouwde zones waarvoor de oorspronkelijke bodemopbouw niet gekarteerd kon worden. Het kan echter gesuggereerd worden dat de originele natuurlijke bodem onder het tracé aanleunt bij de Aca series die doorsneden worden aan de uiterst westelijke punt van de Lenterik wijk. De antropogene OB-bodems hebben het bodemarchief in dergelijke mate verstoord of vernietigd dat het archeologisch potentieel laag is. Aca(0) bodems zijn matig droge leembodems met een textuur B horizont. Deze gronden zijn niet geërodeerd en ze komen in brede plateaus voor. De landbouwwaarde van deze bodems is goed. OT bodems zijn op de westelijke gedeelte van de tracé aanwezig, aan de Lenterik wijk. Deze bodems sluiten aan bij de OB bodems, ze zijn ook kunstmatige antropogeen gronden, waarbij de mens het originele bodemprofiel sterk gewijzigd of vernietigd heeft. Dit zijn ook bodems kenmerkend voor vergraven terreinen.

.

(29)

3.2.2 Q

UARTAIRGEOLOGISCHE KAART

Figuur 20: Gedigitaliseerde quartairgeologische kaart (1:200.000) met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2017)

Volgens de quartairgeologische kaart bevindt zich onder het studiegebied een complexe sequentie (Type 3a). De basis van deze quartaire sequentie bestaat uit fluviatiele afzettingen van het Weicheliaan (FLPw). Later in het Weichseliaan werd op deze sedimenten eolisch leem (loeuss) (ELpw) , en mogelijk in beperkte mate leem, afgezet. Hellingsprocessen zorgden in diezelfde periode voor colluviale afzettingen (HQ). Hierna hernam de schelde opnieuw zijn dominante rol in de afzetting van sediment (FH).

Een dergelijke sequentie heeft een inherent archeologisch potentieel. Indien paleobodems bedekt zijn, heeft dit de archeologie die deze bodems bevat beschermt. De eologische zanden die in het laat- weichseliaan zijn afgezet vormden plaatselijk opduikingen die boven het natte landschap uitstaken.

Deze opduikingen vormden foci van bewoning voor paleolithische en mesolithische gemeenschappen.

Tijdens het tardiglaciaal en holoceen werden deze opduikingen bedekt door fluviatiel sediment afgezet door de Zenne en/of door colluviaal sediment, waardoor ze werden beschermt tegen destructie.

(30)

Figuur 21: Quartairgeologische sequentie ter hoogte van het studiegebied: type 3a. (Bron: Geopunt 2017)

3.2.3 T

ERTIAIRGEOLOGISCHE KAART

Figuur 22: Gedigitaliseerde tertairgeologische kaart (1:50.000) met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2017)

De tertiaire geologie ter hoogte van het onderzoeksgebied is vrij complex. De noordelijke gedeelte van de Brusselsesteenweg bevindt zich in het Lid van Engem ( Formatie van Tielt), een grijsgroen zeer fijn zand met kleilagen, zandsteenbanken. Deze lid is ouder dan de afzettingen in het zuiden van het onderzoeksgebied, die deel uit maken van de Formatie van Brussel. Deze afzettingen bestaan uit een bleekgrijs fijn kalkhoudend, soms fossielhoudend, zand met kiezel en kalkzandseteenbanken. Ze werden afgezet in de ondiepen eocene zee ca 46Mj jaar geleden.

(31)

De Zenne heeft zich ter hoogte van het studiegebied diep ingesneden in de tertiaire lagen. Hoe dieper in de Zennevallei, hoe ouder de tertiairgeologische lagen die er dagzomen. De top van het tertiair ligt echter ergens tussen de 0mTAW en de 10mTAW. Dit is ruim onder het huidige loopvlak. Deze lagen zijn daarom van weinig relevantie voor het landschap onder studie.

(32)

3.2.4 B

ODEMEROSIEKAART

De bodemerosie ter hoogte van het studiegebied werd niet gekarteerd. In de brede regio is het erosiepotentieel zeer divers en varieert van verwaarloosbaar tot hoog. Op basis van de landschappelijke positie van het terrein kan worden gesuggereerd dat het historische erosiepotentieel van het studiegebied vrij laag was. De bodems diep in de Zennevallei waren namelijk vrij vochtig en het reliëf was vrij vlak. Beide elementen werken sterk erosie verlagend.

Figuur 23: Bodemerosiekaart op perceelsniveau weergegeven op zwart-wit GRB met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2017)

(33)

3.2.5 B

ODEMGEBRUIKSKAART

Figuur 24: Bodemgebruikskaart met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2017)

Het onderzoeksgebied bevindt zich in een industrieel gebied maar het tracé wordt gekenmerkt door een variatie aan bodemgebruik. Overwegend worden de gronden volgens de bodemgebruikskaart langsheen het tracé gebruikt voor akkerbouw (wit). Echter lijkt op dit punt de bodemgebruikskaart niet de meest actuele situatie weer te geven. Verder zijn ook delen van het tracé in het zuiden, centraal en het noorden gekenmerkt door bebouwing (rood). Er komen gebouwen, wegen en artificiële oppervlakken voor, afgewisseld met groene oppervlakten en open bodem. Zo’n 30 à 80% is er verhard.

Het terrein voor grondverbetering is in gebruik als braakliggende grond onder de viaduct van Vilvoorde, waardoor het als autosnelweg (zwart) word weergegeven. Langsheen het tracé aan de noordelijke gedeelte bevindt zich ook een blauw markering, die water weergeeft.

De ruimere omgeving wordt eveneens gekenmerkt door bovenstaand gevarieerd bodemgebruik. Ten oosten van het onderzoeksgebied aan de overkant van de vaart en de Zenne, bevindt zich een heel grote industrie zone ( paars)

(34)

4 A SSESSMENTRAPPORT : ARCHEOLOGISCHE VOORKENNIS

Geraadpleegde bronnen hoofdstuk 4 met betrekking tot archeologische voorkennis

Toelichting

Inventarissen

Inventaris Archeologische zone Buiten archeologische zone Inventaris gebieden waar geen archeologie te

verwachten valt (GGA)

Buiten GGA

Inventaris bouwkundig erfgoed Relevant, cf. 4.1.1 Beschermde stads- en dorpsgezichten Relevant, cf. 4.1.2

Landschapsatlas Relevant, cf. 4.1.3

Centraal Archeologische Inventaris Relevant, cf. 4.1.4

Inventaris Historische stadskern Buiten historische stadskern Wereldoorlog relicten Geen relicten in de buurt (<1km) Belgisch (verdwenen) molenbestand Relevant, cf. 4.1.5

Cartografische bronnen

Frickxkaart (ca. 1745) Relevant, cf. 4.2.1

Ferrariskaart (ca. 1771-1778) Relevant, cf. 4.2.2 Atlas der Buurtwegen (ca. 1841) Relevant, cf. 4.2.3 Vandermaelen kaarten (1846- 1854) Relevant, cf. 4.2.4

Popp kaarten (1842-1879) Relevant, cf. 4.2.5

Ortholuchtfoto’s

Kleinschalige zomeropnamen, zwart-wit, 1971 Relevant, cf. 4.3 Kleinschalige zomeropnamen, kleur, 1979-1990 Relevant, cf. 4.3 Grootschalige winteropnamen, kleur, 2013-2015 Relevant, cf. 4.3

Andere bronnen

Inventaris van de archeologische ondergrond (Brussels erfgoed)

Geen locaties in de buurt

Inventaris van het bouwkundig erfgoed (Brussels erfgoed)

Geen locaties in de buurt

Figuur 25: Tabel met geraadpleegde bronnen voor hoofdstuk 4.

(35)

4.1 I

NVENTARISSEN ONROEREND ERFGOED

De overzichtskaart van het Geoportaal Onroerend Erfgoed geeft voor het gebied onmiddellijk aangrenzend aan het tracé geen enkele melding van beschermde archeologische sites; zones waarbinnen geen archeologie te verwachten valt; beschermde cultuurhistorische landschappen of wereldoorlog relicten/zones.

In deze studie wordt ingegaan op het erfgoed dat zich binnen een straal van 500m rondom het onderzoeksgebied bevindt. Met een toenemende afstand daalt immers de relevantie voor de huidige studie.

Figuur 26: Overzichtskaart van de informatie uit de inventarissen onroerend erfgoed. (Bron: Geoportaal 2017)

(36)

4.1.1 I

NVENTARIS BOUWKUNDIG ERFGOED

Figuur 27: GRB met gekend bouwkundig erfgoed (lichtblauw) en aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Inventaris Onroerend Erfgoed 2017)

De vroegste geschiedenis van Vilvoorde zou teruggaan op een oude Nervische nederzetting langsheen de Zenne. Deze oudste kern zou gelegen zijn op de westelijke oever aan de samenloop van de wegen die de verbindings-as vormden tussen Koningslo en Houtem. De eerste vermelding van Vilvoorde of

“Filfurdo” dateert uit 779n.C. en verwijst waarschijnlijk naar een doorwaadbare plaats. Gallo-Romeinse vondsten tonen echter aan dat de menselijke aanwezigheid al vroeger teruggaat. De oorspronkelijke kern van Vilvoorde verplaatste zich naar de overzijde van de Zenne in de loop van de middeleeuwen.

Dit was een gevolg van de verschuivende machtsposities tussen de Berthouts en de hertogen van Brabant. Vilvoorde was immers gelegen op een sleutelpositie op de Zenne als toegang tot de Schelde en Antwerpen en de beheersing van het voornaamste Brabantse wegennet tussen het graafschap Vlaanderen en het hertogdom Leuven.

De ontwikkeling van een marktcentrum en een portus in de 10de eeuw legden de basis voor het ontstaan van de latere stad. In de 13de en 14de eeuw groeide Vilvoorde uit tot een belangrijk handelscentrum in Brabant en in 1357 werd een verdedigingssysteem met stadswallen opgericht. Het telde 25 wachttorens en 4 poorten. De plaatselijke burcht werd gebouwd in 1375 onder leiding van Adam Gherijs en in deze periode werd ook de O.-L.-Vrouwkerk gebouwd. In de 14de eeuw bloeide de laken- en steennijverheid waarin Vilvoorde een groot aandeel had. De stad groeide dan ook uit tot een strategisch, politiek en economisch centrum.

Ten gevolge van de concurrentie op de lakenmarkt en politieke strubbelingen kwam het echter tot een economisch verval van Vilvoorde in de 15de eeuw. Het verval van de stad werd nog versterkt door de 16de- en 17de-eeuwse godsdiensttroebelen. Vilvoorde werd zo gereduceerd tot een verarmde

(37)

agrarische gemeente waarna Brussel de rol van Vilvoorde overnam, wat in de hand gewerkt werd door de aanleg van de Willebroeksevaart tussen 1550 en 1561. Vanaf de 18de eeuw was er een lichte opleving op industrieel vlak en in het laatste kwart van de 18de eeuw vonden er verschillende veranderingen plaats in Vilvoorde: de stadspoorten werden vervangen door barelen, het vervallen kasteel werd met de grond gelijk gemaakt, er kwam een nieuwe brug over de Zenne en het wegennet werd verbeterd.

Het oude geografische patroon met een beperkte stadskern omgeven door uitgestrekte landerijen en beemden werd behouden tot het begin van de 19de eeuw. Daarna veranderde het uitzicht van de stad aanzienlijk wanneer Vilvoorde uitgroeide tot een nijverheidsgebied, gestimuleerd door de aanleg van de spoorlijn Brussel-Mechelen in 1835. De bedrijfsinfrastructuur zou zich vooral gaan concentreren rond de Willebroeksevaart en de zeehaven van Brussel. Drie industrietakken kwamen tot bloei in Vilvoorde: chemie, voeding en textiel. Deze industriële bloei bracht een toename van de arbeidersklasse met zich mee wat op zich een demografische groei inhield die gerelateerd was aan de toegenomen tewerkstelling. Binnen de stad zien we een onderscheid ontstaan tussen arbeiderswijken en burgerwijken.

In de loop van de 20ste eeuw breidde de lintbebouwing zich steeds verder uit en de bestaande huizen in de stadskern werden gemoderniseerd. Na de ontmanteling en nivellering van de vesten werd deze zone ten noord(oosten) van de stadskern volgebouwd met interbellumarchitectuur. Na de wereldoorlogen werden verschillende projecten voor sociale woningbouw op poten gezet, bijvoorbeeld in het gehucht Faubourg. Het is in dit stadsdeel, dat gekenmerkt wordt door arbeidershuizen, sociale woningbouw uit het interbellum en bel-etagewoningen, dat het onderzoeksgebied zich bevindt.

In 1977 fusioneerde Vilvoorde met Peutie. Vandaag is het een door industrie gekenmerkte stad (ter hoogte van de Zenne en het Zeekanaal) in het noordwesten van Vlaams-Brabant op de noordrand van de Brusselse agglomeratie.

Onderstaande tabel geeft een beknopte inhoud en locatie van het bouwkundig erfgoed binnen een straal van ongeveer 500m rond het tracé. De gebouwen die aan de tracé liggen, werden in detail besproken.

IBE Locatie Omschrijving Datering Status

70621 Brusselsesteenweg 112-116, Vilvoorde

Gegroepeerde burgerhuizen

Interbellum Bewaard

70622 Brusselsesteenweg 120-132,121-131

Ensemble van

neotraditioneel getinte stadswoningen

interbellum Bewaard

70620 Brusselsesteenweg zn, Vilvoorde

Paviljoentje van 1683 Vierde kwart van de 17de eeuw, WO I

Bewaard

70578 Beneluxlaan31-33,32, Koningslosteenweg 61, Brusselsesteenweg 73, Vilvoorde

Domein Drie Fonteinen Derde kwart 17de eeuw, vierde kwart 19de eeuw, vòòr WO I

Bewaard

70619 Brusselsesteenweg, Vilvoorde

Burgerhuis 20ste eeuw Bewaard

(38)

Figuur 28: Overzichtstabel bouwkundig erfgoed.

De gegroepeerde burgerhuizen uit het interbellum bestaan uit twee bouwlagen. Ze hebben bakstenen lijstgevels die deels verhoogt zijn met punt- of topgevels.

Figuur 29:Gegroepeerde burgerhuizen (bron: inventaris onroerend erfgoed ID70621)

De ensemble van neo traditioneel getinte rijhuizen bevindt zich naast de lijntracé. Ze bestaan uit twee à drie traveeën en twee bouwlagen onder pannen zadel- of mansardedaken, uit het interbellum, volgens de kadastrale gegevens van ca 1935. Ze kennen gevarieerde muuropeningen en nummer 125 en 132 zijn rijker uitgewerkt.

70618 Brusselsesteenweg 63,64-65, Vilvoorde

Neotraditionele groepsbebouwing

interbellum Bewaard

70712 Steenkaai 42, Vilvoorde

Firma Mottey & Pissart N.V.

Interbellum, eerste helft 20ste eeuw

Bewaard

70519 Sluisstraat 9-15 Eenheidsbebouwing van arbeidershuizen

Vóór WO I Bewaard

70408 Harensesteenweg 240, Vilvoorde

Grootschalig compex Interbellum Bewaard

70576 Rondeweg 40, Vilvoorde

Tuchthuis Tweede helft 19de

eeuw, vierde kwart 18de eeuw

Bewaard

(39)

Figuur 30: Ensamble van neotraditioneel getinte stadswoningen (bron: inventaris OE ID70622)

Het Paviljoentje uit 1683 is een traditioneel paviljoentje afkomstig uit de omgeving van de Zwarte Vijvers aan de Gentsesteenweg van de Brusselse deelgemeente Koekelberg. In 1915 werd het steen voor steen afgebroken en hier aan de Brusselsesteenweg heropgebouwd naar ontwerp van architect Henry De Bruyne. Het gebouwtje heeft een vierkanten plattegrond in traditionele bak- en zandsteenstijl en bestaat uit een bouwlaag. Aan de architraaf aan de voor – en achterzijde gedateerd

“ ANNO 1683”.

Figuur 31:Paviljoentje uit 1683 (bron: inventaris onroerend erfgoed ID70620)

Op het Domein Drie Fonteinen , gelokaliseerd op het voormalige kasteeldomein, bevinden zich meerdere beschermde gebouwen, die onder een ID nummer werden behandeld. De inkompaviljoentjes (Koningslosteenweg 61) zijn bestemd voor de parkwachter, uit 1911. Ze zijn sterk vervallen neoclassicistische constructies van bak- en natuursteen. De Lendrikkapel is afkomstig van de

(40)

gehucht Ransbeke-Heembeek. De kapel werd daar gebouwd in 1667 en werd ingewijd op 13 oktober 1669. In1930-31 werd het steen voor steen afgebroken en op de huidige plaats heropgebouwd in de periode van 1933-34. Ze werd “zacht” gerestaureerd in 1978. Het is een barokgetinte kapel, opgetrokken uit bak- en zandsteen onder geknikte, leien bedaking. Het heeft een rechthoekige plattegrond en telt twee traveeën met een driezijdige sluiting. De Neerhoeve (Koningslosteenweg nr 73) bestaat uit meerder constructies die U-vormig werden ingepland rondom een gekasseide binnenplaats met een oude waterpomp, een schandpaal en een centraal gelegen jachtpaviljoen. De U- vormig geheel is in neotraditonele stijl uit het einde van de 19de eeuw en vermoedelijk uitgebreid in de 20ste eeuw. De poortgebouw ligt in de zuidwestelijke hoek, ten zuiden ligt de woning met aansluitende lagere varkensstal, de stallingen zijn ten westen, een tweebeukige langsschuur in de noordwestelijke hoek en een koetshuis ten noorden. Ze zijn vrij eenvoudige bakstenen constructies van een bouwlaag onder licht natuursteen omlijsting. De jachtpaviljoen met dubbele huisopstand en rechthoekige plattegrond, gelegen ten oosten van de binnenplaats, vertoont een neotraditioneel uitzicht en werd als woning op de kadaster geregistreerd in 1894. De neoclassicistische oranjerie (Koningslosteenweg 77) is volgens sommige literatuurbronnen is het gelijktijdig met het kasteel opgetrokken in 1780. Het is een eenvoudig, bepleisterd en beschilderd gebouw van zeven traveeën en een bouwlaag onder gecombineeerde afgeknotte, leien schilddak. De aanbouwsel is voorzien van een serliana met Ionische zuiltjes. De interieur is aangepast momenteel aan horecafunctie, die het sinds 2003 uitoefent. Ten slotte de koesthuis en de stallingen dateren ook uit het einde van de 19de eeuw. Op de begane grond waren de stallingen voor koetsen en rijdieren, de eerste verdieping was ingericht als onderkomen voor de dienstpersoneel. Deze ensamble bestaat uit een U-vormig ingeplante, aaneengesloten, bakstenen vleugels van één tot twee bouwlagen onder leien mansardedaken en een gekasseide binnenplaats.

Ten westen van de koetshuis staat een grotendeels bewaarde watertoren uit 1903. Het rest op een ronde bakstenen toren en het water werd via leidingen vanuit hier verdeelt over de verschillende delen van het domein. De Domein Drie Fonteinen werd ook beschermd als cultuurhistorisch landschap, die in de volgenden hoofdstukken in detail besproken word. De hier getoonde illustratie is slechts een voorbeeld van de aanwezige illustraties.

Figuur 32: Links: Inkomspaviljoen , Rechts: Lendrikkapel (bron: Inventaris OE)

(41)

Figuur 33: Links: Watertoren, Rechts Oranjerie (bron: Inventaris OE)

4.1.2 I

NVENTARIS LANDSCHAPPELIJK ERFGOED

/

HISTORISCHE TUIN OF PARK

Figuur 34: GRB met beschermde stads- of dorpsgezichten (oranje) en aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Inventaris Onroerend Erfgoed 2017)

(42)

Het Park Drie Fonteinen (ID 134143) is een stedelijk park van ca 200 hectare. Het gemeentelijke domein is ontstaan uit de vereniging van drie verschillende landgoederen. Het oudste van de drie, dat nog steeds de kern vormt van het domein, werd gecreëerd rond 1780 en behoort tot de eerste generatie Engelse parken op het Europese continent. Behalve het kasteel, dat in 1944 werd vernietigt, en ondanks de verminking naar aanleiding van de bouw in 1975 van het viaduct, deel van de Grote Ring rond Brussel, zijn de belangrijkste bestanddelen van deze vroege landschappelijke tuin nog aanwezig.

De vijver en vooral de monumentale bruggrot, één van de opmerkelijkste tuinfollies van België. De rustieke boogbrug is verdwenen, maar de bakstenen bruggenhoofden bleven bewaard. De uitbreiding van het landschappelijke park aan het einde v, gelijktijdig, de aanleg van een grote, strak geometrische, Franse tuin, waardoor het kasteel als ware werd ingelijst, zijn tekenend voor de gemene stijl die de aanleg of heraanleg van de grote landgoederen in die periode bepaalde.

Figuur 35: Park Drie Fonteinen (Links: Franse park, rechts:burggrot)(bron IOE2017)

De Hassenspark (ID 134136) bevindt zich ca 350m ten noordoosten van het tracé. Het gaat hier om een openbaar park in laat landschappelijke stijl van ca. 6 hectare met een achtvormige vijver, artificiële torenruïne en gietijzeren hangbrug. Het is aangelegd in 1989-1899 op de plaats van de middeleeuwse vestinggracht.

Figuur 36: Hassenpark (bron: Inventaris OE)

4.1.3 B

ESCHERMDE STADS

-

EN DORPSGEZICHTEN

In de directe omgeving van het studiegebied bevindt zich alleen één beschermde stads- of dorpsgezicht, de Senecaberg (ID 517). De bescherming omvat de burchtheuvel en de omliggende straten met de parochiekerk en vooral arbeidershuizen. Het betreft een 12de eeuwse burchtheuvel met

(43)

voorburcht die nog het oude straattracé behoudt. Gezien de afstand van de huidige onderzoeksgebied werd hier verder erop niet ingegaan.

4.1.4 I

NVENTARIS LANDSCHAPPELIJK ERFGOED

,

LANDSCHAPSATLAS RELICT

,

ANKERPLAATS

Ca 1Km ten noordwesten van het onderzoeksgebied bevindt zich de “Maalbeekvallei en gevarieerde cultuurlandschap ten oosten Grimbergen” (ID 135074). De ankerplaats ligt in de groene rand rond de hoofdstad, bodemkundig ligt het in de leemstreek en in het noorden in de overgang naar zandleemstreek. Het ankerplaats omvat de kern van Grimbergen, de vallei van de Maalbeek met watermolens en verschillende Brabantse hoeves, het vliegveld van Grimbergen en het Lintbos met aansluitend het Wezenhageveld. Ook enkele kasteeldomeinen waaronder het Lintkasteel en het relict van het Domein van Borcht met aangrenzend de Senecaberg zitten in de afbakening. Gezien de afstand van het onderzoeksgebied, werd hier verder erop niet ingegaan.

4.1.5 V

ASTGESTELDE ARCHEOLOGISCHE ZONE

Ca 700 meter ten noordoosten van de noordgrens van de lijntracé bevindt zich de Historische stadskern van Vilvoorde ( ID11928). Het gaat hier om een immense en complexe archeologische zone die het resultaat is van een eeuwenlange intense bewoning binnen de stedelijke grenzen, meestal een omwalling. De stadsplattegrond kent een cumulatief karakter en verschillende fasen, met een oude nederzettingskern die soms teruggaat op een vroeg-of pre-middeleeuwse aanwezigheid. Voor de afbakening is in eerste instantie gekeken naar het 19de -eeuwse gereduceerde kadasterkaart is die nog tijdsbeeld geeft van voor de industrialisering. Gezien de afstand van de onderzoeksgebied, werd hier verder erop niet ingegaan.

4.1.6 G

EBIED WAAR GEEN ARCHEOLOGISCH ERFGOED TE VERWACHTEN VALT

Parallel met de tracé loopt de Willebroekse vaart, die in zijn hele lengte aangeduid staat als gebied waar geen archeologisch erfgoed te verwachten valt. Dit is mogelijk te wijten aan de graafactiviteiten die gepaard gingen met de tot stand brengen van de vaart.

(44)

4.1.7 C

ENTRALE ARCHEOLOGISCHE INVENTARIS

(CAI)

Figuur 37: Overzichtskaart met CAI-meldingen (groen) binnen een straal van 1km rondom het onderzoeksgebied en aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron:

CAI 2017)

De overzichtskaart geeft alle CAI-meldingen binnen een straal van 1km weer binnen het onderzoeksgebied, ze zijn ook opgenomen in de overzichtstabel. Omdat het hier gaat om een lijntracé wordt echter enkel ingegaan op de locaties die zich binnen een straal van 500m rondom het onderzoeksgebied bevinden. Want met een stijgende afstand daalt de onmiddellijke relevantie van de meldingen voor de huidige studie.

CAI (ID)

Locatie (tot op 15m nauwkeurig)

Omschrijving Datering Afstand tot

gebied (m)

3207 Drie Fonteinen, Vilvoorde

Vluchtburg : kunstmatige aardewerken: Nervische versterking en/of Romeinse bewoning

Metaaltijden Langs het

211049 Brusselsesteenweg, Willebroeksevaart, Vilvoorde

Sluis 1550 Langs het

onderzoeksge- bied

5230 Hoogveld, Vilvoorde Muntschat : uitgestrooid over een paar

vierkantenmeter en bedekt met een brandlaag

Midden-Romeinse Tijd 210m

(45)

20073 Tuchthuis, Vilvoorde Fundamente Nieuwe tijd 550m 207827 Vilvoorde Middeleeuwse

stadsomwalling

Middeleeuwen 640m

2719 Ten zuiden van Vilvoordse stadscentrum

Hertogelijke Burcht Middeleeuwen (1375- 1380 opgericht)

700m

Figuur 38: Overzichtstabel CAI.

De meldingen van archeologische resten in de ruimere omgeving van het onderzoeksgebied getuigen van de bewoning en activiteiten vanaf de protohistorische periode. Zo stelde Sevenants (1987) vast dat ter hoogte van het Domein Drie Fonteinen een laat ijzertijd en / of Romeinse bewoning was (ID3207) Hij baseerde zich hierbij op een vermelding van Galesloot uit 1871. Dit is waarschijnlijk gebaseerd op de aanwezigheid van een ophoging in het terrein. Tot deze vaststelling werd dus gekomen op basis van carthografisch en historisch onderzoek. Bij graafwerken nabij de locatie 211049 werd een bakstenen muur gevonden die mogelijk tot de Ransbeeksluis uit 1561 behoorde. Ten noorden bevindt zich op een redelijke afstand de historisch stadskern van Vilvoorde, die in zijn geheel een archeologische zone vormt. Gezien de grote afstand werd hier erop niet ingegaan.

4.1.8 B

ELGISCH

(

VERDWENEN

)

MOLENBESTAND

In de omgeving zijn talrijke aanwezige en verdwenen molens geregistreerd. Aan de lijntracé zijn er geen molens aanwezig geweest. De meest nabij gelegen molens werden hier in een tabel opgesomd.

Ze bevinden zich in de centrum van de historische stad van Vilvoorde, die al op een relatief grote afstand ligt van de onderzoeksgebied. In de omgeving komen de meeste molens langs de water voor, zo vinden we in Diegem molens langs de Woluwe, in Grimbergen langs de Maalbeek.

Naam Locatie Beschrijving Datering Status

Molen Cooreman Lange Molenstraat, Vilvoorde

Onderslag watermolen- Korenmolen

Voor 1830 Verdwenen 1871

Spuimolen Zennelaan, Vilvoorde

Achtkante houten bovenkruier zaagmolen, later koren- en pelmolen

1691 1872, sloop

Volmolen Houwaert, Katoenmolen Houwaert, Tabaksmolen Coquette

Vissersstraat, Vilvoorde

Onderslag watermolen, Volmolen, later olie en korenmolen

1802 1898

Brugmolen, Gasthuismolen, Benedenmolen, Kleynmolen,

Klein Molenstraat, Vilvoorde

Onderslag watermolen, Korenmolen

1454 1892, sloop

(46)

Derveloismolen Middelste Molen, Middelmolen, Gommaringenmolen

Klein Molenstraat, Vilvoorde

Onderslag watermole, Korenmolen

1550 Ca 1900/1925

Molen de Bontridder Klein Molenstraat, Vilvoorde

Onderslag watermolen, Korenmolen

Voor 1830 1905,

stroomgraanmolen

Nederste molens, Smoutmolens

Lange Molenstraat, Vilvoorde

Onderslag watermolen, Korenmolen

Voor 1400 Voor 1830

.

4.1.9 A

NDERE BRONNEN

Het tracé bevindt zich aan de grens van Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Om deze rede werd de Inventaris van het bouwkundig erfgoed (Online: www.irismonument.be) eveneens geraadpleegd op 23/05/2017.

Het meest nabijgelegen bouwkundig erfgoed in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest bevindt zich in de Vilvoordsesteenweg 144 en betreft de Ingangspaviljoenen van het voormalig Meudonkasteel. Ze zijn sinds 2013 beschermd. Aan de Vilvoordsesteenweg 146 bevinden zich de “Brasseries de la Marine”, wat Industriele erfgoed is. Aan de Vilvoordsesteenweg 170 en 172 bevinden zich huizen als beschermde bouwkundig erfgoed vanuit de 20ste eeuw. Wegens de grote afstand te opzichte van het tracé (meer dan 1km) werden ze hier niet verder behandeld.

Ook de inventaris van de archeologische ondergrond werd geraadpleegd op 23/05/2017 (Online:

erfgoed.brussels.be) maar werden geen relevante locaties gevonden.

(47)

4.2 C

ARTOGRAFISCHE BRONNEN

4.2.1 F

RICXKAART

(

CA

. 1712)

Figuur 39: Fricxkaart met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars) en de eigenlijke locatie ( rode ster). (Bron: Geopunt 2017)

De Fricxkaart uit ca. 1712 is te algemeen om relevante informatie aan te reiken omtrent eventueel historisch bouwkundig erfgoed langsheen het tracé en ter hoogte van het terrein voor grondverbetering. Ze is eveneens te weinig gedetailleerd om eenduidige informatie te verschaffen over het eventuele bestaan van de wegen waarover het tracé loopt aan het begin van de 18de eeuw.

Bovendien is deze kaart niet volledig correct en niet juist gegeorefereerd waardoor het eigenlijke onderzoeksgebied (oranje) zich ten zuidwesten bevindt van het aangeduide tracé (blauw), aan de westkant van de bos.

Op de kaart ligt “Vilvorden” aan de Zenne. Parallel met de Zenne loopt de Willebroeksevaart. Ten westen van de toenmalige Vilvoorde bevindt zich “Grimberghe” en “Borcht”.Ten zuidoosten van Villebroek bevinden zich op een kleine afstand “Machelen” en “Diegem”. Langs de Willebroeksevaart, aan de westkant ligt de “Sas de Ransbeeck ou les 3 Fontaines”. Rond 1560 werd een sluis ( “Sas”) gebouwd. Het was de eerste sluis voor schepen die uit Brussel kwamen. Deze plek groeide uit tot een druk bezochte plaats . In 1565 werd hier op kosten van de stad Brussel een fontein met vier spuien geplaatst. Vermits er bij het benaderen slechts drie stralen waren te zien, rakte de benaming “Drie Fonteinen” snel verspreid als plaatsaanduiding voor de onmiddellijke omgeving. De huidige studiegebied bevind zich langs de Willebroeksevaart in de omgeving van de ‘Sas’ en de “Mariansart Chateau”, die deel uit maken van de huidige park Drie Fonteinen. De tracé ligt op een lager gelegen gebied in de vallei van de Zenne.

(48)

4.2.2 F

ERRARISKAART

(

CA

. 1771- 1778)

Figuur 40: Ferrariskaart met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars):

overzichtskaart (boven) en detailkaarten (midden: noord; onder: zuid). (Bron: Geopunt 2017) De Ferrariskaart toont dat het tracé langs de Willebroeksevaart loopt ten zuiden van Vilvoorde. Langs de tracé bevindt zich het domein van “Les 3 Fontaines”. Het domein bevat meerdere langwerpige gebouwen aan de oostzijde, langs de vaart. Een L vormig gebouw bevindt zich te noordwesten. Ten

(49)

westen van de gebouwen liggen ingeplant geometrische tuinen, boomrijen en moestuintjes. De directe omgeving van het tracé is heel landelijk, bestaande uit weilanden, akkers en hooilanden. Geregeld liggen naast de wegen bomenrijen. Ten zuiden van het tracé bevindt zich het domein “Matines”

,bestaande uit twee L vormig gebouwen en twee vierkanten bijgebouwen. Rond het domein bevindt zich omheining, waarbinnen de beplanting bos is. Ten noordoosten op de overkant van de vaart, nog voor de stad Vilvoorde ligt het imposante fort. Vilvoorde kent nog steeds een omwalling en breidt zich niet uit buiten deze.

.

4.2.3 A

TLAS

D

ER

B

UURTWEGEN

(

CA

. 1841)

Figuur 41: Atlas der Buurtwegen met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2017)

De Atlas der Buurtwegen geeft een verschil weer ten opzichte van de voorgaande historische kaarten.

De tracé komt grotendeels overeen met de toenmalige wegen. Het ligt nog steeds naast de Willebroeksevaart. Aan de huidige Lenterik wijk zijn huizen aanwezig, die vermoedelijk overeenkomen met de gebouwen van Drie Fonteinen. In de omgeving is een lichte groei aanwezig, bij voorbeeld bij Machelen. Vilvoorde bevindt zich steeds vooral binnen de stadsmuren.

(50)

4.2.4 V

ANDERMAELENKAART

(

CA

. 1846-1854)

Figuur 42: Vandermaelenkaart met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2017)

Net zoals de Atlas van Buurtwegen, op deze kaart komt de stratenpatroon eveneens grotendeels overeen met de huidige situatie. De spoorlijn en de belangrijke waterwegen zijn ook op de kaart aangeduid. Ter hoogte van het tracé kan de “Trois Fontaines, Raffinerie de Sel Barriére” geplaatst worden. Ten zuiden bevindt zich een aan domein horende kasteel. .

De omgeving van het tracé is veelal ruraal van aard met velden en akkerlanden en bebouwing langsheen de straten en in de dorpskernen.

(51)

4.2.5 P

OPPKAART

(

CA

. 1842-1879)

Figuur 43: Poppkaart met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars).

(Bron: Geopunt 2017)

De Poppkaart geeft informatie omtrent de perceelsopdeling van de eind 19de eeuw. Het tracé bevindt zich langs de “Chaussée de Bruxelles” aan de Willebroeksevaart. Ter hoogte van het tracé bevindt zich het domein “Trois Fontaines” met meerdere gebouwen. Ten opzichte van de laatste historische kaart biedt het Poppkaart geen extra informatie.

(52)

4.3 R

ECENTE LANDSCHAPSVERANDERINGEN

Figuur 44: Ortholuchtfotomozaïek (kleinschalige zomeropnamen, zwart-wit, 1971) met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2017)

Figuur 45: Ortholuchtfotomozaïek (kleinschalige zomeropnamen, kleur, 1979-1990) met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2017)

(53)

Figuur 46: Ortholuchtfotomozaïek (grootschalige winteropnamen, kleur 2013-2015) met aanduiding van het tracé (blauw) en terrein voor grondverbetering (paars). (Bron: Geopunt 2017)

Op de recente luchtfoto’s is te merken dat de ruime omgeving van het studiegebied een enorme groei kent in de 19de eeuw. In de omgeving van de vaart vestigt zich de industrie. Zo werden de voormalige weilanden en akkers in gebruik genomen als industriële terreinen. Deze gebieden bevinden zich rondom Vilvoorde, tussen Vilvoorde en Machelen langs de vaart. De Ring passeert aan de zuidgrens van het tracé. De directe omgeving van het onderzoeksgebied gaat een lichte metamorfose door. De tracé bevindt zich steeds langs de vaart, de Lenterik wijk geraakt volgebouwd met woningen. Naast het tracé bevindt zich de Domein Drie Fontein, qua omvang doorheen de tijd is het oppervlakte afgenomen.

Het terrein voor grondverbetering bleef steeds onbebouwd en bevindt zich onder de Viaduct van Vilvoorde op de Ring.

Afbeelding

Updating...

Gerelateerde onderwerpen :