voorpost van de dokter 1984/4

20  Download (0)

Hele tekst

(1)

voorpost van de dokter

1984/4

(2)

EHBO

voorpost van de dokter

Maandblad voor EHBO Uitgegeven door de Stichting Eerste Hulp Bij Ongelukken, waarin deelnemen de Katholieke Nationale Bond voor EHBO en de Koninklijke Nederlandse Vereniging EHBO Stichtingsbestuur

mr. W. B. J. Witte, KNB, voorzitter

R. Post, KNV, vice-voorzitter Y. Fopma, KNV F. J. P. C. Snels, KNB.

penningmeester dr. J. Maas, KNB

drs. J. W. van den Hoorn, KNV D. R. Kalshoven, arts, KNV Redactiecommissie

P. J. Woortman, arts, voorzitter W. H. M. Sluis, eindredacteur mr. B. L. Berkemeier A. A. van Eimeren, arts J. W. M. Goessen F. J. van Kruyl A. A. Bouwman P. A. M. Awick Vormgeving en druk Bosch & Keuning nv, Baarn 'EHBO Voorpost van de dokter' wordt landelijk verspreid onder artsen, bedrijven, overheidsin- stellingen, leden van de Kath. Nat. Bond voor EHBO en de Kon. Ned. Ver. EHBO en van andere organisaties op EHBO- gebied

Redactie en administratie Kapelweg 34,

3951 AD Maarn tel. (03432) 30 04 postgiro 310953

Abonnementsprijs / 23,70 Jaargang 1 januari-31 december Advertentietarieven op aanvraag

Oplaag 42000 exemplaren EHBO Voorpost van de dokter 8e jaargang nr. 4

april 1984

Aalsmeerse ehbo'ers deden hun best

In het eerste nummer van dit jaar ging ons praktijkgeval over een ernstig ongeval met een politiebusje in Aalsmeer, waarbij vier gewonden waren te betreuren.

Zoals bij ieder ernstig verkeersongeval met veel gewonden was ook hier de situatie uitermate onoverzichtelijk. Gelukkig waren al snel verschillende ehbo'ers ter plaatse, onder wie enkele actieve leden van de afdeling Aals- meer van de Kon. Ned. Ver. EHBO.

Evenals de kaderinstructrice, die dit praktijkgeval later op een herhalingsles in Uithoorn en tijdens een rayonbijeenkomst van kaderinstructeurs en -trices behandelde, hebben ook de Aalsmeerse ehbo 'ers gedaan wat ze in deze moeilijke omstandigheden konden. Dat kan ook niet anders, want er bloeien in Aalsmeer niet alleen prachtige bloemen, maar ook vele verenigingen, waaronder een ehbo-vereniging die er wezen mag. met gemotiveerde leden.

Het is begrijpelijk dat de Aalsmeerse ehbo 'ers het wat zuur vonden dat de beschrijving van het praktijkgeval in 'hun' werkgebied een paar onvriende- lijke woorden bevatte overeen ehbo'er die een andere helper, toevallig ook kaderinstructrice, zo maar wegduwde.

'Wat een lompe ehbo'ers, daar in Aalsmeer, zullen de lezers wel hebben gedacht', zo meenden onze Aalsmeerse ehbo-collega 's. De afdeling Aals- meer zond de redactie uitvoerig commentaar op het praktijkgeval. Naar aanleiding van de beschrijving ervan in 'EHBO Voorpost van de dokter' hebben enkele ehbo 'ers van deze afdeling de hele gang van zaken rond de hulpverlening onderzocht.

Uit het verslag van de afdeling Aalsmeer blijkt duidelijk hoe onoverzichtelijk de situatie rond het ongeval was en hoe moeilijk direct al was vast te stellen hoeveel eerstehulpverleners er op de plaats van het ongeval aanwezig waren, wie wat wanneer deed. enzovoorts. Ook blijkt uit het onderzoek dat de 'duwer', zoals de kaderinstructrice niet ontkende, heel kordaat optrad en dat hij 'in het vuur van de hulpverlening' misschien niet eens merkte dat er een andere hulpverlener (misschien wat-te-bescheiden) bij het slachtoffer bezig was. Een volkomen begrijpelijke communicatiestoornis, en allerminst bewust bedoelde onvriendelijkheid of onwellevendheid.

Op papier komt een kritische noot. hoe opbouwend ook bedoeld, vaak wat harder over dan bedoeld. Wat allemaal niet wegneemt dat we als ehbo'ers onder elkaar best mogen praten over de sterke en ook de zwakkere kanten van ons optreden 'aan het front'.

Vergissingen of onbedoelde communicatiestoornissen zijn er om van te leren en om het de volgende keer nog beter te doen.

mr. B. L. Berkemeier

Inhoud

42 Aalsmeerse ehbo'ers deden hun best

43 Sportletsel aan de tere delen 45 ABCD-vragen

46 Voorzichtig met 'cold packs' 47 Uw vraag - ons antwoord 48 Praktijk(on)gevallen EHBO 50 Voor u gelezen

51 Barmhartige Samaritaan symbool militair- geneeskundige eenheid 52 Lichaamseigen bescherming

van het oog 53 Puzzelhoek

54 ABCD-antwoorden 56 Voor u bekeken

57 Rectificatie strottehoofd 58 Berichten KNV

59 In- en verkoopcentrale KNV 60 Laat nooit iemand verdrinken

(3)

Sportletsel aan deteredelen ^

Schop tegen de teelballen doorH. Berendse

Een schop, bal of puck tegen de tere delen kan ernstige schade veroorzaken.

Testispijn is een heftige pijn. Naast plaatselijke verwonding kan een stoornis in de algemene toestand optreden.

Tact, pijnstilling en vermindering van de bloeduitstorting met kou- de-applicatie, zonodig veilig stellen van de ademhaling en begelei- ding naar een arts vormen de eerste hulp.

bMifen

Advies werd gegev«

' „rJoezevendoordespor-nH tartsen L.

klaar (KNVB).

De in- en uitwendige geslachtsorganen vormen de primaire geslachtskenmer- ken. Secundaire geslachtskenmerken zijn b.v. de baard- en snorgroei en de zwaardere stem.

Geslachtsorganen

De geslachtsorganen omvatten klier- weefsel, dat de voortplantingscellen (zaadcellen) produceert, en met slijm- vlies beklede afvoerkanalen.

Bij de man heeft de ontwikkeling van de geslachtsorganen vooral naar buiten toe plaatsgevonden.

In tegenstelling met de bouw van het vrouwelijk lichaam treffen we bij de man zowel de geslachtsklieren als het grootste deel van het afvoerkanaal bui- ten de romp aan.

In eerste aanleg, na de bevruchting van de eicel door de zaadcel, is het bouw- schema van man en vrouw identiek. Pas in de zevende week van de zwanger- schap krijgen de geslachtsklieren ty- pisch mannelijke of vrouwelijke ken- merken.

De testes, de zaadcellenproducerende klieren, bevinden zich in het scrotum (balzak). Het scrotum is een dunne huidzak. Onder de huid bevindt zich losmazig weefsel. Bij kou rimpelt het scrotum en bij warmte is het glad. De huid heeft een sterke uitrekkingsmoge- lijkheid.

In de zaadkanaaltjes van de testes vindt continue aanmaak van zaadcellen plaats. Dit gebeurt door celdeling en rijping van de z.g. kiemcellen. Vanuit elk testis verplaatsen de zaadcellen zich daardoor naar de epididymis (bijbal).

Vanuit elke bijbal loopt een zaadleider naar de prostaat, de z.g. voorstander- klier.

De zaadleiders lopen via de liespoorten en transporteren de zaadcellen door middel van samentrekking van het glad- de spierweefsel in de wand van de zaad- leiders.

De vloeistof uit de prostaat, het vocht uit de zaadblaasjes en de zaadcellen vormen samen het sperma, dat het li- chaam verlaat via de urinebuis (urethra) in de penis.

De testis wordt omgeven door een wit vezelachtig omhulsel en vervolgens door een tweelagig slijmvlies, dat ook de bijbal omgrenst.

De penis is vanuit zijn ontwikkeling een uitstulping van de huid, waar de urine- buis doorheen loopt.

De penis bestaat uit een schacht en een verbrede punt aan de voorzijde: de ei- kel. De eikel (glans penis) wordt door een huidplooi kraagvormig omgeven.

Deze huidplooi wordt voorhuid of prae- putium genoemd en is aan de binnenzij- de bekleed met talgklieren.

In de schacht bevinden zich de drie z.g.

zweilichamen. Deze bestaan uit spons- achtig weefsel, vol met adernetten die in rusttoestand leeg zijn, waardoor de De mannelijke uitwendige geslachtsorganen

De zaadstreng omvat de zaadleider en de bloedvaten en zenuwen voor de testis.

De scheidingsnaad is een donkergekleurde naad op de plaats waar de linker- en rechter scrotumhelft met elkaar vergroeid zijn.

De voorhuid ligt over de eikel van de penis.

Illustratie: prof. dr. J . L a n g m a n e . a . - A t l a s voor m e d i s c h e a n a t o m i e U i t g a v e : W e t e n s c h a p p e l i j k e Uitgeverij B o h n , S c h e l t e m a & H o l k e m a BV. Utrecht

rechter z a a d s t r e n g - - -

bovenzijde penis

liesplooi

s c h e i d i n g s n a a d v a n het s c r o t u m v o o r h u i d

(4)

penis zacht en slap is.

Twee zwel lichamen liggen aan de bo- venzijde van de penis, het derde omvat de urinebuis en loopt door tot de eikel.

Bij sexuele opwinding wordt de afvoer van bloed belemmerd door het samen- trekken van de aderen. De penis wordt stijf en heft zich op, de erectie.

Sportletsel

Een van de trauma's, die fors inwerkt op de geslachtsorganen, is een schop of een harde bal of puck (hockey, voetbal, cricket, rugby, ijshockey, waterpolo) tegen het onderlichaam.

In takken van sport als (ijs)hockey, rug- by etc., waar het risico voor dit trauma groter is, is men overgegaan tot het dra- gen van de z.g. body protector, een li- chaamsbeschermer, in Nederland be- kend als tok.

Tijdens het skiën kan de verwonding optreden als in een afdaling bij een val een binding losraakt.

Slechts in incidentele gevallen leidt het letsel tot ernstige stoornissen.

Kneuzing van de testes treedt regelma- tig op bij voetbal, zaalhandbal en water- polo.

De getroffene reageert heftig en wel on- middellijk. De acute testispijn is aller- heftigst. Het slachtoffer kan in een neu- rogene shock raken. Er heeft geen (nog) geen in- of uitwendig bloedverlies plaatsgevonden, maar er is een nerveu- ze stoornis (pijn, angst, onrust) die vaat verwijdend werkt.

Hierdoor is een verkeerde verdeling van het bloed ontstaan. Het slachtoffer wordt bleek, transpireert, wordt misse- lijk, kan gaan braken en stort ineen.

Door de verkeerde verdeling van het bloed stagneert de bloedsomloop, ook in de hersenen. De genoemde ineenstor- ting is het gevolg.

Er bestaat geen duidelijke relatie tussen de mate van het ingrijpende geweld en de symptomen, zoals die door het slacht- offer beleefd worden.

De testis kan als gevolg van het geweld ook uit zijn natuurlijke stand raken, de ophanging schiet los. We spreken dan van een luxatie.

In een gering percentage van de geval- len treedt een uitgebreide bloeding op.

Zo'n bloeding kan plaatsvinden tussen en rond de bindweefselomhulsels van de teel- en bijbal en in de richting van de peniswortel en liesstreek gaan. De uitbreiding van de bloeding kan groot zijn, ook al vanwege het eerdergenoem- de losmazig weefsel onder de huid en de sterke uitrekkingsmogelijkheid van de huid van het scrotum.

Lengtedoorsnede door het mannelijk bekken

1 linker zaadleider 2 zaadblaasje 3 prostaat 4 peniswortel 5 zwellichaam

6 weggeknipte bedekking (huid + slijmvlies) van de testis 7 rechter zaadleider 8 blaas

9 bot: plaats waar linker- en rechter schaambeen van het bekken bij elkaar komen

10 zwellichaam (één van de twee aan de bovenzijde) 11 schacht van de penis

12 urinebuis 13 testis 14 bijbal 15 eikel 16 voorhuid 17 scrotum

Illustratie: dr. H. P. A k k e r m a n e . a . - B o u w e n functie v a n het menselijk l i c h a a m (gemodificeerd) U i t g a v e : S p r u y t , V a n M a n t g e m & De D o e s BV, L e i d e n

De rechter testis en bijbal van rechts gezien Ui De afbeelding is op ware grootte.

Illustratie: G e r h a r d W o l f - H e i d e g g e r - A t l a s der s y s t e m a t i s c h e n A n a t o m i e d e s M e n s c h e n , B a n d Uitgave: S . Karger A G , B a s e l ( S c h w e i z

zaadleider

bijbal

bloedvaten

bijbal

7-15 g a n g e n die z a a d c e l l e n a f v o e r e n v a n de testis n a a r de bijbal

lobjes v a n de testis 4-— tussenschotjes

in de testis wit vezelachtig o m h u l s e l

bijbal

(5)

Het testisweefsel zélf wordt hoogst zel- den beschadigd. Een duidelijke bescha- diging wordt vaak pas in een veel later stadium herkend. De beschadiging kan ook het gevolg zijn van onvoldoende bloedtoevoer naar de testis ten gevolge van de luxatie na het ongeval.

Eerste hulp

Een ehbo'er moet iedere kneuzing goed onderzoeken, binnen enkele minuten na het ongeval.

Soms verdwijnen de symptomen spon- taan. Als dit niet gebeurt zal door mid- del van koude-applicatie (spons met koud water tegen het getroffen li- chaamsdeel houden) meestal binnen twee a drie minuten herstel optreden.

Het is zaak goed op te letten of geen blauw-rode verkleuringen en zwellin- gen optreden. Dit wijst op een bloe- ding. In dat geval dient de ehbo'er de speler dringend te adviseren het spel te verlaten en zich onder behandeling van een arts te stellen.

Waaruit bestaat de verdere eerste hulp in zo'n situatie? Doorgaan met het koe- len van het scrotum. Met koude com- pressen, een koude spons... vooral niet met ijs of de z.g. 'cold packs' direct op de huid. Er bestaan verschillende soor- ten 'cold packs'. Koelelementen die in de koelkast bewaard worden bijvoor- beeld. Ook zijn er twee-componenten- zakken op de markt, waarvan bij het verbreken van de scheidingswand - door er op te slaan bijvoorbeeld - de inhoud gemengd wordt en er een ijs- koud koelmiddel ontstaat.

Het slachtoffer kan niet lopend naar de arts voor nader onderzoek. De zwaarte- kracht zal dan onnodig op het getroffen lichaamsdeel inwerken en de bloeding bevorderen. Hij zal in half-zittende houding (de meest comfortabele voor het slachtoffer) vervoerd moeten worden.

Het spreekt vanzelf dat begeleiding door de ehbo'er gewenst is.

De rol van 'steun en toeverlaat' speelt hier een grote rol. De testispijn is, zoals eerder beschreven, heftig. Een ehbo'er die met de nodige tact de eerste hulp ingezet heeft, begonnen is met koude- applicatie, het slachtoffer goed uitge- legd heeft wat het doel van de hulp is (verdere uitbreiding van de bloeding voorkomen en de pijn verminderen), zal het vertrouwen van de onfortuinlijke speler gekregen hebben.

Het onderbreken van deze hulp en over- dragen aan een 'nieuwe vreemde' zal de onrust bij het slachtoffer versterken.

Bovendien bestaat nog steeds het ge- vaar dat de speler onderuit gaat. De

mogelijke ineenstorting geeft de ehbo'er ook handen vol werk. De ademhaling dient veiliggesteld en be- waakt te worden. Een eerste hulp die ons ter ore kwam bestond uit het vol- gende. Men liet het slachtoffer een zit- tende houding aannemen, tilde hem zo'n tien centimeter boven de grond en liet hem daarna weer snel zakken. Het zou de pijn en het onaangename gevoel verlichten. Theoretisch kun je berede- neren dat de zwaartekracht overwonnen wordt, zodat er korte tijd geen trek van de zwaartekracht aan de testis plaats- vindt en de geprikkelde zenuw niet ge- prikkeld wordt. Niet doen! De beste methode is de koude-applicatie.

Voortgezette behandeling

De geconsulteerde arts zal de speler (bed)rust voorschrijven en een steunend verband aanleggen.

Als de bloedingen zich voortzetten is observatie in een ziekenhuis vereist.

Een goed steunend verband is van groot

abcd Q3 abcd O

CD

>

Een staalsplinter perforeert iemands

1

oog.

Het blijkt in het ziekenhuis te gaan om een perforatie tot in het glas- vocht. Door welke onderdelen van het oog is die splinter allemaal ge- gaan? Geef daarbij de juiste volgorde aan.

a hoornvlies-pupil-iris-glasvocht b hoornvlies-iris-glasvocht c netvlies-lens-glasvocht d netvlies-pupil-iris-glasvocht 2 Wie van de volgende mensen heeft de grootste kans om bij het beoefenen van zijn/haar hobby een staalsplinter in het oog te krijgen als er onvoldoen- de beschermende maatregelen geno- men zijn?

a iemand die verwoed jeu-de-boules

Deze eerste hulp wordt niet aangeraden belang, omdat anders kans bestaat op kolossale bloedingen. Dergelijke bloe- dingen hebben maanden nodig om weer volledig geresorbeerd (opgeruimd) te worden.

Gedurende die tijd zijn de testes niet goed te voelen.

speelt op het grasveld midden in het woonerf

b iemand die verwoed traint voor de elfstedentocht op de sloten in de pol- der (zolang het ijs betrouwbaar is) c iemand die verwoed poogt de elek-

trische leidingen van zijn huis in de muur weg te hakken, met behulp van een klauwhamer en een oude schroevedraaier

d iemand die verwoed zondagsetser is en elk vrij moment benut om zijn etsplaten tot een kunstwerk om te toveren

Iemand heeft bij het tennissen een bal midden op het oog gekregen. Behalve een duidelijk blauw oog lijkt het er op alsof het goed is afgelopen. Het beeld is met het getroffen oog nog mooi scherp. Alleen bij het kijken naar links merkt de tennisser dat hij on- duidelijk gaat zien: het beeld wordt dubbel. Is het nodig dat hij direct naar een oogarts gebracht wordt of mag hij eerst de wedstrijd afspelen?

a hij mag de wedstrijd afspelen, want hij kan nog scherp kijken, zodat er niets aan de hand kan zijn.

b hij mag eerst de wedstrijd afspelen, want met een tennisbal kan natuur- lijk nooit ernstige schade veroor- zaakt worden

c hij moet direct naar een oogarts ge- bracht worden, want een blauw oog wijst op een ernstige bloeding d hij moet direct naar een oogarts ge-

bracht worden, want het dubbelzien wijst op een gebroken oogkas

(6)

Voorzichtig met 'cold packs'

Eerste hulp bij kneuzing en verstuiking door P. J. Woortman, arts

De eerste hulp bij kneuzingen en verstuikingen bestaat in het alge- meen uit het aanleggen van een drukverband, dat uit vette vatten en een cambric zwachtel bestaat.

EHBO'ers worden nogal eens geconfronteerd met de mening, dat het gebruik van vette watten vervelend is voor de arts in het ziekenhuis omdat ze pluizen.

Bovendien wordt veelal geadviseerd koude-applicatie toe te passen gedurende 15 minuten.

Kneuzing en verstuiking

In het Oranje Kruisboekje wordt duide- lijk beschreven, dat bij een onderhuidse kneuzing of spierkneuzing een bloeduit- storting optreedt. Het resultaat is pijn, zwelling en een blauwe plek. De eerste hulp beperkt zich in dat geval tot het geven van rust en het hoogleggen van het getroffen lichaamsdeel.

Als een gewricht verzwikt of verstuikt is treden ongeveer dezelfde verschijnse- len op, n.1. pijn, zwelling en bovendien belemmeringen in het bewegen. Vaak zien wij vrij snel een blauwe verkleu- ring in de buurt van het gewricht ont-

staan.

De zwelling en verkleuring zijn het ge- volg van uittreden van bloed uit de klei- nere bloed- en haarvaten. Door de span- ning in de omliggende weefsels wordt de pijn veroorzaakt. Hoe de eerste hel- per een drukverband aanlegt bij de ver- schillende kneuzingen en verstuikin- gen staat in het Oranje Kruisboekje duidelijk omschreven. (N.B. Geen drukverband bij een verstuikte elle-

d i j b e e n

s c h e e n b e e n .

kuitbeen

knieschijf

g e w r i c h t s b a n d

g e w r i c h t s k a p s e l

Verstuiking enkelgewricht De pijl geeft aan waar de knieband gescheurd is.

Illustratie: O r a n j e Kruisboekje, 21e druk.

U i t g a v e : Spruyt, V a n M a n t g e m & D e D o e s BV, L e i d e n .

boog!) Deze eerste hulp is in de regel het snelst uit te voeren, omdat men het materiaal ervoor meestal gemakkelijk voorhanden heeft (blz. 114t/m 121).

Schaam u niet voor het gebruik van vette watten, ook al hebben artsen in ziekenhuizen bezwaar tegen het pluizen.

'Cold packs'

Het advies om bij een verstuiking koe- ling toe te passen is correct. Maar... het gaat in een ziekenhuis gemakkelijker, omdat daar genoeg koelkasten zijn om de z.g. 'cold packs' gekoeld bij de hand te hebben. Zo'n 'cold pack' heeft onge- veer de werking als de bekende bevro- ren koelelementen, die in de zomer de dranken en boter koel houden in een koelbox als je kampeert. Een 'cold pack' mag echter niet in het vriesvak worden bewaard! De juiste plaats is het meest koude rooster in de koelkast.

De werking van koude op een kneuzing berust op het samentrekken van de bloedvaatjes, als reactie op koude. Dit is waar te nemen bij mensen, die last hebben van 'dode vingers' als het koud is. Ook koude voeten zijn meestal heel bleek. Als gevolg van de kou zijn de bloedvaatjes dichtgetrokken.

Welnu, als je kunt bewerken dat de ka- potte bloedvaatjes bij een kneuzing zich samentrekken, wordt de bloeding afge- remd, wordt het ontstaan van de zwel- ling tegengegaan en vermindert mede daardoor de pijn. Het advies van de artsen in de ziekenhuizen berust op dit principe.

Niet langer dan 15 minuten

Maar pas op!

Ze zeggen er niet voor niets bij: 'Gedu- rende 15 minuten!'

Want daarna treedt bij het voortduren van de afkoeling, als reactie, weer ver- wijding van de bloedvaten op. Bij een kneuzing begint de bloeding dan weer opnieuw.

Die bloedvatverwijding kennen wij ook uit eigen ervaring. Als men aan het sneeuwballen is krijgt men rode tinte- lende handen, terwijl ze aanvankelijk vreselijk koud waren. Dit is het gevolg van de reactieve verwijding van de bloedvaatjes.

In sommige gevallen zou men zich, als geen 'cold pack' voorhanden is, kunnen behelpen met een laatje ijsblokjes uit het vriesgedeelte van de koelkast. Die ijsblokjes zijn veel te koud om direct tegen de huid aan te leggen: meestal ongeveer min 18° Celsius. Dat daarom nooit doen!

Eventueel kunnen wat ijsblokjes in een

(7)

Cold pack om bovenbeen

plastic zakje worden gedaan, dat goed moet worden afgesloten. Liefst nog een zakje daaromheen voor de zekerheid te- gen lekkage.

Net zo min als men een hete kruik tegen . de huid aan legt, doet men dit met ijs-

blokjes. Het zakje met ijsblokjes moet omwikkeld worden met een dun hand- doekje of washandje. Het zo bescherm- de zakje kan dan tegen de gekneusde plaats aangelegd worden.

Maar nogmaals: Niet langer dan 15 minuten!

Bewust noemden we 'tegenaanleggen', en niet: 'met een verband fixeren!' De harde ijsblokjes kunnen drukplekken in de huid veroorzaken.

De koude spons van de verzorgers op de sportvelden heeft alleen een psychisch effect. Immers, wil de koude goed hel- pen, dan moet die toch zeker 15 minu- ten worden toegepast. Hetzelfde geldt voor de koude-spray. De kou is wel intensief, maar is veel te gauw uitge- werkt. Koude natte omslagen of een koude spons kunnen alleen wat doen, als men voortdurend nieuwe koude doe- ken/spons neemt en het water vaak ver- verst. Dat een koude omslag snel weer warm wordt heeft eenieder al wel eens kunnen opmerken als hij of zij bij koorts of hoofdpijn een 'koud' was- handje op het hoofd kreeg. Dat werd binnen twee minuten al weer warm en dus hinderlijk.

Geen elastische zwachtel

Als na een kwartier het zakje is wegge- nomen, kan een drukverband worden aangelegd. Geen elastische zwachtels, althans niet door ehbo'ers, want die zit- ten al gauw te strak. Men moet behoor- , lijk veel ervaring hebben om ze goed

aan te leggen. Aanvankelijk lijkt het dat het verband lekker zit, maar na een paar uur gaat het vaak knellen en pijn doen, waarbij zelfs een drukplek kan ont- staan.

De mogelijkheden zijn dus minder uit- gebreid dan in de regel wordt gesugge- reerd .

Conclusie

De eerste hulp door middel van koude applicatie is niet onjuist. Er dient echter een zorgvuldige afweging plaats te vinden.

Als regel is het voldoende als de ehbo'er zich houdt aan de tekst van het Oranje Kruisboekje. De benodigde ver- bandmiddelen heeft hij ook meestal pa- raat. Als het zich ernstig laat aanzien, moet het slachtoffer snel naar een huis-

v

" )RD

De heer J. H. A. Paternotte uit Loos- duinen stelde een vraag over de eerste hulp bij een bewusteloos slachtoffer dat op zijn/haar buik ligt.

Dr. M. P. A. M. de Grood beant- woordt de vraag.

Uw vraag

Volgens de instructie uit het Oranje Kruisboekje (21e druk) wordt een be-

wusteloos slachtoffer vanuit buikligging in rugligging gebracht door kanteling over de rechterzijde.

Nadat het slachtoffer onderzocht is en voor een vrije ademweg gezorgd is, wordt het slachtoffer in stabiele zijlig- ging gebracht. Dan vindt kanteling plaats over de linkerzijde. Al met al zal de patiënt zo 'n 1 'A meter verplaatst worden.

Kan het slachtoffer vanuit buikligging niet beter over diens linkerzijde in rügligging gebracht worden? Bij het uitvoeren van de stabiele zijligging komt hij/zij dan weer op de 'oude' plaats terug. Er hoeft dan ook minder gemanipuleerd te worden met armen en benen.

Ons antwoord

Bij de benadering van het slachtoffer moet gekozen worden voor een houding waarbij alle noodzakelijke handelingen het gemakkelijkst verricht worden. Dit betekent dat bij het op de rug draaien van een bewusteloos slachtoffer bij voorkeur aan de rechterkant van het slachtoffer geknield wordt. Bij het in stabiele zijligging brengen van het slachtoffer betekent dit bij voorkeur aan

arts of moet deze gewaarschuwd worden.

Indien in de overbruggingsperiode ge- bruik gemaakt wordt van koude-appli- catie dient dit zorgvuldig te gebeuren.

Geen ijs of bevroren 'cold pack' tegen het lichaam houden.

Eerst moet isolatie plaatsvinden met een doek of iets dergelijks. De koeling mag niet langer dan 15 minuten duren. Daar- na moet een drukverband aangelegd worden.

de linkerzijde van het slachtoffer knielen.

Bij voorkeur betekent niet altijcLen overal. Is het b.v. wegens ruimtegebrek niet mogelijk, dan is het zeker geoor- loofd om te beginnen aan de andere zijde van het slachtoffer.

Het op de rug draaien van een bewusteloos slachtoffer

Illustratie: O r a n j e Kruisboekje, 21e druk U i t g a v e : S p r u y t , V a n M a n t g e m & D e D o e s B V , L e i d e n

(8)

EHBO problemen in de praktijk

doormr. B. L. Berkemeier

'Er was al politie bij. Ik reed dus maar door'. Dat hoor je wel eens in gesprekken met mede-ehbo'ers over praktijkgevallen.

Of: 'Ik heb nu wel een ehbo-diploma, maar eigenlijk durf ik bij een echt ongeval niet zo goed eerste hulp te verlenen. Al die mensen er omheen!'

Zijn ehbo'ers wettelijk verplicht daadwerkelijk eerste hulp te verle- nen als zij een ongeval tegenkomen? Is de gewaarschuwde arts altijd verplicht te komen? Daarover in deze aflevering wat infor- matie.

Geen sterke basis in de strafwet

Wie getuige is van een ernstig ongeval kan onder bepaalde omstandigheden strafbaar zijn als hij het slachtoffer geen hulp verleent. In artikel 450 van het Wetboek van Strafrecht lezen we: 'Hij die. getuige van het oogenblikkelijk le- vensgevaar waarin een ander verkeert, nalaat dezen die hulp te verleenen of te verschaffen die hij hem, zonder gevaar voor zichzelven of anderen redelijker- wijs te kunnen duchten, verleenen of verschaffen kan, wordt, indien de dood van den hulpbehoevenden volgt, ge- straft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden'.

In bepaalde omstandigheden is dit arti-

kel een basis voor een wettelijke hulp- verleningsplicht van mensen in de om- geving van het slachtoffer. In de prak- tijk gaat het maar om een heel beperkt aantal gevallen. Het slachtoffer moet in 'oogenblikkelijk levensgevaar' zijn. De helper moet daarvan getuige zijn. Denk aan het geval dat iemand in het water ligt en dreigt te verdrinken, terwijl de mensen op de kant staan toe te kijken.

Wie in zo'n geval weigert de hulp te verlenen, die hij het slachtoffer 'zonder gevaar voor zichzelven of anderen rede- lijkerwijs te kunnen duchten, verleenen of verschaffen kan', is strafbaar indien het slachtoffer verdrinkt. Een probleem is in de praktijk ongetwijfeld dat moei- lijk zal zijn uit te zoeken wie van de vaak talrijke omstanders verplicht zou zijn geweest om in het water te springen of de drenkeling een reddingshaak toe

te steken. Wie van de drie? Of van de twintig?

Ooit is eens een visser veroordeeld die weigerde met zijn roeibootje naar een drenkeling te roeien, hoewel mensen op de kade hem toeriepen dat er vlak bij zijn bootje iemand dreigde te verdrin- ken. De visser was de enige die in deze omstandigheden snel hulp kon verle- nen, maar hij vond zijn netten belangrij- ker en het slachtoffer verdronk. Een uit- zonderlijk geval van egoïsme met dode- lijk gevolg.

In de praktijk van de EHBO hebben we niet veel aan deze, al honderd jaar ou- de, bepaling in de strafwet. Maar af en toe kan dit artikel van nut zijn als getui- gen van een ernstig ongeval weigeren hulp te verlenen of (deskundige) hulp op te roepen. Want ook het opbellen van arts, ambulancedienst en/of politie hoort tot de hulpverleningsplicht van art. 450. Immers, wie niets weet van eerste hulp kan maar beter van het slachtoffer afblijven. Maar wat hij wel kan doen is melden. En wie niet kan zwemmen, kan maar beter niet in het water springen om een drenkeling te redden. Maar wel kan hij zo snel moge- lijk een reddingshaak (als die nog op zijn plaats hangt) pakken, iets drijvends in het water gooien of deskundige hulp gaan halen.

Voor de ehbo'er zou het artikel in een enkel geval van betekenis kunnen zijn.

Staat er een gediplomeerd ehbo'er in een slagerswinkel op zijn beurt te wach- ten en steekt de slager zich tijdens het uitbenen achter de toonbank in de lies, met als gevolg een hevige slagaderlijke

(9)

bloeding, dan zou de ehbo'er kunnen worden vervolgd als hij de liesslagader niet onmiddellijk dicht probeert te druk- ken. De ehbo'er was immers getuige van het ongeval. Iedere ehbo'er weet dat een slagaderlijke bloeding op deze plaats snel dodelijk kan zijn. Hij kon dus weten dat de slager in levensgevaar was. En bovendien kon hij zonder ge- vaar voor zichzelf of anderen (hij hoef- de b.v. geen brandend huis binnen te gaan) eerste hulp verlenen. Is de ehbo'er weggelopen en is het slachtof- fer overleden als deskundige hulp aan- wezig is, dan is het denkbaar dat hij op grond van artikel 450 wordt vervolgd.

Een enigszins vergelijkbaar geval heeft zich vorig jaar voorgedaan toen een taxichaffeur weigerde een jongen, die het slachtoffer was van een steekpartij, naar het ziekenhuis te brengen. Maar wel had de chauffeur via de mobilofoon de GG&GD gewaarschuwd, volgens de afspraken tussen taxicentrale en GG&GD. Omdat hij dat wel had ge- daan, heeft de officier van justitie de chauffeur niet vervolgd.

Weigeren van hulp als onrechtmatige daad

We zagen dat het strafrecht geen wette- lijke basis biedt voor een algemene hulpverleningsplicht van ehbo'ers.

Slechts in uitzonderlijke gevallen is de hulpweigerende ehbo'er strafbaar. Tot die gevallen zou men nog kunnen reke- nen het doorrijden na een ongeval met letsel te hebben veroorzaakt, waarbij het slachtoffer in hulploze toestand wordt achtergelaten (artikel 30 van de Wegenverkeerswet). Zat er een ehbo'er als brokkenmaker achter het stuur van de auto waarmee de desbetreffende aan- rijding is veroorzaakt, dan is hij, even- als iedere andere weggebruiker in zulke omstandigheden, strafbaar. Maar ook dit geval zal niet vaak voorkomen. Im- mers van ehbo'ers mag worden ver- wacht dat zij zich, ook op de weg, wat voorzichtiger gedragen dan andere bur- gers, omdat zij door hun ehbo-opleiding weten wat voor narigheid door ongeval- len kan worden veroorzaakt.

Naast de strafrechtelijke aansprakelijk- heid kennen we de civielrechtelijke aan- sprakelijkheid. Daarbij moeten we niet denken aan politie, officier van justitie, strafrechter en straf, maar aan schade- vergoeding. Het civiele, of burgerlijke, recht regelt de rechtsverhoudingen tus- sen burgers. Twee mensen sluiten bij- voorbeeld een koopcontract. Of iemand koopt een treinkaartje en sluit zo een vervoerscontract met de NS. Wie zijn contractuele verplichtingen niet nakomt

kan schadeplichtig zijn. De gekochte auto wordt niet in behoorlijke staat af- geleverd. De treinbestuurder rijdt door een rood sein, waardoor een treinramp met veel gewonden plaatsvindt. Die ge- wonden hebben schade, veroorzaakt door de onoplettendheid van de trein- bestuurder. Het vervoerscontract is niet goed uitgevoerd.

Een veel voorkomende vorm van scha- devergoedingsplicht is die op grond van onrechtmatige daad. A botst met zijn auto tegen de auto van B, die daardoor schade heeft. Is de botsing te wijten aan het onvoorzichtig weggedrag van A, dan moet hij de aangerichte schade ver- goeden en als het goed is heeft hij zich daartegen 'WA' verzekerd.

Ook ehbo'ers kunnen 'hun' slachtoffers schade berokkenen als ze onzorgvuldig handelen, bijvoorbeeld door zich niet aan het Oranje Kruisboekje te houden en het slachtoffer daardoor schade toe- brengen. Denk aan de ehbo'er die ver- zuimt een slachtoffer met mogelijk her- senletsel het advies te geven zich onder medische behandeling te stellen. Of de ehbo'er die gaat sjorren aan een slacht- offer met een wervelbreuk, zonder dat dit nodig is. (Het slachtoffer is niet in direct gevaar en hoeft niet onmiddellijk van de plaats van het ongeval te worden verwijderd).

Ook nalaten van hulp kan onder bepaal- de omstandigheden leiden tot schade- plichtigheid. Te denken valt aan de ehbo'er die zich als zodanig in zijn wijk kenbaar maakt door een ehbo-bordje naast de voordeur (zie afbeelding) en die weigert iemand te helpen die bloe- dend bij hem aanbelt. Lijdt het slachtof- fer daardoor schade, dan is het denk- baar dat hij de weigerachtige ehbo'er daarvoor aansprakelijk stelt. Hij heeft onzorgvuldig, als een slechte ehbo'er, gehandeld door het slachtoffer niet te helpen.

Moet de dokter komen?

EHBO'ers zijn vaak niet het eindstation van de hulpverlening. Gaat het om meer dan een kleinigheid, dan zal de ehbo'er het slachtoffer naar een huisarts of een ziekenhuis moeten verwijzen. Moet de huisarts altijd komen, als een ehbo'er hem waarschuwt? Is een huisarts altijd en onder alle omstandigheden verplicht hulp te verlenen?

Juristen gaan ervan uit dat tussen de huisarts en 'zijn' patiënten een contrac- tuele relatie bestaat. Die relatie houdt o.a. in dat de patiënt er recht op heeft door de huisarts geïnformeerd te wor- den over de gestelde diagnose, over de

VERBANDTROMMEL

GEDIPL. LID

E.H.B.0.

Deurpostplaatje

therapie, over bijwerkingen van de the- rapie, over gegevens die de huisarts over zijn patiënt doorgeeft aan bijvoor- beeld de bedrijfsarts of de verzekerings- geneeskundige. Sterker nog: de huisarts mag dit laatste alleen met toestemming van de patiënt. Aan de andere kant mag van de patiënt worden verwacht dat hij meewerkt aan de opvolging van de me- dische adviezen van zijn arts, dat hij geen ongefundeerde praatjes over zijn dokter rondstrooit als hij niet tevreden is over de behandeling, zonder eerst met de dokter over zijn ontevredenheid te hebben gesproken. Doel van dit 'me- disch contact' is een zo goed mogelijke samenwerking tussen arts en patiënt te bevorderen, waarbij duidelijk is wat ie- ders rechten en plichten zijn.

Een van de plichten van de huisarts te- genover zijn patiënt is dat hij hulp moet verlenen als deze daarom vraagt. Wie als verzekerde bij een ziekenfonds of als particulier bij dokter X in het kaart- systeem is ingeschreven, zal door dok- ter X op het spreekuur moeten worden toegelaten, als hij zich met een gezond- heidsklacht bij zijn arts vervoegt. En wordt dokter X opgebeld met het ver- zoek om te komen bij een spoedgeval in het gezin, dan geldt voor de arts in beginsel een hulpverleningsplicht.

Het is eens voorgekomen dat een huis- arts na een dringend telefonisch verzoek van omwonenden niet wilde komen om hulp te verlenen bij een ernstig verkeer- songeval. Hij belde vanuit zijn woning de plaatselijke ambulance. De omstan-

(10)

ders accepteerden het niet dat de arts wegbleef en, na een klacht bij de ge- neeskundig inspecteur van de volksge- zondheid, werd de weggebleven hui- sarts door het medisch tuchtcollege in eerste aanleg bestraft met een waar- schuwing. Hij had zich volgens de tuch- trechter ter plaatse zelf op de hoogte moeten stellen.

Beperkte

hulpverleningsplicht

De arts ging in beroep bij het centraal medisch tuchtcollege dat er anders over dacht. Dit hoogste medische tuchtcolle- ge overwoog dat een arts die wordt ge- waarschuwd dat zijn hulp en bijstand bij een zieke of gewonde wordt verzocht in

beginsel verplicht is zich zo spoedig mogelijk naar de zieke of het slachtoffer te begeven.

Maar. in twee gevallen lijdt dit beginsel uitzondering:

a als de gegevens die de opgeroepen arts ter beschikking staan van dien aard zijn, dat hij kan concluderen dat zijn

onmiddellijke aanwezigheid niet vereist is of dat hij met het geven van al dan niet voorlopige instructies kan volstaan;

b als de mogelijkheid zich voordoet dat de opgeroepen arts moet conclude- ren dat niet op hem, maar op een ander de plicht rust de gevraagde bijstand te verlenen en die ander daartoe tevens in staat is, c.q. dat op een ander eveneens de plicht rust en die ander daartoe in een betere positie verkeert dan hijzelf.

In het besproken geval had de gewaar- schuwde arts niet onjuist gehandeld door weg te blijven en een ambulance, bemand door een geoefende ehbo'er, te sturen, die er sneller kon zijn dan hijzelf.

Deze uitspraak van het centraal medisch tuchtcollege heeft destijds (in 1974) in een medische vakpers nogal wat stof doen opwaaien en veel huisartsen vin- den op het platteland gelukkig nog steeds dat zij bij verkeersongevallen meer moeten doen dan alleen het bellen van de ambulance.

Maar het is wel te begrijpen, dat de arts niet onder alle omstandigheden naar een ongevalspatiënt toe hoeft te komen.

Weet de gewaarschuwde arts dat er een deskundige ehbo'er bij het slachtoffer is, en is het slachtoffer nog mobiel, dan handelt hij niet in strijd met zijn hulp- verleningsplicht door de ehbo'er te vra- gen naar hem toe te komen.

En bevindt de gewaarschuwde arts zich, al visites rijdend, aan de rand van de stad bij het ontvangen van de melding van een ernstig ongeval, dan zal nie- mand het hem kwalijk nemen als hij, of zijn assistente, direct de ambulance belt en niet eerst zelf dwars door de stad naar het ongeval rijdt. Wat de omvang is van de (eerste)hulpverleningsplicht

van de (huis)arts hangt dus af van de omstandigheden van het gevaf, en ook

van de deskundigheid van de arts.

Literatuur:

B. L. Berkemeier, Gezondheidsrechtelijke aspecten van eerste hulp bij spoedgevallen.

Tijdschrift voor Gezondheidsrecht 1982, 5.

p. 185-205.

VOORU GELEZEN

Veiligheidsjaarboek 1984

i

Uitgave: Stichting Het Veilig- heidsinstituut, Amsterdam

door W. H. M. Sluis

Januari 1984 verscheen het 484 pagi- na's tellende Veiligheidsjaarboek 1984.

Het handboek is een wegwijzer op het terrein van de arbeidsomstandigheden.

De Arbeidsomstandighedenwet (Arbo- wet) is een kaderwet die, ingevuld met Algemene Maatregelen van Bestuur of ministeriële besluiten, de regelgeving voor de factoren Veiligheid, Gezond- heid en Welzijn van werkend Nederland gestalte geeft. Het aspect Gezondheid zal vooral de aandacht hebben van de bedrijfsgezondheidszorg. De functie van de bedrijfs- EHBO ligt in het ver- lengde daarvan.

De ehbo'er is een exponent van de uit- voerende taken van de bedrijfsgezond- heidszorg. En dat niet alleen, hij of zij kan eveneens activiteiten ontplooien t.a.v. de ongevallenpreventie.

In dit kader kan de ehbo'er een schat aan informatie vinden in het Veilig- heidsjaarboek 1984.

Een uitgebreide lijst van relevante in- stellingen vormt deel 1 van het boek.

Deel 2 'Veiligheidskundige gegevens' geeft een breed scala aan informatie.

Gericht zoekend naar ehbo-onderwer- pen treffen we informatie (met verwij- zingen) over de vereiste aanwezigheid

van ehbo'ers en ehbo-middelen in fa- brieken en werkplaatsen, in de land- bouw, op de binnenvaart en bij het weg- transport. Ook worden de ehbo-publi- katiebladen van de Arbeidsinspectie ge- noemd. De ehbo'er zal ook geconfron- teerd worden met gevaarlijke stoffen.

Het boek geeft in hetzelfde deel inhou- delijke en verwijzende informatie, als voorbeeld van het laatste naar het Che- miekaartenboek.

Deel 3 'Wetgeving' maakt ons weg- wijs in de doolhof van Arbowet, oudere wetten en uitvoeringsbesluiten.

Deel 4 'Veiligheidsartikelen en hun le- veranciers' geeft naast overzichten van veiligheidsprodukten en -artikelen op- sommingen van eerstehulp- en redding- materialen.

Deel 5 en 6 gaan over 'Opleiding, in- structie en informatie' en 'Hulpmidde- len bij de veiligheidspropaganda'.

Vouwbladen, affiches en instructiekaart op het terrein van de EHBO vormen er een onderdeel van.

Deel 7 gaat o.a. over de diensten van het Veiligheidsinstituut. Interessant voor de EHBO is de maandelijks bijge- werkte literatuurlijst over de eerstehulp- verlening.

Zo 'snuffelend' in het boek zal de ehbo'er tal van wetenswaardigheden oppakken en de kaderinstructeur en Lo-

tusslachtoffer een schat aan suggesties , tegenkomen voor de voorbereiding van \ het element ongevallenpreventie in de _ ehbo-les. Met vragen kan men het Info-

centrum bellen, dat gratis advies geeft.

Prijs ƒ 73 - (excl. 5% BTW en ver- zendkosten).

Abonnementsprijs ƒ 62,- (excl. 5%

BTW).

Inlichtingen: Veiligheidsinstituut, Am- sterdam, tel. 020-445655 (verkoop en Infocentrum).

(11)

Barmhartige Samaritaan symbool militair-

geneeskundige eenheid

door W. H. M. Sluis

De voorstelling van 'De barmhartige Samaritaan' siert een van de onderscheidingen van de Kath. Nat. Bond voor EHBO.

Sinds het begin van de tachtiger jaren is de voorstelling eveneens het symbool van een militair-geneeskundige eenheid: 103 Genees- kundig Bataljon.

De Kath. Nat. Bond voor EHBO (KNB) geniet bescherming van de Sou- vereine en Militaire Orde van Malta.

Het Maltezer Kruis is het symbool waarmee de bond zich presenteert als Nederlandse ehbo-organisatie.

De boodschap uit de parabel van de barmhartige Samaritaan (Evangelie van Lucas) vormt binnen de Kath. Nat.

Bond een van de grondslagen van het handelen als ehbo-organisatie. In de vijftiger en zestiger jaren plaatste de redactie in het toenmalige KNB-orgaan 'Eerste Hulp' regelmatig overwegingen die gestalte gaven aan de christelijke opdracht tot naastenliefde.

Veel afbeeldingen van schilderijen, beeldhouwwerken etc. kwamen in de loop der jaren op de voorzijde van 'Eerste Hulp'.

Men liet een kunstenaar een voorstel- ling van de parabel uitvoeren in kleurig email. Geplaatst op een edelhouten fond is dit nog steeds een van de onder- scheidingen waarmee de KNB uiting geeft aan haar waardering voor perso- nen of organisaties.

Symbool militaire eenheden

Militaire eenheden voeren meestal een embleem. Kracht, snelheid en moed van gevechts- of ondersteunende eenhe- den moeten in het symbool tot uitdruk- king komen. Voor een geneeskundige eenheid is de keuze van een symbool moeilijk. Eigenschappen als moed, vol- harding, inventiviteit en medische des- kundigheid dragen weliswaar bij tot het moreel en de gevechtskracht van de ei- gen troepen, ze staan evenzeer ten dien- ste van de gewonde tegenstander.

De eerste (en voortgezette specialisti- sche) hulp moet gegeven worden vanuit een visie, waarin slechts plaats is voor de noodlijdende mens. Dat de rechten van gewonden juridisch vastgelegd zijn in de vier Verdragen van Genève is uit-

stekend. Het komt echter en vooral aan op de morele waarden, zoals deze ge- dragen worden door de militairen. Een geneeskundige eenheid is op bijzondere wijze in staat vriend en vijand de ge- neeskundige bijstand te verlenen die no- dig is.

103 Geneeskundig Bataljon

Het oude symbool van het bataljon, on- derdeel van het Nederlandse Eerste Le- gerkorps, was aan vervanging toe.

Het symbool vertelde dat in de organi- satie eenheden voor ziekentransport, verzorging van gewonden in verband- plaatsen en materieelaanvulling opge- nomen waren.

Na een reorganisatie dekte de vlag de lading niet meer en werd de heer F. Smits van het Koninklijk Nederlands Leger- en Wapenmuseum te Leiden verzocht een nieuw symbool te ont- werpen.

Oude bataljonsschild

Borstzakembleem

Hij ontwierp 'De barmhartige Samari- taan', daarbij geïnspireerd door het beeld met dezelfde voorstelling bij de hoofdingang van het ziekenhuis Sint Antoniushove te Leidschendam.

In 1981 kreeg 103 Geneeskundig Batal- jon toestemming van de Traditiecom- missie van de Koninklijke Landmacht dit symbool te voeren. Het symbool staat op het bataljonsschild en wordt door de individuele militairen gedragen als borstzakembleem.

Nieuwe bataljonsschild

(12)

Lichaamseigen

bescherming van het oog

Dil artikel m aa mevr.

Zwol!

rd geschreven naar

„opmerkingen"

nleidinfÜrihuis-de Groot kaderinstructrice.

van te

door W. H. M. Sluis

Met de harde oogrok, het bindvlies en hulporganen als wenkbrauw, oogleden, oogharen, traanapparaat en oogspieren is het menselijk oog beschermd tegen nadelige invloeden van buitenaf.

De bescherming is echter ook aan grenzen gebonden: uitwendig geweld kan de barrières slechten.

rood en bevat veel kleine bloedvaten.

Als een arts bloedarmoede vermoedt bij een patiënt kijkt hij naar het bindvlies op deze plaats.

Het deel dat de oogbol bedekt is door- zichtig (je kunt het oogwit zien) en kleurloos, behalve als de bloedvaatjes verwijd zijn ten gevolge van een ontste- king.

Het oog wordt door verschillende struc- turen beschermd: bindweefsel, dek- weefsel en hulporganen.

Er is geen slijmvlies dat het hele oog en dus ook het hoornvlies beschermt. Wat is er dan wel?

De harde oogrok zorgt voor de stevig- heid van het oog, de oogspieren zijn er aan vastgehecht en het beschermt de binnenste delen van het oog.

De harde oogrok is het ondoorzichtige 'wit van het oog' en gaat aan de voorzij- de over in het hoornvlies.

Bindvlies

Een tweede beschermende laag is het bindvlies (conjunctiva). De binnenkant van het onderste en bovenste ooglid en het buitenste deel van de voorkant van de oogbol zijn met dit slijmvlies bekleed.

Het deel van het bindvlies dat de bin- nenzijde van de oogleden bekleedt is

Het oog 1 bovenste ooglid 2 onderste ooglid

3 ooghoek aan de middenzijde 4 traanheuvel 5 oogharen (wimper onderste ooglid) 6 grens iris/pupil

Illustratie: W e r n e r K a h l e - S e s a m Atlas v a n de A n a t o m i e , d e e l 3

U i t g a v e : B o s c h 8c K e u n i n g NV, B a a r n

Traanapparaat van het oog 1 bindweefselbandje

2 schotelvormige bindweefselplaat die het bovenste ooglid versterkt

3 schotelvormige bindweefselplaat die het onderste ooglid versterkt 4 bindweefselschot dat vetweefsel in de oogkas afdekt 5 traanklier

6 pees van de spier die het ooglid opheft 7 deel van de traanklier dat ligt onder de pees van de spier die het ooglid opheft 8 deel van de traanklier dat aan de oogkas grenst 9 openingen op het binnenvlak van beide oogleden 10 traankanaaltjes

11 traanzak 12 neustraankanaal

Illustratie: W e r n e r Kahle - S e s a m A t l a s v a n de a n a t o m i e , deel 3

U i t g a v e : B o s c h & K e u n i n g NV, B a a r n

- ...

(13)

Op het centrale deel aan de voorzijde van het oog gaat het bindvlies over in de buitenste laag dekweefsel van het hoornvlies, dat zélf uit zes lagen bestaat.

Op de overgangsplooi tussen het deel dat het bovenste ooglid bekleedt en het deel dat de oogbol bedekt monden de buisjes van de traanklieren uit.

Hulporganen als bescherming

Hulporganen die het oog beschermen zijn de wenkbrauw, oogleden met oog- haren, traanapparaat en oogspieren.

De behaarde wenkbrauw dient om het zweet en vuil op te vangen zodat het niet in het oog kan lopen.

De oogleden beschermen het oog aan de voorkant. Ze worden dichtgeknepen zo- dra er gevaar voor het oog dreigt.

De oogharen (wimpers), die zich op de oogleden bevinden, hebben als functie het tegenhouden van stof dat in het oog dreigt te geraken.

Het traanapparaat, dat bestaat uit de traanklier en het afvoersysteem naar de neus, levert een bijdrage aan de be- scherming door de produktie en afvoer van traan vocht.

De oogspieren spelen een rol bij de be- schermende lidslagreflex.

Lidslagreflex

Als het oog geprikkeld wordt treedt de lidslagreflex op. De oogleden worden korte tijd gesloten en het traanvocht wordt over het oog geveegd. De oog- spieren draaien daarbij even het oog naar boven.

De prikkel kan uitdroging of tempera- tuurverandering zijn. Ook een voor- werpje dat het oog raakt. Dezelfde prik- kel stimuleert de aanmaak van traan- vocht in de traanklieren.

Het traanvocht wordt opgevangen in kleine openingen op het binnenvlak van elk van de beide oogleden. Via de traankanaaltjes komt het in de traanzak om vervolgens via het neustraankanaal in de neus terecht te komen, onder de onderste neusschelp.

De lidslag geeft ook verwijding en ver- nauwing van het neustraankanaal dat daarmee een aanzuigende werking heeft op het traanvocht.

Samenvattend kan gezegd worden, dat het oog op veel manieren beschermd wordt. Bij grof geweld van buitenaf door b.v. een hard geslagen tennisbal of een staalsplinter met hoge snelheid schieten deze voorzieningen echter te- kort, zoals uit de bespreking in de ru- briek ABCD van collega Doppenberg (zie pagina 45, 54 en 55) duidelijk zal worden.

Puzzel nummer 143

De puzzel van deze maand is opgege- ven door mejuffrouw T. Seis uit Bors- beek in België.

De juiste oplossing van deze puzzel kunt u vinden, door op de open plaatsen een zelfstandig naamwoord in te vullen, dat als u deze heeft ingevuld zowel met het woord voor de open plaats als met het woord achter de open plaats een nieuw zelfstandig naamwoord vormt.

Heeft u de juiste woorden ingevuld, dan geven de eerste letters van de woorden (van boven naar beneden) het juiste woord.

U dient dit woord op een briefRaart te schrijven en deze briefkaart te zenden aan:

Redactie EHBO Voorpost van de dokter.

Kapel weg 34, 3951 AWMaarn.

Uw briefkaart dient voor 29 april 1984 in ons bezit te zijn.

Wij wensen u veel puzzelplezier.

rechter. . lel voor. . . bord bloed . ering jeugd . . . kennis

bloed . . baar bom . bel verband . . middel

pols . . . boom haar, . . . . maat alles . . . niet mensen . . . wezen

schijn . . . stil telefoon cijfer

bloed . . . hoorn drink . . . plaat

I

s

Oplossing puzzel nummer 141

Een groot aantal briefkaarten met de juiste oplossing van puzzel nummer 141 is weer bij de redactie binnengekomen.

De oplossing van deze puzzel luidt: val- lende ziekte.

Onder de vele lezers, die de juiste woorden op een briefkaart geschreven hebben, werd door ons geloot om de presentjes, die wij hebben uitgeloofd.

De winnaars zijn:

1 Mevr. F. Geineder-Prior, Waterstraat 61,

4001 ANTïel.

2 M. van Soest, Heuvelstraat 11.

5751 HM Deurne.

3 A. v. Nap, Da Costastraat 67, 3881 YE Putten (Gld).

(14)

a Het hoornvlies is het buitenste deel

1

van het oog. Normaliter is het hoorn- vlies mooi doorzichtig als zorgvuldig geslepen glas. Soms is er een beschadi- ging aan ontstaan of is het op een ande- re manier troebel geworden. In elk ge- val is het zo dat iets dat van buiten naar binnen wil, het oog in, altijd door dat hoornvlies moet dringen.

Achter het hoornvlies ligt de voorste oogkamer. Die wordt door de iris ge-

scheiden van de achterste oogkamer.

Het middelste deel van de iris is er niet.

Dat is een opening: de pupil. Het zal duidelijk zijn dat de iris en de pupil in hetzelfde vlak van het oog liggen zodat het onmogelijk is dat een staalsplinter zowel door de iris als door de pupil gaat, tenzij die beide gelijktijdig gepas- seerd worden. Maar dat werd in dit ant- woord niet gezegd. Het is daarom fout.

b Als de splinter het hoornvlies door- boord heeft en door de voorste oogka- mer geschoten is, kan de iris doorboord worden. Daarachter ligt de achterste oogkamer. Om in het glasvocht te ko- men hoeft dan nog alleen de lens of het ophangapparaat van de lens doorboord te worden. Deze volgorde van structu- ren is de juiste. Dit antwoord is goed, maar het is goed te realiseren dat er nog veel meer stuk gaat.

c Het netvlies ligt helemaal achter in het oog. Daar worden de lichtprikkels omgezet in elektrische signalen die via de oogzenuw naar de hersenen getrans- porteerd worden. Zo kunnen wij zien.

Bij een perforatie kan het natuurlijk nooit zo zijn, dat eerst het netvlies wordt geraakt en dan pas de daarvoor liggende structuren.

Antwoord c is fout.

d En antwoord d is om dezelfde reden fout. Bovendien is bij de bespreking van antwoord a al gebleken dat ook om een andere reden deze volgorde onjuist, want onmogelijk is.

2 a De ballen die gebruikt worden bij wat wij in Nederland jeu-de-boules noe- men zijn van metaal. Ze worden met gevoel en concentratie zo gegooid dat ze zo dicht mogelijk bij een houten doelballetje komen. Soms wordt daarbij de bal van iemand anders geraakt, opdat die verder weg komt te liggen. Die bal- len beschadigen natuurlijk bij het spel.

Maar het is niet zo, dat door deze ma- nier van gooien de staalsplinters in het rond vliegen en het is zeker niet zo, dat die in het oog van de werper zouden kunnen komen. Antwoord a is daarom fout.

b De elfstedentocht werd voor het laatst gereden in 1963. Er zijn nog steeds mensen die hoop hebben op een volgende elfstedentocht. Die schrijven zich elk jaar keurig in als lid om deel te mogen nemen. En zij trainen natuurlijk ook. Als het ijs op de sloten sterk ge- noeg is kom je ze daar tegen. Dat trai- nen doen zij op stalen schaatsen. En het zou denkbaar zijn dat daarvan stukjes

staal loslaten: splinters. Maar het is zelfs bij het slijpen van die schaatsen zelden zo, dat de staalsplinters voldoen- de kracht hebben om een oog te doorbo- ren. Hoewel iemand die ondeskundig en onbeschermd slijpt natuurlijk wel ri- sico loopt.

Toch is dit niet het goede antwoord, c Wie met een klauwhamer en een oude schroevedraaier probeert de lei- dingen in zijn huis weg te hakken zal al snel bezig zijn met staal (hamer) op staal (schroevedraaier) te slaan. Een dergelijke handelwijze is vragen om moeilijkheden. Niet alleen zal er staal van de schroevedraaier of (soms) de ha- mer kunnen losraken, maar door de har- de klappen krijgen die splinters ook een enorme snelheid. Ruim voldoende om een oog te doorboren. Een dergelijke vrijetijdsbesteding is bij oogartsen be- rucht om de oogperforaties die er dik- wijls bij voorkomen. De beste bescher- ming is uiteraard een goede techniek en deugdelijk gereedschap. Daarbij (niet in plaats daarvan) moet dan nog een vei- ligheidsbril gedragen worden.

Lengtedoorsnede door het oog en de omringende weefsels

1 hoornvlies 2 regenboogvlies (iris) 3 voorste oogkamer 4 harde oogrok 5 lens

6 straallichaam 7 achterste oogkamer 8 glasvocht 9 netvlies 10 vaatvlies 11 oogkas 12 blinde vlek

13 oogzenuw 14 ooglid 15 oogspieren

In het centrale deel van het oog eindigt de iris. Op deze plaats bevindt zich de ronde opening die het licht doorlaat in de richting van de lens. We noemen deze opening de pupil.

Illustratie: dr. H. M. B e u m e r e.a. - A n a t o m i e e n fysiologie 2, Zr. M e y b o o m S e r i e

U i t g a v e : U i t g e v e r s m a a t s c h a p p i j E l s e v i e r A g o n BV, A m s t e r d a m

(15)

voorhoofdsholte

a a n h e c h t i n g s p l a a t s b o v e n s t e s c h u i n e - — oogspier

snijrand v a n het

bindvlies dat oogbol e n — — o o g l e d e n bedekt

onderste s c h u i n e o o g s p i e r

holte v a n de bovenkaak

b o v e n s t e ooglidhefspier

b o v e n s t e rechte oogspier

buitenste rechte o o g s p i e r

o n d e r s t e rechte oogspier

trechtervormige p e e s r i n g

o o g z e n u w

Oogspieren van het linkeroog

De afbeelding is op natuurlijke grootte en geeft het aanzicht van de linker zijde. De binnenste rechte oogspier is niet te zien.

Illustratie: prof. dr. G e r h a r d Wolf-Heidegger - A t l a s der s y s t e m a t i s c h e n A n a t o m i e d e s M e n s c h e n , B a n d I.

U i t g a v e : S . Karger A G , B a s e l ( S c h w e i z ) .

Antwoord c is het goede antwoord. En dat geldt voor meer van dergelijke doe- het-zelf-klusjes (hamer op steen of te- gels is net zo gevaarlijk!).

d Bij het etsen in metaal is het even- min zo dat er met grote snelheid splin- ters in het rond vliegen. Als de techniek juist is tenminste. Maar iemand die als hobby het etsen bedrijft heeft daarin meestal een behoorlijke opleiding ge- had. De kans op ongelukken is dan di- rect al veel kleiner.

Antwoord d is niet het goede antwoord.

a Dat iemand nog scherp kan kijken duidt op twee dingen, die elk op zich erg belangrijk zijn: het hoornvlies is helder, evenals het glasvocht en het oog kan scherp gesteld worden, zodat de lens nog goed functioneert. Maar dat is niet het enige dat van belang is bij een oog. De bespreking van de overige ant- woorden zal duidelijk maken waarom dat niet genoeg is. Antwoord a is in elk geval niet goed.

b En antwoord b is ook fout. Uit de bespreking van de andere antwoorden zal blijken dat een tennisbal zeer ernsti-

ge schade kan veroorzaken. Niet alleen aan de buitenkant van het oog, het hoornvlies, maar ook in de diepte. Ten- nisballen zijn lang niet zo onschuldig als ze er uit zien.

c Een blauw oog wijst vanzelfspre- kend op een bloeding. Elk blauw oog.

Er ontstaan bij een harde klap op het oog altijd wel wat bloedvatscheurtjes.

En het bindweefsel rond het oog is erg soepel, zodat het bloed makkelijk ver- spreidt. Maar dergelijke bloedingen zijn natuurlijk lang niet altijd ernstige bloe- dingen. Het zou een drukte worden als iedereen met een blauw oog naar een oogarts zou moeten. Soms echter is een blauw oog een symptoom van een veel ernstiger aandoening. En dan is het na- tuurlijk wel zaak om snel de juiste maatregelen te nemen. Het gaat te ver om in het kader van deze rubriek nu op die zaken in te gaan. Antwoord c is niet goed.

d Dit moet dus het goede antwoord zijn. Een tennisbal is precies zo groot dat de oogkas er door afgesloten wordt.

Als nu zo'n bal met grote kracht midden op het oog komt, dan wordt het oog in de oogkas gedrukt. En die wordt dan

door de bal direct afgesloten. Het resul- taat is dat er nog steeds veel druk op het oog wordt uitgeoefend. Meestal is de oogkas daar niet tegen bestand en breekt op één van de zwakke plekken die er in te vinden zijn. Dat heet in vaktermen een 'blow-out-fracture'.

Door zo'n scheur in de oogkas kan een oogspiertje klem komen te zitten. Zo komt het dat het oog niet meer netjes alle kanten op kan bewegen en dan komt één van beide ogen dus als het ware scheef op het andere te staan. Dat veroorzaakt het dubbelzien bij kijken in een bepaalde richting (dat hoeft niet al- tijd links te zijn: het is wel zo dat het steeds bij kijken in dezelfde richting misgaat). In dergelijke gevallen is na- tuurlijk snel hulp van een oogarts geboden.

(16)

Voor u bekeken

Multimediapakket Leermate- rialen Gezond Gedrag

Onderwerpen: Veiligheid in de privésfeer en jeugd-EHBO Samenstelling: Stichting Consu- ment en Veiligheid, 'het Oranje Kruis' en GGD Stadsgewest Breda afdeling GVO

Uitgave: Stichting School en Bedrijf, Den Haag

door W. H. M. Sluis

Het multimediapakket bestaat uit een diaserie, bijpassende tekst op een cas- settebandje, lesbrief en docentenhand- leiding.

Ongevallenpreventie en jeugd-EHBO vormen de inhoud, althans dat vertelt het persbericht dat eind december gepu- bliceerd werd.

Het pakket besteedt grotendeels aan- dacht aan de ongevallenpreventie, de jeugd-EHBO komt niet of nauwelijks aan de orde. De docentenhandleiding vermeldt alleen enkele gegevens over doelstelling, cursusopzet en administra- tieve procedures. De diaserie beeldt een De afloop laat zich raden...

drietal 'fantasieverbanden' uit. Meer als aanleiding tot bespreking van een onge- val, dan als bijdrage voor de jeugd- EHBO.

In 1985 wordt de nieuwe Wet op het Basisonderwijs ingevoerd. In artikel 10 van de wet staat, dat de bevordering van Gezond Gedrag een nieuw vormingsge- bied is. Het getuigt van visie daar nu reeds projecten voor te ontwikkelen en Aanleiding tot ongevalsbespreking, geen jeugd EHBO...

een mogelijke kandidatuur voor op- drachten tot leerplanontwikkeling bij de overheid onder de aandacht te brengen.

Je kunt dan de top van de onderwijswe- reld benaderen en de aandacht richten op de basis. Veelal worden beide wegen bewandeld.

Eind december gebeurde het eerste. Tij- dens een persconferentie in het Interna- tionale Perscentrum Nieuwspoort in Den Haag werd het eerste pakket 'Leer- materialen Gezond Gedrag' aan staats- secretaris drs. G. van Leijenhorst van Onderwijs en Wetenschappen aangebo- den door de voorzitters resp. directeur van de organisaties die het pakket ont- wikkelden.

De diaserie bestaat voor ongeveer de helft uit opnamen van gesignaleerde of geënsceneerde onveilige situaties. De andere helft wordt gevormd door teke-

ningen.

Het niveau van de dia's is zeer wisse- lend. Voorbeelden van goed uitgebeel- de situaties zijn spelende kinderen op een bouwplaats, achter een bal aan ren- nende kinderen op dc rijweg, pijltjes gooiende jongen terwijl zijn vriendje nog bij het dart-bord staat en spelende kinderen op een muur die begrensd wordt door een grote diepte.

Bij de tekeningen moet soms de bege- leidende tekst geraadpleegd worden om de gevaarlijke situatie op het spoor te komen.

(17)

Het ehbo-gedeelte? Nou laat maar. De vlag dekt de lading niet. Sterker nog...

er is geen ehbo-lading.

De lesbrief "De reuzentraan' is een leuk en realistisch verhaal. Een slopersbal (net een traan van een reus in de mijme- ringen van de hoofdpersoon Martine) beukt op de muren van een huis. Tij- dens de koffiepauze van de slopers Goede uitbeelding van gevaarlijke situatie

Correctie illustratie strottehoofd i

E. Adriaanse. G. van Wijk en G. C. \ Kooyker reageerden op onjuistheden in de

afbeelding in het maartnummer. Terecht.

De gekozen illustratie was correct. Door onverklaarbare oorzaak is een verkeerde film gebruikt bij het drukken van het zwarte gedeelte van de vierkleurenlitho.

(Links het vooraanzicht van het strottehoofd.

rechts het achteraanzicht) 1 tongbeen

2 tongbeen-schitkraakbeenband 3 schildkraakbeen

4 ringkraakbeen 5 bekerkraakbeentjes 6 strottehoofdklepje

7 stembanden

8 kraakbeenringen van de luchtpijp

Illustratie: M e d i s c h e Winkler Prins E n c y c l o p e d i e Uitgave E l s e v i e r Nederland BV, A m s t e r d a m

klimt Martine een gammele, half los- hangende trap op om een poes met jon- gen te redden. De rest laat zich raden.

Onderhoudend verhaal van Gerard Kerkvliet met leuke tekeningen van Dagmar Stam.

De docentenhandleiding somt de doel- stellingen van het pakket op, onder- bouwd met ongevallencijfers, geeft in- formatie over het voor velen wellicht nieuwe fenomeen GVO 'Gezondheids-

voorlichting en -opvoeding', behandelt didactische aanwijzingen en suggesties en informeert over de deelnemende or- ganisaties.

De doelstellingen van het pakket zijn:

a De leerling beseft dat door eigen ge- dragingen of door gedrag van anderen gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.

b De leerling kan voorbeelden aandra- gen om bepaalde risico's te verkleinen, c De leerling leert, mocht er toch iets misgaan, hoe te handelen (jeugd- EHBO).

De eerste twee doelstellingen zijn reali- seerbaar met het pakket, de laatste niet.

Maar dat schreven de samenstellers al op blz. 3 '.. .toegespitst op de veilig- heid in de privésfeer tijdens sport, spel, recreatie in en om huis.'

Jammer voorde Kath. Nat. Bond voor EHBO, Kon. Ned. Ver. EHBO, Jeugd Rode Kruis en Kon. Ned. Bond tot het Redden van Drenkelingen. In het hoofdstukje Jeugd-EHBO in de docen- tenhandleiding mis ik onder het kopje 'suggesties voor ouderbetrokkenheid' deze organisaties, terwijl het hun in- structeurs/gediplomeerde leden (en waarschijnlijk ook vader/moeder van schoolgaande kinderen) zijn die per jaar tienduizenden kinderen jeugd-EHBO onderrichten.

Kunnen ze hun projecten dan maar be- ter zelf ontwikkelen en de public relati- ons beter zelf ter hand nemen?

Afbeelding

Updating...

Referenties

Gerelateerde onderwerpen :