Full text

(1)
(2)

Voor u ligt Collectie 2001, een selectie van artikelen die in 2001 in het OPTA-blad Connecties verschenen. Voor u verder bladert, blikt het College van OPTA graag even met u terug en vooruit.

In 2001 kwam de samenhang tussen OPTA’s verschillende toezichtsvelden sterker naar voren. Het duidelijkst bleek dit in de voorlopige oplossing per 1 juli van de toenemende prijsklem (‘squeeze’) van concurrenten tussen KPN’s (hoge) interconnec-tietarieven en (lage) telefoontarieven. Soortgelijke problemen tekenden zich later ook af op andere dynamische markten, zoals mobiele telefonie en breedband internet, waar de huidige wet echter geen direct tarieftoezicht regelt. Het aanmelden van een geschil tussen marktpartijen bood daarvoor soms een uitweg. Mede door de omslag in de economische conjunctuur, met name in de ICT-sector, zijn veel meer geschillen voor beslechting aan OPTA voorgelegd.

In 2001 zijn gestroomlijnde procedures hiervoor gepubliceerd, en is Lilian Gonçalves gemandateerd om deze steeds belangrijker portefeuille te behartigen.

OPTA functioneert voldoende tot goed, zo conclu-deerde Twijnstra Gudde in 2001. In opdracht van het ministerie van V&W had dit onafhankelijke onderzoeksbureau onderzoek gedaan naar het

(3)

tioneren van OPTA in de eerste vier jaar van haar bestaan. Het College vond dat een herkenbaar en reëel beeld. We zijn blij met het positieve oordeel, al moet er natuurlijk nog wel één en ander verbete-ren. Tot tevredenheid stemt ook het standpunt van de regering dat OPTA in de volgende vier jaar verder kan. In 2005 volgt een nieuw besluit over de toekomst van het toezicht op de post- en tele-communicatiemarkten. Daarbij zal de voorgenomen ontwikkeling van de NMa naar een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) met sectorkamers van belang zijn. De Tweede Kamer heeft terecht ook aandacht gevraagd voor de convergentie tussen drie in Neder-land gescheiden gebieden van toezicht: telecommu-nicatie, elektronische media én frequenties voor zakelijk gebruik. Steeds meer lidstaten van de EU en de OESO gaan over tot één toezichthouder op deze drie nauw verwante sectoren.

EUROPESE REGELGEVING

De medewerkers van OPTA richten zich in 2002 – naast hun gebruikelijke werkzaamheden – op het in kaart brengen van de relevante markten, ter voorbereiding op de nieuwe Europese regelgeving (ONP-review). Deze moet medio 2003 in elke lid-staat zijn ingevoerd en geharmoniseerd worden toegepast, op straffe van een veto van de Europese Commissie. Meer intensieve samenwerking met collega-toezichthouders in de EU – een wens van de sector – kan ook meer effectieve concurrentie op

de Nederlandse post- en telecommunicatiemarkten bevorderen. Samen met het ministerie van V&W besteedt OPTA aandacht aan de reparatie van de tekortkomingen in de huidige Telecommunicatiewet. In de postsector concentreert het toezicht zich dit jaar op de evaluatie van het systeem van tarief-beheersing van TPG’s monopoliediensten. Ook al kunnen de extra inspanningen van onze medewerkers in het evaluatiejaar 2001 hier niet ongenoemd blijven, wil het college hier vooral zijn vele externe relaties, waarvoor dit boek bedoeld is, danken. Vaak hebben zij zich als ondernemer, inves-teerder, gebruiker of beleidsmaker in de roerige sec-toren waarop OPTA toezicht houdt, duidelijk onder-scheiden. In dit boekje vindt u een selectie van wat door hen, met flankerende bijdragen van OPTA, gedaan is voor beter functionerende post- en telecommunicatiemarkten.

Mevrouw mr. L.Y. Gonçalves-Ho Kang You Jhr. Mr. H.A. van Karnebeek Prof.dr. J.C. Arnbak

O P T A C o l l e c t i e 2 0 0 1 V o o r w o o r d

(4)

Woord vooraf 2 2001 Tevreden, maar hoe nu verder?

Tarieven en 7 2001/3 Richtsnoeren Prijssqueeze: OPTA en Nma willen concurrentie op telecommarkt veiligstellen kortingen 8 2001/4 Voicemail gaat geld kosten

9 2001/6 Prijssqueeze opgelost; meer concurrentie op lokaal telefoonverkeer 13 2001/8 Onderzoek structurele oplossing prijssqueeze

Post 14 2001/2 TPG moet financiële resultaten en rendementen openbaar maken 16 2001/5 Meetsystematiek TPG voldoet niet; overkomstduur brieven 18 2001/6 PTT Post moet toegang verlenen tot postbussen

20 2001/9 TPG in beroep tegen beslissing OPTA; toerekeningssysteem kosten en opbrengsten

Interconnectie en 21 2001/4 OPTA introduceert ‘maatwerk’ in regulering; beleidsregels tariefregulering interconnectie Bijzondere Toegang 22 2001/5 Collocatiediensten ontbreken in Referentie Interconnectie Aanbieding; last onder

dwangsom voor KPN

24 2001/9 Consultatie bijzondere toegang tot mobiele netwerken 24 2001/9 CPS op lokaal verkeer

25 2001/9 KPN moet BaByXL gedeelde toegang bieden

Nummers en 27 2001/2 OPTA versoepelt bel-eisen voor korte informatienummers Registraties 28 2001/3 OPTA stelt beleidsregels voor nummerhandel vast

30 2001/6 OPTA publiceert beleidsregels aankiesbaarheid 31 2001/9 Publicatie beleidsregels nummeruitgifte

32 2001/6 Nieuwe eisen informatienummers; Sitchting Informatiedienstencode erkend

Aanmerkelijke 33 2001/2 Onderzoek naar aanmerkelijke marktmacht op vast-mobiele markt

marktmacht 34 2001/2 Rechter: KPN geen aanbieder met marktmacht voor huurlijnen groter dan 2 Megabit 35 2001/8 Aanvulling richtsnoeren AMM huurlijnen

36 2001/9 Continuering en aanwijzing partijen met aanmerkelijke marktmacht

Schaarste en 37 2001/3 Aparte markten voor smal- en breedband internettoegang; consultatiedocument OPTA en NMa internet 38 2001/4 OPTA stelt tarief vast voor internetten zonder tikken

39 2001/7 Internet zonder tikken blijft mogelijk; bezwaren van KPN afgewezen 40 2001/7 Consultatie beperkingen FRIACO

41 2001/9 Beperkingen groothandelsdienst FRIACO vervallen

(5)

Strategie 42 2001/3 Evaluatie Twijnstra Gudde: ‘OPTA levert positieve bijdrage aan concurrentie in de telecomsector’

43 2001/4 Visie op de telecommunicatie- en postmarkt 45 2001/7 Kwaliteit van dienstverlening TPG in 2000 gestegen

46 2001/6 Standaard procesreglement ingevoerd; Procedureregeling Geschillen OPTA

49 2001/9 7e implementatierapport EC: Toezichthouders moeten sneller en strenger kunnen optreden 51 2001/6 OPTA tenminste vier jaar zelfstandig verder

Toegang tot 52 2001/1 Canal+ hoeft Casema niet te betalen voor vrijhouden kanaal

de kabel 54 2001/3 Jens Arnbak tijdens kabelcongres: ‘OPTA moet capaciteitsgebrek op de kabel kunnen toetsen’

Toezicht en 57 2001/1 Jens Arnbak over telecomtoezicht: ‘Het karwei is nog lang niet af’ privacy 59 2001/3 OPTA onderzoekt alternatieve vormen van geschilbeslechting

62 2001/4 Rechter geeft OPTA gelijk in antennegeschil; meer bevoegdheden voor post- en telecommunicatie-autoriteit

64 2001/6 Besluit OPTA over ter beschikking stellen abonneegegevens gehandhaafd; beroepen KPN en Denda ongegrond

66 2001/8 Grenzen aan samenwerking UMTS; gezamenlijke notitie Nma, OPTA en V&W 67 2001/8 Meer tijd voor KPN’s abonnee-informatiedienst

68 2001/5 Beleidsregels voor de levertermijnen; Huurlijnen

Graven en gedogen 69 2001/1 Instellingsbesluiten voor aanleg kabels soms onjuist of onvolledig 70 2001/5 KPN moet kosten voor verleggen kabels zelf dragen; geschil KPN-Lelystad 72 2001/7 Gedogen van HDPE-buizen

Bijlage 73 Begrippenlijst

(6)

Eindredactie: Delphinus, Amsterdam

Redactie: Jasper van Delft

Rob van Eijl Stefan Verweij

Vormgeving: Ton Verhees, Amsterdam

Fotografie: Kelle Schouten, Leidschendam

Cartoons: Arend van Dam, Amsterdam

Grafische productie: Herbschleb & Slebos, Monnickendam

Drukwerk: Meboprint, Amsterdam

Bindwerk: Meeuwis, Amsterdam

Redactieadres: Postbus 90420,

2509 LK Den Haag Telefoon (070) 315 35 66 Telefax (070) 315 35 01

Colofon

De missie van OPTA OPTA stimuleert bestendige concurrentie in de telecom-municatie- en postmarkten. Dat wil zeggen: een duurzame situatie waarin particuliere en zakelijke eindgebruikers een keuze kunnen maken tussen aanbieders en tussen dien-sten, zodanig dat het prijs-en kwaliteitsaanbod op de diverse deelmarkten totstand-komt door effectieve markt-prikkels. Bij onvoldoende keuze beschermt OPTA eindgebruikers.

Connecties kwam in 2001

tien keer uit, te weten in:

Januari nummer 1 Februari nummer 2 Maart nummer 3 Mei nummer 4 Juni nummer 5 Augustus nummer 6 September nummer 7 November nummer 8 December nummer 9

De nummers bij de artikelen verwijzen naar het nummer van de desbetreffende Connecties.

(7)

Dat staat in de gezamenlijke ‘richt-snoeren prijssqueeze’ die OPTA en de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) onlangs hebben gepubliceerd. Vanwege overlappende bevoegdheden hebben OPTA en NMa besloten geza-menlijke richtsnoeren te schrijven. Prijssqueeze doet zich voor als de marge tussen de tarieven voor parti-culiere en zakelijke consumenten en de interconnectietarieven van KPN zo klein wordt dat andere aanbieders redelijkerwijs niet meer met KPN kunnen concurreren.

In de richtsnoeren staat beschreven op welke wijze OPTA en NMa gezamen-lijk de ondergrens van tarieven van KPN gaan beoordelen. De richtsnoeren zijn zo geformuleerd dat ze in begin-sel op alle diensten van KPN van toe-passing kunnen zijn. OPTA past de

prijssqueezetoets al toe op een aantal diensten van KPN. Dat zijn: telefoon-verkeer binnen de regio, telefoonver-keer buiten de regio, telefoonvertelefoonver-keer van een vast naar een mobiel toestel en internetinbelverkeer via een 06760-nummer. Zonodig wordt het aantal specifiek beschreven diensten uitgebreid. Als KPN een tariefvoorstel indient waarbij sprake is van (toene-mende) prijssqueeze, keurt OPTA het tariefvoorstel OPTA af.

CONCLUSIE

OPTA is tot de conclusie gekomen dat op dit moment alleen op telefoonver-keer binnen de regio sprake is van prijssqueeze. De prijssqueeze doet zich voor in zowel de piek- en de dal-uren als in het weekend. Dat betekent dus dat voor alle perioden voor bellen

binnen de regio sprake is van niet-kostengeoriënteerde tarieven. Kosten-georiënteerd wil zeggen: gebaseerd op daadwerkelijke kosten plus een redelijke winstopslag.

OPTA heeft KPN verzocht met voor-stellen te komen om de

geconsta-teerde prijssqueeze op te lossen. Naast aanpassingen in de tariefstruc-tuur (bijvoorbeeld een herbalancering van de starttik en het gesprekstarief) kunnen andere wijzigingen noodzake-lijk zijn. OPTA is van mening dat het

OPTA en NMa willen concurrentie op telecommarkt veilig stellen

Richtsnoeren prijssqueeze gepubliceerd

Bij het bellen binnen de regio (lokaal bellen) is er sprake van een te gering verschil tussen de consumententarieven van KPN en de intercon-nectietarieven die KPN aan concurrenten in rekening brengt voor het gebruik van haar netwerk. KPN moet daarom van OPTA met oplossingen voor deze zogeheten ‘prijssqueeze’ komen. Een eventuele verhoging van de consumententarieven heeft daarbij niet de voorkeur van OPTA.

(8)

kan gaan om wijzigingen (in de structuur) van zowel de intercon-nectietarieven als de tarieven voor de zakelijke en particuliere consu-ment (eindgebruikers). Dat laatste heeft overigens niet OPTA’s voorkeur. OPLOSSING

KPN moet uiterlijk half april 2002 met een oplossing voor het squeeze-probleem komen. Die zal worden gelegd naast de oplossingen die OPTA nu overweegt. OPTA verwacht daarna een beslissing te kunnen nemen die ertoe leidt dat ook voor het telefoonverkeer binnen de regio geen prijssqueeze meer optreedt. Een aantal telecombedrijven heeft inmiddels bij OPTA een geschil ingediend, waarbij aan OPTA wordt gevraagd iets aan de prijssqueeze-problematiek te doen. OPTA verwacht met de richtsnoeren prijssqueeze en het vervolg daarop aan de vraag van de telecombedrijven tegemoet te komen.

De richtsnoeren zijn te vinden op de website van OPTA: www.opta.nl en de website van de NMa:

www.nma-org.nl. K

U i t O P TA C o n n e c t i e s 2 0 0 1 / 4

Voicemail gaat geld kosten

T a r i e v e n e n k o r t i n g e n

KPN Telecom schaft het gratis beluisteren van voicemailberichten af. Vanaf 10 mei 2001 moet wor-den betaald voor deze dienstverle-ning. OPTA heeft het tariefvoorstel van KPN beoordeeld en geconsta-teerd dat er op basis van kos-tenoriëntatie geen bezwaar is tegen het invoeren van het tarief. Het tarief voor het beluisteren van boodschappen komt overeen met het bellen binnen basistarief. KPN vraagt geld voor de voicemail-dienstverlening omdat de kosten zijn gestegen als gevolg van een uitbrei-ding van de dienstverlening. Daarnaast waren de opbrengsten van voicemail

lager dan oorspronkelijk geraamd. Hogere kosten en lagere opbrengsten maken aanpassingen noodzakelijk om aan kostenoriëntatie te voldoen. Het wettelijke vereiste van kostenoriënta-tie voorkomt dat de prijzen te hoog zijn voor de consument, maar ook dat de prijzen te laag zijn voor de concur-rent.

(9)

Zowel de interconnectietarieven als de eindgebruikerstarieven moeten kostengeoriënteerd zijn. Dat wil zeg-gen: gebaseerd op de kosten van KPN, inclusief een redelijk rendement. De tarieven mogen dus niet te hoog zijn, maar ook niet te laag. Indien het verschil tussen eindgebruikerstarieven en interconnectietarieven te klein wordt, dreigt er prijssqueeze en kan een bedrijf ‘klem’ komen te zitten. De squeeze houdt veel marktpartijen in de greep. KPN is sinds lange tijd (nagenoeg) de enige aanbieder op de markt voor lokaal telefoonverkeer. INTERCONNECTIETARIEVEN

De tarieven voor het afwikkelen van telefoonverkeer, de terminatingtarie-ven, zijn voor het eerst volgens een nieuwe methodiek vastgesteld. Voor

originating diensten, het ophalen van verkeer, blijft het Embedded Direct Cost (EDC)-model van KPN uitgangs-punt. De terminatingtarieven zijn gebaseerd op de samen met marktpar-tijen ontwikkelde BULRIC-methodiek. BULRIC staat voor Bottum Up Long Run Incremental Costs. De BULRIC-methode neemt als uitgangspunt de kosten die een efficiënte operator zou maken. Een efficiënte operator die op het punt staat de markt te betreden zal andere beslissingen nemen ten aanzien van de uitrol van het netwerk dan KPN, aangezien een starter niet uitgaat van in het verleden gedane investeringen. Door het gebruik van deze nieuwe methodiek vallen de interconnectietarieven lager uit. Voor het bepalen van de originating tarieven, via het EDC-model, blijven

de feitelijke door KPN gemaakte kosten bepalend. OPTA maakt het onderscheid tussen terminating en originating omdat de mate van con-currentie bij deze diensten verschil-lend is. Voor originatingdiensten kunnen marktpartijen de keuze maken om via KPN, een andere aanbieder of via eigen infrastructuur een gesprek op te halen. Dit geldt niet voor het termineren van het verkeer. Een KPN-abonnee is alleen te bereiken via het netwerk van KPN.

CORRECTIE WHOLESALESPECIFIEKE KOSTEN De interconnectietarieven zijn geba-seerd op een aantal elementen, waar-onder de wholesalespecifieke kosten. De originating interconnectietarieven zijn mede lager geworden doordat een correctie op deze kosten heeft plaats-gevonden. KPN koopt op dit moment geen interconnectie bij zichzelf in zodat zij niet met deze wholesalespe-cifieke kosten geconfronteerd wordt, kosten die zij wél bij alternatieve aanbieders in rekening brengt. Andere telecombedrijven worden daardoor

U i t O P TA C o n n e c t i e s 2 0 0 1 / 6

Meer concurrentie op lokaal telefoonverkeer

T a r i e v e n e n k o r t i n g e n

Prijssqueeze opgelost

(10)

met hogere kosten geconfronteerd dan KPN. Dit leidt tot ‘oneerlijke’ concur-rentie.

De verwachting is dat de Europese Commissie, met de nieuwe ONP regels, naar een systeem wil waarbij de

incumbent netwerkdiensten inkoopt

bij zichzelf, tegen precies dezelfde voorwaarden als haar concurrenten dat moeten doen. Voor een dergelijk inkoopmodel is een systeem nodig waarbij de onderneming juridisch of boekhoudkundig gesplitst wordt in een retail en een wholesale deel. OPTA neemt alvast een voorschot op dit toekomstige beleid van de Com-missie door een situatie na te bootsen alsof KPN bij zichzelf inkoopt, op precies dezelfde wijze als de andere operators bij haar inkopen. Met ande-re woorden, KPN ande-retail koopt in bij KPN wholesale. Dit leidt tot gelijk-waardige concurrentie, omdat KPN retail in een vergelijkbare positie komt als de andere partijen die van het net van KPN wholesale gebruik maken.

Toezicht op de eindgebruikerstarieven vindt plaats door middel van het price cap systeem. Dit systeem bepaalt de

hoogte waarmee de eindgebruikersta-rieven per jaar moeten dalen. Als KPN retail interconnectie inkoopt, en daar-door bijdraagt aan de wholesale speci-fieke kosten, nemen haar kosten toe. Door dit nieuwe inkoopmodel neemt de kostenbasis waar de price cap op gebaseerd is, toe. Het stelsel van price cap-afspraken wordt daarom gecorri-geerd voor de toegenomen kosten. Deze correctie dient vorm te krijgen door een dusdanige verlaging van de price cap verplichting van KPN dat zij geen voor- of nadelig effect onder-vindt van het nieuwe inkoopmodel. De gewijzigde kostentoerekening blijft daardoor omzetneutraal. Het gevolg is dat de eindgebruikerstarieven minder zullen dalen dan eerder is vastgesteld.

EINDGEBRUIKERS

Om de squeeze geheel op te lossen, heeft OPTA een herbalancering van de lokale eindgebruikerstarieven voorge-steld: een verlaging van het starttarief en een verhoging van het verkeers-tarief. Dit vermindert de prijssqueeze. De herbalancering is omzet- en kos-tenneutraal. De kosten blijven voor de gemiddelde klant gelijk, net als de omzet van KPN.

De starttik daalt van 10 cent naar 7,7 cent. De verkeerstarieven gaan met ongeveer 10 procent omhoog. Dit heeft tot gevolg dat gesprekken in de piek die korter zijn dan drie-en-eenhalve minuut goedkoper zijn dan voorheen. Gesprekken in de dal zijn goedkoper tot 9 minuten en

gesprek-STARTTARIEF in centen VERKEERSTARIEF in centen

oud nieuw euro oud nieuw euro

Piek 10 7,71 3,5 5,62 6,25 2,84

Dal 10 7,71 3,5 3,05 3,31 1,50

Weekend 10 7,71 3,5 2,05 2,20 1,00

De tarieven voor lokaal verkeer (binnen de regio).

(11)

ken in de nacht of het weekend zijn goedkoper tot een kwartier. Alleen eindgebruikers die lang bellen, zoals internetters, zullen een klein nadeel ondervinden. Kortbellers gaan er op vooruit. Door de herbalancering zullen zij niet meer de internetters en ande-re langbellers ‘subsidiëande-ren’.

INTERNET

Door de herbalancering van de eind-gebruikerstarieven voor lokaal tele-foonverkeer hoeft internetten per

saldo niet automatisch duurder te worden. Of dit gebeurt, hangt af van de reactie van de internetproviders. Het leeuwendeel van het internetver-keer wordt afgewikkeld via het termi-nating model. Veel aanbieders van internet (ISP’s) ontvangen van de tel-co’s kick backs, vergoedingen voor het aanleveren van telefoonverkeer. Deze kick backs worden gefinancierd uit de terminating vergoedingen. Een verla-ging van deze vergoeding leidt tot lagere kickbacks, waardoor ‘gratis’

internet nog meer onder druk komt te staan. OPTA vindt dit geen slechte ontwikkeling. Immers, bij gratis inter-net is er sprake van vormen van subsi-die door andere bellers. Telefonerende klanten betalen mee aan goedkope internetdiensten, ook de klanten die helemaal geen gebruik maken van internet.

De tariefsverandering van terminating acces leidt er tevens toe dat het voor ISP’s voordeliger kan zijn om over te stappen naar een speciaal internet-inbelnummer (06760). Dit nummer is sinds ongeveer een jaar beschikbaar. OPTA heeft onlangs aan KPN aangege-ven geen bezwaar te hebben ten aan-zien van een voorstel over nieuwe 06760-tarieven. De opbrengsten van andere aanbieders zullen hierdoor hoger zijn dan tot nu toe mogelijk was. De afweging om andere internet-producten aan te bieden wordt door veel factoren bepaald en kan per aanbieder anders uitpakken. Nieuwe producten zullen in de praktijk er toe leiden dat aanbieders van internet-diensten geheel onafhankelijk van KPN kunnen zijn in de facturering van de eindgebruiker. Daarmee worden

U i t O P TA C o n n e c t i e s 2 0 0 1 / 6

(12)

alternatieve tariefschema’s en innovatieve diensten voor de consument mogelijk. Denk aan een internet-tende scholier die op woensdagmiddag minder betaalt dan op andere dagen.

MEER KEUZE

De nieuwe interconnectie- en eindgebruikerstarieven leiden tot betere concurrentieverhoudingen en dus tot een betere positie van de consument. Door de tariefwijziging zullen nieuwe modellen ontstaan voor uitkoppeling van internetverkeer via een 06760 telefoonnummer. Daarmee worden alternatieve tariefschema’s en innovatieve diensten voor de consument mogelijk. Voor de gemiddelde consument is het effect van de verandering van de tarieven op korte termijn neutraal, op langere termijn zal er meer keuze ontstaan.

Het college heeft, in samenwerking met de NMa, in februari 2001 richtsnoeren uitgebracht waarin wordt aangegeven wanneer er sprake is van prijssqueeze. In april 2001 presenteerde OPTA richtsnoeren over de bepaling van de interconnectietarieven per 1 juli van dit jaar.

Voor de richtsnoeren, de prijssqueeze en de speech van collegevoorzitter J. Arnbak over dit onderwerp tijdens het Nationaal Telecomcongres 2001,

zie: www.opta.nlK

U i t O P TA C o n n e c t i e s 2 0 0 1 / 6

T a r i e v e n e n k o r t i n g e n

Terminating acces (EDC BULRIC)

Tarieven in centen Starttarief Verkeerstarief

per minuut Piek Dal Wnt

Nationaal 2,4 2,1 1,1 0,8

Regionaal 1,7 1,7 0,8 0,6

Lokaal 1,3 1,3 0,6 0,5

Originating acces (EDC)

Tarieven in centen Starttarief Verkeerstarief Piek Dal Wnt Carrier Select Nationaal 3,2 2,8 1,4 1,0 Regionaal 2,3 2,3 1,1 0,8 Lokaal 1,8 1,8 0,9 0,7 Carrier Preselect Nationaal 3,2 2,8 1,4 1,0 Regionaal 2,4 2,3 1,1 0,8 Lokaal 1,8 1,8 0,9 0,7

De nieuwe interconnectietarieven. Deze zijn van kracht vanaf 1 juli 2001. Voor een aantal marktpartijen kan een overgangs-termijn tot uiterlijk 1 oktober 2001 gelden.

(13)

Prijssqueeze kan ontstaan doordat de interconnectie- en eindgebruikers-tarieven niet op dezelfde manier tot-standkomen. De interconnectietarie-ven worden jaarlijks bepaald op basis van door KPN gemaakte kosten en kosten die KPN zou maken als zij een efficiënte aanbieder zou zijn die nieuw in de telecommarkt stapt. Voor eindgebruikerstarieven is voor een aantal diensten bepaald dat zij gedurende drie jaar met een bepaald percentage moeten dalen. Deze ver-schillen in het tot stand komen van interconnectie- en eindgebruikersta-rieven kunnen leiden tot prijssqueeze. CONCURRENTEN BENADEELD

Prijssqueeze kan ook veroorzaakt worden door de kosten die KPN aan

andere operators doorberekent voor haar dienstverlening. Deze kosten berekent KPN dan door in de tarieven die zij de concurrenten vraagt voor interconnectie en bijzondere toegang en niet aan zichzelf. Hierdoor zijn de kosten voor een andere aanbieder altijd hoger dan die van KPN en ondervinden concurrenten van KPN een concurrentienadeel, met prijs-squeeze tot gevolg. Gerelateerd aan de prijssqueeze is het zogenaamde biba-probleem: voor één eindgebrui-kerstarief voor verkeer binnen de regio (biba) zijn er drie groothandelstarie-ven. Concurrenten van KPN kunnen het laagste groothandelstarief echter niet inkopen. Hierdoor kunnen andere partijen minder goed op biba-verkeer concurreren.

BETER AFSTEMMEN

OPTA gaat nu onderzoeken hoe de tariefreguleringssystemen beter op elkaar kunnen worden afgestemd zodat squeeze structureel voorkomen kan worden. OPTA streeft ernaar eind 2001 een conceptueel kader te heb-ben voor een coherent en toekomst-vast tariefreguleringsmodel voor KPN’s dienstverlening aan eindgebruikers en concurrenten. In november consul-teert OPTA de markt hierover. Het conceptuele kader zal resulteren in een beleidsstandpunt waarin op hoofdlijnen is weergegeven welke aanpassingen of vernieuwingen nodig worden geacht in de tariefregulerings-systemen. K

Het prijssqueeze-oordeel van OPTA van 27 juni 2001 is te vinden op de inter-netsite: www.opta.nl.

U i t O P TA C o n n e c t i e s 2 0 0 1 / 8

Onderzoek structurele oplossing prijssqueeze

OPTA onderzoekt momenteel hoe de interconnectie- en

eindgebruikers-tariefstructuren beter op elkaar kunnen worden afgestemd om prijs-squeeze structureel te voorkomen. Prijsprijs-squeeze ontstaat als het eindge-bruikerstarief van KPN lager is dan de prijs die concurrenten aan KPN moeten betalen om dezelfde dienst aan consumenten te kunnen bieden. Met name bij het telefoonverkeer binnen de regio is dit verschil in tarie-ven te klein, waardoor concurrentie op deze markt ontbreekt. In 2001 werd de prijssqueeze tijdelijk opgelost door een verlaging in de inter-connectietarieven en een wijziging in de eindgebruikerstarieven.

(14)

OPTA stemde eind december in met het door TPG vastgestelde toereke-ningssysteem van kosten en opbreng-sten. Aan deze goedkeuring verbond OPTA een aantal voorschriften. Eén van die voorschriften gaat over hoe TPG moet rapporteren over de finan-ciële resultaten en het hierbij behaal-de renbehaal-dement van het postvervoer. In het oorspronkelijke voorschrift was aangegeven dat TPG in een

vertrouwe-lijke bijdrage zou moeten rapporteren

over het resultaat dat is behaald uit de voorbehouden en overige opgedra-gen diensten. Ook stond er dat het

rendement moet worden gerelateerd

aan het in de opdracht werkzame

vermogen.

De voorbehouden dienst (concessie) betreft de exclusieve bezorging van brieven tot en met 100 gram. De ove-rige opgedragen diensten zijn de dien-sten die TPG verplicht is te leveren, maar die ook door concurrenten van

TPG mogen worden uitgevoerd. Het genoemde voorschrift is nu gewij-zigd. TPG moet weliswaar rapporteren over het resultaat behaald uit de voorbehouden en opgedragen diensten, maar dit resultaat moet nu worden gerelateerd aan het in de

voorbehou-den en overige opgedragen diensten werkzame vermogen. Dit betekent dat

de financiële resultaten van TPG, gesplitst over de voorbehouden dien-sten en overige opgedragen diendien-sten, èn de afzonderlijke behaalde rende-menten openbaar zullen zijn. De reden voor deze wijziging is twee-ledig. Ten eerste was er sprake van een verschrijving in het oorspronke-lijke besluit. Immers: niet het rende-ment, maar het resultaat wordt gerela-teerd aan het vermogen en dit vormt dan het rendement. Ten tweede staat er nu ook dat het resultaat moet wor-den gerelateerd aan het in de voorbe-houden en overige opgedragen

dien-sten werkzame vermogen. Daarmee wil OPTA duidelijk maken dat TPG afzon-derlijk moet rapporteren over de ren-dementen van de voorbehouden en overige opgedragen diensten en niet over het rendement over het totaal van de opdracht.

PUBLIEKE TAAK

Verder vindt OPTA dat zowel de finan-ciële resultaten als het rendement openbaar moeten zijn. Eén van de redenen die OPTA hiervoor aanvoert is dat TPG als concessiehouder een publieke taak heeft. Dan moet TPG zich hierover ook publiekelijk verant-woorden. Er is bovendien geen wette-lijke basis om gegevens over de resul-taten en rendement vertrouwelijk te houden. Daar komt bij dat TPG ook in de huidige openbare concessierappor-tage over het rendement rapporteert, waarbij het resultaat is gerelateerd aan het in de opdracht werkzame vermogen.

Verder zullen de financiële resultaten en rendementen van de voorbehouden en overige opgedragen diensten van belang zijn bij de evaluatie van het tariefbeheersingssysteem, volgend

TPG moet financiële resultaten en rendementen openbaar maken

(15)

jaar. Door middel van het tariefbeheer-singssysteem bepaalt OPTA in welke mate TPG de tarieven van diensten die onder de opdracht vallen mag wijzi-gen. In 2002 zal het ministerie van Verkeer en Waterstaat, op basis van de gescheiden financiële resultaten van de voorbehouden en opgedragen diensten en het hieruit behaalde ren-dement, bekijken of het

tariefbeheer-singssysteem aanpassingen behoeft. Het ministerie zal toetsen of de tarie-ven betaalbaar zijn. OPTA zal hierover een advies geven aan de minister. De evaluatie kan dus consequenties hebben voor de tarieven in de toe-komst. Het is daarom van belang, meent OPTA, dat hierover een open discussie kan worden gevoerd. Dit is niet mogelijk als de financiële

resulta-ten en het hieruit behaalde rende-ment van zowel de voorbehouden als overige opgedragen diensten niet openbaar zijn.

De tekst van het wijzigingsbesluit staat op de website van OPTA: www.opta.nl. Tegen het OPTA-besluit van december heeft TPG inmiddels een bezwaar

ingediend bij OPTA.K

U i t O P TA C o n n e c t i e s 2 0 0 1 / 2

(16)

Om de kwaliteit van de postbezor-ging te kunnen meten voert TPG steekproeven uit waarbij ‘proefbrie-ven’ aan de reguliere poststromen worden toegevoegd. De proefbrieven zijn echter niet representatief: niet alle gewichtsklassen worden gemeten en men meet ook niet handgeschre-ven adresseringen, terwijl de meeste adressen van particulieren met de hand geschreven zijn. Bovendien wordt onvoldoende rekening gehou-den met de brievenstromen door het land heen, de spreiding van de post over de verschillende werkdagen en het verschil in omvang tussen de particuliere- en zakelijk markt. DE VOLGENDE DAG BEZORGD…

Aanleiding voor de beoordeling van de meetsystematiek van TPG is de

inwerkingtreding van het nieuwe ‘Besluit algemene richtlijnen post’

per 1 januari 2001. Vanaf deze datum moet TPG ervoor zorgen dat brieven tot en met 100 gram in ten-minste 95% van de gevallen de vol-gende dag worden bezorgd. Behalve als er sprake is van een zon- of feestdag.

Het gemiddelde van 95% is een gewogen gemiddelde van zowel losse

Overkomstduur brieven

Meetsystematiek TPG voldoet niet

(17)

brieven als partijen postbrieven. De concessiehouder moet elke maand metingen laten uitvoeren over deze poststromen. Dit dient te gebeuren door een onafhankelijke instantie. TPG overhandigt vervolgens voor 1 april van het daarop volgende kalenderjaar de algehele uitkomsten van die onder-zoeken aan OPTA, vergezeld van een nauwkeurige omschrijving van de toegepaste meetsystematiek.

Om te waarborgen dat de metingen tot betrouwbare resultaten leiden, beoordeelt OPTA de meetsystematiek vooraf op deugdelijkheid. In overleg met TPG heeft OPTA besloten dit te doen voor het ingaan van de nieuwe regelgeving op 1 januari 2001. Deze datum werd niet gehaald omdat het onderzoek meer tijd vergde en er onvoldoende informatie van TPG voorhanden was.

AFSPIEGELING VAN WERKELIJKHEID Volgens OPTA dient de meetsystema-tiek een afspiegeling van de werkelijk-heid te zijn. Daarom moet de steek-proef conform het werkelijk gebruik van de brievenstroom genomen wor-den. OPTA heeft TPG dan ook verzocht om de bestaande meetsystematiek voor de overkomstduur van brieven tot en met 100 gram aan te passen op de volgende punten:

K betere informatie over de omvang en samenstelling van de brieven-stromen;

K onderverdeling naar de diverse gewichtsklassen;

K handgeschreven en gedrukte adres-seringen dienen evenredig in de

metingen meegenomen te worden; K brieven in verschillende formaten

(omvang) en soorten (brieven én briefkaarten) en frankeringwijzen moeten evenredig in de metingen meegenomen te worden;

K de verkeersstromen van de te meten brieven moeten een representatieve afspiegeling zijn van de landelijke briefstromen. Hierbij moeten de aanbiedingspunten (daar waar de brief wordt aangeboden ter verzen-ding) en de afgiftepunten (waar men de brief ontvangt, zoals woon-huizen en zakenpanden) overeen-komstig meegenomen worden in de metingen.

Begin 2002 bekijkt OPTA of TPG de 95%-norm heeft gehaald in 2001. Om betekenis aan de uitkomst van de metingen te kunnen hechten en te bepalen of derhalve de 95%-norm is gehaald, is het van belang dat TPG een deugdelijke meetsystematiek han-teert conform bovenstaande eisen. K

(18)

Op basis van artikel 2d van de Post-wet dient de concessiehouder PTT Post andere aanbieders van postvervoer tegen redelijke, objectief gerechtvaar-digde en non-discriminatoire voor-waarden toegang tot de postbussen te verlenen. In artikel 2d wordt ook bepaald dat wanneer partijen geen overeenstemming kunnen bereiken over de te hanteren voorwaarden, OPTA op verzoek van een partij de voorwaarden die tussen partijen gel-den, vaststelt. In september 2000 heeft OPTA invulling gegeven aan het artikel en de daarbij toegekende bevoegdheden door het vaststellen van beleidsregels. MailMerge en PTT Post hebben geen overeenstemming

kunnen bereiken over de voorwaarden die PTT Post aan de toegankelijkheid van de postbussen stelt. Volgens Mail-Merge hanteert PTT Post voorwaarden die onredelijk en discriminatoir zijn en die de toegang tot de postbussen beperken. OPTA heeft de door PTT Post gestelde voorwaarden beoordeeld en nieuwe voorwaarden vastgesteld die tussen MailMerge en PTT Post gelden.

NIEUWE VOORWAARDEN TOEGANG TOT DE POSTBUSSEN

De nieuwe voorwaarden die OPTA opstelde hebben betrekking op onder andere het aantal postzendingen, de herkenbaarheid ervan en de

aanlever-tijden. De voorwaarden luiden als volgt:

1MailMerge mag alle door haar ver-voerde postzendingen, met uitslui-ting van de brieven tot honderd gram – het voor PTT Post voorbe-houden deel – voor bezorging in de postbussen van PTT Post aanle-veren. MailMerge hoeft zich daarbij niet te houden aan voorwaarden met betrekking tot afmeting, gewicht, vorm en dergelijke die PTT Post stelt aan de postzendingen. PTT Post bezorgt zelf immers ook allerlei zendingen in de postbus-sen. Bovendien is het aan MailMer-ge zelf om te bepalen welke soor-ten zendingen zij vervoert en welke voorwaarden zij daaraan stelt. De partijen dienen zich over en weer wel te houden aan de eisen van de redelijkheid, waaronder het voor-komen van beschadiging aan zendingen;

2PTT Post mag geen beperking opleggen ten aanzien van het aan-tal postzendingen dat MailMerge per locatie aanlevert voor

bezor-OPTA stelt nieuwe voorwaarden op

PTT Post moet toegang verlenen tot postbussen

(19)

ging in de postbussen;

3MailMerge dient over dezelfde aan-levertijden voor de postbussen te beschikken als PTT Post, ongeacht de vestiging. Tot op heden moest MailMerge de post op een vast tijdstip aanleveren;

4PTT Post moet MailMerge de nood-zakelijke gegevens leveren die het bedrijf nodig heeft om op alle postbuslocaties in Nederland post te kunnen bezorgen. Bij wijzigin-gen dient PTT Post deze informatie op dezelfde werkdag als waarop de informatie bij haar bekend is, aan MailMerge door te geven;

5PTT Post moet onbestelbare post-zendingen doorsturen naar het algemene postbusnummer van Mail-merge Nederland, indien MailMail-merge onbestelbare zendingen niet bin-nen tien dagen bij de postbusloca-ties van PTT Post ophaalt. PTT Post

mag hiervoor een kostengeoriën-teerde vergoeding aan MailMerge in rekening brengen. MailMerge hoeft geen antwoordnummerover-eenkomst te sluiten met PTT Post; 6PTT Post dient ervoor te zorgen

dat de door MailMerge aangeleverde zendingen tijdig, juist, volledig en onbeschadigd in de postbussen worden bezorgd. PTT Post bezorgt namelijk de door MailMerge ver-voerde postzendingen in de post-bussen. PTT Post heeft daarmee ook de verantwoordelijkheid voor de tijdige, juiste, volledige en onbeschadigde bezorging van de postzendingen van MailMerge op zich genomen.

7De voor de postbussen bestemde zendingen van MailMerge moeten herkenbaar zijn. Dit vergemakkelijkt het retourneren van onbestelbare post. Als MailMerge

voorgefrankeer-de enveloppen van PTT Post gebruikt, moet duidelijk zijn dat deze van Mailmerge afkomstig zijn. Naast bovenstaande voorwaarden heeft OPTA ook een aantal algemene voorwaarden beoordeeld die PTT Post stelt aan de toegang tot de postbus-sen. Een aanbieder die toegang wenst tot de postbussen van PTT Post, hoeft geen gespecificeerd verzoek bij PTT Post in te dienen. Een algemeen ver-zoek is afdoende en vormt de basis voor partijen om in onderlinge afstemming de toegang vast te stel-len. Dit houdt in dat wanneer Mail-Merge toegang wenst op andere post-buslocaties, zij alleen aan PTT Post hoeft aan te geven welke zendingen zij wanneer en op welke locaties zal aanleveren. PTT Post moet de toegang verschaffen op de door MailMerge gewenste datum. De toegang tot een postbus mag niet afhankelijk zijn van de resultaten van een testfase en de uitkomsten daarvan. K

www.opta.nl

zoektermen <post> of <nieuwsflits>

U i t O P TA C o n n e c t i e s 2 0 0 1 / 6

(20)

In de beslissing van 10 oktober 2001 heeft OPTA bepaald dat TPG het toerekeningssyteem postvervoer dient aan te passen volgens een aantal voorschriften. Deze voorschriften zijn verbonden aan de goedkeuring van het toerekeningssysteem. De aanpas-singen dienen vóór 31 december 2001 2001 te gebeuren. TPG vindt dat ze geen uitvoering kan geven aan het besluit en heeft de rechtbank verzocht om het besluit in een voorlopig oor-deel te schorsen.

De zaak is echter complex en 31 december is inmiddels kort dag. Om recht te doen aan de complexiteit van de zaak en de spoed die er voor TPG mee is gemoeid, geeft de rechtbank er de voorkeur aan om niet een voorlo-pig oordeel te geven maar wel binnen enkele maanden al een definitieve uit-spraak te doen. Dit brengt met zich mee dat op 31 december 2001 nog niet duidelijk zal zijn of TPG naar het oordeel van de rechter uitvoering moet geven aan de beslissing van

OPTA. OPTA heeft daarom besloten de beslissing van de rechter af te wach-ten, alvorens handhavend op te tre-den. Wel verwacht OPTA van TPG dat als de rechter OPTA in het gelijk stelt, TPG direct uitvoering geeft aan het besluit. Om te voorkomen dat er onnodige vertraging optreedt heeft OPTA aan de rechtbank laten weten dat TPG in dat geval uiterlijk 31 maart 2002 het aangepaste toerekeningssys-teem dient op te leveren. K

U i t O P TA C o n n e c t i e s 2 0 0 1 / 9

TPG in beroep tegen beslissing OPTA

P o s t

(21)

De richtsnoeren zullen door OPTA worden toegepast als beleidsregels en bevatten het door OPTA voorgeno-men beleid, zowel in procedureel als inhoudelijk opzicht. Op basis van deze richtlijnen zal OPTA invulling geven aan haar bevoegdheden ten aanzien van de voor KPN op basis van artikel 6.6 Tw geldende verplichting tot kos-tenoriëntatie van haar interconnec-tietarieven.

De richtsnoeren zijn mede tot stand gekomen op basis van de van 21 december 2000 tot 26 januari 2001 gehouden marktconsultatie. De reac-ties die OPTA naar aanleiding hiervan ontving zijn meegewogen in de vol-tooiing van het beleidsvoornemen,

zoals dat in het consultatiedocument was neergelegd. De resultaten van de consultatie zijn verwoord in het rap-port van bevindingen, dat als bijlage deel uitmaakt van de richtsnoeren. De richtsnoeren zijn te vinden op de website van OPTA.

TARIEFREGULERINGSMODELLEN

De differentiatie in de tariefregule-ringsmodellen voor terminating en originating access betekent voor KPN dat binnen de terminating dienstver-lening het begrip kostenoriëntatie een stringentere invulling krijgt dan bin-nen de bijzondere toegangsdiensten (originating access diensten). De strengere invulling is gewenst met het

oog op de bijzondere aard van deze dienst en houdt in dat de resultaten van een Bottom Up-Long Incremental Costing (BU-LRIC)-kostentoerekenings-model, door OPTA in samenwerking met KPN en andere marktpartijen ont-wikkeld, leidend zullen zijn. Hiermee wordt het tariefniveau vastgesteld zoals dat in een effectief concurreren-de omgeving tot stand zou zijn gekomen. Het kostenniveau is dan ook representatief voor een efficiënte aanbieder.

In tegenstelling tot terminating access is bij bijzondere toegangsdien-sten in beginsel wel sprake van een door concurrenten van KPN te maken ‘make or buy decision’. Omdat hierdoor in principe concurrentie mogelijk is, kan voor bijzondere diensten worden volstaan met de hernieuwde toepas-sing van de reeds in het verleden aan KPN toegestane Embedded Direct Costs (EDC)-systematiek, zij het nu zonder de destijds aan KPN opgelegde efficiëntiekortingen. In die systema-tiek wordt voor de beoordeling van de norm van kostenoriëntatie, binnen de

U i t O P TA C o n n e c t i e s 2 0 0 1 / 4

Beleidsregels tariefregulering interconnectie

I n t e rc o n n e c t i e e n b i j z o n d e re to e g a n g

OPTA introduceert ‘maatwerk’ in regulering interconnectietarieven

(22)

strikte grenzen van de EDC-principes en EDC-uitgangspunten, uitgegaan van KPN’s werkelijke kosten. ONTWIKKELINGBU-LRIC MODEL

Intussen werkt OPTA, samen met haar adviseur NERA en een uit twintig tele-combedrijven bestaande klankbord-groep, verder aan de ontwikkeling van het BU-LRIC model. In de week van 2 tot en met 6 april 2001 is aan de klankbordgroepleden de gelegenheid gegeven om het conceptmodel op het kantoor van OPTA te bestuderen en te testen. De resultaten daarvan worden nu door OPTA bekeken, waarbij wordt bezien in hoeverre het model daarop dient te worden aangepast. Na de begin mei te houden vierde klankbord-groepvergadering volgt nog een twee-de periotwee-de waarin het motwee-del door twee-de klankbordgroepleden kan worden bekeken. Afronding van het ontwikke-lingsproces vindt plaats na de vijfde klankbordgroepvergadering. Dit bete-kent dat het model naar verwachting eind mei 2001 gereed zal zijn. K

KPN moet collocatiediensten die worden geleverd ten behoeve van interconnectie, opnemen in haar ‘Referentie Interconnectie Aanbie-ding’ (RIA). De RIA, een catalogus van de mogelijkheden, voorwaar-den en tarieven die KPN op het gebied van interconnectie aan haar concurrenten kan leveren, moet het complete aanbod op het gebied van interconnectie omvat-ten. Daaronder vallen ook de collo-catiediensten die KPN zegt speci-fiek te leveren ten behoeve van interconnectie.

In juli 2000 signaleerde OPTA dat de RIA op een aantal punten niet vol-deed aan de eisen die de Telecommu-nicatiewet stelt. KPN kreeg toen van OPTA de mogelijkheid de RIA op de genoemde punten te wijzigen. Als KPN geen of onvoldoende gevolg zou geven aan de door OPTA opgedragen aanpassingen, en daarmee naar het oordeel van OPTA onderdelen in de RIA handhaaft die in strijd zijn met de Telecommunicatiewet, zou OPTA zo

nodig gebruik maken van het haar ter beschikking staande wettelijk instru-mentarium. Na bestudering van de door KPN doorgevoerde wijzigingen moet OPTA concluderen dat KPN op een aantal onderdelen de RIA onvol-doende heeft aangepast. Om er voor te zorgen dat KPN alsnog haar RIA zodanig wijzigt dat de door het colle-ge op deze onderwerpen colle- geconstateer-de strijdigheid met geconstateer-de wet wordt opgeheven, is er naast het voeren van besprekingen door OPTA een juridisch traject ingezet.

VOORAANKONDIGINGEN EN LAST ONDER DWANGSOM

In het kader van het juridische traject heeft OPTA afgelopen maart een drie-tal zogeheten vooraankondigingen van een last onder dwangsom* aan KPN verstuurd. KPN heeft naar aanleiding van deze vooraankondigingen haar reactie kunnen geven. Met betrekking tot collocatie in samenhang met interconnectie geeft KPN aan het niet eens te zijn met het standpunt van OPTA. Volgens KPN beperkt het begrip

Last onder dwangsom voor KPN

(23)

interconnectie zich tot de fysieke koppeling van telecommunicatienet-werken en het afleveren van telefoon-verkeer op die netwerken (de zogehe-ten ‘terminating access’). Collocatie in samenhang met interconnectie hoort daar volgens haar niet bij en dus vindt KPN dat een dergelijke dienst ook niet in haar RIA behoeft te worden opgenomen.

OPTA blijft van mening dat collocatie in samenhang met interconnectie wel tot het begrip interconnectie moet

worden gerekend en dus in de RIA van KPN moet worden opgenomen. OPTA beroept zich hierbij onder andere op de Interconnectierichtlijn en een beleidsdocument van de Europese Commissie, de zogenaamde ‘Indicative Reference Interconnection Offer’. KPN dient nu binnen vier weken na dagte-kening van het dwangsombesluit een RIA bekend te maken en aan OPTA voor te leggen, waarin collocatiedien-sten die KPN levert ten behoeve van interconnectie worden aangeboden.

NADERE BESPREKINGEN

Met betrekking tot de twee eerdere vooraankondigingen geeft KPN aan op bepaalde wijze alsnog aan het RIA-oordeel tegemoet te willen komen. De reactie van KPN vormt voor OPTA aanleiding om thans nog niet over te gaan tot het opleggen van dwangsommen. Er zullen concrete afspraken gemaakt moeten worden over wanneer KPN alsnog concreet haar RIA op deugdelijke wijze zal aanpassen. Mocht dit tot onvoldoende resultaten leiden, dan legt OPTA alsnog een dwangsom op.

Het oordeel van 28 juli 2000 over de RIA door OPTA en de tekst van het vol-ledige dwangsombesluit collocatie in samenhang met interconnectie is te vinden op de website van OPTA: www.opta.nl.

* Interconnectie op het niveau van num-mercentrales, interconnecterende huurlij-nen en collocatie in samenhang met interconnectie.K

U i t O P TA C o n n e c t i e s 2 0 0 1 / 5

I n t e r c o n n e c t i e e n b i j z o n d e r e t o e g a n g

(24)

Op 18 december 2001 van dit jaar is tijdens een openbare hoorzitting aan marktpartijen de gelegenheid gebo-den om mondeling te reageren op de voorlopige bevindingen en ideeën in het consultatiedocument. De schrifte-lijke reactietermijn loopt af op 18 januari 2002.

REDELIJKHEID VAN VERZOEKEN

Het consultatiedocument bestaat uit een analyse van diverse vormen van bijzondere toegang op de mobiele markt. Het document geeft verder inzicht in de ideeën die OPTA heeft over de beoordeling van de redelijk-heid van verzoeken hiertoe. OPTA werd bij het opstellen van het consul-tatiedocument op technisch, juridisch en economisch gebied ondersteund door twee externe onderzoeksbureaus

met expertise van mobiele netwerken en de mobiele markt.

Het college ziet de bevindingen in het consultatiedocument als voorlo-pige uitgangspunten bij het beslech-ten van geschillen tussen marktpar-tijen die bijzondere toegang vragen tot mobiele netwerken enerzijds en mobiele partijen met een aanmerke-lijke marktmacht anderzijds. Als uit de consultatie blijkt dat de markt behoefte heeft aan beleidsregels voor de beoordeling van de redelijk-heid van verzoeken om bijzondere toegang, zal OPTA deze naar ver-wachting opstellen, ter verduidelij-king van het beleid.K

Het consultatiedocument is onder meer gepubliceerd op de website van OPTA: www.opta.nl.

Consultatie bijzondere toegang

tot mobiele netwerken

OPTA publiceerde op 30 november 2001 een consultatiedocument over bijzondere toegang tot mobiele netwerken. Aanleiding voor de consultatie waren onder andere vragen vanuit de markt en van het Forum voor Interconnectie en Speciale Toegang (FIST).

Carrier-preselectie

op lokaal verkeer

KPN biedt per 1 augustus 2002 Carrier-preselectie (CPS) ook op lokaal verkeer aan. Vanaf deze datum hoeft er geen regiocode meer gebruikt te worden om een lokaal gesprek via een Carrier-preselect-aanbieder te laten afwikkelen. Het lokale verkeer zal worden toege-voegd aan het huidige CPS-verkeer in een model waarbij het pakket nationaal is opgesplitst, zodat er in totaal vijf pakketten met verkeers-soorten voor de eindgebruiker ont-staan: binnenbasis, buitenbasis, vast-mobiel, internationaal en alles. Het lokale verkeer is in dit model bij het pakket binnenbasis (biba) gevoegd. Biba is het verkeer binnen een netnummergebied en naar aan-grenzende nummergebieden, het zogeheten binnenbasisgebied. Lokaal verkeer via CPS vergroot de concurrentie op het telefoonverkeer in de lokale markt.K

(25)

KPN moet ADSL-aanbieder BaByXL twee vormen van gedeelde toegang tot haar aansluitnet bieden tegen een kostengeoriënteerd tarief. BaByXL hoeft hierdoor niet langer een duurdere volledig ontbundelde aansluitlijn, inclusief de telefoon-dienst, af te nemen voor haar DSL-dienstverlening. Daarnaast mag KPN BaByXL geen telefoon-abonnement in rekening brengen bij het overne-men van een aansluitlijn. OPTA verwacht met deze uitspraak van 12 november 2001 een belangrijke stap gezet te hebben bij de bevor-dering van concurrentie bij het aan-bieden van snelle internettoegang. DSL-aanbieders zijn door het ontbre-ken van de mogelijkheid van gedeelde toegang tot september 2001 gediscri-mineerd ten opzichte van KPN’s eigen Mxstream-dienstverlening: KPN bood zichzelf via Mxstream wel gedeelde toegang, terwijl andere aanbieders die niet kregen. Als BaByXL hierdoor schade heeft geleden kan zij hiervoor naar de civiele rechter stappen.

ONTBUNDELING

Als DSL-aanbieders gebruik wilden maken van het netwerk van KPN, bood KPN hen tot september 2001 alleen de mogelijkheid om een volledige

aan-sluitlijn over te nemen, zogenaamde volledige ontbundeling.

Aansluitlijnen kunnen gelijktijdig gebruikt worden voor zowel de hoog-frequente, breedbandige

DSL-dienst-U i t O P TA C o n n e c t i e s 2 0 0 1 / 9

I n t e r c o n n e c t i e e n b i j z o n d e r e t o e g a n g

Besluit over toegang tot het aansluitnet

(26)

verlening als de traditionele spraak-telefonie. Spraaktelefonie vormt het laagfrequente deel van de lijn. Door de introductie van gedeelde toegang (‘linesharing’) tot het aansluitnet hoe-ven DSL-aanbieders uitsluitend nog maar het hoogfrequente deel van de lijn voor hun DSL-dienstverlening af te nemen. KPN kan het laagfrequente deel voor telefonie zelf blijven exploiteren. Een eindgebruiker kan door deze linesharing zijn telefoondienst van KPN behouden en daarbovenop breed-band internettoegang van een andere DSL-aanbieder afnemen. Gedeelde toe-gang tot het aansluitnetwerk is aan-zienlijk goedkoper voor DSL-aanbie-ders dan volledig ontbundelde toe-gang. Hierdoor kunnen de aanbieders veel effectiever concurreren met KPN, die met Mxstream prominent op de DSL-markt aanwezig is.

PLAATSEN VAN SPLITTERS

Om een gedeelde toegang mogelijk te maken, moet het signaal dat over de aansluitlijn gaat in de centrale van KPN en waar ook de DSL-aanbieders hun apparatuur hebben staan, in twee delen gesplitst worden. Het signaal

voor spraaktelefonie moet verder door het netwerk van KPN geleid worden, het signaal ten behoeve van de DSL-dienstverlening gaat naar de appara-tuur van de DSL-aanbieders.

Er zijn in ieder geval twee manieren waarop de splitsing van het signaal kan worden gerealiseerd. De ene mogelijkheid is dat de ‘splitters’ door KPN geleverd en beheerd worden. KPN levert dan vervolgens het breedbandi-ge signaal af bij de DSL-aanbieders. De andere mogelijkheid is dat de DSL-aanbieders de splitters in hun eigen ruimte op de centrale plaatsen en deze beheren. De aanbieders leiden dan het laagfrequente deel voor telefonie weer terug naar KPN. KPN heeft, tegen de wensen van marktpartijen in, alléén de tweede optie ontwikkeld en biedt deze sinds

september aan. BaByXL en andere DSL-aanbieders geven echter de voor-keur aan de eerste optie, waarbij KPN de splitter-apparatuur plaatst en beheert. Hierdoor hoeven de aanbie-ders niet de kostbare en schaarse ruimte die zij van KPN huren, te gebruiken voor de splitter-apparatuur. Bovendien hebben zij in dit geval geen gedeelde verantwoordelijkheid voor het telefoonsignaal van KPN. KPN eist bijvoorbeeld dat de DSL-aanbie-ders storingen, als deze zich voordoen in het laagfrequente deel als gevolg van de splitter, binnen acht uur ver-holpen hebben. Dit is een grote belas-ting voor de bedrijfsvoering van de nieuwe marktpartijen. KPN moet BaByXL daarom ook de variant bieden die BaByXL’s voorkeur heeft.

De moeilijkheden voor alternatieve DSL-aanbieders zijn met deze uit-spraak niet verdwenen. Opta zal de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten houden, en waar mogelijk een actieve rol spelen. Zo beoordeelt OPTA op dit moment het referentieaanbod voor de ontbundelde toegang tot het aansluitnet. K

U i t O P TA C o n n e c t i e s 2 0 0 1 / 9

(27)

OPTA hanteert sinds 1 januari 1998 kwantitatieve normen voor korte (dat wil zeggen achtcijferige) informatie-nummers. Dit gebeurt om te kunnen beoordelen of aangevraagde korte informatienummers zodanig intensief zullen worden gebruikt dat, ook bij schaarste van deze nummers, toeken-ning of behoud van één of meer nummers gerechtvaardigd is. Deze normen oftewel bel-eisen waren tot voor kort 4500 belpogingen en 10.000 belminuten per maand gemiddeld over een jaar. Daarbij was geen verschil gemaakt tussen de verschillende dienstencodes 0800, 0900, 0906 en 0909.

OPTA heeft sinds 1998 enkele groot-schalige toezichtsacties gehouden. Daarbij is onderzocht of de nummer-houders (degenen die de nummers exploiteren) voldoen aan de genoem-de bel-eisen. Op basis van genoem-de gege-vens die bij de toezichtsacties zijn

verzameld en geanalyseerd heeft OPTA besloten de gehanteerde bel-eisen voor toekenning en handha-ving van korte informatienummers wat betreft het aantal oproepen en belminuten te verlagen. In de prak-tijk bleek dat de bestaande eisen voor veel nummerhouders te hoog waren. OPTA zou dan onevenredig veel nummers hebben moeten intrekken.

Ook is gebleken dat de aard van de verschillende dienstencodes verschil-lende bel-eisen per dienstencode rechtvaardigen. Nummers voor dien-sten die zijn bedoeld het gesprek zo lang mogelijk te laten duren (bij-voorbeeld sexlijnen) genereren naar

verhouding een hoog aantal belminu-ten en juist een betrekkelijk laag aantal oproepen. Gratis nummers (0800-nummers) daarentegen zullen eerder een hoog aantal oproepen en betrekkelijk weinig belminuten gene-reren.

De nieuwe bel-eisen voor toekenning en behoud van korte informatienum-mers, die gelden sinds 31 januari jl., staan vermeld in het bij dit artikel afgedrukte overzicht. Bij het vast-stellen van deze eisen is uitgegaan van de in het kader van de eerderge-noemde toezichtsacties verzamelde gegevens. OPTA kan toegekende nummers intrekken als het gereali-seerde gebruik lager blijkt te zijn dan de genoemde bel-eisen. Ook in de nu bijgestelde bel-eisen blijft de mogelijkheid bestaan in uitzonder-lijke gevallen van deze eisen af te wijken. K

U i t O P TA C o n n e c t i e s 2 0 0 1 / 2

OPTA versoepelt bel-eisen voor korte informatienummers

N u m m e r s e n r e g i s t r a t i e s

OPTA heeft besloten de bel-eisen voor zogeheten korte informatienum-mers te versoepelen. Ook wordt bij de nieuwe eisen onderscheid gemaakt naar de diverse soorten nummers. Gevolg is dat OPTA korte informatienummers voortaan gemakkelijker zal toekennen en minder snel zal intrekken.

Dienstencode Bel-eisen per maand gemiddeld over een jaar

0800-xxxx 3.500 oproepen en 6000 belminuten

0900-xxxx 3.000 oproepen en 7500 belminuten

0906-xxxx 2.500 oproepen en 10.000 belminuten

(28)

In de Telecommunicatiewet zijn twee artikelen opgenomen op grond waar-van OPTA kan optreden tegen num-merhandel. Zo kan OPTA op grond van artikel 4.3 de toekenning van een nummer weigeren als uit de aanvraag blijkt dat het kennelijk de bedoeling is de aangevraagde num-mers te verhandelen. In artikel 4.7 staat dat OPTA een al toegekend of gereserveerd nummer kan intrekken als na de uitgifte blijkt dat het num-mer is aangevraagd met de kennelijke bedoeling het te verhandelen. In de Telecommunicatiewet is geen definitie van nummerhandel opgeno-men. In de praktijk wordt onder nummerhandel verstaan zowel het tegen betaling in gebruik geven van een nummer als het tegen betaling overdragen van een nummer. Een voorbeeld van nummerhandel is als kaashandelaar Jansens het door hem aangevraagde alfanumerieke nummer 0900-kaasboer (0900-52272637)

pro-beert voor veel geld te verkopen aan concurrent Pieters. In zo’n geval zou OPTA kunnen ingrijpen door het aan Jansens toegekende nummer in te trekken.

De wetgever beschouwt overigens niet alle vormen van nummerhandel als onwenselijk. Stel dat een mobie-le-telecomaanbieder extra geld aan een klant vraagt voor een ‘mooi’ nummer (bijvoorbeeld 06-12 12 12 12). Dan wordt dat niet beschouwd als nummerhandel. Maar als nummer-handel leidt tot drempels in de tele-commarkt en het de kosten voor

marktpartijen verhoogt, kan OPTA daartegen optreden.

Om duidelijkheid te scheppen over hoe OPTA omgaat met de bovenge-noemde intrekkingsbevoegdheid en ook naar aanleiding van vragen die zij hierover heeft gekregen, heeft OPTA nu beleidsregels vastgesteld. Daarin staat hoe OPTA een aanvraag tot intrekking van een toegekend of gereserveerd nummer zal beoordelen en in welke gevallen zij tot intrek-king van zo’n nummer zal overgaan. AANVRAAG TOT INTREKKING

Zowel een potentiële gebruiker (beller) als een potentiële nummer-houder (degene die het nummer in gebruik wil nemen) van het desbe-treffende nummer kan bij OPTA een aanvraag tot intrekking van dat num-mer indienen. Hierbij moet er sprake zijn van een concreet aanbod tot het tegen betaling in gebruik geven dan wel het tegen betaling overdragen van een nummer.

Een intrekking van een toekenning kan zowel voor de nummerhouder als voor degenen die het nummer willen bellen ingrijpende gevolgen hebben.

OPTA stelt beleidsregels voor nummerhandel vast

OPTA heeft beleidsregels vastgesteld voor het intrekken van

(telefoon)nummers als blijkt dat er sprake is van handel in nummers. Dat was nodig omdat in de Telecommunicatiewet geen definitie van nummerhandel is opgenomen.

De wetgever beschouwt

niet alle vormen van

(29)

Als OPTA vindt dat er sprake is van ongewenste nummerhandel, zal zij dan ook een zorgvuldige afweging maken tussen de belangen van alle

betrokkenen. Dat zijn in dit geval ook de al bestaande nummerhouders en bellers van de bij het nummer behorende dienst. Als belangen door

de intrekking van de toekenning van een nummer onevenredig worden geschaad zal OPTA niet tot intrekking van het nummer overgaan. K

U i t O P TA C o n n e c t i e s 2 0 0 1 / 3

(30)

Met name de elektronische postbus-diensten (084) en persoonlijke num-merdiensten (087) zijn niet voor iedereen oproepbaar. Dit geldt ook voor gratis diensten (0800) en betaalde informatiediensten (0900, 0906 en 0909). De oorzaak van de onbeschikbaarheid ligt in het feit dat men toegang krijgt tot het netwerk van dienstaanbieders, van bijvoor-beeld Unified Messaging diensten,

die niet altijd toegang hebben tot het netwerk van KPN en Libertel. De dienstaanbieders kunnen daardoor

hun klanten, veelal abonnees van KPN en Libertel, niet van dienst zijn.

Meer keus voor eindgebruikers

OPTA publiceert beleidsregels aankiesbaarheid

(31)

U i t O P TA C o n n e c t i e s 2 0 0 1 / 9

U i t O P TA C o n n e c t i e s 2 0 0 1 / 6

N u m m e r s e n r e g i s t r a t i e s

RICHTLIJNEN

Om de dienstverlening bij de klant te krijgen, moeten de netwerken van KPN en Libertel toegankelijk zijn voor de dienstaanbieders. Dat vergt veelal langdurige onderhandelingen. De nieuwe beleidsregels van OPTA geven richtlijnen bij eventuele geschillen tussen de dienstaanbieders en net-werkexploitanten over de toeganke-lijkheid van het netwerk.

Volgens OPTA moeten partijen met aanmerkelijke marktmacht, zoals KPN Mobile en Libertel, voldoen aan elk verzoek van dienstaanbieders om 084, 087, 0800 en 090x nummers aankies-baar te maken. De dienstaanbieders die deze nummers gebruiken hebben immers anders geen enkele reële mogelijkheid om hun diensten aan te bieden aan eindgebruikers. Voor het vaste net van KPN gelden soortgelijke regels. OPTA vindt het redelijk als KPN op het vaste netwerk naast bovengenoemde nummers ook carrier-selectienummers (16xy en 10xyz), internettoegangnummers (06760) en virtual private network nummers (082-xyz) op verzoek aan-kiesbaar maakt. Als dienstaanbieders

deze diensten willen aanbieden aan de eindgebruikers van KPN-vast, moe-ten zij hiertoe bij KPN een verzoek om bijzondere toegang indienen. TOEGANG AFDWINGEN

Met de nieuwe beleidsregels wil OPTA bevorderen dat eindgebruikers meer keus krijgen in het aantal aangeboden diensten. Met de beleidsregels kunnen dienstaanbieders sneller toegang afdwingen tot de netwerken van aan-merkelijke marktmachtpartijen. OPTA verwacht dat de eindgebruikers van aanbieders zonder aanmerkelijke marktmacht, zowel van mobiele als vaste netwerken, van dezelfde dienst-verlening gebruik willen maken. Door de invoering van de nieuwe regels is de verwachting dat die aanbieders daartoe makkelijker kunnen overgaan. K

www.opta.nl, zoektermen <aanmerkelij-ke marktmacht>, <richtsnoeren>, <beleidsregels>, <aankiesbaarheids-diensten>.

De beleidsregels zijn op te vragen bij het secretariaat van de afd. Nummers en Registraties, (070) 315 92 32.

Publicatie

beleidsregels

nummeruitgifte

(32)

Op 6 juni 2001 is de Stichting Informatiedienstencode (STIC) erkend door Staatssecretaris De Vries van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Dit heeft gevolgen voor de markt voor informatiedien-sten. Partijen binnen deze markt moeten aan nieuwe eisen voldoen. Informatiediensten zijn te bereiken via de nummers 0800, 0900, 0906 of 0909. Verwacht wordt dat door het nieuwe eisenpakket de herken-baarheid en de betrouwherken-baarheid en dus het imago van informatiedien-sten verbetert.

De erkenning van de STIC heeft gevol-gen voor zowel aanbieders van diensten die via een informatienummer bereik-baar zijn, de platformaanbieders als de bellers van de nummers. Platform-aanbieders zijn telecommunicatie-aan-bieders die in opdracht van de aanbie-ders van informatiediensten de nummers toegankelijk maken voor de bellers. EISEN EN VOORWAARDEN

Exploitanten van diensten die via een informatienummer bereikbaar zijn moeten de tarieven voor hun diensten duidelijk en vooraf vermelden. Ook

mogen hun diensten niet in strijd zijn met inhoudelijke eisen. Zo mogen bij-voorbeeld pornografische diensten niet gericht zijn op minderjarigen. Daarnaast moeten de aanbieders van informatienummers de juiste (sub)-nummerreeks gebruiken. In de presen-tatie van het nummer moeten de eer-ste vier cijfers apart waarneembaar

zijn. In het geval van erotische dien-sten is dit de cijfercombinatie 0906. Als de informatiediensten niet aan deze eisen voldoen kunnen er sancties volgen. Bij overtreding kan de dienst drie maanden worden stopgezet en in uiterste instantie kan de STIC aan OPTA vragen het betreffende nummer in te trekken. Bij nieuwe aanvragen voor informatienummers moet voor-taan tegenover OPTA verklaard worden dat de nummerhouder bereid is zich aan de door de STIC vastgestelde gedragscode te houden.

Platformaanbieders dienen zich bij de STIC aan te sluiten en de stichting te bekostigen. Zij moeten op aanwijzing van de STIC meewerken aan het

effec-tief maken van de eventueel door STIC opgelegde sancties, bijvoorbeeld door gedurende een zekere periode bepaal-de nummers ontoegankelijk te maken. SAMENWERKING

Daar waar bevoegdheden elkaar over-lappen zullen OPTA en STIC samenwer-ken. Bijvoorbeeld om aanbieders van informatiediensten de juiste nummer-reeks te laten gebruiken. Ook zullen STIC en OPTA informatie uitwisselen en zonodig naar elkaar verwijzen. De STIC zal de gedragscode actueel hou-den en voldoen aan eisen van onpar-tijdigheid en transparantie.

Bellers naar informatienummers krij-gen door de nieuwe eisen meer rech-ten en bescherming. Voor hen ont-staat de mogelijkheid om over een verkeerd gebruik van informatienum-mers te klagen bij de STIC. Ook zullen zij van tevoren beter geïnformeerd zijn over de verschillende soorten informatiediensten en over de kosten ervan. De nieuwe eisen zorgen voor meer transparantie in de markt voor informatienummers. K

www.STIC-Nederland.nl

U i t O P TA C o n n e c t i e s 2 0 0 1 / 6

Nieuwe eisen informatienummers

N u m m e r s e n r e g i s t r a t i e s

(33)

Op basis van artikel 6.4 lid 2 van de Telecommunicatiewet kunnen aanbie-ders van mobiele telefoondiensten, die op de markt voor vaste en mobiele telefonie tezamen een aandeel van 25 procent of meer hebben, worden aangewezen als AMM. OPTA gaat de mogelijkheid en de wenselijkheid onderzoeken van het aanwijzen van aanbieders van mobiele telefoondien-sten tot aanbieder met AMM. Als dat het geval is, dan zijn deze bedrijven verplicht kostengeoriënteerde inter-connectietarieven te hanteren. Inter-connectietarieven zijn de tarieven die telecombedrijven elkaar betalen voor

het gebruik van elkaars netwerk. Kos-tengeoriënteerd wil zeggen gebaseerd op daadwerkelijk gemaakte kosten plus een redelijke winstopslag. Directe aanleiding voor het onderzoek vormen de zogeheten terminating-tarieven. Dat zijn de tarieven die mobiele aanbieders elkaar in rekening brengen voor het afhandelen van de telefoongesprekken naar een mobiel toestel van hun abonnees. Momenteel zijn deze terminatingtarieven aan de hoge kant. Recentelijk hebben twee mobiele aanbieders hun terminating-tarieven zelfs nog verder verhoogd.

VERSCHILLENDE KOSTEN

Ook vermoedt OPTA dat op groothan-dels- (wholesale)niveau de kosten voor het bellen naar een mobiele telefoon (de terminatingtarieven) verschillen van de kosten voor het bellen vanaf een mobiele telefoon. Dit terwijl voor beide soorten tele-foongesprekken hetzelfde stuk van het mobiele netwerk lijkt te worden gebruikt. OPTA wil nagaan in hoeverre de inzet van het AMM-instrument ertoe kan bijdragen dat de mobiele terminatingtarieven zullen dalen. BESLUIT

Het AMM-onderzoek zal voorjaar 2001 plaatsvinden. OPTA wil in september 2001 een besluit nemen over het aan-wijzen van mobiele aanbieders met aanmerkelijke macht op de markt voor vaste en mobiele telefonie tezamen. Verder zal OPTA dit jaar de aanwijzin-gen van KPN als aanbieder met aan-merkelijke macht op de markt voor vaste telefonie, voor mobiele telefonie en voor huurlijnen, evenals de aanwij-zing van Libertel op de markt voor mobiele telefonie, opnieuw onder de loep nemen. K

Onderzoek naar aanmerkelijke macht op vast- mobiele markt

OPTA gaat onderzoeken of er in Nederland aanbieders van mobiele tele-foondiensten zijn die kunnen worden aangewezen als aanbieder met aan-merkelijke macht op de markt (AMM) voor vaste en mobiele telefonie tezamen. Aanleiding voor dit onderzoek zijn de nog steeds hoge inter-connectietarieven voor het bellen naar een mobiel toestel.

(34)

In artikel 6.4 van de Telecommunica-tiewet staat dat OPTA aanbieders van onder andere huurlijnen kan aanwij-zen als aanbieder met aanmerkelijke marktmacht als zij op de (totale) huurlijnenmarkt een aandeel hebben van meer dan 25 procent. Voor der-gelijke aanbieders gelden, waar het interconnectie en bijzondere toegang betreft, extra verplichtingen ten opzichte van aanbieders die de AMM-status niet hebben. Tot die verplich-tingen behoren onder meer de eisen tot het hanteren van niet-discrimine-rende, kostgeoriënteerde en transpa-rante tarieven. Kostengeoriënteerd wil zeggen tarieven die zijn geba-seerd op daadwerkelijk gemaakte kosten plus een redelijke winstop-slag.

ONDERSCHEID

In artikel 7.2 van dezelfde wet staat dat OPTA een telecombedrijf moet aanwijzen tot aanbieder met AMM op de markt voor huurlijnen, ‘voor zover die aanbieder over een aanmerkelijke macht op de relevante markt

beschikt’. Deze aanwijzing verplicht de aanbieder onder meer in het hele land hetzelfde aanbod van huurlijnen te doen tegen hetzelfde tarief en tariefwijzigingen twee maanden van tevoren bekend te maken. In artikel 7.2 wordt, zo redeneerde KPN, impli-ciet onderscheid gemaakt naar ver-schillende soorten huurlijnen. Daar-om heeft OPTA op grond van artikel 7.2 KPN ten onrechte aangewezen als aanbieder met aanmerkelijke macht op de gehele markt voor huur-lijnen, stelde KPN. OPTA had volgens

KPN onderscheid moeten maken naar KPN’s positie op de verschillende deelmarkten (huurlijnen kleiner dan 2 Mb, 2 Mb, groter dan 2 Mb en Permanent Virtual Circuits (PVC’s) oftewel huurlijnen met variabele capaciteit).

KPN stelde dat op de markt voor huurlijnen groter dan 2 Mb aanbie-ders actief zijn met een groter marktaandeel dan KPN. OPTA daaren-tegen betoogde dat op basis van de Telecommunicatiewet en de uitleg daarvan de aanwijzing zou moeten gelden voor de totale huurlijnen-markt.

Op die totale markt is KPN gemiddeld gezien veruit de grootste aanbieder. De president van de rechtbank in Rotterdam deed op 31 januari 2001 uitspraak in deze kwestie. De presi-dent is van mening dat OPTA in het kader van een aanwijzing op basis van artikel 7.2 van de Telecommuni-catiewet inderdaad moet differentië-ren naar productmarkten, dat wil zeggen deelmarkten op basis van de capaciteit van de desbetreffende huurlijnen. Dit betekent dat de

aan-Rechter: KPN geen aanbieder met marktmacht voor huurlijnen gro

A a n m e r k e l i j k e m a r k t

Figure

Updating...

References

Related subjects :