• No results found

Slaap kindje slaap..., Slaapmoeilijkheden bij kinderen

N/A
N/A
Protected

Academic year: 2022

Share "Slaap kindje slaap..., Slaapmoeilijkheden bij kinderen"

Copied!
24
0
0

Bezig met laden.... (Bekijk nu de volledige tekst)

Hele tekst

(1)

‘Slaap kindje slaap…’

Slaapmoeilijkheden bij kinderen

(2)

2

Inleiding

Dat slapen van levensbelang is, hoeft niet gezegd te worden.

Kinderen komen weer op krachten na de inspanningen van overdag en bovendien groeien ze tijdens de uren die ze slapen.

Maar slapen heeft nog een andere, zeer belangrijke functie, namelijk het verwerken en opslaan van de informatie die overdag verzameld werd.

Hoe lang ze moeten slapen, verschilt van kind tot kind. Met het ouder worden hebben kinderen steeds minder slaap nodig. Het is echter moeilijk te bepalen hoeveel uren nachtrust een kind nu juist nodig heeft. Wanneer een kind overdag vaak vermoeid of humeurig rondloopt of zich minder goed kan concentreren, kan dit een teken zijn dat het kind te weinig slaapt of te laat gaat slapen. Maar moeilijk uit bed raken is niet altijd een signaal van slecht slapen.

(3)

3

Wanneer het slapen niet zo gemakkelijk gaat…

Slaapmoeilijkheden kunnen grotendeels opgedeeld worden in inslaapmoeilijkheden en doorslaapmoeilijkheden.

Inslaapmoeilijkheden vallen bij ieder kind wel eens voor, maar kunnen wel vervelend zijn als ze lange tijd aanhouden.

Ieder kind wordt wel een paar keer wakker op een nacht, maar na zich wat om te draaien zal het kind wel weer in slaap vallen.

Indien dit niet zo gemakkelijk verloopt, dan spreken we over doorslaapmoeilijkheden. Meestal kunnen kinderen met doorslaapmoeilijkheden ook moeilijker inslapen. Een kind dat bij het slapengaan niet zelfstandig kan inslapen, zal dit ’s nachts ook niet kunnen wanneer het wakker wordt.

Mogelijke factoren die meespelen bij slaapmoeilijkheden (zowel inslaap- als doorslaapmoeilijkheden) zijn:

• de aard van het kind: Het kan zijn dat je ‘van nature’ uit slecht slaapt. Er zijn dus – zowel bij kinderen als volwassenen – sowieso lichtere slapers, en personen die van niets lijken wakker te worden.

(4)

4

• het temperament van het kind: Een zeer beweeglijk kind heeft het moeilijker om in slaap te geraken doordat de overgang van dag naar nacht minder vlot verloopt.

• de voeding: In het algemeen geldt, hoe beter een baby eet, hoe langer hun slaapduur. Ook is er een verband tussen het krijgen van borstvoeding en het ’s nachts wakker worden.

Kinderen die borstvoeding krijgen worden ’s nachts vaker wakker dan leeftijdsgenoten die vaste voeding of flesvoeding krijgen. Toch wensen we het belang van moedermelk niet te ontkennen. Wat oudere kinderen betreft is het belangrijk om geen zware maaltijden te serveren voor het slapengaan. Dit is moeilijker verteerbaar voor de kinderen.

• het gedrag van de ouders: Wanneer het kind weet dat als hij ’s nachts wakker wordt en begint te roepen/wenen, één van de ouders meteen komt opdagen en hij extra aandacht krijgt, onthoudt hij dit en zal hij het keer op keer proberen. Dit is een gewoonte die het kind aanleert en hij zal deze niet zo gauw vergeten. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat we kinderen geen veiligheid mogen bieden wanneer ze angstig zijn en we mogen dus gerust een keertje gaan kijken.

• lichamelijke oorzaken: Wanneer een kind tanden krijgt, of ziek is, zal hij slechter slapen. Van zodra deze problemen van de baan zijn, zal het kind terug beter slapen.

(5)

5

• stresserende en andere situaties: Wanneer een kind onder positieve of negatieve spanning staat, zal dit ook een effect hebben op zijn slaapgewoonten. De komst van Sinterklaas bezorgt heel wat kinderen moeilijke nachten! Doordat het kind een tijdje moeilijker slaapt, moeten we opletten dat dit probleem zich niet blijvend installeert.

• verkeerde slaapgewoonten: Iedere avond op een verschillend uur gaan slapen is weinig bevorderlijk voor een goede nachtrust. Of, indien het kind altijd tussen vader en moeder slaapt, wordt het moeilijk om dit na lange tijd niet meer toe te staan. Het is belangrijk om een goed slaapritueel op te bouwen en dit al van jongs af aan. Meer uitleg vindt u in deze brochure.

• de slaapkamer en haar omgeving: Een slaapkamer met te veel licht of een te weinig verluchte kamer, of een te warme of te koude kamer zijn niet bevorderlijk voor een gezonde nachtrust.

• angst: Deze factor wordt verderop besproken in deze brochure.

(6)

6

Tips bij inslaapmoeilijkheden

Volgende hulpmiddeltjes zijn handig om het slapengaan minder moeizaam te doen verlopen:

- Rustig en beslist vertellen aan je kind wat er zal gebeuren. Zo is je kind voorbereid.

Jef (vijf jaar) is druk met de lego aan het spelen. Mama komt de woonkamer binnen. “Jef, binnen vijf minuten ruimen we de lego op, en gaan we naar boven.”

- Maak een ritueel van het slapengaan. Elke avond dezelfde volgorde doorlopen, vormt voor het kind een herkenningspunt.

* kleren uitdoen

* pyjama aantrekken

* tanden poetsen en naar het toilet gaan

* gordijnen dichttrekken

* de knuffeldieren schikken

* in bed kruipen, enzovoort.

- Geef je kind alles waar het altijd nog even voor naar beneden komt. Bijvoorbeeld een glaasje water, de neus snuiten, naar de wc gaan, … Zo geef je ze geen redenen meer om hun bedtijd uit te stellen. Wanneer je kind alsnog roept om bijvoorbeeld naar het toilet te gaan, kan je dit toestaan, maar wees dan de

(7)

7

‘saaie ouder’. Maak het niet extra gezellig om weer uit bed te moeten, maar zeg zo weinig mogelijk tegen je kind.

- Probeer goed te luisteren naar het huilen van je kind. Huilen door pijn, ziekte of verdriet wordt best beantwoord door een troostend woord of verzorging. Huilen waarbij het kind zichzelf dwingt om te huilen, wordt beter genegeerd. Dit is niet altijd even gemakkelijk. Indien het onhoudbaar wordt, is het goed om op een rustige maar duidelijke manier aan te manen tot rust zonder daarbij boos te worden of te straffen.

- Wanneer je kind goed geslapen heeft, zonder veel problemen, mag dit gerust beloond worden. Dit kan je bijvoorbeeld doen door elke keer wanneer een nacht goed is verlopen, het kind een stickertje te laten kleven op een beloningsblad. Wanneer je je kind beloont bij positief gedrag, zal het kind dit als een goede ervaring beschouwen en dat gedrag meer stellen. Het positieve gedrag zal toenemen en het negatieve gedrag zal afnemen en uiteindelijk verdwijnen. Vergeet nadien ook niet je kind voor het positieve gedrag geruime tijd te blijven belonen zodat het weet dat het goed bezig is en herval zoveel mogelijk vermeden wordt.

- Een slaapkamer is geen speelkamer of een strafhokje. Wanneer het kind overdag veel in zijn kamer speelt of wanneer het voor straf altijd naar zijn kamer moet, associeert het kind zijn

(8)

8 slaapkamer meer met spelen of gestraft zijn dan slapen. Dit is niet voor elk kind een probleem, maar indien je bijvoorbeeld merkt dat je kind altijd wil spelen in plaats van slapen, moet er misschien toch iets veranderen.

- Zorg ervoor dat de kamer niet te warm of te koud is. 18ºC is de perfecte temperatuur. Veel lawaai en lichtinval is niet bevorderlijk voor de nachtrust. Tracht de kamer voldoende te verluchten.

- Vlak voor het slapengaan gebeuren best geen actieve inspanningen meer. Het kind moet tot rust kunnen komen ’s avonds, anders is de overgang naar stil in bed blijven liggen te groot. Een rustige activiteit die de meeste kinderen zeer leuk vinden is het voorlezen van een verhaaltje voor het slapengaan of eventueel een beetje tekenen of puzzelen.

Hierbij geven we u nog drie methodes mee wanneer voorgaande tips niet volstaan.

• De ‘in en onmiddellijk weer uit de kamer’-methode: Dit is een methode waarbij u op gezette tijden in de kamer van je kind gaat kijken of alles nog steeds in orde is. De tijdstippen hangen niet af van het gedrag van je kind, maar van de klok. Je kleeft dus met andere woorden een tijdstip op het moment dat je gaat kijken en blijft elke avond een beetje langer weg uit de

(9)

9 kamer. Je gaat rustig de kamer binnen, en je zegt telkens een vaste zin, bijvoorbeeld: “mama is hier, maar jij moet nu slapen.” . Geef geen extra aandacht aan je kind en blijf niet langer dan 15 seconden in de kamer. Wanneer je kind toch uit zijn bed komt, leg je hem zonder enige reactie of oogcontact terug in zijn bed en verlaat je de kamer nadat je je vaste zin hebt gezegd.

• De ‘ik ben in de buurt’-methode: Deze methode kunt u gebruiken wanneer de voorgaande niet effectief was bij uw kind. U zit op een stoel aan de kamerdeur van uw kind en kucht regelmatig of zegt uw vaste zin. U moet erop letten dat uw kind u niet ziet, maar wel weet dat u er bent. Ook hier kijkt u weer op uw horloge. De eerste avond laat u om de twee minuten merken dat u er nog bent, nadien bouwt u dit geleidelijk aan af.

• De ‘ik blijf bij je tot je slaapt’-methode: Deze methode is geschikt voor kinderen die niet zonder hun ouders willen inslapen. De eerste avond zit u aan het voeteinde van het bed van uw kind en herhaalt u om de twee minuten dat het kind moet slapen. U maakt geen oogcontact, kijkt voor u uit en wanneer het kind naar u toe komt, leg hem dan zonder iets te zeggen terug in bed. Hou deze methode enkele avonden vol.

Nadien kan u over gaan naar een verdere stap. Bij de tweede stap zit u op een stoel in de kamer, de avond erna zit u op een

(10)

10 stoel in de deuropening enzovoort. U bouwt dus af tot u het kind gewoon in bed kan leggen en weer weg kan gaan.

TIP : Wanneer u voor de ‘ik ben in de buurt’-methode of de ‘in en onmiddellijk weer uit de kamer’-methode kiest, kunt u aan uw kind een object van uzelf meegeven. Dit kan een beer, sjaaltje, dekentje of iets anders zijn dat naar u ruikt. Wanneer het kind dan ’s nachts wakker wordt en zich omdraait, is het precies alsof het tegen u aan ligt.

U kan steeds contact met ons opnemen wanneer u bijkomende informatie wenst over deze methodieken.

(11)

11

Tips bij doorslaapmoeilijkheden

Doorslaapmoeilijkheden ontstaan doorgaans omdat kinderen te veel aandacht krijgen ’s nachts of omdat ze op een verkeerde manier in slaap werden gebracht. Hier bespreken we enkele handvaten voor deze twee situaties.

• Te veel aandacht voor het wakker worden ’s nachts:

Het is normaal dat een kind ’s nachts meerdere keren wakker wordt. Meestal raken kinderen gemakkelijk weer in slaap, maar als dat niet zo vlot verloopt, dan spreken we van een doorslaapprobleem. Kinderen moeten leren om erna zelfstandig weer in te slapen. Ga er dan ook niet te veel op in wanneer kinderen ’s nachts wakker worden. Zo leert het kind dat het aandacht kan krijgen ’s nachts en wordt het voor het kind interessant om wakker te zijn. Wanneer de aandacht er niet meer is, zal het kind beginnen protesteren.

 In dit geval helpt het om de aandacht geleidelijk aan af te bouwen. Wanneer je kind in de slaapkamer staat of begint te roepen, probeer er niet op te reageren. Het is belangrijk om in het begin vol te houden want je kind zal eerst om nog meer aandacht vragen wanneer het merkt dat jij niet meer komt. Wil je toch tussenkomen, dan doe je dat best kort en zeer kordaat.

(12)

12 Maak je niet boos maar zeg gewoon ‘ik wil dat je nu in bed kruipt en je ogen dicht doet’.

Het is belangrijk om als ouders samen hieraan te werken en hetzelfde te doen. Het kan aangewezen zijn om met deze nieuwe aanpak te beginnen in de vakantie of in het weekend, wanneer je het iets rustiger aan kan doen.

Vergeet niet om je kind te belonen wanneer het de hele nacht of een stukje doorgeslapen heeft. Je kan dit doen door het te vernoemen en uitgebreid te prijzen of samen iets leuks te doen.

• Op de verkeerde manier inslapen :

Het kan zijn dat een kind ’s avonds voor de televisie in slaap valt, in aanwezigheid van de ouders en nadien slapend in bed wordt gelegd. Ook kan het zijn dat een kind enkel kan inslapen als een ouder bij hem/haar in bed ligt of als hij/zij tussen de ouders in hun bed ligt. Wanneer het kind ’s nachts wakker wordt, mist het de aanwezigheid van de ouders waardoor terug inslapen moeilijk wordt. Het gaat dan roepen, huilen of opstaan om de aandacht van de ouders te krijgen. Aan de basis van dit doorslaapprobleem ligt dus de manier van inslapen.

 Om deze situatie aan te pakken is het belangrijk om je kind te laten inslapen in zijn eigen bed. Het is de bedoeling dat je stapsgewijs de aanwezigheid bij je kind afbouwt. Dit doe je

(13)

13 door slechts heel kort tussen te komen met geruststellingen wanneer je kind ’s avonds of tijdens de nacht van zich laat horen. Het vraagt in feite dezelfde aanpak als bij teveel aandacht voor het wakker worden ’s nachts (zie hierboven).

Ook hier is het belangrijk om je kind te belonen wanneer het goed geslapen heeft. Laat merken dat je trots bent op je kind.

(14)

14

Slaapmoeilijkheden door angst

Angst leert ons voorzichtig te zijn en is dus daarom zeker niet altijd slecht. Het is een overlevingsmechanisme.

Bij kinderen zijn de voornaamste angsten de volgende: angst voor de dokter of de kapper, angst voor vreemde mensen, angst wanneer moeder of vader even weggaat, angst voor dieren, … De angst van een kind kan een rol spelen bij het slapen. Dit is normaal en de angst verandert ook naarmate het kind zich verder ontwikkelt. Na enige tijd verdwijnen de angsten, eens het kind ouder geworden is.

- Scheidingsangst: Dit komt veel voor bij kleinere kinderen doordat deze nog niet begrijpen dat iemand nog bestaat, ook al is hij of zij niet zichtbaar.

 hulpmiddel: Speel kiekeboe-spelletjes met je kind, zodat je kind geleidelijk zal leren dat je altijd terugkomt. Ook is het goed om de deur van de slaapkamer op een kiertje te laten, zo kan je kind je stem nog horen.

• Een ingrijpende gebeurtenis: In stressvolle periodes kunnen er ook slaapmoeilijkheden ontstaan. Bijvoorbeeld bij een overlijden, echtscheiding, ernstige ziekte, maar ook bij de

(15)

15 komst van een broertje of zusje of verhuis kan je kind minder goed slapen.

 hulpmiddel: Tracht voldoende aandacht te besteden aan je kind. Wanneer het gedrag een gevolg is van een negatieve ervaring, praat dan met je kind over het gebeuren en over de bijhorende gevoelens die jij en/of hij heeft. Zo kan het kind dit leren begrijpen.

- Angst voor het donker: Een kind maakt zich bepaalde voorstellingen over wat er in het donker zal gebeuren.

 hulpmiddel: Een nachtlampje laten branden kan helpen.

Probeer te achterhalen wat je kind denkt dat er zal gebeuren en stel je kind daarna gerust. Probeer een oplossing te bedenken voor je kind in plaats van hem/haar te willen overbeschermen.

Je kan het kind een liedje aanleren dat het kan zingen als het bang is in het donker, een zaklamp geven, lichtgevende stickers op het plafond en de muren bevestigen,…

Als je kind bang is voor inbrekers kan je bijvoorbeeld met hem/haar eerst het hele huis rondgaan om te tonen dat alles op slot is en niemand binnen kan.

Neem je kind ook mee naar buiten wanneer het donker is zodat het de wereld eens vanuit een andere hoek ziet en het donker niets onbekend meer is.

(16)

16 - Angst voor schaduwen, monsters en andere fantasiefiguren:

Een kind maakt nog geen onderscheid tussen fantasie en realiteit.

 hulpmiddel: Wees waakzaam op wat je kind ziet op televisie.

Bij schaduwen, tracht uit te zoeken waar ze vandaan komen en probeer ze weg te werken. Ook kan het goed zijn om met je kind een spelletje te spelen met schaduwen zodat het minder schrik krijgt. Toon je kind dat het zelf ook een schaduw heeft.

Je kan ook even meegaan in de fantasie van je kind en de monsters laten verdwijnen met een toverspreuk. Probeer dus de schaduwen interessant en leuk te maken in plaats van mysterieus.

• Angst voor de storm

 hulpmiddel: Ga bij je kind zitten tot het ergste voorbij is, maak duidelijk dat het helemaal niet zo angstaanjagend is.

• Nachtmerries: Een kind kent nog geen duidelijk onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid, waardoor akelige dromen voor een kind zeer realistisch zijn.

 hulpmiddel: Leer je kind dat een droom niet echt is, maar neem de angst van het kind niet te licht op. Het is beter de angst van je kind niet te minimaliseren. Praat erover met je

(17)

17 kind, vertel over je eigen nare dromen. Lach je kind dus niet uit wanneer het over zijn/haar rare dromen vertelt. Doe dit allemaal in de kamer van je kind en niet in je eigen kamer.

Nadat je kind zijn/haar verhaal gedaan heeft, kan je het troosten door te knuffelen en gerust te stellen. Het troosten mag ook niet eindeloos lang duren. Na een tijdje moet je kind toch weer slapen. Gebruik desnoods een lampje of knuffelbeest.

• Angst om naar bed te gaan:

 hulpmiddel: De houding van de ouders ten opzichte van de angst van het kind is zeer belangrijk. Wanneer de ouders te beschermend reageren, zal de angst eerder toenemen. Het kind krijgt dan het gevoel dat het reden heeft om bang te zijn.

Ouders nemen dus beter een oplossende houding aan in plaats van een beschermende houding. Je kan bijvoorbeeld eens met je kind over zijn angsten praten en samen bekijken wat kan helpen om de angst de baas te kunnen. Op dit moment moet je kind eens nadenken over zijn angsten en bij het zelfstandig zoeken naar een oplossing zal je kind ook meer zelfvertrouwen krijgen en zelfstandiger worden. Als ouder heb je in dit proces natuurlijk ook een belangrijke rol. Je moet er zijn voor je kind en het een gevoel van veiligheid geven. Zelfs als je niet in de

(18)

18 buurt bent, moet het kind weten dat je over hem waakt. De bedoeling van het hele proces is dat het kind weer vertrouwen krijgt in zijn bed\kamer. Om dit te bevorderen kunnen we van het slapengaan een vanzelfsprekend en voorspelbaar ritueel maken. Laat het kind steeds in zijn eigen bed slapen!

Neem bij het slapengaan afscheid van je kind en beloof hem dat je na enige wachttijd nog eens zal komen kijken. Ga na die beloofde wachttijd ook effectief kijken en moedig het kind aan indien het nog wakker is, maar hou het bezoek wel kort. Dit aanmoedigen kan je doen door je kind te zeggen dat het heel flink is en dat je straks nog eens zal komen kijken om te zien of het al goed slaapt. Je kan deze wachttijd geleidelijk aan afbouwen tot je uiteindelijk slechts één maal of helemaal niet meer moet gaan kijken. Een belangrijk aspect bij het aanleren van gewenst gedrag is het belonen DUS vergeet je kind zeker en vast niet te belonen voor het in bed blijven, want dit is het gedrag dat je wilt bereiken!

(19)

19

Slaapwandelen

Een apart slaapprobleem is slaapwandelen. Slaapwandelen kan verschillende vormen aannemen. Het kan gaan van rechtop in bed zitten met de ogen open tot al rondwandelend de kamer of zelfs het huis verlaten. De oorzaak van dit probleem kan ontwikkelingsgebonden zijn, maar kan ook ontstaan door spanning.

Hier volgen enkele tips, hiermee kunt u het probleem niet verhelpen, maar weet u wel hoe u het in eerste instantie moet aanpakken:

• Leid je kind zacht terug naar zijn bed en maak eerst een kleine tussenstop in de badkamer om hem even te verfrissen. Over het al dan niet wakker maken van een slaapwandelaar bestaat nog heel wat discussie. Doe gewoon waar u zich het beste bij voelt of wat het beste en aangenaamste is voor de slaapwandelaar.

• Neem veiligheidsmaatregelen. Zorg dat alle ramen en deuren gesloten zijn, zet een hekje voor de trap en hang eventueel een belletje aan de deur van de kamer zodat u merkt wanneer deze open gaat.

• Wanneer uw kind frequent slaapwandelt, raadpleeg dan uw huisarts.

(20)

20

Nawoord

In deze brochure hebben we u een aantal handvaten meegegeven over het omgaan met slaapmoeilijkheden. Weet wel dat u pas kan weten of een methode al dan niet effectief is, wanneer u hem een paar weken aan één stuk door heeft toegepast. De eerste nacht zal u ongetwijfeld het gevoel hebben dat de aanpak niet werkt en dat het gedrag steeds erger wordt. Uw taak ligt er dus in om u niet op te winden (hoe moeilijk dit soms ook kan zijn) en stand te houden met dezelfde methode, zodat het voor het kind voorspelbaar wordt. Weet ook dat het negatieve gedrag meestal eerst een hoger punt bereikt vooraleer het zal afnemen. Eventueel kan u gebruik maken van een persoonlijk dagboekje waar u dagelijks noteert hoe vaak het kind wakker werd, hoe dikwijls je naar de kamer bent terug gegaan,… Dit kan motiverend werken.

Wanneer al deze bovenstaande tips na een paar weken niet helpen, raadpleeg dan uw arts. Er kunnen immers onderliggende problemen aanwezig zijn die het kind belemmeren in zijn slaapgedrag.

(21)

21

Hulp of informatie nodig?

Solidariteit voor het Gezin – Afdeling Hopon A.&M. Hellinckxstraat 45 – 1083 Ganshoren Tel.: 02/421.79.91 - E-mail: hopon@svhg.be www.solidariteit.be

Meer lezen?

Voor ouders

• Bang om te gaan slapen. Therapieboek voor kinderen die niet naar bed durven. Ludo Driesen. Uitgeverij Garant.

• Een betere nachtrust voor uw kind. De beste oplossingen om uw kind goed te laten slapen. Vicki Lansky. Uitgeverij Deltas.

• Mama, ik kan niet slapen! Hoe kinderen met slaapmoeilijkheden helpen? Ludo Driesen. Uitgeverij Garant.

• Ik wil slapen! … maar mijn kind niet. Ervaringen, tips en adviezen voor ouders die verlangen naar een gezonde nachtrust. Ina van Wijngaarden.

• Kinderen opvoeden, zo lukt het beter. Wendy Bosmans.

Uitgeverij Standaard.

(22)

22

• Het ABC van opvoeden. Wendy Bosmans. Uitgeverij Standaard.

• Peuteropvoeding. Moeders vertellen. 18 problemen, 425 oplossingen. Karin Amstutz. Uitgeverij Kimio.

• 101 Tips voor baby’s eerste levensjaar. Julian Orenstein.

Uitgeverij Deltas.

• Het peuteropvoedboek over slapen, eten en luisteren.

Monique Gouwerok. Uitgeverij Jonge Gezinnen BV.

• Lekker slapen zonder huilen. Elisabeth Pantley. Uitgeverij Scriptum.

• Mom’s lexicon van opvoedmisverstanden. Van aandacht tot zakgeld. Marga Schiet.

Voor kinderen

• Als je bang bent… Brian Moses & Mike Gordon. Uitgeverij Dijkstra.

• Bang in bed. Gregie De Mayer. Uitgeverij Afijn.

• Het grote slaap-boek. Guido Van Genechten. Uitgeverij Clavis.

• Niet naar bed zonder Teddy. Nicola Smee. Uitgeverij Deltas.

• Uk en poes in het donker. Jeanne Ashbé. Uitgeverij De Eenhoorn.

(23)

23

• Drie haasjes gaan slapen. Betty Sluyzer en Pauline Oud.

Uitgeverij Kimio.

• Kleine huppel wil niet naar bed. Het verhaal van een lief konijntje dat bang is in het donker. Aline de Pétigny en Clara Suetens. Uitgeverij Deltas.

• Floortje heeft een nachtmerrie. Aline de Pétigny en Nancy Delvaux. Uitgeverij Hemma.

• Kijk en Beleef: Slapen. Ik kan niet slapen! Jennine Staring en Charlotte Dematons. Uitgeverij Kwintessens.

• Mag het licht nog even aan? Ann De Bode en Rien Broere.

Uitgeverij Malmberg en Van In.

• Merel is bang. Over angst. Martine Delfos. Uitgeverij Peereboom.

• Wat kun je doen als je te veel piekert? Een help-oefenboek voor kinderen. Dawn Huebner. Uitgeverij Nino.

• Ik ben bang. Van angsthaas tot held. Núria Roca & Rosa Maria Curto.

• Het kleurenhuis. Huguette Vanden Weghe. Uitgeverij De Eenhoorn.

• Knuffelkonijn. Emile Jadoul. Uitgeverij De Eenhoorn.

(24)

24 Voor hulpverleners -Idem als voor ouders.

• Opvoedingsproblemen 0-4 jarigen. Handleiding voor opvoedingsondersteuners. M.M.W. Oosterhof-van der Poel.

Bovenstaande boeken werden gebruikt bij het opmaken van deze brochure en zijn ontleenbaar in onze bibliotheek.

Deze brochure is een realisatie van Solidariteit voor het Gezin.

Referenties

GERELATEERDE DOCUMENTEN

Daar buiten loopt een schaap, Daar buiten loopt een bonte koe, Het kindje doet zijn oogjens toe, Slaap kindjen slaap. Slaap, kindjen slaap

Zowel jonge als oudere kinderen praten het vaakst met hun moeder (van wie één verslaafde) over de problemen. Een verschil is dat oudere kinderen in tegenstelling tot

laat de allermooiste dromen zacht in jouw gedachten komen dat je geest wordt meegenomen in deze nacht. Daarginds in een kribbe slaapt zacht in

Gedurende één uur voordat ik naar bed ga doe ik dingen waardoor ik me heel wakker voel (bijvoorbeeld: video spelletjes spelen, televisie kijken, telefoongesprekken voeren)7.

doorbrengen, kinderen met andere kinderen kunnen samen spelen en/ of ouders andere ouders kunnen ontmoeten in de. aanwezigheid van

Wanneer een organisatie mensen laat samen komen, betekent dit niet per definitie dat er een open plaats gecreëerd wordt waar iedereen zich welkom voelt en waar kinderen

ƒ Quasi even sterk erkennen de jonge moeder en de jonge vader dat ze niet genoeg met de kinderen bezig zijn, dat ze graag lessen hadden gekregen (maar minder dan de andere

Kinderen zijn gebaat bij goede samenwerking en afstemming tussen ouders en de school, juist omdat zij in een afhankelijke positie zitten en de ouders voor het kind