Onderzoeksvraag: Hoe werd Nederland een constitutionele monarchie?

Hele tekst

(1)

1

1800-1900

Onderzoeksvraag: Hoe werd Nederland een constitutionele monarchie?

Kenmerkend aspect: Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politiek proces.

Een constitutionele monarchie:

Koninkrijk waarin de macht van de vorst is vastgelegd in een grondwet.

Nederland heeft deze staatsvorm sinds 1813.

Willem I Willem II Willem III Wilhelmina Juliana Beatrix Willem-Alexander 1815-1840 1840-1849 1849-1890 1890-1948 1948-1980 1980-2013 2013-

(2)

Tijd van burgers en stoommachines 1800-1900

Nederland staatkundig

Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden 1588-1795

Bataafse republiek 1795-1801

Bataafs Gemenebest 1801-1806

Koninkrijk Holland 1806-1810

1eFranse Keizerrijk 1810-1813

Vorstendom der Nederlanden 1813-1815

Verenigd Koninkrijk der Nederlanden 1815-1830 Koninkrijk der Nederlanden 1830 - heden

8.5 Een nieuwe grondwet.

Tijd van burgers en stoommachines

1800-1900 8.5 Een nieuwe grondwet.

Na de val van Napoleon kreeg de zoon van de laatste stadhouder, Prins Willem Frederik het oppergezag over de Nederlanden. Op 16 maart 1815 riep hij zichzelf uit tot koning der Verenigde Nederlanden en hertog van Luxemburg. In hetzelfde jaar werd op het Congres van Wenen door de Europese mogendheden besloten Willem I te erkennen en werd de koningstitel bevestigd. Hiermee was de kersverse Nederlandse monarchie binnen Europa formeel erkend.

Deze fungeerde als buffer voor zowel Frankrijk als het Verenigd Koninkrijk.

(3)

3

1800-1900

Hoewel er zowel in 1813 en 1815 een grondwet werd opgesteld waarin afspraken gemaakt werden over het bestuur van het land, trok Willem I zich hier weinig van aan. In feite regeerde hij als een absoluut monarch.

In zijn koninkrijk waren er echter grote verschillen tussen Noord en Zuid.

Noord Zuid

Protestants Katholiek

Burgermaatschappij Nog veel aristocratie

Zwakke verouderde economie, nog weinig industrie

en een hoge staatsschuld. Opkomende industriële economie en geringe staatsschuld.

2 miljoen inwoners 3,5 miljoen inwoners

De zuidelijke gewesten voelden zich achtergesteld:

• men zou mee moeten betalen aan de aflossing van de staatschuld van het Noorden maar had weinig invloed in het bestuur en

• ook de bevoorrechting van de Nederlandse taal zette kwaad bloed bij de Franstaligen.

Dit leidde

tot

De Belgische Opstand en in 1839 werd het Verenigd Koninkrijk de Nederlanden opgedeeld in twee onafhankelijke staten: Nederland en België.

Tijd van burgers en stoommachines

1800-1900 8.5 Een nieuwe grondwet.

In 1840 trad Willem I teleurgesteld af.

Zijn zoon Willem II erfde een bijna lege schatkist en een enorme staatsschuld (nog verder opgelopen door de oorlog tegen de Belgen).

Gebeurtenissen die leiden tot de grondwet van 1848:

• de overheid verhoogde de belastingen op 1elevensbehoeften

• in 1845 mislukte daarnaast ook de aardappeloogst en brak er een hongersnood uit

• hierdoor kwam er steeds meer onrust en ontevredenheid bij de bevolking

• uit angst voor een revolutie (zoals in andere Europese landen) gaf Willem II in 1848 toestemming aan een commissie onder leiding van de liberaal Thorbecke om een nieuwe grondwet te schrijven.

(4)

Tijd van burgers en stoommachines

1800-1900 8.5 Een nieuwe grondwet.

Willem II leverde dus een groot deel van zijn macht in om koning te kunnen blijven.

Wat stond er zoal in de grondwet van 1848:

Meer volksinvloed Minder macht van de koning

Er werden tal van burgerlijke vrijheden geregeld, zoals de vrijheid van:

godsdienst,

onderwijs,

drukpers,

vergadering en vereniging.

Voortaan waren de ministers voor hun doen en laten niet langer aan de koning, maar aan het parlement verantwoording schuldig.

Het parlement kon ministers ook ter verantwoording roepen en ze eventueel vragen om af te treden

(motie van wantrouwen).

Elke 4 jaar zouden er nieuwe verkiezingen zijn voor de Tweede kamer de Provinciale Staten en gemeenteraden.

Deze zouden voortaan direct gekozen worden door de burgers. In eerste instantie mochten alleen mannen die een bepaald bedrag aan belasting betaalden stemmen ( = censuskiesrecht).

Bovendien werd de invloed van de volksvertegenwoordiging versterkt doordat Kamerleden het recht van enquête, interpellatie en amendement kregen. Niet de koning maar het parlement moest voortaan nieuwe wetten, de begroting en verdragen met andere landen goedkeuren.

De invloed van de koning op politiek terrein werd dus tot een minimum beperkt. De koning werd wel onschendbaar.

Achter gesloten deuren vergaderen was er niet meer bij, omdat de debatten voortaan openbaar waren.

Chantage om mannenliefde gaf koning Willem II ‘het laatste duwtje’ tot invoeren democratie.

Tijd van burgers en stoommachines

1800-1900 8.5 Een nieuwe grondwet.

(5)

5

2013, 1

e

tijdvak

(6)

Tijd van burgers en stoommachines

1800-1900 8.4 De sociale kwestie

.

Tijd van burgers en stoommachines

1800-1900 8.4 De sociale kwestie

.

Afbeelding

Updating...

Referenties

Updating...

Gerelateerde onderwerpen :