Rapport van het inspectiebezoek aan abortuskliniek Mildred Clinics locatie Eindhoven op 28 juni 2018

Hele tekst

(1)

VGR … 2019-…

Utrecht, februari 2019

Rapport van het inspectiebezoek aan abortuskliniek Mildred Clinics

locatie Eindhoven

op 28 juni 2018

(2)

Pagina 2 van 13

Inhoudsopgave

1 Inleiding ... 3

1.1 Aanleiding ... 3

1.2 Het onderzoek ... 3

1.3 Leeswijzer... 3

2 Sedatie en algehele anesthesie in de abortusklinieken, landelijke bevindingen ... 4

2.1 Wat is nodig voor een veilige ingreep ... 4

2.2 Welk toetsingskader is van toepassing ... 5

2.3 Randvoorwaarden voor goede zorg... 5

2.4 In alle gevallen voldoen aan voorwaarden voor veilige zorg ... 6

3 Resultaten inspectiebezoek Mildred Clinics Eindhoven ... 7

3.1 Algemeen ... 7

3.2 Algemene informatie zorgaanbieder ... 7

3.3 Bevindingen ... 8

4 Conclusie en te nemen maatregelen ... 13

4.1 Conclusie ... 13

4.2 Te nemen maatregelen ... 13

(3)

Pagina 3 van 13

1 Inleiding

1.1 Aanleiding

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: inspectie) bezocht in 2018 alle abortusklinieken. Doel hiervan was te inventariseren welke vorm van

pijnbehandeling, sedatie of anesthesie in de kliniek wordt toegepast, en om te toetsen of de voorwaarden voor goede zorg aanwezig zijn en de van toepassing zijnde richtlijnen worden nageleefd. Daar waar op basis van de bevindingen van het bezoek sprake zou kunnen zijn van onveilige zorg, kan de inspectie handhavend optreden.

In dit kader bracht de inspectie op 28 juni 2018 een bezoek aan de abortuskliniek Mildred Clinics te Eindhoven (verder: de zorgaanbieder).

1.2 Het onderzoek

De inspectie toetste of de zorgaanbieder voldoet aan de voorwaarden voor goede zorg aan de hand van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) en de daarmee verband houdende richtlijnen en normen. Daarbij wordt specifiek verwezen naar:

- Richtlijn Sedatie en/of analgesie (PSA) op locaties buiten de operatiekamer (NVA et al, 2009);

- Toetsingskader Sedatie en/of analgesie op locaties buiten de operatiekamer (IGZ, 2012);

- Richtlijn Pijnbeleid in abortusklinieken (NGvA, 2012);

- Protocol PSA in abortusklinieken (NGvA, 2017);

- Verenigingsstandpunt Electieve ingrepen in kleine locaties (NVA, 2012);

- Verenigingsstandpunt Anesthesiologische zorgverlening (NVA, 2004);

- Verenigingsstandpunt Het anesthesieverslag (NVA, 2004);

- Leidraad Anesthesiologische zorgverlening in het perioperatieve proces (NVA, 2017);

- Farmacotherapeutisch Kompas (ZIN, 2018).

Bij het inspectieonderzoek waren de volgende vragen leidend:

 Voldeed de zorgaanbieder ten tijde van het inspectiebezoek op de getoetste onderdelen aan de voorwaarden voor goede zorg?

 Gaven de bevindingen gedaan tijdens het onderzoek aanleiding tot maatregelen om tekortkomingen te herstellen?

1.3 Leeswijzer

Dit rapport is grotendeels in de verleden tijd geschreven omdat het rapport de bevindingen ten tijde van het inspectiebezoek beschrijft.

Hoofdstuk 2 bevat een samenvatting van de landelijke bevindingen, voor zover die van invloed zijn op de beoordeling van de getoetste onderdelen in de individuele kliniek.

Hoofdstuk 3 beschrijft de bevindingen van het inspectiebezoek in de kliniek.

Hoofdstuk 4 geeft de conclusie van de inspectie weer en de eventuele maatregelen die de zorgaanbieder moet nemen om tekortkomingen te herstellen.

(4)

Pagina 4 van 13

2 Sedatie en algehele anesthesie in de abortusklinieken, landelijke bevindingen

Doordat de inspectie alle abortusklinieken heeft bezocht, is een landelijk beeld ontstaan van de toepassing van Procedurele sedatie en/of analgesie (PSA) en algehele anesthesie in de abortusklinieken. Dit hoofdstuk benoemt een aantal knelpunten die uit het landelijk beeld naar voren komen en die van belang zijn voor de individuele kliniek en voor de beoordeling van de bevindingen in hoofdstuk 3.

2.1 Wat is nodig voor een veilige ingreep

De inspectie trof in haar landelijke ronde langs de abortusklinieken een grote praktijkvariatie aan in de toepassing van PSA en/of algehele anesthesie (verder aangeduid als ‘PSA/anesthesiologische zorg’) bij de abortusbehandeling. Deze variatie was niet gerelateerd aan de zwangerschapsduur waarbij de behandeling plaatsvond. Uit de landelijke bevindingen bleek dat er geen eenduidigheid bestaat over welke PSA/anesthesiologische zorg noodzakelijk is voor een veilige

abortusbehandeling. Ook was er discussie of bij de behandelingen sprake was van sedatie of van algehele anesthesie.

2.1.1 Wat is nodig voor een veilige abortusbehandeling

Sommige abortusartsen benadrukten dat het voor een veilige uitvoering van de ingreep van belang is dat patiënten geheel stil liggen (en dat voor een veilige behandeling zonder complicaties dus algehele anesthesie noodzakelijk is).

Andere abortusartsen stelden dat stilliggen niet noodzakelijk is.

In sommige klinieken werd een combinatie toegepast van regionale anesthesie (paracervicaal block) in combinatie met diepe sedatie. Andere klinieken stelden dat regionale anesthesie tijdens de operatie geen meerwaarde heeft als patiënten reeds worden behandeld met diepe sedatie.

De Richtlijn Pijnbeleid van het Nederlands Genootschap van Abortusartsen (NGvA) stelt dat bij nulliparae altijd een paracervicaal block moet worden gezet, behalve bij algehele anesthesie.

In de afgelopen jaren is er binnen de beroepsgroep van abortusartsen veel discussie geweest over PSA. Deze heeft zich geconcentreerd op de vraag wie PSA kan en mag toepassen. De essentiële, daaraan voorafgaande, vraag is welke vorm van

PSA/anesthesiologische zorg noodzakelijk is voor een veilige, patiëntgerichte zwangerschapsafbreking. Deze essentiële vraag is niet gezamenlijk geadresseerd, ook niet in de bestaande richtlijnen. De inspectie concludeert dat in de

beroepsgroep van abortusartsen geen eenduidigheid is over dit basale aspect van goede en veilige zorg.

2.1.2 Welke grenzen voor veilige PSA/anesthesiologische zorg

In de meeste abortusklinieken werd de PSA/anesthesiologische zorg gegeven door anesthesiologen.

Sommige anesthesiologen stelden dat ze tijdens de behandeling, op geleide van de situatie van de individuele patiënt, een continuüm toepasten van matige en diepe sedatie tot en met algehele anesthesie. Het onderscheid werd niet relevant geacht omdat anesthesiologen tot beide behandelingen bevoegd zijn.

Andere anesthesiologen pasten naar hun zeggen enkel matige tot diepe sedatie toe, terwijl de inspectie op grond van de toegediende hoeveelheid medicatie (analgetica

(5)

Pagina 5 van 13

en propofol) niet kon uitsluiten dat de scheidslijn tussen diepe sedatie en algehele anesthesie in de praktijk soms of vaak werd overschreden. De inspectie baseerde zich daarbij op de doseringen propofol zoals die voor sedatie en algehele anesthesie zijn aangegeven in het Farmacotherapeutisch Kompas (ZIN), of op de beschrijving die de abortusartsen of anesthesiologen gaven over het gewenste effect van de sedatie. De inspectie concludeert dat het de verantwoordelijkheid van de

professional is om zich van deze scheidslijn bewust te zijn en hier goed zicht op te houden.

Uit de gesprekken in de inspectiebezoeken kwam tevens een discrepantie naar voren tussen de uitspraken van bestuurders (“wij passen hier enkel diepe sedatie toe”) en van anesthesiologen in dezelfde kliniek (“wij passen het gehele spectrum toe, tot en met algehele anesthesie”).

2.2 Welk toetsingskader is van toepassing

Uit reacties van bestuurders op de concept-inspectierapporten bleek dat

onduidelijkheid bestond over het toetsingskader dat de inspectie hanteert en over de definities van sedatie en algehele anesthesie.

De inspectie gaat uit van het volgende.

 De Richtlijn ‘PSA op locaties buiten de OK’ geeft de definities van PSA en algehele anesthesie.1

 In het geval dat bij de behandeling PSA wordt toegepast, geldt de Richtlijn ‘PSA op locaties buiten de OK’. Deze richtlijn is ook door het NGvA onderschreven en geldt ongeacht door wie de PSA wordt toegepast. In het ‘NGvA-Protocol PSA in abortusklinieken’ wordt deze richtlijn verder ingevuld voor de situatie dat er geen anesthesioloog bij de abortusbehandeling aanwezig is.2

 In geval van algehele anesthesie gelden de relevante NVA-richtlijnen.3

 In geval er sprake is van een ‘grijs gebied’ (in het continuüm van sedatie naar algehele anesthesie) dienen, voor een veilige behandeling, de voorzieningen te voldoen aan de voorwaarden voor algehele anesthesie.

2.3 Randvoorwaarden voor goede zorg

Uit de landelijke bevindingen bleek dat de klinieken zich niet altijd bewust waren dat de randvoorwaarden voor veilige zorg in geval van anesthesie anders zijn dan in geval van PSA. Dit betreft met name het informed consent, de ondersteuning door anesthesiemedewerkers en de aanwezigheid van recoveryverpleegkundigen.

De inspectie gaat, op basis van de richtlijnen, uit van de volgende randvoorwaarden voor goede PSA/anesthesiologische zorg:

1. De patiënt geeft haar informed consent voor de behandeling en afzonderlijk haar informed consent voor de toe te passen PSA/anesthesiologische zorg. Uit het dossier moet duidelijk zijn dat de patiënt geïnformeerd haar toestemming heeft gegeven.

2. De kliniek heeft een protocol voor toepassing van PSA en/of algehele

anesthesie. Er is een cyclische evaluatie van het beleid en de uitvoering van de PSA/anesthesiologische zorg, vallend onder de bestuurlijke

verantwoordelijkheid.

1 Richtlijn Sedatie en/of analgesie (PSA) op locaties buiten de operatiekamer (NVA et al, 2009), pagina 14

2 NGvA-Protocol PSA in abortusklinieken (NGvA, 2017)

3 Zie hoofdstuk 1.2

(6)

Pagina 6 van 13

3. Abortusartsen en anesthesiologen worden bij hun werkzaamheden op de behandelkamer bijgestaan door medewerkers met kwalificaties conform de van toepassing zijnde richtlijn.

4. De patiënt wordt tijdens en na PSA respectievelijk algehele anesthesie bewaakt door medewerkers met kwalificaties conform de van toepassing zijnde richtlijn.

5. Aanwezigheid van een Sedatiecommissie in geval van PSA.

6. De bestuurder is verantwoordelijk voor het realiseren van deze randvoorwaarden en voor de naleving er van.

2.4 In alle gevallen voldoen aan voorwaarden voor veilige zorg

Uit de landelijke bevindingen blijkt dat het onderscheid tussen PSA en algehele anesthesie uit de patiëntendossiers niet altijd onbetwistbaar op te maken was.

De inspectie vindt het nader definiëren en specificeren van ‘het grijze gebied’ de verantwoordelijkheid van de betrokken professionals en hun beroepsgroepen. Ze onthoudt zich in de individuele inspectierapporten van een score over de

randvoorwaarden en het medicatiegebruik.

Onder verwijzing naar hoofdstuk 2.2 stelt de inspectie echter wel met nadruk dat in alle individuele gevallen voldaan moet worden aan de van toepassing zijnde

richtlijnen. Dat impliceert dat in geval er (soms) sprake is van

PSA/anesthesiologische zorg in ‘het grijze gebied’ tussen sedatie en algehele

anesthesie, de voorzieningen voor een veilige behandeling dienen te voldoen aan de voorwaarden voor algehele anesthesie.

(7)

Pagina 7 van 13

3 Resultaten inspectiebezoek Mildred Clinics Eindhoven

3.1 Algemeen

Dit hoofdstuk beschrijft hoe de zorgaanbieder ten tijde van het inspectiebezoek scoorde op de criteria voor goede zorg en de daarmee verband houdende richtlijnen en normen (hoofdstuk 1.2).

De resultaten van het onderzoek van de inspectie zijn gebaseerd op:

- gesprekken met de bestuurder, de medisch coördinator, een anesthesioloog - inzage patiëntendossiers (n=4)

- rondgang door de kliniek

- protocollen die ter plaatse zijn ingezien - informatie van de website van de kliniek.

Het inspectiebezoek was aangekondigd, om de juiste personen te kunnen spreken zonder de zorgverlening te verstoren. Het bezoek bevatte een aantal

onaangekondigde elementen in het dossieronderzoek en de rondgang. De inspectie woonde geen behandelingen bij.

3.2 Algemene informatie zorgaanbieder 3.2.1 Zorgaanbod

De kliniek heeft een vergunning voor het afbreken van zwangerschappen in het eerste en tweede trimester. De tweede trimestervergunning is afgegeven per 1 januari 2018. Er zijn plannen om na de zomer te starten met de tweede trimester behandelingen. De kliniek voerde op het moment van het inspectiebezoek

behandelingen uit tot 13 weken.

Als onderdeel van de abortuszorg bood de kliniek advisering over en voorschrijven van anticonceptie aan, en het plaatsen van een spiraaltje. De kliniek bood geen verzekerde zorg aan.

In de bezochte kliniek zijn twee behandelkamers. De vrouw wordt keuzevrijheid geboden voor de behandelvorm: medicamenteus (abortuspil) of instrumenteel (curettage). De wettelijke bedenktijd werd in acht genomen.

3.2.2 Organisatie PSA/anesthesiologische zorg

De kliniek was op alle werkdagen telefonisch bereikbaar van 8.30 – 16.30 uur, en op alle werkdagen vonden behandelingen plaats. Een medicamenteuze behandeling was mogelijk op maandag tot en met donderdag.

Indien de vrouw sedatie wenst bij een instrumentele behandeling, was dat mogelijk op de donderdag. Eén van de twee anesthesiologen was dan aanwezig om

PSA/anesthesiologische zorg te geven.

Alle taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden rondom

PSA/anesthesiologische zorg waren volledig belegd bij de anesthesioloog.

(8)

Pagina 8 van 13

3.3 Bevindingen

Bevoegd en bekwaam Onvoldoende Voldoende

Anesthesioloog Toelichting:

De PSA/anesthesiologische zorg wordt uitgevoerd door een van de twee beschikbare anesthesiologen.

De visie van de kliniek is dat er veilige anesthesie wordt gegeven door een anesthesioloog. De

anesthesiologen moeten volgens de laatste kennis en inzichten werken, waardoor de keuze is gemaakt niet met inhuurkrachten te werken.

Randvoorwaarden PSA/anesthesiologische zorg Toelichting:

De PSA/anesthesiologische zorg werd uitgevoerd door de anesthesioloog. Naast de anesthesioloog is op de behandelkamer ook altijd de abortusarts en een verpleegkundige aanwezig.

De anesthesiologen streefden naar een cliënt onder diepe sedatie om maximaal comfort te bieden en de kans op perforaties van de uterus te minimaliseren.

Cliënten werden gepreoxygeneerd met 100 procent zuurstof. Cliënten kregen een beademingsmasker maar de anesthesiologen streefden naar een zelfstandig ademende cliënt.

De kliniek beschikte conform de NVA-richtlijn PSA over een lokale sedatiecommissie. Deze bestond sinds 1 november 2017 uit de anesthesieteams van de klinieken van Mildred Clinics in Arnhem en Eindhoven.

Het afgelopen jaar is gezorgd voor uniform beleid en geactualiseerde protocollen voor beide klinieken. De eerste formele vergadering vond plaats in augustus 2018.

De randvoorwaarden dienen in alle gevallen te voldoen aan de richtlijnen voor de feitelijk toegepaste PSA/ anesthesiologische zorg.

Zie hoofdstuk 2.

Verantwoordelijkheidsverdeling anesthesioloog en abortusarts

Toelichting:

Naast de anesthesioloog is op de behandelkamer ook altijd de abortusarts en een verpleegkundige

aanwezig.

De afbakening van de taken en

verantwoordelijkheden tussen de abortusarts en de anesthesioloog was conform de landelijke standaard.

Backup / achterwacht Toelichting:

Voor achterwacht wordt contact opgenomen met een naburig ziekenhuis.

(9)

Pagina 9 van 13

Reanimatie onderwijs Toelichting:

Alle kliniekmedewerkers werden jaarlijks BLS geschoold, de anesthesiologen waren tevens ALS en ATLS geschoold.

Hercertificering, bij- en nascholing Toelichting:

De medewerkers beschikten waar nodig over geldige hercertificering.

De anesthesiologen waren via het ziekenhuis waar zij tevens werkten gevisiteerd (eind 2016) en namen daar deel aan IFMS.

De bestuurder hield een overzicht bij met per medewerker de bevoegd- en bekwaamheden.

Risico-inschatting patiënt Onvoldoende Voldoende Screening

Toelichting:

Een verpleegkundige en de abortusarts voeren de screening uit en lopen daarbij onder andere de vragenlijst door die de vrouw heeft ingevuld. De patiënt vult ook een anesthesiologische vragenlijst in.

De anesthesioloog beoordeelt de screening.

Lichamelijk onderzoek wordt laagdrempelig uitgevoerd door de anesthesioloog.

De abortusarts beoordeelt, middels een

computerprogramma, de ASA klasse. Bij een ASA klasse 3 is er op alle dagen van de week mogelijkheid tot overleg met een van de twee anesthesiologen. De brief van de huisarts wordt in deze beslissing

meegenomen. De eindbeslissing en de

verantwoordelijkheid ligt bij de anesthesioloog.

De kliniek hanteert in principe een BMI grens van 35.

Consult mogelijkheden Toelichting:

Er is een samenwerkingsovereenkomst met een naburig ziekenhuis. De twee anesthesiologen die verbonden zijn aan de kliniek werkten ook in dit ziekenhuis. Achterwacht en consultatie mogelijkheden waren op die manier ook laagdrempelig geborgd.

Omgeving Onvoldoende Voldoende

Medische hulpmiddelen en medicatie Toelichting:

De meeste medische hulpmiddelen voldeden aan de daaraan te stellen eisen, maar een monitor op een

(10)

Pagina 10 van 13

behandelkamer was gestickerd met een datum van oktober 2015. Bij navraag bleek dit ook de laatste controledatum.4

De inspectie heeft niet getoetst op de hulpmiddelen, benodigd voor de uitvoering van algehele anesthesie.

De medicatievoorraad was vrij toegankelijk. Ook de opiaten waren tijdens de rondgang vrij toegankelijk, hoewel de mogelijkheid bestond om af te sluiten.

Bouwkundige voorzieningen Toelichting:

Tijdens het bezoek werden de ruimtes niet expliciet geïnspecteerd. Bevindingen bij de rondgang door de kliniek:

Het pand is licht en ruim. De ruimtes waar patiëntenzorg werd geboden bevonden zich op de begane grond, aan dezelfde gang. De behandelkamer was schoon en vrij van overbodig meubilair.

inventariserend

Bewaking patiënt Onvoldoende Voldoende

Monitoring per- en postoperatief Toelichting:

De vrouw wordt tijdens en na de sedatie of algehele anesthesie continue klinisch bewaakt door de anesthesioloog en op de rustkamer door een verpleegkundige. Zuurstofsaturatie, ademhaling en bloeddruk worden met behulp van een monitor bewaakt (tensie tijdens de ingreep om de drie minuten). Er zijn mogelijkheden voor ECG bewaking.

De verpleegkundigen werden bij toerbeurt ingezet voor intakes, de behandelkamer of de rustruimte (per dag twee verpleegkundigen op de rustkamer). De kliniek hanteerde de Aldrete score, met een minimale grens van acht.

Ontslag Onvoldoende Voldoende

Ontslagcriteria Toelichting:

Er werd gewerkt met objectiveerbare ontslagcriteria (Aldrete score) en men beschikte over een protocol voor ontslag. De patiënt krijgt een folder mee met nazorg informatie.

4 In reactie op het conceptrapport gaf de bestuurder aan dat deze omissie op 20 juli 2018 is verholpen.

(11)

Pagina 11 van 13

Nazorg Toelichting:

Een kopie van de brief aan de huisarts was in alle dossiers aanwezig.

De patiënt ontving nazorginformatie. Met betrekking tot eventuele complicaties stond in de cliëntinformatie over een instrumentele behandeling wanneer zij de huisarts dient te waarschuwen; de mogelijkheid de kliniek te bellen werd niet benoemd. In de

cliëntinformatie over een medicamenteuze

behandeling werd voor ‘vragen’ het telefoonnummer van de kliniek genoemd, bereikbaar tijdens

kantooruren, en verder verwezen naar de huisarts en huisartsenpost. Bij tweede trimesterbehandelingen (ten tijde van het inspectiebezoek nog niet

uitgevoerd) krijgt de cliënte een noodnummer mee.5

Registratie Onvoldoende Voldoende

Registratie van de sedatie (licht-matig-diep) Toelichting:

De kliniek maakte voor de registratie van de PSA/anesthesiologische zorg gebruik van een EPD (CAS administratiesysteem) dat via een keuzemenu standaard drie opties bood: medicamenteus, lokaal of narcose. De geraadpleegde digitale dossiers toonden in alle gevallen dat er sprake was van ‘narcose’.6 In het EPD was, om ICT technische redenen, niet eenduidig op te maken hoe diep de patiënt gesedeerd was.

Omdat het EPD geen mogelijkheid bood voor correcte verslaglegging van de sedatie, werden de gegevens over het verloop van de sedatie vastgelegd op een separaat papieren formulier.

Leren van uitkomsten, o.a. complicatieregistratie Toelichting:

De medisch coördinator toonde een overzicht van alle gemelde complicaties, er waren verschillende

categorieën en analyse was mogelijk op geaggregeerd niveau. Verbetermaatregelen werden waar mogelijk opgesteld en ingevoerd. De complicatiebespreking

5 Cliëntinformatie, op 23 augustus 2018 ontvangen van de kliniek in reactie op het conceptrapport. De inspectie wijst er op dat het volgens de NGvA-Richtlijn Nazorg bij

zwangerschapsafbreking (NGvA, 2012) “wenselijk is dat een kliniek waar zwangerschappen in het eerste trimester worden afgebroken, 24 uur per etmaal bereikbaar is, ook al is het wettelijk niet vereist.”

6 In reactie op het concept rapport gaf de bestuurder aan dat de kliniek gebruik maakt van een verouderd EPD waarin “de ongelukkige term narcose” niet gewijzigd kan worden. Mildred Clinics werkte aan de inrichting van een nieuw EPD met de planning dit op 1 januari 2019 in gebruik te nemen.

(12)

Pagina 12 van 13

vond standaard vier keer per jaar plaats met abortusartsen.

Aan het eind van iedere werkdag vond een

dagevaluatie plaats en op ieder MDO werden de VIM- men besproken. De kliniek gaf aan hier veel tijd aan te besteden.

Medicatieveiligheid Onvoldoende Voldoende

Medicatiegebruik Toelichting:

Voor de beoogde PSA/anesthesiologische zorg werd gebruik gemaakt van propofol en fentanyl, voor de aanvullende analgesie paracetamol en Naproxen.

De kliniek maakte gebruik van de deskundigheid van een apotheker, waarvan tevens alle medicatie werd betrokken.

Op de behandelkamer was een ruime selectie van geneesmiddelen beschikbaar. De noodmedicatie was niet als zodanig in een noodkar opgeslagen maar tussen de reguliere geneesmiddelen op de anesthesiekar.

Bij de

PSA/anesthesiologische zorg ten gevolge van het medicatiegebruik dient in alle gevallen voldaan te zijn aan de voorwaarden voor veilige zorg, conform de van toepassing zijnde richtlijnen.

Zie hoofdstuk 2.

Gereedmaken propofol Toelichting:

Niet getoetst

Dubbelcheck bereiden en toedienen Toelichting:

De medicatie werd in een adequate werkruimte bereid en dubbel gecontroleerd. Controle op toediening vond mondeling plaats.

Opiatenregistratie Toelichting:

De opiatenregistratie was sluitend, per ampul was herleidbaar hoeveel ervan en aan welke patiënt dit was verstrekt.

Dossiers Onvoldoende Voldoende

Dossiervoering Toelichting:

De dossiervoering was op orde met betrekking tot screening (incl. risico inschatting: leeftijd, BMI, ASA- classificatie, MRSA/BRMO), Time-out,

behandelverslag, ontslagcriteria, kopie huisartsbrief en complicaties indien van toepassing.

(13)

Pagina 13 van 13

4 Conclusie en te nemen maatregelen

Bij het inspectieonderzoek waren de volgende vragen leidend:

- Voldeed de zorgaanbieder ten tijde van het inspectiebezoek op de getoetste onderdelen aan de voorwaarden voor goede zorg?

- Gaven de bevindingen gedaan tijdens het onderzoek aanleiding tot maatregelen om tekortkomingen te herstellen?

4.1 Conclusie

De conclusie van de inspectie is dat de zorgaanbieder ten tijde van het

inspectiebezoek op de meeste getoetste onderdelen voldeed aan de voorwaarden voor goede zorg.

Onder verwijzing naar hoofdstuk 2 van dit rapport, wijst de inspectie wijst er op dat de bestuurder bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt voor de zorg die in de kliniek geleverd wordt, inclusief de PSA/anesthesiologische zorg. De bestuurder dient derhalve een beleid te hebben voor de wijze waarop in de kliniek goede

PSA/anesthesiologische zorg geleverd wordt. De bestuurder dient daarvoor de juiste randvoorwaarden te realiseren en de naleving van het beleid te toetsen.

4.2 Te nemen maatregelen

Op de volgende onderdelen dient de zorgaanbieder maatregelen te nemen:

1. Draag zorg voor een systematiek waarin de onderhoudsstatus van de aanwezige medische hulpmiddelen sluitend wordt bijgehouden en tijdig onderhoud geborgd is.

2. Draag met betrekking tot medicatiebeheer zorg voor een systematiek waarin medicamenten en met name opiaten niet onbeheerd toegankelijk zijn.

3. Bepaal een beleid voor de wijze waarop in de kliniek goede

PSA/anesthesiologische zorg geleverd wordt aan de specifieke doelgroep van de kliniek, leg dit vast, zorg dat dit beleid door de uitvoerende professionals wordt nageleefd en houd hier als bestuurder toezicht op.

4. Besteed hierbij specifiek aandacht aan de randvoorwaarden als onderdeel van goede zorg.

Met betrekking tot de maatregelen 3 en 4 geeft de inspectie de zorgaanbieder in overweging om voor de inhoudelijke toetsing van de PSA/anesthesiologische zorg het instrument van kwaliteitsvisitatie door de NVA te hanteren.

De inspectie verwacht uiterlijk 20 mei 2019 een schriftelijke bevestiging dat de genoemde onderdelen voldoende en verifieerbaar verbeterd zijn. Om de genomen verbetermaatregelen inhoudelijk te kunnen beoordelen, verzoekt de inspectie de bestuurder daarbij de betreffende documenten (voor zover van toepassing) mee te sturen.

De voortgang van de implementatie van de verbetermaatregelen wordt gemonitord in het reguliere inspectietoezicht. Een onaangekondigd inspectiebezoek kan hiervan deel uitmaken.

Afbeelding

Updating...

Referenties

Updating...

Gerelateerde onderwerpen :
Outline : Bevindingen