Maternale Neonatale Hyperthyreoïdie. Gynaecologie

Hele tekst

(1)

Gynaecologie

Maternale Neonatale

Hyperthyreoïdie

(2)
(3)

Inhoudsopgave

Inleiding ��������������������������������������������������������� 4

Belang van het onderzoek ��������������������������� 5

Het onderzoek ��������������������������������������������� 6

Algemene informatie ����������������������������������� 7

Verschil normale controle en behandeling � 9

Duur onderzoek �������������������������������������������� 9

Waarom dit onderzoek ������������������������������ 10

Voordelen deelname onderzoek ���������������� 10

Nadelen deelname onderzoek ������������������� 10

Vertrouwelijkheid ��������������������������������������� 11

Verzekering ������������������������������������������������� 11

Terugtrekken uit onderzoek ���������������������� 12

Uitvoerende artsen ziekenhuis St Jansdal 12

Onafhankelijk arts��������������������������������������� 12

Nadere informatie ������������������������������������� 13

(4)

Inleiding

Deze brochure is bestemd voor vrouwen die meedoen aan een medischwetenschappelijk onderzoek. Het betreft een landelijk onderzoek bij zwangeren, die een te snel werkende schildklier hebben of hebben gehad. Aan u is gevraagd mee te doen aan dit onderzoek, omdat u een te snel werkende schildklier of wel hyperthyreoïdie heeft of heeft gehad. Uw kind kan ook tijdelijk een te snel werkende schilklier krijgen.

De tijdelijke hyperthyreoïdie bij uw kind is niet ernstig, mits op tijd behandeld. Om snel een hyperthyreoïdie bij uw kind op te sporen, worden alle zwangeren die een hyperthyre- oïdie hebben of hebben gehad, gedurende de zwangerschap intensiever gecontroleerd. Bovendien moet u in het zieken- huis bevallen. Na de geboorte wordt er bij uw kind enkele malen bloed afgenomen om de schildklierwaarden te bepalen.

Vaak moet uw kind ook nog enkele dagen opgenomen blijven tot de eerste uitslagen van de schildklierfunctie bekend zijn.

Van de zwangeren die een te snel werkende schildklier hebben of hebben gehad, krijgt minder dan 10% van de kinderen een te snel werkende schildklier. Meer dan 90% van de zwangeren met een hyperthyreoïdie die actief of achter de rug is wordt dus onnodig uitgebreid gecontroleerd. Wij willen nu onderzoeken of we door middel van bloedonderzoek bij de eerste zwangerschapscontrole betrouwbaar kunnen voorspellen of een kind van een moeder met een hyperthy- reoïdie of een doorgemaakte hyperthyreoïdie wel of geen te snel werkende schildklier zal hebben.

(5)

Belang van het onderzoek

Als onze veronderstelling klopt, hoeft een groot aantal van de zwangeren met een actieve of doorgemaakte hyperthyreoï- die in de toekomst tijdens de zwangerschap niet meer extra gecontroleerd te worden. Ze kunnen dan in principe thuis bevallen en hun pasgeborenen hoeven niet extra geprikt en gecontroleerd te worden.

(6)

Het onderzoek

Het onderzoek houdt in dat er bij u driemaal (eenmaal in het eerste, eenmaal in het tweede en eenmaal in het derde trimester) tijdens de gebruikelijke bloedafnames een extra buisje bloed wordt afgenomen. Hieruit worden de schild- klierwaarden en de concentratie aan antistoffen bepaald. Ook wordt er een extra buisje navelstrengbloed afgenomen voor het bepalen van schildklierwaarden.

Op dag 2, dag 4 en dag 8 tot 10 na de geboorte wordt er 700 microliter (0,7 ml) bloed extra bij uw kind afgenomen.

Ook hieruit worden de schildklierwaarden bepaald. Ook als uw kind niet met ons onderzoek meedoet, wordt uw kind op deze dagen geprikt voor het bepalen van de schildklier- waarden. Omwille van het onderzoek nemen wij per keer 700 microliter extra bloed af. We nemen deze extra buisjes af om alle bepalingen gestandaardiseerd in één laboratorium te laten uitvoeren. De uitslagen van deze bepalingen worden nog niet gebruikt bij uw behandeling. Achteraf wordt er omwille van het onderzoek gekeken naar het verloop van de zwanger- schappen en gaan we na bij welke kinderen een hyperthyreoï- die is opgetreden.

(7)

Algemene informatie

Een te snel werkende schildklier noemen wij een hyperthy- reoïdie. Bij de meeste jonge vrouwen wordt een hyperthyre- oïdie veroorzaakt door de ziekte van Graves. Bij mensen die de ziekte van Graves hebben of hebben doorgemaakt, komen TSH-receptorantistoffen voor. Deze antistoffen stimuleren de schildklier tot de productie van schildklierhormoon. De antistoffen zijn er de oorzaak van dat de schildklier te snel werkt. De TSH-receptorantistoffen gaan door de placenta en kunnen er ook bij uw kind voor zorgen, dat de schilklier tijdelijk te snel werkt. Dit kan in het laatste gedeelte van de zwangerschap optreden of kort na de geboorte. Na de geboorte verdwijnen de antistoffen bij uw kind en gaat de schildklier van uw kind weer normaal functioneren.

De tijdelijke hyperthyreoïdie bij uw kind is niet ernstig, als het maar op tijd wordt ontdekt. De hyperthyreoïdie is goed te behandelen met medicijnen. Momenteel wordt bij iedere zwangere die nu de ziekte van Graves heeft of ooit heeft gehad de schildklierwaarde gecontroleerd en de concentratie aan TSH-receptorantistoffen bepaald. Haar kind wordt aan het eind van de zwangerschap en kort na de geboorte intensief gecontroleerd.

Aan het eind van de zwangerschap wordt er een keer een echo gemaakt om de schildklier van het kind te beoordelen en de hartslag van het kind wordt nauwkeurig gecontroleerd.

Verder moet de zwangere in het ziekenhuis bevallen, wordt het kind na de geboorte nagekeken door de kinderarts, wordt

(8)

er navelstrengbloed afgenomen en wordt het kind op dag 2, dag 4 en dag 8 tot 10 na de geboorte geprikt om na te gaan hoe de schildklier werkt.

Met ons onderzoek willen we nagaan of het risico op een kind met hyperthyreoïdie bij zwangeren met een actieve of doorgemaakte ziekte van Graves te verwaarlozen, is als de concentratie aan TSH-receptorantistoffen in het begin van de zwangerschap laag is. Als dit zo is, hoeven onbehandelde zwangeren met een actieve of doorgemaakte ziekte van Graves, maar een lage concentratie aan antistoffen in principe niet meer in het ziekenhuis te bevallen en hoeft hun kind niet extra gecontroleerd en geprikt te worden.

(9)

Verschil normale controle en behandeling

Als u met het onderzoek meedoet, krijgen u en uw kind dezelfde controle en behandeling als wanneer u niet aan het onderzoek zou deelnemen. Er wordt alleen, als er toch bloed afgenomen wordt voor de reguliere controle, wat extra bloed afgenomen.

Bij u wordt er gedurende de zwangerschap driemaal een extra buisje bloed afgenomen, er wordt een extra buisje navelstrengbloed afgenomen en bij uw kind wordt er driemaal 0,7 ml bloed extra afgenomen.

Duur onderzoek

Het onderzoek gaat door, totdat de gebruikelijke controles voor een zwangere met hyperthyreoïdie en haar pasgeborene zijn afgelopen. Dus voor u tot na de bevalling, voor het kindje tot 10 dagen na de geboorte.

(10)

Waarom dit onderzoek

We willen onderzoeken of bij zwangeren met een actieve of doorgemaakte ziekte van Graves en een lage concentratie aan antistoffen in het begin van de zwangerschap de kans op een kind met een tijdelijke hyperthyreoïdie te verwaarlozen is. Als dit klopt, hoeven de pasgeborenen van zwangeren met een doorgemaakte of actieve ziekte van Graves in principe niet extra gecontroleerd te worden en hoeft de zwangere niet in het ziekenhuis te bevallen.

Voordelen deelname onderzoek

Tijdens deze zwangerschap zijn er voor u en uw kind geen voordelen. U krijgt de gebruikelijke intensieve controle en eventuele behandeling. Als onze veronderstelling klopt, kunnen bij ruim 90% van de zwangeren met een actieve of doorgemaakte hyperthyreoïdie in de toekomst de uitgebreide controles bij moeder en kind achterwege blijven en kan men thuis bevallen.

Nadelen deelname onderzoek

Er zijn voor u en uw kind geen nadelen verbonden aan het onderzoek. U en uw kind hoeven niet extra geprikt te worden, wel wordt er tijdens de reguliere bloedafname extra bloed afgenomen. U en uw kind krijgen de gebruikelijke controle en behandeling.

(11)

Vertrouwelijkheid

Onderzoeksgegevens zullen worden gehanteerd met inacht- neming van de Wet Bescherming Persoonsgegevens en het privacy reglement van het Erasmus MC Rotterdam.

Alle medische gegevens die tijdens het onderzoek worden verzameld, zullen worden voorzien van een codenummer.

De persoonsgegevens zijn alleen bekend bij de artsen die het onderzoek uitvoeren. De persoonsgegevens zullen niet gebruikt worden op studiedocumentatie, in rapporten of publicaties van dit onderzoek.

Verzekering

Aan u is verzocht deel te nemen aan medisch wetenschap- pelijk onderzoek. Dat onderzoek wordt uitgevoerd nadat goedkeuring is verkregen van de Medische Ethische Toetsings- commissie van het Erasmus MC Rotterdam. De voor dit onderzoek internationaal vastgestelde richtlijnen zullen nauwkeurig in acht genomen worden. De opdrachtgever van dit onderzoek heeft van de Medisch Ethische Toetsingscom- missie Erasmus MC ontheffing gekregen van de verplichting een verzekering af te sluiten, die de door het onderzoek veroorzaakte schade door dood of letsel van de proefper- soon dekt. De reden van deze ontheffing is, dat de commissie van oordeel is, dat dit onderzoek voor de proefpersoon naar zijn aard zonder enig risico is.

(12)

Terugtrekken uit onderzoek

Aangezien uw toestemming voor deelname aan het

onderzoek geheel vrijwillig is, kunt u uw toestemming altijd, zonder opgaaf van redenen, weer intrekken. Dit heeft geen verdere consequenties voor eventuele zorg of behandeling.

Uitvoerende artsen ziekenhuis St Jansdal

Het onderzoek wordt in het ziekenhuis St Jansdal uitgevoerd door de gynaecologen en de kinderartsen.

Het onderzoek wordt gecoördineerd door:

• mw. W. Minderhoud-Bassie, gynaecoloog

• dhr. J. Hagendoorn, kinderarts

Telefoon ziekenhuis St Jansdal (0341) 463911

Onafhankelijk arts

Indien u over ons onderzoek een arts wilt raadplegen, die niet direct bij het onderzoek betrokken is, kunt u contact opnemen met:

• Mw. Drs. I.P.M. Gaugler-Senden, gynaecologe, afdeling verloskunde, Erasmus MC Sophia,

telefoonnummer: (010) 4636363, sein 36864:

• Prof. Dr. S.L.S. Drop, kinderarts-endocrinoloog, afdeling kindergeneeskunde, Erasmus MC Sophia, telefoonnummer:

(13)

Nadere informatie

Indien u na het lezen van de informatie nog vragen heeft, of als er zich tijdens de behandeling problemen van enigerlei aard voordoen, kunt u contact opnemen met:

• Dr. S.M.P.F. de Muinck Keizer-Schrama, kinderartsendocrinoloog,

afdeling kinderendocrinologie, Erasmus MC Sophia,

telefoonnummer (010) 4636363, sein 36614

• Drs. J. Jansen, arts-onderzoeker

Erasmus MC Rotterdam, tel. 010-4632696, e-mail jurgen.jansen@erasmusmc.nl

(14)
(15)

Copyright 2001 Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie en de Nederlandse Vereniging voor Urologie.

Uitgave:

Patiëntencommunicatie

Harderwijk, februari 2013 CAZ GY 43.02.13

(16)

Ziekenhuis St Jansdal Wethouder Jansenlaan 90 3844 DG Harderwijk Postbus 138

3840 AC Harderwijk Telefoon (0341) 463911 www.stjansdal.nl

Afbeelding

Updating...

Referenties

Updating...

Gerelateerde onderwerpen :