Afstudeeronderzoek - Wouter Borneman

142  Download (0)

Hele tekst

(1)

1

Voorkomen van fraude in de bijstand

Een theoretisch onderzoek naar hoe de kans op

schending van de inlichtingenplicht in de

aanvraagprocedure van een bijstandsuitkering

(Participatiewet) zo veel mogelijk voorkomen kan

worden

2021

Naam Wouter Borneman Studentnummer 430153 Opleiding

Sociaal Juridische Dienstverlening

Opleidingsinstituut

Saxion Hogeschool, Deventer

Schoolcoach Erik de Olde Tweede lezer Fatima Bichbich Opdrachtgever Gemeente Deventer Praktijkbegeleider Lisbeth de Waal Datum 12 maart 2021

(2)

2

Voorwoord

Voor u ligt mijn afstudeeronderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de

Gemeente Deventer. De Gemeente Deventer wil graag achterhalen hoe fraude in de bijstand zoveel mogelijk voorkomen kan worden. Door middel van de resultaten van dit onderzoek geef ik de Gemeente Deventer een advies over welke middelen zij in kunnen zetten om dit doel te bereiken.

Graag wil ik iedereen bedanken die een bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van dit rapport. In het bijzonder wil ik Lisbeth de Waal van de Gemeente Deventer bedanken voor de gegeven opdracht en de mogelijkheid om dit onderzoeksrapport te kunnen schrijven. Ik wil Eric de Olde van Saxion Hogeschool Deventer bedanken voor de goede begeleiding tijdens mijn afstudeerperiode.

Wouter Borneman 12 maart 2021 Apeldoorn

(3)

3

Samenvatting

Sinds 1 januari 2015 is de Participatiewet van kracht. Voor diegenen die hier gebruik van maken, is de inlichtingenplicht op grond van artikel 17 Participatiewet van kracht. Deze houdt in dat eenieder die een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet, uit eigen beweging alle inlichtingen dient te verstrekken waarvan diegene mag vermoeden dat deze van invloed zijn op de uitkering.

In 2019 zijn er bij de Gemeente Deventer 63 bijstandsuitkeringen beëindigd naar aanleiding van een statusonderzoek (Klaassen, 2019). Dit hield in dat de inlichtingenplicht was

geschonden en dat deze mensen de te veel verstrekte uitkering dienden terug te betalen. Team Inkomensondersteuning van de Gemeente Deventer wil graag weten hoe deze schending van de inlichtingenplicht zoveel mogelijk voorkomen kan worden en wat de oorzaken hiervan kunnen zijn. Hiervoor is de volgende hoofdvraag opgesteld: “Op welke

wijze kan de afdeling Inkomensondersteuning van de Gemeente Deventer de kans op

schending van de inlichtingenplicht in de aanvraagprocedure van een bijstandsuitkering door aanvragers in de leeftijd van 18 tot en met 65 jaar verkleinen?”

Naar aanleiding van het onderzoek zijn onder andere de volgende adviezen gegeven: • aanvraagformulier opstellen en verdere communicatie hanteren op B1-leesniveau; • profielschets maken van typen fraudeurs in de bijstand;

• creëren van aparte webpagina voor het doorgeven van wijzigingen in de persoonlijke omstandigheden;

• nudgingmogelijkheden die kunnen bijdragen aan naleving wet- en regelgeving; • bijeenkomsten organiseren voor extra voorlichtingsmateriaal omtrent de

inlichtingenplicht;

• meldpunt organiseren voor vragen over de inlichtingenplicht; • uitleg omtrent de inlichtingenplicht in vreemde talen; en • documenteren van redenen (onbewuste) fraude.

Voor de afdeling Inkomensondersteuning van de Gemeente Deventer is het aanvraagformulier herschreven en opnieuw ingedeeld aan de hand van de opgestelde normen door Beerens, de verschillende nudgingsmogelijkheden en de feedback verkregen uit interviews. Het

aanvraagformulier dient als voorbeeld en aan dit formulier kan door de Gemeente Deventer een eigen invulling worden gegeven.

(4)

4

Inhoudsopgave

Voorwoord ... 2 Samenvatting ... 3 1 Inleiding ... 5 1.1 Aanleiding ... 5 1.2 Afbakening ... 7 1.3 Doelstelling ... 8 1.4 Probleemstelling ... 8 1.5 Onderzoeksvragen ... 8 1.6 Betrokkenen en belanghebbenden ... 9

2 Theoretisch en juridisch kader ... 10

2.1 Theoretisch kader (kernbegrippen probleemstelling / onderzoeksvragen):... 10

2.2 Juridisch kader (wet- en regelgeving) ... 16

2.3 Juridisch kader (jurisprudentie) ... 18

3 Onderzoeksmethoden en verantwoording ... 19

3.1 Type onderzoek ... 19

3.2 Onderzoeksmethode per onderzoeksvraag ... 20

4 Resultaten ... 27

4.1 Hoeveel mensen in de leeftijd van 18 tot en met 65 jaar oud hebben in het jaar 2020 geen of onvoldoende gegevens aangeleverd, waardoor de aanvraag niet in behandeling is genomen. ... 27

4.2 Wat zijn oorzaken en gevolgen van de schending van de inlichtingenplicht in de aanvraagprocedure door personen in de leeftijd van 18 tot en met 65 jaar oud? ... 28

4.3 Welke nudgingmogelijkheden gebruikt de Gemeente Enschede om de schending van de inlichtingenplicht te voorkomen en welke hiervan zijn toepasbaar voor de Gemeente Deventer? ... 36

4.4 Hoe kan het aanvraagformulier en de informatievoorziening voor het aanvragen van een bijstandsuitkering van de Gemeente Deventer aangepast worden zodat het aansluit op het leesniveau van de personen in de leeftijd van 18 tot en met 65 jaar oud? ... 40

5 Conclusie & Aanbevelingen ... 46

6 Bronnenlijst ... 52

Bijlage I Huidig aanvraagformulier Gemeente Deventer ... 56

Bijlage 2 Tafel van Elf ... 68

Bijlage 3 Overzicht van de ‘zes fraudeurs’ (Brummelkamp, 2010) ... 73

Bijlage 4 Uitwerking interview Erik Bergsma ... 75

Bijlage 5 Voorbeeld aanmaningbrief Gemeente Enschede ... 83

Bijlage 6 Handvatten Dedicon voor het leesbaar maken van een tekst ... 84

Bijlage 7 Uitwerking interviews respondenten uitkering toegekend ... 88

Bijlage 8 Uitwerking interviews respondenten uitkering buiten behandeling ... 106

Bijlage 9 Aangepast aanvraagformulier ... 124

(5)

5

1 Inleiding

In dit hoofdstuk is de aanleiding van het onderzoek behandeld. Daarnaast komen de doel- en probleemstelling van dit onderzoek, de onderzoeksvragen en de betrokkenen en

belanghebbenden aan bod.

1.1 Aanleiding

In september 2019 telde Nederland een totaal van 416.000 bijstand ontvangende personen die de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hadden bereikt (CBS, 2019). Om een uitkering op grond van de Participatiewet (PW) te mogen ontvangen, dient er aan regels en plichten geconformeerd te worden die in de Participatiewet beschreven staan.

De Participatiewet is het laatste sociale vangnet in Nederland. Het doel van deze wet is dat zoveel mogelijk inwoners van Nederland deelnemen (participeren) aan werk. Soms is dit niet direct mogelijk, kan er gedeeltelijk gewerkt worden óf is vastgesteld dat iemand niet meer kan werken. In dit geval kunnen inwoners van Nederland een bijstandsuitkering aanvragen op grond van de Participatiewet (UWV, z.d.).

De opdrachtgever van dit onderzoek, de Gemeente Deventer, had in maart 2020 een aantal van 2.560 bijstand genietende inwoners (CBS, 2020a). De Gemeente Deventer zal jaarlijks, bij al deze 2.560 personen die bijstand ontvangen, moeten vaststellen of zij wel rechtmatig een bijstandsuitkering ontvangen.

Iedereen die aanspraak wil maken op een bijstandsuitkering, zal zich onder andere dienen te houden aan artikel 17 PW. Dit is de inlichtingenplicht. Deze wet bepaalt dat iedere persoon die een bijstandsuitkering wil ontvangen óf al ontvangt, zich aan deze inlichtingenplicht dient te houden. Dit betekent dat iedereen die een aanvraag doet voor een bijstandsuitkering óf deze al ontvangt, uit eigen beweging mededeling moet doen van alle feiten en omstandigheden, waarvan het redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht van een bijstandsuitkering.

Medewerkers van de afdeling Inkomensondersteuning bij de Gemeente Deventer, ook wel ‘Inkomensconsulenten’ genoemd, onderzoeken of er recht is op een uitkering voor iemand die deze aanvraagt óf al ontvangt. Hiervoor wordt aansluiting gezocht bij de Participatiewet, waarin beschreven staat waar iemand aan moet voldoen om voor een uitkering op grond van de Participatiewet in aanmerking te komen. Ook staat in de Participatiewet beschreven wat een bijstand ontvangende partij wel óf niet mag.

Om vast te stellen dat de mensen die een bijstandsuitkering ontvangen zich aan de regels houden die gesteld zijn in artikel 17 PW, worden er bij de Gemeente Deventer zogeheten ‘themaonderzoeken’ gehanteerd. De personen die bijstand ontvangen dienen hierbij een ingevuld vragenformulier en alle relevante gegevens aan te leveren, zodat het recht kan worden vastgesteld. In 2019 zijn er hierdoor 63 uitkeringen beëindigd. De Gemeente

Deventer rekent een besparing van € 7.000,00 per stopgezette uitkering. Dat betekent volgens die redenering een besparing van in totaal € 440.000,00 (Klaassen, 2019). Dat geeft aan hoeveel baat de Gemeente Deventer kan hebben bij het goed inlichten van mensen die bijstand ontvangen, over de inlichtingenplicht op grond van artikel 17 PW.

De inlichtingenplicht wordt ook geschonden wanneer iemand incomplete gegevens aanlevert bij de aanvraag voor een uitkering. Dit hoeft niet eens bewust te gebeuren. Er zijn

(6)

6 bijvoorbeeld mensen die de Nederlandse taal niet goed beheersen en/of laaggeletterd zijn en hierdoor bepaalde informatie niet goed interpreteren. De afdeling Inkomensondersteuning van de Gemeente Deventer vraagt zich af of de correspondentie met mensen die een

bijstandsuitkering aanvragen, aansluit bij hun leesniveau. Wanneer het namelijk duidelijk is voor de aanvrager welke informatie er van hen verlangd wordt, is de kans kleiner dat zij (onbewust) de inlichtingenplicht schenden (Witteman, 2018).

In 2019 is er door staatssecretaris Raymond Knops van Binnenlandse Zaken en

Koninkrijksrelaties (BZK) een initiatief in het leven geroepen om gemeenten in duidelijke en begrijpbare taal te laten communiceren. Dit initiatief heet ‘Direct-Duidelijk’. Om dit vorm te geven zijn er taalcoaches aangesteld om trainingen te geven aan ambtenaren om duidelijker te kunnen schrijven en praktische hulpmiddelen aan te reiken om de communicatie met de burger te verbeteren (Rijksoverheid, 2019). De Gemeente Enschede is de eerste gemeente in Nederland die de Direct-Duidelijk deal heeft getekend. Na deze ondertekening in 2020 heeft de Gemeente Enschede, Direct-Duidelijk Enschede, in de hele organisatie doorgevoerd. Met als doel dat uiteindelijk de gehele Gemeente Enschede communiceert in begrijpelijke taal naar hun burgers (Direct duidelijk, 2020).

Naast het verbeteren van de leesbaarheid kan ook het onbewuste gedrag van mensen positief beïnvloed en gestuurd worden, wat uiteindelijk kan bijdragen aan naleving van wet- en regelgeving. De methodiek voor deze gedragsbeïnvloeding heet ‘nudging’. Het is lastig om een precieze definitie van nudging te formuleren. Thaler en Sunstein (2015) brachten nudging onder de aandacht bij een groter publiek. Zij definiëren het als een onbewust duwtje in de gewenste richting. De bedoeling is dat dit ‘duwtje’ het gedrag van mensen op een

voorspelbare manier veranderd, zonder dat andere opties verboden worden of alternatieven te moeilijk zijn. Uiteindelijk gaat het erom dat mensen een bepaald gedrag vertonen door middel van beïnvloeding (Ridder, 2019).

Wanneer men gebruik maakt van nudging, zal dit moeten aansluiten op het leesniveau van diegene waarvan het gedrag beïnvloed dient te worden. Uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer (2016) blijkt dat 2,5 miljoen mensen moeite hebben met taal en/of rekenen. Onder deze 2,5 miljoen laaggeletterden vallen 1,8 miljoen mensen in de leeftijdscategorie tussen 16 en 65 jaar (Lezen en Schrijven, z.d.a.). Leesniveau B1 is voor zo’n 95% van de Nederlandse bevolking te begrijpen. Overheden en andere organisaties communiceren meestal op leesniveau C1. Ongeveer 60% van de Nederlandse bevolking kan dit leesniveau niet begrijpen (Bureau Taal, z.d.). Nagegaan dient te worden of het niveau van het

aanvraagformulier correspondeert met het leesniveau van de doelgroep.

Zoals eerder benoemd blijkt uit het artikel van Klaassen (2019) dat er in het afgelopen jaar in totaal 63 uitkeringen zijn beëindigd, omdat na een themaonderzoek is gebleken dat zij geen recht hadden op een uitkering. In de wetenschap dat het de Gemeente Deventer € 7.000,00 kost per klant die onterecht een uitkering ontvangt, willen zij graag diegenen die om wat voor reden dan ook geen recht hebben eruit filteren bij de aanvraag. Dit bespaart de afdeling Inkomensondersteuning bij de Gemeente Deventer per niet-rechtmatige aanvraag veel geld. Maar niet alleen de afdeling Inkomensondersteuning kan hier profijt van hebben. Wanneer namelijk blijkt dat de inlichtingenplicht is geschonden, wordt de te veel ontvangen bijstand gevorderd bij de klant en kan er een bestuurlijke boete worden opgelegd (artikel 18a PW). Deze bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag van de te veel verstrekte bijstand. De boete wordt bepaald en afgestemd door een medewerker van de afdeling

(7)

7 Duidelijk is dat zowel de Gemeente Deventer, medewerkers van de afdeling

Inkomensondersteuning en mensen die een bijstand aanvragen gebaat zijn bij correspondentie die aansluit bij het leesniveau van diegenen die een uitkering aanvragen. Hierdoor kan de kans op schending van de inlichtingenplicht én de kans dat mensen voor langere tijd onterecht een uitkering ontvangen, worden verkleind. Hiernaast zou het ervoor moeten zorgen dat het voor beide partijen (de aanvrager en de afdeling Inkomensondersteuning) duidelijk is dat er geen recht is op een uitkering. Zodoende kan voorkomen worden dat er te veel verstrekte uitkering teruggevorderd moet worden en er een bestuurlijke boete wordt opgelegd.

Kanttekening is wel dat staatssecretaris Bas van ’t Wout (Sociale Zaken) op dit moment bezig is met een onderzoek naar de fraudedefinitie in de bijstand. Hij geeft aan dat de overheid het haar burgers af en toe lastig kan maken. Van ’t Wout geeft aan dat “de menselijke maat soms moeilijk terug te vinden is in de systemen van de overheid”. Hiernaast vindt hij “dat

formulieren ingewikkeld zijn en de brieven die verstuurd worden lastig kunnen zijn, hierdoor is een fout snel gemaakt. Maar dat maakt iemand nog niet direct een fraudeur”.

Momenteel ligt er een wetsvoorstel bij de Eerste Kamer. Met deze wet kan worden geregeld dat bijvoorbeeld gemeentes en het UWV de mogelijkheid krijgen om, wanneer een vordering niet is ontstaan vanwege opzet of grove schuld, mee te werken aan een schuldregeling tegen finale kwijting (De Monitor, 2020).

1.2 Afbakening

Om dit onderzoek haalbaar en behapbaar te houden, zal het onderzoek zich uitsluitend richten op de aanvraagprocedure van een uitkering op grond van de Participatiewet bij de afdeling Inkomensondersteuning van de Gemeente Deventer. Hierin wordt het onderzoek ook nog toegespitst naar personen van 18 tot en met 65 jaar oud. In 2020 zijn er door deze doelgroep tot nu toe (lees: 28 september 2020) 1.187 aanvragen ingediend. Voor deze doelgroep is gekozen omdat dit nagenoeg iedereen betreft die een uitkering aan mag vragen. Hiernaast sluit dit aan bij de leeftijdscategorie die genoemd wordt in het onderzoek naar

laaggeletterdheid van de Algemene Rekenkamer (2016). Op deze manier kan er een zo representatief mogelijk beeld worden gecreëerd.

Mensen die vanaf 50 jaar oud werkloos of arbeidsongeschikt zijn geraakt, kunnen een uitkering op grond van de Inkomensvoorziening voor Oudere en gedeeltelijk

Arbeidsongeschikte Werknemers (IOAW) aanvragen. Aan deze uitkering zijn andere

voorwaarden en rechten verbonden. Deze uitkering wordt wel verstrekt door gemeentes. Dus ook door de Gemeente Deventer.

Mensen onder de 50 jaar oud kunnen geen aanspraak maken op een IOAW-uitkering. De mensen van 50 jaar en ouder die niet aan de voorwaarden van de IOAW kunnen wél een Participatiewet uitkering aanvragen. Dit onderzoek richt zich daarom op de personen van 18 tot en met 65 jaar oud die een uitkering aanvragen op grond van de Participatiewet.

Het onderzoek richt zich op de aanvraagprocedure omdat de Gemeente Deventer tijdens de aanvraagprocedure diegenen die geen recht hebben op een uitkering, eruit wil filteren. Op deze manier kan voorkomen worden dat iemand onterecht vanaf het begin een uitkering ontvangt en dit pas gesignaleerd wordt tijdens een themaonderzoek.

(8)

8

1.3 Doelstelling

De opdrachtgever, de Gemeente Deventer, heeft duidelijk voor ogen wat zij willen bereiken met dit onderzoek. Zij willen een onderzoek naar hoe de kans op schending van de

inlichtingenplicht bij de aanvraag van een uitkering op grond van de Participatiewet kan worden verkleind. Zij willen helder krijgen waarom mensen die een uitkering op grond van de Participatiewet aanvragen, de gehele opgevraagde gegevens óf bepaalde inlichtingen niet verstrekken. Daarnaast wil de Gemeente Deventer ook weten op welke manier aangesloten kan worden bij het leesniveau van de doelgroep.

Praktijkdoelstelling

Inzicht krijgen in de wijze waarop het aanvraagformulier voor een bijstandsuitkering bij de Gemeente Deventer ingericht dient te worden, waardoor de kans op schending van de inlichtingenplicht bij de aanvragende partij wordt verkleind.

Onderzoekdoelstelling

Het doel van dit onderzoek is om inzichtelijk te maken welke vragenstelling er reeds wordt gehanteerd door de afdeling Inkomensondersteuning van de Gemeente Deventer tijdens de aanvraagprocedure van een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Hiernaast is het doel om inzicht te krijgen welke vragenstelling of invulling van het aanvraagformulier gehanteerd dient te worden, zodat het formulier leesbaar en begrijpelijk wordt voor de doelgroep. Daarnaast wordt het op deze manier duidelijker wat er van hen wordt verwacht omtrent de inlichtingenplicht op grond van artikel 17 PW en kan voorkomen worden dat deze onbewust wordt geschonden.

1.4 Probleemstelling

Aan de hand van de hierboven beschreven onderzoeksdoelstelling is de volgende probleemstelling geformuleerd:

Op welke wijze kan de afdeling inkomensondersteuning van de Gemeente Deventer de kans op schending van de inlichtingenplicht in de aanvraagprocedure van een bijstandsuitkering door aanvragers in de leeftijd van 18 tot en met 65 jaar verkleinen?

1.5 Onderzoeksvragen

De probleemstelling wordt beantwoord aan de hand van vier onderzoeksvragen. Deze onderzoeksvragen zijn hieronder benoemd:

1. Hoeveel personen in de leeftijd van 18 tot en met 65 jaar oud hebben in het jaar 2020 geen of onvoldoende gegevens aangeleverd, waardoor de aanvraag niet in behandeling is genomen.

2. Wat zijn de oorzaken en gevolgen van het (onbewust) schenden van de

inlichtingenplicht in de aanvraagprocedure door personen in de leeftijd van 18 tot en met 65 jaar oud?

3. Welke nudgingmogelijkheden gebruikt de Gemeente Enschede om de schending van de inlichtingenplicht te voorkomen en welke hiervan zijn toepasbaar voor de Gemeente Deventer?

4. Hoe kan het aanvraagformulier en de informatievoorziening voor het aanvragen van een bijstandsuitkering van de Gemeente Deventer aangepast worden zodat het aansluit op het leesniveau van personen in de leeftijd van 18 tot en met 65 jaar oud?

(9)

9

1.6 Betrokkenen en belanghebbenden

De Gemeente Deventer

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Gemeente Deventer. Het voornaamste belang van de Gemeente Deventer is inzicht krijgen in de mogelijkheden waarop de afdeling

Inkomensondersteuning van de Gemeente Deventer de kans op schending van de

inlichtingenplicht in de aanvraagprocedure van een bijstandsuitkering door aanvragers in de leeftijd van 18 tot en met 65 jaar kan verkleinen.

Zoals benoemd in de afbakening, richt het onderzoek zich op de aanvraagprocedure omdat de Gemeente Deventer tijdens de aanvraagprocedure diegenen die geen recht hebben op een uitkering, eruit wil filteren. Op deze manier kan voorkomen worden dat iemand onterecht vanaf het begin een uitkering ontvangt en dit pas gesignaleerd wordt tijdens een

themaonderzoek. Dit levert de Gemeente Deventer tevens een kostenbesparing op van gemiddeld € 7.000,00 per onrechtmatig verstrekte bijstandsuitkering (Klaassen, 2019).

Inwoners die een bijstandsuitkering aanvragen binnen de Gemeente Deventer

De doelgroep van dit onderzoek betreft inwoners van de Gemeente Deventer, in de leeftijd van 18 tot en met 65 jaar, die een bijstandsuitkering aanvragen op grond van de

Participatiewet. De resultaten van dit onderzoek moeten in kaart brengen hoe de kans op schending van de inlichtingenplicht van de doelgroep verkleind kan worden. Op deze manier kan voorkomen worden dat de doelgroep onterecht bijstand ontvangt en de te veel ontvangen bijstand teruggevorderd dient te worden, alsmede het opleggen van een bestuurlijke boete. De doelgroep heeft hier baat bij omdat een terugvorderingsbedrag en bestuurlijke boete hoog kunnen oplopen. Hierdoor kan de doelgroep mogelijk met een hoge schuldenlast komen te zitten. Dit maakt het indirect ook lastig voor de Gemeente Deventer om het

(10)

10

2 Theoretisch en juridisch kader

In het theoretisch en juridisch kader wordt een beschrijving gegeven van de meest relevante theoretische en juridische aspecten die van toepassing zijn op het onderzoek.

2.1 Theoretisch kader (kernbegrippen probleemstelling /

onderzoeksvragen):

• Onbewuste fraude

• Afdeling inkomensondersteuning • Aanvraagprocedure bijstandsuitkering • Onderzoek leesbaarheid van brieven

Onbewuste fraude

De overheid heeft in 2006 wetenschappelijk onderzoek laten doen om onder andere uitkeringsfraude in kaart te brengen en tegen te kunnen gaan. Naar aanleiding van dit onderzoek is door het Ministerie van Justitie de ‘Tafel van Elf’ in het leven geroepen. Dit is een, uit elf dimensies opgebouwd, gedragswetenschappelijk model. Aan de hand van dit model kan de mate van naleving van wetten worden vastgesteld. In dit model wordt ook aangegeven dat wanneer er geen duidelijkheid is over de wetgeving of plichten, dit kan leiden tot (onbewuste) overtredingen. Er wordt bijvoorbeeld aangegeven dat wanneer de wetgeving onduidelijk of ingewikkeld is, er een kans bestaat dat er (per ongeluk) geen naleving optreedt. Er wordt een onderscheid gemaakt in een aantal aspecten:

• Omvang van de wetten: wanneer er veel regels van toepassing zijn, worden bijstand ontvangende partijen misschien wel overvraagd in hun juridische kennis óf kennis van de inhoud van deze regels.

• Vaagheid van regelgeving: bepalingen en begrippen in de wetgeving kunnen vatbaar zijn voor een concretere uitleg

• Complexiteit van de regelgeving: bijstand ontvangende partijen hebben juridische kennis nodig om bepaalde regels te ontleden en te begrijpen (KCWJ, 2006).

Afdeling inkomensondersteuning

De Gemeente Deventer meldt het volgende over de afdeling Inkomensondersteuning: “Mensen die te kampen hebben met financiële problematiek gaan vaak ook gebukt onder andere problematiek, denk aan gezondheid, huisvesting of het vinden/behouden van werk. Door een situatie van rust te creëren omtrent het inkomen, ontstaat er een mogelijkheid om aan de andere problematiek te werken. Inkomensondersteuning betreft maatwerk. Wij verplaatsen ons in de problematische situatie van een belanghebbende partij en zijn goed op de hoogte van de wettelijke kaders”.

(11)

11 Werknemers (inkomensconsulenten) van de afdeling Inkomensondersteuning van de

Gemeente Deventer zorgen er bijvoorbeeld voor dat een belanghebbende partij op de hoogte is van zijn rechten en plichten vanuit de Participatiewet. Daarnaast geeft de

inkomensconsulent antwoord op juridische vragen omtrent de Participatiewet van belanghebbende partijen, is er contact met hulpverlenende partijen (bewindvoerders,

woningcorporaties, deurwaarders, vluchtelingenwerk) om de situatie van een belanghebbende partij helder te krijgen en onderzoekt de inkomensconsulent of er nog recht bestaat op een uitkering bij diegenen die een uitkering ontvangen (Deventer, 2020).

Aanvraagprocedure bijstandsuitkering

Wanneer een klant een uitkering wil ontvangen van de Gemeente Deventer op grond van de Participatiewet, dan dient diegene zich te melden bij de receptie van KonnecteD. KonnecteD is het werkbedrijf dat, in opdracht van de Gemeente Deventer, mensen die een uitkering aanvragen óf al ontvangen laat uitstromen naar werk. Wie een beroep doet op een uitkering vanuit de Participatiewet zal namelijk zo snel mogelijk weer aan het werk moeten.

Bij de receptie van KonnecteD wordt bij de melding vastgesteld of de bijstand aanvragende partij jonger of ouder is dan 27 jaar. Wanneer de aanvragende partij jonger is dan 27 jaar oud, is er een zoekperiode van 4 weken van kracht. Deze zoekperiode is er omdat jongeren eerst de mogelijkheden voor reguliere scholing dienen te onderzoeken, dit zijn opleidingen waarvoor studiefinanciering ontvangen kan worden. Dit geldt voor personen die nog geen

startkwalificatie hebben (minimaal mbo-niveau 2 opleiding). Wanneer iemand van jonger dan 27 jaar overtuigd is dat dit niet mogelijk is, zal hij documenten moeten overleggen waaruit blijkt dat regulier onderwijs niet mogelijk is (Schulinck, 2012). Wanneer zij zich voldoende hebben ingespannen in deze zoekperiode van 4 weken om werk te vinden worden zij ingedeeld voor een intakegesprek met een inkomensconsulent van de afdeling Inkomensondersteuning.

Wanneer iemand ouder is dan 27 jaar oud is dan krijgt hij eerst 3 gesprekken bij KonnecteD met een consulent vanuit KonnecteD. Deze consulent gaat vaststellen of er mogelijkheden zijn voor directe uitstroom naar werk. Blijkt na deze gesprekken dat het niet mogelijk is voor de klant om op korte termijn aan het werk te gaan wordt ook diegene ingedeeld voor een intakegesprek met een inkomensconsulent van de afdeling Inkomensondersteuning.

Hierna krijgt een inkomensconsulent ongeveer 4 personen per 2 weken (in één dag) voor een intakegesprek. Tijdens het intakegesprek wordt aan de hand van een vragengesprek

vastgesteld of er recht kan bestaan op een uitkering op grond van de Participatiewet. De volgende gegevens heeft de inkomensconsulent dan nodig:

• Identiteitsbewijs

De identiteit van de aanvrager moet vastgesteld worden. Zodat kan worden vastgesteld dan de aanvrager ook echt in eigen persoon aanwezig is.

• Gezinssituatie

Vaststellen of er sprake is van een relatie/kinderen. Wanneer een partner bijvoorbeeld meer inkomsten heeft dan de geldende norm, is er geen recht op een uitkering. • Woonsituatie

Er dient te worden vastgesteld hoe, waar en met wie iemand woont. Wanneer iemand met personen samenwoont waarmee de kosten van het bestaan kan delen, dan heeft dit invloed op de hoogte van de uitkering.

(12)

12 • Inkomen

Er dient te worden vastgesteld of iemand beschikt over inkomsten. Wanneer deze inkomsten lager zijn dan de geldende norm dan worden deze verrekend met de eventuele uitkering.

• Voorliggende voorzieningen

Er dient te worden vastgesteld of iemand recht heeft op een voorliggende voorziening. Denk aan bijvoorbeeld een WW-uitkering, ZW-uitkering of studiefinanciering. In zo’n geval wordt iemand doorverwezen naar een voorliggende voorziening. Tenzij al vastgesteld kan worden dat de voorliggende voorziening lager is dan de geldende norm. Dan wordt de voorliggende voorziening met de uitkering verrekend. • Informatie inlichtingenplicht

Er wordt informatie verstrekt omtrent de inlichtingenplicht op grond van artikel 17 PW. Er wordt uitgelegd welke plichten de aanvragende partij heeft en wat de

consequenties zijn van het schenden van deze inlichtingenplicht op grond van artikel 17 PW. Denk bijvoorbeeld aan de bestuurlijke boete die kan worden opgelegd wanneer er verband is tussen de te veel verstrekte bijstand én de schending van de inlichtingenplicht op grond van artikel 17 PW.

• Uitreiken van het aanvraagformulier

Na het intakegesprek wordt het aanvraagformulier (zie bijlage 1) uitgereikt aan de aanvragende partij. Er wordt uitgelegd wat er in het aanvraagformulier vermeld dient te worden én welke gegevens er aangeleverd moeten worden. Hiervoor heeft de aanvragende partij 4 werkdagen de tijd.

• Inlevertijd bewaken

Na het gesprek wordt door de inkomensconsulent de inlevertijd bewaakt. Er wordt bekeken of de aanvragende partij de opgevraagde gegevens + (ondertekend) aanvraagformulier tijdig heeft aangeleverd. Is er niks aangeleverd of missen er

gegevens, dan wordt er een aanvultermijn verstuurd naar de aanvragende partij. Hierna krijgt de aanvragende partij nog éénmaal 4 werkdagen de tijd om de opgevraagde gegevens volledig aan te leveren. Wordt er zonder tegenbericht niets aangeleverd dan wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld.

• Sociale recherche

o Wanneer alle benodigde gegevens tijdig zijn aangeleverd dan worden de gegevens eerst onderzocht door de sociale recherche van team Inkomensondersteuning. Zij onderzoeken of er bijzondere omstandigheden zijn die in strijd zijn met het recht op een bijstandsuitkering op grond van Participatiewet.

o Mochten er bijzondere omstandigheden zijn, dan worden er waarnemingen verricht door de sociale recherche of wordt er een verklaring opgenomen.

Bijvoorbeeld wanneer iemand heel veel bijschrijvingen derden heeft. Wanneer de aanvragende partij denkt geen recht te hebben op een uitkering dan mag hij altijd zijn aanvraag intrekken.

(13)

13 • Rapportage aanmaken en schrijven

Trekt een aanvragende partij zijn aanvraag niet in, dan wordt er over de aangeleverde gegevens onderzocht en gerapporteerd of er wel óf geen sprake is van recht op bijstand.

• Beschikking aanmaken en versturen

De beslissing die uit het gerapporteerde onderzoek naar voren komt, wordt per beschikking aan de klant verstuurd. Hierin staat waarom iemand wel óf geen recht op een uitkering en een motivatie hiervan. Wanneer iemand wel recht heeft op een uitkering wordt de hoogte van de uitkering vermeldt én een extra uitleg van de inlichtingenplicht op grond van artikel 17 PW (Schulinck, 2019). Omdat dit een besluit is op grond van de Awb, kan tegen dit besluit bezwaar worden ingediend op grond van artikel 6:4 jo. 6:5 Awb.

Onderzoek leesbaarheid van brieven

Om de bijstand aanvragende partij in de mogelijkheid te stellen zich aan de inlichtingenplicht te houden op grond van artikel 17 PW, dient het aanvraagformulier leesbaar en begrijpelijk te zijn voor een zo een groot mogelijke groep.

Stichting Lezen en Schrijven

In 2018 hebben dr. Maurice de Graaf, prof. dr. Mien Segers en dr. Jan Nijhuis namens de Universiteit van Maastricht een literatuurstudie verricht voor de Stichting Lezen en Schrijven op het gebied van laaggeletterdheid. In dit onderzoek wordt ingegaan op wat de definitie van laaggeletterdheid is, hoe het gesteld is met de laaggeletterdheid in Nederland, wie tot de laaggeletterden behoren en hoe dit doorwerkt in het leven van laaggeletterden (Lezen en Schrijven, 2018).

Stichting Dedicon

De stichting Dedicon is gespecialiseerd in het toegankelijk maken van informatie binnen overheidsinstellingen. In 2017 hebben zij een gids uitgebracht waarin tips worden gegeven om de informatietoegankelijkheid te vergroten. Hierin is ook een hoofdstuk gewijd aan begrijpelijke taal en worden voorbeelden gegeven van hoe dit realiseerbaar is (Beerens, 2017).

Nudging

Elke dag staan mensen voor keuzes. Wanneer men over deze keuzes gaat nadenken, kunnen zij in verwarring raken vanwege de vele mogelijkheden. Ook wanneer men weet wanneer een bepaalde keuze op langere termijn ongunstig kan uitpakken. Een keuze maken waar direct plezier aan beleeft kan worden, is verleidelijker.

Zo gebeurt het dat mensen te veel snoepen en te weinig sporten. Terwijl af en toe veel snoepen of niet sporten niet veel uitmaakt. Wanneer dit echter vaker gebeurt, kan het sterke consequenties hebben. Dit fenomeen wordt de ‘tirannie van de kleine keuzes’ genoemd. Wat wil zeggen dat veel, ogenschijnlijk kleine keuzes, ertoe kunnen leiden dat wij onze vrienden weinig zien, overgewicht ontwikkelen en ons eventueel ongelukkig gaan voelen.

(14)

14 ‘Nudges’, het geven van kleine duwtjes in de juiste richting, kunnen de tirannie van kleine keuzes doorbreken. Een nudge is een mogelijkheid om bepaald gedrag te veranderen, zonder dat er opties worden verboden of dat de alternatieve keuzes moeilijk zijn. Een voorbeeld hiervan is thuis het fruit in het zicht zetten en koekjes juist uit het zicht plaatsen. Hiermee wordt de omgeving waarin bepaalde keuzes worden gemaakt, verandert (keuzearchitectuur). Dit kan ervoor zorgen dat er meer fruit gegeten wordt en minder koekjes.

Naast de alledaagse keuzes waarvan men zelf de architect is, kan een overheidsinstelling haar burgers ook een ‘duwtje’ geven. Een voorbeeld hiervan is de donorregistratie. Eerder was iemand in principe geen donor, tenzij dit door die persoon anders is aangegeven. Nu is het zo dat wanneer iemand zich niet voor of tegen donordonatie laat registreren, diegene automatisch orgaandonor is (Ridder, 2019).

Het onbewuste gedrag van mensen kan positief beïnvloed en gestuurd worden. De methodiek voor deze gedragsbeïnvloeding heet dus ‘nudging’. Het is lastig om een precieze definitie van nudging te formuleren. Thaler en Sunstein (2015) brachten nudging onder de aandacht bij een groter publiek en definiëren het als ‘een onbewust duwtje in de gewenste richting’. De

bedoeling is dat dit ‘duwtje’ het gedrag van mensen op een voorspelbare manier veranderd, zonder dat andere opties verboden worden of alternatieven te moeilijk zijn. Uiteindelijk gaat het erom dat mensen een bepaald gedrag vertonen door middel van beïnvloeding (Ridder, 2019).

Gedragswetenschapper Reint Jan Renes heeft samen met Baukje Stinesen in 2014 een onderzoek verricht naar overheidsbeleid dat gericht is op gedragsverandering. Zij geven aan “dat de overheid maatschappelijke problemen probeert aan te pakken door specifieke

gedragingen van de burgers aan te moedigen en juist andere te ontmoedigen”. En “bij het tot stand komen van gedrag, vormen motivatie (wil men het?) en vermogen (kan men het?) belangrijke voorwaarden”. Daarnaast is het cruciaal dat er op het kritieke moment, wanneer men tot het gewenste gedrag wordt uitgedaagd, een duidelijke prikkel is (Fogg, 2009). Een beleidsregel van de overheid kan zo’n prikkel vormen. Volgens Reint Jan Renes en Baukje Stinesen zijn er “afhankelijk van de situatie en het soort gedrag, prikkels die mogelijk

motiverend en/of faciliterend zijn. Een BOB-sleutelhanger kan bijvoorbeeld een automobilist die vertrekt naar een feestje herinneren aan zijn voornemen om zichzelf en zijn vriend na afloop veilig thuis te brengen” (Ridder, 2019).

Gemeente Enschede

In 2017 hebben Marloes Janssen, Erik Bergsma en Kim Cooper onderzoek gedaan namens de Gemeente Enschede. Zij hebben onderzoek verricht naar hoe mensen het beste te benaderen en te activeren zijn. Destijds is een experiment verricht met het versturen van brieven volgens de principes van ‘nudging’. Daarnaast heeft de Gemeente Enschede in 2019 deelgenomen aan een het initiatief ‘Direct-Duidelijk’ van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), om gemeenten in duidelijke en begrijpbare taal te communiceren.

De Gemeente Enschede is hiermee de eerste gemeente in Nederland die de Direct-Duidelijk deal heeft getekend en tevens heeft doorgevoerd binnen de hele organisatie (Direct duidelijk, 2020).

(15)

15 Marloes Jansen, Erik Bergsma en Kim Cooper geven aan dat het doel van nudging ‘het geven van duwtjes in de juiste richting is’. Hierdoor kan gewenst gedrag worden gestimuleerd. Het geven van dit ‘duwtje’ in de juiste richting, richt zich op het onderbewuste. Denk hierbij aan trappen waarvan de treden als pianotoetsen fungeren. Het voorkeursgebruik van de trap wordt ten opzichte van een lift of roltrap verhoogt. Hierdoor wordt ingespeeld op onbewust gedrag dat aanzet tot meer lichaamsbeweging. Dit sluit aan bij de definitie van Thaler en Sunstein. Het doel van het experiment in 2017, met het versturen van de ‘nieuwe’ brieven volgens de principes van nudging, was om mensen aan te zetten tot actie. De eerste onderzoeksgroep waren debiteuren. Dit zijn mensen die een schuld hebben openstaan bij de Gemeente Enschede. De onderzoekers hadden bedacht om zoveel mogelijk weerstanden uit de ‘oude brief’ weg te nemen om zo de debiteur in beweging te krijgen. In de nieuwe brieven die verstuurd zijn, hebben de onderzoekers de volgende nudgingtechnieken toegepast:

1. Het voorkomen van negatieve emoties: negatieve emoties die worden opgeroepen door bepaalde woorden zoals ‘achterstand’ zijn vervangen door woorden zoals ‘bedrag’.

2. Keuzes geven: het geven van opties wordt de weerstand verminderd. In de nieuwe brief werd de keuze: betalen óf bellen.

3. Omdraaiden van de focus: de winst voor de klant presenteren: ‘u bent van uw financiële zorgen af’ in plaats van dat ‘de gemeente iets van u wilt’.

4. Samenwerking: benadrukken dat er samen naar een oplossing gezocht kan worden. In plaats van een ‘ik’ en ‘zij’ gevoel te creëren.

5. Visualisatie: ons brein verwerkt plaatjes makkelijker dan tekst. Hierdoor blijft er energie bespaart voor belangrijke zaken; zoals in dit geval de schuld afbetalen. 6. Progress bar: naast de visualisatie is ook het vermelden van de huidige stand in het

proces belangrijk. Een gedeelte van de zogeheten ‘progress bar’ is voor een gedeelte groen. Dit kan het gevoel geven dat de eerste stappen richting het einddoel al gezet zijn, wat extra kan motiveren (Janssen, M., E. Bergsma, Kim Cooper, 2017).

(16)

16

2.2 Juridisch kader (wet- en regelgeving)

• Oorsprong en doel Participatiewet • Inlichtingenplicht Participatiewet • Niet behandelen van aanvraag • Terugvordering

• Bestuurlijke boete

• Initiatiefwetsvoorstel ChristenUnie

• Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving

Oorsprong en doel Participatiewet

De Participatiewet is per 1 januari 2015 in werking getreden. Hiervoor was de Wet Werk en Bijstand (WWB) van toepassing. Het hoofddoel van de Participatiewet is om financiering, ondersteuning, uitvoering en de handhaving van de uitkeringsvoorwaarden in de hand van de gemeenten te leggen.

De Participatiewet moet daarnaast uitnodigen tot participatie. Dit is sinds 1 januari 2015 een inhoudelijke vernieuwing, die erop is gericht om alle mensen in Nederland als volwaardige burgers mee te laten doen in onze samenleving. Een reguliere baan wordt beoogd. Wanneer dit niet mogelijk is, dan kan erop verschillende andere manieren geparticipeerd worden. Een tegenprestatie dient in ieder geval geleverd te worden. Een voorbeeld hiervan kan

vrijwilligerswerk zijn van een beperkte omvang. Tijdens het ontvangen van een uitkering, op grond van de Participatiewet, dient de wetgeving te worden nageleefd (NJI, z.d.)

Inlichtingenplicht Participatiewet

De inlichtingenplicht is onderdeel van de Participatiewet en staat beschreven in artikel 17 PW. Op grond van artikel 17 lid 1 PW dient iemand op verzoek en/of uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden, waarvan diegene redelijkerwijs duidelijk moet zijn, die van invloed kunnen zijn op het recht van de bijstand óf

arbeidsinschakeling. Zij dienen dit aan het college (in dit geval de Gemeente Deventer) door te geven.

Op grond van artikel 17 lid 2 PW zal iemand die een uitkering aanvraagt of al ontvangt medewerking dienen te verlenen, wanneer dit redelijkerwijs van hem gevraagd kan worden, voor het uitvoeren van deze wet.

Op grond van artikel 17 lid 3 PW stelt dat voor de uitvoering van deze wet de belanghebbende partij zich dient te identificeren middels een identificatiebewijs.

Op grond van artikel 17 lid 4 PW is iedereen verplicht die een uitkering aanvraagt op grond van de Participatiewet zich te identificeren, zolang dit nodig is voor de uitvoering van deze wet (Schulinck, 2017).

Niet behandelen van aanvraag

Een aanvraag kan in bepaalde gevallen niet in behandeling worden genomen op grond van artikel 4:5 Awb. Een bestuursorgaan (in dit geval de Gemeente Deventer) kan besluiten een aanvraag niet te behandelen, indien:

(17)

17 • De aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling

nemen van de aanvraag (denk hierbij bijvoorbeeld aan de hiervoor benoemde identificatieplicht op grond van artikel 17 lid 3 PW); of

• De aanvraag geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van artikel 2:15 Awb (denk hierbij aan gegevens die door een aanvrager worden verstrekt via een corrupt bestand); of

• De verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende blijken te zijn voor beoordeling van de aanvraag (denk hierbij bijvoorbeeld aan een aanvrager die zijn bankafschriften niet aanlevert, waardoor niet kan worden vastgesteld of iemand in bijstandsbehoeftige omstandigheden verkeert) (Schulinck, 2015).

Terugvordering

Op grond van artikel 58 PW moet de Gemeente Deventer onterecht verstrekte bijstand terugvorderen van diegene die te veel en/of ten onrechte bijstand heeft ontvangen.

Bestuurlijke boete

Wanneer er een verband is tussen de te veel en/of onterechte verstrekte bijstand én de schending van de inlichtingenplicht op grond van artikel 17 PW, dient er een bestuurlijke boete te worden opgelegd op grond van art 18a jo. artikel 60 PW. De hoogte van deze boete is ten hoogste 100% van het benadelingsbedrag voor de Gemeente Deventer. Met andere

woorden, de boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat ten onrechte is verstrekt door de Gemeente Deventer aan de overtreder van de inlichtingenplicht op grond van artikel 17 PW.

Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving

Tot 2013 hadden gemeenten een bevoegdheid tot terugvordering. Dit was dus geen

verplichting. Op 5 juli 2012 is door de Tweede Kamer de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving aangenomen. Door deze wet is er sprake van een ‘gebonden bevoegdheid’ en daarmee is van enige coulance geen sprake meer. Op grond van artikel 58 PW leidt schending van de inlichtingenplicht nu altijd tot een terugvordering met daarboven op een bestuurlijke boete (Eerste Kamer, 2012).

Initiatiefwetsvoorstel ChristenUnie

De ChristenUnie heeft op vrijdag 8 januari 2021 een initiatiefwetvoorstel ingediend dat een einde moet maken aan de verplichting aan gemeenten, om in schrijnende gevallen een ‘bijstandsboete’ op te leggen als iemand niet volledig heeft voldaan aan de informatieplicht. Kamerlid Eppo Bruins van de ChristenUnie, geeft aan dat “de verplichte terugvordering kan leiden tot schrijnende situaties, waarbij het besluit tot terugvordering geenszins in een redelijke verhouding staat tot de mate waarin de bijstandsgerechtigde de inlichtingenplicht heeft geschonden”. “Met als resultaat dat bijstandsgerechtigden worden geconfronteerd met een ingrijpend terugvorderingsbesluit en een zeer hoge bestuurlijke boete, waardoor zij jarenlang met schulden worden opgezadeld”.

Met het initiatiefwetsvoorstel wordt de huidige verplichting tot terugvordering en het opleggen van een bestuurlijke boete gewijzigd naar een niet-verplichte bevoegdheid.

Gemeenten krijgen hierdoor meer vrijheid om naar de persoonlijke situatie te kijken van een bijstandsgerechtigde. Ook ontstaat er hierdoor meer vrijheid om te beoordelen of een

eventuele sanctie wel in verhouding staat tot de mate van verwijtbaarheid van het doen en laten van de bijstandsgerechtigde. De ChristenUnie beoogd hiermee dat de menselijke maat terugkeert in het terugvorderingsbeleid en toekomstige schijnende situaties voorkomen kunnen worden (Binnenlands Bestuur, 2021a).

(18)

18

2.3 Juridisch kader (jurisprudentie)

Jurisprudentie over de buiten behandelingstelling van een aanvraag voor een

bijstandsuitkering, na het niet of onvolledig aanleveren van de opgevraagde gegevens door de aanvragende partij:

ECLI:NL:CRVB:2017:1297 ECLI:NL:CRVB:2020:1966

Jurisprudentie over de schending van de inlichtingenplicht op grond van artikel 17 PW tijdens de aanvraag van een bijstandsuitkering:

ECLI:NL:CRVB:2016:995 ECLI:NL:CRVB:2016:3257 ECLI:NL:CRVB:2012:BY6628

Jurisprudentie met betrekking tot het boetebesluit: ECLI:NL:CRVB:2014:3754

(19)

19

3 Onderzoeksmethoden en verantwoording

In dit hoofdstuk zijn de methode en technieken beschreven die zijn toegepast bij het beantwoorden van de onderzoeksvragen. Eerst is de keuze voor het type onderzoek verantwoord. Hierna is per onderzoeksvraag toegelicht welke onderzoeksmethoden zijn gehanteerd.

3.1 Type onderzoek

In dit (onafhankelijke) onderzoek is gebruik gemaakt van kwalitatieve onderzoeksmethoden, waarbij onderzoek is uitgevoerd in het ‘veld’ en middels bureauonderzoek. De ervaringen en het perspectief van de onderzoeksgroep staan hierbij centraal (interpretatief onderzoek), waardoor er veel waarde is gehecht aan de achterliggende belevingen van de deelnemers van dit onderzoek. De resultaten uit het veldonderzoek worden ondersteund door

bureauonderzoek, waarbij literatuur is geanalyseerd.

De reden dat het onderzoek kwalitatief van aard is, is omdat het onderzoek gericht is op personen en de ervaringen van deze personen (de onderzoeksgroep). Cijfermatige informatie (kwantitatief onderzoek) biedt voor dit onderzoek onvoldoende diepgang. Een nadeel van kwalitatief onderzoek is echter dat het lastig is de betrouwbaarheid en kwaliteit te garanderen (Verhoeven, 2014).

Om de betrouwbaarheid en kwaliteit te waarborgen, is er gekeken naar de relevantie van de literatuur (de betrouwbaarheid van de bron en een juiste verhouding tussen primaire, secundaire en grijze literatuur). Daarnaast zijn, waar mogelijk, de bronnen zoveel mogelijk met andere bronnen onderbouwd en is gebleken dat de resultaten van zowel het

veldonderzoek als bureauonderzoek veel gelijkenissen tonen.

Onderstaand worden de dataverzamelingsmethoden per methode toegelicht:

Dossieronderzoek

Het dossieronderzoek is in dit onderzoek de enige methode dat cijfermatige informatie weergeeft. Dit is nodig om antwoord te geven op onderzoeksvraag 1 (zie 3.2.1

Onderzoeksvraag 1) en daarmee een goed beeld te geven van de huidige situatie van de Gemeente Deventer met betrekking tot personen die geen of onvoldoende informatie hebben aangeleverd bij de aanvraag van een bijstandsuitkering.

De reden dat er voor een dossieronderzoek is gekozen, is omdat de Gemeente Deventer al over de juiste informatie (dossiers) beschikt om antwoord te kunnen geven op de

onderzoeksvraag. De dossiers zijn vervolgens geanalyseerd om een conclusie te kunnen trekken.

Interviews

Tijdens het onderzoek is er een ongestructureerd interview afgenomen met een expert op het gebied van nudging (zie 3.2.3 Onderzoeksvraag 3) én zijn er semigestructureerde interviews gehouden onder de onderzoeksgroep (zie 3.2.4 Onderzoeksvraag 4). De interviews hebben als doel informatie te verzamelen over de onderwerpen ‘nudging’ en de ‘leesbaarheid en

(20)

20 Er is gekozen voor interviews omdat een interview het mogelijk maken om de vragen aan te passen aan de omstandigheden van het vraaggesprek en daarmee open en flexibel is. In verband met COVID-19 zijn de interviews telefonisch afgenomen.

Bureauonderzoek (literatuuronderzoek)

Nagenoeg alle onderzoeksvragen bestaan (voor een deel) uit literatuuronderzoek. Hierbij is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: boeken, rapporten/verslagen en internet. Het literatuuronderzoek is uitgevoerd ter beantwoording van de probleemstelling, als beschrijving en/of vergelijk van de verschillende onderzoeksvragen en als theoretische onderbouwing van dit onderzoek (Verhoeven, 2014).

3.2 Onderzoeksmethode per onderzoeksvraag

In dit onderdeel worden de onderzoeksmethode per onderzoeksvraag toegelicht.

3.2.1 Onderzoeksvraag 1

Hoeveel mensen in de leeftijd van 18 tot en met 65 jaar oud hebben in het jaar 2020 geen of onvoldoende gegevens aangeleverd, waardoor de aanvraag niet in behandeling is genomen.

Onderzoeksvraag 1 is beantwoord aan de hand van een dossieronderzoek.

In het jaar 2020 zijn er bij de Gemeente Deventer 1.178 aanvragen binnengekomen voor een uitkering op grond van de Participatiewet. Van deze aanvragen zijn er in totaal 252 buiten behandeling gesteld doordat er geen of onvoldoende gegevens zijn aangeleverd door de aanvrager. Dit betreft 21% van het totale aantal aanvragen.

Omdat er door de afdeling Inkomensondersteuning van de Gemeente Deventer niet wordt bijgehouden wát de omstandigheden zijn van het niet of onvoldoende aanleveren van gegevens, is er in het dossieronderzoek verdieping gezocht bij 100 buiten

behandeling-stellingen. Dit betreft 40% van het totale aantal buiten behandelingstellingen in het jaar 2020. De rapportages van de buiten behandelingstellingen zijn door de Gemeente Deventer

bijgehouden in het werkportaal ‘GWS’. In de rapportages zijn de volgende zaken onderzocht: • Welke gegevens zijn wel/niet aangeleverd?

• Is er een hersteltermijn verstuurd?

• Zijn er omstandigheden bekend waarom de aanvrager geen of onvoldoende gegevens heeft aangeleverd?

Analyse, betrouwbaarheid en validiteit

Het dossieronderzoek is gedaan op basis van een selecte steekproef waarbij rekening

gehouden is met de samenstelling (kenmerken) van de populatie. Zo is er rekening gehouden met een juiste verhouding tussen man/vrouw in de leeftijdscategorie 18 t/m 65 jaar oud (waarbij een evenredig aantal respondenten in de leeftijdsgroepen 18 t/m 30 jaar, 31 t/m 40 jaar, 41 t/m 50 en 51 t/m 65 jaar is gehanteerd).

Bij het berekenen van de steekproefgrootte is er gebruik gemaakt van een

steekproefcalculator. Rekening houdend met een populatiegrootte van 252 buiten

behandeling-stellingen en respondentengrootte van 100 buiten behandelings-stellingen, heeft het dossieronderzoek een betrouwbaarheidsniveau van 95% een foutenmarge van 7.63%. Dit houdt in dat wanneer bijvoorbeeld 50% van de populatie dezelfde reden aangeeft voor het niet

(21)

21 of onvoldoende aanleveren van de gegevens, ervan uitgegaan mag worden dat het werkelijke percentage tussen de 42% en 58% ligt (CheckMarket, 2020).

De resultaten uit het dossieronderzoek zijn gebaseerd op feiten (statistieken), waardoor de resultaten als valide kunnen worden beschouwd.

3.2.2 Onderzoeksvraag 2

Wat zijn oorzaken en gevolgen van de schending van de inlichtingenplicht in de aanvraagprocedure door personen in de leeftijd van 18 tot en met 65 jaar oud?

Oorzaken

Onderzoeksvraag 2 is beantwoord aan de hand bureauonderzoek. Zo is er gebruik gemaakt van het model ‘de Tafel van Elf’ en een fraudeonderzoek van Fenger & Voorberg om te achterhalen wat oorzaken kunnen zijn van fraude in de bijstand:

De Tafel van Elf

Om te bepalen wat de oorzaken zijn van frauduleuze handeling (zowel bewust als onbewust), is er gebruik gemaakt van het op gedragswetenschappen-gebaseerd model ‘De Tafel van Elf’, opgesteld door het Ministerie van Justitie. Er is gekozen voor dit model aangezien het

ontwikkeld is voor overheden en zich specifiek richt op beleid en regelgeving omtrent het naleven van wet- en regelgeving door burgers.

De Tafel van Elf is een integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving, dat door overheden kan worden gebruikt voor het stellen van grenzen met betrekking tot het naleven van regels door burgers en het beïnvloeden van hun gedrag. Het model biedt hulp bij het in kaart brengen van de sterke en zwakke kanten van de handhaving en naleving van regels (KCWJ, 2016).

Uit de Tafel van Elf is afgeleid wat (onbewuste) fraude is en in welke gevallen personen (onbewust) regels of plichten niet naleven. Vanuit dit kader is geanalyseerd hoe de Gemeente Deventer fraude preventief aan kan pakken binnen het aanvraagproces voor een uitkering op grond van de Participatiewet.

Fenger, Voorberg en Brummelkamp

Om inzicht te krijgen in de typen fraudeurs binnen de Participatiewet, is er gebruik gemaakt van het onderzoeksrapport van Fenger & Voorberg (2013) waarin zij de praktijk van

fraudebestrijding in Nederland hebben onderzocht. In dit onderzoek wordt gerefereerd naar het rapport ‘Wat beweegt de fraudeur’ van Brummelkamp (2010), waarin een overzicht wordt gegeven van typen fraudeurs binnen de Participatiewet en de mogelijke motieven van fraude. Met behulp van dit onderzoeksrapport is beoogd om te achterhalen en te definiëren wat oorzaken kunnen zijn van het schenden van de inlichtingenplicht en wie mogelijk fraudeurs kunnen zijn binnen de Participatiewet.

Gevolgen

Om de gevolgen van het schenden van de inlichtingenplicht te achterhalen, is er gebruik gemaakt van een adviesrapport van de Raad van State (2012) en de aanname van de Eerste Kamer (2012) omtrent het sanctieregime. Daarnaast zijn artikelen van het Binnenlands Bestuur (2021) gehanteerd om te achterhalen wat het beoogde doel van het sanctieregime in

(22)

22 de bijstand is, hoe het in de praktijk werkt en wat deskundigen vinden van het huidige

sanctieregime:

Raad van State

De Raad van State kwam in 2012 met een advies waarin de noodzaak van sancties is benadrukt. Zij stellen dat het oneigenlijk gebruik en misbruik van een uitkering de

solidariteitsgedachte ondermijnt. Er is aansluiting gezocht bij dit adviesrapport om in beeld te brengen wat de visie van de Raad van State is omtrent het sanctieregime in de bijstand.

Eerste Kamer

Op 5 juli 2012 is door de Eerste Kamer is de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving aangenomen op grond van het adviesrapport van de Raad van State (Eerste Kamer, 2012). Dit wetsvoorstel zorgde voor een strengere boetebeoordeling bij schending van de inlichtingenplicht in de bijstand. Aan de hand van de Memorie van Toelichting (33207, nr. 3) van 22 maart 2012 is achterhaalt wat het argument en het beoogde doel van dit

aangenomen wetsvoorstel is en wat dit betekent voor mensen die de inlichtingenplicht schenden.

Binnenlands Bestuur

Advocaat en handhavingsspecialist Thomas Sanders, deed voor zijn promotieonderzoek onderzoek naar bestuursrechtelijke ‘herstelsancties’. Zijn visie is meegenomen in de beantwoording van onderzoeksvraag 2 over hoe hij het huidige ‘sanctieklimaat’ ziet. Ook is de visie van Bert Marseille, hoogleraar bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen, meegenomen over wat zijn visie is ten opzichte van het huidige sanctieregime binnen de Participatiewet.

Daarnaast is de visie van kamerlid Eppo Bruins, over de huidige sancties binnen de

Participatiewet, betrokken in de beantwoording van deze onderzoeksvraag. Hij oppert onder meer om te zorgen voor meer discretionaire ruimte bij gemeenten en vindt dat de huidige verplichting tot terugvordering moet worden vervangen door een niet-verplichte bevoegdheid tot terugvordering. (Binnenlands Bestuur, 2021a).

Participatiewet

Om te bepalen wat de juridische gevolgen van schending van de inlichtingenplicht zijn, is er aansluiting gezocht bij de Participatiewet (zie 2.2 Juridisch kader (wet- en regelgeving)). Hierbij is ingegaan op de volgende zaken:

• Oorsprong en doel Participatiewet • Inlichtingenplicht Participatiewet • Niet behandelen van aanvraag • Terugvordering

• Bestuurlijke boete

• Initiatiefwetsvoorstel ChristenUnie

• Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving Jurisprudentie

Naast de Participatiewet, is er ook aansluiting gezocht bij jurisprudentie (zie 2.3 Juridisch kader (jurisprudentie)) om een beter beeld te geven van de gevolgen van schending van de inlichtingenplicht. Het betreft de volgende jurisprudentie:

(23)

23 Jurisprudentie over de buiten behandeling-stelling van een aanvraag voor een

bijstandsuitkering, na het niet of onvolledig aanleveren van de opgevraagde gegevens door de aanvragende partij.

ECLI:NL:CRVB:2017:1297 ECLI:NL:CRVB:2020:1966

En jurisprudentie over de schending van de inlichtingenplicht op grond van artikel 17 PW tijdens de aanvraag van een bijstandsuitkering.

ECLI:NL:CRVB:2016:995 ECLI:NL:CRVB:2016:3257 ECLI:NL:CRVB:2012:BY6628

Jurisprudentie met betrekking tot het boetebesluit. ECLI:NL:CRVB:2014:3754

Analyse, betrouwbaarheid en validiteit

Onderzoeksvraag 2 bestaat volledig uit bureauonderzoek (literatuuronderzoek). Uit het bureauonderzoek zijn de belangrijkste resultaten gefilterd en in eigen woorden genoteerd. Om de betrouwbaarheid van dit onderzoek te waarborgen, is er gekeken naar de

betrouwbaarheid van de bron. Zo betreffen alle bovengenoemde bronnen die gebruikt zijn bij het beantwoorden van deze onderzoeksvraag, zowel primaire als secundaire literatuur. Gedateerde bronnen

Het nadeel van de Tafel van Elf is dat het een model uit 2006 dateert en voor het laatst door het Ministerie van Justitie en Veiligheid gewijzigd is in 2016. Hiermee kan niet volledig worden gegarandeerd dat deze bron nog actueel is. Echter is er geen actueler model beschikbaar dat specifiek gericht is op dit onderwerp en overheidsinstellingen.

De literatuur van de Raad van State en de Eerste Kamer dateert uit 2012. Echter heeft dit geen invloed op de betrouwbaarheid, aangezien het destijds een adviesrapport betrof en een

aanname van een wetsvoorstel (gebaseerd op dit adviesrapport). Deze bronnen zijn gebruikt om het beoogde doel van het sanctieregime aan te geven, alsmede de tijdsgeest waarbinnen dit advies en wetvoorstel zijn aangenomen.

3.2.3 Onderzoeksvraag 3

Welke nudgingmogelijkheden gebruikt de Gemeente Enschede om de schending van de inlichtingenplicht te voorkomen en welke hiervan zijn toepasbaar voor de Gemeente Deventer?

Onderzoeksvraag 3 is beantwoord aan de hand van bureauonderzoek en veldonderzoek (interview).

Nudging

Om antwoord te geven op de vraag welke nudgingmogelijkheden bij kunnen dragen aan het voorkomen van schending van de inlichtingenplicht, is er bureauonderzoek uitgevoerd naar wat de (positieve) gedragsbeïnvloedingstechniek ‘nudging’ inhoudt.

(24)

24 Nudging bij de Gemeente Enschede (Interview)

Nudging is een breed begrip en de theorie richt zich dan ook niet specifiek op nudging binnen overheidsinstellingen zoals een gemeente. Om deze reden is er verdieping gezocht middels een ongestructureerd, informeel interview met Erik Bergsma bij de Gemeente Enschede (zie bijlage 4 voor het uitgewerkte (getranscribeerde) interview).

De Gemeente Enschede heeft in 2019/2020 deelgenomen aan de pilot ‘Direct-Duidelijk’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Doordat de Gemeente

Enschede als eerste gemeente is gestart met dit project, zijn hier al resultaten van beschikbaar. De pilot is gestart om de communicatie vanuit overheidsinstellingen toegankelijker en

begrijpelijker te maken en zo de communicatie met haar burgers te verbeteren. De Gemeente Enschede heeft als onderdeel van dit project bekeken hoe nudging kan bijdragen aan de verbetering van het aanvraagproces van een bijstandsuitkering, alsmede de verschillende communicatie rondom de aanvraag (Direct duidelijk, 2020).

Analyse, betrouwbaarheid en validiteit

Zoals bij onderzoeksvraag 1 en 2, zijn ook hier de belangrijkste resultaten uit het bureauonderzoek gefilterd en in eigen woorden geformuleerd. Het bureauonderzoek in onderzoeksvraag 3 is gebaseerd op secundaire literatuur, dat voornamelijk is uitgevoerd door onderzoeker, gedragswetenschappers en hoogleraren, zoals:

• Richard H. Thaler (professor gedragswetenschap University of Chicago Booth School of Business) en Cass R. Sunstein (professor rechtsgeleerdheid Harvard University);

• Denise de Ridder (hoogleraar psychologie Universiteit Utrecht);

• Reint Jan Renes (gedragswetenschapper) en Baukje Stinesen (onderzoeker en promovendus, bij het lectoraat Crossmediale communicatie in het publieke domein van Hogeschool Utrecht).

Bovenstaande onderzoekers, gedragswetenschappers en hoogleraren ondersteunen elkaars theorie, waardoor de betrouwbaarheid van het onderzoek wordt vergroot.

Voor het veldonderzoek in onderzoeksvraag 3, zijn verschillende gemeenten benaderd. Echter bleek het lastig een ingang te vinden binnen de gemeentelijke organisaties. Omdat de

Gemeente Enschede wél bereid was mee te werken aan dit onderzoek, en tevens als eerste gemeente (in 2019) heeft deelgenomen aan het project ‘Direct-Duidelijk’, is alleen de Gemeente Enschede in dit onderzoek meegenomen.

De belangrijkste uitkomsten van het veldonderzoek (interview) zijn geanalyseerd, waarna gekeken is hoe de Gemeente Deventer nudging kan inzetten in hun communicatie tijdens de aanvraagprocedure, zodat de kans op (onbewuste) fraude wordt verkleind. Uit het interview met Erik Bergsma van de Gemeente Enschede, is voldoende kennis verkregen om de onderzoeksvraag te beantwoorden. De resultaten uit het veldonderzoek hebben echter een lagere validiteit. Omdat nudging nog (redelijk) nieuw is binnen overheidsinstellingen, is er weinig literatuur beschikbaar en kunnen de bevindingen van Erik Bergsma hiermee (nog) niet worden getoetst.

(25)

25

3.2.4 Onderzoeksvraag 4

Hoe kan het aanvraagformulier en de informatievoorziening voor het aanvragen van een bijstandsuitkering van de Gemeente Deventer aangepast worden zodat het aansluit op het leesniveau van de personen in de leeftijd van 18 tot en met 65 jaar oud?

Onderzoeksvraag 4 is beantwoord aan de hand van bureauonderzoek en veldonderzoek (interviews).

Leesbaarheid en begrijpelijkheid

Om te achterhalen hoe het aanvraagformulier (en de informatievoorziening) van Gemeente Deventer beter kan aansluiten op het leesniveau van de aanvragers, is het eerst nodig om te achterhalen wat het leesniveau van de aanvragers is. Daarna is er gekeken hoe de leesbaarheid en begrijpelijkheid van de bovengenoemde communicatiemiddelen hier het best op kan aansluiten.

Hiervoor zijn middels bureauonderzoek verschillende bronnen, waaronder Stichting Dedicon, Stichting Lezen en Schrijven en communicatiebureau Loo van Eck, geanalyseerd.

Ervaringen van aanvragers (Interviews)

Voor meer diepgaande inzichten met betrekking tot de leesbaarheid en begrijpelijk van het aanvraagformulier van de Gemeente Deventer, is er door middel van semigestructureerde interviews naar de ervaringen van 6 personen gevraagd die recent een aanvraag voor een bijstandsuitkering bij de Gemeente Deventer hebben ingediend.

De interviews zijn afgenomen onder een heterogene onderzoekspopulatie, namelijk: 1. Respondenten waarvan de aanvraag is goedgekeurd (3 respondenten). 2. Respondenten waarvan de aanvraag buiten behandeling is gesteld (3

respondenten).

Op deze wijze is achterhaald hoe beide groepen het aanvraagformulier hebben ervaren en of er verschillen of overeenkomsten binnen de heterogene onderzoeksgroep zijn.

Het vooropgestelde interviewschema is bepaald naar aanleiding van de opgedane theorie van Stichting Dedicon, Stichting Lezen en Schrijven en het huidige aanvraagformulier van de Gemeente Deventer. Doordat het semigestructureerde interviews betrof, was er ruimte om hiervan af te wijken om meer gedetailleerde informatie te winnen (Verhoeven, 2014).

Analyse, betrouwbaarheid en validiteit

Bij het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van grijze literatuur. De bron ‘Stichting Dedicon’ is gesubsidieerd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en levert diensten gericht op onder andere gemeenten. De Stichting Lezen en Schrijven trekt haar conclusies op basis van kwantitatieve gegevens en gaat uit van het principe ‘meten is weten’ (Lezen en Schrijven, z.d.b.). Ook is de tool van het communicatiebureau ‘Loo van Eck’ (ishetb1.nl) gehanteerd om te kunnen toetsen of een tekst leesbaar is op het leesniveau van de doelgroep. Voor het veldonderzoek zijn 6 semigestructureerde interviews afgenomen onder de doelgroep. Er is gekozen voor een semigestructureerde interviewstijl om meer gedetailleerde informatie te verkrijgen. Het nadeel ten opzichte van een gestructureerd interview is dat de validiteit van een semigestructureerd interview lager ligt. Echter biedt een semigestructureerd interview wel de mogelijkheid om door te kunnen vragen op de beleving van de respondent.

(26)

26 De interviews hadden als doel zoveel mogelijk gedetailleerde informatie te vergaren over hoe de respondenten de aanvraagprocedure (met de daarbij behorende informatieverstrekking) hebben ervaren. Om orde te brengen aan de verzamelde informatie, zijn de getranscribeerde interviews gecodeerd middels ‘open codering’ (zie bijlage 7 en 8). Dit houdt in dat de

resultaten uit de interviews zijn opgedeeld in tekstfragmenten, die vervolgens een label (code) hebben gekregen die het hoofdthema weergeven. Aangezien de 6 interviews op dezelfde manier gecodeerd zijn, konden de overeenkomsten en/of verschillen in de resultaten overzichtelijk in kaart worden gebracht (Boeije, 2005).

Doordat er na 6 interviews geen nieuwe informatie naar voren is gekomen (theoretische saturatie), zijn er voldoende personen geïnterviewd om tot valide uitspraken over te gaan en de onderzoeksvraag te beantwoorden (Scribbr, 2020).

(27)

27

4 Resultaten

In het hoofdstuk ‘Resultaten’ worden de relevante onderzoeksresultaten en deelconclusies per onderzoeksvraag behandeld.

4.1 Hoeveel mensen in de leeftijd van 18 tot en met 65 jaar oud hebben in

het jaar 2020 geen of onvoldoende gegevens aangeleverd, waardoor de

aanvraag niet in behandeling is genomen.

Om antwoord te geven op deze vraag is een dossieronderzoek gedaan onder de in totaal 1.187 aanvragen die er in 2020, tot het moment van het starten van dit onderzoek, zijn aangevraagd bij de Gemeente Deventer door de onderzoeksgroep. Uit dit dossieronderzoek blijkt dat 252 aanvragen buiten behandeling zijn gesteld. Dit betreft 21% van het totaal aantal aanvragen. Dit betekent dat ongeveer 1 op de 5 aanvragen buiten behandeling is gesteld.

Van de 252 buiten behandeling-stellingen is er een steekproefgrootte van 100 dossiers (40%) onderzocht op oorzaak van de buiten behandeling-stelling. Hierbij is rekening gehouden met een juiste leeftijdsverhouding binnen de onderzoekgroep. In de onderstaande grafiek valt te zien dat het grootste deel (47%) niet reageert op het aanvraagformulier en de opvolgende hersteltermijn. Dit wordt gevolgd door 28% die niet reageert nadat er een verklaring is

opgevraagd omtrent bijschrijvingen op hun bankrekeningen, hun woonsituatie of vermogen in het buitenland.

Grafiek 1. Buiten behandeling-stelling aanvragen Participatiewet (GWS, 2020)

Wat terug te lezen valt in de rapportages in het werkportaal van de Gemeente Deventer (GWS), is dat de personen die onder de categorie ‘Overige’ (2%) vallen, hebben aangegeven dat er in hun ogen te veel informatie wordt opgevraagd. Hiernaast vinden zij ook de toon van de brief te dreigend van aard (dreigen met boete in geval van schending inlichtingenplicht). Hierdoor kozen zij er bewust voor om geen gegevens meer aan te leveren.

47% 28% 11% 8% 4% 2%

Buiten behandeling-stellingen 2020

Geen reactie op aanvraagformulier en hersteltermijn

Geen reactie na opvragen verklaringen omtrent bijschrijvingen, woonsituatie of vermogen in buitenland

Sprake van eventuele aanvulling PW op voorliggende voorzieningen, hierover geen gegevens aangeleverd

Geen reactie vanwege vinden werk

Intrekking aanvraag

Geen reactie op opgevraagde gegevens en hersteltermijn

Geen reactie na opvragen verklaring omtrent bijschrijvingen, woonsituatie of vermogen in buitenland

Sprake van eventuele aanvulling PW via voorliggende voorzieningen, hierover geen gegevens aangeleverd Geen reactie vanwege vinden werk Intrekking aanvraag

(28)

28 Uit het dossieronderzoek valt niet te achterhalen wat de oorzaken zijn voor het niet reageren op het aanvraagformulier en hersteltermijn. Doordat er geen informatie wordt aangeleverd door de aanvrager, is er bij de Gemeente Deventer niet bekend wat de reden van het niet reageren op het aanvraagformulier en hersteltermijn (47%) is.

4.1.1 Tussenconclusie

Van in totaal 86% van de buiten behandeling-stellingen die onderzocht zijn tijdens het

dossieronderzoek, kan met zekerheid worden gesteld dat er geen of onvoldoende informatie is aangeleverd door de aanvrager. De inlichtingenplicht wordt hierbij (onbewust) geschonden doordat er niet alle benodigde informatie wordt aangeleverd om het recht op een uitkering vast te stellen. De consequentie hiervan is dat de aanvraag buiten behandeling wordt gesteld en de aanvrager geen bijstandsuitkering ontvangt.

Zoals aangegeven kan er door beperkte documentatie binnen de Gemeente Deventer, bij de grootste groep van de buiten behandeling-stellingen niet worden achterhaald wat de oorzaak is van het niet of onvoldoende aanleveren van gegevens. Door een actievere handhaving van het achterhalen en documenteren van de oorzaken, kan een beter beeld worden gecreëerd waarom deze mensen de inlichtingenplicht schenden.

4.2 Wat zijn oorzaken en gevolgen van de schending van de

inlichtingenplicht in de aanvraagprocedure door personen in de

leeftijd van 18 tot en met 65 jaar oud?

Het is niet bekend wat de achterliggende redenen (oorzaken) van ‘onbewuste’ fraude bij de Gemeente Deventer zijn. Doordat er geen beeld is van de oorzaken van onbewuste fraude, is dit door middel van literatuuronderzoek geprobeerd te achterhalen. Hierbij is het belangrijk om algemene oorzaken van onbewuste fraude (schending inlichtingenplicht) te achterhalen, zodat deze concreet geformuleerd kunnen worden. Wanneer duidelijk is wat oorzaken kunnen zijn voor onbewuste fraude, kan hier rekening mee worden gehouden in het aanvraagproces voor een uitkering bij de Gemeente Deventer.

Naar ‘bewuste’ fraude wordt in deze onderzoeksvraag géén onderzoek gedaan. Uit

onderzoeken van Fenger & Voorberg (2013) en Brummelkamp (2010) is namelijk gebleken dat bewuste fraude niet tot nauwelijks te voorkomen is (zie 4.2.2. Fenger & Voorberg – Uitkeringsfraude in perspectief).

Om te achterhalen wat oorzaken kunnen zijn van het niet naleven van wet- en regelgeving, is aansluiting gevonden bij de ‘Tafel van Elf’ (KCWJ, 2006). Dit is een instrument dat door de overheid is ontwikkeld en een overzicht geeft van factoren (elf dimensies) die van invloed zijn op de naleving van de wet- en regelgeving in het algemeen. Vijf van deze dimensies hebben betrekking op de naleving van de wet- en regelgeving. De overige zes dimensies gaan over de handhaving van de wet- en regelgeving en worden voor dit onderzoek buiten

beschouwing gelaten.

Wanneer het nalevingsgedrag wordt geanalyseerd met behulp van dit instrument, is van belang dat er een duidelijk beeld is van de doelgroep en de regelgeving die dient te worden nageleefd. In dit onderzoek komt dat neer op de onderzoeksgroep van mensen tussen de 18 en 65 jaar oud die de wetgeving vanuit de Participatiewet dienen na te leven.

Afbeelding

Updating...

Gerelateerde onderwerpen :