Afstudeerscriptie Erik Driessen | Als ik het jou vraag?

115  Download (0)

Full text

(1)
(2)

21-01-2020

Als ik het jou vraag?

Pilot voor een interactieve video’s

(3)

1. Voorwoord

Na een goed aantal jaren de studie Creative Media & Game Technologies (voorheen Kunst en Techniek) in Enschede te hebben gevolgd is het hoog tijd om mijn studie af te ronden in de vorm van deze scriptie die voor u ligt en het afstudeerproduct wat daarnaast is gemaakt. In september 2019 ben ik begonnen aan mijn afstudeerstage bij Mediavisie in Deventer, waar ik samen met mijn collega’s heb mogen werken aan een project voor het bedrijf Dichterbij. Dichterbij is een bedrijf dat gericht is op zorg voor verstandelijk beperkten. Ondertussen is het bijna februari 2020 en zijn we aan het eind van dit project, wat tevens mijn afstudeerproject is. Voor dit afstudeerproject heb ik mij moeten inleven in Dichterbij, in hun werkmethode, hun visie, de

denkwijze van hun medewerkers en moeten uitzoeken hoe we dat omzetten in beeld. Het onderzoek wat ik heb verricht rondom de conceptfase en productie van dit project draait voornamelijk om het valideren van aannames, hoe het verhaal vorm moet krijgen en welke software er is om interactieve video’s te maken. In goed overleg met mijn collega’s, maar ook met werknemers vanuit Dichterbij die betrokken waren in dit project hebben we met trots een eerste pilotversie van een reeks interactieve video’s neergezet.

Bij deze wil ik mijn collega’s van Mediavisie: Raymond Buiter, Simone Overvest, René Reitzema, Marie-José Aalbers en Joost Aalbers bedanken voor de gezellige en leerzame tijd waar ze niet bang waren

verantwoordelijkheden met mij te delen en mij hebben ondersteund waar dat nodig was. Ook wil ik Marc Wissink van Eventvisie, waar ik veel mee heb samen mogen werken, bedanken voor zijn hulp en de leerzame opdrachten die hij mij te bieden had. Daarnaast wil ik alle betrokken werknemers van Dichterbij bedanken voor hun prettige samenwerking. Tot slot wil ik mijn stagebeleider Tim Roosen en SLB’er Claudia Tellegen vanuit de opleiding bedanken.

Ik wens u veel leesplezier toe. Erik Driessen

(4)

2. Samenvatting

Deze scriptie is geschreven door Erik Driessen tijdens zijn stageperiode bij Mediavisie te Deventer.

Voor Dichterbij een bedrijf in de verstandelijk beperkten zorg is een pilot gemaakt voor een serie interactieve video’s. Het probleem waar dit onderzoek op is gebaseerd is dat Dichterbij geen beschikking heeft over een

interactief hulpmiddel dat hun medewerkers inzicht geeft in hun werkmethode en hoe deze in de praktijk wordt toegepast. Hun werkmethode gaat onder de naam: ‘Als je het mij vraagt’. Het doel van dit onderzoek is

erachter te komen hoe de pilot moet worden vormgegeven, zodanig dat deze kan worden gebruikt door ambassadeurs tijdens presentaties om een gesprek op gang te brengen om zo medewerkers inzicht te bieden over de werkmethode.

In dit onderzoek moet antwoord worden gegeven op de hoofdvraag: “Hoe moet een pilot worden

vormgegeven om de interne communicatie te verbeteren binnen Dichterbij die zowel inzetbaar is tijdens presentaties als online.” Deze hoofdvraag wordt beantwoord met behulp van twee hypotheses en vier deelvragen.

De eerste hypothese luidt als volgt: “Persoonlijke verhalen zijn de beste manier om inzicht te geven in de

grondhouding en hoe deze kan worden toegepast in de praktijk.” Om de eerste hypothese te valideren is er een bondig kwalitatief literatuuronderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek is gebleken dat wie karakter gedreven verhalen gebruikt om informatie te communiceren een grotere kans heeft om invloed uit te oefenen op de luisteraar of kijker zijn of haar gedrag. Wanneer de karakters in het verhaal herkenbaar zijn komt het verhaal nog geloofwaardiger, betrouwbaarder en/of vertrouwd over.

De eerste deelvraag luidt als volgt: “Hoe wordt een verhaal geschreven die de kijker prikkelt?” Voor de eerste

deelvraag is er een kwalitatief literatuuronderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek is gebleken dat wanneer er gebruik wordt gemaakt van spanning, levendige details, stijlfiguren, het opwekken van empathie, duidelijke beeldvorming en geluid om concurrerende prikkels te overwinnen en identificatie in het hoofdkarakter een verhaal prikkelender wordt voor de lezer of kijker.

De tweede hypothese luidt als volgt: “Door de video’s interactief te maken wordt de aandacht beter vast

gehouden en betrokkenheid teweeg gebracht.” Om deze hypothese te valideren is er een kort kwalitatief en kwantitatief literatuuronderzoek uitgevoerd. Hieruit bleek dat interactiviteit in video wel degelijk meer betrokkenheid teweeg brengt.

De tweede deelvraag luidt als volgt: “Welke applicaties, interactieve video’s of platforms bieden inspiratie?”

Er is een kwalitatief online literatuuronderzoek uitgevoerd om antwoord te geven op deze vraag. Conclusie is dat de interactieve documentaire ‘Geboeid’ van de EO (Geboeid, 2019) is gebruikt als hoofd inspiratiebron. De derde deelvraag luidt als volgt: “Welke software is er om een responsive interactieve video’s te creëren?” Er is een kwalitatief online literatuuronderzoek uitgevoerd om antwoord te geven op de tweede deelvraag. In dit onderzoek is gezocht naar gratis software om interactieve branching video’s te maken. De beste opties bleken uiteindelijk Eko Studio en YouTube te zijn. Ook kan er interactie worden verwerkt in PowerPoint of Keynote voor offline presentaties. Wegens gebrek aan budget zijn betaalde softwarepakketten niet getest. De vierde deelvraag luidt als volgt: “Hoe wordt de interactieve video herkenbaar voor de doelgroep?”

(5)

Inhoudsopgave

1. Voorwoord 3 2. Samenvatting 4 3. Introductie 5 3.1 Aanleiding 6 3.1.1 Stageadres 7 3.1.2 Onderwerp 8 3.1.3 Opdrachtgever 8 3.2 Probleem oriëntatie 9

3.2.1 Doelstellingen van Dichterbij 9

3.2.2 De grondhouding 9 3.2.3 De sleutels 9 3.2.4 Hulpmiddel 10 3.2.5 Voorwaarden 11 3.2.6 Belanghebbenden 11 3.2.7 Doelgroep 12 3.3 Probleemstelling 13 3.4 Doelstelling 13 3.5 Centrale onderzoeksvraag 13 3.6 Deelvragen 14 4. Methodiek 15 4.1 Hypothese I 16 4.2 Deelvraag I 16 4.3 Hypothese II 17 4.5 Deelvraag II 17 4.6 Deelvraag III 18 4.7 Deelvraag IV 18 5. Theoretisch kader 19 5.1 Storytelling 20 5.2 Interactie 23 5.3 Medewerkers 32 6. Resultaten 33 6.1 Deelvragen 34 6.2 Concept 36 6.3 Pre-productie 38 6.4 Pilot 45

6.5 Test van de pilot 46

7. Discussie 48 8. Conclusie 49 9. Aanbevelingen 50 10. Reflectie 51 11. Literatuurlijst 54 12. Bijlagen 59

12.1 Bijlage I: Sleutels van AJHMV 59

12.2 Bijlage II: Doelen ontwikkelplan AJHMV 61

12.3 Bijlage III: Storytelling 62

12.4 Bijlage IV: Interactieve video software 66 12.5 Bijlage V: Eerste versie van de scenario’s 72

12.6 Bijlage VI: Notulen interviews 74

12.7 Bijlage VII: Wrijvingspunten 80

12.8 Bijlage VIII: Draaiboek 83

12.9 Bijlage IX: Tweede versie scenario 1 99 12.10 Bijlage X: Tweede versie scenario 2 102 12.11 Bijlage XI: Casting voorstel van Frisse Koppen 109

(6)

INTRODUCTIE

3.1 Aanleiding

3.1.1 Stageadres

3.1.2 Onderwerp

3.1.3 Opdrachtgever

3.2 Probleem oriëntatie

3.2.1 Doelstellingen van Dichterbij

3.2.2 De grondhouding

3.3 Probleemstelling

3.4 Doelstelling

3.5 Centrale onderzoeksvroeg

3.6 Deelvragen

(7)

3. Introductie

3.1 Aanleiding

Mijn naam is Erik Driessen, 25 jaar, afstudeerstudent die de opleiding Creative Media & Game Technologies volgt aan Saxion Hogeschool te Enschede. Ik heb gekozen om af te studeren in de vorm van een afstudeerstage, omdat

ik geloof meer te leren in het werkveld. Naast mijn afstudeeropdracht houd ik mij ook bezig met andere

werkzaamheden (daarover meer in hoofdstuk 10. Reflectie) die mij voorbereiden op toekomstige carrières na mijn afstuderen en helpen producten op te leveren die waardevol zijn voor mijn portfolio.

3.1.1 Stageadres

Het bedrijf waar ik stage loop is Mediavisie te Deventer. Mediavisie is een visueel marketing en

communicatiebureau met de focus op crossmedia. Ik ben aangenomen als stagiair motion graphic design. Echter,

houd ik mij naast motion graphic design en mijn afstudeeropdracht ook bezig met andere werkzaamheden zoals het creëren van bedrijfsidentiteiten, illustratiewerk, grafisch- en conceptueel ontwerp.

Binnen Mediavisie werk ik samen met vijf collega’s, waar eenieder zich bezighoudt met een eigen takenpakket, maar wel in staat is de ander zijn of haar taken op te vangen.

Marie-José Aalbers Founder, Crossmedia strategist René Reitzema Crossmedia strategist

(8)

3.1.2 Onderwerp

Voordat ik ging solliciteren bij Mediavisie was ik mij bewust dat zij veel werk verrichten voor bedrijven in de zorg. Dit speelde mee in de keuze om af te gaan studeren bij Mediavisie. Ik vind de zorg een interessante bedrijfstak en sta graag klaar voor hulpverleners. Ook mensen in mijn directe omgeving zijn werkzaam in de zorg, vandaar dat ik wat meer affiniteit heb met dit vakgebied. Dit is het onderwerp waar mijn afstudeeropdracht om draait. Om nog specifieker te zijn draait het om zorg van verstandelijk beperkten.

Vanuit de opleiding is er de voorwaarde dat het afstudeerproduct interactief moet zijn. Het afstudeerproduct wordt een pilot van een serie interactieve video’s dat onderdeel is van een interne campagne.

3.1.3 Opdrachtgever

Het bedrijf waarvoor ik mijn afstudeerproduct ga maken is Dichterbij. Dichterbij biedt ondersteuning en

zorgverlening aan mensen met een verstandelijke beperking in Limburg, Brabant en Gelderland. Zij zijn een werkmethode gestart onder de naam: ‘Als je het mij vraagt’. Volgens het jaarverslag van Dichterbij dat in 2018 is geschreven betrof het aantal medewerkers 2615, het aantal leerlingen 121 en het aantal stagiaires 107. (Caubo & Stallenberg, 2019)

Contactpersonen vanuit Dichterbij zijn

Marcia Adams, Miranda van Haren, Emmy Duckers, Leike Peters, Jolien Rheiter, Marcel Raaijmakers, Bart Janssen en Catherine Koster – Gottenbos.

(9)

3.2 Probleem oriëntatie

Door middel van documentatie verstrekt door de opdrachtgever wordt er georiënteerd wat het probleem is waar de opdrachtgever mee te maken heeft. (Dichterbij programmaplan Leven en werken volgens de Ode, 2019; Wat is ‘Als je het mij vraagt’ versie 5, 2019; Ontwikkelplan 'Als je het mij vraagt', 2019)

3.2.1 Doelstellingen van Dichterbij

Dichterbij wil dat werknemers de werkmethode, die zij grondhouding noemen, begrijpen en hiermee, waar nodig,

een gedragsverandering teweeg brengen. De grondhouding gaat onder de naam: ‘Als je het mij vraagt’

(afgekort: AJHMV).

(Als je het mij vraagt, n.d.)

3.2.3 De grondhouding

De grondhouding, een manier van denken die Dichterbij als waardevol acht, beschrijft de principes, normen en

waarden die de basis vormen van hoe er verwacht wordt dat werknemers, cliënten en verwanten met elkaar omgaan.

De grondhouding is ontstaan om één hoofddoel te bereiken: ‘de Ode’. De Ode is een bedrijfsmissie die luidt als volgt:

“Een betekenisvol en zo gewoon mogelijk leven voor mensen met een verstandelijke beperking. Samen zoeken, herstellen of organiseren we dit gewone leven. Met betrokkenheid, openheid en professionaliteit.”

(Dichterbij programmaplan Leven en werken volgens de Ode, 2019)

3.2.3 De sleutels

De grondhouding beschrijft vijf afspraken die zij sleutels noemen. Deze sleutels zijn de belangrijkste normen die gehanteerd moeten worden binnen Dichterbij en zouden gezien kunnen worden als de bedrijfsformule van Dichterbij.

1. Wij gaan positief onderzoekend met elkaar om. 2. Wij praten altijd met elkaar.

3. Wij maken afspraken, komen deze na en evalueren.

4. Wij maken dilemma’s bespreekbaar, er is niet altijd een oplossing. 5. Wij maken gebruik van elkaars talenten.

(van Haren, Adams en Duckers, 2019)

(10)

3.2.4 Hulpmiddel

Dichterbij is op zoek naar nieuwe ideeën voor effectieve hulpmiddelen om medewerkers meer inzicht te geven in de grondhouding.

Dichterbij heeft Mediavisie opdracht gegeven om een concept te creëren voor een interactief platform. Samen

kwam het idee tot stand om verhalen te vertellen in de vorm van interactieve video’s. Deze worden onderdeel van een campagne die allereerst intern wordt ingezet. In de eerste interactieve verhalen die worden gecreëerd zijn de medewerkers van Dichterbij de gebruikers (Zie hoofdstuk 2.5 Doelgroep). Door persoonlijke verhalen en interactie willen we betrokkenheid voortbrengen bij de medewerkers. Na interactie met de video’s moeten medewerkers geënthousiasmeerd zijn, meer inzicht hebben gekregen in de grondhouding en begrijpen hoe deze wordt

toegepast in de praktijk. Dit wordt gedaan door de medewerkers te confronteren met situaties waarin zij de keuze maken. Deze manier van interactie in video’s waarin de gebruiker keuzes moet maken en zo het verhaal bepaald wordt ‘branching’ genoemd. (Arnadottir, 2018)

Het doel van de interactieve video’s is om medewerkers te prikkelen en na te laten denken over hoe ze zich zouden kunnen gedragen in zekere situaties; niet om hen te leren wat goed en fout is. Simpelweg wordt er gezegd “Zo zou je het kunnen doen” en niet “Dit is hoe je het moet doen”.

(11)

3.2.5 Voorwaarden

Voor een effectieve campagne en een tevreden opdrachtgever zal er aan een aantal voorwaarden moeten worden voldaan. Deze voorwaarden zijn gesteld naar aanleiding van de doelen in het ontwikkelplan van AJHMV (Zie Bijlage II), de offerte (Offerte: Campagne 'Als je het mij vraagt', 2019) en zijn verfijnd na de eerste concept presentatie. (van Haren, Adams en Duckers, 2019)

De pilot:

- Richt zich tot medewerkers van Dichterbij.

- Bevat een verhaal die duidelijk en geloofwaardig geformuleerd is. - Valt binnen de normen van AJHMV.

- Enthousiasmeert medewerkers over AJHMV.

- Geeft inzicht over AJHMV en biedt een voorbeeld van hoe de grondhouding wordt toegepast in de praktijk.

- Gaat interactie aan met een positieve, waarderende en onderzoekende houding. - Geeft medewerkers een veilig gevoel.

- Wordt aangedreven door positieve emotie.

- Kan gebruikt worden als hulpmiddel tijdens presentaties om een gesprek op gang te brengen. - Bevat vraagstellingen die een gesprek op gang brengt.

- Kan later bekeken worden op mobiel en moet dus responsive zijn.

Ook belangrijk is dat wanneer ambassadeurs de pilot als hulpmiddel gebruiken zij medewerkers een veilig gevoel geven, o.a. om de video’s en dilemma’s met elkaar bespreekbaar te maken.

De pilot focust zich enkel en alleen nog op de medewerkers. Als het effectief blijkt, is er mogelijk ruimte in het budget voor interactieve video’s die gericht zijn naar de cliënten en verwanten.

3.2.6 Belanghebbenden

Vanzelfsprekend is Dichterbij gebaat bij het eindproduct. Als het effectief blijkt hebben zij en de ambassadeurs die

het gebruiken een succesvol hulpmiddel dat hun helpt de grondhouding over te brengen. Ook de werknemers

hebben belang bij het eindproduct. Het is prettig om te weten wat er exact door je werkgever van jou wordt verwacht. Duidelijke interne communicatie speelt daarin een grote rol.

Bij Dichterbij spreken ze over de driehoek: de verhouding tussen cliënten, hun netwerk en de medewerkers. Zij

moeten samenwerken als team om op een juiste manier aandacht te geven aan de wensen en behoeften van de

cliënt. Ook de cliënten en hun netwerk zijn belanghebbenden. Als het eindproduct werkt kunnen medewerkers duidelijker uitleggen wat de grondhouding is en wat er van het team wordt verwacht.

Ook als opdrachtnemer is Mediavisie gebaat bij het eindproduct. Wanneer de pilotversie effectief blijkt en

toegepast kan worden binnen Dichterbij, kan de campagne worden uitgebreid en komt er een langdurige samenwerking tot stand.

Niet te vergeten ben ikzelf, de afstudeerder. Naast dat ik op het eindproduct en mijn scriptie wordt beoordeeld,

geeft het een goed gevoel te weten dat de opdrachtgever en Mediavisie tevreden zijn met het eindresultaat. Ook geeft het voldoening als ik een verschil maak met het visueel inzichtelijk maken van de grondhouding richting de medewerkers.

(12)

3.2.7 Doelgroep

De doelgroep zijn de gebruikers van het eindproduct en dus de werknemers van Dichterbij die werkzaam zijn in

de verstandelijk gehandicaptenzorg. Een groot deel van de medewerkers bestaat uit begeleiders en hebben een deeltijd BBL-opleiding gevolgd om bij Dichterbij te kunnen werken. Anderen zijn omgeschoold tot begeleider via een leerwerktraject voor zij-instromers. Mensen die in een leerwerktraject bij Dichterbij zitten krijgen

ondersteuning van een werkbegeleider en het team waarin zij werken. (Stichting Dichterbij, 2020)

(Alexandra Nillesen, n.d.)

De werknemers en mensen die nog in een leerwerktraject bij Dichterbij zitten, bestaan uit een grote

leeftijdsgroep. Van 17-jarige studenten tot 50-plussers. Eén ding hebben zij allemaal gemeen: Ze werken graag

met mensen en staan graag voor anderen klaar. Ondanks het werk valt onder zorgverlening, bestaat het werk

meer uit contact, begeleiden en coaching dan fysieke verzorging.

Zo vertelt een 2e jaars student maatschappelijke zorg bij ROC de Leijgraaf die wekelijks werkt:

“Als verpleegkundige ben je alleen verzorgend bezig. Ik miste het sociale element. Ik heb in de ouderenzorg gewerkt, maar er was nauwelijks ruimte voor contact, tijd voor een praatje.” Bij maatschappelijke zorg is dat anders, ervaart ze. “Ik vind deze studie helemaal geweldig. Je bent veel meer coach en begeleider dan verzorger.” (“Het is zó leuk om te werken met mensen met een beperking” - Stichting Dichterbij, 2019)

Volgens het jaarverslag van Dichterbij dat in 2018 is geschreven betrof het aantal medewerkers 2615, het aantal leerlingen 121 en het aantal stagiaires 107. Hiervan was 92% zorgpersoneel en 8% ondersteunend personeel. De meeste medewerkers zijn vrouwen, namelijk 79%. 21% van de medewerkers zijn dus mannen.

(13)

3.3 Probleemstelling

Door van Haren, Adams en Duckers (2019) van Dichterbij wordt aangegeven dat zij

de urgentie voelen

om de medewerkers van Dichterbij te motiveren om

meer positief waarderend onderzoek te laten

doen, gericht op het

maximaal tot bloei laten komen van ieders talenten.

In het jaarverslag van 2018 beschrijft Dichterbij dat zij in 2019 al druk bezig zijn geweest ervoor te

zorgen dat de waarderende grondhouding AJHMV wordt verweven met het gedrag en de processen van

al hun personeel. Dit doen ze d.m.v. de eerdergenoemde vijf sleutels. Ze zijn nu aan het onderzoeken

wat teams nodig hebben om AJHMV in de genen te krijgen. Ze willen dat teams extra ondersteuning

krijgen om met dilemma’s om te gaan, onder meer via moreel beraad.

(Caubo & Stallenberg, 2019)

Samengevat klinkt de probleemstelling als volgt:

“Dichterbij beschikt niet over een interactief hulpmiddel dat hun medewerkers

inzicht geeft in de grondhouding en hoe deze in de praktijk wordt toegepast.”

3.4 Doelstelling

Voor dit onderzoek is van belang dat de doelstelling zoveel mogelijk wordt afgebakend. De doelstelling voor dit onderzoek klinkt als volgt:

“Doel van het onderzoek is erachter te komen hoe de pilot moet worden

vormgegeven, zodanig dat deze kan worden gebruikt door ambassadeurs tijdens

presentaties om een gesprek op gang te brengen om zo medewerkers inzicht te

bieden over de grondhouding.”

3.5 Centrale onderzoeksvraag

“Hoe moet een pilot

1

worden vormgegeven om de interne communicatie

2

te

verbeteren binnen Dichterbij die zowel inzetbaar is tijdens presentaties

3

als

online

4

.”

1 Pilot van een responsive interactieve branching video.

2 De interne communicatie van de grondhouding van Dichterbij (Als je het mij vraagt) en hoe deze toegepast kan worden in de praktijk.

3 Presentaties van ambassadeurs van Dichterbij die ingezet kunnen worden om een gesprek op gang te brengen tussen medewerkers.

(14)

3.6 Deelvragen

Om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden moeten de volgende deelvragen beantwoord worden:

Hypothese I

In de pilot is een verteller te zien die een verhaal verteld. Dit staat vast, ervan uitgaand dat een persoonlijke verhaal de beste manier is om de grondhouding over te dragen. Om geen aannames te maken moet dit gevalideerd worden. Vandaar de eerste hypothese:

“Persoonlijke verhalen zijn de beste manier om inzicht te geven in de

grondhouding en hoe deze kan worden toegepast in de praktijk.”

Deelvraag I

De eerste deelvraag draait om storytelling. Het verhaal en de interacties die daarin worden gemaakt moeten de aandacht van de gebruikers vasthouden en leiden tot nieuwe inzichten. Vandaar de eerste deelvraag:

“Hoe wordt een verhaal geschreven die de kijker prikkelt?”

Hypothese II

Net als in de eerste hypothese mag er geen aanname worden gemaakt dat interactie een grote toegevoegde waarde is om de betrokkenheid te vergroten. Vandaar de tweede hypothese:

“Door de video’s interactief te maken wordt de aandacht beter vast gehouden en

betrokkenheid teweeg gebracht.”

Deelvraag II

Bij het creëren van een product is het van belang te onderzoeken hoe anderen omgaan met de complicaties en uitdagingen die hierbij komen kijken.

“Welke applicaties, interactieve video’s of platforms bieden inspiratie?”

Deelvraag III

Interactieve video’s kunnen worden gecreëerd op verschillende manieren. Bijvoorbeeld gratis via YouTube of met betaalde software. Voor de derde deelvraag wordt er onderzocht welke software er te vinden is.

“Welke software is er om een responsive interactieve video’s te creëren?”

Deelvraag IV

Om ervoor te zorgen dat de pilot effectief is moeten het zo vorm worden gegeven dat ze herkenbaar zijn voor de doelgroep.

(15)

METHODIEK

4.1 Hypothese I

4.2 Deelvraag I

4.3 Hypothese II

4.5 Deelvraag II

4.6 Deelvraag III

4.7 Deelvraag IV

(16)

4. Methodiek

4.1 Hypothese I

“Persoonlijke verhalen zijn de beste manier om inzicht te geven in de

grondhouding en hoe deze kan worden toegepast in de praktijk.”

Om de eerste hypothese te valideren wordt er een bondig kwalitatief literatuuronderzoek uitgevoerd. Er wordt onderzoek uitgevoerd naar hoe het brein omgaat met verhalen en waarom een verhaal invloed zou moeten

uitoefenen. Ook wordt er gekeken naar wat voor impact het heeft als een verhaal persoonlijk is, oftewel bekend of vertrouwd aanvoelt.

Er wordt gebruik gemaakt van de volgende zoektermen:

‘Storytelling’, ‘internal communication’, ‘psychology of storytelling’, ‘neurobiology of storytelling’, ‘learning through stories’, ‘employee engagement’, ‘similarity en ‘company culture’.

Bronnen:

Er wordt onderzoek uitgevoerd in het studieboek: Social Psychology van Eliot R. Smith & Diane M. Mackie. Dit boek bestaat uit internationaal erkende studies, met uitleg over een grote basis aan onderwerpen binnen de sociale psychologie. (Smith & Mackie, 2015)

Online artikelen zullen een groot deel vormen van de bronnen. Er wordt gekeken naar hoe er intern wordt gecommuniceerd binnen andere bedrijven en welke ideeën en tips hiervoor te vinden zijn.

Er wordt vooral gezocht naar online artikelen waarin wordt verwezen naar wetenschappelijk onderzoeken. (11 Ideas How to Rethink Internal Communications, 2019)

Ook de psychologie van storytelling wordt onderzocht met behulp van online artikelen en blogs die verwijzen naar wetenschappelijke studies, waarin ingegaan wordt op hoe het brein en verhalen met elkaar in verband staan. (Why Your Brain Loves Good Storytelling, 2019)

4.2 Deelvraag I

“Hoe wordt een verhaal geschreven die de kijker prikkelt?”

Om antwoord te geven op de eerste deelvraag gaan we ons nog verder verdiepen in storytelling en de

psychologie daarachter. Er wordt een kwalitatief literatuuronderzoek verricht waarin wetenschappelijke artikelen en boeken de bronnen zullen vormen.

Er wordt gebruik gemaakt van de volgende zoektermen:

‘Storytelling’, ‘internal communication’, ‘psychology of storytelling’, ‘neurobiology of storytelling’, ‘learning through stories’, ‘employee engagement’, ‘similarity’, ‘literary techniques’ en ‘company culture’.

(17)

4.3 Hypothese II

“Door de video’s interactief te maken wordt de aandacht beter vast gehouden en

betrokkenheid teweeg gebracht.”

Er is besloten om de video’s interactief te maken, omdat de medewerkers dan meer betrokken worden. Echter, brengt interactie wel meer betrokkenheid teweeg? Om deze hypothese te valideren wordt er een kort kwalitatief

en kwantitatief literatuuronderzoek uitgevoerd. Er wordt online gezocht naar bewijs dat interactieve video’s meer aandacht vasthouden en meer betrokkenheid voortbrengen dan lineaire video’s.

Er wordt gezocht op de volgende zoektermen:

‘Power of interactive video’, ‘Creating engagement with interactive video’, ‘Engaging interactive video’ en ‘Interactive video vs. linear video’.

Bronnen:

Voor de tweede hypothese wordt er online naar bronnen gezocht die naar studies verwijzen die voordelen en nadelen van interactieve video’s belichten. Zo wordt er bijvoorbeeld in een online artikel, geschreven door Summer Felix, dat interactieve video door de gebruiker als meer amusant en de moeite waard wordt beschreven. Dit wordt door statistieken ondersteund. (Felix, 2016)

In een ander artikel worden niet alleen de voordelen van interactieve video beschreven, maar ook de nadelen, welke vormen er zijn en waar deze het best ingezet kunnen worden. In het geval van dit project wordt er een ‘branching interactieve video’ gecreëerd. Om die reden wordt in er niet in gegaan op alle verschillende vormen van interactie in video, omdat dit niet relevant is. (Trautman, 2018)

Statistieken worden gebruikt om het onderzoek te versterken, zo wordt het volgende statement gebruikt: “87% van alle kijkers gebruiken meerdere apparaten tegelijk, wat betekent dat je strijd om de aandacht van het publiek. Interactive video maakt het kijken actief in plaats van passief.”

(What is Interactive Video and is it Worth Using?, 2019)

4.4 Deelvraag II

“Welke applicaties, interactieve video’s of platforms bieden inspiratie?”

Om antwoord te geven op de tweede deelvraag wordt er een kwalitatief online literatuuronderzoek uitgevoerd naar artikelen over interactieve video’s. Deze interactieve video’s hoeven zich niet persé te richten op interne communicatie of dezelfde doelgroep. De video’s kunnen ons ook inspireren in de vorm voor de interactieve video. Tijdens het literatuuronderzoek worden de vormen van vergelijkbare video’s visueel en technisch

online onderzocht.

Voor de tweede deelvraag worden de volgende zoektermen gebruikt:

‘Interactive video examples’, ‘Interactive video types’, ‘Branching interactive videos’ en ‘Branching video’.

Bronnen:

Bronnen zullen bestaan uit blogs en artikelen, zoals een blog van Darren Travers wat gaat over interactieve video en eindigt met 15 populaire voorbeelden. (Travers, 2019)

(18)

4.5 Deelvraag III

“Welke software is er om een responsive interactieve video te creëren?”

Voor de derde deelvraag wordt er een kwalitatief online literatuuronderzoek uitgevoerd. Er wordt een lijst

gemaakt van verschillende software waarmee interactieve video’s gecreëerd kunnen worden. Deze lijst wordt

beperkt tot vijftien verschillende soorten software. De bronnen zullen bestaan uit websites die verwijzen naar de software en naar de websites van de software zelf.

Er kan niet geëxperimenteerd worden met alle software i.v.m. kosten die daaraan verbonden zijn. Voor de derde deelvraag worden de volgende zoektermen gebruikt:

‘Interactive video software’, ‘Interactive video tools’, ‘Free interactive video software’ en ‘Branching video software’.

Bronnen:

Net als bij de tweede deelvraag wordt er gezocht naar online bronnen die verwijzen naar interactieve video software, zoals een artikel waarin de top tien gratis interactieve video software en tools worden benoemd. (Top 10 Free Interactive Video Marketing Tools and Software, 2019)

Er wordt ook verwijst naar de websites van interactieve video software of tools, zoals de website van Wirewax. Wirewax is een van de bekendere interactieve video tools. (Wirewax, 2019)

Sommige zijn specifiek gericht op branching interactieve video’s en geven hier ook meer info over, zoals dot.vu (2019).

4.6 Deelvraag IV

“Hoe wordt de interactieve video herkenbaar voor de doelgroep?”

De interactieve video wordt gebruikt tijdens presentaties door ambassadeurs van Dichterbij. Ook moet er een mogelijkheid zijn dat de interactieve video op elk moment bekeken kunnen worden.

Bijvoorbeeld om het later nog eens te bekijken of na te bespreken. Het verhaal dat geschreven zal worden moet herkenbaar zijn voor de medewerkers, dus handig zou zijn als het gebaseerd is op een waargebeurd verhaal. Door

een kwalitatief veldonderzoek te doen waarin we in gesprek gaan met medewerkers van Dichterbij kunnen we erachter komen wat er speelt tijdens hun werk, hoe praktijksituaties eruit zien en welke vragen het best gesteld

kunnen worden.

Bronnen:

De bronnen die voor de laatste deelvraag gebruikt worden zijn medewerkers van Dichterbij. We zullen in gesprek gaan met drie begeleiders en één van de medewerkers die bij de start van AJHMV betrokken was.

Voorbeelden van vragen die we zullen stellen zijn: - “Waar werk je?”

(19)

THEORETISCH

KADER

(20)

5. Theoretisch kader

5.1 Storytelling

Van alle manieren die er zijn om normen en waarden over te brengen is er gekozen om dit te doen door middel van persoonlijke verhalen. Er is eigenlijk al gesteld dat dit dé manier is om de grondhouding over te brengen, maar klopt dat wel?

Het vertrouwensgevoel

De stem van werknemers is de meest belangrijke stem die een bedrijf in haar interne communicatie heeft te bieden. Niet alleen is de stem meer authentiek dan die van bijvoorbeeld managers, maar biedt het ook andere werknemers de kans zichzelf te uiten. Wanneer berichten worden gedeeld door medewerkers bereikt het acht maal meer betrokkenheid op bedrijfskanalen. (Lockley, 2019) Dit heeft te maken met dat de medewerkers als meer gelijk worden gezien door de gebruiker of kijker, waardoor ze betrouwbaarder worden geacht. Werknemers worden betrouwbaarder geacht dan bijvoorbeeld de CEO of een raad van bestuur. In een jaarlijks onderzoek van de Edelman Trust Barometer wordt gesteld dat 53% van de respondenten de werknemer betrouwbaar vindt, 61% een persoon zoals hem of haar zelf, 47% een CEO en 44% een raad van bestuur.

(The Edelman Trust Barometer, 2019)

(Edelman Trust Barometer grafiek over betrouwbaarheid, 2019)

Niets is zo geruststellend als iets of iemand wat hen bekend is of vertrouwd aanvoelt. Mensen zijn snel geneigd om aan dat of die persoon een voorkeur te geven. Als iets herkenbaar is wordt het sneller als geloofwaardig en betrouwbaar gezien. Dit kan te maken hebben met het ‘Mere Exposure Effect’, wat inhoudt dat je geneigd bent

(21)

Invloed van verhalen

Hebben verhalen echt een grote invloed? Volgens wetenschappelijk onderzoek is het antwoord op die vraag: ja, dat doen ze. Recent wetenschappelijk onderzoek (Zak, 2014) wijst uit hoe verhalen invloed kunnen uitoefenen op ons denkbeeld, gedrag, onze geloofsovertuigingen en dus ook onze grondhouding.

Als sociale dieren zijn mensen afhankelijk van anderen om te overleven en gelukkig te zijn. Grote kans dat je wel eens hebt gehoord van het ‘knuffelhormoon’ Oxytocine. Oxytocine is een neuropeptide die een rol speelt met het verbinden van sociale contacten met gevoelens van plezier. Het speelt een sleutelrol in het gevoel dat we anderen veilig kunnen benaderen en wordt onder andere geproduceerd wanneer we worden vertrouwd of wanneer iemand ons vriendelijk behandeld. Ook motiveert het ons om samen te werken. Dit doet het door ons empathisch vermogen te vergroten, waardoor we beter begrijpen hoe anderen kunnen reageren in een situatie. (Zak, 2014) Een neuro-econoom Paul Zak en zijn lab vroegen zich af of ze het oxytocine systeem konden ‘hacken’ om mensen te motiveren coöperatief gedrag te vertonen. Hiervoor hebben ze getest of verhalen in de vorm van video, in plaats van face-to-face interacties, ervoor zouden zorgen dat de hersenen oxytocine aanmaken. Ze namen bloed af voor en na het verhaal en ondervonden dat verhalen gedreven door een karakter consistent leidden tot de synthese van oxytocine. Ze ontdekten dat - om iemand te motiveren anderen te helpen - het verhaal eerst de aandacht moet vasthouden door spanning op te bouwen. Als het verhaal spanning weet te creëren dan is de kans groot dat de kijker de emoties deelt van de karakters in het verhaal en nadat het eindigt ze het gedrag en de emoties blijven nabootsen. (Zak, 2014)

(22)

Ook interessant is dat wanneer eenmaal de aandacht wordt vastgehouden en er een spanning is opgebouwd mensen geneigd zijn te blijven luisteren of kijken. Ze zijn geneigd af te maken waar ze al aan zijn begonnen. Onderzoekers onderbraken mensen tijdens hersen krakende taken voor ze het af konden maken. Bijna 90% van de participanten maakte de taak alsnog af, ondanks hen werd verteld te stoppen. (McGraw & Fiala, 1982)

Deze bevindingen binnen de neurobiologie van storytelling zijn relevant voor bedrijfsinstellingen.

Wanneer een bedrijf punten duidelijk wil maken en ze dat doet door middel van personage gedreven verhalen met emotionele inhoud resulteert het in beter begrip en wordt het vaak beter onthouden, zelfs tot weken later. Zak adviseert zakenmensen elke presentatie te beginnen met een aangrijpend verhaal. Qua impact, is de standaard PowerPoint presentatie niet te vergelijken met wat voor een impact een pakkend verhaal nalaat. (Zak, 2014)

Ook heeft het onderzoek van Zak laten zien dat het ideële doel van een bedrijf: hoe het levens wil verbeteren, aanzienlijk meer motiveert dan het transactioneel doel: hoe het producten en diensten verkoopt. Het ideële doel wordt het meest effectief gecommuniceerd door middel van verhalen. Door echte situaties voor te leggen en uit te leggen hoe mensen blokkades overwonnen zorg je ervoor dat mensen empathie gaan tonen. Ze leven mee met de pijn, de moeite en de vreugde.

Uit het werk van Peter Campbell leren we dat sterk gebouwde verhalen gebruik maken van een dramatische verhaallijn waarin een personage moet worstelen om uiteindelijk iets onbekends over zichzelf te ontdekken en dat weet te gebruiken om tegenslagen te overwinnen. Het werk van Zak laat zien dat de hersenen zich sterk

aangetrokken voelen tot deze verhaalstijl. (Campbell, 1949; Zak, 2014)

“When you want to motivate, persuade, or be remembered, start with a story of human struggle and eventual triumph. It will capture people’s hearts – by first attracting their brains.” (Zak, 2014)

Effectiviteit in storytelling

De kracht van de interactieve video is afhankelijk van storytelling. Het is essentieel dat we deze verhalen op een zo boeiend en prikkelend mogelijke manier brengen. In bijlage III is gezocht naar wetenschappelijke studies die in gaan op hoe storytelling zo effectief mogelijk kan worden ingezet.

Zoals eerder uitgelegd is spanning een van de belangrijkste factoren voor een goed en boeiend verhaal en heeft het een verslavend effect. Ook details kunnen helpen een verhaal meeslepender te maken. Zo is beeldspraak een goed middel om tot de verbeelding te spreken. (Green & Brock, 2000)

Om de lezer of kijker te prikkelen kan er gebruik worden gemaakt van stijlfiguren. Stijlfiguren zijn essentieel om een verhaal herdenkwaardig te maken. Ze kunnen gebruikt worden om ergens de nadruk op te leggen, voor humoristische tinten en om spanning te creëren.

Een bekend fenomeen voor veel mensen is dat ze zo betrokken zijn in een film of serie dat ze de tijd uit het oog verliezen of even hunzelf kwijt zijn; dat je compleet werd meegenomen in het verhaal. Onderzoekers noemen deze ervaringen: narratieve transportatie. De narratieve transportatie theorie stelt dat wanneer mensen meeleven in een verhaal hun houding en intenties zich aanpassen om te reflecteren op het verhaal. (Green & Brock, 2000)

(23)

5.2 Interactie

Betrokkenheid en aandacht

Volgens Cisco’s Visual Networking Index vormt video zo’n 80% van al het internetverkeer.

(Amaroso, 2018; Roesler, 2019) Consumenten geven namelijk voorkeur voor visuele en interactieve media in plaats van statische op tekst gebaseerde content, zoals dat vroeger meer gebruikelijk was. Vandaag de dag is het de norm om te klikken en te swipen door informatie en dus interactie aan te kunnen gaan. De consument wil zelf bepalen welke informatie hij of zij ziet. Door deze behoefte boekt interactieve video resultaat. (Trautman, 2019) Ook willen consumenten niet verveeld raken. Ze willen vermaakt worden en de mogelijkheid hebben om te spelen met content. Dit is waarom interactiviteit een ‘gamechanger’ is.

De competitie voor de aandacht van het publiek groeit voortdurend. Interactieve video biedt een kans om op te vallen door drie keer zoveel betrokkenheid te genereren. In een enquête van Brightcove zijn 500 B2B en B2C marketeers die gebruik maken van interactieve video ondervraagd. 70% van de respondenten vertelde dat interactieve video goed tot heel goed hielp met het te weeg brengen van betrokkenheid. (Trautman, 2019) Wanneer mensen door verschillende onderdelen van een video kunnen navigeren of invloed kunnen uitoefenen in wat er gebeurd, zien ze de video niet meer als een advertentie. Het wordt vermakelijk en de moeite waard. Statistieken ondersteunen dit. (Sizmek, 2014) Het voltooiingspercentage voor interactieve video's is circa 90 procent, wat inhoudt dat kijkers langer kijken als ze de interactie aan kunnen gaan met de inhoud van de video. Ook is de hoeveelheid tijd dat wordt gespendeerd in een interactieve video 47% meer vergeleken met

traditionele, niet-interactieve media. De optie om interactie aan te gaan met bijvoorbeeld een commercial maakt het 32% meer memorabel. (Amaraso, 2018)

Naast een hoger voltooiingspercentage brengt interactieve video ook een groot tactisch en strategisch voordeel met zich mee. Met interactieve video ben je een stapje voor. Het is makkelijker om te bepalen welke leads tijd waard zijn, je kan kijkers volgen en segmenteren op basis van hun acties en je kan een kijkervaring neerzetten die meer conversies genereert dan statische video. Interactieve video’s zijn dus ideaal om data te verzamelen over de gebruikers.

Het is belangrijk om rekening te houden met de functionaliteiten die worden geplaatst in interactie video. Goede interactieve video is met opzet zo ontworpen. Net als dat er voor goede gebruikersvriendelijkheid strategisch een user interface wordt ontworpen, wordt er bij interactieve video ook de eindgebruiker in gedachte gehouden. Een geweldige video is niet interactief omdat interactie persé zo geweldig is. Het gebruikt interactie om de

(24)

Inspiratiebronnen voor interactieve video

Interactieve video klinkt voor sommigen als iets wat vrij nieuw is. Echter, worden mensen dagelijks

geconfronteerd met interactieve video’s. YouTube biedt de mogelijkheid om interactie toe te voegen aan video’s. Zo is er vaak aan het eind van een video de optie om een volgende video te bekijken. “Als je deze video leuk vond, check dan ook deze video en vergeet niet te abonneren” is een zin die vaak verschijnt en eenieder waarschijnlijk bekend voor komt. Dit is een vorm van branching, alleen wordt het verhaal onderbroken en wordt slechts de optie geboden om naar een andere video te kijken.

In het geval van dit project wordt er gezocht naar inspiratie voor interactieve branching video’s waarin de kijker keuzes maakt in een verhaal.

Op YouTube zijn ook branching video’s te vinden waarin je keuzes maakt in een verhaal. Een voorbeeld is

‘Can you destroy the Debt’. (Banger, 2017) In deze branching video wordt de kijker op speelse wijze in de voeten

geplaatst van iemand die met schulden om moet gaan en de gevolgen die daarbij komen kijken. Opvallend in deze video zijn de grafische elementen die doen denken aan videogames en de ‘first-person view’.

(Banger, 2017)

Er zijn helaas niet veel opties voor de vorm van interactie binnen YouTube. Er wordt altijd gebruik gemaakt van een link. Deze link kan verwijzen naar een andere video of een website. Ook kan er gebruik worden gemaakt van een kader zonder inhoud om te verwijzen

(25)

(Black Mirror Bandersnatch, 2018)

In dit project wordt er niet gebruik gemaakt van een first-person perspectief. Een ander bekend voorbeeld van een branching video is Black Mirror’s Bandersnatch te zien op Netflix. In deze interactieve film volgt de kijker

hoofdpersonage Stefan Butler. Hij programmeert een videogame op basis van een ‘choose your own adventure’ roman. In deze film begint de interactie met simpele keuzes zoals het kiezen tussen welke ontbijtgranen Stefan wil, maar eindigt het met veel lastigere keuzes. In Bandersnatch zijn er zestien verschillende eindes, oftewel er zijn veel keuzemomenten met nog meer consequenties. Voor de ene kijker duurt de film twintig minuten en voor de andere twee uur.

(Black Mirror Bandersnatch Choice one, 2018) (Black Mirror Bandersnatch Choice two, 2018)

Kijkend naar de vorm van interactie valt op dat wanneer de kijker geen keuze maakt er automatisch een keuze voor de kijker wordt gemaakt. Waar in veel YouTube filmpjes het beeld stil komt te staan tijdens een moment van interactie blijft in Bandersnatch het beeld door bewegen totdat er een keuze is gemaakt. De flowchart van Bandersnatch is zeer uitgebreid en dus complex. In het project voor Dichterbij wordt er geen gebruik gemaakt van een complexe flowchart.

(26)

Een ander voorbeeld van een interactieve branching video is een interactieve documentaire te zien van

de EO: Geboeid. Deze interactieve documentaire confronteert de kijker met keuzes die gemaakt moesten worden

door meerdere karakters die te maken hadden met slavernij. Dit voorbeeld komt qua vorm zeer dichtbij het concept van dit project. Het begint met het volgende scherm: Een introductie voor de verhalen die verteld gaan worden.

(Geboeid, 2019)

Na te hebben gedrukt op de startknop krijgt de kijker keuze uit vier vertellers. Deze vertellers zijn bekende Nederlanders die verhalen delen die zijn gebaseerd op waargebeurde verhalen waarin mensen daadwerkelijk de keuzes hebben moeten maken waarmee de kijker geconfronteerd wordt.

(27)

Wanneer de kijker kiest voor Dolores Leeuwin wordt het verhaal van Betsie verteld, een in slavernij geboren vrouw die gedwongen moeder werd en alles over bleek te hebben voor haar kind.

Opvallend is dat Dolores in close up is gefilmd, waardoor het verhaal persoonlijker wordt. Net als in Bandersnatch krijgt de kijker keuze uit twee opties, alleen is de flowchart veel minder complex. Als de kijker de keuze maakt die Betsie heeft gemaakt gaat het verhaal verder. Wanneer de kijker de keuze maakt die Betsie niet heeft gemaakt wordt op een begripvolle manier uitgelegd waarom het logisch is dat de kijker deze keuze maakt en waarom Betsie deze keuze niet maakte. Vervolgens gaat het verhaal verder. De kijker komt dus altijd op dezelfde verhaallijn terug.

(Geboeid, 2019)

De omgeving waarin de video is geschoten is simpel vormgegeven. De interactieve documentaire is opgenomen in een donkere, ietwat sombere, omgeving. In het geval van Dolores lijkt het op een houten zolder, wat past bij de dramatische tinten in het verhaal. Ook wordt er gebruik gemaakt van andere close ups, zoals gefriemel in de handen of dansende voeten wanneer hierover wordt verteld in het verhaal. Daarnaast wordt er ook gebruik gemaakt van animaties om het verhaal te ondersteunen.

(28)

(Geboeid, 2019)

Wanneer de kijker op de film drukt kom je in het onderstaande menu terecht. Er zijn een aantal praktische opties te zien, waaronder een beeldvullend scherm, geluid en ondertiteling. Ook kan de kijker terug- en doorspoelen door het filmpje met dertig secondes. Het menu rechtsboven verwijst naar meer informatie over het project en het televisieprogramma. De kijker kan ook kiezen om een ander verhaal te bekijken.

(29)

Bij het zien van een tweede verhaal ontdek je dat de verhalen van alle karakters met elkaar zijn verweven. Hierdoor wordt de kijker mogelijk meer geprikkeld om alle vier de verhalen te kijken, omdat het interessant kan zijn het verhaal te horen vanuit een ander perspectief.

Nog een ander interessant aspect van Geboeid is dat er op een gegeven moment rechts onderin een pop-up verschijnt.

(Geboeid, 2019)

Wanneer de kijker op deze pop-up drukt wordt een video afgespeeld waarin de verteller – in dit geval Jörgen Raymann – uitlegt hoe hij of zij het heeft ervaren om dit verhaal te vertellen.

(30)

Alle beelden zijn per verteller in een andere omgeving geschoten die meer past bij het verhaal wat verteld wordt. In de afbeelding rechtsonderin is er ook een belangrijk aspect te zien van de interactieve documentaire. Hier wordt de vraag gesteld richting de kijker en is er gekozen voor een centrale extreme close up van de verteller. Hiermee wordt de vraag nog persoonlijker en confronterender.

(31)

Software

Er is online veel interactieve video software te vinden, waarvan bijna allen betaald. Een paar van de meest bekende zijn Wirewax, Hapyak, Rapt en Verse. Ook Adobe heeft een programma gelanceerd voor interactieve video: Adobe Captivate. Veel van deze software pakketten hebben een gratis proefversie van een week of twee, maar daarna moet er maandelijks betaald worden. Deze prijzen lopen van ci. €20,- tot €500,- op. Ook zijn er een aantal pakketten die gratis worden aangeboden. Zo biedt Edpuzzle gratis diensten aan docenten en studenten, zijn er veel bedrijven die een non-commerciële versie gratis aanbieden en is er bijvoorbeeld H5P één open source tool. (Hihaho, 2019)

Gezien de interactieve video’s gebruikt worden tijdens presentaties is er ook de mogelijkheid om ze op interactieve wijze in een PowerPoint of Keynote presentatie te zeten. (Klimenko, 2018; Apple Support, 2020) In de offerte is er gekozen om een YouTube kanaal op te zetten. Hiervoor is gekozen, omdat er geen technische vaardigheden voor nodig zijn, het om die reden simpel en snel te realiseren is en bovenal omdat het gratis is. Vandaar dat de volgende criteria die gesteld zijn:

- Responsive - Branching - Gratis

- Intuïtieve user interface (intuïtief)

- Geen technische vaardigheden vereist (niet technisch) - Eigen vormgeving (eigen vorm)

Uit het onderzoek, wat te vinden is in Bijlage IV, is gebleken dat er twee opties zijn die het meest dichtbij deze criteria komen.

Eko Studio biedt ook de gratis mogelijkheid tot het maken van een interactieve branching video.

Door middel van een codeerpaneel kan je de video naar eigen wens vormgeven, maar hier zijn dus wel technische vaardigheden voor vereist. (Eko, 2019; Eko Studio, 2019)

YouTube is in principe een prima keuze om een interactieve video in te maken. Echter, wordt je beperkt tot de

(32)

5.3 Medewerkers

Om meer inzicht te krijgen in de medewerkers van Dichterbij en hoe AJHMV wordt toegepast in de praktijk zijn er vier werknemers van Dichterbij geïnterviewd: Cathryn Koster – Gottenbos, Leike Peters, Marcel Raaijmakers en Jolien Rheiter. Voordat er een gesprek met hen is gevoerd is er een eerste versie van het script (zie Bijlage V) uitgeschreven, wat dient als MVP (minimal viable product). In dit script stonden twee scenario’s uitgewerkt. Beide scenario’s zijn gebaseerd op waargebeurde verhalen die passen bij de grondhouding en zijn verkregen via Bart Janssen (2019). Deze is door alle vier de medewerkers ontvangen en doorgenomen voorafgaand aan het interview.

Uit de gesprekken met de medewerkers kwamen een hoop inzichten naar voren en werd eerder verkregen informatie bevestigd. Hieronder is een opsomming te zien van de belangrijkste inzichten. De notulen van de interviews zijn te vinden in Bijlage VI.

Inzichten:

- Het is belangrijk dat de medewerkers hun eigen denkproces analyseren.

- Om ervoor te zorgen dat de vraagstelling beter past bij de grondhouding werd geadviseerd de vraagstelling anders te formuleren.

“Wat vind jij van de situatie?” of “Wat zou jij volgende stap zijn?” i.p.v. “Wat zou jij doen?”

- Er moet niet gestimuleerd worden dat werknemers gaan handelen zonder overleg met hun collega’s. - Tijdgebrek en niet schuldig willen zijn kunnen redenen zijn om niet volgens de grondhouding te handelen. - Iets wat voor de cliënt leuk is kan een probleem zijn voor de begeleider.

- Mensen zijn geneigd en is geleerd oplossingsgericht te denken. Echter, past deze manier van denken niet bij de grondhouding. Naast dat er soms geen oplossing is, draait de grondhouding om leren open te kijken, positief waarderend onderzoek en

- talentontwikkeling.

- Iemands overtuigingen zijn niet dé overtuigingen. - Tekort aan personeel kan een dilemma vormen.

- Er zijn buurtbewoners die positief reageren op de cliënten die zwerfvuil rapen, maar er zijn ook hangjongeren die pestgedrag vertonen.

- Denk niet teveel in risico’s en laat zaken verlopen in goed overleg.

- Er ligt een ethische grens tussen wat fijn is voor de bewoners en wat gezond of veilig voor hen is. - Belangrijk als begeleider is dat er niet zelf dingen worden ingevuld, oftewel:

maak geen aannames.

- Denk vanuit mogelijkheden niet vanuit beperkingen.

- Collega’s die houden van structuur en afspraken hebben het meest moeite met de verandering die teweeg worden gebracht door de grondhouding.

- Waar Cathryn aangeeft niet te moeten handelen zonder overleg geeft Jolien aan dat er bij haar op de locatie veel dingen worden geprobeerd, ook zonder overleg. Dit weten de collega’s dan wel weer van elkaar. Meestal gaat dit goed.

- Het is belangrijk dat werknemers en cliënten dingen doen vanuit intrinsieke motivatie. - Er zit frictie tussen het ‘gewoon doen’ en de regels en structuur.

Met behulp van de inzichten zijn een reeks aan dilemma’s beschreven die herkenbaar zijn voor medewerkers van Dichterbij (Zie Bijlage VII). Het script is iteratief aangepast naar aanleiding van de feedback die wij hebben ontvangen van de medewerkers (Zie Bijlage VIII voor het laatste script, wat te vinden is in het draaiboek).

(33)

RESULTATEN

(34)

6. Resultaten

8.1 Deelvragen

Hypothese I

“Persoonlijke verhalen zijn de beste manier om inzicht te geven in de

grondhouding en hoe deze kan worden toegepast in de praktijk.”

Wie karakter gedreven verhalen gebruikt om informatie te communiceren heeft een grotere kans om invloed uit te oefenen op de luisteraar of kijker zijn of haar gedrag. Wanneer de karakters in het verhaal herkenbaar zijn en/of op ons lijken dan komt het verhaal nog geloofwaardiger, betrouwbaarder en/of vertrouwd over. Naar aanleiding van het literatuuronderzoek is de hypothese gevalideerd.

Deelvraag I

“Hoe wordt een verhaal geschreven die de kijker prikkelt?”

- Door gebruik te maken van spanning.

- Door het verhaal levendig te maken met details. - Door het gebruik van stijlfiguren.

- Door empathie op te wekken.

- Door ervoor te zorgen dat de kijker zich identificeert met het hoofdkarakter. - Door middel van duidelijke beeldvorming en geluid om zo de kijker weg te trekken

van concurrerende prikkels.

Hypothese II

“Door de video’s interactief te maken wordt de aandacht beter vast gehouden en

betrokkenheid teweeg gebracht.”

Interactiviteit in video’s brengt wel degelijk meer betrokkenheid teweeg. Wanneer de kijker invloed kan uitoefenen in wat er gebeurd wordt de video eerder vermakelijk en de moeite waard. Wel moet er rekening gehouden worden met welke vorm van interactiviteit er in de video wordt geïmplementeerd.

(35)

Deelvraag II

“Welke applicaties, interactieve video’s of platforms bieden inspiratie?”

Gezien er een grote kans is dat door budget de interactieve video’s op YouTube worden geplaatst biedt een interactieve video als ‘Can you pay the debt?’ inspiratie voor hoe interactie in YouTube kan

worden geïmplementeerd.

Black Mirror’s Bandersnatch is een uitstekend voorbeeld van interactie in film. Echter, zijn er weinig overeenkomsten te vinden waardoor het weinig inspiratie biedt.

De ideeën die tijdens brainstormsessies binnen Mediavisie naar voren zijn gekomen waren zeer gelijk aan hoe de interactieve documentaire Geboeid is vormgegeven. Hierdoor biedt deze de meeste inspiratie en is deze applicatie om deze reden gebruikt als inspiratiebron. Het onderzoek is gestopt zodra er was besloten de applicatie als inspiratiebron te gebruiken wegens tijdgebrek.

Deelvraag III

“Welke software is er om een responsive interactieve video te creëren?”

De software waarmee een responsive interactieve video kan worden gemaakt waarbij er een mogelijkheid is tot branching zijn: Wirewax, HapYak, Adobe Captivate, YouTube, H5P, Eko, Verse en Engajer.

Hiervan zijn YouTube, H5P en Eko gratis.

Eko en YouTube zijn, kijkend naar de criteria, de beste softwarekeuzes.

Voor de presentaties die gehouden moeten worden door ambassadeurs van Dichterbij kunnen Powerpoint en Keynote gebruikt worden.

Deelvraag IV

“Hoe wordt de interactieve video herkenbaar voor de doelgroep?”

Door de verhalen te baseren op waargebeurde praktijkverhalen worden de interactieve verhalen herkenbaar. Door middel van gesprekken met medewerkers zijn de dilemma’s (Zie Bijlage VII) tot stand gekomen die uitgewerkt kunnen worden tot herkenbare verhalen.

(36)

8.2 Concept

Het concept is deels tijdens en na het literatuuronderzoek uitgewerkt.

Het uitgangspunt voor de interactieve verhalen is positief waarderend onderzoek: dit wordt vertaald in het stellen van vragen die gericht zijn op het ontdekken van eigen en andermans talenten. Het woord talent moet vooral gelezen worden als dat waar je blij van wordt, waar je goed in bent, dit kunnen ook dingen zijn die je zo makkelijk afgaan dat je ze bijna niet herkent als een talent.

Een bestaand verhaal uit de praktijk wordt uitgewerkt met vragen en een afsluitend reflectie-verhaal waarin wordt teruggeblikt op de situatie. In het verhaal staan niet de oplossingen centraal, maar juist het stellen van de juiste vragen. Het verhaal van de pilotversie is geschreven vanuit het perspectief van een medewerker.

Voor volgende interactieve video’s is ook mogelijk dat een scenario juist niet eindigt met een passende oplossing, zodat het de kijker prikkelt om verder te denken over nieuwe vragen die gesteld kunnen worden.

Doelgroep:

- De medewerkers van Dichterbij (Zie hoofdstuk 3.2.7).

Het doel van de pilot in het kort:

- De grondhouding overbrengen.

- Medewerkers enthousiast maken over AJMHV.

- Oefening en overleg over positief onderzoekend vragen.

Urgentie vanuit Dichterbij:

- Stimuleren eigen en andermans talenten te ontdekken. - Stimuleren van positief waarderende gespreksvoering. - Stimuleren van onderzoekende houding.

Vorm interactie:

De interactieve video begint met de introductie van de praktijksituatie wat eindigt met een interactiemoment. Eén van deze keuzes ligt het meest bij de grondhouding, maar geen van beide keuzes zijn een foute keuze. Zoals hieronder te zien is kom je altijd uit op de keuze die het meest bij de grondhouding ligt. Vervolgens komt nog een laatste interactiemoment die hetzelfde is opgebouwd als het eerste interactiemoment. Ten slotte eindigt de interactieve video met een reflectie-verhaal.

(37)

Bij het interactiemoment richt de verteller zich direct tot de kijker en verschijnen de twee keuzes in beeld, zoals te zien is in onderstaand voorbeeld.

Wanneer er meer interactieve video’s worden ontwikkeld moet er een keuzemenu worden gemaakt waarin de kijker kan kiezen voor een verschillende vertellers.

(38)

8.3 Pre-productie

Script

Het script is het belangrijkste onderdeel van de pre-productie. Dat de inhoud klopt en voldoet aan de

voorwaarden is essentieel. In de eerste versie van het script zijn twee scenario’s te zien (Zie Bijlage V) die door alle contactpersonen vanuit Dichterbij gelezen zijn. Zij hebben hier allemaal feedback op gegeven, zodat we een tweede versie hebben kunnen maken. Na het verwerken van de feedback was in eerste instantie alleen nog het eerste scenario compleet (Zie Bijlage IX), maar naar wens van de opdrachtgever is het tweede scenario meer uitgewerkt (Zie Bijlage X). Op dit script waren nog een laatste paar aanmerkingen die zijn verwerkt in het script wat te vinden is in het draaiboek (Zie Bijlage VIII).

De eerste opzet van het script is geschreven door René Reitzema op basis van praktijkverhalen verkregen door Bart Janssen. Deze opzet is vervolgens door Erik Driessen omgezet tot een volwaardig script met ondersteuning van René Reitzema.

Draaiboek

Het draaiboek wat te zien is in Bijlage VIII is geschreven door Erik Driessen en bevat de volgende onderdelen: 01 Introductie 02. Betrokkenen 03. Filmstijl 04. Script 06. Draaidag 07. Proplist 08. Kledingvoorschrift

Dit draaiboek is opgezet voor alle betrokkenen, zodat zij een duidelijke indruk hebben van wat van hen wordt verwacht tijdens de draaidag. In het onderdeel draaidag is te zien hoe de planning te zien van de draaidag.

(39)

Locatie

We hebben op twee locaties geschoten. De shots die buiten geschoten moesten worden zijn opgenomen in de omgeving van DIA+, een dagbesteding van Dichterbij te Heijen.

Tijdens het contact met de contactpersoon van DIA+: Marcel Raaijmakers, werd de conclusie getrokken dat het niet handig was gebruik te maken van de ruimte binnen DIA+ i.v.m. de dagbesteding die daar een half dagdeel aanwezig was. Vandaar dat er de keuze is gemaakt om het monoloog van de vertelster te schieten in kasteel Wijchen. Gezien er in een grote en hoge ruimte geschoten moest worden met bij voorkeur een warme

omgevingskleur was deze locatie ideaal. Via een contact van Marc Wissink, eventmanager binnen Mediavisie is er gratis gebruik gemaakt van deze locatie.

(40)

Casting

Voor de pilot waren er een aantal rollen, waarvan de meesten figuranten rollen.

Annelies: de medewerkster, vertelster

Annelies is gespeeld door Frederique Arnold, een professioneel actrice die is gecast door Erik Driessen met behulp van castingbureau Frisse Koppen (Zie Bijlage XI voor de gegevens van Frederique Arnold verzonden door Frisse Koppen). Frederique speelt de hoofdrol in de pilot.

Mirjam: de client die zwerfvuil opraapt

Mirjam is gespeeld door Naomi, een actrice van het Teugeltheater.

(41)

Maarten: de client die de parochieblaadjes wil rondbrengen

Maarten is gespeeld door Edwin, een acteur van het Teugeltheater.

Erik Krabbenborg heeft geregeld dat Edwin en Naomi een rol in de interactieve video spelen.

Collega van Annelies

De collega van Annelies is gespeeld door Ger Beumeler, een begeleider vanuit Dichterbij. Hij had een figurantenrol, waar hij in een scène een gesprek heeft met Annelies.

(42)

De pastoor

De pastoor is gespeeld door René Reitzema, een medewerker van Mediavisie.

Hij had een figurantenrol waarin hij contact maakt met Mirjam en een gesprek aangaat met Annelies en Maarten.

De voorbijganger

De voorbijganger is gespeeld door Marie-José Aalbers, een medewerkster van Mediavisie. Zij had een figurantenrol waarin ze langs loopt en zichtbaar een compliment maakt.

(43)

Buurtbewoner

De buurtbewoner is gespeeld door een dame die daadwerkelijk in de buurt woonde. Ger Beumeler woont zelf in de buurt en heeft een contact van hem gevraagd of zij een moment had om een kleine figurantenrol op haar te nemen. Haar rol was om een vuilniszak aan te reiken aan Annelies.

Wandelgroep

De groep figuranten die de wandelgroep representeerden waren cliënten die vaker wandelen als dagactiviteit. Zij liepen mee onder begeleiding.

(44)

Apparatuur

De volgende twee camera’s zijn gebruikt tijdens de draaidag en geregeld door Sjoerd Hageman en Wessel Groenendijk:

- Sony A7S II

(Sony A7S II, n.d.) - Sony FS7

(45)

8.4 Pilot

Via onderstaande link kan de pilot bekeken worden op een besloten YouTube kanaal:

(46)

8.5 Test van de pilot

Uit de test bleek dat de pilot als professioneel en kwalitatief goed wordt ervaren. Het gaf de deelnemers een prettig gevoel. De filmstijl en beeldkwaliteit viel goed in de smaak. De deelnemers vonden het een innovatief product, ook als het bijvoorbeeld bij een sollicitatie gebruikt zou worden om zo een beter beeld te krijgen van iemands gedachtegang. Lotte Bril, een van de deelnemers die werkzaam is in de verstandelijk gehandicaptenzorg gaf aan dat zij momenteel een soortgelijke vorm van werkoverleg hebben, alleen wordt er bij hun op werk gebruik gemaakt van een casus op papier. Zij vertelde dat deze manier in de vorm van video veel duidelijker en

prettiger is.

Een van de vereisten was dat de kijker niet het gevoel moet krijgen dat er een foute keuze is gemaakt. De

deelnemers gaven allemaal aan dat zij niet het idee hadden een foute keuze te hebben gemaakt. Echter, waren er wel deelnemers die keuzes maakten die minder bij de grondhouding pasten. Hierdoor nam het verhaal een wending waaruit bleek dat niet alle onderdelen van de grondhouding duidelijk waren voor de deelnemer. Vooral dat er een niet altijd meteen een oplossing is kwam niet duidelijk naar voren in de pilot. De deelnemers gaven wel aan inzicht te hebben gekregen in de grondhouding, hoe deze wordt te toegepast in de praktijk en dat het hen een fijne manier van werken lijkt.

Dat een positief onderzoekende houding en met elkaar in gesprek blijven van belang is binnen de grondhouding was voor alle deelnemers duidelijk. Het ontdekken van talent is ook van belang binnen de grondhouding, alleen de manier waarop het woord talent wordt geïnterpreteerd binnen Dichterbij is niet voor elke deelnemer duidelijk. De basis van het idee komt wel goed over. De pilot wordt niet als te lang ervaren en de deelnemers gaven aan dat er genoeg interactiemomenten in zitten. Een van de deelnemers gaf aan te denken dat als er meer

interactiemomenten in komen dat het onduidelijk wordt.

Wegens gebrek in budget is ervoor gekozen de pilot te plaatsen op YouTube. De deelnemers ervaren dit niet als onprettig. De antwoorden die zijn gegeven tijdens de test zijn te vinden in Bijlage XII.

(47)

DISCUSSIE, CONCLUSIE,

AANBEVELINGEN EN

(48)

7. Discussie

De resultaten uit dit onderzoek wijzen uit waar op gelet moet worden bij de inhoud van de interactieve video’s, welke software mogelijkheden er zijn en er wordt inspiratie geboden voor de vorm. Bij de inhoud van het literatuuronderzoek wordt voornamelijk gelet op de manier van storytelling.

De aannames dat interactie voor meer betrokkenheid zorgt en een goed geschreven persoonlijk verhaal helpt om de grondhouding beter te communiceren zijn naar verwachting gevalideerd. Er valt wat te zeggen voor de manier waarop onderzocht is hoe de praktijksituaties eruit zien. De gesprekken die gevoerd zijn waren telefonisch i.v.m. de lange afstand tussen de werknemers en Mediavisie.

Gezien alleen de werknemers van Dichterbij daadwerkelijk begrijpen hoe het er aan toe gaat in de praktijk is er voor gekozen om de inhoud van de uiteindelijke pilot te baseren op een waargebeurd verhaal. Dit verhaal is omgezet tot een eerste script dat iteratief is herschreven naar aanleiding van de feedback die is ontvangen. Alle contactpersonen vanuit Dichterbij hebben het laatste script doorgenomen en hun feedback hierop kunnen geven. Op deze feedback is het laatste script gebaseerd dat te zien is in het draaiboek.

Uit de resultaten van het onderzoek naar verschillende software om interactieve video te creëren zijn slechts opties naar voren gekomen. Hoe de software exact werkt is niet beschreven. Welke software aanbevolen moet worden is om deze reden niet met zekerheid te bepalen. Gezien er geen budget is om betaalde software te testen is dit achterwege gelaten in dit onderzoek. Ook heeft het onderzoek naar software een houdbaarheidsdatum, gezien er mogelijk nieuwe software in ontwikkeling is. In verband met gebrek aan tijd en budget is er uiteindelijk voor gekozen om de interactieve video’s op een YouTube kanaal te zetten. Uit de test bleek dat de deelnemers dit niet als onprettig ervaarden. Echter, hebben ze geen andere vorm om naar te refereren, wat een onderdeel is van de test waardoor het minder valide wordt.

Door gebrek aan tijd en de afstand tussen Mediavisie en Dicherbij is de pilot niet grondig getest op werknemers van Dichterbij. Om toch nog een beeld te krijgen van hoe de pilot wordt ontvangen zijn er een aantal deelnemers geïnterviewd en geobserveerd, waarvan één met ervaring in de zorg, één in de verstandelijk gehandicaptenzorg en één werkzaam als accountant. Hierdoor is de test minder valide. De testen zijn uitgevoerd in een thuissituatie. Wel bleek dat de deelnemer die het meest affiniteit heeft met het vak en de meeste raakvlakken heeft met de doelgroep het meest enthousiast was over de pilot.

In de vormgeving van de pilot qua filmstijlkeuzes en grafische stijlkeuzes zijn inspiratiebronnen meegenomen in het ontwerpproces. Vormgeving blijft een subjectief onderwerp en dus valt er discussie te voeren over wat de beste ontwerpkeuzes zijn. Deze keuzes zijn gemaakt in overleg met experts in het werkveld, waaronder René Reitzema, Marie-José Aalbers, Raymond Buiter, Simone Overvest, Sjoerd Hageman en Wessel Groenendijk.

(49)

8. Conclusie

In dit onderzoek is gezocht naar antwoord op de vraag:

“Hoe moet een pilot worden vormgegeven om de interne communicatie te verbeteren binnen Dichterbij die zowel inzetbaar is tijdens presentaties als online.”

Bij geen budget is het logisch om de video interactief te maken met behulp van YouTube. Eko Studio had ook een optie kunnen zijn. Voor presentaties kan er gekozen worden om de video’s interactief te maken m.b.v. PowerPoint of KeyNote. Mocht er meer budget vrij zijn voor een volgende interactieve video dan kan er gekozen worden om software als Wirewax, Adobe Captivate of Verse te gebruiken.

Om het verhaal wat te zien is in de interactieve video’s persoonlijk, betrouwbaar, herkenbaar en memorabel te maken moeten de video’s gedreven zijn door een karakter waarin de kijker zich kan identificeren. Er is gebleken dat karakters waar de kijker zichzelf in kan herkennen door 61% als betrouwbaar worden geacht. Belangrijk is dat de kijker meeleeft met het verhaal en dat de aandacht wordt vastgehouden met behulp van spanning. De aandacht wordt ook vastgehouden d.m.v. de interactieve momenten, omdat het meer betrokkenheid teweeg brengt. Door de video’s te baseren op waargebeurde praktijkverhalen van de medewerkers worden de verhalen nog herkenbaarder.

Hoe het verhaal gefilmd moet worden en dus vorm moet krijgen blijft een subjectief onderwerp.

De interactieve documentaire Geboeid is een goede inspiratiebron qua filmstijl. Om het verhaal persoonlijk te maken dient de verteller geregeld in close up te worden gefilmd. De grafische elementen die te zien zijn dienen volgens de huisstijl van Dichterbij vorm gegeven te zijn. In het draaiboek wat te vinden is in Bijlage VIII is te zien welke filmstijlkeuzes er zijn gemaakt voor de pilotversie.

Meest belangrijke is dat de grondhouding duidelijk naar voren komt in het scenario. Door een reflectiemoment toe te voegen aan het einde van het verhaal kunnen de belangrijkste punten van de grondhouding

Figure

Updating...

References

Related subjects :