2.7. De zesde groep letters 1. Herkennen van de vormen

2.7.2. De zesde groep letters

Regel 7.

U vindt: lijn, gesloten breed in het midden, lijn, gesloten breed van boven, lijn.

Regel 8.

U vindt: lijn, open breed van onder, lijn, gesloten breed van onder, lijn.

Regel 9.

U vindt: lijn, gesloten breed van onder, lijn, open breed van onder, lijn.

Regel 10.

U vindt de vormen: lijn, gesloten breed in het midden, lijn, gesloten breed van onder, lijn.

Regel 11.

U vindt: lijn, open, lijn, open breed van onder, lijn.

Regel 12.

U vindt: lijn, gesloten breed in het midden, lijn, open breed in het midden, lijn.

Ga nu naar bladzijde 2 van tabblad 6.

2.7.2. De zesde groep letters

Begin links bovenaan de pagina op de eerste hele regel. Dus op de regel onder de twee vormen bovenaan. U oefent op de eerste twee regels nogmaals de vormen van de twee nieuwe letters. Daarna volgen de namen van deze letters.

Ga horizontaal met uw linkerhand of wijsvinger over de bovenste regel.

Regel 1.

U vindt de vormen: open breed van onder, gesloten breed in het midden, open breed van onder, gesloten breed in het midden, gesloten breed in het midden, gesloten breed in het midden, open breed van onder, overnameteken.

Ga met uw rechterhand naar uw linkerhand. De linkerhand gaat terug naar het begin van de regel. Met rechts gaat u verder naar het einde van de regel. U vindt de

vormen: gesloten breed in het midden, open breed van onder, open breed van onder, gesloten breed in het midden, open breed van onder, open breed van onder, gesloten breed in het midden.

Regel 2.

U vindt de vormen: gesloten breed in het midden, open breed van onder, open breed van onder, open breed van onder, gesloten breed in het midden, gesloten breed in het midden, open breed van onder, overnameteken, open breed van onder,

open breed van onder, gesloten breed in het midden, gesloten breed in het midden, open breed van onder, gesloten breed in het midden, gesloten breed in het midden.

Dan benoemen we de letters:

 De vorm open breed van onder is de letter u.

 Gesloten breed in het midden is de letter r.

Begin nu weer links bovenaan de pagina. Ga horizontaal met uw linkerhand of -wijsvinger over de bovenste regel. Daar leest u van links naar rechts de volgende letters: u, r, u, r, r, r, u, overnameteken.

Ga met uw rechterhand naar uw linkerhand. De linkerhand gaat terug naar het begin. Met rechts gaat u verder naar het einde van de regel. U leest de letters: r, u, u, r, u, u, r.

Regel 2.

U leest de letters: r, u, u, u, r, r, u, overnameteken, u, u, r, r, u, r, r.

Regel 3 is een horizontale lijn.

Op de volgende negen regels leest u zowel de nieuwe als de eerder geleerde letters.

Regel 4.

U leest de letters: u, k, k, u, u, k, u, overnameteken, k, u, k, k, u, u, k.

Regel 5.

U leest: u, v, u, v, v, u, u, overnameteken, v, u, u, v, u, u, v.

Regel 6.

U leest: r, l, r, l, l, r, r, overnameteken, r, r, r, l, r, l, l.

Regel 7.

U leest: r, o, r, r, r, o, r, overnameteken, o, o, r, r, o, r, o.

Denk aan het overnemen.

Regel 8.

U leest de letters: k, m, o, u, u, m, o, overnameteken, u, o, u, m, o, u, u.

Regel 9.

U leest de letters: l, p, v, r, r, v, r, overnameteken, p, r, v, r, r, l, p.

Regel 10.

U leest: k, o, r, v, u, l, m, overnameteken, p, f, g, r, o, u, c.

Regel 11.

U leest de letters: a, b, k, l, c, g, o, overnameteken, p, e, v, m, f, i, d.

Regel 12.

U leest: u, r, o, e, g, i, f, overnameteken, p, m, k, l, b, g, d.

Ga nu naar bladzijde 3 van tabblad 6.

2.7.3. Woorden met en zonder spaties

Op deze bladzijde staan woorden met de geleerde letters. Eerst staan er nog spaties tussen de letters van het woord. Na het overnameteken komt een nieuw woord op dezelfde manier.

Regel 1.

U leest: d, o, r, dor, overnameteken, r, o, k, rok.

Regel 2.

U leest: r, o, o, d, rood, overnameteken, d, o, o, r, door.

Regel 3.

U leest: r, o, l, rol, overnameteken, k, o, o, r, koor.

Regel 4.

U leest: d, r, o, p, drop overnameteken. d, o, r, p, dorp.

Regel 5.

U leest: v, u, u, r, vuur, overnameteken, m, u, u, r, muur.

Regel 6.

U leest: g, r, o, f, grof, overnameteken, v, o, r, k, vork.

Regel 7.

U leest: l, u, i, k, luik, overnameteken, b, u, i, bui.

Regel 8.

U leest: l, e, u, k, leuk, overnameteken, b, e, u, k, beuk.

Regel 9.

U leest: g, e, u, r, geur, overnameteken, d, e, u, r, deur.

Regel 10.

U leest: d, r, i, e, drie, overnameteken, d, r, a, f, draf.

Regel 11.

U leest: r, u, i, l, ruil, overnameteken, r, u, i, g, ruig.

Ga nu naar bladzijde 4 van tabblad 6.

2.7.4. Rijmrijtjes

Op de volgende regels leest u nog woorden met begin- of eindrijm. Dat zijn

veelvoorkomende lettercombinaties. We gebruiken nu geen overnameteken. Let nog even op uw houding. Probeer de regels eerst met de ene en dan met de andere hand te lezen.

Regel 1.

U leest de woorden: oor, voor, boor, door, goor, koor.

Regel 2.

U leest de woorden: uil, buil, vuil, ruil, kuil, muil.

Regel 3.

U leest: uur, vuur, puur, buur, guur, gluur.

Regel 4.

U leest: rood, rook, roof, room.

Regel 5.

U leest de woorden: reuk, deuk, leuk, peuk, beuk.

Regel 6.

U leest: kleur, deur, geur, fleur.

Regel 7.

U leest de woorden: ui, lui, pui, rui, bui.

Regel 8.

U leest de woorden: rok, rol, rog, roe, roep, roer.

Regel 9.

U leest: buk, ruk, pluk, vul, bul.

Regel 10.

U leest: draf, drie, drop, draai, druif.

Ga nu naar bladzijde 5 van tabblad 6.

2.7.5. Woorden met de geleerde letters

Op deze bladzijde vindt u regels met woorden met de tot nu toe geleerde letters.

Zorg dat u ontspannen zit. Denk aan het overnemen.

Regel 1.

U leest de woorden: kar, bar, klaar, overnameteken, daar, vaar, arm.

Regel 2.

U leest: raak, raam, buk, overnameteken, geluk, lui, blaar.

Regel 3.

U leest de woorden: braam, kraai, au, overnameteken, buik, duif, leuk.

Regel 4.

U leest de woorden: drie, vier, riem, overnameteken, prei, deur, geur.

Regel 5.

U leest: duur, koor, roek, overnameteken, merel, braille.

Regel 6.

U leest: kamer, reclame, overnameteken, uur, muf, mug, duf.

Regel 7.

U leest de woorden: draak, ader, uil, overnameteken, druif, druk, rol.

Regel 8.

U leest: druppel, luifel, overnameteken, decor, oor, club.

Regel 9.

U leest de woorden: vader, verkoper, overnameteken, droog, drummer.

Regel 10.

U leest: darm, diagram, overnameteken, muur, keurig, vuil.

Regel 11.

U leest de woorden: adder, oordeel, overnameteken, kleur, purper, rug.

Regel 12.

U leest: duurder, mooier, overnameteken, duiker, burger.

Ga nu naar bladzijde 6 van tabblad 6.

2.7.6. Zinnen met de geleerde letters

Begin elke regel met de linkerhand. Ga na het derde woord van elke zin met rechts verder.

Let op een ontspannen houding.

Regel 1.

U leest de zin: ik koop die rode broek maar.

Regel 2.

U leest: de verkoper leek me erg lui.

Regel 3.

U leest de zin: de oude vader liep vlug door.

Regel 4.

U leest: die mooie rok leek me erg duur.

Regel 5.

U leest: de lamp viel op de vuile vloer.

Regel 6.

U leest de zin: de dader kroop over de brug.

Regel 7.

U leest: ik ruik die rook al drie uur.

Regel 8.

U leest de zin: de boer vroeg om goed beleid.

Regel 9.

U leest: de geur leek op die van prei.

Regel 10.

U leest: de ruige dief beroofde oma.

Regel 11.

U leest de zin: vaar maar over de rivier ruud.

Regel 12.

U leest: die oude berk lag daar keurig.

Ga nu naar pagina 1 van tabblad 7.

2.8. De zevende groep letters

In document Braille Zelfstudie; instructie bij module 2 en 3. Module 2: De letters van het alfabet (pagina 34-40)