Weet wat je kan

In document Programma Sociaal Domein (pagina 77-84)

Volgens het rapport van het SCP hebben één op de acht inwoners – 2.200.000 op een inwoneraantal van ca. 17.000.000 – een IQ van 70 tot 85. Het is een verhoudingsgetal, dat vaker voorkomt op verschillende maatschappelijke beleidsvelden. één op de acht is laaggeletterd, één op de acht van de kinderen groeien op in armoede, één op de acht ….

Vanzelfsprekend is het niet zo, dat iedereen vallend binnen de doelgroepen van deze beleidsvelden mensen zijn met een LVB. Het ligt echter wel voor de hand, dat een groot aantal wel vallen binnen de doelgroep LVB.

Natuurlijk is het niet zo, dat op alle gebieden iedereen een licht verstandelijke beperking heeft, maar het is wel waarschijnlijk dat een groot aantal wel tot de LVB-doelgroep kan worden gerekend. Veel problemen doen immers voor op hun levenslijn op alle gebieden waarin sprake dient te zijn van zelfredzaamheid (bv. arbeid, inkomen, onderwijs, sociale omgeving, opvoeden en opgroeien, wonen, etc.).

Het rapport van het SCP (Zorg beter begrepen) en de gespreksronde maken duidelijk, dat de eerste verkenning (MEE, GEMIVA) terecht een groot probleem signaleerde met betrekking tot LVB. Overigens betreft het een doelgroep, die vroeger toen onze maatschappij nog eenvoudig(er) was goed kom meekomen.

Digitalisering, verplaatsen van eenvoudig werk naar arme landen, ontstaan van complexer werk, invoering van grootschaliger en minder gestructureerd onderwijs van een grote groep mensen vraagt echter teveel van hen.

Cijfers in Zwijndrecht op basis van de schattingen van het Sociaal Cultureel Planbureau (rapport "Zorg beter begrepen"):

Aantal inwoners: 44.485

Inwoners met IQ kleiner dan 70 (0,84%): 374 Inwoners met IQ tussen 70 en 85 (12,94%): 5.756

Inwoners met IQ tussen 70 en 85 met probleem zelfredzaamheid (8,75%): 3.892 Inwoners met IQ tussen 70 en 85 die beroep doen op zorg (3% van 3.892): 117

Vraagstukken

Het blijkt lastig om deze groep te herkennen. Het is niet te zien aan de buitenkant en zelfs niet als je er mee praat. Vaak hoor/denk je "typisch mens" of rare snuiter. Het zijn – over het algemeen – ook geen mensen met een verstandelijke handicap die je direct herkent in een gesprek of aan het uiterlijk). Vaak wordt deze doelgroep aangetroffen in het

praktijkonderwijs, maar ook op VMBO en de onderkant van het MBO zijn ze aanwezig. Wellicht is LVB (term Drechtsteden) of zwakbegaafd (term SCP) een verkeerd gekozen term. Uiteindelijk gaat echter om een groep mensen, die niet mee kunnen vanwege minder cognitief vermogen en

ondersteuning nodig hebben op belangrijk momenten in hun leven. Met de juiste ondersteuning kunnen ze in de meeste gevallen goed

meekomen.

Het is belangrijk hen wel tijdig te erkennen en te herkennen. Niet alleen voor hen, maar ook voor onze samenleving. De negatieve gevolgen kunnen namelijk groot zijn (schulden, criminaliteit, verwaarlozing, kindermishandeling, etc.). De groep is snel overvraagd en kan worden uitgebreid met mensen met een niet aangeboren hersenletsel (NAH), autisme. Ook kunnen we ons afvragen in hoeverre mensen met

77 psychosociale problematiek niet mensen zijn met LVB, die worden

overvraagd. Vraagstukken zijn:

1. Hoe herkennen we doelgroep?

2. Hoe gaan we om met het deel van de doelgroep, waarvoor we al te laat zijn?

3. Hoe kunnen we LVB-er echt ondersteunen en mee laten doen?

Doelen en meetgegevens

 We richten hulp en ondersteuning zodanig in, dat mensen die moeite hebben met hun zelfredzaamheid als gevolg van een verstandelijke beperking, maximaal kunnen meedoen.

Ondersteuning van zelfredzaamheid in het leven van LVB is noodzakelijk.

Wij realiseren ons, dat e.e.a. op verschillende niveaus moet worden georganiseerd.

Regionaal (SDD) moeten er maatregelen (aanbod) worden genomen gericht op stabiliteit, waarbij we ons moeten realiseren, dat – waar het aanbod van de SDD vroeger was gericht op ondersteuning van tijdelijke verminderde zelfredzaamheid – het nu zal gaan om een permanente ondersteuning (levenslang).

Lokaal willen wij ondersteuning van LVB aan de voorkant organiseren met behulp van onze lokale maatschappelijk partners. Grootste uitdaging ligt in signalering en herkenning en preventieve ondersteuning (in vroegtijdig stadium bouwen aan een sociaal netwerk).

Oplossingen en activiteiten

Oplossingsrichtingen en activiteiten moeten worden uitgevoerd op lokaal en regionaal niveau. Uiteraard zal in de uitvoering beide

ondersteuningsniveaus sprake moeten zijn van een goede afstemming en wisselwerking.

Partnerschap

Bij de aanpak en de invulling van het thema spelen diverse betrokkenen (zie oplossingen en activiteiten) een rol. Lokaal heeft de gemeente heeft naast een stimulerende en faciliterende rol ook een voorwaarden scheppende rol.

Planning

In opdracht van de regionale portefeuillehouders wordt op dit moment (voor zover mogelijk) de omvang van de problematiek in beeld gebracht.

Op dit moment is reeds duidelijk, dat mogelijk regionale maatregelen noodzakelijk zijn gericht op permanente ondersteuning (levenslang).

Lokaal willen wij ondersteuning van LVB aan de voorkant organiseren met behulp van onze lokale maatschappelijk partners. Op dit moment weten wij echter nog onvoldoende over deze doelgroep. Alvorens een planning op te stellen, willen wij oriënterende gesprekken voeren met

deskundigen.

Vervolgens zullen wij dan in het eerste kwartaal een

uitvoeringsprogramma opstellen samen met maatschappelijke partners voor de komende twee jaar.

Mei 2017: Plan van aanpak ter besluitvorming (indien extra geld nodig) of ter informatie (bij dekking bestaande middelen) naar de raad.

Budget

Bij de totstandkoming van de geïntensiveerde aanpak kijken we naar wat er binnen bestaande budgetten kan door deze eventueel anders in te zetten. Als er extra middelen nodig zijn dan worden deze via een raadsvoorstel aan de gemeenteraad gevraagd (kadernota 2018).

Evaluatie

Dit thema is gebaseerd op een regionale verkenning. Als de agenda van dit thema bekend is, stellen we een evaluatiemoment vast.

78

Aantekeningen

79

80

De aanpak

Het programma heeft een looptijd van twee jaar. De thema's hebben verschillende planningen en ook de uitkomsten en resultaten van de thema's zullen in aard verschillen. We gaan hier halfjaarlijks over rapporteren.

Opzetten thema's

We kiezen voor een procesmatige aanpak van de thema's. Voor sommige thema's geldt dat we dat proces nog moeten ontwerpen. Dat geldt voor onder andere de thema's 'Eenzaamheid' en 'Thuis in Zwijndrecht'. Bij het opzetten van de thema's denken we goed na wie we daarbij willen betrekken. Niet alleen de partners waar we al langer mee samenwerken.

We gaan juist ook op zoek naar nieuwe en verfrissende ideeën bij mensen en partijen die misschien minder voor de hand liggen.

We leggen de eerste stappen en tussenresultaten vast en van daaruit bepalen we de vervolgstappen.

Er zijn ook thema's, zoals 'Door te bewegen blijf je in evenwicht' en 'Kunst en cultuur voor iedereen' die al een planning hebben. Deze verandert niet, maar we gaan wel nadenken over de verbinding die we kunnen maken met andere thema's. Misschien zijn juist met deze thema's verrassende verbindingen mogelijk met de andere thema's, zoals eenzaamheid, armoede of laaggeletterdheid.

Stukkenstroom

Zoals eerder gezegd gaan we minder papier produceren en meer doen.

Dat betekent dat we alleen opschrijven wat moet, maar dat we ook naar andere manieren zoeken om te communiceren over de thema's. Dat kan zijn in de vorm van een Prezi of PowerPoint, maar ook door inwoners of partners hun verhaal te laten vertellen, live, op locatie of in een film of op een manier die we nu nog niet bedacht hebben.

Monitor

Elk half jaar doen we verslag van de voortgang binnen de thema's. We zoeken naar een vorm die past bij de samenlevingsgerichte aanpak.

De eerste versie verschijnt voor de zomer van 2017. Omdat dit de eerste is, besteden we extra aandacht aan de wijze waarop we de verschillende thema's gaan aanpakken en de tussenresultaten die we willen bereiken.

81

Bijlage: lijst met afkortingen

AV Alblasserwaard-Vijfheerenlanden

CBS Centraal Bureau voor de Statistiek

CJG Centrum voor Jeugd en Gezin

DG&J Dienst Gezondheid en Jeugd

DGSG De Gezonde School en Genotmiddelen

ESF Europees Sociaal Fonds

GGZ Geestelijke Gezondheidszorg

GIDS Gezond In De Stad

IQ Intelligentiequotiënt

JOGG Jongeren Op Gezond Gewicht

JOP Jongerenontmoetingsplaats

KAN Kort Ambacht en Noord

LVB Licht Verstandelijke Beperking LZW Leer-werkbedrijf Zwijndrecht Werkt MBO Middelbaar Beroepsonderwijs

MO Maatschappelijke Ontwikkeling

NAH Niet-aangeboren Hersenletsel PALT Prestatieafspraken Lange Termijn SCP Sociaal Cultureel Planbureau SDD Sociale Dienst Drechtsteden

Stichting MBZ Stichting Maatschappelijke Betrokkenheid Zwijndrechtse Waard SWOZ Stichting Welzijn Ouderen Zwijndrecht

VMBO Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs VO-scholen Scholen voor Voortgezet Onderwijs

VW Vluchtelingenwerk

WEB Wet Educatie en Beroepsonderwijs

WLZ Wet Langdurige Zorg

Wmo Wet Maatschappelijke Ondersteuning

ZVW Zorgverzekeringswet

82

Aantekeningen

83

In document Programma Sociaal Domein (pagina 77-84)