Verwachte voor- en nadelen van gedrag

In document Snelheid binnen de bebouwde kom (pagina 28-33)

2 Passanten zien dat de politie "echt" controleert

5.4 Verwachte voor- en nadelen van gedrag

Het is goed om bij de opzet van welke vorm van gedragsbeïnvloeding dan ook, in het achterhoofd te houden dat het er steeds om gaat, het gewenste gedrag op te roepen.

Daartoe bestaan in principe vier mogelijkheden: je kunt van hetge-wenst gedrag a. de voordelen aangeven (en/of laten ervaren) en b. de nadelen afzwakken, en van het ongewenst gedrag c. de voordelen af-zwakken en d. de nadelen aangeven (en eventueel versterken, bijvoor-beeld door de kans op een bekeuring).

Daarbij gaat het niet in de eerste plaats om objectieve voor- en nadelen maar om voor- en nadelen zoals de persoon in kwestie die ziet of ver-wacht.

Bijgaand schema geeft met een paar voorbeelden aan wat er versterkt en verzwakt moet worden. Zoals uit de voorbeelden blijkt kunnen de al dan niet vermeende voor- en nadelen van wel en niet veilig verkeers-gedrag zowel door handhavings- als educatieve-/voorlichtingsmaat-regelen worden beïnvloed.

Schema Voorbeelden van gedragsbeïnvloeding

Versterkt moet worden: Verzwakt moet worden:

Gewenst gedrag

Ongewenst gedrag

Voordelen van je houden aan de limiet

Bijvoorbeeld:

Wijzen op de geringere kans op een ongeval, de lagere kosten, de milieuvriendelijkheid.

Nadelen van je houden aan de limiet

Bijvoorbeeld:

Inzichtelijk maken dat de reistijd er nauwelijks langer op wordt.

Nadelen van te hard rijden Bijvoorbeeld:

Aangeven dat de kans op een ongeval veel groter is, datje het naar de bewoners van de wijk niet kunt "maken", dat het geld kost, dat het slecht is voor het milieu, datje een goede kans maakt, gepakt te worden, en het bedrag van de bekeuring.

Voordelen van te hard rijden Bijvoorbeeld:

Inzichtelijk maken

dat de tijdwinst zeer gering is.

In het volgende wordt, uitgesplitst naar instructie, training, modeling en straffen/belonen, uiteengezet hoe snelheidsgedrag kan worden beïn-vloed via de respectievelijke onderdelen van educatie, handhaving en via een gecombineerd snelheidsproject.

Hoewel valt te verdedigen dat de gevaren van te hoge snelheid als zo-danig ook al aan bod zouden moeten komen binnen het verkeerson-derwijs, ligt de nadruk wat educatie betreft toch op opleiding en voor-lichting.

5.5 Onderwijs

De rol van het (verkeers)onderwijs in de snelheidsproblematiek is -be-halve natuurlijk als ze de bromfietsleeftijd naderen- dus niet zozeer dat de kinderen zélf niet te hard moeten rijden. Maar ze moeten wel weten hoe gevaarlijk snelheid is, en dan vooral hoe ze in hun eigen verkeers-gedrag rekening moeten houden met de snelheid van ander verkeer.

Een hoofdstuk apart is echter de rol van het onderwijs, en dan in con-creto: van scholen, bij snelheidsprojecten in verblijfsgebieden. De scho-lieren vormen een belangrijk en kwetsbaar deel van de bewoners en/of gebruikers van dat gebied. Ze kunnen erg goed bij een project worden betrokken door ze de gevaarlijke situaties op hun schoolroute en in de schoolomgeving te laten inventariseren. Dat maakt ze meer bewust van de gevaren op die plaatsen, en helpt bij het stellen van juiste prioriteiten bij het nemen van infrastructurele maatregelen.

Voor zover het gaat om kinderen die in de betreffende wijk wonen èn schoolgaan vormen ze ook een goed intermediair naar de volwassen weggebruikers in die wijk.

5 Gedragsbeïnvloedingsmethodieken

Het is van belang dat de cursist het juiste voorbeeld krijgt te zien.

Autoriteiten als politie en zeker de rij-instructeur zelf moeten dus aangepast snelheidsgedrag vertonen.

5.6 Opleiding

Juist van snelheidsgedrag mag je aannemen dat het onderdeel vormt van de reguliere rijopleiding. Als aan het onderwerp regionaal of lokaal aandacht wordt besteed kan daarbij ook de rijscholen in de omgeving worden gevraagd, extra aandacht aan het onderwerp te besteden.

• Instructie

In de rijopleiding wordt uitgelegd welke limieten waar van toepas-sing zijn, en worden tevens de gevaren van het overschrijden van die limieten benadrukt. Het ligt hier genuanceerder dan buiten de kom:

zeker in verblijfsgebieden is de officiële limiet ook al vaak te hoog.

Ook kan worden gewezen op de beperktheid van de tijdwinst door te hard rijden.

• Training

Gedurende de praktijkopleiding leert de adspirant-rijbewijsbezitter de genoemde regels toepassen, ook binnen de kom, ook in verblijfs-gebieden.

• Modeling

Zeker gedurende de opleiding is van belang dat de cursist het juiste voorbeeld krijgt te zien. Idealiter zouden alle andere weggebruikers zich dus aan de limiet moeten houden, maar belangrijker (en mis-schien realistischer) is dat autoriteiten als politie en zeker de rij-instructeur zelf aangepast snelheidsgedrag vertonen.

• Straffen/belonen:

Vooral het werken met beloning in de vorm van een complimentje is normaal onderdeel binnen de rijopleiding.

• Extra/aanvullende opleidingen

In vrijwel alle aanvullende opleidingen zoals veiligheidstrainingen, speciaal op jonge automobilisten gerichte cursussen etc. wordt aan-dacht besteed aan de problematiek van te hoge snelheid, ook binnen de kom.

Geïsoleerde voorlichting over snelheidsgedrag haalt meestal weinig uit. Maar voorlichting is uitstekend toepasbaar in combinatie met handhaving.

In woonwijken is gerichte intensieve voorlichting aan de bewoners zinvol als zij zelf het probleem grotendeels veroorzaken.

5.7 Voorlichting

Algemeen

Voorlichting kent vele vormen en kanalen. Zie hiervoor ook hoofdstuk 6, "intermediairs" en 10, "beschikbare materialen".

Erg belangrijk is dat geïsoleerde voorlichting over snelheidsgedrag op verkeersaders meestal weinig uithaalt. Voorlichting is echter uitstekend en met groot rendement toepasbaar in combinatie met andere gedrags-beïnvloedingsmethoden, vooral handhaving.

In verblijfsgebieden, en vooral in woonwijken, is het de moeite waard om na te gaan in hoeverre de bewoners zelf te hard rijden. Dat kan de kern van een intensieve en confronterende voorlichtingscampagne vor-men, waarbij minder "geleund" hoeft te worden op politiecontroles.

De voorlichting over snelheidsgedrag omvat in het algemeen twee on-derdelen: informatie over al of niet te hard rijden, en informatie over de snelheidscontroles van de politie. Verdeeld over de respectievelijke

ge-dragsbeïnvloedingstechnieken ziet het voorlichtingsterrein eruit als volgt.

• Instructie:

Voorlichting is nagenoeg per definitie (uitsluitend) instructie.

De voorlichting kent vele onderdelen:

- In de eerste plaats moet de doelgroep weten wat de limiet is op de straten en/of in de wijken waar het om gaat. Als het gaat om straten die er niet te "snel" uit zien en als het gaat om regelmati-ge regelmati-gebruikers dan zal die kennis er meestal wel zijn. Gaat het ech-ter ook om veel incidentele gebruikers van een brede straat dan zal er behoorlijk wat energie moeten worden gestoken in het kendmaken van de limiet, vóór de overtreding ervan wordt straft. Het is voor de opzet van de voorlichting dus van groot be-lang te weten wie de doelgroep is!

Vervolgens komen, getrouw aan het schema van 5.4:

- Voorlichting gericht op het versterken van de voordelen van ge-wenst gedrag (veiligheid, sociaal aanzien etc),

- Voorlichting gericht op het versterken van nadelen ongewenst gedrag (kans op een ongeval met alle consequenties van dien, hinder voor anderen, kosten, milieu); voorlichting gericht op ver-hogen subjectieve pakkans,

- Voorlichting gericht op het ontkrachten van de voordelen van on-gewenst gedrag (het is niet zo flink, je schiet er niet zoveel mee op) - Voorlichting gericht op het ontkrachten van de nadelen gewenst

gedrag (je komt er niet te laat door)

• .Modeling

Gebruik makend van het mechanisme van de modeling kan een in de regio bekende en in aanzien staande persoon (burgemeester, pop- of sportidool) publiekelijk verklaren, nooit te hard te rijden (en dat dan ook niette doen!). Andere weggebruikers kunnen dat voor-beeld volgen. Dat kan gestalte krijgen door het ondertekenen van een verklaring die door de promotieteams kan worden uitgereikt. Als beloning en bevestiging kan dan aan betrokkene een sticker worden uitgereikt meteen tekst in de zin van "Ik ken mijn limiet" o.i.d. Dat geeft hem bovendien de morele verplichting om dat dan ook inder-daad te doen.

Uit onderzoek blijkt dat mensen vaak langzamer zijn gaan rijden " o m -dat anderen -dat ook doen". Je kunt daarvan in de voorlichting gebruik maken door te appelleren aan de neiging van mensen om zich aan de meerderheid te conformeren. Een mooi voorbeeld vormen de thermo-meterborden langs de weg die aangeven dat x% de afgelopen week niet te hard reed. Voor die thermometerborden geldt overigens dat ter-wille van hun geloofwaardigheid regelmatig (minstens eens per twee weken) onopvallend snelheid wordt gemeten om het percentage te ac-tualiseren. Bovendien zouden ze een negatief effect hebben als het be-treffende percentage te laag wordt. In de praktijk wordt daarom bene-den de 65% zo'n bord afgedekt of weggehaald.

Vorm van de voorlichting

• Folders en affiches

Bij de voorlichting kan gebruik worden gemaakt van bestaand fol-der- en ander materiaal van onder andere Veilig Verkeer Nederland, de Voetgangersvereniging, affiches, radiospots, etc.

Omdat een project binnen de kom meestal gericht is op één

bepaal-5 Gedragsbeïnvloedingsmethodieken

de route of wijk met vaak een vaste "klantenkring" (forensen, zake-lijk/verzorgend verkeer, bewoners) is erbij snelheid meer aanleiding dan bij een gordel- of alcoholactie om een eigen, op dit project ge-richte folder te ontwikkelen. De beschikbare middelen bepalen of dat kan. In die folder -en ook op daarop geïnspireerde affiches en/of mottoborden- kan worden uiteengezet dat nou juist deze straat of wijk zo gevaarlijk is door te hard rijden en dat de politie daarom nou juist hier intensief controleert.

• Mottoborden

Bij elk snelheidsproject, en zeker als de doelgroep uit moeilijk bereik-bare niet-regelmatige gebruikers bestaat, past het plaatsen van mot-toborden langs de straat. Die borden vestigen in elk geval de aan-dacht op de plaatselijke limiet en op de controles. Er kan verdere in-formatie worden toegevoegd, waaronder eventueel het motto van de actie (zie verderop). Belangrijk is dat de borden niet teveel infor-matie bevatten, dat de weggebruiker die inforinfor-matie snel tot zich kan nemen, en dat de borden de aandacht niet afleiden op plaatsen waar de weggebruiker die bij het verkeer moet houden.

• "Slachtofferbrief"

Vooral als de doelgroep van de actie bestaat uit regelmatige gebrui-kers van een verkeersader zoals forensen, kan het de effectiviteit van de handhaving ten goede komen als degenen die een bekeuring hebben gehad, enige dagen later een brief krijgen toegezonden waarin nogmaals wordt uitgelegd dat de betreffende weg gevaarlijk is doordat er te hard wordt gereden en dat de politie daarom extra op snelheid toeziet. Bijlage 4 geeft een voorbeeld van zo'n "slacht-offerbrief" .

Inhoud en kanalen

De vorm en inhoud van de voorlichting hangt weer erg af van de doelgroep: gaat het om forensen dan kun je gebruik maken van de lo-kale en regionale media. Incidentele gebruikers van de betreffende rou-te zijn wat de voorlichting betreft op twee manieren "gehandicapt": ze kennen misschien de limiet ter plaatse niet, terwijl ze bovendien niet zo goed via de media te bereiken zijn. Het zal wat hen betreft dus vooral van borden langs de weg moeten komen, en eventueel van zogenaam-de verschijnborzogenaam-den met zogenaam-de tekst "U rijdt te snel" die oplicht als zogenaam-de limiet wordt overschreden.

Bijzondere activiteiten, motto

Belangrijk aandachtspunt bij het project is hoe de aandacht van het publiek, de bewoners en (dus) van de media kan worden vastge-houden. Enige creativiteit is daarbij onontbeerlijk.

Het verdient ook aanbeveling, de actie een herkenbaar motto of slogan mee te geven zoals "WoonWijk Veilig" of "Vijftig in de Vijverbuurt".

Gebruik kan hierbij worden gemaakt van regionale begrippen en zegs-wijzen. Die kreet kan stelselmatig op de publikaties, mottoborden etc.

van de actie terugkomen. Dat versterkt de herkenbaarheid en onderlin-ge samenhang van de onderdelen van de actie, en daarmee ook de mo-tivatie van degenen die eraan meewerken.

Het is de moeite waard een campagne te beginnen met een startmani-festatie, waar ook de media worden uitgenodigd. Het is een goede ge-legenheid om de aandacht voor de campagne te krijgen, en geconcen-treerd de nodige voorlichting te verspreiden. Maakt een belofte-actie en/of modeling deel uit van het project dan is zo'n manifestatie ook hét

moment om daarmee te beginnen.

In document Snelheid binnen de bebouwde kom (pagina 28-33)