5.1. Maart-83-maart-84 vergelijking

De gegevens die uit de maart - maart vergelijking naar voren komen zijn in onderstaand schema opgenomen.

Het BOV acht het onderzoek van maart 1983, met name voor de grote steden, niet representatief.

Voor de NS geldt, dat het niet gaat om een vergelijking tussen twee metingen die op twee tijdstippen zijn gehouden, maar om gegevens die

over een periode van 1 jaar verzameld zijn.

Beschikbare gegevens voor vergelijking maart '83 en maart '84.

LEGENDA: W = Werkdagen ZA - Zaterdagen ZO = Zondagen

afstandsverdeling (km) X motiefverdeling ***) .

gemiddelde afstand per motief

kaartsoortverdeling kaartsoortverdeling per motief

ges lacht/leeftijd**) frequentie van o.v.-gebruik**)

*) In de BOV-steden hebben de tellingen in maart 1984 betrekking op een ruimere periode dan de enquêteperiode. Bij de NS kan de tota-le vervoeromvang worden bepaald aan de hand van de kaartverkopen.

**) Bij de ESO zijn deze gegevens afkomstig uit de lange enquête van maart '83 en staan niet zonder meer ter beschikking van het On-derzoek Tarievenplan.

***) Wat NS betreft kunnen via de kaartsoortverdeling bij benadering uitspraken worden gedaan over de motiefverdeling.

Zoals in hoofdstuk 4 vermeld komen uit de analyse de volgende gegevens beschikbaar per segment en per type dag:

1. veranderingen in vervoeromvang

2. veranderingen in kaartsoortverdeling 3. veranderingen in motiefverdeling 4. veranderingen in reislengte

Voorts zal de analyse beperkt blijven tot de vergelijkbare waarne-mingsperioden/halten/lijnen. D.w.z. dat een deel van het in maart 1984

door het BOV vergaarde materiaal buiten beschouwing zal blijven?

Per segment kan worden aangegeven wat de verschillen zijn tussen de twee waarnemingsperioden. Voor het gehele land kunnen niet direct der-gelijke uitspraken worden gedaan omdat het aandeel van elk segment af-zonderlijk in het totaal vooralsnog niet bekend is.

Zoals uit het schema blijkt zijn er in de BOV-steden geen enquêtere-sultaten beschikbaar voor de zondagen. Een uitspraak van de zondagen v.w.b. de reismotieven en kaartsoortverdeling is alleen te doen via de geconstateerde veranderingen in deze variabelen op de zaterdagen.

Voor de BOS-steden kan geen uitspraak over de reisafstandverdeling worden gedaan. Alleen de gemiddelde reisafstand is bekend.

In maart '84 was er sprake van een schoolvakantie. Deze viel echter buiten de enquêteperiode, zodat vooral de kaartsoortverdeling hierdoor beïnvloed zal zijn.

Naast de gegevens, verzameld in het kader van deel A zijn er bij som-mige bedrijven ook nog andere gegevens beschikbaar die een maart-maart-vergelijking mogelijk maken. Deze gegevens moeten nog bekeken worden op hun bruikbaarheid voor deze analyse.

Zoals in hoofdstuk 3 gesteld, zal voor de evaluatie van de tariefsver-hogingen in april '83 voor de NS voornamelijk gebruik gemaakt worden van de NS-kaartverkoopregistratie. Deze levert aantallen reizen, rei-zigerskilometers en kaartsoortverdeling.

Over de hierboven genoemde variabelen als - verplaatsingsmotief

- frequentie OV-gebruik - leeftijd

- geslacht

beschikt de NS niet over volledige kwantitatieve informatie. Over 1983 beschikt de NS wel over de resultaten van twee NS-panelmetingen en een "barometer"-meting via een omnibus-panel. Deze resultaten omvatten met name kwalitatieve gegevens over de effecten van de tariefsverho-ging van 1983.

Voor wat betreft de gegevens over vervoeromvang (in aantallen reizen en reizigerskilometers) en kaartsoortverdeling uit de NS-kaartverkoop-registratie geldt dat de NS voor abonnementen sleutels hanteert om tot aantallen reizen en reizigerskilometers te komen. Deze sleutels kunnen veranderen als gevolg van tariefsmaatregelen via

kaartsoortsubstitu-tie. De gehanteerde sleutels zijn volgens NS-opgave afkomstig uit re-presentatief consumentenonderzoek.

De sleutels worden periodiek gecheckt en zonodig aangepast. In hoever-re geduhoever-rende de looptijd van het OTP-onderzoek sleutelaanpassing zal plaatsvinden is volgens NS nog niet bekend. Indien daar aanleiding toe bestaat zullen de sleutels worden aangepast.

Bij de analyse van de kaartverkoopstatistieken van de NS op de wijze zoals die bij de evaluatie van de tariefsverhoging per 1 april 1983 heeft plaatsgevonden, moeten thans wel correcties worden aangebracht in verband met de stakingseffecten in het najaar van 1983. Deze zijn echter niet per kaartsoort aanwezig. Hierbij kan worden gedacht aan de analyse van de perioden die niet beïnvloed zijn door de stakingen (bijv. april tot en met september).

De NS acht een vergelijking tussen de maandtotalen maart '83 - septem-ber '83 - maart '84 - septemseptem-ber '84 niet zinvol. In de maandtotalen zitten te veel afwijkingen van het normale patroon. In maart '84 bijv.

zit een grote vertekening door de aktie "NS wil wat goedmaken". Gezien het bovenstaande zal zoveel mogelijk gebruik gemaakt worden van tijd-reeksanalyse, waarbij de effecten van stakingen echter niet op kaart-soortnivo beschikbaar zijn.

5.2. Vergelijking maart 1984 - september 1984

Voor deze vergelijking zijn meer gegevens beschikbaar dan voor de maart-maart vergelijking zoals blijkt uit bijlage I. Voor het probleem van de seizoens-effecten wordt verwezen naar pagina 19.

De maart-september vergelijking zal informatie opleveren over de vol-gende onderwerpen en de veranderingen dienaangaande:

1. vervoeromvang

2. kaartsoortverdeling 3. motiefverdeling 4. reislengte

5. frequentie o.v.-gebruik 6. leeftijd

7. geslacht

Zoals al eerder is gesteld, zal de analyse ten minste voor de eerste 3 onderwerpen moeten worden uitgevoerd.

De gegevens voor het BOV-segment komen voor de grote BOV en de kleine BOV afzonderlijk beschikbaar. Tevens is het de bedoeling om bij de ESO een onderscheid te maken tussen agglomeratie-cirkels en landelijke cirkels.

Ad. 1. vervoeromvang.

De vervoeromvang wordt uitgedrukt in aantal reizigers resp. instap-pers. Bij BOS en ESO kan eventueel worden gewerkt met de eenheid rei-zigerskilometers .

Met betrekking tot treingebruik wordt de vervoeromvang uitgedrukt in reizen en reizigerskilometers, waarbij voor de abonnementen de reeds genoemde sleutels worden gehanteerd.

Ad. 2. Kaartsoortverdeling.

De volgende crossings worden uitgevoerd:

kaartsoortverdeling X leeftijd/geslacht X reismotief

X reislengte

X frequentie O.V.-gebruik

Nagegaan zal worden of het zinvol is om de gegevens betreffende kaart-soortverdeling zoals geconstateerd in deel A te relateren aan de kaartverkoopcijfers. Hierbij zal het gaan om een toetsing op landelijk niveau en voor een periode van ten minste 6 maanden. Reden voor een dergelijke aanpak is:

- er zijn alleen landelijke kaartverkoopcijfers bekend

- door een langere periode te nemen kunnen pieken in de kaartverkoop (o.a. hamstereffect) worden genivelleerd.

De NS levert de veranderingen in aantallen yerkochte kaartsoorten.

Een crossing met het reismotief is per type dag bij benadering moge-lijk.

Voor kaartsoortgebruik naar reisafstand geldt het reeds eerder gestel-de dat gestel-de sleutels behoren bij abonnementen constant worgestel-den verongestel-der- veronder-steld.

Ad. 3. Verplaatsingsmotief.

Verwacht wordt dat zich een verschuiving zal voordoen in de motiefver-deling. Met name de groep scholieren van 10 - 18 jaar zal in het bij-zonder worden getroffen door de tariefsverhoging. Verder ligt het voor de hand dat het aandeel van de niet noodzakelijke verplaatsingen zal teruglopen. De volgende crossings worden uitgevoerd:

verplaatsingmotief X leeftijd/geslacht

X gebruiksfrequentie O.V.

X kaartsoortverdeling.

Voor de NS zijn uitspraken m.b.t. veranderingen in de motiefverdeling over 1984 alleen bij benadering mogelijk (evenals 1983).

Ad. 4. Reislengte.

Het is te verwachten, dat men voor kortere reizen eerder geneigd zal zijn een andere vervoerswijze (lopen, fietsen) te kiezen. Daardoor zal zich een verschuiving voordoen in de verdeling naar afstandsklasse.

Deze verschuiving zal overigens ook worden beïnvloed door de herzone-ring in verschillende steden en zal bovendien verschillen naar gelang het verplaatsingsmotief, kaartsoort en leeftijdsgroep.

Crossings: reislengte X motief

" X kaartsoort

" X leeftijd.

De NS levert voorzover mogelijk gegevens betreffende de gemiddelde reisafstand per kaartsoort. Crossings met andere variabelen zijn niet mogelijk.

Ad. 5. Frequentie O.V.-gebruik.

Hierin zullen zich niet alleen verschuivingen voordoen ten gevolge van de overgang van abonnementen op strippenkaarten maar ook binnen de huidige groep van strippenkaartgebruikers. Deze verschuivingen kunnen verschillen per leeftijdsgroep. In dit opzicht zijn vooral de bejaarde reizigers van belang.

Crossings: frequentie O.V.-gebruik X kaartsoort

" X leeftijd

N.B. Alleen uitspraken voor BOV en ESO zijn mogelijk.

In het geval BOS is de vraag omtrent de frequentie van het O.V.-gebruik niet in de enquête opgenomen.

Bovendien is de vraagstelling in de enquête bij BOV en ESO ver-schillend, zodat alleen binnen deze segmenten een vergelijking kan worden gemaakt.

Wat NS betreft zullen geen gegevens beschikbaar zijn.

§êi£2

e

.2££fÉ

e

.££

e

.

n

De maanden maart en september zijn niet direkt vergelijkbaar.

Er dient dus een correctie plaats te vinden voor de seizoenseffecten.

De volgende bronnen komen hiervoor in aanmerking:

- metro-tellingen Rotterdam

- BGM-tellingen Amsterdam/Rotterdam

- ESO-trendtellingen + trendtellingen in 5 BOS-steden - evt. andere bedrijfsgegevens

- kaartverkoopregistratie - CBS-OVG-gegevens

Deze bronnen zijn geen van alle ideaal.

Nadere studie is nodig om tot een betere beoordeling van de bruikbaar-heid te komen.

Voor bepaalde reizigerscategorieën lijkt een aparte correctie wense-lijk. Verondersteld wordt namelijk, dat niet alleen de omvang van het aantal reizigers per maand verschillend is, maar dat ook de samenstel-ling van de groep reizigers niet constant is, bv. de scholieren die van het streekvervoer gebruik maken.

Bij de NS geldt het probleem "seizoenseffecten" niet voorzover het gaat om de gegevens uit de kaartverkoopregistratie. Deze worden uitge-drukt in maandcijfers op basis van voortschrijdende jaartotalen.

Gedurende de uitwerking van de maart-maart vergelijking zal voor de overige segmenten voor de problemen t.a.v. de seizoenseffecten een op-lossing worden uitgewerkt.

Herzöneringseffecten

In het algemeen zullen de herzoneringsmaatregelen een extra tariefs-verhoging inhouden. Er zijn echter ook situaties, waarbij dit niet het geval is.

Het effect van herz6nering dient van andere effecten gescheiden te worden. Dit kan voor wat betreft de grote BOV gebeuren door een cor-rectiefactor toe te passen die wordt afgeleid uit de vergelijking van reizen die met een toenemend aantal zones worden geconfronteerd versus reizen waarbij het aantal zones ongewijzigd blijft.

De gevolgen van herzónering kunnen zijn:

a. het aantal reizigers verandert. Door het tellen van het aantal in-stappers/uitstappers bij een aantal relevante halten kan van dit aspect een indikatie verkregen worden.

b. de gemiddelde reisafstand verandert.

In de BOS-steden is het aantal waarnemingen zo gering dat over dit as-pekt alleen indikaties verkregen kunnen worden. Voor NS zijn herzone-ringseffekten niet te achterhalen.

5.3. Het effect op het functioneren van de binnensteden

In BOTP 44 is als doelstelling van het Onderzoek Tarievenplan het zo-veel mogelijk meenemen van het effect van de tariefwijzigingen op het

functioneren van de binnensteden opgenomen.

Door het NVT is de wens van de BOTP nader uitgewerkt in TWTP 122:

"Analyse van de invloed van het Tarievenplan op het functioneren van de binnensteden".

In dit analyseplan wordt het functioneren van de binnensteden beperkt tot de vraag in hoeverre het aantal relevante OV-reizen dat van belang is voor het functioneren van de kernwinkelgebieden (city) van de mid-delgrote en grote steden wijzigt.

Pas met behulp van deel B-gegevens die niet voor 1 december beschik-baar zijn kunnen eventuele verschuivingen in de modal-split worden be-paald.

Voor de analyse volgens deze beperkte definitie van "functioneren van de binnensteden" zijn de volgende gegevens noodzakelijk:

1. ontwikkeling relevante motieven en reizen; via met name winkelmo-tief en bestemming/herkomst van het kernwinkelgebied.

2. telgegevens in aansluiting op de enquêtes

3. onderscheid tussen werkdagen en zo mogelijk zaterdagen.

In het hiernavolgende wordt aangegeven of de benodigde gegevens be-schikbaar zijn en hoe de analyse zou kunnen plaatsvinden. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de regionale en stedelijke functie van het kernwinkelgebied.

Ten aanzien van stedelijke functie 1. BOV-steden

De steekproef is per gebied getrokken, zodat de centrumgebied apart kunnen worden onderscheiden.

Voor die gebieden is per stad een nadere analyse mogelijk voor werkda-gen en zaterdawerkda-gen; de gehanteerde gebiedsindeling sluit goed aan bij de kernwinkelgebieden. Als voorbeeld voor een kernwinkelapparaat

bui-ten de city zal het Zuidplein in Rotterdam eveneens bij de analyse worden betrokken. De analyse zal worden ondersteund door telcijfers over meerdere jaren en de enquêtegegevens uit Proef Uitbouw VIS.

In document Verslag van de Ronde Tafel Conferentie (R.T.C.) over het Onderzoek Tarievenplan (O.T.P.) 12 en 13 december 1983 (pagina 24-32)

GERELATEERDE DOCUMENTEN