Uitgangspunten horizontale verantwoording

In document Handboek Goed onderwijsbestuur (pagina 113-117)

Rector Linde College Directeur CSG Eekeringe

Hoofdstuk 28: Uitgangspunten horizontale verantwoording

Onderwijsorganisaties leggen op veel manieren verantwoording af voor hun beleid en de gerealiseerde resultaten. Enerzijds gaat het om verticale verantwoording en anderzijds om horizontale verantwoording. De verticale verantwoording is gericht op de landelijke en lokale overheid. De horizontale verantwoording kent een formeel kanaal

(medezeggenschap op basis van de WMS) en een niet gereguleerde setting. Het verantwoordingsplaatje kan als volgt op stichtingsniveau schematisch worden weergegeven.

De invulling van de verticale verantwoording is procesmatig en inhoudelijk bij wet geregeld.

Op vaste momenten moet de onderwijsorganisatie bepaalde gegevens en documenten verstrekken op basis waarvan een formele reactie vanuit de overheid volgt.

De horizontale verantwoording in relatie met de GMR is ook bij wet geregeld, maar laat wel ruimte voor een eigen inkleuring van de verantwoordingsrelatie.

In het geval van SVOSW is naast de verantwoordingsrelatie vanuit de stichting de maatschappelijke verantwoordingsrelatie van de scholen met hun maatschappelijke stakeholders belangrijk. Voor de maatschappelijk omgeving zijn de beide scholen herkenbare entiteiten, maar is de stichting nog relatief onzichtbaar. Dat betekent een mooie opdracht voor het bestuur om samen met de scholen zelf voor de

maatschappelijke verankering van de scholen en de stichting in de regio te zorgen.

SVOSW

OC&W inspectie

Gemeente Steenwijkerland

GMR

Jaarrekening en jaarverslag

Onderwijsproces en resultaten

Openbaar onderwijs

Instemming en advies op voorgenomen besluiten en bespreking gang van zaken en verantwoording afleggen aan interne stakeholders

Gemeente Weststellingwerf

Stichting Voortgezet Onderwijs Steenwijkerland-Weststellingwerf 114

Hoofdstuk 29: Jaarverslag

Voor de opstelling van het jaarverslag past de stichting de Richtlijn Jaarverslag Onderwijs toe. Deze Richtlijn is gebaseerd op inrichtingsvereisten van Boek 2, titel 9 van het

Burgerlijk Wetboek en op de richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving (BW/RJ).

Naast hetgeen volgens de Richtlijn Jaarverslag Onderwijs wordt voorgeschreven zijn er nog enkele statutaire verplichtingen ten aanzien van de inhoud van het jaarverslag:

Verslag raad van toezicht

In het jaarverslag is naast het bestuursverslag ook een verslag van de raad van toezicht opgenomen. Hierin doet de raad van toezicht kort verslag van zijn werkzaamheden en gaat de raad kort in op de jaarlijkse zelfevaluatie en de conclusies die de raad daaraan verbindt (zie de procedure zelfevaluatie raad van toezicht zoals opgenomen in dit Handboek Goed onderwijsbestuur).

Wezenskenmerken openbaar onderwijs

In het bestuursverslag gaat het bestuur in op de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs en hoe deze voor RSG Tromp Meesters en de Praktijkschool Tromp Meesters (de openbare scholen) zijn vormgegeven. Dit deel van het verslag is specifiek bedoeld voor de verantwoording in de richting van de gemeenteraad (artikel 53c, 7e lid WVO).

Vaststelling en goedkeuring

Het jaarverslag wordt vastgesteld door het bestuur en goedgekeurd door de raad van toezicht en vervolgens op de website van de scholen geplaatst. Daarnaast krijgen de gemeentes Steenwijkerland, Weststellingwerf, en de stichting studiecentrum

Steenwijkerwold-Weststellingwerf het jaarverslag toegezonden.

Stichting Voortgezet Onderwijs Steenwijkerland-Weststellingwerf 115

Rechtsbescherming

Stichting Voortgezet Onderwijs Steenwijkerland-Weststellingwerf 116

Hoofdstuk 30: Klachtenregeling

De inwerkingtreding van de Kwaliteitswet per 1 augustus 1998 hield onder meer in dat schoolbesturen verplicht werden een klachtenregeling voor elk van hun scholen vast te stellen en in te voeren. Voor het voortgezet onderwijs is het onderwerp

“klachtenregeling” uitgewerkt in artikel 24b van de Wet op het voortgezet onderwijs.

De landelijke ouderorganisaties, vakorganisaties, besturenorganisaties en

schoolleidersorganisaties bereikten indertijd een akkoord over één landelijk in te voeren Modelklachtenregeling. Hiermee hoopten zij een zorgvuldige behandeling van klachten voor elke school te bereiken, waarbij zowel het belang van de betrokkenen als het belang van de school wordt gediend. Het onderstaande model is gebaseerd op de

Modelklachtenregeling die indertijd door de genoemde organisaties is vastgesteld en kan desgewenst aangepast worden.

Een belangrijk keuzepunt is de vraag of het bevoegd gezag van de instelling voor een eigen klachtencommissie kiest dan wel de voorkeur geeft aan aansluiting bij een bestaande regionale of landelijke klachtencommissie. In dat laatste geval zijn voorschriften over de klachtencommissie en de behandeling van een klacht (zie de paragrafen 3 en 4 van het model) van toepassing, zoals die door regionale of landelijke klachtencommissie in hun eigen reglement zijn vastgesteld.

De wetgever kent de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en het instemmingsrecht toe met betrekking tot de vaststelling en wijziging van de klachtenregeling aan de school.

Het bevoegd gezag van Stichting Voortgezet Onderwijs Steenwijkerland -

Weststellingwerf gelet op artikel 24b van de Wet op het voortgezet onderwijs - gehoord de medezeggenschapsraad/gemeenschappelijke medezeggenschapsraad - stelt de volgende klachtenregeling vast.

Stichting Voortgezet Onderwijs Steenwijkerland-Weststellingwerf 117 Begripsbepalingen

Artikel 1

1. In deze regeling wordt verstaan onder:

a. School: een school als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs;

b. Bevoegd gezag: Stichting Voortgezet Onderwijs Steenwijkerland - Weststellingwerf;

c. Commissie: de commissie als bedoeld in artikel 4;

d. Klager: een (ex-)leerling, een ouder/voogd/verzorger van een minderjarige (ex-)leerling, (een lid van) het personeel,(een lid van) de directie, (een lid van) het bevoegd gezag of een vrijwilliger die werkzaamheden verricht voor de school, alsmede een persoon die anderszins deel uitmaakt van de schoolgemeenschap, die een klacht heeft ingediend;

e. Klacht: klacht over gedragingen en beslissingen dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen van de aangeklaagde;

f. Contactpersoon: de persoon als bedoeld in artikel 2;

g. Vertrouwenspersoon: de persoon als bedoeld in artikel 3;

h. Aangeklaagde: een (ex-)leerling, ouder/voogd/verzorger van een minderjarige (ex)leerling, (een lid van) het personeel, (een lid van) de directie, (een lid van) het bevoegd gezag, of een vrijwilliger die werkzaamheden verricht voor de school, alsmede een persoon die anderszins deel uitmaakt van de

schoolgemeenschap, tegen wie een klacht is ingediend;

i. Benoemingsadviescommissie: een door het bevoegd gezag ingestelde commissie die bestaat uit leden aangewezen door de geledingen ouders/leerlingen,

personeel en bevoegd gezag.

Behandeling van de klachten Paragraaf 1 De contactpersoon

In document Handboek Goed onderwijsbestuur (pagina 113-117)