Vraag 20: Voor welke termijn wordt de studietoeslag toegekend?

De studietoeslag wordt niet meer voor een termijn toegekend, maar na de aanvraag maandelijks uitgekeerd zolang er recht bestaat. Zie ook vraag 30 en studietoeslag--toekennen-maandelijks-uitkeren-en-duur).

Vraag 21: Wat betekent het als een belanghebbende voor de verhuizing naar een andere gemeente recht had op een hogere studietoeslag dan de bedragen die gelden per 1 april 2022?

Er moet dan in de nieuwe woonplaats een nieuwe aanvraag worden gedaan. Daarbij geldt het overgangsrecht niet meer. Het recht op studietoeslag op basis van de oude (gunstiger) regels in de betreffende gemeente eindigt dan. Een nieuwe aanvraag in de nieuwe gemeente wordt beoordeeld op basis van het nieuwe recht. De hogere toeslag geldt namelijk alleen voor de duur van de beschikking. En dat recht eindigt bij het moment van verhuizen, zie hoofdstuk 3.2 (#hoogte-en-uitbetaling-studietoeslag--overgangsrecht)

Vraag 22: Moeten studenten na afloop van het overgangsrecht opnieuw een aanvraag om studietoeslag indienen?

Ja. Als studenten onder het nieuwe recht studietoeslag willen ontvangen, moeten ze daarvoor na afloop van het overgangsrecht een aanvraag indienen. Artikel 36b lid 1 Pw stelt namelijk dat het college ‘op verzoek’ een studietoeslag verstrekt. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om ambtshalve studietoeslag toe te kennen, zie

Vraag 23: Voor welke periode wordt de studietoeslag toegekend?

Er is geen termijn meer. De studietoeslag wordt na de aanvraag toegekend en maandelijks uitgekeerd zolang er recht bestaat. Meestal is dat zolang iemand studiefinanciering krijgt, zie (#hoogte-en-uitbetaling-studietoeslag--toekennen-maandelijks-uitkeren-en-duur).

Vraag 24: Is studietoeslag die per 1 april 2022 wordt verstrekt geen bijzondere bijstand meer? En als het overgangsrecht wordt toegepast?

De studietoeslag is per 1 april 2022 geen vorm van bijzondere bijstand meer. Artikel 5 onderdeel d Pw is op dat moment aangepast.

Wordt de oude individuele studietoeslag nog na 1 april 2022 toegekend volgens het overgangsrecht? Dan wordt de studietoeslag wel verstrekt in de vorm van bijzondere bijstand, zolang het overgangsrecht geldt. Artikel 78dd lid 2 Pw bepaalt namelijk dat onder andere artikel 5, onderdeel d Pw, van toepassing blijft zoals het luidt op 31 maart 2002. Daarin staat dat de oude individuele studietoeslag bijzondere bijstand is, zie hoofdstuk 3.2 (#hoogte-en-uitbetaling-studietoeslag--overgangsrecht).

Vraag 25: Stel je een einddatum vast bij de toekenning?

Nee, je stelt geen einddatum vast bij de toekenning. Je kent de studietoeslag toe als de belanghebbende daar recht op heeft. Het recht op studietoeslag blijft bestaan zolang de belanghebbende aan de voorwaarden voldoet. Als die bijvoorbeeld stopt met studeren en daardoor geen recht heeft op studietoeslag, voldoet belanghebbende niet meer aan de voorwaarden. Het recht op studietoeslag eindigt dan, zie hoofdstuk 3.3 (#hoogte-en-uitbetaling-studietoeslag--toekennen-maandelijks-uitkeren-en-duur)

Vraag 26: Wat moet er gebeuren met toegekende individuele studietoeslagen (oude regeling) voor het huidige studiejaar?

Op al toegekende individuele studietoeslagen is het overgangsrecht van toepassing, zie hoofdstuk 3.2

studietoeslag gunstiger voor belanghebbende dan de nieuwe studietoeslag, dan blijft de oude individuele studietoeslag gelden voor de toegekende periode. Is die niet gunstiger, dan geldt vanaf 1 april 2022 de nieuwe studietoeslag.

Vraag 27: Moet bij toegekende oude individuele studietoeslag na 1 april 2022 pas een nieuw besluit worden genomen na afloop van de toegekende periode of op 1 april 2022?

Dat hangt ervan af of het overgangsrecht van toepassing is of niet.

Is het overgangsrecht niet van toepassing? Bijvoorbeeld omdat het toegekende bedrag van de oude individuele studietoeslag lager is dan dat van de nieuwe studietoeslag? Dan is een nieuwe beschikking nodig. Dan wordt namelijk niet alleen het bedrag aangepast, maar ook beoordeeld dat belanghebbende aan de nieuwe regels voor het recht op studietoeslag voldoet.

Is het overgangsrecht wel van toepassing? Bijvoorbeeld omdat het toegekende bedrag van de oude individuele studietoeslag hoger is dan dat van de nieuwe studietoeslag? Of omdat belanghebbende onder de nieuwe regels helemaal geen recht heeft op studietoeslag? Dan is er geen nieuwe beschikking nodig. De verstrekking gebeurt dan nog op basis van de bestaande beschikking.

Vraag 28: In onze verordening studietoeslag hebben we geanticipeerd op de wetswijziging en er staan al nieuwe bedragen. Kan deze verordening wel blijven hoewel de verordeningsplicht is vervallen?

Nee, die verordening is nog gebaseerd op artikel 8 lid 1 onderdeel c Pw. Die bepaling is per 1 april 2022 vervallen. Daarmee vervalt de verordening van rechtswege, ongeacht of de gemeenteraad de verordening heeft ingetrokken.

Het toekennen van de nieuwe studietoeslag is een bevoegdheid van het college. Zie artikel 36b Pw. Het is daarom aan het college om beleidsregels op te stellen over het omgaan met deze bevoegdheid.

Vraag 29: Is het mogelijk om in plaats van een beleidsregel een verordening te maken voor de nieuwe studietoeslag?

Nee, dat is niet mogelijk. De nieuwe regeling is namelijk uitputtend in de wet geregeld. Daarmee is ook op grond van de Gemeentewet geen verordenende bevoegdheid meer. De wet heeft het college de gebonden bevoegdheid gegeven de studietoeslag uit te voeren. Het is daarom aan het college om in beleidsregels aan te geven hoe om te gaan met deze bevoegdheid.

Handreiking Studietoeslag

Hoofdstuk 11.3

Voorwaarden

Vraag 30: Moet belanghebbende alleen op de datum van de aanvraag voldoen aan de eisen?

De nieuwe studietoeslag wordt per maand toegekend. Dit betekent dat het recht op studietoeslag vervalt wanneer niet meer wordt voldaan aan de eisen. Voor de oude individuele studietoeslag was dat anders. Daarbij de toekenning voor 6 maanden. Als in de tussentijd niet meer werd voldaan aan de voorwaarden, had dit geen invloed. De individuele studietoeslag was namelijk al toegekend en uitbetaald.

Zie hoofdstuk 3.3 (#hoogte-en-uitbetaling-studietoeslag--toekennen-maandelijks-uitkeren-en-duur)

Vraag 31: heeft iemand die wel recht op WTOS of WSF, maar het niet ontvangt recht op studietoeslag?

Er moet een beslissing van DUO zijn waarin staat dat iemand recht heeft op WTOS of WSF. Heeft de belanghebbende niets aangevraagd, dan kan het recht op studietoeslag niet worden beoordeeld. Het is wel mogelijk dat er recht op WTOS of WSF bestaat, maar dat er niets wordt uitbetaald. Dan bestaat er wel recht op studietoeslag. De beslissing van DUO is daarin doorslaggevend, zie

op-studietoeslag--studiefinanciering-of-wtos-ontvangen).

Vraag 32: Heeft iemand met Wajong recht op studietoeslag?

Nee. Iemand een Wajong-uitkering kan niet in aanmerking komen voor studietoeslag. Dat staat in artikel 36b lid 3 onderdeel b Pw, zie

Vraag 33: Zijn lagere bedragen dan in AMvB mogelijk?

Nee, de bedragen in de AMvB zijn minimumbedragen. Het college mag wel hogere bedragen toekennen als dat is vastgelegd in de gemeentelijke beleidsregels studietoeslag, zie uitbetaling-studietoeslag--vastgesteld-minimumbedrag).

Vraag 34: Zijn hogere bedragen dan in AMvB mogelijk?

Ja, de bedragen die zijn vastgelegd in de AMvB zijn minimumbedragen. Daarvan mag alleen ten voordele van belanghebbende van worden afgeweken als dat is vastgelegd in de gemeentelijke beleidsregels studietoeslag, zie hoofdstuk 3.1 (#hoogte-en-uitbetaling-studietoeslag--vastgesteld-minimumbedrag)

Vraag 35: Heeft een deeltijdstudent recht op studietoeslag?

Nee, een deeltijdstudent voldoet niet aan de voorwaarden van artikel 36b lid 3 onderdeel b Pw. De tegemoetkoming Deeltijders van DUO is geen studiefinanciering en valt ook niet onder hoofdstuk 4 WTOS.

Vraag 36: Heeft het inkomen van een partner invloed op het recht op studietoeslag?

Nee, dat heeft geen invloed. Het gaat om een individuele toeslag. Het recht wordt vastgesteld aan de hand van de medische beperking van de aanvrager. Het inkomen van de partner is daarbij niet van belang.

Vraag 37: Wanneer is er sprake van een stagevergoeding en wanneer is het inkomen?

Kijk daarvoor wat er is vastgelegd in de (stage)overeenkomst. Daarin moet zijn afgesproken dat het gaat om een stagevergoeding en niet om inkomsten. Er is geen minimum-of maximumbedrag voor een stagevergoeding.

De stage mag geen verkapte vorm van normale arbeid zijn. De Nederlandse Arbeidsinspectie controleert of een stagiair gewoon werk of stagewerk doet. Is het werk niet vooral gericht op leren maar op werken? Dan gaat het om werk volgens een gewone arbeidsovereenkomst. En dan heeft de stagiair recht op het wettelijk minimumloon.

Vraag 38: Wat als iemand meerdere studies worden volgt?

Dat heeft geen consequentie voor de studietoeslag. Er zijn geen voorwaarden die uitsluiten dat iemand meerdere studies volgt. Er moet ten minste één studie worden gevolgd waarvoor de belanghebbende recht heeft op studiefinanciering of een tegemoetkoming op grond van de WTO. Het mogen dus ook meer studies zijn.

Wel kan in dit geval worden afgevraagd of het wel de structurele medische aandoening is waardoor iemand geen inkomen kan verwerven naast de studie. Is het volgen van twee of meer studies de oorzaak dat iemand geen energie heeft om inkomsten te verwerven in plaats van de structurele medische beperking? In dat geval wordt er niet voldaan aan de eis dat er een structurele en medische beperking is en bestaat geen recht op studietoeslag.

Vraag 39: Moet een student de opleiding ook echt volgen of alleen ingeschreven staan?

Er is geen eis gesteld aan het daadwerkelijk volgen van de studie. Het ontvangen van studiefinanciering of tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 WTOS moet wel worden bewezen. Bijvoorbeeld met een beschikking van DUO. Op het moment dat het recht op studiefinanciering of de tegemoetkoming stopt, stopt ook het recht op de studietoeslag.

Bij de beoordeling of belanghebbende in staat is om naast zijn studie inkomen te verdienen, zal dit wel een rol spelen. Als belanghebbende geen daadwerkelijke studiebelasting heeft, hoeft daar geen rekening mee te worden gehouden.

Vraag 40: Moet de student ook daadwerkelijk studiefinanciering krijgen of alleen recht erop hebben?

Belanghebbende moet daadwerkelijk studiefinanciering of een tegemoetkoming WTOS ontvangen. Dat betekent dat belanghebbende daarvoor een aanvraag bij DUO moet hebben gedaan en dat DUO een beschikking op het recht heeft afgegeven. Het is mogelijk dat een student recht heeft op studiefinanciering of de tegemoetkoming WTOS en dus een toekenningsbeschikking heeft van DUO, maar dat er niets wordt uitbetaald. Ook dan bestaat recht op studietoeslag, zie hoofdstuk 2.1 (#recht-op-studietoeslag--studiefinanciering-of-wtos-ontvangen)

Vraag 41: Waarom hebben BBL-studenten geen recht op studietoeslag?

De studietoeslag is bedoeld voor studenten die door een medische beperking naast hun studie geen inkomsten kunnen verdienen. De BBL (beroepsbegeleidende leerweg) kenmerkt zich juist door de combinatie van werken en leren. BBL-studenten zijn dus wel in staat zijn naast de studie een inkomen te verdienen.

Vraag 42: Loopt het recht op studietoeslag door als een belanghebbende van studie wisselt?

Dat hangt ervan af of belanghebbende aan de voorwaarden blijft voldoen. En dan met name aan de voorwaarde of belanghebbende studiefinanciering of een tegemoetkoming WTOS blijft ontvangen. Als dit het geval is, blijft er recht op studietoeslag bestaan.

Vraag 43: Bestaat er recht op studietoeslag als de belanghebbende aan de voorwaarden voldoet, maar de opleiding niet daadwerkelijk volgt?

Ja, er bestaat dan recht op studietoeslag. Belanghebbende voldoet namelijk aan de voorwaarden. Dat iemand de opleiding niet daadwerkelijk volgt, doet daar niets aan af.

Vraag 44: Als de studiefinanciering wordt verlengd omdat de belanghebbende door ziekte niet binnen de termijnen van de studie kan afstuderen, wordt het recht op studietoeslag dan ook verlengd?

Zolang de belanghebbende aan de voorwaarden voldoet van artikel 36b Pw blijft het recht op studietoeslag bestaan. Het recht op studietoeslag blijft dus bestaan als het recht op studiefinanciering wordt verlengd en belanghebbende aan de overige voorwaarden voldoet.

Handreiking Studietoeslag

Hoofdstuk 11.4

In document Inleiding. 1 De totstandkoming van de nieuwe studietoeslag. 1.1 Naar een nieuwe studietoeslag. budget. 2 Recht op studietoeslag (pagina 35-38)