Religieuze veronderstellingen van soennitische moslims rond de dood

In document Werkgroep Islamitische Begraafplaatsen Brabant ISBP I uitgave 2013 (pagina 39-42)

3 Islam en de dood in Nederland

3.2 Religieuze veronderstellingen van soennitische moslims rond de dood

Moslims hechten meer waarde aan het bestaan ná de dood. De dood bete-NHQWKHW µWLMGHOLMNH¶ HLQGHYRRUKHWOLFKDDP badan) maar een nieuwe vorm van bestaan voor de geest (nafs of rh) in het hiernamaals (al-akhira). Daar-RPZRUGWGHGRRGRRNKHWHHQµJHVFKHQNYRRUGHJHORYLJH¶RIµGH]HNHUKHLG¶

genoemd (Smith & Haddad, 1991; Beck & Wiegers, 2008).

Hoe moslims precies tegen de dood en het hiernamaals aankijken, varieert per religieuze stroming, sociaal-geografische afkomst en de sociaal-culturele context waarin zij leven. Toch zijn in elke benadering narratieve elementen WH RQWGHNNHQ XLW GH µNODVVLHNH VRHQQLWLVFKH LVODP¶ HQ LV HU HHQ VFKHWV WH

PDNHQ YDQ GH µDOJHPHHQ JHDFFHSWHHUGH LVODPLWLVFKH P\WKH¶ RYHU GH GRRG

en de functie van de dood in het aardse leven.

Volgens Smith en Haddad (1981) wordt in omschrijvingen van het hierna-maals onderscheid gemaakt tussen:

-Individuele tijd: Geboorte en dood (ajal, einde van de aardse tijd), de tijd in het graf in afwachting van de Opstanding en collectieve gebeurtenissen na de dood.

-Collectieve tijd: De creatie, de tekenen van het Einde der Tijden, de Dag des Oordeels, het Laatste Oordeel en de Eeuwigheid.

3.2.1 Transitie

De overgang van het aardse naar het hiernamaals (barzakh; status van transitie, tijd in het graf) is niet duidelijk omschreven in de Koran. Maar in µHVFKDWRORJLHKDQGOHLGLQJHQ¶ LV YDQDI GH PLGGHOHHXZHQ XLWJHEUHLG EHVFKUe-ven waar iemand doorheen gaat na zijn of haar dood. Deze omschrijvingen variëren en worden door verschillende moslims op verschillende manieren geïnterpreteerd (Smith & Haddad, 1981).

Een belangrijke auteur in dit kader is Abu Hamid ibn Muhammad al-*KD]ƗOƯ

(1058-1111). Zijn werk informeert moslims over de verschillende fases in het hiernamaals. Ook Ibnoe Qayyim el-Jawziyyehs (1292-1350) werk neemt de lezer mee naar het bestaan na de dood. De 14e-eeuwse Syrische geleerde legt passages uit de Koran en overleveringen van bekende moslimgeleerden over het Paradijs uit (Ibn Qayyim, 2005).18

18 De oorspronkelijke Arabische titel van het boek Het Paradijs: Het bijeenbrengen van de zielen in het land van de vreugde (2005) is: Hèdil Arwh ilè bilèdil Afrh. De naam van de auteur wordt in andere literatuur ook wel als Ibnoe Qayyim Al Jawziyyah

ISLAM EN DE DOOD IN NEDERLAND 31

Het sterven zelf is volgens de werken al een proces vol beproevingen. Sa-tan, Iblîs, probeert de stervende te verleiden het geloof op te geven. Bij het sterven treedt een intense dorst op waarna Iblîs een glas koud water aan-biedt in ruil voor geloofsafval. Na het overlijden kan de (goede) geest nog voor de laatste keer naar de nabestaanden kijken. Zodra de kist in de aarde zakt, daalt de geest terug in het lichaam.

Barzakh kent verschillende gebeurtenissen die in islamitische handleidingen een angstaanjagend karakter krijgen. Een overledene wordt onderworpen aan een vragenvuur over zijn geloof en leven door de engelen Munkar en Nakîr µ2QWNHQG¶ HQ µ2QWNHQQLQJ¶ . In sommige interpretaties verschijnt te-vens de engel Ruman, bij wie de dode alle goede en slechte daden moet opschrijven.

Wie de geloofsbelijdenis niet kan opzeggen, moet in een verstikkende ruimte wachtHQWRWGH/DDWVWH'DJ=RQGDDUVZRUGHQPHWµI\VLHNHVWUDIIHQ¶DDQJe-pakt. Gelovigen wachten in hun graf en voor wie goed heeft geleefd, wordt de tijd in het graf aangenaam gemaakt. Barzakh is vooral een status van separatie, purificatie en progressie voor de ziel; een hogere spirituele fase en de voorbereiding op de wederopstanding (Smith & Haddad 1981; Al-

*KD]ƗOƯ :LQWHU .

Martelaars, pelgrims op weg naar Mekka, mensen die sterven tijdens de Ramadan, op vrijdag (de gewijde dag) of tijdens het offerfeest en vrouwen die sterven in het kraambed, mogen direct naar het Paradijs. Ook wordt door sommige geleerden gesteld dat wie drie (jonge) kinderen verliest, niet naar de hel gaat (Bartels, 1997; Ibn Qayyim, 2005).

3.2.2 Eschatologie

Wat de islamitische eschatologie inhoudt, valt niet eenduidig te beschrijven.

En hoe letterlijk de voorstellingen moeten worden genomen, is een punt van discussie. Hoewel de volgorde van gebeurtenissen in beschrijvingen vari-eert, wordt volgens Smith en Haddad (1981) de volgende ordening regelma-tig gehanteerd:

1. De tekenen van het Laatste Uur en de destructie van de wereld.

2. Het blazen van de trompet door de engel Israfîl, de verrijzenis en het bijeenbrengen van alle mensen.

3. De afrekening.

4. Het oversteken van de brug (sirat), mogelijke bemiddeling en de voorbe-reidingen van de laatste zending.

Het belangrijkste moment is de Dag des Oordeels (Yawm ad-Din). Wanneer deze dag aanbreekt, weet alleen Allah. Alle daden van de individuen zijn in het hemelse boek der daden opgenomen en worden gewogen in de weeg-schaal mizan. Men moet op de Dag des Oordeels over de brug sirat lopen of Ibn Qayyim al-Jawziyyah gespeld. Als naar de auteur wordt gerefereerd, wordt PHHVWDOµ,EQ4D\\LP¶JHEUXLNW

ISLAMITISCH BEGRAVEN IN WEST-BRABANT

32

GLHµ]RGXQLVDOVHHQVFKHHUPHVMH¶HQERYHQGHODDWVWHODDJYDQµKHWYXXU

YDQ GH ]XLYHULQJ¶ KDQJW 9HUGRHPGHQ JDDQ QDDU GH KHO Jahannam), wie gezegend is mag naar het Paradijs (Jannah). De hel en de hemel blijven eeuwig bestaan (Smith & Haddad 1981; Bartels, 1997).

3.2.3 Hel, Paradijs en Limbo

Een gedetailleerde omschrijving van de hel is niet in de Koran te vinden.

Door enkele details is het idee ontstaan dat de Jahannam uit zeven lagen bestaat, waarvan Gehenna de bovenste is. Met de zeven lagen komen ze-ven VRRUWHQµVWUDIIHQ¶LQDIORSHQGHPDWHYDQHUQVWYRRU]HYHQVRRUWHQ]Rn-daars: moslims, christenen, joden, aanhangers van het sabaeïsme, magiërs, afgoddienaren en hypocrieten.

De islamitische hel wordt niet door Iblîs geregeerd omdat deze door mahdî GHµUHFKWJHOHLGH¶GHYHUZDFKWHVWLFKWHUHQKHHUVHUYDQKHWULMNYDQGHHLQd-tijd) is verslagen. Elke mu’min (behalve eerder genoemde uitzonderingen, zoals een martelaar) heeft tot op zekere hoogte met straf te maken, maar hoe vromer de moslim, hoe korter de marteling zal zijn.

Parallel aan de hel staat het Paradijs waar enkel Arabisch wordt gesproken.

Bovenin zetelt Allah op zijn troon, vergezeld door engelen. Volgens sommige LVODPLWLVFKHJHOHHUGHQKHHIWKHW3DUDGLMV]HYHQµKHPHOHQ¶PHWGH3DUDGLMVe-lijke tuin aOV ERYHQVWH ODDJ 9RRU DQGHUHQ EHVWDDW GH KHPHO XLW µKRQGHUG

QLYHDXV¶RILVGHKHPHOPHHUHHQJHKHHO

Hoe Jannah ook wordt omschreven, in iedere versie zijn soortgelijke ele-menten aan te wijzen zoals rivieren met water, melk, wijn en honing. Veel-vuldig bediscussieerd zijn de ± op de mannen wachtende ± jonge maagden, de hur9URXZHQ]RXGHQZRUGHQEHGLHQGGRRUµNQDSHQ¶,QKHW3DUDGLMVEOLMIW

iedereen voor altijd jong, leeft in vrede en geniet.

Door soera al-a’raaf, vers 46 (Koran 7:46) is een theorie ontstaan over een derde fase in het hiernamaals, al-a’raaf; limbo.

[7:46]

Tussen beiden is er een afscheiding en op de kantelen zijn er mannen die iedereen aan hun kentekenen kennen en zij roepen hun die in de tuin thuis-horen toe: <Vrede zij met jullie!> Zij zijn niet binnengegaan al begeren zij het.19

Over het algemeen wordt de soera aangehaald om de barmhartigheid van Allah te benadrukken; uiteindelijk mogen zij in de 'tussenfase' toch het Para-dijs binnentreden (Smith & Haddad, 1981; Bartels, 1997).20

19 In dit rapport ZRUGWQDDUVRHUD¶VYHUZH]HQPHWGHQDDPHQKHWQXPPHU9RRUGH

tekst wordt de Koranvertaling van Fred Leemhuis (1989) gebruikt.

20 Ibn Qayyim noemt in zijn werk Het Paradijs elf verschillende namen voor het para-GLMVZDDULQGHµHHXZLJKHLG¶HQGHVFKRRQKHLGZRUGHQJHXLWEl Jenneh (eeuwige verblijfplaats), Droes -Sèlem (het Huis van de Vrede), Droel Gold (de Eeuwige Woning), Droel Moeqmah (de Duurzame Woning), Jennètoel Mè’wè (het Verblijf

ISLAM EN DE DOOD IN NEDERLAND 33

3.3 Islamitische voorschriften voor sterven, de dood en begraven in

In document Werkgroep Islamitische Begraafplaatsen Brabant ISBP I uitgave 2013 (pagina 39-42)