Registers en Controle

In document YEßZAMELING /^'ff/ (pagina 193-200)

b Van het inlandsch personeel;

VII. Registers en Controle

a. I. Registers van Eur. gevangenen, door de Officieren van Justitie en den Procureur

Generaal te houden.

R . O. 1 4 4 .

De officieren van Justitie zijn verplicht, om nauw-keurige registers aan te houden :

Ie. enz.

2". van al de in de gevangenissen der Eaden van Justitie in verzekerde bewaring gestelde personen, met vermelding om welke oorzaak en op wiens last de ge-vangenzetting heeft plaats gehad.

T a n deze registers moeten elke drie maanden, of binnen zooveel kortereu tijd als de procureur-generaal dienstig zal oordeelen, volledige afschriften aan laatst-genoemden worden ingezonden.

R . O. 1 8 2 .

II. De procureur-generaal is verplicht tot het houden van registers, gelijk aan die, Avelke bij art. 144 zijn omschreven.

124

Het Hooggerechtshof heeft ten allen tijde de be-voegdheid om inzage te nemen van die registers, en van de afschriften, welke, ingevolge art. 144 aan den procureur generaal moeten worden ingezonden.

b. Registers door de cipiers aan te houden.

Sv. 362-365-362.

362. De cipiers zijn verplicht een register te houden.

Dit register zal op elke bladzijde geteekend en gewaarmerkt worden, te Batavia door den president van het Hooggerechtshof, en op de overige plaatsen, waar Raden van Justitie gevestigd zijn, door de presidenten dier colegiën.

De waarmerking der registers van de strafgevange-nissen, bestemd tot opneming van door het Hoogge-rechtshof en de Raden van Justitie veroordeelde per-sonen, en gelegen buiten de bij het voorgaande lid bedoelde plaatsen, zal geschieden door de Residenten.

363. Elk, die een bevel van voorloopige aanhouding, een bevel van gevangenneming, of een arrest of vonnis van veroordeeling ten uitvoer legt, moet bij de over-levering aan den cipier door dezen op deszelfs register doen inschrijven ;

Ie den voornaam, naam, het beroep, en zoo moge-lijk de geboorte-of woonplaats van den gearresteerde ;

2e de opgave van het rechterlijk college ol van den ambtenaar, die de aanhouding of in gevangenstelling, heeft bevolen;

3e de dagteekening van het bevel, vonnis of arrest ; 4e den dag der overlevering, en

5" bij veroordeeling, den tijd der straf.

Deze inschrijving wordt door hem, benevens den cipier geteekend.

125

Hij is eindelijk verplicht het bevel, vonnis of arrest aan den cipier te vertoonen.

De cipier stelt hem een uittreksel uit zijn register, tot zijne ontlasting, ter hand.

Indien eene inhechtenis stelling plaats heeft inge-volge art, 24 van het Eeglement op het beleid der Eegeering in N. I., zal de daartoe door den Gouv. Gen.

afgegeven last, in deszelfs geheel door den cipier op zijn register worden overgeschreven.

364. De cipier mag niemand in de gevangenis opnemen of houden, dan uit kracht van een bevel, daartoe door de bevoegde macht verleend, of van een daartoe strekkend vonnis of arrest, en zonder dat zoo-danig bevel, vonnis of arrest in voege vermeld, in zijn register is ingeschreven.

Bij overtreding hiervan, wordt hij ter zake van willekeurige gevangenneming vervolgd.

365. Op het bovenvermelde register zal insgelijks door den cipier, ter zijde der acte van overneming, worden aangeteekend, de dag van het vertrek van den gevangene, alsmede het bevelschrift, arrest of von-nis uit kracht van hetwelk deze vertrokken is.

c. Eegister van inlandsche gevangenen en veroordeelden te houden.

J. E. 64.

De hoofddjaksa's en djaksa's zullen een nauwkeurig register houden van de gevangenen en daarop dagelijks en zonder het minste verwijl, aanteekenen alle personen, die in de gevangenis gebracht worden, met vermelding op wiens last en uit welken hoofde zulks geschiedt.

Zij zullen gehjkerwijs op hetzelfde register aan-teekening houden van de gevangenen, die ontslagen of naar elders overgebracht worden, met vermelding van de autoriteit die daartoe last gegeven heeft.

126

Van al hetgeen te dien aanzien voorvalt, geven zij dadelijk kennis aan den Eegent, gelijk mede op de hoofdplaatsen der Eesidentie aan den Eesident en op die der Eesidentie-afdeelingen aan den Assistent Eesident.

J . K . 9 1 .

Op het einde van elk vierendeel jaars zal de Eesident den Procureur Generaal toezenden eene lijst van alle personen, die "zich ter hoofdplaats en elders in de Eesi-dentie in hechtenis bevinden, met opgaaf van de redenen van aanhouding en van den tijd, waarop zij in de gevangenis gebracht, en voor zooveel de in vrijheid gestelden en naar elders vervoerden betreft, daaruit ontslagen of vertrokken zijn.

J . R . 1)2.

Met opzicht tot liet houden der registers van ver-oordeelden tot dwangarbeid in of buiten den ketting, voor welke door de regeer ing in hunne residentie straf-plaatsen zijn aangewezen, en hetgeen daarbij moet wor-den in acht genomen, zullen de Eesiwor-denten zich heb-ben te gedragen overeenkomstig de bijzondere daarom-trent bestaande of nader te geven voorschriften.

cl. Vermelding in de registers, bedoeld bij art. 91 J. E. of de strafzaken van personen, die voor

de landraden zijn terechtgesteld, reeds ter revisie zijn opgezonden.

Bijbl. No. 1992 Registers Gevangenen.

Circulaire v/d Pro'c. Oen. aan de hoofden van gewestelijk bestuur in N. I.

No. 1005/1971 Batavia 17 Mei 1867.

Het heeft mijne opmerkzaamheid getrokken dat op de gevangenregisters, mij elk vierendeel jaars, ingevolge

•127

art. 91 J. E. door de hoofden van gewest, bestuur op Java en Madura toegezonden, niet altijd wordt vermeld of de strafzaken van personen, die voor de landra-den zijn terechtgesteld, reeds ter revisie aan de griffie van het Hoog gerechtshof v. N. I. zijn opgezonden.

Ter uitoefening eener behoorlijke controle, acht ik eene dergelijke aanteekening zeer noodig.

Ik heb daarom de eer UHEG. uit te noodigen, daarvan in het vervolg op die registers te doen mel-ding maken, en daarbij tevens de dagteekening en het nummer van den geleidebrief, waarbij de opzending is geschied, te doen bekend stellen.

e. Omtrent de aanhouding der gevangenisregisters.

Zie Stbl: 1871 No. 78, art: 3-5 en 42.

B. v. o. en t.

f. Modellen voor die registers.

Thjbl- No. 2488.

Circulaire van den Directeur van Justitie aan de hoofden van gewest, bestuur en aan den Leger-Com-mandant.

No. »1814/2858. Batavia 8 Juli 1871.

Volgens de voorschriften v/h Eeglement van orde en tucht onder de gevangenen in 1ST. I. en tot voorloopige regeling van hunnen arbeid [Stbl. 1871 No. 78] zullen bij de in werking treding op 1 Augustus a. s. verschil-lende registers in de 's lands gevangenissen moeten

worden aangehouden.

Van elk der bedoelde registers heb ik een model vervaardigd, waarvan ik de eer U H E G . hierbij een tAveetal exemplaren aan te bieden van elk der soorten onderscheiden met de letters A. AA. B. BB. C. CC.

D. E. en F. ter toezending aan de onder UwEGestrenge staande ambtenaren, op de plaatsen waar zich een 's lands gevangenis of daartoe dienend gebouw bevindt.

128

Tot toelichting moge het ondervolgende strekken:

De I e verdeeling der registers van gevangenen is drieledig en bestaat uit de registers voor de categoriën.

Voorloopig in hechtenis;

Veroordeelden. ; Gegijzelden.

Elke categorie is weder naar den landaard der personen onderscheiden in een register voor Europeanen en een register voor inlanders.

Onder elk dezer worden de gelijkgestelde personen begrepen.

Voor de verschillende seksen van elke categorie behoeft geen afzonderlijk register te worden

aangehou-den; zij moeten echter afzonderlijk ingeschreven wor-den; van daar de vermelding op den titel van de re-gisters: »Ie Af deeling, mannen' »,2e Af deeling vrouwen".

Voor de voorloopige gevangenen zijn 2 registers bestemd:

Een voor Europeanen, gemerkt À;

Een voor Inlanders, gemerkt, A À.

Het eerste bestaat uit 17, het tAveede uit 16 ko-lommen, behalve de kolom voor » Aanmerkingen ".

Het laatstgenoemd register heeft eene kolom minder, omdat de vermelding, dat de cipier een uittreksel uit zijn register verleenen moet aan den beambte, die een bevel tot gevangenneming ten uitvoer brengt, voor inlanders en gelijkgestelden niet is voorgeschreven.

Voor veroordeelden moeten zeven registers worden aangehouden, n: 1:

drie voor Europeanen, gemerkt B : vier voor Inlanders, gemerkt B. B.

De verdeeling berust op het verschil in de straf, die zij ondergaan, op grond dat dit volgens het Begle-ment een onderscheid geeft in de behandeling in de strafgevangenis.

1.29

Het eerste register tot opteekening van veroordeelde Europeanen gemerkt :

>J5 1. tot tuchthuis veroordeelden" bestaat uit 17 kolommen; kolom 8 ziet op artikel 8 van liet Kegle-ment en op liet daar voorgeschreven register; kolom 9 is noodig tengevolge van art. 7 van liet Eeglement.

In kolom 16 wordt den cipier of hem vervangen-den beambte gelegenheid gegeven zijne bijzondere aan-teekeningen te maken bij opneming of ontslag uit de gevangenis.

Het tweede register tot opteekening van Europea-nen gemerkt: »B 2. tot gevangenisstraf veroordeelden,"

en het derde tot opteekening van Europeanen, gemerkt j

»B 3 Politioneel tot gevangenisstraf veroordeelden"

bestaan uit evenveel kolommen met dezelfde opschriften als het register B 1.

Het eerste register, vermeldende veroordeelde in-landers, gemerkt: »BB. 1. Veroordeelden tot dwangar-beid in den ketting"; en het tweede voor dezelfde klasse van veroordeelden, gemerkt: » B B. 2. Veroordeelden tot dwangarbeid buiten den ketting, van elders komende", heb-ben een kolom meer, omdat ook de vermelding van liet besluit, houdende de strafplaatswijziging, wordt vereischt.

Bij het derde register gemerkt: »B B. 3 Veroor-deelden tot dwangarbeid buiten den ketting ter plaatse der veroordeeling" en het vierde, gemerkt: >B. B. 4. tot ten-arbeidstelling, blokarrest en gevangenisstraf op de politierol veroordeelden" vervalt die kolom en is het aantal gelijk aan dat der staten voor veroordeelde Europeanen.

Voor gegijzelde personen worden 2 registers aangehouden.

Het eerste gemerkt: »G. Europeanen" heeft 16 ko-lommen, het tweede, gemerkt »C G. Inlanders" 14, omdat voor gijzeling van inlanders niet alle vereischten dezelfde zijn als voor Europeanen.

130

Behalve deze moeten nog 3 registers worden aange-houden.

H e t eerste, gemerkt D., is een register van door gevangenen medegebrachte en door den cipier in be-waring genomen goederen en gelden, en moet aange-houden worden ter voldoening aan art. 8 van het Eeglement.

Het tweede, gemerkt E. is een register tot het opteekenen van de verleende vergunning tot bezoek en het gebruik en misbruik, dat daarvan is gemaakt Art.

19 tot 23 van het Eeglement.

Het derde en laatste, gemerkt F., is een register van ingevolge art. 52 en volgende van het Eeglement in de gevangenis opgelegde straffen.

Op eene nauwkeurige bij houding dezer registers stel ik ten hoogste prijs.

Zie bijblad 2499 en 3277.

In document YEßZAMELING /^'ff/ (pagina 193-200)