1" Inleiding

In dit hoofdstU:k geven we de resultaten weer van het onderzoek na.ar alle werkloze jongeren van 15 t/m 22 jaar die omstreeks december

1.97~-op het Gewestelijk Arbeidsbureau (GAB) in Amsterdam ingesch~even stondena We besteden allereerst aandacht aan het gegeven dat: ons aantal werk-loze jongeren hoger uitgevallen is. dan het officiële van het GAB-Amsterdam (november 1971+), dat de duurper s van de werkloosheid in ons onderzoek eveneens hoger uitgevallen zijn.

Daarna aandacht voor g~gevens naar l.eeftijd, bero.epsgroepen e11 ·af-delingen van het arbeidsbureau, in het bijzonder de afdeling voor de ongeschoolde jongeren, de PAD (personeel algemene dienst).

Afzonderlijke gegevens hebben we verzameld over de groepän Surinaamse en Ant jongeren, schoolverlaters, jongeren die naar en uit de militaire dienst gingen, ex-gedetineerden en buitenlanders.

Nog enkele aantekeningen ten aanzien van de interpretatie van de cijferso Werkloosheidscijfers (het percentage werklozen op de afhankelijke beroepsbevolking) voor de jongeren van 15 t/m 22 jaar Amsterdam waren niet beschikbaaro De afhankelijke beroepsbevolking is voor deze groep namelijk zeer moeilijk te berekenen. werden werkloosheids-cij die we op pagina 1 En~gaven, nog berekend aan de hand van de vo cijfers van 1960.

In onze cijfers (en in die van de arbeidsbu1·eau1 s) zijn niet de

werklozen opgenomen die ónder regelingen van de Ziektewet en Wet Arbeids-ongeschiktheid vallen. Een werkloze die z.ich meldt aan hèt GAB,·

wordt door het GAB uitgeschreven en voor de statistieken niet meer mee-getel • Ook wij konden deze werklozsn t in ons onderzoek opnemeh.

Wèl hebben wij de zi de, indien korter dan 1 maand, bij de duur van de werkloosheid opgeteld ( de werkloze zich dus had laten her-inschrijven)o

Ook al hebben wij een groter aantal werklozen dan het GAB geteld, toch weten wij d6or dit onderzoek weinig meer over de verborgen of 'îonzichtbare" jeugdwerkloosheid In sommige buurten van .Amsterdam

schijnt de verborgen jeugdwerkloosheid, vooral onder ongeschoolde jonge-ren, z.eer groot te zijn (zie ons rapport "jongeren bui ten het arbeids-proces", 1975, pag. 50~54)0

Amsterdam. Dat is veel meer dan het opgegeven, namelijk 1 jongens en

meisjes op het .GAB-GAB voor eind november 1974 hee:rt 681 meisjeso Daar jn een aantal oorzaken voor op geven:

1. Het arbeidsbureau telt (v6or de lozen niet mee zoals:

istieken) bepaalde groepen

werk-- de part·~timers, die inge.schreven staan voor een werkweek van minder dan 30 uur;

- de niet-bemi

en eli

'werklozen (N.B,) die vanwege "hun li dheid volgens het van het GAB in het normale arbeidsproces op te nemen zijn11;

- het aanbod (N RoAo) werklozen die : van afwi ijke

meer

gedrag, ling

eeisen en ongebruikeli werktijden11 van bemidde-sloten zijno Onder hen ook een groep die wegens omstandig-heden niet in staat

bij het GAB

n om te werken, maar voor een uitkering toch moeten zijn, vooral ongehuwde moeders;

- werklozen die niet meer te zijn naar het vri bedrijf en op een wachtl jst staan voor in WSW-verband (Wet Sociale Werkplaatsen)n Zij ook niet in de stat ieken van de WSW voor;

- een aapten die op een wachtlijst staan voor bemiddel via de afdeling Bijzondere Bemiddel

2a Wij konstateerden verder dat in de bakken van de bemiddelaars werk-lozen als 11niet-bemiddelbaar11 en nnie

terwijl zij niet (officieel) voorge

e11; streerd stonden, waren aan de Commissie van Advies Op deze manier kunnen bemiddelaars een aantal werk~

lozen voor de statistieken len

3o De grootste ver in aantal kwamen we tegen op de

PAD" Aangezien deze af del toendertijd een enorm gebrek aan mankracht

had, kunnen wij ons voost dat een aantal zen. op deze

zo is; .hoeveel cies wij niet schatten.

4.

De andere oo:xm.ak voor ons aantal is de tijdens het onderzoek sterk toegenomen heid Deze t kwam vooral voor

ning van dezelfde afdel PAD, maar kan het verschil in aantal hooguit voor de helft verklaren.

Het grote verschil in aantal is te verklaren uit het feit dat het GAB een aantal groepen werklozen niet meetelt voor de statistieken, uit de werkwijze van de afdeling PAD e~1 de toegenomen jeugdwerkloosheid in de periode van ons onderzoek. Om hoeveel personen het in totaal gaat is moeilijk te schatten. Ook uit een rapport van CRM (1974) blijkt dat

38%

van de werklozen die bijstand kregen via de RWW (Rijksgroepregeling Werkloze Werknemers) niet werden opgenomen in de arbeidsstatistieken.

Voor het merendeel betrof het hier zeer moeilijk en niet bemiddelbave personen, maar ook 1596 van de11minder-geschikten" werd niet opgenomen.

(1:8).

3.

Duur van de werkloosheid

De duur van de werkloosheid ligt hoog. Van de jongens is 31%, van de meisjes is 29% langer dan drie maanden werkloos. 19%, respektievelijk

17% is- langer dan zes maanden v.wrklöos. Deze percentages zijn veel hoger dan die van het GAB. Ook als we de groepen die het GAB niet mee-telt in onze aantallen weglaten, blijft dit grote verschil bestaan.

Tabel 2.: Vergelijking percentages GAB-Amsterdam november 1974 en februari 1975 en IWA november 197L~-januari 19750 Werkloze

jongeren (19 t/m 22 ) langer dan 3 maanden en langer dan 6 maanden werkloos.

Gi~B nOV-0 1974 febu 1975 nov/jan 174/

jongens

6 rr.md.

9 9 21

meisjes

%

32

De reden voor dit verschil is het verschillend gebruik van het begrip

1'duur1' o Wi;j hebben dit begrip ruimer geJ:nterpreteerd dan het GAB (zie de omschrijving van dit begrip in de bijlage ''onderzoeksmethode 11) o Het GAB schrijft een werkloze 11uit1t als hij/zij vergeet de inschrijving te verlengen of als hij/zij zich ziek meldt; wij beschouwen deze periode als ononderbroken als hij/zij zich binnen een maand weer liet inschrij-ven. Uit een ander onderzoek dat op dezelfde wijze uitgevoerd en opge-zet was, komen dezelfde verschillen in duur met de offici~le cijfers naar voreno (Willem Biervliet, NRC/Algemeen Handelsblad: 1 november 1 7~-)"

Procedures van administratieve aard op het GAB bel.nvloeden in hoge mate de offi cijfers Bij de interpretat van de offi cijfers moet rmede terdege rekening worden gehouden. De duurpercentages zoals wij die weergeven op

3 ,

vallen dus nog hoger uit.

----·-

Aantal werklo jongeren (15 t/m 22 jaar) naar sexe en

leef-tijd" langer dan 3 maanden werkloos en percentage

15 16 17 18

·19 20 21 22

regelmat

t/m 18 jaar 19 t/m 22

15 t/m 22

Het aantal

werkloos (R) naar sexe en leeftijd.

me is Aantal

(100%)

nmd

%

R

%>3

mnd •

%

R

18 11+

7

56

14· 21 li:4 13

106 1 l1- '?0 10

168 20 113 '19

268

1

24·8

38

1

1 1 lt9

dat van school komt en werken, neemt met de Het is daarom niet verwonderlijk·dat met de eftijd ook we e jongeren toeneemt.

Met de le ftijd neemt ook de duur toe Voor degroep 19 t/m

22-ligt t per dat dan 3 maanden werkloo is 2 x zo hoog als voor groep 15 t/m 18 o .Naarmate ouder wordt, neemt de dat men gewerkt heeft en daarmee de kanB dat men ee~der

werkloos is geweest toe~ Het dat eerder werkloos i st, is zeer

werk~

loos gewe st Di·l; kan erop wijzen dat met name zeer kwe zijn voor werkloosheid1 als ze . rder geweest zijn

De spe beroepsgroepen staan zo volledig mogelijk drukt in tabel A1 (bij IV)

Opvallend groot is het aantal minder-geschikten bij de jongens en verder achtereenvo "personeel

Bij de meisjes: kantoor, huishoude

dienstn1 kantoor, bouw en metaalo ke beroepen en winkelpersoneel

en

weinig chikteno

Aantal werkloz.e jongeren ( 15 t/m 22 ) na.ar sexe en af

de-1 van het GAB-Amsterdam s dan 3 maanden

Werkloos e11 pe s v1erklûos (R) naar· sexe en afdeling van het GAB-Amsterdamo

jongens me is

aantal aantal

( 100%). % ,>3 mnd ol /0 R ( 100%) % )3

%

1 10 62

67 28

16

o dienst)

50

4.9 127 18 30

en oor

:::o

68 18

!

16 (LJ-3) 31 6 (17)

116 1+5

-time 19 2;2 .57

·131 1t'7

1 31

Het per :1s, is op PAD hoog (ten opzichte van het totaal)o

58%

van hen staat hier als nminder-geschikt"

schreven (van alle minder-ge jongens staat 90% op de PAD in-ge s ch:re ven) o

43%

van

In document 22 Werkgever enz. 23 van-tot Aard het werk. 26 Reden van beëindiging. 27 Opmerkingen 28 Verwijzingen (datum, werkgever, resultaat) (pagina 59-63)