Omgaan met planbaten en overige plancompensaties via het uitwisselings loket DSI

In document Gebruikershandleiding voor de digitale uitwisseling van stedenbouwkundige informatie via het Uitwisselingsloket DSI (pagina 40-46)

3 Gedetailleerde instructies voor het gebruik van de online toepassing: Rol Plannende

3.8 Omgaan met planbaten en overige plancompensaties via het uitwisselings loket DSI

3.8.1 Context

Plancompensaties moeten worden beschouwd als een vorm van planafgeleide bij een RUP. Informatie over plancompensaties wordt opgenomen in het (geo)grafisch register met aanduiding van mogelijke plancompensaties (kortweg RPC-bestand) dat deel uitmaakt van een RUP. Het gaat bij plancompensaties in essentie over planbaten, planschade en kapitaalschade / gebruikersschade. Ook de zones zonder plancompensaties worden opgenomen in het RPC-bestand.

Vooral de planbaten vereisen in deze context extra aandacht en nazorg. Zo moeten de percelen of delen van percelen die in aanmerking komen voor een planbatenheffing (kortweg geodatabestand met deelpercelen) worden opgestuurd naar de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL).

Het geodatabestand met deelpercelen is rechtstreeks afleidbaar uit het RPC-bestand. Sinds september 2018 kan dit bestand rechtstreeks vanuit het DSI-platform naar VLABEL worden opgestuurd. Tot voor die datum moesten voor het doorgeven van het bestand telkens eerst de plancontouren worden opgeladen in de module ‘bestemmingsplannen’ van de RWO datamanager (RWO-DM). Vervolgens moest dan het geodatabestand met deelpercelen worden opgeladen in de module ‘planbaten’ RWO-DM.

De mogelijkheid om het geodatabestand met deelpercelen via de RWO datamanager te verzenden, werd uitgeschakeld in juli 2021. Vanaf die datum kunnen de deelpercelen enkel vanuit het DSI-platform verzonden worden.

3.8.2 Vereisten voor procesafhandeling planbaten via DSI

Het geodatabestand met deelpercelen waarin de detailinformatie zit over planbaten kan alleen maar aangemaakt en opgestuurd worden na opladen van het RPC-bestand (geodata) in het desbetreffende RUP-dossier in dossierfase DV.

In dit RPC-bestand wordt namelijk voor iedere zone in het RUP weergegeven wat de categorie van gebiedsaanduiding was vóór het RUP en welke de nieuwe categorie is die door het nieuwe RUP wordt vastgesteld. Op basis van het RPC-bestand kan binnen het DSI-platform het geodatabestand met deelpercelen automatisch aangemaakt worden. Dit bestand met (deel)percelen kan nadien vanuit DSI worden verstuurd naar VLABEL.

3.8.3 Modaliteiten voor opbouw van het RPC-bestand

De modaliteiten voor opbouw van het RPC-bestand staan beschreven in hoofdstuk 2 van de bijlage bij het DSI-richtlijnenboek. Opgelet! Het gaat hier om uitgebreide informatie met heel wat context.

Meer summiere info kan teruggevonden worden in paragraaf 2.5.7. van het DSI-cookbook. Het datamodel van het RPC-bestand staat ook beschreven in de tabel met de beschrijving van de datamodellen van shapefiles die kunnen voorkomen in het uitwisselingsloket DSI (zie tabblad

‘planafgeleideëlement - RPC’).

Zowel de bijlage bij het DSI-richtlijnenboek, het DSI-cookbook en de tabel met de beschrijving van de

datamodelen van de shapefiles zijn terug te vinden op

https://www.omgeving.vlaanderen.be/documentatie-voor-de-gebruiker .

Een voorbeeld van een gemeentelijk RUP waarin een uitgewerkt RPC-bestand zit kan worden gedownload via https://www.omgeving.vlaanderen.be/documentatie-voor-de-gebruiker onder het luik

‘Sjablonen’. Dit uitgewerkte voorbeeld kan wellicht mee als leidraad dienen om een RPC-bestand correct aan te maken.

3.8.4 Het toevoegen van het RPC-bestand in DSI

De geodata van het RPC-bestand kan in de fase van definitieve vaststelling (DV) worden toegevoegd via de knop Geodata toevoegen. De toepassing zal nadien dit bestand ook opsplitsen in planbaten, planschade, kapitaalschade / gebruikersschade en zones zonder plancompensatie. Deze opsplitsing gebeurt vrijwel meteen. In afwachting verschijnt de melding Bereken plancompensaties in wachtrij.

Na het opsplitsen van het RPC-bestand verschijnt de melding ‘Bereken plancompensaties geslaagd’.

Eventuele fouten zouden al eerder opgevangen moeten worden door te toepassing (bij opladen van het RPC-bestand). De bestanden die het resultaat zijn van de opsplitsing zal je nu ook zien staan in de toepassing (planbaten, planschade, kapitaalschade / gebruikersschade en ‘zonder plancompensaties’.

3.8.5 De geodatabank met deelpercelen Aanmaken deelpercelen

Nadat in de fase DV de geodata het RPC-bestand werd opgeladen kan in het DSI-platform het geodatabestand met deelpercelen automatisch worden aangemaakt. Dit kan je doen door bij de geodata van het RPC-bestand de optie Bereken Planbatenpercelen te kiezen.

Er verschijnt eerst een melding dat het berekenen van geodatabestand met deelpercelen in wachtrij staat. Door te ‘refreshen’ via de knop F5 zal normaal gezien de melding verschijnen dat het berekenen van de bestand geslaagd is.

Versturen deelpercelen

Het geodatabestand met deelpercelen kan nadien worden doorgezonden naar VLABEL. Dit kan door in het luik Planbatenpercelen (berekend) de optie Verstuur Planbatenpercelen te kiezen.

Eerst zal de melding verschijnen dat het versturen van het bestand in wachtrij staat. Er verschijnt nadien een melding met de mededeling dat het verzenden al of niet is gelukt. Na het succesvol verzenden van de plnbatenpercelen zal in DSI ook een XML-bestand aan het dossier worden toegevoegd. Dit is het bestand zoals VLABEL het zal ontvangen.

Verwijderen van gegevens

Het is alleen mogelijk om een berekend geodatabestand met deelpercelen te verwijderen door op de knop Verwijder te drukken bij het Register plancompensaties.

Opgelet! In dat geval worden alle gegevens verwijderd die gekoppeld zijn aan het RPC-bestand. Ook de afgeleide bestanden (planbaten, planschade, kapitaalschade / gebruikersschade, ‘zonder plancompensaties’) en eventuele updates van het geodatabestand met deelpercelen (zie verder) zullen worden verwijderd.

Datamodel geodatabestand met deelpercelen

Het datamodel van het geodatabestand met deelpercelen staat beschreven in paragraaf 3.3. van de bijlage bij het DSI-richtlijnenboek die terug te vinden is onder https://www.omgeving.vlaanderen.be/documentatie-voor-de-gebruiker. De bestanden die DSI automatisch aanmaakt worden conform dit datamodel opgebouwd.

3.8.6 Aandachtspunten

Bij het afhandelen van het proces rond planbaten via DSI moet rekening worden gehouden met een aantal zaken. De belangrijkste worden hierna toegelicht.

Datum Belgisch Staatsblad

Als er geen datum van publicatie van de dossierfase (DV) in het Belgisch Staatsblad wordt ingevuld, zal DSI nog geen geodatabestand met deelpercelen kunnen aanmaken, ook al is het RUP vergezeld van een RPC-bestand. De reden hiervan is dat deze datum ingevuld moet zijn i.f.v. het verzenden van het bestand naar VLABEL.

Er zijn geen potentiële planbaten aanwezig in het RUP

Indien het RPC-bestand geen wijzigingen in categorie van gebiedsaanduiding voorkomen die aanleiding kunnen geven tot planbaten, zal er geen afgeleide bestand ‘planbaten’ worden aangemaakt.

De optie ‘Bereken planbatenpercelen’ zal niet aanwezig zijn.

3.8.7 Wijzigen van informatie in het geodatabestand met deelpercelen

Soms moeten er aanpassingen gebeuren in het geodatabestand met deelpercelen vóór het bestand kan worden verstuurd naar VLABEL of soms moet er een bijgewerkt bestand opgestuurd worden. Dit is bvb. zo als er percelen in de databank voorkomen die kunnen worden vrijgesteld van planbatenheffing of wanneer er een schorsings- of vernietigingsarrest is door de Raad van State.

Het aanpassen van het geodatabestand met deelpercelen kan door het bestand te downloaden uit het DSI-oplaadloket, het vervolgens te bewerken (editeren) in een desktop GIS-software zoals bvb.

ArcGIS of Quantum GIS en het vervolgens opnieuw in te laden in het DSI-platform. Downloaden van het bestand kan door te klikken op Planbatenpercelen (berekend).

Het opladen van het bewerkte geodatabestand met deelpercelen gebeurt via de knop Voeg aangepaste Planbatenpercelen toe. Het op te laden bestand moet gezipt zijn zoals trouwens het geval is voor alle andere geodata die wordt opgeladen in DSI.

Het aangepaste geodatabestand met deelpercelen wordt zichtbaar onder het luik ‘Aangepaste planbatenpercelen’. Het aangepaste deelpercelenbestand kan ook verwijderd worden zonder dat het oorspronkelijke register plancompensaties verwijderd moet worden.

Opgelet! Bij het verwijderen van het register met plancompensaties worden alle plancompensatie-gerelatieerde bestanden verwijderd uit het dossier. Dit is niet het geval indien het aangepaste deelpercelenbestand wordt verwijderd.

Hier bestaat ook de optie om de set te verzenden naar VLABEL. Na opladen van een aangepast bestand verdwijnt trouwens de mogelijkheid tot verzenden bij het originele ‘berekende’

geodatabestand met deelpercelen.

3.8.8 Voorbeelden van aanpassingen in het geodatabestand met deelpercelen

Er bestaan verschillende redenen waarvoor een geodatabestand met deelpercelen aangepast kan worden. De belangrijkste worden hieronder opgelijst.

Toevoegen informatie over vrijstellingen en opschortingen van planbatenheffing

Wanneer één of meerdere (deel)percelen in het geodatabestand met deelpercelen in aanmerking komen voor een vrijstelling van planbatenheffing cfr. art. 2.6.5. en 2.6.6. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), moeten er aanpassingen gebeuren in de attribuuttabel van dit bestand. De aanpassingen moeten in dit geval worden doorgevoerd in het attribuutveld ‘nvt_code’.

Het is ook mogelijk dat aanpassingen nodig zijn voor het doorgeven van informatie over opschortingen cfr. art. 2.6.7. van de (VCRO). Dit gebeurt in de attribuutvelden ‘d_beg_ops1’,

‘d_end_ops1’, ‘d_beg_ops2’, ‘d_end_ops2’, ‘d_beg_ops3’, ‘d_end_ops3’, ‘d_beg_ops4’,

‘d_end_ops4’.

Meer informatie over de te gebruiken codes staat in paragraaf 3.3. van de bijlage bij het DSI-richtlijnenboek (te vinden op https://www.omgeving.vlaanderen.be/documentatie-voor-de-gebruiker ).

Schorsing of vernietiging van een RUP

Wanneer een RUP geheel of gedeeltelijk wordt geschorst of vernietigd door de Raad van State moeten er ook aanpassingen gebeuren in het geodatabestand met deelpercelen.

▪ Voor een vernietigingsarrest moethet attribuutveld‘d_beg_niet’ worden ingevuld bij de (deel)percelen waarop het arrest van toepassing is.

▪ Bij een schorsingsarrest moet het attribuutveld ‘d_beg_sch’ en ‘d_beg_ops1’ worden ingevuld.

Meer informatie over het invullen van informatie over arresten door de Raad van State en schorsingen van andere aard vindt u in paragraaf 3.3. van de bijlage bij het DSI-richtlijnenboek (te vinden op https://www.omgeving.vlaanderen.be/documentatie-voor-de-gebruiker ).

3.8.9 Aandachtspunten bij wijziging van het geodatabestand met deelpercelen Gebruik dezelfde set van (deel)percelen als bij het originele bestand

In veel gevallen - zeker bij aanpassingen in geval van een volledige of gedeeltelijke schorsing of vernietiging van een RUP - werd het geodatabestand met deelpercelen op een eerder tijdstip al eens verzonden naar VLABEL. De kans is dan groot dat VLABEL ook al aanslagbiljetten heeft verzonden voor de planbaten afkomstig van dit RUP.

In dit geval moet er bij de opmaak van een bijgewerkt geodatabestand met deelpercelen over gewaakt worden dat het bijgewerkte bestand dezelfde (deel)percelen bevat als het bestand dat eerder naar VLABEL werd verzonden. Aanpassingen gebeuren dus alleen maar in de attributen. Als VLABEL nog geen aanslagbiljetten verstuurde voor het RUP in kwestie geldt deze beperking niet.

Opladen van een bijgewerkte geodatabank met deelpercelen gebeurt altijd in dossierfase DV

Het opladen van een bijgewerkte geodatabank met deelpercelen kan alleen maar in de dossierfase van de definitieve vaststelling (DV). Een update kan dus niet worden opgeladen in de dossierfase van het natraject (NA), ook al betreft het een update waarin wordt aangegeven dat een RUP geheel of gedeeltelijk werd geschorst of vernietigd. Dit kan verwarrend zijn voor de gebruiker, vandaar ook dit aandachtspunt. De reden hiervan komt doordat bij het verzenden van deelpercelen steeds moet teruggevallen worden op de set van percelen die in het oorspronkelijk verzonden bestand naar VLABEL zat, ook al maken sommige percelen na een eventuele vernietiging geen deel meer uit van het RUP. Deze percelen worden in het deelpercelenbestand wel voorzien van de datum van vernietiging van het RUP in het attribuutveld ‘d_beg_niet’.

In document Gebruikershandleiding voor de digitale uitwisseling van stedenbouwkundige informatie via het Uitwisselingsloket DSI (pagina 40-46)