§ 5.1 Inleiding

Het landbouwforfait wordt in België belast onder het beroepsinkomen en wordt in dit hoofdstuk verder uiteengezet. Het landbouwforfait staat volkomen los van de belasting op meerwaarden, omdat beide regelingen worden belast in een andere categorie.

Het landbouwforfait, ook wel aangeduid als het landbouwbarema, is een vereenvoudigd systeem om de belastbare winst te bepalen in de aangifte personenbelasting van de agrariër. Door middel van het landbouwforfait worden de agrariërs belast volgens de gemiddelde rendementen die in de

betreffende sector worden behaald. Deze gemiddelde sectorrendementen worden vastgesteld aan de hand van jaarlijkse onderhandelingen tussen de fiscale overheid en de landbouworganisaties.150 Uitsluitend landbouwers die onderworpen zijn aan de personenbelasting en niet beschikken over een bewijskrachtige boekhouding mogen het forfait toepassen. Daarnaast dient de activiteit onder normale omstandigheden te worden uitgeoefend. Tevens dienen de nettoresultaten uitsluitend of hoofdzakelijk te bestaan uit de genoemde elementen van het forfait.151 De Federale Overheidsdienst Financiën publiceert jaarlijks de handleidingen inzake de forfaitaire regelingen.152

§ 5.2 Geschiedenis en doelstelling

De beroepen waarvoor een forfait bestaat, hebben voornamelijk particulieren als klanten. De correcte omzet was daardoor voor de fiscus lastig te controleren.153 De fiscus ontwikkelde daarom een systeem waarbij het makkelijker te controleren is of fraude wordt gepleegd in de administratie. Dit systeem wordt ‘taxatie bij vergelijking’ genoemd.154 Dit systeem controleert de aangegeven winst aan de hand van ten minste drie soortgelijke belastingplichtigen. Het oorspronkelijke doel van het landbouwforfait is de fiscus een controlesysteem geven om de inkomsten doelmatiger en realistischer te

controleren.155 Het aangewende kapitaal, de omzet, het aantal werklieden, de gelijkwaardige handel en de gelijkwaardige omgeving worden in acht genomen bij de vergelijking. Deze methode was lastig uitvoerbaar, omdat destijds weinig administratie beschikbaar was.

Vandaar werd naast de taxatie bij vergelijking de forfaitaire winstbepaling ingevoerd met ingang van de Wet van 13 juli 1930. Het forfait werd ingevoerd, omdat in België onvoldoende bewijskrachtige gegevens aanwezig waren op administratief vlak. Hierdoor is het lastig om te vergelijken met drie soortgelijke belastingplichtigen. Door middel van het forfait kan de winst voortaan worden vastgesteld op basis van een gemiddelde. 156 Het vaststellen van de verschuldigde belasting wordt vereenvoudigd voor belastingplichtigen die geen bewijskrachtige boekhouding bijhouden. Het huidige doel van het landbouwforfait is daarom mijn inziens het vaststellen van de verschuldigde belasting voor

belastingplichtigen die niet beschikken over een bewijskrachtige boekhouding.

150 Boeren op een kruispunt, ‘Het is niet omdat je in het landbouwforfait belastingen moet betalen, dat je in werkelijkheid ook geld verdient’, www.boerenopeenkruistpunt.be

151 Federale Overheidsdienst Financiën, Forfait landbouwer, www.minfin.fgov.be, voorwoord.

152 Federale Overheidsdienst Financiën, Handleiding inzake de forfaitaire regelingen voor het Aj 2020 - inkomsten 2019, www.minfin.fgov.be.

153 Koninklijk besluit nr. 2, met betrekking tot de vaststelling van forfaitaire grondslagen (B.S. 08.05.2013) v02.

154 Commentaar WIB 1992, nr. 342/4.

155 Commentaar WIB 1992, nr. 342/4.

156 Art. 342, § 1, WIB 1992 en Commentaar WIB 1992, nr. 342/24, 342/55.

30

§ 5.3 Voorwaarden

Het landbouwforfait (art. 342, § 1, lid 2, WIB 1992) is niet verplicht van toepassing voor de agrariër. Er kan namelijk ook gekozen worden voor de fiscale administratieve verplichtingen die voor iedereen in de personenbelasting gelden. Hierop geldt een uitzondering als de fiscus de agrariër verplicht stelt om een fiscale administratie te gaan voeren. De fiscus dient dan aan te tonen dat de werkelijk behaalde winst van de agrariër aanzienlijk hoger is dan het vastgestelde gemiddelde.157

Bij de forfaitaire winstbepaling wordt het bedrijf belast op basis van de gemiddelde winst in de desbetreffende sector.158 Deze gemiddelde winst, ook wel de semi-brutowinst (verder: SBW) genoemd, wordt vermenigvuldigd per productie-eenheid (per hectare of per zeug).159 De land- en tuinbouwers zijn niet onderworpen aan de boekhoudwetgeving en beschikken daardoor niet altijd over een bewijskrachtige boekhouding.160 De meeste landbouwers kiezen dan ook voor het forfaitaire stelstel.161 De SBW wordt voor de melkveehouder gebaseerd op het aantal liters gecommercialiseerde (verkochte) melk en de landbouwoppervlakte. Onder de landbouwoppervlakte behoort niet de grond die permanent onproductief is of braak ligt. Gedacht kan worden aan een windmolenpark.162

§ 5.4 Berekeningswijze

De SBW is het startpunt voor de berekening van de nettowinst voor de agrariërs.163 De SBW wordt beïnvloed door het gebied waarin de landbouwgrond is gelegen en door de bestemming van de oppervlakte van de landbouwgrond.164 Na de bepaling van de juiste landbouwstreek of onderafdeling van de landbouwstreek, wordt ook onderscheid gemaakt in drie SBW-brutowinstschalen per

hectare.165 Hierbij is sprake van de volgende categorieën: oppervlakte voedergewassen aangewend voor melkproductie (LM), oppervlakte voedergewassen niet aangewend voor melkproductie (LN) en andere gewone landbouwoppervlakten (AL). Er wordt met andere woorden onderscheid gemaakt in landbouwgrond bedoeld voor de productie van melk, vlees en akkerbouw.166 De berekening van de SBW voor een landbouwbedrijf vindt plaats in drie verschillende stappen.

Stap 1: oppervlakte voedergewassen aangewend voor melkproductie

Als eerste dient te worden uitgezocht of het landbouwbedrijf een inkomen behaalt uit de verkoop van melk. Het aantal liters gecommercialiseerde melk wordt gedeeld door een melkcoëfficiënt. Dit

coëfficiënt is afhankelijk van de landbouwstreek. De uitkomst hiervan is de oppervlakte

voedergewassen aangewend voor melkproductie. Indien de berekende oppervlakte hoger is dan de

157 Van der Veen, Van der Meulen & Van Bommel 2007, p. 28 en Federale Overheidsdienst Financiën, Forfait landbouwer, www.minfin.fgov.be, voorwoord.

158 Boerenbond, ‘Eerste hulp bij het invullen van je belastingaangifte’, www.boerenbond.be 2019.

159 Agripress, Ondernemen in land- en tuinbouw, (Brochure Landbouwkrediet), p. 37.

160 Landbouwleven ‘Aandachtspunten bij het invullen van de forfaitaire belastingaangifte’,

www.landbouwleven.be 2019 en Stroobandt, Bergen & Van Gijseghem, Ondernemerschap in de Vlaamse land- en tuinbouw Beleidsinstrumenten, (Departement Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel), p. 18.

161 Agripress, Ondernemen in land- en tuinbouw, (Brochure Landbouwkrediet), p. 37.

162 Federale Overheidsdienst Financiën, Forfait landbouwer, www.minfin.fgov.be, p. 20.

163 Boerenbond, ‘Wij help en jouw aangifte invullen’, www.boerenbond.be 2019.

164 Landbouwleven ‘Aandachtspunten bij het invullen van de forfaitaire belastingaangifte’,

www.landbouwleven.be 2019 en Federale Overheidsdienst Financiën, Forfait landbouwer, www.minfin.fgov.be, Bijlage 1.

165 Landbouwleven ‘Aandachtspunten bij het invullen van de forfaitaire belastingaangifte’, www.landbouwleven.be 2019 en Departement Landbouw & Visserij, ‘Landbouwstreken België’, www.lv.vlaanderen.be.

166 Federale Overheidsdienst Financiën, Forfait landbouwer, www.minfin.fgov.be, p. 7.

31 werkelijke oppervlakte van het landbouwbedrijf, wordt uitgegaan van dit hogere bedrag. Het verschil bedraagt fictieve hectare.167 De berekende oppervlakte wordt vermenigvuldigd met de

SBW-coëfficiënt die geldt voor oppervlakte aangewend voor melkproductie in de betreffende landbouwstreek.

Bij het overschrijden van 25 hectare aan oppervlakte voedergewassen aangewend voor melkproductie, moet per hectare een extra bedrag worden toegevoegd aan de SBW voor de

oppervlakte die uitkomt boven de 25 hectare. Dit bedrag is afhankelijk van de gemiddeld uitbetaalde melkprijs in dat jaar.168

Stap 2: oppervlakte voedergewassen niet aangewend voor melkproductie

Als tweede wordt het aantal hectare voor de vleesproductie berekend. De totale oppervlakte van de landbouwgrond aan ruwvoedergewassen wordt verminderd met de hiervoor berekende oppervlakte voedergewassen aangewend voor melkproductie.169

Stap 3: andere gewone landbouwoppervlakten

Als derde en laatste stap wordt het aantal hectare voor de akkerbouw berekend. De totale

oppervlakte van het gehele landbouwbedrijf wordt verminderd met de oppervlakte voedergewassen aangewend voor melkproductie en met de oppervlakte voedergewassen niet aangewend voor

melkproductie. Dit vormt het aantal hectare andere gewone landbouwoppervlakten. Dit kan uiteraard niet minder zijn dan nihil.

Nadere belastbare inkomsten en aftrekbare uitgaven

Wanneer deze stappen doorlopen zijn, moeten aan de berekende belastbare winst nog premies en overige winsten worden toegevoegd. Zo moet de zoogkoeienpremie worden opgeteld bij de SBW.

Onder de overige winsten wordt verstaan het verkopen van melk of vlees op boerenmarkten of op de hoeve. De vergoedingen voor het plaatsen van een windmolenpark vallen hier ook onder. Uiteraard mogen de bijbehorende uitgaven ook in mindering worden gebracht.170

Individueel aftrekbare kosten

Bij de bepaling van de SBW is al rekening gehouden met een aantal kosten. Deze kosten vallen binnen de aanvaardbare grenzen en zijn daardoor reeds meegenomen in de SBW. Daarnaast bestaat er een limitatieve lijst waarop individueel aftrekbare kosten zijn opgenomen die uitdrukkelijk zijn toegestaan.

Een aantal voorbeelden van deze individueel aftrekbare kosten zijn de pachtkosten van landbouwgrond, loonwerken kosten voor medicamenten aan dierenartsen.171

§ 5.5 Toetsing

Eenvoud

Door middel van het forfait is er een eenvoudigere administratie tot stand gekomen voor de

landbouwer die geen bewijskrachtige boekhouding bijhoudt. Daarnaast is het voor de fiscus eenvoudig te controleren welke belastingplichtige uitsteekt boven het gemiddelde en daardoor niet in

167 Boerenbond, ‘Wij help en jouw aangifte invullen’, www.boerenbond.be 2019.

168 Landbouwleven ‘Aandachtspunten bij het invullen van de forfaitaire belastingaangifte’, www.landbouwleven.be 2019.

169 Landbouwleven ‘Aandachtspunten bij het invullen van de forfaitaire belastingaangifte’,

www.landbouwleven.be 2019 en Federale Overheidsdienst Financiën, Forfait landbouwer, www.minfin.fgov.be, p. 9 + 28.

170 Landbouwleven ‘Aandachtspunten bij het invullen van de forfaitaire belastingaangifte’, www.landbouwleven.be 2019.

171 Federale Overheidsdienst Financiën, Forfait landbouwer, www.minfin.fgov.be, p. 24 + 37 + 49.

32 aanmerking komt voor het landbouwforfait.172 Hoewel de administratie eenvoudiger is voor de

agrariër en de fiscus, kan deze administratie nog wel in strijd zijn met de effectiviteit en de efficiëntie.

Effectiviteit

Het huidige doel van het landbouwforfait is het vaststellen van de verschuldigde belasting voor belastingplichtigen die niet beschikken over een bewijskrachtige boekhouding. Het forfait was derhalve benodigd voor een eenvoudige administratie. Vreemd genoeg kunnen de landbouwers die deelnemen aan het landbouwforfait ook kiezen voor een algemene btw-boekhouding voor de btw.

De vraag is waarom een landbouwer een forfait nodig heeft in de personenbelasting wegens het gebrek aan een bewijskrachtige boekhouding, maar wel een btw-boekhouding kan voeren. Er wordt derhalve niet voldaan aan de effectiviteit.

Daarnaast betaalt de helft van de agrariërs meer belasting dan nodig is. ”Het is niet omdat je volgens het landbouwforfait belasting moet betalen, dat je in werkelijkheid ook geld verdient.”173 Overstappen naar een boekhouding kan dan voordeel opleveren. De andere helft van de agrariërs behalen een hogere winst dan het bedrag waarover ze belasting betalen.174 De normen zijn namelijk gebaseerd op gemiddelde cijfers. Het landbouwforfait is doorgaans interessant voor bedrijven die boven het gemiddelde presteren in de desbetreffende sector. Een boekhouding bijhouden is doorgaans

interessant voor bedrijven met hogere kosten of een lagere omzet dan het gemiddelde.175 Echter, de agrariërs hebben de vrijheid om te kiezen voor het landbouwbarema of voor de boekhouding. De agrariërs kiezen naar verwachting voor de meest voordelige optie. De landbouwer haalt juist voordeel uit het landbouwforfait indien hij boven het gemiddelde zit en op basis van het gemiddelde belast wordt.176 Dit is een keuze gebaseerd op het te behalen voordeel en daardoor naar mijn mening niet in overeenstemming met de effectiviteit.

Efficiëntie

Bij de bepaling van de forfaitaire winstcijfers zijn bepaalde bedrijfsuitgaven reeds in mindering gebracht op de opbrengsten. Echter, andere uitgaven waarmee nog geen rekening is gehouden, moeten door de agrariërs zelf alsnog in mindering worden gebracht. De onderhandelde bedragen worden daardoor de SBW genoemd. Het SBW-cijfer ligt namelijk tussen de bruto- en nettowinst in. De SBW is afhankelijk van het gebied waarin de landbouwgrond is gelegen. Daarnaast speelt ook de bestemming van de oppervlakte van de landbouwgrond een rol.177 Tevens moeten de agrariërs rekening houden met verschillende vergoedingen en winsten die voortvloeien uit bijkomende activiteiten.

Het landbouwforfait is doelmatig wanneer het gewenste effect tegen zo min mogelijk kosten wordt bereikt. Naast de forfaitaire berekening moeten de land- en tuinbouwers tevens rekening houden met vergoedingen en winsten die naast de SBW in de aangifte opgenomen dienen te worden.178 Uit het voorstaande blijkt dat er nog allerlei kosten en opbrengsten moeten worden verwerkt, terwijl de regeling bedoeld is voor belastingplichtigen die niet beschikken over een bewijskrachtige

172 Agripress, Ondernemen in land- en tuinbouw, (Brochure Landbouwkrediet), p. 38.

173 Boeren op een kruispunt, ‘Het is niet omdat je in het landbouwforfait belastingen moet betalen, dat je in werkelijkheid ook geld verdient’, www.boerenopeenkruistpunt.be

174 Boeren op een kruispunt, ‘Het is niet omdat je in het landbouwforfait belastingen moet betalen, dat je in werkelijkheid ook geld verdient’, www.boerenopeenkruistpunt.be

175 Boerenbond, ‘Eerste hulp bij het invullen van je belastingaangifte’, www.boerenbond.be 2019.

176 Agripress, Ondernemen in land- en tuinbouw, (Brochure Landbouwkrediet), p. 38.

177 Landbouwleven ‘Aandachtspunten bij het invullen van de forfaitaire belastingaangifte’,

www.landbouwleven.be 2019 en Federale Overheidsdienst Financiën, Forfait landbouwer, www.minfin.fgov.be, Bijlage 1.

178 Landbouwleven ‘Aandachtspunten bij het invullen van de forfaitaire belastingaangifte’, www.landbouwleven.be 2019

33 boekhouding. Er wordt naar mijn mening niet voldaan aan de effectiviteit. Dit heeft tot gevolg dat de efficiëntie ook niet wordt gewaarborgd.

Eerlijkheid

Naast de bovenstaande criteria voldoet de regeling naar mijn mening wel aan de eerlijkheid. In België kunnen verschillende beroepen ervoor kiezen om geen boekhouding te voeren en gebruik te maken van een forfaitaire winstbepaling. Zo bestaan er forfaitaire grondslagen voor de volgende beroepen:

bakker, kleinhandelaar in voedingsmiddelen, slager, kleinhandelaar in kranten en tijdschriften, caféhouder, exploitant van een frietkraam, heren- en dameskapper, aspergeteler, boomkweker, kalvermester en de land- en tuinbouwer.179 Zo worden bijvoorbeeld de forfaitaire ontvangsten uit de verkoop van frieten bepaald door het aantal geschilde aardappelen te vermenigvuldigen met een standaardbedrag. Deze forfaitaire grondslagen zijn tevens slechts van toepassing bij een gebrek aan een bewijskrachtige boekhouding.180

§ 5.6 Voordelen

Er is steeds meer informatie beschikbaar over de prijzen in de landbouwsector. Het landbouwbarema bereikt daarmee daadwerkelijk het gemiddelde en daardoor neemt het te behalen voordeel bij de landbouwers af. 181 Daarnaast is het een voordeel dat België meer forfaitaire winstbepalingen kent voor andere beroepen.

§ 5.7 Samenvatting en tussenconclusie

In België kunnen verschillende beroepen de keuze maken om geen boekhouding te voeren en gebruik te maken van een forfaitaire winstbepaling. Zo bestaan er forfaitaire grondslagen voor de volgende beroepen: bakker, kleinhandelaar in voedingsmiddelen, slager, kleinhandelaar in kranten en tijdschriften, caféhouder, heren- en dameskapper, aspergeteler, boomkweker, kalvermester en de land- en tuinbouwer.

Het forfait voor de land- en tuinbouwer wordt het landbouwforfait genoemd. Dit is een vereenvoudigd systeem om de belastbare winst te bepalen voor de agrariër die niet beschikt over een bewijskrachtige boekhouding. Het huidige doel van het landbouwforfait is dan ook het vaststellen van de

verschuldigde belasting voor belastingplichtigen die niet beschikken over een bewijskrachtige boekhouding.

De agrariërs worden belast volgens de gemiddelde rendementen die in de betreffende sector worden behaald. Bij de bepaling van de forfaitaire winstcijfers zijn bepaalde bedrijfsuitgaven reeds in

mindering gebracht op de opbrengsten, maar andere uitgaven moeten de agrariërs zelf nog in mindering brengen.

De agrariër kan kiezen tussen het landbouwforfait en de fiscale administratieve verplichtingen die voor iedereen gelden in de personenbelasting. Vreemd genoeg kunnen de landbouwers die deelnemen aan het landbouwforfait, ook kiezen voor een btw-boekhouding.

179 Federale Overheidsdienst Financiën, Forfait landbouwer, www.minfin.fgov.be.

180 Federale Overheidsdienst Financiën, Exploitant van frietkraam, www.minfin.fgov.be.

181 Van der Veen, Van der Meulen & Van Bommel 2007, p. 86-87.

34

In document Een rechtsvergelijkend onderzoek naar de fiscale regelingen voor de landbouwers in Nederland en België (pagina 29-34)