Inleiding

In document AAN DE HAND VAN 4 US ER STORIES (pagina 10-13)

10

1. INLEIDING

1.1 VOORGESCHIEDENIS

Samen met de Vereniging Hogescholen en SURF, de ICT-innovatieorganisatie voor en door het hoger onderwijs, namen SIA en de HKI het initiatief om op 13 juni 2016 een sessie te

organiseren waarin de volgende vraag werd gesteld: hoe kunnen wij praktijkgericht onderzoek beter zichtbaar en herkenbaar maken? Verschillende stakeholders vanuit infrastructuur, beleid en onderzoeksondersteuning waren hierbij aanwezig. Als input voor deze bijeenkomst werd o.m. gebruik gemaakt van het essay ‘Praktijkgericht onderzoek in de etalage’ van Carola Hageman en Daan Andriessen.

Een mogelijk antwoord op deze vragen is het creëren van een nationaal platform. Uit de

werkconferentie kwam t.a.v. een dergelijk nationaal platform voor praktijkgericht onderzoek het volgende naar voren:

• Draagvlak: Er bleek draagvlak voor dit idee bij de deelnemers aan de werkconferentie.

• Behoeften gebruikers in kaart brengen: Bij het ontwikkelen van een dergelijk platform dienen de verschillende wensen en behoeften van de verschillende doelgroepen die

praktijkgericht onderzoek gebruiken en ontwikkelen in kaart te worden gebracht. Dit leidde tot de wens een vooronderzoek uit te voeren, waarin onderzocht wordt op welke wijze een platform ontwikkeld kan worden dat bijdraagt aan de zichtbaarheid, de toegankelijkheid en het delen van praktijkgericht onderzoek.

• Voortbouwen op bestaande infrastructuur: Als uitgangspunt werd daarbij geformuleerd dat wordt voortgebouwd op de verschillende reeds aanwezige platforms en dat men bij voorkeur een samenwerking zag ontstaan tussen de beheerders ervan, waardoor zij elkaar kunnen versterken, en dat er gebruik wordt gemaakt van hetgeen de bestaande platforms bieden in een overkoepelende oplossing.

Op basis hiervan hebben de Vereniging Hogescholen, Regieorgaan SIA, de HKI en SURF – in samenwerking met de Vereniging Lectoren – besloten om samen te werken aan de zichtbaarheid en ontsluiting van de resultaten van praktijkgericht onderzoek. Zij willen daarmee bijdragen aan open access van praktijkgericht onderzoek om daarmee kennisdisseminatie, kenniscirculatie en kenniscocreatie te bevorderen. In een eerste stap hebben zij dit vooronderzoek laten uitvoeren teneinde – bij positieve uitkomsten van dit vooronderzoek - dit platform in een vervolgproject te realiseren2 .

Dit rapport bevat de resultaten van het genoemde vooronderzoek. Het vooronderzoek is uitgevoerd door Maurits van der Graaf van Pleiade Management en Consultancy, onder supervisie van een Stuurgroep met Carola Hageman (voorzitter), Jacky Bax (SIA), Jan Bakker (SURF), Dymph van Outersterp (HKI) en Daan Andriessen (Vereniging Lectoren) en begeleid door een projectgroep met Eva Woertman van SURF, Martine Teirlinck-Hermsen (HKI), Tanja Gaustad (SIA), en Pieter Moerman (VH).

2 Waarbij een goede constructie nodig is om dit platform te beheren en bekostigen.

PLEIADE MANAGEMENT EN CONSULTANCY

11 1.2 OPZET ONDERZOEK

Voor het vooronderzoek wordt als uitgangspunt (high level) user stories3 genomen om de volgende redenen:

• User stories helpen de visie op de eventueel te ontwikkelen informatie-infrastructuren te concretiseren.

• User stories faciliteren het definiëren van de behoeften van de diverse stakeholders en vergemakkelijken de communicatie met de diverse stakeholders.

• Op basis van user stories kunnen verdere ontwikkelingen van ICT-oplossingen gebaseerd worden.

De onderzoeksopzet staat kort weergegeven in tabel 1.

TABEL 1 ONDERZOEKSOPZET

1.3 TWEE FUNCTIES IN HET VIZIER

Uit interviews met beleidsmakers in de startfase van het onderzoek kwam het volgende naar voren:

• Belang van zichtbaarheid: de zichtbaarheid van praktijkgericht onderzoek is cruciaal vanuit een bestuurlijk oogpunt: er wordt publiek geld in gestopt en daarom moet het duidelijk zijn wat daarmee gebeurt. Omdat praktijkgericht onderzoek van het hbo relatief recent ontstaan is, is er nog niet een dominante publicatiecultuur ontstaan.

• Extra stimulus: de bovengenoemde zichtbaarheid is extra van belang omdat een extra financiële stimulus door de overheid aan het praktijkgericht onderzoek tot de mogelijkheden behoort. Die zichtbaarheid is daarnaast ook van groot belang voor potentiële

opdrachtgevers.

De geïnterviewden zagen globaal 2 potentiële functies voor de informatie infrastructuur rond praktijkgericht onderzoek:

• Functies voor praktijkgerichte onderzoekers onderling: daarbij gaat het om

zichtbaarheid van eigen onderzoek en expertise richting collega-onderzoekers met het doel om:

3 in de loop van het onderzoek werden de termen ‘use-cases’ en ‘user stories’ door elkaar gebruikt. Voor de eindrapportage wordt telkens ‘user story’ gebruikt.

Start

8 interviews met sleutelfiguren

Analyse bestaande documenten Ontwikkeling user stories

8 interviews lectoren

Inventarisatie huidige informatie-infrastructuur

8 interviews en deskresearch Consultatie stakeholders

3 groepsdiscussies lectoren

1 groepsdiscussie ondersteuners (repository managers e.d.)

10 interviews vertegenwoordigers werkveld Eindrapportage

PLEIADE MANAGEMENT EN CONSULTANCY

12

• Netwerken

• Kennis delen en resultaten uitwisselen; discussie en vragen

• Samenwerken: samen projecten aanvragen en/of uitvoeren

• Zichtbaarheid van het praktijkgericht onderzoek richting maatschappij (werkveld als geheel en potentiële opdrachtgevers): daarbij gaat het om:

• Netwerken

• Kennis delen en resultaten uitwisselen en impact van de resultaten op het werkveld creëren.

• Onderzoeksopdrachten verwerven

Volgens een aantal geïnterviewde beleidsmakers is er de meest behoefte aan de tweede functie.

Het is belangrijk om de impact van het praktijkgericht onderzoek aan de maatschappij te laten zien. De huidige platforms, zoals de HBO Kennisbank en POdium, worden daarvoor niet aantrekkelijk genoeg gevonden. Eén geïnterviewde stelt dat dit met name marketing en promotie betreft en dus redactionele inzet vereist.

Een belangrijk aspect is of het een algemeen platform wordt (in dat geval zou het meer een instrumentarium voor de overheid zijn) of dat de nadruk ligt op connectie met de

maatschappij/het bedrijfsleven, in welk geval een onderzoeksthema/onderwerpsgerichte aanpak mogelijk beter past.

PLEIADE MANAGEMENT EN CONSULTANCY

13

In document AAN DE HAND VAN 4 US ER STORIES (pagina 10-13)