Groente komt qua samenstelling iets meer overeen met natuurlijk fruit,

In document Voedermiddelen. Wat is voeding? (pagina 57-112)

1.3 fruit en groente

1.3 fruit en groente

Groetensoorten die die bij veel gebruik schadelijk kunnen zijn.

• Uienfamilie

• Koolfamilie

• Peulvruchten

• Solanine in aardappelen

1.3 fruit en groente

Groetensoorten die die bij veel gebruik schadelijk kunnen zijn.

• Uienfamilie – Uien

– Prei

– Bieslook – knoflook

1.3 fruit en groente

Groetensoorten die die bij veel gebruik schadelijk kunnen zijn.

• Koolfamilie – Spruiten, – sluitkool, – mosterd, – broccoli

1.3 fruit en groente

Groetensoorten die die bij veel gebruik schadelijk kunnen zijn.

• Peulvruchten – Erwten

– Bonen – Peultjes – soja

1.3 fruit en groente

Groetensoorten die die bij veel gebruik schadelijk kunnen zijn.

• Solanine in aardappelen

1.3 fruit en groente

Dierlijke producten

• Vlees

• Hele prooi

• Karkassen

• Insecten en andere ongewervelde

• vis en schaaldieren

• Melk

• eieren

1.3 dierlijke producten

Bouwstoffen van eiwitten zijn aminozuren.

Biologische waarde eiwitten dierlijke producten is hoog.

Voereiwit  afbraak tot aminozuren  opname in het dieren lichaam  opbouw lichaamseiwit.

1.3 dierlijke producten

Slecht verteerbaar eiwit:

Collageen (in botten en pezen)

Keratine (hoofdbestanddeel van haar, veren en nagels

1.3 dierlijke producten

Hoe meer de samenstelling van voereiwit lijkt op dat van het lichaamseiwit hoe hoger de biologische waarde.

De eiwitten in eieren en melk

hebben de hoogste biologische waarde.

WAAROM???????

1.3 dierlijke producten

Vlees en organen zijn arm aan veel nutriënten Voor ons betekent vlees over

het algemeen spier- of orgaanvlees

Hoog eiwitgehalte met hoge biologische waarde, maar laag in mineralenvoorziening.

1.3 dierlijke producten

1.3 dierlijke producten

Kalfsbot

1.3 dierlijke producten

1.3 dierlijke producten

Hoe vollediger het voederdier hoe beter de voederwaarde voor carnivoren

1. via de geopende buikholte eerst de organen opgegeten.

2. grote spieren in de achterhand

3. de kleinere spieren verbonden aan huid en skelet.

4. als laatst gegeten delen zijn de huid en de hersenen.

5. Uiteindelijk blijft alleen een deel van het skelet, de haren en de (voor)maaginhoud over.

1.3 dierlijke producten

Zorgvuldige omgang met dierlijke producten en de overblijfselen daarvan is belangrijk!

Dierlijke producten kunnen besmet zijn met voor de mens schadelijke bacterie

1.3 dierlijke producten

Zorgvuldige omgang met dierlijke producten en de overblijfselen daarvan is belangrijk

Resten van dierlijke prooi vormen zogenaamd artikel 3 materiaal.

1.3 dierlijke producten

Melk en eieren zijn hoogwaardige

voedermiddelen maar daarmee nog niet geschikt voor alle diersoorten

Melk is zoet van smaak  melksuiker op lactose Lactose wordt afgebroken door lactase

Oude dieren hebben geen Lactase meer.

Lactose wordt niet afgebroken  suikers in de

dikke darm  bacteriën breken suikers af  veel vetzuren  samen met onttrekking water uit de darmwand door suikers  voedingsdiarree

1.3 dierlijke producten

Kippeneieren zijn rijk aan zeer hoogwaardig eiwit en bevatten daarnaast nog essentiële vetzuren

Buitenkant maar ook de binnenkant van eieren kan besmet zijn met Salmonella

1.3 dierlijke producten

Ook voor vis geldt dat hoe completer het product is hoe hoger de voederwaarde

Vetzuren zijn in vis voornamelijk onverzadigd (omega-3 vetzuren)

Hoewel vis en vlees voor wat betreft de chemische samenstelling op het eerste gezicht grote

overeenkomsten vertonen lijkt het vanwege het verschil in vetzuursamenstelling niet verstandig een viseter vlees aan te bieden.

1.5 Vis en verwante producten

De variatie in de gehalten is ook bij vis zeer groot

Binnen dit geringe aantal bepalingen valt ook nog eens de enorme variatie in gehalten op.

1.5 Vis en verwante producten

Vitamine B1 en vitamine E verdienen extra aandacht bij het voeren van vis

Na de dood van een vis kan het enzym thiaminase actief worden. Dit is een zogenaamde antagonist, in dit geval van vitamine B1 (of thiamine)

Een antagonist in de voeding is een stof die de werking van een nutriënt tegengaat.

Hierdoor ontstaat een secundaire deficiëntie.

Daarom wordt er vrijwel altijd B1 toegevoegd

1.5 Vis en verwante producten

Vis is rijk aan onverzadigde vetzuren  Reageert gemakkelijk met zuurstof 

is oxidatie  hierdoor worden vetzuren ranzig  Ranzig vet is onsmakelijk, minder goed

Verteerbaar, mogelijk zelfs toxisch

Vit. E is een antioxidant  gaat ranzig worden van vet tegen.

1.5 Vis en verwante producten

Insecteneters bestaan niet  insecteneters eten:

• Insecten

• Spinachtige

• Kreeftachtige

• Slakken

• wormen

Zijn allemaal ongewervelden!

1.6 Insecten en andere ongewervelden

Er is een enorme variatie in ongewervelden

Er wordt echter slechts een beperkt aantal soorten ongewervelden gevoerd!

Vooral plaagdieren worden commercieel gekweekt Dit omdat deze dieren zich snel voorplanten, niet omdat ze zo voedzaam zijn!

1.6 Insecten en andere ongewervelden

Commercieel wel interessant zijn;

• Meelwormen,

• moriowormen,

• treksprinkhanen,

• krekels en

• fruitvliegen

1.6 Insecten en andere ongewervelden

Calcium is het grootste struikelblok

Ongewervelden  geen inwendig skelet maar een Exoskelet

(skelet bestaat uit een groot gedeelte uit Ca en P) Gevolg?  (extreem) lage calciumgehalte en

ongunstige calcium: fosfor verhouding.

Ideaal calcium : fosforverhouding is:

1,5 : 1 tot 2 : 1

1.6 Insecten en andere ongewervelden

Calcium en Fosfor verhouding

Alleen Ca : P verhouding regenworm is goed, Ca : P verhouding insecten is slecht

1.6 Insecten en andere ongewervelden

Dieet dat bestaat uit grotendeels insecten moet gesupplementeerd worden met Ca.

1.6 Insecten en andere ongewervelden

Hoe supplementeren?

• Buitenkant van dieren bepoederen – Nadeel, veel variatie in opname

– Watergebonden dieren kans op afspoelen

• Voedselinsecten waardevolle voeding geven  Gutlaoden.

1.6 Insecten en andere ongewervelden

De insecten die we voeren zijn opportunisten zij accepteren een veelzijdig dieet

Hierdoor is het mogelijk een zeer diverse maagvulling mee te geven.

Bruikbare producten zijn

• commerciële voeders (honden/kattenvoer, legmeel, visvoer etc.),

• diverse soorten fruit en groenten kunnen worden gebruikt

• bloemen, stuifmeel en wilde kruiden.

1.6 Insecten en andere ongewervelden

De voedingsbehoefte van ongewervelden is een grotendeels onontgonnen terrein. 

ze leven simpelweg niet lang genoeg om duidelijke gebreken te vertonen

1.6 Insecten en andere ongewervelden

Agaatslak  veel Ca nodig voor slakkenhuis

1.6 Insecten en andere ongewervelden

Gunstig Ca : P verhouding

• Regenwormen

• Slakken (geen aquatisch  waarom?)

• Kreeftachtige

Ook overschot uit dierentuincollectie kan gevoerd worden (wandelende takken, tropische

kakkerlakken).

1.6 Insecten en andere ongewervelden

Ook geschikt………Weideplankton

insecten en andere ongewervelden die met behulp van een vlindernet uit middelhoog grasland

kunnen worden weggevangen.

Uiteraard moeten deze vangsten niet naast drukke wegen gedaan worden

1.6 Insecten en andere ongewervelden

De term ‘krachtvoer’ is afkomstig uit de Veehouderij

Krachtvoeders zijn voeders met een hogere concentratie energie per kilo

Voordeel is dat dieren veel energie in een relatief klein volume krijgen aangeboden

De inhoud van maag en darmen is dus een minder beperkende factor voor de energieopname.

1.7 Krachtvoer

Cavia mix

1.7 Krachtvoer

Paardenbrok

Paardenmuesli

1.7 Krachtvoer

1.7 Krachtvoer

1.7 Krachtvoer

Gerst

1.7 Krachtvoer

Rogge

1.7 Krachtvoer

1.7 Krachtvoer

1.7 Krachtvoer

pellets of brokken

1.7 Krachtvoer

Krachtvoer is op te delen in:

Enkelvoudige krachtvoeders Samengestelde krachtvoeders

1.7 Krachtvoer

Enkelvoudige krachtvoeders

 producten die

slechts uit 1 ingrediënt bestaan

• Granen

• Olie houdende zaden

• Vlees zonder toevoegingen

Enkelvoudige voeders kunnen nooit de complete behoefte van een dier dekken zelfs als dit een

gespecialiseerde zaadeter is.

1.7 Krachtvoer

Samengestelde krachtvoeders 

zijn mengsels van meerdere (soms wel meer dan 20) ingrediënten

• evenwichtige nutriëntensamenstelling mogelijk

• Toevoeging premix mogelijk Voorbeelden:

• Zadenmengsels

• Geperste of geëxtrudeerde brokken

1.7 Krachtvoer

Persen extruderen

Bij het persen of extruderen van voer wordt

warmte gebruikt. Hierdoor worden bestanddelen van het voer vaak beter verteerbaar, worden van nature in planten aanwezige gifstoffen

onwerkzaam en bacteriën gedood

1.7 Krachtvoer

Etiket krachtvoer = wettelijk verplichting

1.7 Krachtvoer

1.7 Krachtvoer

1.7 Krachtvoer

Wees terughoudend met het gebruik van krachtvoer

Het gebruik van krachtvoer in de veehouderij is vaak heel logisch  WAAROM????

Belangrijke argumenten om krachtvoer te voeren

gehalten, waaronder die van mineralen en vitaminen zijn behoorlijk zeker

1.7 Krachtvoer

Bij dieren waar een hoog gehalte aan

plantcelwandbestanddelen noodzakelijk is in de voeding (zeg maar alle planteneters) kan

krachtvoer meestal niet bieden wat nodig is. Dit komt omdat een hoog % ruwe celstof het

produceren van een samenhangende brok vrijwel onmogelijk maakt.

1.7 Krachtvoer

Belangrijkste kenmerk krachtvoer 

Hoge energiedichtheid =

Veel energie in een klein volume

1.7 Krachtvoer

In document Voedermiddelen. Wat is voeding? (pagina 57-112)

GERELATEERDE DOCUMENTEN