De gemeente investeert en stimuleert

In document Agenda Informele Zorg en Vrijwillige inzet (pagina 25-29)

Zoals gezegd bevat voorliggende Agenda lopende en nieuwe acties. Voor wat betreft de lopende acties geeft dit hoofdstuk op hoofdlijnen inzicht in de wijze waarop de gemeente investeert in het versterken en stimuleren van informele zorg en vrijwillige inzet.

Er wordt globaal inzicht geboden in de financiën voor het versterken en stimuleren van informele zorg en vrijwillige inzet, daar waar dat apart inzichtelijk te maken is. Gebleken is echter dat vanuit de gemeente ook , en vooral, geïnvesteerd wordt op informele zorg en vrijwillige inzet als integraal onderdeel van bredere interventies en activiteiten op de domeinen Participatie, Jeugd, Zorg en Wmo zowel in capaciteit als middelen. Deze manier van investeren en stimuleren doet recht aan het inhoudelijke uitgangspunt dat informele zorg en vrijwillige inzet onderdeel uitmaakt van het bredere terrein welzijn, (jeugd)zorg en participatie.

Voor nieuwe acties is door het college jaarlijks 4 miljoen aan mantelzorgmiddelen beschikbaar gesteld.

Een verdeelvoorstel gekoppeld aan de acties uit deze agenda vindt u in het kopje Zorg.

Participatie:

Vanuit participatie zijn er geen middelen die 1 op 1 te koppelen zijn aan de agenda informele zorg en vrijwillige inzet. Wel is versterken en stimuleren van informele zorg en vrijwillige inzet integraal onderdeel van diverse interventies vanuit participatie:

Activeringsprogramma’s: Programma Meedoen Werkt, experimentenprogramma onderdeel “ impuls activering trede 1 en 2”: 3,55 miljoen euro waarbij klanten met een afstand tot de arbeidsmarkt o.a.

worden gestimuleerd om vrijwilligerswerk en andere vormen van dagbesteding te doen waarbij tegelijk een ander doel, namelijk ondersteuning bij zorgvragen wordt bereikt.

Uitvoeringskracht afdeling activering, Klantmanagement Sociale firma’s: Ondersteuningsbeleid sociale firma’s (o.a. investeringsfonds

Sociale firma’s), loonkostensubsidies, beschut werk, inzet uitvoeringskracht (apparaatskosten)

Stedelijk Bureau Social Return:

Ondersteuningsbeleid sociale firma’s (o.a. investeringsfonds Sociale firma’s), loonkostensubsidies, beschut werk, inzet uitvoeringskracht (apparaatskosten)

Afdeling Armoede Uitvoeringskracht (o.a. verbindingsfunctionarissen armoede)

Agenda Informele zorg en Vrijwillige inzet 2015 – 2017 24 Jeugd:

Ook vanuit Jeugd zin er geen middelen die 1 op 1 te koppelen zijn aan de agenda. Ook hier is sprake van financiële inzet en capaciteit op versterken en stimuleren van informele zorg en vrijwillige inzet als integraal onderdeel van andere activiteiten:

Algemeen jongerenwerk Uit dit budget (in 2015 € 195.500, in 2016 gehalveerd tot

€ 100.000) worden incidenteel bijdragen geleverd aan (nieuwe) initiatieven die bijdragen aan de prioriteiten van het Basispakket jongerenwerk, zoals wederkerigheid, het zelf activiteiten

organiseren mét de buurt en actief bijdragen als vrijwilliger voor de buurt.

budget van de voormalige AWBZ Pakketmaatregel

Uit dit budget (€ 600.000 in 2015) worden ook activiteiten als respijtzorg , Special Heroes, en ‘Vriendenkringen’ gefinancierd, die formele en informele netwerken en vrijwillige inzet aan elkaar verbinden en vaak voorzien in een niche in het bestaande (zorg)aanbod.

Prioriteit Meiden is in 2014 en 2015 een budget beschikbaar van € 140.000 o.a. voor de verbinding van formele en informele (zorg) netwerken, vooral als er stille dilemma’s spelen, door de verschillende culturen waarin veel jonge meisjes verstrikt raken.

Positie jonge mantelzorger: Samen met afdeling Zorg (middelen) wordt capaciteit ingezet op het specifiek aandacht vragen op Voortgezet Onderwijs scholen voor de positie van jonge mantelzorgers.

Stadsdelen:

Voor het versterken en stimuleren van mantelzorgondersteuning en vrijwillige inzet hebben de

stadsdelen een aantal specifieke budgetten in hun begrotingen opgenomen met dit oormerk. Daarnaast maakt het ook hier integraal onderdeel uit van hun opdrachten aan welzijns- en vrijwilligersorganisaties.

Onderstaande tabel geeft inzicht in wat de gezamenlijke stadsdelen investeren in vrijwillige inzet en mantelzorgondersteuning. Het overzicht pretendeert niet volledig te zijn, maar schetst een realistisch beeld van de investeringen door de stadsdelen. Met de stadsdelen zijn afspraken gemaakt over welke budgetten wel of niet worden toegerekend aan de verschillende onderdelen in het overzicht. Stadsdelen hebben zelf structurele middelen ten behoeve van welzijn en dragende samenleving (o.a.

bewonersinitiatieven) Daarnaast krijgen zij sinds 2012 Incidentele middelen, € 8.025.215, ter realisatie van afspraken basisvoorzieningen in de stadsdelen vanuit de brede doeluitkering Wmo. In 2015 is er door het college incidenteel 3 miljoen extra aan de stadsdelen beschikbaar gesteld ter versterking van

dragende samenleving

Korte toelichting op de onderdelen:

Vrijwillige inzet: betreft budgetten voor organisaties die met (vrijwilligers gestuurde organisaties) of voor vrijwilligers (vrijwilligers ondersteunende organisaties) werken met als doel ondersteuning, training, bemiddeling, werving. Denk hierbij aan maatjesprojecten, deskundigheidsbevordering, bemiddeling (koppelen van vrijwilligers) huisbezoeken, telefooncirkels, steunpunten voor vrijwilligers.

Mantelzorgondersteuning: betreft collectief en/of informeel ondersteuningsaanbod, bijvoorbeeld budgetten voor informele respijtzorg, mantelzorgambassadeurs, Dag van de Mantelzorger, bewustwording, trainingen, bereiken van mantelzorgers.

Jonge mantelzorgers: betreft middelen die opgenomen zijn in onderdeel mantelzorgondersteuning waarbij activiteiten gericht zijn op de bewustwording en het bereiken van jonge mantelzorgers, denk aan Week van de jonge mantelzorger of project van Markant gericht op vroegtijdig schoolverlaters.

Jeugd en jongeren: betreft middelen voor bijvoorbeeld pleinwerk, peer to peer maatjesprojecten, training van vrijwilligers, mentoraten, jonge meiden (elance)

Bewonersinitiatieven: Budgetten en middelen die stadsdelen beschikbaar hebben voor stimuleren van lokale bewoners en vrijwilligers initiatieven.

Onderdeel: Structureel: Incidenteel: Totaal:

Vrijwillige inzet 2.588.820 2.208.655 4.797.475

Mantelzorgondersteuning 389.543 696.387 1.085.930

* Jonge mantelzorgers 0 40.908 40.908

Jeugd en jongeren 541.170 132.640 673.810

Bewonersinitiatieven 2.055.983 646.000 2.701.983

* middelen jonge mantelzorgers is onderdeel van budget mantelzorgondersteuning

Naast in de tabel genoemde specifieke inzet op mantelzorgondersteuning en het versterken van de vrijwillige inzet is versterken van informele zorg en vrijwillige inzet een belangrijk integraal onderdeel van de opdrachten aan de welzijnsorganisaties in de stadsdelen. Zij hebben een bredere opdracht op gebied van volwassenen- en jongerenwerk, opbouwwerk, emancipatie en versterken eigen kracht. Een

indicatief bedrag dat representatief is voor wat er door de gezamenlijke stadsdelen op dit gebied wordt geïnvesteerd is door de stadsdeel specifieke samenstelling van budgetten op welzijn niet te geven. Wel is duidelijk dat alle stadsdelen naast een aanzienlijke structurele inzet van middelen ook jaarlijks incidenteel investeren.

Uit bovenstaande tabel wordt duidelijk dat 52 % van de middelen voor vrijwillige inzet en 64 % voor mantelzorgondersteuning incidenteel is. Op 26 mei 2015 heeft het college de brede doeluitkering Wmo incidenteel voor 2016 verlengd. De doeluitkering moet worden ingezet voor het realiseren van de afspraken uit de nota basisvoorzieningen in de stadsdelen, waar afspraken over

mantelzorgondersteuning en vrijwillige inzet onderdeel van zijn. Onderdeel van het besluit is om voor 2017 en verder de brede doeluitkering Wmo structureel beschikbaar te stellen aan de stadsdelen ter realisatie van de afspraken uit de nota basisvoorzieningen waarbij de verdeling van middelen recht doet aan de opgaven in de gebieden. Deze maatregel moet o.a. resulteren in een groter aandeel van de structurele financiering voor vrijwillige inzet en mantelzorgers.

Zorg:

Vanuit zorg worden zijn specifieke middelen beschikbaar voor het versterken van informele zorg en vrijwillige inzet. Stedelijk worden daartoe subsidies verleend op basis van de ‘Bijzondere

subsidieverordening ondersteuning Mantelzorg en Vrijwilligerswerk’ . Daarnaast zijn in 2015 incidenteel middelen beschikbaar gekomen voor extra ondersteuning van mantelzorgers en informele zorg op buurt- en wijkniveau in 22 gebieden (motie Poorter), voor het versterken van de verbinding tussen informele-formele zorg in 22 gebieden en voor het experimentenprogramma Hulp bij het Huishouden. Dit laatste programma heeft tot doel om te leren in de praktijk en te experimenteren met alternatieve vormen van Hulp in en om het huis(houden), waarbij formele en informele zorg elkaar vinden in een nieuwe aanpak, zoals met een werkleerbedrijf voor diensten aan huis, een buurtzorg community of een

boodschappenservice. Ook stelt het college gedurende de collegeperiode jaarlijks 4 miljoen beschikbaar voor de ondersteuning van Mantelzorgers. Dit naast de 4 miljoen van het mantelzorgcompliment die in per 2016 vanuit het Rijk overkomt (in 2015 was vanuit het Rijk hiervoor € 2,8 miljoen beschikbaar). Een

Agenda Informele zorg en Vrijwillige inzet 2015 – 2017 26 voorstel voor de besteding van deze rijksmiddelen wordt meegenomen in de besluitvorming rondom de inkoop en subsidies van de ambulante Zorg, dagbesteding en kortdurend verblijf voor 2016.

Ter stimulering van de samenwerking tussen formele en informele zorg wordt bij de inkoop van zorg worden afspraken gemaakt over Social Return on Investment (SROI).

In onderstaande tabel vindt u een overzicht van de specifieke budgetten die binnen zorg beschikbaar zijn voor het versterken van informele zorg en vrijwillige inzet.

‘Bijzondere subsidieverordening:

(cijfers 2015)

€ 1.835.287 voor vrijwilligerswerk

€ 1.007.414 voor mantelzorgondersteuning

€ 300.000 innovatiebudget: projectsubsidies voor zowel vrijwilligerswerk als voor mantelzorgondersteuning.

Amendement Poorter:

Stimuleringsgelden informele respijtzorg

Uit deze middelen is € 1.200.000 beschikbaar gesteld voor extra ondersteuning van mantelzorgers en informele zorg op buurt- en wijkniveau in 2015 in 22 gebieden

Amendement Poorter:

Proeftuinen Zorg in de buurt

Uit deze middelen uit 2014 is € 500.000 beschikbaar gesteld voor experimentenprogramma Hulp bij het huishouden waarvan de activiteiten in 2015 doorlopen.

Coalitiemiddelen

mantelzorgondersteuning

€ 4.ooo.ooo voor ondersteuning mantelzorgers. Dit betreft een jaarlijkse prioriteit van de coalitie. Uit deze

coalitiemiddelen is in 2015 € 1.650.000,- incidenteel geïnvesteerd in de versterking van de verbinding informele-formele zorg in wijkzorggebieden

(zie voor verdeelvoorstel voor het jaar 2016 hieronder)

Coalitiemiddelen 2016: € 4.000.000 mantelzorgondersteuning:

Voor 2016 en verder worden deze middelen ingezet voor de opgaven en acties die in de Agenda informele zorg en vrijwillige inzet zijn opgenomen voor het ondersteunen, faciliteren en ontzorgen van mantelzorgers.

Opgaven die hieronder voorgesteld worden om met deze middelen aan te pakken zijn afgestemd met een vertegenwoordiging van de maatschappelijke partners waaronder Jeugdplatform, met het Mantelzorgplatform, Cliëntenbelang, de Wmo adviesraad en de stadsdelen.

Verdeelvoorstel college prioriteit mantelzorgmiddelen 2016

1) Inzet op beter bereiken van mantelzorger met huidige aanbod € 1.000.000

In document Agenda Informele Zorg en Vrijwillige inzet (pagina 25-29)