zij door deze directe instructie en reflectie gemakkelijker de transfer maken naar andere leergebieden

In document De slimme Onderpresteerder: haal eruit wat erin zit. Een handleiding voor meer leerresultaat (pagina 104-111)

105 Higher Order thinking vraagstelling

Hogere orde denkvaardigheden (in de Engelse literatuur: higher order thinking skills) zoals beschreven in de taxonomie van Bloom verwijzen naar een categorie van leeractiviteiten die veel cognitieve verwerking vereisen. Bloom maakt een onderscheid tussen het analyseren, evalueren en creëren van kennis. Omdat deze leeractiviteiten meer cognitieve verwerking vereisen, resulteren ze meestal in een diepere verwerking van de leerstof en de verdere ontwikkeling van deze vaardigheden. Ze zijn niet eenvoudig aan te leren noch te ontwikkelen maar ze zijn een waardevolle aanwinst om in de toekomst nieuwe en moeilijkere (leer)uitdagingen tot een succes te brengen.

Stel dus vragen samen die uitnodigen om diepgaander met de leerstof aan de slag te gaan. Vraag je leerlingen om kritisch te reflecteren.

Nodig uit om verder te gaan dan het voor de handliggende.

Vat samen aan het einde van de les

Nodig leerders uit tot het samenvatten van wat aan bod is gekomen in de les. Dit kan in een paar zinnen of tot een echte leidraad leiden, afhankelijk van de beschikbare tijd. De lesgever kan hiervoor bijvoorbeeld met een richtinggevende vraag werken. Het geeft een indicatie in hoeverre de leerstof op dit moment is aangekomen of niet.

Wees creatief en laat creativiteit toe!

Strak tempo

Een groepsbegeleider heeft vat op de groep en het verloop van de les.

De activiteiten volgen elkaar snel op en ze bieden voldoende

uitdaging. In de ideale klas is geen ruimte om zich te vervelen of niets te doen. De ganse les is een actief lesgebeuren. Leerkrachten zijn beperkt in werkdagen en moeten binnen die tijd heel wat werk verrichten met hun leerlingen. Een strak plan aan een goed tempo is dus onontbeerlijk. Een wijze invulling van de tijd dringt zich op.

106

Plaats de leerder centraal

Elke les staat in teken van het leren van de deelnemer. Hoofddoel is dat deze bijleert en successen boekt. Alle media zijn hiertoe een middel, niet het doel op zich. Een goede afstemming op de noden van de deelnemers in het lesgebeuren brengt het tot een samenwerking die ook wel partnerschap kan genoemd worden. De lesgever die effectief en succesvol plant, zal oogsten dat zijn deelnemers effectief en succesvol werken en leren. De lesgever is coach en facilitator in de plaats van kennisbank.

107 Wat NIET werkt bij slimme onderpresteerders

Slimme onderpresteerders, ze weten dus niet steeds wat jij van hen verwacht om tot krachtige prestaties te komen. Een en ander heeft natuurlijk te maken met het vaak ontbreken van leerstrategieën omdat ze dit niet eerder nodig hadden. Maar mag ik hier ook een paar onderwijskwakkels de wereld uit helpen?

Ze blijven naar voren komen, de verhalen dat een leerkracht de

boodschap geeft om zijn cursus een aantal keer door te lezen, of dat je je leerstof moet opzeggen en vooral dat je veel meer moet studeren.

Lees mijn cursus 3 keer en je kent het!

Lezen is een erg vluchtige manier van onthouden. Een hoogbegaafde zal door zijn grote capaciteit om dingen te herinneren en te linken, natuurlijk een en ander onthouden. Maar dit zal enkel datgene zijn wat hem triggert. Dit kunnen details zijn, verbanden met andere zaken.

Mooi als dit als voorbereiding is op een probleemoplossend

groepswerkje. Dan ben je met je hoogbegaafde rond de tafel zeker van heel wat snelle voortgang.

Alleen als het om studie gaat, dan gaan we straks toetsen wat voor de leerkracht als voor de hand liggend wordt beschouwd. Dat vergt een methode én herhaling.

De combinatie van verschillende zintuigen en werkwijzen bezorgt je het snelste en beste leerresultaat. Ga dus noteren bij dat lezen, maak samenvattingen, vertel over je leerstof en maak oefeningen.

"Opzeggen is de beste manier van studeren

Dit is inderdaad zeker niet slecht, zo kun je immers te weten komen of je de leerstof kunt oproepen. Het is echter een latere stap in het studieproces.

Eens je een goede samenvatting hebt gemaakt, oefeningen beheerst, dan kun je beginnen opzeggen. Liefst luidop (meerdere zintuigen, weet je nog) en loop erbij rond, drum met je vingers of handen.

"

108

"Meer, harder werken en je studie zal opleveren

Slimme onderpresteerders weten niet HOE ze het moeten aanpakken, daarvoor kijken ze naar hun leerkrachten. Dit zinnetje is een lege doos! Leer hen hoe ze het moeten doen, reik aan wat je precies van hen verwacht. HELP hen op weg. Geef feedback over een geslaagde studiemethode, zo leert je leerling wat hij moet doen om een goede prestatie neer te zetten. Feedback vragen is altijd moeilijk voor jongeren, dus leerkracht, bied je dit spontaan aan?

En doe je het zo: reik aan wat de leerling kan doen om een betere prestatie neer te zetten, maak het concreet. Werk met goede voorbeelden die richting geven. Toon wat een volledig antwoord is, wijs op het belang van structuur in antwoorden formuleren (in het hoger onderwijs kun je falen op een open vraag als je heel chaotisch antwoordt). Spreek ook steeds je vertrouwen uit. En aub, heb het niet over 'domme fouten' en 'hoe is het mogelijk dat je...'

Je kwaad maken, beloningen uitloven, negeren

Deze jongere vindt het zelf ook niet leuk dat het maar niet lukt.

Hoogstens kunnen jullie je samen kwaad maken om de mislukking.

Toch zal dit er niet toe leiden dat er een volgende keer beter

gepresteerd wordt. Gebeurde dat een toevallige keer wel, dan is het niet meer dan dat, toeval.

Extrinsiek belonen, in de vorm van cadeautjes en reisjes, het werkt niet. In het slechtste geval maakt het zo afhankelijk dat er niet voor zichzelf gewerkt wordt. Daarbij maak je de jongere

hoofdverantwoordelijke van zijn eigen falen. Je zegt hiermee letterlijk dat de schuld volledig en alleen bij de leerling ligt.

Sommigen putten kracht uit het negeren. Dit kan allerlei vormen aannemen, het kan gaan van je kind niet meer aanspreken tot bij de vrienden opscheppen over het kind uit machteloosheid. Het kind heeft zijn ouders nodig om hem te steunen, steeds en altijd. Dus ook als het niet vlotjes loopt op school.

109 Samen in de paniekboot

Een aantal ouders zijn zeer stressgevoelig. Bij elk teleurstellend resultaat gaan ze doemdenken. Hun gedachten schieten jaren vooruit, waar ze het kind zonder diploma de school zien verlaten.

Er is niets dat zo snel overspringt van de ene persoon op de andere als angst. Deze energiebom steekt in geen tijd alle huisgenoten aan. In vele huizen merk je dit in examentijden, bij slimme onderpresteerders is deze nare sfeer op den duur het ganse jaar voelbaar en in

december en juni onhoudbaar.

Weet dat het gedrag van de ouder het kind spiegelt en omgekeerd.

Daarmee wil ik zeggen dat als je kind stress ervaart jij dit al snel oppikt. Ga je hier niet bewust mee om dan zal jij je zo zenuwachtig voelen en gedragen dat je op jouw beurt het kind weer aansteekt. Dit is een vicieuze cirkel waarin je op termijn enkel nog emotioneel reageert, er is immers geen ruimte meer om na te denken en

realistisch te wezen. Deze emotionele bom maakt dat je nog meer aan het doemdenken gaat. Oplossingen zijn er niet meer.

Als je weet van jezelf dat je erg gevoelig bent aan het overnemen van stress van anderen, dan kun je je hiertegen leren wapenen. Vooral binnen je gezin is dit toch wel een niet te onderschatten vaardigheid. In spannende tijden kun jij dan de nodige rust spiegelen naar je kind. Zo lang jij er blijft in geloven én dit vertrouwen ook uitgestraald krijgt naar je kind, zal het dit ook oppikken. Het kind heeft dit vertrouwen nodig om te kunnen blijven functioneren, lees werken en studeren voor school.

110

Wat wel werkt in een notedop: dé samenvatting

Doorheen dit boek kreeg je zowel achterliggende informatie als handvatten aangereikt. Om de praktijktheorie ook in mijn boek toe te passen, ben ik op zoek gegaan naar een soort van samenvatting in aanpak die jou in 1 kadertje aanreikt wat hierboven allemaal staat uitgeschreven. Ik vond die aanpak bij Van Hees en Roeyers (2014).

Meer instructie Minder instructie Minder

motivatie

De leerling is gemotiveerd, maar weet niet hoe hij het moet aanpakken

De leerkracht verheldert het curriculum, de leer- en werkstrategieën en verwachtingen

De leerling weet hoe hij het moet doen en hij is gemotiveerd.

De leerkracht houdt alle leerlingen in flow.

Meer motivatie

De leerling is niet

gemotiveerd en weet ook niet hoe hij het moet aanpakken.

De leerkracht legt eerst de focus op instructie en werk pas daarna aan het

motiveren.

De leerling weet hoe hij het moet doen, maar is niet gemotiveerd.

De leerkracht geeft aangepaste uitdaging in de taken.

111 6 tips voor de lesgever coach

In document De slimme Onderpresteerder: haal eruit wat erin zit. Een handleiding voor meer leerresultaat (pagina 104-111)