DERTIENDE TITEL

In document DE BURGERLIJKE REGTSPLEGING DE STRAFYORDERIHG (pagina 102-120)

VAR DE REGTSrLEGIKG VOOR DEN RESIDENT IN ZAKEN, WELKE O ï DE POLICIE-ROL WORDEN ArSEDAAN.

36S. De residenten zullen zoo veel mogelijk twee ma-len in elke week, op daartoe bestemde dagen, de zaken behandelen en afdoen, welke aan hunne kennisneming zijn opgedragen bij artikel 1 1 0 , en voor zoo veel den

n u . TITEL. Van de regtspleg. voor den rendent, enz. 91 resident van Batavia betreft, daarenboven bij artikel 88 van het Reglement op de regterlijke organisatie en het beleid der justitie.

369. De bedoelde zaken worden door den hoofddjaksa ingeschreven op het register, hetwelk onder de benaming van policie-rol bekend is.

De inschrijving moet behelzen de opgave vanden naam, den" onderdom zoo na mogelijk , het beroep en de woon-of verblijfplaats van den beklaagde; de vermelding van de overtreding, welke denzelven is te laste gelegd; voorfs de namen, het beroep en de woonplaats der voorloopig gehoorde getuigen , benevens den korten inhoud van der-zelver verklaringen.

370. Na, des noodig.de voorloopig afgeboorde of nieuwe getuigen (al of niet onder eede), en in allen gevalle den beklaagde te hebben ondervraagd, doet de resident uitspraak

naar bevind van zaken. . e

Van de verklaring der getuigen en de bekentenis of ontkentenis van den beklaagde, wordt aanteekening gehou-den op het register.

Bij schuldig-verklaring zal de resident den beklaagde eene aan het feit geëvenredigde straf opleggen, mits bin-nen de grenzen blijvende der bevoegdheid hem te dien aanzien bij de wettelijke bepalingen op het strafregt toe-gekend.

Van zijne beslissing geschiedt aanteekening op de poli-'cie-rol, en dezelve wordt door den resident onderteekend.

371. De uitspraken worden dadelijk ten uitvoer gelegd.

In geval van verwijzing tot eene geldboete, zal de ver-oordeelde , bij toepassing van den Jjjfsdwang , niet langer dan zes dagen in gijzeling kunnen gehouden worden.

372. In het geval voorzien bij artikel 8 9 , zullen de vorenstaande bepalingen mede worden opgevolgd door de adsistent-residenten en de djaksa's.

92 xiv. TITFX. Van de regtspl. v. d, regtbanken van omgang.

VEERTIENDE T I T E L .

VAU DE RIGTSPLEGING VOOR DE REGTBANKEN VAN OÏÏGANG.

373. De bepalingen van artikel 211 , betrekkelijk de bevoegdheid van de landraden , zijn mede van toepassing op de„regtbanken van omgang.

374. De omgaande regter zal de stukken welke hem door den resident , in voldoening aan het bepaalde bij arti-kel 8 2 , zijn toegezonden , naauwkeurig onderzoeken , en nagaan of er nog daadzaken en omstandigheden zijn, die vóór de behandeling van de zaak op de teregtzitting be-hooren te worden toegelicht of opgehelderd.

Indien dit niet het geval i s , wordt gehandeld overeen-komstig artikel 379.

Indien daarentegen de omgaande regter oordeelt, dat vóór het aanbrengen der zaak nog getuigen-verhooren, geregtelijke plaatsopnemingen, of andere daden van voor-loopig onderzoek behooren plaats te hebben , zal hij zich deswege wenden tot den resident, die gehouden zal zijn zoo spoedig mogelijk aan die aanvrage te voldoen , waar-na almede wordt gehandeld overeenkomstig het aangehaal-de artikel 379.

375. Behoudens de hiervoren omschrevene bevoegdheid van den omgaanden regter om het voorloopig onderzoek te doen aanvullen, zal hij geene zaken aan den resident mogen terugwijzen , op grond dat dezelve hem niet voor-komen vatbaar te zijn voor vervolging.

376. Indien echter de omgaande regter van oordeel i s , dat de z a a k , tot welke de hem toegezonden stukken betrekking hebben, niet tot de kennisneming van de regt-bank van omgang, maar tot die van den landraad be-hoort, zal hij zijn gevoelen, en de gronden waarop het-zelve rust,.met terugzending der stukken, aan den resi-dent schriftelijk mededeelen.

377.. Indien de resident zich daarop met de zienswijze vàn den omgaanden regter vereenigt, zal hij de zaak op de gewone wijze voor den landraad brengen.

xiv. TITEL. Van de regttpl. v. d. regtlanken van omgang. 93 In het tegenovergesteld geval zendt hij de stukken, met zijne schriftelijke bedenkingen en die van den om-gaanden regter, onverwijld aan den procureur-generaal bij het hoog-geregtshof, die zoodra mogelijk na de ontvangst, met terugzending der stukken , den regter zal aanwijzen voor welken , naar zijn oordeel, de zaak behoort gebragt te worden. . , .. . 378. De omgaande regter en de resident zijn gehou-den die aanwijzing te volgen, .behougehou-dens de verphgting van den betrokken landraad om zich onbevoegd te ver-klaren , wanneer het feit, na het onderzoek ter teregt-ritting , van dien aard blijkt te zijn , dat de zaak zijne bevoegdheid te boven gaat.

Indien de regtbank van omgang is aangewezen , en de-ze , na onderzoek als voren, mögt bevinden , dat de zaak lot de kennisneming van den landraad behoort , zal zij desniettemin uitspraak doen, overeenkomstig het bepaal-de bij artikel 3S4.

379. De stukken betrekkelijk de zaken , die voor de regtbank van omgang moeten gebragt worden , zullen van wege den omgaanden regter worden gesteld in handen van den hoofddjaksa of djaksa, om zijn ambt en pligt ta betrachten.

-380. De omgaande regter z a l , vóór zijne komst in eene residentie , den resident tijdig kennis geven van de orde waarin hij voornemens is de zaken af te doen , ten 'einde de getuigen door tusschenkomst van den resi-dent tegen den bepaalden tijd kunnen worden gedagvaard, en niet noodeloos worden opgehouden.

381. Behalve de zaken, waarvan door den resident vooraf kennis is gegeven, zal de regtbank van omgang ook nog afdoen de zaken , welke gedurende hare zitting inkomen, mits de getuigen en bewijsstukken ter bekwa-mer tijd kunnen worden voorgebragt.

382. Het jonderzoek op de teregtzitting, de raadple-ging , de beslissing, de uitspraak en de tenuitvoerlegraadple-ging geschieden volgens het bepaalde bij den elfden titel, welks voorschriften te dezen in allen deele zullen worden

opge-94 xiv. TITEL. Van de re^ispl. v. d.regtbanken van omgang, w l g d , behoudens de wijzigingen in de volgende arti-kelen vervat.

383. Indien in het geval voorzien bij artikel 306, de doodstraf was gesteld op het misdrijf waarvoor de be-klaagde het laatst te regt staat, zal die straf worden uit-gesproken , onaangezien diegene welke hij vroeger mögt hebben ondergaan.

384. Wanneer bij het onderzoek ter teregtzitting is ge-bleken, dat het feit tot de ' bevoegdheid vaa den Iandraad behoort, zal de regtbank van omgang de zaak niet der-waarts verwijzen , maar daarin zelve uitspraak doen.

385. De vonnissen van vrijspraak door de regtbank van omgang gewezen, zijn mede aan de revisie van het hoog-geregtshof onderworpen, en de vrij gesprokene beklaagden zullen inmiddels in verzekerde bewaring blijven.

386. Indien de procureur-generaal van oordeel is dat de tegen eenen vrijgesproken beklaagde bestaande bezwaren zoo gewigtig zijn, dat omtrent de schuld of onschuld van den zoodanige een nador geregtelijk onderzoek behoort plaats te hebben, zal hij, binnen tien dagen nadat de stukken in zijne handen zijn gesteld, aan het hoog-geregtshof een schriftelijk met redenen omkleed requisitoir indienen, daar-toe strekkende, dat het hof, met opschorting der uitspraak in revisie , zal bevelen, dat ter teregtzitling van de regt-bank van omgang tot zoodanig nader onderzoek zal wor-den overgegaan.

387. Het hoog-geregtshof zal, ten dage door den pre-sident tot de behandeling der zaak aangewezen, op het rapport van den tot het uitbrengen daarvan benoemden raadsheer, met zes leden over den inhoud van het requi-sitoir beraadslagen, en daarop beschikken.

388. Indien het hof oordeelt, dat er geen voldoende gronden bestaan om overeenkomstig het requisitoir van den procureur-generaal te beschikken , wordt het vonnis van vrijspraak bekrachtigd, met bevel dat de beklaagde dadelijk in vrijheid zal worden gesteld , ten ware hij om andere redenen mögt behooren in hechtenis te blijven.

Indien daarentegen het hof aich met het requisitoir van

xiv. TITEL. Van de regtspl. v. d. regthanhen van omgang. 95 den procureur-generaal vereenigt, en dien overeenkomstig beschikt, zal hetzelve bij het deswege te geven bevel-schrift de daadzaken en omstandigheden, omtrent welke een nader onderzoek wordt verlangd, en den weg langs welken het hof die daadzaken en omstandigheden tot klaar-heid wenscht gebragt te hebben, naauwkeurig omschrijven»

Dit bevelschrift wordt met de stukken aan den omgaan-den regter toegezonomgaan-den.

389. Zoodra mogelijk na de ontvangst van dit bevel-schrift , wordt door de regtbank van omgang in eene, volgens de voorschriften van den elfden titel te houden teregtzitting, tot het bevolen onderzoek overgegaan.

Indien ten gevolge van 'shofs bevelschrift eene plaatse-lijke opneming, of andere voorloopige verrigting van dien aard, moet plaats hebben , zal daartoe, vóór den tot de teregtzitting bestemden dag , worden overgegaan.

390. Binnen acht dagen na de gehouden teregtzitting, wordt het daarvan opgemaakt proces-verbaal, benevens de vroegere en de later bij het geding gevoegde stukken, door den griffier bij de regtbank van omgang aan het hoog-geregtshof ingezonden.

De zaak wordt vervolgens in de gewone vormen , op de schriftelijke conclusien van den procureur-generaal, en na gehoord verslag van den rapporteur, door het hoog-ge-regtshof, oordeelende met zes leden, behandeld en beregt.

391. Indien het hof van oordeel i s , dat de schuld van den beklaagde niet is bewezen, handelt hetzelve over-eenkomstig het bepaalde bij het eerste lid van artikel 388.

392. Indien het hof den beklaagde schuldig oordeelt, wordt het vonnis van vrijspraak vernietigd, en de beklaag-de, na schuldig-verklaring, verwezen tot de straf welke op het misdrijf is gesteld.

Wijders zullen de algemeene voorschriften omtrent de verzending van het arrest van revisie, en de tenuitvoerleg-.

ging worden opgevolgd; met dien verstande, dat in geval van veroordeeling tot de doodstraf, de verzending van het arrest geen plaats zal hebben, dan nadat door den Gouverneur-generaal zal zijn beschikt op de schriftelijke

96 xiv. TITEL. Van de regtspl. v. d. regtbanken van omgang.

aanvrage ter verkrijging van het fiat executio, door het hoog-geregtshof onder toezending der stukken gedaan.

393. Het nader onderzoek na eene plaats gehad heb-bende vrijspraak, aal door het hoog-geregtshof niet ambts-halve , maar alleen op het daartoe strekkend requisitoir van den procureur-generaal kunnen bevolen

worden-394. De inzending aan het hoog-geregtshof van de vonnissen, welke door de regtbanken van omgang zijn gewezen, geschiedt door den omgaanden regter zonder tusschenkomst van den resident. ,

Hetzelfde geldt ten aanzien der toezending van de ar-resten van revisie aan den omgaanden regter.

395. De omgaande regter zal de bij hem ingekomen arresten van revisie en de vonnissen waarop die zijn ge-vallen , onverwijld , tot bekendmaking aan den beklaagde en ter tenuitvoerlegging doen toekomen aan den resident binnen wiens residentie de beregting der zaak heeft plaats gehad.

396. Na gedane tenuitvoerlegging , worden het vonnis en het arrest van revisie door den resident teruggezonden aan den omgaanden regter, die zorg draagt, dat dezelve, met de stukken, bij het archief der regtbank van omgang worden overgelegd.

397. De inlevering der verzoekschriften om gratie, be-doeld bij artikel 322 , heeft plaats op de aldaar bepaalde wijze, doch de inzending van dezelve aan het hoog-ge-regtshof geschiedt, onder bijvoeging der stukken en van zijn advijs, door den omgaanden regter, aan wien de resi-dent zoodanige verzoekschriften onverwijld zal doen toe-komen.

V I J F T I E N D E T I T E L .

VAR HET VERVALIEN, OPHOUDEN EN IE NIET GAIN VAN VERVOI8INGER IN STRAFFEN.

398. Al wie is vrijgesproken, kan wegens hetzelfde feit niet weder in regten worden betrokken.

XV. TITEL. Van het vervallen, ophouden, ent' 67 399. Alle vervolging tot straf vervalt, of houdt op, ten gevolge van amnestie of abolitie, door den Gouver-neur-generaal verleend, krachtens artikel 20 van het Re-glement op het beleid der Regering in Nederlandsch-Indie.

' Hetzelfde heeft plaats indien de dader vóór het aanvan-gen der vervolging, of gedurende den loop van het ge-ding is overleden.

400. De bepaling van het tweede lid van het vorige artikel lijdt uitzondering, voor zoo veel aangaat het ver-haal van boete of van verbeurte van bepaalde voorwerpen, in zaken van overtreding op het stuk van 's lands midde-len en pachten.

De vordering tot betaling van boete en verbeurte van be-paalde voorwerpen , zal in die gevallen tegen de erfgena-men of vertegenwoordigers van den overledene ingesteld en voor den burgerlijken regter gebragt worden,

De behandeling , de uiispraak en de tenuitvoerlegging, zullen dezelfde zijn als in gewone burgerlijke zaken.

401. In geval de dader is overleden nadat de veroor-deeling tot straf kracht van gewijsde heeft hekomen, wor-den alle boeten en verbeurdverklaringen, uithoofde van welk misdrijf of van welke overtreding dezelve ook mog-ten zijn opgelegd, mitsgaders de kosmog-ten, op de erfgena-men of vertegenwoordigers van den overledene verhaald.

402. Indien een persoon na het plegen der daad , wel-ke tot strafvordering kan aanleiding geven , is krankzin-nig geworden , en die slaat wordt erkend door den reg-ter , die van de zaak moet kennis nemen, wordt de straf-vordering geschorst tot na de herstelling van den beklaag-d e , behoubeklaag-dens beklaag-dat beklaag-de boete en verbeurbeklaag-dverklaring bij artikel 400 vermeld , indien de beklaagde onder curatele is gesteld, tegen diens curator, of anderzins tegen zoo-danigen persoon als door den regter ter vertegenwoordi-ging van den krankzinnige zal worden aangewezen, kun-nen gevorderd worden op de bij evengenoemd artikel voor-geschreven wijze.

403. Geene schavotstraf kan worden ten uitvoer gelegd legen hem, wiens krankzinnigheid na de veroordeeling ré

7

98 xv. TiTEï,. Van het vervallen, ophouden, enz.

ontstaan, e,n door den regter, die het strafvonnis heeft geveld, is erkend.

Evenmin kan eenige schavotstraf ten uitvoer worden gelegd tegen eene zwangere vrouw.

In het eerste geval wordt de uitvoering der schavoïstraf geschorst tot na de herstelling van den krankzinnige , en in het iaatste geval tot na de bevalling van de zwangere vrouw.

Het hiervoren bepaalde omtrent krangzinnigen geldt me-Ge voor de uitvoering van de straf van rofiingslagen.

401. Aile vervolgingen en strafvorderingen ter zake van begaan misdrijf of begane overtreding, verjaren na verloop van den tijd, bij artikel 4ü6 en volgende van dezen titel bepaald.

405. De tijd van verjaring vangt aan van het ocgen-blik, dat het misdrijf of de overtreding bedreven is of in geval van vervolging , van het oogenblik der laatste gcregteLjke acte;

Niettemin zal de tijd van verjaring van het misdrijf van vaïschhfeid of van valsche munt niet vroeger beginnen te loopen, dan van het oogenblik, wa.irop van de valsche of vervakchte stukken of munt is gebruik gemaakt.

403. Door verloop van drie jaren vervallen alle ver-volgingen ter zake van overtredingen, uifgezonderd die tegen de reglementen en keuren op het stuk v»n } olicie.

De vervolgingen wegens deze laafsten vervallen door verloop van é&n jaar.

407 Door verloop van twintig jaren vervallen alle ver-volgingen van misdrijven, waartegen de doodstraf, en door verloop van vijftien jaren , die wegens misdrijven, waar-tegen de straf naast die des doods is bedreigd; de vervol-ging van alle overige misdrijven vervalt door verloop van tien jaren.

408. De straffen bij vonnis opgelegd, verjaren door het verloop van het dubbel getal j a r e n , hetwelk tot ver-jaring der vervolging zoude worden gevorderd, te reke-nen van den dag, waarop de veroordeeling kracht van ge-wijsde heeft bekomen.

Van het vervallen, ophouden, enz. 99 409. De bepalingen van artikel 404 en volgende zijn niet betrekkelijk tot hetgeen omtrent de verjaring van som-mige misdrijven of overtredingen, bij bijzondere wettelijke bepalingen , is vastgesteld. _ _

410. De ambtenaren van het openbaar ministerie en de regtcrs zullen ambtshalve op de verjaring moeten acht ge-ven , al ware het dat dezelve niet door de beklaagden wierd ingeroepen.

411. De verjaring, welke haren aanvang heeft geno-men vóór het tijdstip van de invoering van dit reglegeno-ment, zal voWns de oude wetten berekend worden.

Indien echter de tijd van verjaring volgens het tegen-woordig reglement korter mögt zijn, zal de verjaring daarbij voorgeschreven worden gevolgd.

ZESTIENDE T I T E L .

GEMENGDE BEPALINGEN.

412. De presidenten der regterlijke collégien zijn be-last met de leiding van het onderzoek op de teregtzittingen en van de beraadslaging.

Ook rust op hen de zorg voor de handhaving der goede orde op de teregtzittingen ; al wat tot dat einde door hen

wordt bevolen, zal stipteïijk en terstond worden ten uit-voer gelegd.

413. Zij die gedurende de teregtzittingen de stilte sto-ren, of teekens van goed- of afkeuring geven, of op wel-ke wijze ook geraas of beweging verwekwel-ken, en zich op

de eerste waarschuwing niet dadelijk stil houden, zullen op last van den president verwijderd worden; alles on-verminderd de geregtelijke vervolging, indien zij zich aan

eenig strafbaar feit mogten hebben schuldig gemaakt.

414. Geen regter zal mogen kennis nemen van een geding, waarbij hij persoonlijk, het zij regtstreeks , het zij zijdelings, belang heeft, of waarin zijne echtgenoot,

7 *

100 xvi. TITEL. Gemengde bepalingen.

of een zijner bloedverwanten of aangehuwden, in de reg-te linie zonder onderscheid, en in de zijdlinie tot den vierden graad ingesloten, betrokken is.

De regter, die in zoodanig geval van uitsluiting ver-keert, zal gehouden zijn zich uit eigene beweging, zon-der dat het noodig zij dat daartoe aanzoek worde gedaan door den belanghebbende, van de kennisneming der zaak te onthouden.

In geval van twijfel of verschil beslist het collegie.

Tegen deszelfs uitspraak wordt geenerhande voorziening toegelaten.

415. Wanneer op eene overtreding geene zwaardere straf is gesteld dan eene enkele geldboete , met of

zon-der verbeurdverklaring van eenige bijzonzon-dere voorwerpen, zal de beklaagde de regtsvervolging kunnen voorkomen door, met betaling van alle gemaakte regtskosten, vrijwil-lig te voldoen het maximum vaa die boete, en , in geval van bedreigde verbeurdverklaring van bijzondere voorwer-pen, door, bij notariële of ter griffie opgemaakte acte, te verklaren in de verbeuring te berusten.

De boete zal aan den tot de ontvangst derzelve bevoeg-den ambtenaar niet anders kunnen worbevoeg-den voldaan, dan op schriftelijke magtiging van den resident, aan vvien de quitantie van den tot de ontvangst bevoegden ambtenaar door den beklaagde zal mosten worden overgebragt, bin-nen den tijd bij de magtiging te behalen.

Het voorschrift van dit artikel brengt geene verandering te weeg in de bevoegdheid tot het aangaan van transac-tien, in da gevallen waarin de wettelijke verordeningen die veroorloven.

416. Voor zoo verre inlanders en daarmede gelijkge-stelde personen hunne geschillen aan de uitspraak van scheidsmannen mogten willen onderwerpen, zullen zij zich te dien aanzien hebben te gedragen naar de voorschriften van de europesche regtspleging.

417. Ieder veroordeelde tot straf zal tevens worden verwezen in de betaling der kosten van hét regtsgeding.

Alleen in geval van eene geheele vrijspraak of van

ont-i. TITEL. Gemengde bepalingen. 101 slag van alle r e g t s v e r v o ï g i n g , zullen de kosten komen ten laste van den lande.

418 D e salarissen en schadeloosstellingen, v e r s c h u l -digd aan p r a c t i z i j n s , raadslieden of verdedigers »n geval-•

m a g t i g d e n , mogen niet onder de veroordeeling m de k o s ten worden opgenomen, maar blijven steeds voor r e k e -n i -n g va-n de p a r t i j , die zich door zooda-nige-n persoo-n heeft doen bijstaan of vertegenwoordigen.

419. Vorsten , regenten of andere inlandsche grooten , k u n n e n niet als getuigen voor den regier worden geroe-pen , zonder voorafgaande magtiging van den

Gouverneur-generaal.

4 2 0 . W a n n e e r de r e g i e r , gebruik makende van de hem bij het tweede lid van artikel 14 der algemeene b e -palingen van wetgeving voor Nederlandsch-Indie toege-kende b e v o e g d h e i d , b e v e e l t , dat de in burgerlijke of in strafzaken als getuigen te hooren inlanders of daarmede gelijkgestelde personen den eed in den tempel , of eenige

4 2 0 . W a n n e e r de r e g i e r , gebruik makende van de hem bij het tweede lid van artikel 14 der algemeene b e -palingen van wetgeving voor Nederlandsch-Indie toege-kende b e v o e g d h e i d , b e v e e l t , dat de in burgerlijke of in strafzaken als getuigen te hooren inlanders of daarmede gelijkgestelde personen den eed in den tempel , of eenige

In document DE BURGERLIJKE REGTSPLEGING DE STRAFYORDERIHG (pagina 102-120)

GERELATEERDE DOCUMENTEN