Instructies voor problemen oplossen

In document GEBRUIKERSHANDLEIDING (pagina 117-0)

Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing

De takel werkt niet

De noodstopknop is geactiveerd. Deactiveer de noodstopknop.

Er is een zekering doorgeslagen.

Controleer de zekering van de hoofdstroomtoevoer. Controleer de zekering voor de stuurspanning. Zie het hoofdstuk Vervangen van de zekering voor de stuurspanning voor instructies voor het controleren of vervangen van de zekering voor de stuurspanning.

De temperatuurregeling

(optioneel) wordt geactiveerd. Laat het systeem afkoelen.

De schroeven van de klemmen van de contactor zitten los (geldt alleen voor de versie met bedrade bediening).

Draai de schroeven vast.

De hoofdschakelaar is

uitgeschakeld. Schakel de hoofdschakelaar in.

De last kan niet worden gehesen.

De takel wordt overbelast. Verminder de last.

De slipkoppeling is versleten of is niet goed afgesteld.

De slipkoppeling vervangen of afstellen. Zie voor instructies het hoofdstuk Afstellen van de slipkoppeling.

De remafstand1) bedraagt meer

dan 10 cm (3,9 inch) De remvoering is versleten.

Meet de remvoering (slijtage) en vervang indien nodig de

componenten van de rem. Zie voor instructies het hoofdstuk Controleren van de remvoering.

De richting voor hijsen of neerlaten komt niet overeen met de richting die op de bediening2) is aangegeven.

De stroomtoevoer is niet juist aangesloten.

Voor versies van takels met 3 fasen:

Verwissel de twee fasen van de stroomtoevoer.

Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing

Wanneer de last verplaatst, klinken er abnormale geluiden.

De componenten van de ketting zijn niet goed gesmeerd.

Smeer de componenten van de ketting. Zie voor instructies het hoofdstuk Smering.

De ketting is versleten.

Vervang de ketting. Zie voor

instructies het hoofdstuk Vervangen van de ketting.

Het kettingwiel of de kettinggeleider is versleten.

Vervang het kettingwiel of de kettinggeleider.

Het omkeerwiel3) is versleten. Vervang het omkeerwiel.

Voor versies van takels met 3 fasen: Er ontbreekt een fase van de stroomtoevoer (de last beweegt traag of helemaal niet).2)

Controleer de aansluiting van de drie fasen.

1) Remafstand: De afstand die de last aflegt vanaf het moment dat de richtingsknop op de bediening wordt losgelaten totdat de last volledig stopt.

2) Geldt alleen voor versies van takels met drie fasen.

3) Geldt alleen voor versies van takels met twee katrollen.

9 TRANSPORT, OPSLAG EN ONTMANTELING 9.1 Het product transporteren

Neem bij transport van het product of de componenten hiervan de volgende voorzorgsmaatregelen:

• Laad en transporteer het product voorzichtig en met gepaste methodes. Tref de juiste voorbereidingen en wees voorzichtig.

• Laad of transporteer geen producten als uw waakzaamheid of vermogen om te werken is verminderd, bijvoorbeeld door medicijnen, ziekte of letsel.

• Maak de last goed vast voor transport.

• Tijdens het laden en transporteren mag het product niet worden gekanteld of ondersteboven worden gekeerd. Het kantelen of omkeren van het product kan leiden tot het lekken van smeermiddelen.

LET OP

Bij ondeugdelijk transport kunnen belangrijke onderdelen van het product worden beschadigd. Defecten of fouten door ondeugdelijk transport vallen niet onder de garantie op het product.

9.2 Opslag van het product

Neem bij opslag van het product en de bijbehorende componenten de volgende voorzorgsmaatregelen:

• Sla het product op bij kamertemperatuur

• Sla het product op met dezelfde kant omhoog als tijdens normaal gebruik

• Bescherm het product tegen stof en vocht

• Bescherm het product bij opslag buiten tegen slechte weersomstandigheden

LET OP

Bij ondeugdelijke opslag kunnen belangrijke onderdelen van het product beschadigd raken. Defecten of fouten door ondeugdelijke opslag vallen niet onder de garantie op het product.

9.3 Instructies voor ontmantelen 9.3.1 Veiligheid tijdens ontmantelen

Volg deze veiligheidsinstructies als het product moet worden ontmanteld:

• Volg de veiligheidsmaatregelen voor het ontmantelen van het product. Volg bijvoorbeeld de valbeveiligingsprocedures bij het werken op hoogte. Het ontmantelen van het product mag uitsluitend door ervaren onderhoudspersoneel worden uitgevoerd.

• De exploitant van het product wijst een verantwoordelijke persoon voor de ontmantelingsprocedure. Deze persoon geeft instructies en bewaakt het proces.

• Alle bedieningsorganen moeten in de stand OFF (UIT) worden gezet en

scheidingsschakelaars moeten worden geopend. Vóór aanvang van de ontmanteling moet de hoofdschakelaar worden uitgeschakeld en het product elektrisch worden geïsoleerd.

• Zorg ervoor dat alle betrokken personen kennis hebben van de ontmanteling, voordat het ontmantelen begint.

• De exploitant moet onbevoegde personen en omstanders op of onder de werklocatie weren.

Zorg dat de beveiligde zone groot genoeg is om letsel als gevolg van vallende componenten of gereedschappen te voorkomen.

• Gebruik uitsluitend veilig gereedschap en apparatuur voor het ontmantelen.

• Zorg ervoor dat de verwijderde bevestigingen en componenten niet kunnen vallen.

• Besteed aandacht aan de omgevingsomstandigheden. Demonteer het product bijvoorbeeld niet als de heersende weersomstandigheden de veiligheid in gevaar kunnen brengen.

9.3.2 Het product ontmantelen

• Demontage geschiedt in de omgekeerde volgorde van de montage. Raadpleeg de installatie-en montage-instructies voor de juiste volgorde.

• Nadat het product is ontmanteld, kan de exploitant of de voor het ontmantelen

verantwoordelijke persoon het werkgebied weer voor normaal gebruik ter beschikking stellen.

Neem contact op met de fabrikant van het product als u meer gedetailleerde aanwijzingen voor de ontmanteling nodig hebt.

Methoden voor afvalverwerking

Materiaal Methode voor afvalverwerking Metalen Recycle de metalen.

Elektronica en elektromechanisch e componenten

Sommige elektrische onderdelen kunnen als gevaarlijk afval worden behandeld.

Elektronica en elektromechanische componenten worden afzonderlijk ingezameld en gerecycled.

Batterijen Batterijen en andere componenten voor de opslag van energie kunnen gevaarlijke stoffen bevatten.

Zamel deze artikelen afzonderlijk in en recycle ze conform de lokale voorschriften.

Kunststoffen Recycle kunststof als materiaal, gebruik het voor het terugwinnen van energie of lever het af op een stortplaats.

Chemicaliën Laat chemicaliën, zoals olie, vet en andere vloeistoffen, nooit op de grond, in de bodem of in het riool terechtkomen. Sla afgewerkte olie en vet op in daarvoor bestemde containers.

Meer gedetailleerde informatie over het als afval behandelen van de chemicaliën, kan worden gevonden in het veiligheidsinformatieblad van de chemische stof. Het veiligheidsinformatieblad kan worden

opgevraagd bij de fabrikant van de chemische stof.

Verpakkingsmateri alen

Verpakkingsmaterialen, zoals kunststof, hout en karton, moeten worden hergebruikt of gerecycled.

Rubber Recycle rubber in overeenstemming met de plaatselijke voorschriften.

In document GEBRUIKERSHANDLEIDING (pagina 117-0)