Bijlage B: Wat er in de stadsdelen gebeurt

In document Agenda Informele Zorg en Vrijwillige inzet (pagina 36-41)

Beleidsmatig ligt het primaat voor het verbinden van informele en formele zorg bij de

bestuurscommissies. Zij zijn verantwoordelijk voor het versterken van de dragende samenleving en het realiseren van basisvoorzieningen in de wijken. In deze bijlage staat hoe zij dat in de

verschillende stadsdelen in praktijk brengen. Het onderstaande overzicht is gebaseerd op een ronde langs de verantwoordelijke portefeuillehouders.

Zuidoost

Zuidoost kent veel informele netwerken en maatschappelijke organisaties die een rol spelen bij het ondersteunen van mensen die zorg nodig hebben. Kerken en zelforganisaties spelen daarbij een belangrijke rol, maar ook de niet voor de hand liggende informele netwerken zoals de zogeheten

‘aflegverenigingen’. Mede daarom hecht stadsdeel Zuidoost aan een breed te interpreteren definitie van informele zorg.

De kracht van Zuidoost is dat omzien naar elkaar in de DNA van de mensen zit. Dat doen ze niet omdat het moet van de overheid, maar vanuit de morele verplichting, ingegeven door culturele en/of religieuze achtergrond. De drempel naar informele netwerken en maatschappelijke organisaties is voor hulpvragers laag. Tegelijkertijd er is veel schaamte en wantrouwen naar professionele ondersteuning.

Zuidoost heeft de laatste periode veel ingezet op het leggen van verbindingen tussen informele netwerken en maatschappelijke organisaties onderling maar ook met professionele organisaties.

Informele netwerken kennen elkaar goed, maar hebben nog onvoldoende handvatten om meer als partners gezamenlijk problemen op te pakken. Daarnaast liggen er ook nog kansen als het gaat om het versterken van de samenwerking tussen informele (zorg)netwerken en (zorg)professionals.

De focus ligt nu op het organiseren van de samenwerking:

Professionele zorgorganisaties dienen informele zorg te zien als onderdeel van hun

dienstverlening, te beginnen bij het openstellen van hun locaties voor de buurt en het verankeren van hun dienstverlening in de buurt.

Professionele zorgorganisaties dienen volwaardig partner te zijn van informele netwerken en maatschappelijke organisaties. Nu worden informele netwerken en maatschappelijke partners vaak alleen gebruikt voor de opgaven van professionele organisaties.

Vanuit de informele netwerken en maatschappelijke organisaties dienen we in te zetten op duurzame relaties voor mensen die zorg nodig hebben waarbij de inzet is dat zorgtaken niet te zwaar worden voor onder andere mantelzorgers.

Samen zorgen is het motto voor de komende periode in Zuidoost. De bestuurscommissie heeft onderzoek laten doen naar informele zorg in Zuidoost en komt nog voor de zomer met een plan van aanpak. Ook zijn er plannen voor een conferentie in het najaar.

Oost

Oost kent een actieve buurtcultuur. Er bestaan verschillende ‘communities’ rond pleinen en bijvoorbeeld van jongeren. In de Indische Buurt is men betrokken bij elkaar door familiebanden als gevolg van

migratie. Ook in Betondorp zien we een sterke sociale cohesie, ook onder bewoners met een van oudsher Nederlandse achtergrond. Verder kent Oost de ‘Buurtcoöperatie Oostelijk Havengebied’. Veel

buurtorganisaties in Oost met een vaste achterban staan al jarenlang buurtbewoners bij met raad en daad. Hun werkwijze is vaak dat degene die eerst zelf komt voor hulp daarna vrijwilliger wordt om anderen te helpen. Ook zijn er nieuwe groepen actief. In de Indische Buurt werken verschillende groepen samen in de open Alliantie Informele Zorg.

Dit thema is een van de prioriteiten van het stadsdeel, dat in april 2013 een conferentie organiseerde over informele zorg en meerdere experimentele projecten ondersteunt, zoals voor buurtverzorgsters,

vertrouwenspersonen enzovoort.

Oost zet komende tijd in op het versterken van de positie van vrijwilligers. Die dienen een gelijkwaardige status te krijgen en erkenning. Vrijwilliger ben je niet vrijblijvend, dus moet de vrijwillige inzet goed geregeld zijn met verzekeringen, contactpersonen, een vrijwilligersvergoeding (die ook gegeven kan worden in natura, bijvoorbeeld in de vorm van een computerwerkplek of een opleiding), training en ondersteuning. Er kunnen ‘functioneringsgesprekken’ worden gehouden in de vorm van coaching of supervisie. Ook kost vrijwilligerswerk geld aan overhead, waar subsidie voor wordt verstrekt. Onderzocht wordt of de Makkie (een lokaal ruilmiddel in de Indische Buurt) breder gebruikt kan worden bij diverse klusjes ook in het kader van informele zorg.

Noord

Noord kenmerkt zich door een grote diversiteit tussen buurten en bewoners. Door de komst van nieuwe wijken en ontwikkeling van bestaande buurten verandert het stadsdeel snel. Dit brengt kansen met zich mee voor de totstandkoming van nieuwe informele netwerken.

Vergeleken met andere stadsdelen zijn er in Noord minder informele netwerken en organisaties. Door de sociaaleconomische kwetsbaarheid van relatief veel bewoners in Noord is het ook de vraag, in hoeverre georganiseerd vrijwilligerswerk aansluit bij de mogelijkheden van deze bewoners. Aan de andere kant staan Noorderlingen algemeen bekend om hun mentaliteit van ‘dat lossen we zelf of met elkaar wel op’.

Deze houding is vooral in de oudere gedeelten van Noord terug te zien.

Het stadsdeel bezuinigde tijdens de vorige bestuursperiode op welzijnswerk. Diverse sociale locaties zijn gesloten. Dit eiste zijn tol, maar bracht ook positieve veranderingen met zich mee. Zo nemen bewoners nu een aantal buurthuizen zelf in beheer, met ondersteuning van het stadsdeel. De bezuinigingen brachten maatschappelijke organisaties die met of voor vrijwilligers of mantelzorgers werken ertoe om hun activiteiten beter op elkaar te laten aansluiten.

Het huidige bestuur van Noord ziet het versterken van het netwerk binnen welzijn als bestuurlijke prioriteit. Het versterken van de informele zorg en vrijwillige inzet en verbinden met formele zorg speelt hierin een belangrijke rol. Noord zet succesvol in op het stimuleren van verbindingen tussen zorg- en welzijnsorganisaties. Organisaties kennen elkaar goed en weten elkaar te vinden. Goede samenwerking is een voorwaarde voor subsidieverkrijging.

De komende periode legt Noord de nadruk op het vergroten van de rol van informele zorg binnen de bestaande netwerken, zoals rond de wijkzorgteams en Ouder- en Kindteams. Het stadsdeel kent een divers aanbod van activiteiten en initiatieven op het gebied van informele zorg en vrijwillige inzet en heeft hiervan een inventarisatie laten maken. Het stadsdeel geeft prioriteit aan het bekend en zichtbaar maken van het aanbod en het leggen van verbindingen tussen informele en formele zorg.

Noord gaat na of initiatieven extra ondersteund moeten worden, bijvoorbeeld om kwaliteit te waarborgen. Het stadsdeel stimuleert de verbinding tussen sterke en meer kwetsbare bewoners om meer informeel contact en ondersteuning te bewerkstelligen. En het organiseert samen met het veld netwerkbijeenkomsten, zoals een informele zorgmarkt, waar informele en formele (zorg-)organisaties elkaar kunnen ontmoeten.

Centrum

Dat er bezuinigingen nodig zijn is duidelijk. Maar je kan niet zomaar een professional vervangen door een aantal vrijwilligers. Werving, ondersteuning en stimulering van vrijwilligerswerk kost ook veel geld. De dragende samenleving is meer dan alleen informele zorg. Een buurvrouw die af en toe een boodschap doet is niet per direct een vrijwilliger. De samenleving is gebaat bij een verandering van instelling, het moet weer gewoon worden om hulp te vragen en hulp te bieden.

Agenda Informele zorg en Vrijwillige inzet 2015 – 2017 36 In stadsdeel Centrum bestaat een flink aantal goed functionerende ‘stadsdorpen’. De deelnemers aan deze netwerken zien zich niet als vrijwilliger. Wederkerigheid is een belangrijk onderdeel van de stadsdorpen. De vraag is hoe de stad/het stadsdeel deze initiatieven op een goede wijze kan stimuleren of ondersteunen. Het moet op eigen initiatief van de bewoners en er moet een gelijkwaardige relatie zijn, dus subsidie is niet het meest geschikte instrument.

Het stadsdeel ziet kansen in de verbetering van de functie ‘informatie en advies’. Zo zijn er heel veel voorzieningen tegen eenzaamheid, in de Jordaan al ongeveer 180. Maar weten mensen deze

voorzieningen wel te vinden? Ook is het nodig om kennis en ervaringen te delen over wat werkt en wat niet. In het voorbeeld van eenzaamheid is gebleken dat maatjesprojecten niet altijd effectief zijn, het verdrijft de eenzaamheid maar een kort moment. Veel maatjes zijn zelf maatje omdat ze zelf eenzaam zijn.

Als je weet wat werkt en wat niet, kun je daarvoor met de gehele stad – ook dat met het oog op bezuinigingen – standaarden en normen hanteren. Verder zou er een effectieve, actuele sociale kaart moeten zijn. Vraag en aanbod moet op een goede manier gekoppeld kunnen worden.

Speerpunten voor het stadsdeel zijn:

Het versterken van de eigen informatiepositie. Het verzamelen van informatie loopt nu via het welzijnsveld. Dat vertroebelt het zicht. Vanaf nu gaan de accounthouders sociaal werken in de gebieden met de opdracht verbinding te zoeken met de bestaande netwerken.

De opdracht aan het veld is integraal te werken. Dit blijkt lastig in de praktijk. Op basis van de ervaringen is begonnen met een pragmatische werkwijze waar bij de focus ligt op armoede, langer zelfstandig wonen en eenzaamheid.

Veel organisaties en bewoners die iets willen vragen vooral om locaties. Er is een heroverweging nodig, met daarbij de ervaringen die zijn opgedaan met de huizen van de wijk.

West

Eerste prioriteit in Amsterdam West is het verder ontsluiten van de Wmo-basisvoorzieningen. Daarnaast focust West onder meer op het bevorderen van onderlinge samenwerking tussen formele en informele partijen. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar de praktijk leert dat dit niet vanzelf gaat. West ziet voor zichzelf vooral een faciliterende rol daarin weggelegd: tips en tools meegeven voor duurzame

samenwerkingsafspraken en ruimtebieding.

West kent vele informele netwerken. Niet alleen actieve bewoners(groepen), maar ook kerken, moskeeën en zelforganisaties maken daar deel vanuit. Hier zit de kracht van West als het gaat om omzien naar elkaar. Het is heel belangrijk deze informele netwerken te versterken, om de samenwerking met de formele partijen te optimaliseren.

In West zijn formele partijen nog te veel gericht op formele netwerken. Het is noodzakelijk dat de formele partijen zich meer bewegen naar informele netwerken. En dan niet alleen om er iets te halen, maar ook vooral om ze iets brengen – bijvoorbeeld ruimte, ondersteuning en

deskundigheidsbevordering. Op sommige plekken in West levert samenwerking tussen informeel en formeel al veel goeds op voor bewoners: er vinden over en weer warme overdrachten plaats, waardoor bewoners optimaal ondersteund en versterkt worden. Maar er zijn ook lacunes in West waar dit verder ontwikkeld moet worden. Op het jeugddomein ligt de opgave om schoolbesturen mee te laten bewegen in het proces waarbij scholen en informele netwerken beter op elkaar kunnen aansluiten.

De feiten en cijfers, die op buurtniveau zicht geven op buurtbewoners met een specifieke hulpvraag, zijn nu nog te summier om de gewenste inzet te bepalen. West zou ondersteuning vanuit de rve OJZ kunnen gebruiken om aanvullende gegevens boven tafel te krijgen.

De sociale kaart is een goed instrument om het zicht te verbeteren op vraag en aanbod en om te verbinden. West vindt open data gewenst: gebruikers én aanbieder moeten kunnen zien waar welke voorzieningen beschikbaar zijn, wie de contactpersonen zijn en wat je er kunt doen. Alle organisaties kunnen op een vrij eenvoudige manier een format invullen om hierop zichtbaar te worden. Dit maakt het niet alleen interessant voor Google Maps maar ook voor externe partijen om hierop apps te ontwikkelen.

West vindt de rapportageformats van de Wmo-basisvoorzieningen een prima instrument, niet alleen in de communicatie met de rve maar ook als sturingsinstrument voor het management en om het

algemeen bestuur van het stadsdeel te informeren. De afdeling Zorg werkt eraan om concreter te maken wat zij doet in de realisatie van de Wmo-basisvoorzieningen.

Nieuw-West

Er zijn in Nieuw-West veel informele netwerken en mensen helpen elkaar veel. De aansluiting met professionals is gebrekkig en zou veel beter moeten. Dit leidt tot overvragen en overbelasting,

bijvoorbeeld bij jongeren die vaak ingeschakeld worden omdat de ouders de taal niet goed beheersen.

Taal is de sleutel tot verbetering van de leefomstandigheden. Taalgebrek leidt ook tot wantrouwen.

Professionals moeten aansluiten op de plekken waar mensen komen, bijvoorbeeld moskeeën. Daarbij moet creatief worden omgegaan met de scheiding tussen kerk en staat. Er is potentieel in Nieuw-West, bijvoorbeeld de grote groep betrokken vrouwen. Maak gebruik van de mogelijkheden en kansen die de groep trede 1 en 2 biedt. Er zijn genoeg ruimtes voor activiteiten Nieuw-West, zaak is om de ruimtes effectief en efficiënt te gebruiken. Nieuw-West werkt aan een smoelenboek voor de buurten. Daarin moeten ook zorgprofessionals staan met naam en telefoonnummer. Belangrijk is dat bewoners weten wie er hun gebied actief zijn, wie ze kunnen aanpreken en aan wie ze vragen kunnen stellen. Een foto is daarbij belangrijk, dan weet je bij wie je moet zijn en het verlaagt de drempel om de stap te nemen om contact te leggen.

Zuid

De toeleiding van kwetsbare bewoners naar vrijwilligerswerk is in 2014 succesvol gebleken. In 2014 zijn driekwart van de personen die aan het project hebben meegedaan aan de slag gegaan als vrijwilliger. Het gaat om 27 personen. Zij werden bijvoorbeeld gastvrouw of -heer, computerdocent of klusjesman bij de Huizen van de Wijk. De projecten samen koken/samen eten trekken gezamenlijk nu circa 350 bewoners per maaltijd. Speciaal voor maatjes is een couponboekje ontwikkeld waar de maatjes met hun cliënt naar tien evenementen in Zuid kunnen (musea, rondvaart, bioscoop). In 2015 komt het boekje twee maal uit en wordt het ook verstrekt aan mantelzorgers.

Het is belangrijk dat zorgprofessionals die contact hebben met zorgvragers een rol krijgen bij de mantelzorgondersteuning door regelmatig te vragen hoe het gaat met de mantelzorg en zo nodig door te verwijzen naar het hulpaanbod. Dat zou stedelijk moeten worden opgepakt, ook omdat de

opdrachtverlening aan Hulp bij het huishouden en wijkverpleegkundigen stedelijk loopt. We vergroten de bekendheid van mantelzorgondersteuning en vrijwilligerswerk. Uit onderzoek dat we hebben laten verrichten, blijkt dat het ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers weinig bekend is. Om de

bekendheid van mantelzorg te vergroten sluit stadsdeel Zuid in 2016 aan bij de stedelijke campagne Eén Amsterdam voor Elkaar. In het kader van een pilot 24-uurszorg is een onderzoek gedaan naar de

mogelijkheden van een logeerhuis. Dit is een gezamenlijke opdracht van stad en stadsdeel. Het stadsdeel heeft het onderzoek gefinancierd. De feitelijke realisatie ligt nu bij de stad waarbij het stadsdeel actief bezig is met de randvoorwaarden.

Het stadsdeel zet in op:

Het zo veel mogelijk stimuleren van vrijwillige inzet. Daarvoor heeft het stadsdeel een eigen campagne onder de titel: ‘Voor Elkaar in Zuid’ ingezet. Getracht wordt om de vraagverlegenheid van kwetsbare bewoners te verminderen.

Agenda Informele zorg en Vrijwillige inzet 2015 – 2017 38

Samenwerking tussen formele en informele ondersteuning, tussen zorg en welzijn, en tussen intramuraal en extramuraal op wijkniveau.

Inzet op maatjes voor 80-plussers. Voor een deel van deze doelgroep geldt dat zij niet of minder in staat zijn aan reguliere welzijnsactiviteiten deel te nemen. Een maatje die bij de ouder thuiskomt, kan uitkomst bieden.

Het toeleiden van kwetsbare bewoners naar een regulier maatschappelijk aanbod of vrijwilligerswerk. Dat vergt samenwerking tussen de Vrijwilligerscentrale en het Participatiecentrum.

Het uitbreiden van projecten samen koken/samen eten met als doel ontmoeting.

Ondersteuning van mantelzorgers met specifieke aandacht voor jonge mantelzorgers en mantelzorgers van bewoners met psychiatrische problematiek.

In document Agenda Informele Zorg en Vrijwillige inzet (pagina 36-41)

GERELATEERDE DOCUMENTEN