BEËINDIGING EN/OF VOORTZETTING DEELNEMERSCHAP

In document Pensioenreglement Anw-hiaat pensioen Stichting Pensioenfonds Pon (pagina 11-15)

1. TUSSENTIJDSE BEËINDIGING VAN HET DEELNEMERSCHAP

Indien het deelnemerschap anders dan door overlijden van de Deelnemer eindigt, dan eindigt het recht op Anw-hiaat pensioen. Dit houdt in dat het Anw-hiaat pensioen alleen tot uitkering komt als de Deelnemer tijdens deelnemerschap komt te overlijden.

2. VRIJWILLIGE VOORTZETTING DEELNEMERSCHAP 2.1 Algemene bepalingen

In geval van beëindiging van het deelnemerschap anders dan door:

• overlijden van de Deelnemer;

• overlijden van de Partner;

• Scheiding;

• bereiken Pensioenrichtdatum door de Deelnemer;

kan het deelnemerschap volledig en voor eigen rekening van de Deelnemer vrijwillig worden voortgezet. De vrijwillige voortzetting vindt plaats op verzoek van de Deelnemer, die

gewezen Werknemer wordt.

2.2 Voorwaarden voortzetting

Aan de vrijwillige voortzetting zijn de volgende cumulatieve voorwaarden verbonden:

• het Anw-hiaat pensioen moet in beginsel ongewijzigd worden voortgezet. Verbetering van het Anw-hiaat pensioen tijdens de vrijwillige voortzetting is slechts toegestaan voor zover het een collectieve verbetering betreft die primair is bedoeld voor de Werknemers van de voormalige Werkgever;

• er mag geen sprake zijn van cumulatie met een Anw-hiaat pensioenregeling van een eventuele nieuwe werkgever, de vorming van een oudedagsreserve als bedoeld in artikel 3.67 van de Wet IB 2001 of een Anw-hiaat pensioen in een beroeps- of

bedrijfstakpensioenregeling;

• de voortzetting mag niet aanvangen binnen de periode van 3 jaar voor de

Pensioenrichtdatum tenzij de voortzetter na onvrijwillig ontslag een loongerelateerde uitkering ontvangt (o.m. WW-uitkering), daadwerkelijk inkomen uit tegenwoordige arbeid geniet of als de voortzetter aannemelijk maakt dat deze om medische redenen niet in staat is inkomen uit tegenwoordige arbeid te genereren.

• de Deelnemer kan het deelnemerschap ononderbroken voortzetten gedurende ten hoogste 3 jaren direct aansluitend op de beëindiging van het verplichte deelnemerschap.

2.3 Premie voor de voortzettende Deelnemer

Gedurende de voortzettingsperiode is de voortzettende Deelnemer 100% van de pensioenpremie verschuldigd die voor hem of haar verschuldigd zou zijn als het deelnemerschap niet zou zijn beëindigd.

2.4 Einde voortzetting

De voortzetting van het deelnemerschap eindigt op het moment dat:

• de periode eindigt waarvoor de voortzetting is toegestaan;

• de Deelnemer de voortzetting wenst te beëindigen. Dit moment kan alleen in de toekomst liggen;

• de Deelnemer de Pensioenrichtdatum bereikt;

• de Deelnemer komt te overlijden;

• de Deelnemer geen Partner meer heeft;

• de verschuldigde premie niet op tijd door het Fonds is ontvangen;

• de Deelnemer elders deelneemt aan een Anw-hiaat pensioenregeling;

• de Deelnemer niet meer aan de gestelde voorwaarden voldoet.

2.5 Aanvraag voortzetting

De gewezen Werknemer moet de voortzetting binnen 9 maanden na de beëindiging van het deelnemerschap schriftelijk bij het Fonds aanvragen. De voortzetting vangt vervolgens aan op het moment waarop de dienstbetrekking van de Werknemer met de Werkgever is beëindigd.

3. VOORTZETTING DEELNEMERSCHAP BIJ ARBEIDSONGESCHIKTHEID 3.1 Voortzetting van het deelnemerschap

Als de Deelnemer tijdens het dienstverband voor 80% of meer arbeidsongeschikt wordt en recht heeft op een WIA-uitkering, dan heeft de Deelnemer recht op voortzetting van het deelnemerschap. Onder WIA-uitkering wordt in dit artikel tevens een WAO-uitkering verstaan.

Als het dienstverband van de Deelnemer is beëindigd en de Deelnemer aansluitend voor 80%

of meer arbeidsongeschikt wordt en recht heeft op een WIA-uitkering, dan heeft de Deelnemer recht op voortzetting van het deelnemerschap.

Een eventuele premievrije voortzetting van het deelnemerschap vangt pas aan op de dag dat recht ontstaat op een WIA-uitkering.

Toekomstige wijzigingen in dit Pensioenreglement die zijn aangebracht na ingang van de voortzetting gelden ook voor de in dit artikel bedoelde Deelnemers.

3.2 Hoogte van de voortzetting

De mate van premievrije voortzetting is afhankelijk van de mate van Arbeidsongeschiktheid.

De mate van Arbeidsongeschiktheid is het percentage waarvoor de Deelnemer op grond van de WIA Arbeidsongeschikt is verklaard. De mate van premievrije voortzetting wordt

gemaximeerd op de mate van Arbeidsongeschiktheid zoals die geldt bij het einde van de (resterende) dienstbetrekking. Als bij het einde van de dienstbetrekking de wachttijd in de zin van de WIA nog niet is verstreken, dan geldt het arbeidsongeschiktheidspercentage op datum einde dienstbetrekking, tenzij (later) door het UWV een lager percentage wordt vastgesteld. In dat geval geldt dit lagere percentage. De mate van premievrije voortzetting wordt gemaximeerd op basis van de onderstaande tabel:

Mate van arbeidsongeschiktheid Percentage voortzetting

80% tot 100% 100%

<80% 0%

3.3 Einde van de voortzetting

De premievrije voortzetting van het deelnemerschap in verband met Arbeidsongeschiktheid eindigt als de Deelnemer:

• de AOW-datum dan wel de eerdere ingangsdatum van het ouderdomspensioen uit hoofde van het Basis Pensioenreglement bereikt;

• revalideert tot een mate van Arbeidsongeschiktheid onder de 80%;

• niet meer aan de gestelde voorwaarden voldoet.

In het bij de laatste bullet bedoelde geval bepaalt het Bestuur de datum met ingang waarvan de premievrije deelneming eindigt.

Als de WIA-uitkering weer wordt verhoogd naar 80% of meer binnen 4 weken nadat deze was verlaagd, waardoor de Deelnemer minder dan 80% Arbeidsongeschikt was geworden, dan wordt de premievrije voorzetting geacht niet te zijn geëindigd.

3.4 Voortzetting na beëindiging deelnemerschap tijdens ziekte

De gewezen Werknemer van wie het deelnemerschap tijdens de wachttijd in de zin van de WIA (hierna te noemen: ziekte) is beëindigd, kan het deelnemerschap voortzetten op basis van III.2. Als de gewezen Werknemer vervolgens aansluitend aan de ziekte recht krijgt op een WIA-uitkering en op dat moment minimaal 80% Arbeidsongeschikt is, kan de gewezen Werknemer in aanmerking komen voor premievrije voortzetting zoals beschreven in dit artikel.

Voortzetting vanaf de beëindiging van de deelneming tijdens de wachttijd in de zin van de WIA is geen vereiste om in aanmerking te komen voor premievrije voortzetting zoals beschreven in dit artikel. De WIA-uitkering dient wel aansluitend op de wachttijd (ziekte) plaats te vinden.

Tevens is het Bestuur bevoegd aan de Partner van de hier omschreven zieke Deelnemer waarvan het dienstverband is beëindigd die vóór ingang van zijn of haar WIA-uitkering overlijdt, een Anw-hiaat pensioen toe te kennen, dat wordt vastgesteld alsof er voortzetting van het deelnemerschap was toegekend op basis van een Arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

4. WAARDEOVERDRACHT

Uitgaande waardeoverdracht

Het Anw-hiaat pensioen betreft een uitkeringsovereenkomst in de vorm van een

risicoverzekering. Bij beëindiging van het deelnemerschap komen de aanspraken op het Anw-hiaat pensioen te vervallen. Uitgaande waardeoverdracht is derhalve niet aan de orde.

Inkomende waardeoverdracht

Het is niet mogelijk om via een inkomende waardeoverdracht extra Anw-hiaat pensioenaanspraken in dekking te nemen.

5. SCHEIDING

Bij Scheiding van de Deelnemer ontstaat voor de ex-Partner geen aanspraak op Anw-hiaat pensioen. Op het moment dat de Deelnemer geen Partner meer heeft, vervalt het recht op Anw-hiaat pensioen.

6. VERLOF 6.1 Algemeen

Dit artikel heeft betrekking op het opnemen van verlof door de Deelnemer.

Voor verkrijging van pensioenaanspraken bij verlof geldt, naast de overige voorwaarden als genoemd in dit artikel, als voorwaarde dat sprake moet zijn van voortzetting van de

dienstbetrekking met de Werkgever tijdens de periode van verlof.

Tijdens alle vormen van verlof is het arbeidsongeschiktheidsrisico gedurende maximaal 18 maanden gedekt alsof er geen verlof wordt genoten.

Voor aanspraak op Anw-hiaat pensioen gedurende het verlof en de financiering hiervan wordt onderscheid gemaakt tussen sabbatsverlof en andere vormen van verlof.

6.2 Verlofvormen anders dan sabbatsverlof

Voor de Deelnemer die verlof opneemt zoals genoemd in de Wet arbeid en zorg (hieronder vallen bijvoorbeeld ouderschapsverlof, zorgverlof en geboorteverlof), anders dan

sabbatsverlof, wordt de aanspraak op Anw-hiaat pensioen ongewijzigd voortgezet. De aanspraak op Anw-hiaat pensioen blijft derhalve bestaan alsof er geen verlof wordt genoten.

De premie die gedurende de verlofperiode door de Werkgever voor de Deelnemer aan het Fonds is verschuldigd, is overeenkomstig VI en is gelijk aan de premie die direct voorafgaand aan het verlof werd afgedragen. Premiebetaling vindt derhalve plaats alsof er geen verlof wordt genoten.

6.3 Sabbatsverlof

Voor de Deelnemer die geheel sabbatsverlof (‘sabbatical’) opneemt, bestaat geen aanspraak op Anw-hiaat pensioen.

De Deelnemer kan er echter voor kiezen om het Anw-hiaat pensioen voort te zetten. De verschuldigde premie komt volledig voor rekening van de Deelnemer. De Deelnemer betaalt deze premie aan het Fonds.

De keuze voor voortzetting van het Anw-hiaat pensioen maakt de Deelnemer eenmalig schriftelijk vóór aanvang van het verlof. Deze keuze kan niet worden gewijzigd. Indien de Deelnemer geen keuze maakt, bestaat er geen aanspraak op Anw-hiaat pensioen tijdens de periode van het sabbatsverlof.

Aan de voortzetting van de deelneming tijdens de sabbatsverlofperiode is de voorwaarde verbonden dat geen cumulatie plaatsvindt met:

• een Anw-hiaat pensioen in een pensioenregeling bij een eventuele andere werkgever;

• de vorming van een oudedagsreserve als bedoeld in artikel 3.67 van de Wet IB 2001; of

• deelname aan een beroepspensioenregeling.

Ter uitvoering hiervan zal de Deelnemer moeten aantonen dat geen of in welke mate wel sprake is van de hiervoor bedoelde cumulatie. Het Fonds verlangt een door betrokkene ondertekende schriftelijke verklaring en kan indien nodig aanvullende bewijsstukken opvragen.

In document Pensioenreglement Anw-hiaat pensioen Stichting Pensioenfonds Pon (pagina 11-15)