Agrarisch Masterplan Zoetwater voor Zeeland

In document Rapport. Gualbert Oude Essink Vince Kaandorp (pagina 62-66)

Doel is het opstellen van een Agrarisch Masterplan Zoetwater voor Zeeland samen met partners uit de agribusiness-keten in Zeeland. Het Masterplan is de agrarische pijler onder het Deltaplan Zoetwater van de Provincie Zeeland en werkt aan de verbetering van de zoetwaterbeschikbaarheid in Zeeland in overleg met alle betrokken overheden

5.2.5 Zoet Zout Knooppunt, Platform voor verziltingsvraagstukken Website: https://zoetzoutknooppunt.nl/

Het Zoet Zout Knooppunt heeft als doel om verziltingsvraagstukken bespreekbaar te maken en het bewustzijn te vergroten over teruglopende beschikbaarheid van zoet water en toenemende verzilting. Daarnaast worden verbindingen gelegd tussen gebruikers, instellingen en overheden om met elkaar objectieve kennis te verzamelen en te delen. Doel is het breed ontsluiten van beschikbare (praktijk)kennis, delen praktijkervaringen en laten zien welke innovaties er zijn in de omgang met zout(er) water. Het Zoet Zout Knooppunt is een netwerkorganisatie waarbij zogenaamde regiomakelaars zorgen voor de verbindingen tussen partijen. Het heeft een landelijke insteek. Het zoetzout-knooppunt heeft subsidie voor twee jaar en wordt vooralsnog ondersteund door publieke partijen uit Noord-Holland, Noord-Nederland (Friesland en Groningen) en Zeeland. Dit knooppunt betreft zodoende een goed initiatief en is met name voor publieke partijen (provincies, waterschappen, gemeenten, etc.) die deze basiskennis benutten voor hun regionale verziltingsvraagstukken.

Het netwerk lijkt echter niet a priori bedoeld om wetenschappelijk onderzoek (zowel inhoudelijk en toegepast) te delen en beschikbaar te stellen. De uitwisseling met kennisaanbieders als universiteiten (Utrecht Universiteit, Wageningen University & Research, Vrij Universiteit Amsterdam), kennisinstituten en adviesbureaus (zoals Witteveen+Bos, Royal Haskoning en Arcadis) lijkt vooralsnog nauwelijks plaats te vinden.

Om internationaal onze kennis en kunde kunnen te delen is de huidige vorm van communicatie binnen het Zoet Zout Knooppunt mogelijk niet voldoende. Informatie is bijvoorbeeld nauwelijks toegankelijk voor de Engelstalige buitenwereld (de meeste rapporten, beschrijvingen en webinars zijn in het Nederlands). Verder zijn de behandelde studies specifiek voor de Nederlandse situatie en wordt niet tot nauwelijks aangegeven in hoeverre Nederlandse kennis over bijvoorbeeld ondergrondse waterbergingstechnieken naar andere gebieden in de wereld kan worden opgeschaald. De vraag is of dit binnen het knooppunt moet plaatsvinden of elders moet worden gerealiseerd of gefaciliteerd.

5.2.6 Nederlandse Hydrologische Vereniging Website: https://www.nhv.nu/

Activiteiten binnen de Nederlandse Hydrologische Vereniging, bijv. bijeenkomsten zoals de NHV-Najaarsbijeenkomst 2019 Zoet Zout; van kennis naar praktijk.

5.2.7 Nederlandse vakbladen

Via artikelen in Nederlandse vakbladen zoals Stromingen (onderdeel NHV) (bijv. De Louw et al., 2019), H2O (Pouwels et al., 2018) en Landschap (De Louw et al., 2015) wordt ook kennis gedeeld.

5.2.8 Enkele websites van consultants en kennisinstituten met betrekking tot de zoetwaterbeschikbaarheid ondergrond

1. http://zoetzout.deltares.nl/ of http://freshsalt.deltares.nl 2. https://www.acaciawater.com/

3. https://www.artesia-water.nl/

4. https://www.coastar.nl/

5.2.9 Interactie tussen verschillende projecten

Initiatieven worden gefinancierd vanuit verschillende (regionale) bronnen waardoor geen overzicht aanwezig is van afgeronde en lopende projecten en de meerwaarde van kruisbestuivingen niet kan worden benut. Het komt wel voor dat regelmatig dezelfde partijen zijn aangesloten zodat een bepaald kennisniveau weliswaar wordt bereikt, maar dat garandeert nog niet dat wetenschappelijke gefundeerde en innovatieve onderzoeksvoorstellen worden gehonoreerd, noch dat een bepaalde vorm van herhaling van oude concepten wordt uitgesloten of voorkomen.

Concrete voorbeelden van grote pilot projecten van de afgelopen 8-10 jaar om de zoetwaterbeschikbaarheid te vergroten zijn Spaarwater in het Noorden (Acacia Water, 2019) en GO-FRESH in de Zuidwestelijke Delta (Oude Essink et al., 2018). Beide projecten zijn bijna tegelijk begonnen, maar kennisuitwisseling, lessons learned en tips and tricks tussen beide projecten is minimaal geweest. Zo zijn in beide programma’s dezelfde hydrogeologische concepten uitgewerkt maar hebben ze een andere naam gekregen (bijvoorbeeld anti-verziltingsdrainage versus Drains2Buffer). Op bijeenkomsten zoals de Kennisdag Zoetwater of van de Nederlandse Hydrologische Vereniging worden de pilots in de projecten tijdens dezelfde sessies gecommuniceerd maar een onderlinge structurele inhoudelijke uitwisseling van kennis en kunde heeft niet voldoende plaatsgevonden. Het is wenselijk om samen grotere

stappen vooruit te zetten en te streven naar een hoger kennisniveau die ook internationaal kan worden ingezet.

5.3 Internationale kennisuitwisseling

5.3.1 Kennis ondergrondse waterberging internationaal in relatie tot Nederland

Kennis op het gebied van Managed Aquifer Recharge (MAR) / Aquifer Storage and Recovery (ASR) is in meerdere regio’s in het buitenland (zeer) goed ontwikkeld. Kennis op het gebied van ondergrondse waterberging in Australië, de Verenigde Staten, Israël en het Midden-Oosten staat op een hoog niveau omdat daar de zoetwaterbehoefte vaak nijpend is door grote zoetwatertekorten. Met David Pyne en Peter Dillon hebben respectievelijk de Verenigde Staten en Australië ervaren experts voorgebracht (Dillon, 2005; Dillon et al., 2019, 2009b; Pyne, 2005). Ook in Israël is al langdurig gedegen kennis over de hydrogeologie van het grondwatersysteem in het kustgebied aanwezig (Bear, 1972; Dagan and Bear, 1968).

In Nederland is sinds de jaren ‘50 kennis op het gebied van ondergrondse waterberging doorontwikkeld. Dit onderzoek heeft zich in samenwerking met KWR met name toegespitst op de duingebieden van de drinkwaterleidingbedrijven in het kustgebied. Op het gebied van de hydrogeochemie (van ASR systemen) behoort Nederland tot de internationale top met onderzoekers zoals Pieter Stuyfzand, (KWR, TUD, VUA, emeritaat), Jasper Griffioen (TNO, UU), Boris van Breukelen (TUD), Vincent Post, Niels Hartig (KWR); zie o.a. Stuyfzand, 1993;

Stuyfzand and Doomen, 2004; Stuyfzand and Van der Schans, 2018. Pieter Stuyfzand en Jac van der Gun zijn verder coauteurs van het review artikel “Sixty years of global progress in managed aquifer recharge” (Dillon et al., 2019).

5.3.2 Kennis delen tijdens de tweejaarlijkse conferentie Salt Water Intrusion Meetings Website: http://www.swim-site.nl/

Een belangrijk medium om internationaal kennis uit te wisselen over zoet-zout grondwater is tijdens één van de Salt Water Intrusion Meetings (SWIM). De tweejaarlijkse conferentie wordt bijgewoond door wetenschappers, consultants en watermanagers van overheden met een grote verscheidenheid aan expertises waaronder hydrogeochemie, hydro(geo)logie, geofysica, en water management. In 1968 was Prof. J.C. van Dam (TUDelft, Civiele techniek) één van de oprichters van deze Salt Water Intrusion Meetings (Post et al., 2018). De conferentie die gepland was in 2020 te San Diego, Verenigde Staten, is geannuleerd wegens covid-19 restricties.

Waren het oorspronkelijk voornamelijk Europese deelnemers, het aantal deelnemers uit andere delen van de wereld (Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Noord-Afrika, Nabije en Midden-Oosten, Azië en Australië) in de afgelopen 15 jaar sterk toegenomen. Sinds 2006 (Cagliari, Italië) is afgesproken om de SWIM afwisselend in Europa en buiten Europa te organiseren. De onderwerpen van SWIM zijn onder te verdelen in: analyse van het grondwatersysteem, monitoring, modelleren, effecten en oplossingen. De volgende thema's zijn te onderscheiden:

hydrogeochemie; geofysische monitoring; modelleren zoet-zout grondwater (grensvlakken, 2D en 3D zouttransport); de uitstroom zoet grondwater naar de zee (submarine groundwater discharge); zeespiegelstijging; maatregelen en oplossingen; operationeel zoet grondwaterbeheer en paleohydrogeologie. De meeste artikelen gepubliceerd sinds 1968 zijn beschikbaar op de website.

Traditioneel komt een relatief groot aantal deelnemers uit Nederland. Binnen de SWIM community worden ook regelmatig artikelen gepubliceerd over de stand van zaken betreffende zoet-zout grondwater op het niveau van (sub)continenten. Voorbeelden zijn: Zuid-Amerika (Bocanegra et al., 2010), Australië (Werner, 2010), Europa (Custodio, 2010), Afrika en de Verenigde Staten (Barlow and Reichard, 2010).

Andere congressen waarbij regelmatig sessies worden georganiseerd die gaan over de hydrogeologie in het kustgebied en zoet-zout grondwater in het bijzonder zijn American Geophysical Union (AGU), European Geosciences Union (EGU), International Association of Hydrogeologists (IAH), International Association of Hydrological Sciences (IAHS) en AquaConSoil (https://aquaconsoil.com/).

5.3.3 Wetenschappelijk kennisuitwisseling met het buitenland

Op het gebied van water is Nederland een gidsland. Hoe wij omgaan met het beheren en beheersen van zoet water in onze delta is op onderdelen uniek en noodgedwongen tot ontwikkeling gekomen over de eeuwen heen. Ook wat betreft zoet-zout grondwater heeft Nederland een reputatie hoog te houden. Aan de andere kant kunnen wij overigens veel leren over de manier hoe andere (aride) gebieden omgaan met (extreme) droogte (e.g., Malakoff et al., 2020).

Vanaf jaren ‘50 zijn Nederlandse ingenieurs leidend geweest bij het opslaan van voorgezuiverd oppervlaktewater in duinwaterwingebieden (Van de Ven, 1993; Venhuizen, 1975). De eerste ondergrondse waterberging (zogenaamde Aquifer Storage and Recovery systemen) zijn hier ontwikkeld (Stuyfzand, 1993). KWR (voorheen KIWA) heeft daarbij als overkoepelende kennispartner een belangrijke positie ingenomen.

Vanuit Nederland kan kennis gebracht worden naar de Small Island Developing States op het gebied van zoetwaterbeschikbaarheid en zoet-zout (grond)water management omdat op de eilanden van het Waddengebied en Zeeland in het verleden al veel onderzoek is gedaan. Onze partners én concurrenten komen uit Australië (CSIRO, Flinders University), de Verenigde Staten (USGS), Nieuw-Zeeland en Duitsland (BGR). Met name Australië, de Verenigde Staten en Nieuw-Zeeland hebben vanwege hun geografische ligging een meer natuurlijke relatie met de Small Island Developing States.

Figuur 42 laat zien dat er wereldwijd veel gebieden zijn waar in potentie problemen met zoet-zout grondwater zijn geregistreerd (rode punten) en waar mogelijk oplossingen nodig zijn om bijvoorbeeld de zoetwaterbeschikbaarheid te garanderen.

Figuur 42: Zoute grondwater voorkomens op wereldschaal (IGRAC: Van Weert et al., 2009) en geregistreerde case studies (rode punten) waar zout grondwater een probleem is (bron: Oude Essink).

In document Rapport. Gualbert Oude Essink Vince Kaandorp (pagina 62-66)