DEEL 1 Verslag van Resultaten

1 Inleiding (beschrijvend gedeelte)

1.2 Administratieve gegevens

Projectcode: 26254 Onroerend Erfgoed: 2018L159

ISSN-nummer 2406-3940

Lambertcoördinaten 1972 (EPSG:31370) Xmin: 199 813,87 m - 213 140,46 m Xmax: 199 843,65 m - 213 161,68 m

8 Archeologische evaluatie van het bodemarchief aan de Gravenstraat 73 te Dessel (provincie Antwerpen)

2 S YNTHESE ARCHEOLOGIENOTA 2018L159, ID. 10.331

2.1 S

AMENVATTING OORSPRONKELIJKE ARCHEOLOGIENOTA

Het onderzoeksgebied bevindt zich op de site van BelgoProcess, gelegen aan de Gravenstraat 73 te Dessel (provincie Antwerpen). BelgoProcess is een bedrijf dat gespecialiseerd is in de verwerking en opslag van radioactieve stoffen. De omgeving van het onderzoeksgebied is gelegen in een beveiligde zone die niet betreden kan worden zonder de nodige veiligheidstoelatingen. De werken worden voorzien in vier zones, met een totale vergunningsoppervlakte van 12.666 m². Meteen ten westen en ten zuiden van het onderzoeksgebied staan reeds gebouwen van BelgoProcess. Deze blijven in gebruik na de werkzaamheden aangezien het om een losstaande uitbreiding gaat. In ruimere zin bevindt het onderzoeksgebied zich nabij het Kanaal van Bocholt naar Herentals in het zuiden en de wei waar Graspop Metal Meeting jaarlijks plaatsvindt in het noorden.

Zone Werkzaamheden Oppervlakte

Zone 1 Ontbossing, hoofdgebouw, control room, werfweg, asfaltweg, bufferbekken, groenaanplanting, andere aanplanting (kassei, grind, …) Hier vindt het verder onderzoek plaats.

8.176 m²

Zone 2 Ontbossing 248 m²

Zone 3 Ontbossing 280 m²

Zone 4 Werfweg, werfzone 3.962 m²

Tabel 1: Overzicht van de verschillende zones binnen het onderzoeksgebied.

De werkzaamheden zullen ongeveer 12.300 m² van de totale 12.666 m² van het onderzoeksgebied in beslag nemen. Eerst en vooral dient er een ontbossing van 3.733 m² te gebeuren in zone 1, 2 en 3. In zone 1 wordt er vervolgens een werfweg van 1.400 m² aangelegd. Dan wordt verder een opslagplaats van 1.227 m² tot 0,60 m-Mv en 1,15 m-Mv (aan de muren) gerealiseerd. Ook komt er 1.080 m² aan asfaltverharding met een verwachte verstoring tot 0,50 m-Mv. De infiltratiezone heeft een oppervlakte van 180 m² en een diepte van 1,40 m-Mv. Tenslotte is er ook nog een zone van 4.090 m² waarop grasdallen, grind en gras worden gerealiseerd. Hier is, omwille van de landschapsaanpassing, een verstoring van 0,30 tot 0,40 m-Mv te verwachten. De controlekamer (33 m²) wordt op een bestaand gebouw gezet en vereist dus geen ingreep in de bodem. Aangezien de andere werkzaamheden dieper gaan dan de bestaande verstoringen zoals boomwortels (3.733 m²) en verharding, is het archeologisch erfgoed bedreigd in zone 1. In zone 2 en 3 wordt er enkel ontbossing voorzien. In zone 4 wordt een smalle werfweg van ca. 640 meter lang en 3 meter breed aangelegd, samen met een werfzone van ca.

1.422 m². De verstoring gaat hier tot 0,50 m-Mv.

Uit de bodemkaart bleek dat het onderzoeksgebied zich ter hoogte van een landduin bevindt op een uitloper van de heuvels van het Kempisch Plateau. De duinen zijn opgebouwd uit los zand dat humusarm is en op een onthoofde Podzol gelegen is. De grondsoort blijkt zeer geschikt voor dennenbomen, een soort die dan ook veel voorkomt in de Kempen. Er was tijdens de opmaak van de archeologienota niet met zekerheid geweten in welke mate het onderzoeksgebied is genivelleerd voor de site van BelgoProcess en er konden nog geen uitspraken gedaan worden over de mate van bodemverstoring. De hoogtekaart gaf alvast een zeer vlak reliëf aan met weinig tot geen potentieel voor bodemerosie. Ongeveer 30% van het onderzoeksgebied was bebost gebied.

Meldingen uit de Centrale Archeologische Inventaris gaven aan dat de omgeving een hoog potentieel heeft voor vondsten uit de prehistorie, de Metaaltijden en de Nieuwe Tijd. Romeinse sporen zijn helemaal niet aangetroffen, terwijl de middeleeuwse sporen ook eerder geconcentreerd zijn in de

9 Archeologische evaluatie van het bodemarchief aan de Gravenstraat 73 te Dessel (provincie Antwerpen) dorpscentra. De steentijdvondsten zijn voornamelijk aan de Kleine Nete aangetroffen. Hoewel er minder water aanwezig is ter hoogte van het onderzoeksgebied kan het wel degelijk zijn dat er zich archeologisch materiaal uit deze of andere periodes op onderzoeksgebied bevindt. In een nabijgelegen landschappelijke boring werd een vuursteenafslag aangetroffen, wat toch wijst op een verhoogd potentieel in deze omgeving.

Uit cartografische bronnen bleek dat het onderzoeksgebied onbebouwd is gebleven tussen de 18e en de 20e eeuw. In deze periode was de bebouwing vooral gesitueerd in de omliggende dorpen zoals Dessel en Mol. In de tweede helft van de 20e eeuw is de site van BelgoProcess ingericht en werd een klein deel van het onderzoeksgebied bebouwd met structuren die er nu nog staan. Ook is er wat verharding aangelegd. Het overgrote deel van het onderzoeksgebied bestaat echter uit bomen en gras.

Op basis van deze argumenten werd er geoordeeld dat het onderzoeksgebied een gemiddeld archeologisch potentieel heeft. Daarom werd er verder onderzoek aanbevolen in de vorm van landschappelijke boringen om de opbouw van de bodem te analyseren in een deel van zone 1 en zone 4. Een ander deel van het onderzoeksgebied werd echter vrijgegeven:

Zone 1: Het stuk van 400 m², waar geen werken plaatsvinden en de control room komt, wordt vrijgegeven.

Zone 2: Omwille van de beperkte oppervlakte (248 m²) wordt deze zone vrijgegeven omdat het kijkvenster te klein is.

Zone 3: Omwille van de beperkte oppervlakte (280 m²) wordt deze zone vrijgegeven omdat het kijkvenster te klein is.

Zone 4: De lange en smalle werfweg wordt vrijgegeven, omdat hier geen verder onderzoek mogelijk is door de beperkte breedte van de zone.

Verder onderzoek werd aanbevolen in:

Zone 1: De overige 7.816 m² is wel geschikt voor verder onderzoek.

Zone 4: De werfzone van 1.422 m² is wel geschikt voor verder onderzoek.

Figuur 1: Luchtfoto met aanduiding van het studiegebied en de vrij te geven zone (bron: ABO nv 2019)

10 Archeologische evaluatie van het bodemarchief aan de Gravenstraat 73 te Dessel (provincie Antwerpen)

2.2 A

ANVULLING OP DE ARCHEOLOGIENOTA

Nadat er reeds akte van de archeologienota genomen was, bleek uit bijkomende plannen van de opdrachtgever dat een groot deel van het gebied voor verder onderzoek (Zone 1 en Zone 4) reeds verregaand verstoord en vergraven was. In Zone 1 was het terrein genivelleerd, opgehoogd en voorzien van talrijke leidingen. Ook in Zone 4 bleken er reeds leidingen aanwezig te zijn op het stuk waar verder onderzoek voorgeschreven was. Gezien de aard van beveiliging die geldt op het terrein, kunnen hiervan weinig plannen openbaar gemaakt worden. Uit onderstaand plan blijkt echter wel de maat van verstoring.

Deze plannen ondersteunen ook de hillshade-kaart, waarop de genivelleerde bodem goed zichtbaar is. Uit dezelfde kaart blijkt echter ook dat er een klein stuk (2.400 m²) van Zone 1 mogelijk niet verstoord is. Er werd, op basis van de besloten om in deze zone wel een vervolgonderzoek uit te voeren. De overige 6.838 m² (van de totale 9.238 m²) werd vrijgegeven van verder onderzoek.

Om de bodemopbouw van het onderzoeksgebied in Zone 1 te analyseren werd een landschappelijk booronderzoek voorgesteld. Hiervan werden minstens twee boringen in de opgehoogde grond geplaatst om te verifiëren dat het effectief om een verstoorde bodem gaat in de rest van Zone 1.

Figuur 2: Landschappelijk boorplan op het hillshadekaart na bijkomende plannen (bron: ABO nv 2019)

11 Archeologische evaluatie van het bodemarchief aan de Gravenstraat 73 te Dessel (provincie Antwerpen)

3 L ANDSCHAPPELIJK BOORONDERZOEK

3.1 A

DMINISTRATIEVE GEGEVENS

Projectcode: 26254 Onroerend Erfgoed: 2019E217

ISSN-nummer 2406-3940

Lambertcoördinaten 1972 (EPSG:31370) Xmin: 199 813,87 m - 213 140,46 m Xmax: 199 843,65 m - 213 161,68 m

- Percelen: 13006F0003/00K008

13006F0003/00C008

Onderzoekstermijn Mei 2019

3.2 A

ANLEIDING VAN HET ONDERZOEK

Het verslag van resultaten van deze archeologienota kon echter geen afdoende uitspraken doen inzake het archeologisch potentieel van het bodemarchief ter hoogte van het onderzoeksgebied. Aan de hand van bestaande en ontsloten landschappelijke, archeologische, historische, iconografische en cartografische gegevens werd de kans op het aantreffen van archeologische resten echter reëel bevonden.

CAI-meldingen geven ook aan dat er een potentieel is voor archeologisch materiaal uit de prehistorie, metaaltijden en Nieuwe Tijd. In de ruimere omgeving zijn er ook sporen van de middeleeuwen, hoewel deze eerder geconcentreerd zijn in de dorpscentra. In een landschappelijke boring op een naburig perceel is zelfs een vuursteenafslag aangetroffen. De kans bestaat dan ook dat er resten en/of sporen uit deze perioden aanwezig zijn binnen het projectgebied. Het kan echter niet uitgesloten worden dat ook andere archeologische perioden vertegenwoordigd zijn.

12 Archeologische evaluatie van het bodemarchief aan de Gravenstraat 73 te Dessel (provincie Antwerpen) Landschappelijk gezien is het onderzoeksgebied op een landduin gelegen op een uitloper van de heuvels van het Kempisch Plateau. De bodemkaart geeft voor het projectgebied een mogelijk onthoofde podzol aan. De vlakke aard van het terrein en de bodemerosiekaart geven aan dat er een laag erosiepotentieel in de omgeving is. Samen kunnen ze wijzen op een mogelijks goede bewaring van het bodemarchief. Bovendien toonde een landschappelijk booronderzoek op het perceel ten westen van het projectgebied reeds een goed bewaarde bodem (A-E-B-C-profielen, A-B-C-profielen en E-B-C- profielen) aan en kwam een vuursteenafslag aan het licht wat wijst op menselijke aanwezigheid in de steentijden (Van Rooij & Van Mierlo 2017).

Zoals eerder vermeld is het onderzoeksgebied na het indienen van de archeologienota opnieuw hertekend omwille van de aanwezige verstoringen. Hierdoor beperkt het vervolgonderzoek zich tot een gebied van 2.400 m² in Zone 1, waar er normaal gezien geen ophoging of nivellering heeft plaatsgevonden. Het vervolgonderzoek had al eerste doel dan ook de bevestiging of ontkrachting van het potentieel van het onderzoeksgebied en de omliggende verstoring.

De eerste stap van dit vervolgonderzoek vormde het uitvoeren van landschappelijke boringen. Een dergelijk booronderzoek dient normaal gezien in de archeologienota opgenomen te worden.

Aangezien het terrein op dat moment nog niet toegankelijk was, dienden deze boringen in een uitgesteld traject opgenomen te worden.

3.3 D

OEL VAN HET ONDERZOEK

Het doel van het landschappelijk booronderzoek is het in kaart brengen van de bodemopbouw en bodembewaring ter hoogte van het onderzoeksgebied. Hierbij werd getracht een antwoord op onderstaande vragen te formuleren:

Ja a. Welke lithologische karakteristieken (o.a. textuur, kleur, bijmenging, watertafel, vochtigheid en overgangen) kunnen worden waargenomen?

b. Welke horizonten kunnen worden waargenomen?

c. Zijn er ontbrekende horizonten? Hoe kan dit verklaard worden?

d. Wat zeggen de sedimenten over de waterhuishouding?

e. Zijn er één of meerdere begraven bodems aanwezig?

f. Zijn er indicaties voor erosie?

g. Hoe zit de verhouding tussen het verstoorde en niet verstoorde gebied?

Nee a. Welke lithologische karakteristieken (o.a. textuur, bijmenging, kleur, watertafel, vochtigheid en overgangen) kunnen worden waargenomen?

b. Welke horizonten kunnen worden waargenomen?

c. Zijn er ontbrekende horizonten? Hoe kan dit verklaard worden?

d. Zijn er indicatoren voor de vermoede nivellering van het terrein?

a. Gaat het om een afgraving of ophoging?

b. Hoe diep of dik is de impact?

e. Wat zeggen de sedimenten over de waterhuishouding?

13 Archeologische evaluatie van het bodemarchief aan de Gravenstraat 73 te Dessel (provincie Antwerpen)

Hoofdvraag Antwoord Bijvra(a)g(en)

f. Zijn er één of meerdere begraven bodems aanwezig?

g. Zijn er indicaties voor erosie?

h. Wat is de omvang van deze anomalie?

i. Is de anomalie natuurlijk of antropogeen?

j. Welke processen hebben deze anomalie veroorzaakt?

k. Zou deze anomalie een afwezigheid van archeologische resten kunnen veroorzaken?

2. Wat is de ruimtelijke variatie in lithostratigrafische opbouw?

3. Wat is de genese en ouderdom van de aardkundige eenheden?

Op basis van de resultaten van dit booronderzoek dient er bepaald te worden of en, indien ja, welke verdere stappen er ondernomen moeten worden (archeologisch booronderzoek, proefsleuven, vrijgave, …).

14 Archeologische evaluatie van het bodemarchief aan de Gravenstraat 73 te Dessel (provincie Antwerpen)

3.4 A

FBAKENING ONDERZOEKSGEBIED

Het onderzoeksgebied bevindt zich op de site van BelgoProcess, gelegen aan de Gravenstraat 73 te Dessel (provincie Antwerpen). BelgoProcess is een bedrijf dat gespecialiseerd is in de verwerking en opslag van radioactieve stoffen. De omgeving van het onderzoeksgebied is gelegen in een beveiligde zone die niet betreden kan worden zonder de nodige veiligheidstoelatingen. Het vervolgonderzoek zal plaatsvinden op percelen: 13006F0003/00C008 en 13006F0003/00K008. Het onderzoeksgebied waar het landschappelijk booronderzoek uitgevoerd wordt heeft een oppervlakte van 2.400 m², dit is ca.

19% van het totale onderzoeksgebied.

Figuur 3: Projectgebied met de afbakening van verder onderzoek na bijkomende plannen (bron: ABO nv 2019)

3.5 O

NDERZOEKSSTRATEGIE

De landschappelijke boringen werden op 21 mei 2019 uitgezet door een bodemdeskundige van Sweco en BelgoProcess. Er was geen archeoloog aanwezig. Dit omwille van de strenge veiligheidsredenen op een gebied voor de vestiging van kerninstallaties. Het gebruik van een fototoestel was ook maar in beperkte mate toegelaten. De boringen werden geregistreerd door de bodemdeskundige en later geanalyseerd op basis van foto’s, stalen en de beschrijving.

De 8 landschappelijke boringen werden in een verspringend driehoeksgrid van ca. 24 m x 20 m geplaatst door middel van een edelmanboor met diameter 7 cm, zoals gespecifieerd in het programma van maatregelen van de bekrachtigde archeologienota. De boorprofielen werden telkens gefotografeerd, beschreven en digitaal geregistreerd.

15 Archeologische evaluatie van het bodemarchief aan de Gravenstraat 73 te Dessel (provincie Antwerpen)

Figuur 4: Landschappelijke boringen op het onderzoeksgebied (bron: ABO nv 2019)

Boring X-coördinaat Y-coördinaat Z (m-TAW)

1 199792 213208 25,37

2 199794 213231 25,12

3 199812 213193 25,22

4 199795 213254 25,41

5 199814 213218 24,94

6 199832 213182 26,61

7 199817 213242 25,12

8 199835 213206 25,30

Tabel 2: Locatie van landschappelijke boringen

16 Archeologische evaluatie van het bodemarchief aan de Gravenstraat 73 te Dessel (provincie Antwerpen)

3.6 B

ESPREKING BOORSTATEN

Hieronder worden de boorprofielen per type profiel besproken aan de hand van de foto’s en de boorstaten. De boorprofielen worden geïnterpreteerd op basis van een terugkoppeling naar de ruimere landschappelijke context en de processen die mogelijk een impact hebben gehad op de ontwikkeling van de bodemopbouw ter hoogte van het onderzoeksgebied.

Tere hoogte van het onderzoeksgebied komt er slechts één bodemtype voor. Het gaat hier om een landduin (X). Dit landtype is aanwezig in de Kempen en bestaat uit landduinen of uitgewaaide depressies. De duinen zijn opgebouwd uit los zand dat humusarm is en op een onthoofde Podzol gelegen is. De grondsoort blijkt zeer geschikt voor dennenbomen, een soort die dan ook veel voorkomt in de Kempen. Een groot deel van de site van BelgoProcess is ook gekarteerd als bebouwde zone (OB).

Hierbij is het niet meer mogelijk om de originele bodemopbouw te achterhalen. Op basis van de omliggende bodemtypes zou het hier ook kunnen gaan om een duinenlandschap en/of een (matig) natte of droge zandbodem met duidelijke ijzer en humus B horizont (Zdg, Zcg, Zeg).

Boring Bodemprofiel

Uit de boringen is gebleken dat een heel stuk van het onderzoeksgebied daadwerkelijk verstoord is.

Het gaat hier om de vier boringen die aan de rand van de ophoging gelegen zijn (boring 4, 7 en 8), en een centrale boring in het onderzoeksgebied (boring 5). Omwille van ongespecificeerde omstandigheden kon boring 6 niet uitgevoerd worden.

Boring 4 bestaat uit een Ah-horizont van ca. 1,70 m-Mv diep. Deze bruine ophogingslaag bestaat uit matig fijn en planthoudend donkerbruin zand dat op een diepte van ca. 1,25 m-Mv al vermengingen met de C-horizont vertoont. De C-horizont bestaat uit licht tot beigewit zand dat matig fijn van structuur is. Boring 5 heeft een duidelijke AC-indeling. Hierbij komt de Ah-horizont tot een diepte van 0,20 m-Mv, waarna deze overgaat in een donker- tot lichtbeige C-horizont. Ook bij boring 7 en 8 is een gelijkaardige opbouw te zien. Boring 7 vertoont een vermenging van de Ah- en C-horizont. De ophogingslaag komt tot een diepte van ca. 1,40 m-Mv. Bij boring 8 komt de donkerbruine Ah-horizont tot een diepte van 1,20 m-Mv. De C-horizont bestaat uit licht witgrijs zand met sporen van grind vanaf 1,50 m-Mv.

17 Archeologische evaluatie van het bodemarchief aan de Gravenstraat 73 te Dessel (provincie Antwerpen)

Figuur 5: Ter illustratie boring 7 foto en boorstaat (bron: ABO nv 2019)

Boring 1, 2 en 3, in het westen van het onderzoeksgebied, lijken wel nog intact te zijn. Boring 1 heeft een Ah-horizont van 0,20 meter dikte. De kleur is lichtbruin met matig fijn zand dat planthoudend is.

De B-horizont gaat tot 0,60 m-Mv diep en is meer beige van kleur. De C-horizont is dan weer meer witbeige met wat schors aanwezig op 1,25 m-Mv. Bij boring 2 reikt de Ah-horizont tot een diepte van 0,30 m-Mv, waarna een mogelijke B-horizont volgt. Deze B-horizont heeft een dikte van 0,20 meter en

18 Archeologische evaluatie van het bodemarchief aan de Gravenstraat 73 te Dessel (provincie Antwerpen) is bruinbeige van kleur. De C-horizont volgt op een diepte van 0,50 m-Mv, en is lichtbeige van kleur.

Boring 3 heeft een zeer gelijkaardige opbouw. De B-horizont reikt hier van 0,25 m-Mv tot 0,50 m-Mv.

Figuur 6: Ter illustratie boring 1 foto en boorstaat (bron: ABO nv 2019)

Er kan dus geconcludeerd worden dat het onderzoeksgebied wel degelijk verstoord is ter hoogte van de verwachte ophogingslagen (vb. boring 4, 7 en 8). De Ah-horizont gaat meteen over in een C-horizont, op een diepte tussen 0,20 m-Mv tot 1,40 m-Mv. Het gaat hier telkens om matig tot fijn zand.

Ter hoogte van boring 1, 2 en 3 is deze verstoring niet aangetroffen en zien we een mogelijke B-horizont. De boringen zijn allemaal tot 2,00 m-Mv uitgevoerd om eventueel begraven bodems onder de dekzanden te ontdekken. Dit was echter niet het geval. De Ah-horizont wordt meestal op een diepte

19 Archeologische evaluatie van het bodemarchief aan de Gravenstraat 73 te Dessel (provincie Antwerpen) tussen 0,20 m-Mv en 0,30 m-Mv afgewisseld met een B-horizont die tot 0,40 m-Mv dik is. Hierna volgt een lichtbeige tot witte C-horizont die tot 2,00 m-Mv blijft doorlopen.

Figuur 7: Locatie van de transecten (bron: ABO nv 2019)

Uit de transecten 1-2 krijgt men een beeld over de toestand van de bodemopbouw en de hoogteverloop. De interne hoogteverschil schommelt ten opzichte van de opgehoogde deel maximum 1 meter. Het is ook visueel duidelijk dat de ophoging een ingrijpend effect had op de natuurlijke bodemopbouw, waarbij de ondergrens van de ophoging de bovengrens van de verwachte archeologisch niveau overschrijdt.

20 Archeologische evaluatie van het bodemarchief aan de Gravenstraat 73 te Dessel (provincie Antwerpen)

Figuur 8: Transecten 1 en 2 (bron: ABO nv 2019)

3.6.1 C

ONCLUSIE

Het booronderzoek wees uit dat de bodemopbouw ter hoogte van het oostelijk deel van het onderzoeksgebied matig tot slecht bewaard is gebleven. Gezien de diepte van de C-horizont in het, is het mogelijk dat op sommige plaatsen de top van de C-horizont nog bewaard is gebleven. Verder is de natuurlijke opbouw verstoord tot aan / in deze C-horizont, iets wat ook al eerder ingeschat werd op basis van de hillshadekaart. Van de oorspronkelijk aanwezige B-horizont is dus niets bewaard. Hier werden uitsluitend AC-bodems waargenomen. De verstoring van de natuurlijke bodemopbouw hier is

21 Archeologische evaluatie van het bodemarchief aan de Gravenstraat 73 te Dessel (provincie Antwerpen) waarschijnlijk het gevolg van het afgraven en nivelleren van het terrein bij de inrichting van de site van BelgoProcess. Bij boring 1, 2 en 3 in het westen lijkt deze ophogingslaag niet aanwezig te zijn. Hier is een AH-B-C sequentie zichtbaar. De C-horizont begint rond 0,50 m-Mv tot 0,60 m-Mv.

- A, Is de lithostratigrafische opbouw intact?

o Welke lithologische karakteristieken inzake textuur, korrelgrootte, sortering, afronding en kleur kunnen worden onderscheiden? Het betreft een droge zandbodem, met beperkte bodemontwikkeling

o Komt deze overeen met de gegevens op de bodemkaart? Voor de bewaarde boringen komt het grotendeels overeen.

o Welke horizonten kunnen worden waargenomen? Bij de goed bewaarde boringen betreft het een A B C bodemopbouw.

o Zijn er ontbrekende horizonten? Hoe kan dit verklaard worden? E horizont ontbreekt , vermoedelijk door menselijk ingreep ( afgraving).

o Op welk niveau bevindt de grondwatertafel zich? Wat zeggen de sedimenten over de waterhuishouding? Het grondwatertafel werd tijdens de booronderzoek niet aangetroffen. Het betreft zandbodems.

o Zijn er één of meerdere begraven bodems aanwezig? Zijn er indicaties voor erosie?

Er zijn geen begraven bodems aanwezig. Indicaties voor erosie zijn niet waargenomen.

- B, Waar de lithostratigrafische opbouw niet intact is: Wat is de omvang van deze anomalie?

o Is de anomalie natuurlijk of antropogeen? Welke natuurlijke processen hebben deze anomalie veroorzaakt?  Zou deze anomalie een afwezigheid van archeologische resten kunnen veroorzaken? Het betreft een ophoging die gepaard ging met afgraving. Indien er nog archeologisch erfgoedwaarden aanwezig zouden zijn, bevinden zich onder deze dikke laag. Anderzijds ter hoogte van de verschillende leidingen is de originele bodemopbouw verstoord geraakt.

o Welke antropogene processen hebben deze anomalie veroorzaakt?  Zou deze anomalie een afwezigheid van archeologische resten kunnen veroorzaken? Wat is de ruimtelijke variatie in lithostratigrafische opbouw? Wat is de genese en ouderdom van de aardkundige eenheden? Het betreft afgraving die de afwezigheid van archeologische resten kunnen veroorzaken, zie hierboven.

3.7 B

ESLUIT

De boringen hebben uitgewezen dat een deel van het onderzoeksgebied nog niet opgehoogd lijkt te zijn. Het gaat hier om boring 1, 2 en 3 waar een Ah-B-C sequentie is aangetroffen. Dit is ook goed

De boringen hebben uitgewezen dat een deel van het onderzoeksgebied nog niet opgehoogd lijkt te zijn. Het gaat hier om boring 1, 2 en 3 waar een Ah-B-C sequentie is aangetroffen. Dit is ook goed

In document ARCHEOLOGISCHE EVALUATIE VAN HET DESSEL (PROVINCIE ANTWERPEN) NOTA VERSLAG VAN RESULTATEN BODEMARCHIEF AAN DE GRAVENSTRAAT 73 TE (pagina 7-0)